Leven met de Vliegende pijl – 37 – aanpak reclame en PR!

Ook op reclame- en PR-gebied moest in die periode een enorme inhaalslag worden verwezenlijkt. We hadden op enig moment na mijn aantreden, ook op mijn verzoek, het oorspronkelijke uit de Binckhorsttijd stammende reclamebureau al vervangen. Er moest aandacht komen voor de nieuwe generatie Favorits middels een campagne die zou binnenkomen als een mokerslag. Maar met alleen een beetje reclame was je er nog niet. Onderzoek wees uit dat veel potentiële klanten ons merk nog nauwelijks meenamen als ze een nieuwe auto overwogen en de Favorit als model in zijn klasse bepaald niet bekend bleek. Daarbij behoorden we nog steeds tot de ‘Oostblokmerken’ en waren de vooroordelen daaromtrent niet van de lucht. Daarbij hielp ook het feit niet dat het autojournaille bepaald minder positief over het merk schreef. Zelfs regelmatig gemaakte reisjes naar het land van herkomst waar men de VW-invloed goed kon bekijken waren niet overtuigend genoeg geweest om deze lieden hun kennelijke vooroordelen te laten bijstellen. Het mankeerde nog maar aan het feit dat men durfde beweren dat bij Skoda galeiboeven die wagens in elkaar staken. Als er iets bezijden de waarheid was dan toch wel dat, elke keer als ik in Tsjechië was zag ik de enorme veranderingen en ook hoe de van VW afkomstige Duitse managers vooral de fabriekshallen schoon en efficiënter maakten.

Er was dus aanleiding genoeg om de boel publicitair eens op te frissen en ook op reclamegebied wat meer aandacht te vragen voor onze producten. Waarbij we ook in acht moesten nemen dat we werkten met zeer beperkte budgetten en de Tsjechen ons in hun denken over het eigen merk weinig konden helpen met goed of in Nederland bruikbaar reclamemateriaal. Bij een marktaandeel in eigen land van 55% was het nauwelijks mogelijk begrip te vragen voor een andere aanpak in Nederland die paste bij een zeer grote bescheidenheid. Hoe dan ook, na enig zoeken en onderhandelen vonden we dus een leuk nieuw Amsterdams reclamebureau waar men na bestudering van de voorliggende problematiek in staat bleek een aansprekende slagzin (Staalhard Skoda!) te combineren met een spot die de Favorit zeer duidelijk onder de aandacht zou brengen. Het idee was om een nieuwe Favorit Monomotronic te laten ’molesteren’ door een zestal sportschooltypes in een soort van Blues Brothers outfits en dan aan te geven dat die wagens daar goed tegen konden. Immers…staalhard! Natuurlijk waren de gebruikte auto’s vooraf geprepareerd, motordeksel en kofferbak moesten tenslotte probleemloos op en neer worden bewogen en ook de portieren kregen deze behandeling. Het resultaat was schokkend overtuigend. Zelfs de grootste ‘baas’ van Pon Holdings op dat moment, de heer Wim de Grefte, vond het desgevraagd aansprekend en verfrissend. Vroeg zich alleen wel af hoelang we zouden kunnen doorgaan met deze slogan, immers, de nieuwe modellen uit Tsjechië zouden van een andere soort en aard zijn. Maar goed, ‘for the time being’ moest het kunnen. Het imago werd in ieder geval verbeterd, de spot viel, ondanks de relatief lage frequentie van uitzenden, op en de dealers voelden zich gesteund. Al was het maar omdat de afsluiter ‘Volkswagen-Groep’ hen het idee gaf dat ze nu ineens behoorden tot de eredivisie van het merkenland.

