Roemeense geschiedschrijving…

Mijn relatie tot het Roemeense volk is qua ervaring relatief beperkt en ook nog eens uitgerust met een dubbel gevoel. Beroepsmatige vervorming maakt soms blind voor de positieve dingen in heden of verleden. En bij mij is veel terug te voeren naar die beroepsmatige ervaringen. Met een ronduit matig automerk als Dacia dat ons als dealer in de jaren 1978-81 werd opgedrongen door de toenmalige importeur die ook mijn geliefde merk Skoda en een Pools alternatief als FSO op de markt zette. Dacia was toen een automerk dat een soort kopie van de Franse Renault 12 bouwde, overigens in licentie van de Fransen, maar dat zo slecht deed dat die wagens van een bedenkelijke kwaliteit waren. Wisten wij toen veel of we geloofden het positieve liever dan het negatieve in die lastige jaren. Het Roemeense ding had westerse (Franse) lijnen, voorwielaandrijving en aardige kleuren. Er was een sedan van te koop en een stationcar, en voor wie nog wat aardappelen naar de markt wilde brengen, een Pickup. Maar die laatste werd toen toen nog niet geimporteerd. Dacia dus!

Wij kenden als garagebedrijf al enige ervaring met een exemplaar van dat merk, omdat ik als ex-Schipholwerker de lokale vertegenwoordiger van de Roemeense luchtvaartmaatschappij Tarom onder dak wist te brengen voor onderhoud. Nou daar hadden we eigenlijk van moeten leren. Deden we niet. Mede doordat die importeur ons op het hart drukte dat de nieuwe Dacia’s absoluut beter waren dan die oudere exemplaren. Het was niet zo. Zelden kregen we zoveel gedoe over ons heen als met die Roemeense wagens. En we waren best wel wat gewend door onze Poolse vrienden. Bij de Dacia kon je tijdens het rijden zomaar je achterruit kwijt raken als je een voorrraam open deed, maar er mankeerde verder wel zoveel aan dat je blij mocht zijn dat klanten er 10.000km storingvrij mee onderweg konden. Toen de importeur (wellicht door al die garantieclaims) ten onder ging in 1980/1 was het over en uit. Geen Dacia’s meer en we bedienden de rijdende klanten in die wagens zo goed en kwaad als het ging met originele Renault-onderdelen.

Want voor die R12’s was nog wel het nodige te vinden. Later, we zochten uitbreiding van vooral ons lease-gamma, namen we bij een nieuwe importeur nog eens een paar van die Roemenen af. Met name de Combi’s die waren opgewaardeerd en nog wat leuker van uitvoering en kleur. Er was in de loop van de jaren niet zo veel veranderd. De wagens die goedkoop in de lease gingen bleken nog net zo beroerd van afwerkingskwaliteit als de illustere voorgangers van een jaar of wat eerder. Het zorgde er voor dat we er nu definitief mee stopten en gingen voor een Japans merk naast het nog steeds gevoerde Skoda. Dacia was voor mij dus niks. Intussen is het een budgetmerk geworden waar na de volksrevolutie die het kwalijke bewind van de de communisten met geweld verjoeg, nu Renault echt de scepter zwaait. Met erg aardige wagens waar nog steeds kopers voor te vinden zijn. Maar ik kijk er niet meer serieus naar. Te link, te slechte ervaringen. Maar ik doe daar vast de Roemenen deels mee tekort. Want in dat land werden buiten Dacia nog meer auto’s gebouwd, al dan niet van even bedenkelijke kwaliteit. Men bouwde ooit voor Citroen een model dat hier als Axel te koop werd aangeboden en er was een terreinwagen met de fraaie naam ARO. Zij die er ervaring mee opdeden moeten maar eens vertellen wat ze meemaakten met die wagens. Ik beperkte me hier op deze zondag maar even tot dat Dacia-verhaal. In de hoop dat u het aardig vond. (Beelden: DDR, J.R. de Witt)

Twee oren en veel goede wil – auto’s verkopen…

Ik was er echt niet voor opgeleid, het autovak, toen ik er in 1977 alsnog besloot in te gaan werken. Bij toen nog een relatief klein dealerbedrijf voor een merk waaraan ik zelf als gebruiker mijn hart had verpand, Skoda. Midden in de grote stad. Zelf had ik net een dikke 13 jaar luchtvaart en de daarbij behorende opleidingen afgewerkt, maar het werd tijd voor iets nieuws. De toenmalige eigenaar van het dealerbedrijfje was een technisch ingestelde man, verkopen deed hij op zijn eigen (zeer bijzondere) wijze, maar de toenmalige importeur van het merk stelde een ultimatum. Ofwel kwam er meer lijn in de organisatie en gingen de verkopen omhoog, of het contract stopte. En dus kwamen de ondernemer en ik er wel uit. Verkoop en administratie werden mijn ding. Ik had uiteraard meegemaakt hoe mijn lease pa vroeger zijn handel bedreef. Maar dat waren wel andere tijden.