Onderliggend werkten we ook aan dealerondersteuning waartoe we een ander bureau aanstelden dat dealers kon helpen met lokale advertenties die tenminste in de stijl van het merk bleven. De Skoda-dealers neigden er namelijk toe om ongeveer alles aan te grijpen zich te profileren, mits het maar niet te veel moeite hoefde te kosten. Dus adverteerde men met veel knip- en plakwerk in de lokale sportkrantjes, op het voetbalveld of in de regionale weekbladen. Veelal met naamsvermeldingen die nog stamden uit de oude Binckhorstdagen, maar ook met een toevoeging rond de VW Groep die groter werden afgedrukt dan de merknaam Skoda zelf. Wij stelden op indicatie van de fabriek regels vast waaraan onze dealers zich op dit terrein moesten confirmeren. Dat lukte maar met mate. Ondanks alle ondersteuning was het toenmalige korps een ratjetoe van zelfstandige en kleine ondernemers die ongeveer ‘alles beter wisten dan de toenmalige importeur‘. Als die importeur nu maar voor vele tonnen reclame zou maken, kwam het bij hen met die verkopen vanzelf wel goed…. Jaja. Helaas brachten ze in de verste verten de winst niet die had kunnen leiden tot die gevraagde investeringen op reclamegebied. Rest nog om in dit stadium aan te geven dat de Favorits die we terugkregen na de opnamen van de spot, meteen naar de schadeafdeling konden waar we een totale schade van zeven duizend gulden mochten noteren. De heren figuranten hadden iets te driest de boodschap willen brengen en zo Staalhard bleken die Favorits onder die wel erg extreme omstandigheden kennelijk nu ook weer niet te zijn……

Maar we deden nog meer. We ontdekten op enig moment bij een bezoek aan een Lada-dealer ergens in het land die we wilden omvormen tot een vertegenwoordiger van het ’ware geloof’ dat de Lada-importeur een eigen krant uitgaf voor de rijders van het Russische merk. Dat vonden we een leuk initiatief en besloten dat wij dat ook moesten doen. Maar dan in magazine-vorm, iets chiquer en vol informatie over alle transformaties die Skoda in zich had op dat moment. Skoda Vizier was geboren. Het kwam goed aan bij zowel de Skoda-rijders als de dealers. Het was een aardig blad en het heeft nog jarenlang daarna bestaan. We deden om de kosten te drukken, zelf de redactie. Maar laten we niet vergeten dat er ook enkele dealers waren die wel zeer pro-actief bezig waren klanten te binden, zoals het toen bekende dealerbedrijf van Lakeman uit De Rijp. Brutaal als de beul en met veel steun van Jaap van Rij die de financiele onderbouwing in elkaar stak, leverde Lakeman een zestal Favorit Pickup’s via een lease contract en met metalen opbouw aan de lokale PTT. Voor de postbezorgers een stap vooruit, voor Lakeman en Skoda een aardig stukje publiciteit dat wij niet verloren lieten gaan. Los van de afgunst bij sommige collega-dealers die meenden dat zij dit op deze wijze ook konden, was het toch vooral een positieve benadering die ons allemaal een steun in de rug was. En dat we er in Skoda-Vizier veel aandacht voor hadden spreekt voor zich. Overigens gaf de PTT na deze deal met Lakeman direct een instructie af dat Skoda niet behoorde tot de preferente aanbieders van vervoer voor deze postbestellers. Dat was indertijd namelijk Renault. We waren gewoon door de mazen van de binnen het bedrijf geldende regels op dat gebied geglipt. Met dank aan onze eigenwijze Noord-Hollandse dealer die zijn markt wel actief bewerkt had. In het verlengde van dit verhaal mag niet onvermeld blijven dat ook een dealer uit Enschede, Kuster, in staat was om een reeks Pickups te verkopen aan zijn lokale gemeente. Ook een prestatie die we de nodige aandacht gaven. Overigens moet ook nog even worden vermeld dat in de jaren voor Pon importeur werd het contact tussen fabrikant, land en gebruikers bij Skoda zelf werd onderhouden via een heel leuk gemaakt en overtuigend magazine, dat onder de naam Motor Revue verscheen. Je kreeg er als dealer maandelijks een paar geleverd die we niet alleen in die jaren helemaal stuk lazen maar ook op de leestafel in de showroom neer legden. Zoveel steun kreeg je niet, dus alle hulp was welkom. Wordt vervolgd – (Beelden: Yellowbird archief/Skoda/Pon/internet)

De stekker er uit…na 25 jaar…

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het was in het jaar 1991 dat ik de stap zette om ‘iets’ voor mij zelf op te zetten. Een adviesbureau moest het worden, marketing/reclame/PR als disciplines. Het eerste diploma op dat gebied zat net in de binnenzak en ach, kwaad kon het niet. De fase waarin ik mij toen bevond stond toe om eens goed rond te kijken naar wat er nog meer voor mogelijkheden bestonden. De naam haalde ik uit mijn hobbybeleving van voorheen. En inspireerde o.a. doordat het een vrije vogel gevoel gaf en wat mogelijkheden om de kleurstelling van de huisstijl af te laten wijken van alles wat in dat wereldje van reclame en marketing toen gebruikelijk was. Ik ben niet zo van de afkortingen, maar achter de naam van het bedrijfje kwam alsnog A.S.A. te staan, waarmee ik mijn Advertising and Sales Agency een internationaal tintje gaf. En dat was niet zo gek als je zag dat mijn eerste klant een bedrijf was in ‘Office Supplies’ en de tweede een Aziatische ‘Airline’.

bos-en-lommer-beelden-141107-003De startstappen waren gezet en door de jaren heen zou ik er met wisselend succes een stukje omzet en (extra)inkomen uit kunnen peuren. Dit jaar op 1 april bestond de naam officieel 25 jaar. Best een tijd. Maar dat vierde ik toch maar niet echt. De beslissing was al gevallen om de stekker er wat betreft het advies geven uit te trekken. Genoeg van het gewerk, het gelobby, het zoeken naar klanten. De wereld is veranderd. Mensen bij bedrijven doen veel dingen zelf. En voor de echte communicatieve vaardigheden zoeken ze hulp bij een gratis stagehulp of het neefje van het nichtje in de familie die ook een printer heeft. Daarbij is het maken van een website voor velen een fluitje van een cent geworden. Blijft de creativiteit, de kennis op het gebied van klantentevredenheid/vriendelijkheid en de tekstuele vaardigheden. Dus blijf ik schrijfactief. Maar vanuit het reclamevak worden die zelden meer gevraagd. Malaise in de bladenwereld mocht ik in al die jaren trouwens ook nog ervaren. Print raakte uit, digitaal in. Dat kon ik aardig bijbenen gelukkig.

yellowbird-chainToch menen veel mensen zelf wel een tekstje te kunnen bedenken. Je ziet het overal om je heen, die zelfwerkzaamheid. Niks mis mee, als het goed gebeurt. Hoe dan ook, ik stopte met het bureau. Vanaf 8 oktober is het bedrijfje uitgeschreven bij de KvK. De domeinnaam blijft bestaan, de mailadressen, de kennis, de schrijverij maar niet meer de wil om overal soms tegen beter weten in achteraan te hollen. En de herinneringen aan een kwart eeuw leuk werk waar ik het nodige plezier aan beleefde. Maar het is ook mooi geweest. De reddingsboot van 1991 is nu opgeborgen. Bijgeschreven in de herinnering en het digitale archief. Nu nog even die papieren dossiers opruimen. Want die staan me intussen aardig in de weg…..

 

Wie het kleine niet eert….

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Sinds ik in de afgelopen jaren in de ‘publiciteit’ acteer kijk ik anders aan tegen hoe sommige bedrijven bezig zijn om het journalisten, redacteuren, bloggers of vloggers naar de zin te maken. Immers, wat ik vroeger zelf beroepsmatig moest doen leg ik nu langs een meetlat van ervaringen uit het verleden die geen garantie bieden voor de toekomst. Als publicist (laat ik het maar even zo noemen) met een paar specialisaties ben je soms best afhankelijk van wat de PR/Mediamensen aan de kant van nieuwsaanbieder zoal voor je regelen. Met name in die branches waar ik interesse voor heb is dat best een lastige. Men denkt daar nog steeds sterk in termen van ‘print’. Dus bij een persuitnodiging voor een introductie van iets nieuws neemt men de aloude perslijst maar weer eens ter hand en begint met het strooien van uitnodigingen. Precies zoals ik het zelf ook deed in de jaren voor de massale digitalisering van bestanden. Daarbij ook nog eens kiezend uit mensen die je een goed verhaal zouden kunnen bezorgen en hen die jouw merk of product altijd met enig dedain benaderden vergetend. Nu is dat laatste bij veel media wel verdwenen.