Had een auto wielen en een motor was het al indertijd snel verkoopbaar. Dat was in de jaren zeventig wel een stuk veranderd. Ik moest dus aan de bak. Zelf uitzoeken wat het beste was. Later volgden professionele cursussen en wat technischer informatie. Elke Auto-RAI was zo’n moment om weer eens op te frissen wat je toch in de praktijk uit het oog verloor. In onze showroom golden, zoals bij veel toenmalige dealers, onze regels. Op de RAI was het meer de klant die de dienst uitmaakte. En ik chargeer enorm als ik dit opschrijf uiteraard. Maar in het begin maakte ik ook echt fouten die ik later niet meer zou herhalen. Zo keek ik bij verkoopgesprekken vooral naar mannen. Ook als die werden vergezeld door hun echtgenote. Mannen zijn veelal dominant in dergelijke gesprekken, vertonen haantjesgedrag en willen laten zien dat zij ‘alles’ afweten van auto’s. Het internet bestond toen nog niet, men haalde die informatie hooguit uit boeken of autotijdschriften.

En die was niet altijd ongekleurd. Daarbij hadden mannen ook het idee dat hun oude en afgereden brik echt nog wel de nieuwprijs waard was. Bij onderhandelen keken zij dan vaak naar hun vrouw. Want die bepaalde wat een auto mocht kosten. Zelden die mannen zelf. Wat ook lastig bleek, inschatten wat mensen wilden. Sommigen kwamen binnen en wilden alleen maar weten wat hun auto waard was. Ik keek dan steevast in het door de ANWB uitgegeven inruilwaardeboekje en gaf die waarde. Meestal was de geboden prijs te laag, maar die potentiele koper had ook helemaal niet aangegeven wat hij bij ons wilde kopen.

Zo’n gesprek ging dan daarna vaak moeizaam. Haantjes tegenover elkaar, ging zelden goed. In andere gevallen was het binnen een kwartier klaar en schreef ik een nieuwe auto op. Het verschilde ook sterk per merk. Nadat ik de boel op de rails had weten te krijgen samen met hardwerkende en goed willende collega’s, kregen we allerlei andere merken onder dak. Waaronder later een Japans. En daar waren de klanten van heel andere orde dan die van de voorheen gevoerde merken. Al snel waren we de grootste dealer van Nederland voor beide merken . En dat vroeg een andere aanpak dan voorheen. Ik gaf altijd aan dat wij niet meer dan een kwartier besteedden aan social talk, dan moest er resultaat in zicht zijn. Zo niet, afkappen! En in dat kader, er waren mensen bij waarvan je na een uur luisteren wist waar ze woonden, hoe de kinderen heetten, de kat, de hond en of het in bed wel een beetje goed met hen ging. Maar tot een deal kwam je dan zelden. Als ik nu wel eens in een showroom meekijk en luister zie ik dat het er allemaal flink zakelijker toe gaat. De klanten toch meer op de hoogte, slimmer, en de auto’s beter. Verkopers zijn doorgaans uitstekend geschoold en kennen hun weg in computerprogramma’s die hen linken met importeur/fabrikant, RDW en zelfs financieringsbank. Ook die inruilwagens bekijken. En dat helpt bij de waardebepaling. Die nog steeds op dezelfde manier wordt gedaan overigens. Alleen inclusief eerlijke onderhoudsinformatie en optische taxatie. Mooi vak, maar ik zou het nu niet meer willen doen. Dat hebben we wel gehad….Soms tegen wil en dank…