Braderie - ballonnenDe macht van print is sterk afgenomen en de lezer maakt zelf wel uit of hij iets ‘goed vindt’ of niet. Het internet is geduldig en wat vandaag plaatsvindt staat binnen een kwartier over de hele wereld online. Het blijft dan opmerkelijk dat men bij die aanbieders nog steeds terughoudend is met uitnodigingen voor media-events richting publicisten die zich vooral richten op online of die gewoon een leuk boek over een bepaald onderwerp willen schrijven. Er zijn bedrijven, merken en PR-mensen die dat heel goed doen en anderen die er maar niet aan willen. Blijft me verbazen. Alsof dat beperkte en terughoudende denken  in de toekomst het eeuwige leven heeft, het tegendeel is waar. De jongere generaties lezen geen bladen of kranten (of een boek..)meer, die kijken naar YouTube of andere kanalen vol wetenswaardige en bewegende beelden. Daar zit ‘de handel’ zou ik denken. Maar goed, ik zit zelf niet meer aan die andere kant. In de loop van de jaren dat ik voor mijzelf zorg en schrijf over mobiele zaken valt het me echter best op hoe veel moeite je soms moet doen om relevante informatie los te weken bij maatschappijen, fabrikanten of importeurs rond de door hen geleverde goederen of diensten. Soms gaat het vlot, in andere gevallen wil het maar niet lukken. En dat is vervelend, want zo’n merk of bedrijf geef je dan uiteindelijk toch minder aandacht.

WP_20140923_013Nieuws is echt overal te vinden, maar een leuke test, een eigen ervaring, of een paar leuke plaatjes, zelf geschoten bij een artikel, kan soms het verschil maken. Toch blijft men vaak terughoudend rond dat internet. En dat is jammer. Nogmaals, ik klaag niet over de goeden, zijn er voldoende om me bezig te houden, maar vooral over die instellingen die het maar niet willen snappen. Net zo als ik maar niet snapte dat sommige van die lui men mijn producten vroeger altijd maar moest neersabelen. Scheelde daarna soms best een paar tickets richting een leuke introductielocatie. En echte vrienden werd ik met sommige journalisten nooit. Zal nu wel net zo zijn…..toch? De geschiedenis herhaalt zich vast…

 

Al weer 54 jaar verzamelgek…

TU-104 CCCP42461 at EHAM in the 70'sHoewel ik sinds een jaar of vijf een apart blog onderhoud dat specifiek is gewijd aan mijn verzamelpassie, neem ik toch de vrijheid om ook hier nog eens terug te gaan naar het begin van die hobby. Intussen precies 54 jaar geleden. Op 20 december 1960 schreef ik als jong ventje een plan waarmee ik mijn toenmalige verzameling (buitengewoon bescheiden) een naam gaf en van daaruit samen met een stel jeugdvrienden een club oprichtte die zou leiden tot alles wat ik nu verzamel. Van die club van toen zijn als verzamelaar nog slechts twee leden over. De rest verdween in feite in vergetelheid. Je zou ook kunnen stellen dat ze andere behoeften kregen, hun hart volgden of de maatschappelijke carriere voor lieten gaan. Bij mij was de combi der dingen altijd van groot belang. Ik kon het ook vaak goed combineren en die beslissing uit 1960 om op bepaalde wijze om te gaan met…heeft me zelfs geholpen aan de loopbaan  zoals ik die heb doorlopen tot nu toe. Omdat wij op schaal indertijd al ‘ondernemertje’ speelden en Zaken als creativiteit, marketing, PR en verkoop op becheiden schaal beheersten.
Leo in gele Citigo 1460120_658370900849958_1230431956_nMet de beperkingen die je indertijd had deed je toch wat je kon om alles wat in het echte leven een grote rol speelde te kopieren. Het waren mooie jaren en ze legden een stevig fundament voor het latere leven. Dat je ook met tegenwind van doen krijgt werd er vanaf die datum in 1960 echt wel ingebracht. Niet alles ging van het bekende leien dakje en dat bleek een prima bijscholing. Toch zijn er ook veranderingen gekomen in de beleving. Was ik in eerste instantie nog slechts ‘luchtvaartgek’, de afgelopen decennia is dat toch iets genuanceerd geraakt en zijn de automobiele geneugten van het leven ook van enig belang (..) geworden. Werken in die branche droeg daar niet in de laatste plaats aan bij. Mijn jeugdige interesse voor Oost-Europa, opgewekt door een vriend uit het toenmalige clubje die ‘iets had’ met de Sovjet-Unie en haar luchtvaartmaatschappij Aeroflot, bracht me op enig moment aan boord van een enorme Tupolev 104.