Oost-Europa

ANV-48 - Praag 090996 - Blik over de stad Scan10263‘Man wat moest jij toch altijd met dat Oost-Europa?!’ Die vraag is me vaak gesteld. Zeker in de jaren dat alles wat uit die hoek van de wereld kwam ‘verdacht’ was. Dan moest je wel communistische sympathie koesteren. Dat deed ik niet hoor. Oost-Europa intrigeerde me omdat het ook zo mysterieus was. Dat was de vijand zo werd ons dat ingeprent en elke dag was er op tv of in de krant wel iets te vinden dat er op duidde dat ‘alles’ wat daar vandaan kwam niet hoorde tot onze westerse normen waarden. Maar soms zit een persoonlijke voorkeur in kleine dingen. Zoals een vriendje uit de straat die wel van die communistische gedachten koesterde omdat zijn vader hem daarmee opzadelde. Dus was Maarschalk Tito een held en was de luchtvaartmaatschappij van Rusland, de Aeroflot, een bedrijf om niet zoals door velen wel gebeurde in die jaren, te mijden. Indertijd probeerden wij als luchtvaartgekke pubers niet alleen alles te verzamelen op dat gebied maar ook aan boord te komen van op Schiphol geparkeerde vliegtuigen. Omdat je dat bij de KLM wel kon vergeten werden de buitenlanders bezocht en dat leverde soms erg aardige contacten op.

217119 - EHAM - 090785 - Tupolev Tu-134A OK OK-EFK V R Scan10456Bij de Scandinavische SAS bijvoorbeeld waar we o.a. een Convair en Caravelle van binnen mochten bekijken. Maar hoogtepunt was die enorme Tupolev 104A van Aeroflot. Onder begeleiding van de Russische vertegenwoordiger van dat staatsbedrijf op een dag dat de ribbels van het ijs op het toenmalige platform van Schiphol aanwezig waren. Binnen werden we warm ontvangen. De bemanning was vreselijk aardig voor die twee pubers die op de fiets door de snijdende wind naar Schiphol waren gekomen om hun trots te bekijken. Limonade, sigaretten (ik bewaarde de pakjes jaren lang nog, mijn pa rookte de inhoud op..) kregen we aangereikt en we mochten alles zien. Ook in de stoelen van de cockpitbemanning zitten. Ik vond het geweldig en kreeg er vast die latere belangstelling door. Maar daar deed leenpa ook aan mee. Die begon in Skoda’s te handelen en dat ging zo goed dat het merk binnen de kortste keren dominant in onze straat te vinden was. Hij was er handig in en we hielden er altijd eentje over voor eigen gebruik. Dan ben je dus zowat op de achterbank geboren.

4-S100 8110zh 0773 - Soesterberg - O-03 Scan10076Later, ik was allang aan het werk op Schiphol in een job waarbij je lading van A naar B moest laten vliegen, koos ik vaak die airlines uit die uit het oosten van Europa kwamen. Lot, Malev, CSA, Aeroflot en zelfs Interflug uit de DDR. Aardig lui, meestal erg betrouwbaar en ook zeer betaalbaar wat onze klantenkring van belang vond. Dat ik zelf in een Skoda ging rijden was dan ook geen verrassing. Wie mij intussen kende wist dat dit er aan stond te komen. Ook al keek men met enig dedain naar die eerste Tsjech, hij zou een even grote rol spelen in mijn persoonlijke leven als die Tupolev van Aeroflot. Tot op de dag van vandaag ben ik met het 110 jaar oude merk bezig en nauw betrokken bij alles wat het doet en verkoopt. Omdat ik later, bij bezoeken aan de landen waarvan ik het bestaan kende maar de mensen nauwelijks,  ontdekte dat mijn gedachten over die landen klopten. Mensen waren aardig, afspraken waren zakelijk en werden nageleefd en soms hield je er iemand aan over met wie je ook nog een goed gesprek kon voeren. Nu had ik wel mijn voorkeuren hoor. De Tsjechen hadden heel snel mijn sympathie, de Polen veel minder, de Roemenen vond ik persoonlijk erg onbetrouwbaar en in de DDR voelde ik me voor de Wende niet bepaald op mijn gemak. Later ging dat allemaal overigens een heel stuk beter.

Trabi die legende lebt boekcover Scan10026Zie hier het wonderlijke verhaal in een notendop over mijn voorkeuren voor Oost-Europese zaken en de landen die daar voor zorgden. Nog steeds lees ik graag alles over het leven in die tijd in die landen, zonder roze bril, met voldoende kritiek op het systeem dat niet deugde en mensen zo beknotte. De diverse onderdrukte revoluties zijn me zeker bekend. Maar ik kijk toch ook met die interesse die me nooit heeft doen besluiten net als veel Nederlanders onbekend onbemind te maken. Nee, integendeel. Ik vond en vind nog steeds dat er veel deugt in dat Midden- en Oosten van Europa. Wellicht omdat ik me daarbij niet te veel heb laten leiden door de propaganda over en weer? De jeugd als maatstaf…het blijft bijzonder….