HPIM7861_editedEn die Russische mensen daar aan boord waren zo aardig en gastvrij voor ons kittens, dat ik dat nooit ben vergeten. Toen ‘Pa’ dan ook nog eens Skoda’s ging verhandelen en we op enig moment zo’n auto als ‘bedrijfsvoertuig’ gingen benutten, was de link geboren. Het zou me altijd bij blijven en mijn keuzes voor een belangrijk deel bepalen. En dat alles doordat ik met Oost-Europese vliegtuigen en auto’s altijd iets meer heb gehad dan met bijvoorbeeld een standaard westers type. Het mysterieuze bleef me trekken en dat zorgde ook voor dat deel van mijn kennis wat me nu niet meer kan worden afgenomen. Niet iedereen gaat vanuit zijn hobby richting professionaliteit op de wijze waarop ik dat heb kunnen en mogen doen. 54 jaar geleden allemaal begonnen met een velletje papier, waarmee de verzameling een naam kreeg en mijn mini-museum werd gestart. Soms verzucht vrouwlief wel eens hoe het toch moet als ik er niet meer ben…..tja, geen idee. Misschien dat ik voor die tijd een deel afstoot zoals ik al eens eerder deed met de enorme stapels bladen  op luchtvaartgebied. Je weet maar nooit. Voorlopig neem ik nu een glaasje op mijn professionele hobbyisme, gestart door een ventje waarin ik met enige moeite nog wel mijzelf ontdek. En da tis vaak de kern voor een jeugdige geest toch??

Schrijfblokkade en herfst

HPIM7863_editedAfgelopen jaar besteedde ik veel tijd aan het schrijven van de meeste hoofdstukken voor een nieuw boek over mijn leven met (of voor) het mooiste automerk dat ik in mijn leven ben tegengekomen. ‘Against all odds’, bleef ik dat merk altijd trouw. Al was ik af en toe dan ook nog bezig met wat andere zaken dan het actief in de markt zetten van juist dat automerk. Het toekomstige boek beschrijft mijn jeugd, de wijze waarop de keuze voor dat merk tot stand kwam, mijn verhaal rond de verschillende bereden exemplaren, mijn werk voor een dealerschap en later mijn MT-werk voor de (huidige)importeur. Inclusief de controntaties met wonderlijke klanten, persmensen of collega’s die er geen hout van snapten (in mijn optiek dan..). Dat vloeide er allemaal snel uit en ook de beelden die ik wil opnemen zitten al in een vakje op de harde schijf. Daarbij moet er ook een verhaal in staan over de geschiedenis van een van de oudste merken die nu nog bestaan. Al een herkomst die start in de 19e eeuw. Als dat niet oud is….Maar voor ik de volgende stap zet, correcties, taalchecks en daadwerkelijke uitgave, moet er nog een laatste hoofdstuk worden gedicht. En daar ging of gaat het fout. Ineens vloeit het niet meer zo vlot uit de vingers, zit alles vast en stel ik de finale steeds weer uit.

WP_002808Komt deels doordat de wereld zo snel verandert dat bijvoorbeeld een relevante toekomst voorspellen redelijk lastig is. Ik zit al een maand of twee volkomen vast. En dat beperkt zich niet tot het boek. Ook het schrijven van mijn diverse blogs gaat me niet soepeltjes af. Ik moet er voor werken, zoeken, inspiratie opdoen. En dan nog kraakt het, net zoals de hiervoor in een ander verhaal al beschreven botten. Is het nieuw? Nee, het zit hem in de herfst volgens mij. Als de dagen korter worden en de temperaturen dalen vloeit het bloed niet meer zo vlot als ik zou willen en loop ik soms inspiratief vast. Vreemd verschijnsel, anderen zullen dat op andere momenten kennen, maar ik zit er nu maar mooi meer. Als ik het een beetje inschat kan ik niet eerder dan volgend jaar mijn nieuwe boek over ‘leven met….’ uitbrengen.

Skoda formule Vee 1972 Scan10168De inhoud is leuk zat om goed leesbaar voor iedereen aan te geven waarom een mens kiest om ‘het ware geloof’ uit te dragen en daar dan ook nog zijn beroep van te maken. Ik ben er van overtuigd dat in bepaalde kringen wordt uitgekeken naar mijn schrijfsels. Maar dan moet men nog even geduld hebben. Het komt er aan, maar nog even die laatste zinnen oreren. Nou ja, ik beschrijf een stukje persoonlijke geschiedenis die op professioneel gebied maar liefst vier decennia omvatte en deels zorgde dat het merk nu is waar ik het ooit wilde hebben. Mag het dan even wat langer duren ja?! Kortom, het komt er aan en als het creatieve kind geboren is zal ik ook hier vertellen waar je het kunt bestellen…:)

 

Even aandacht voor een vergeten journalist…

BvdK3‘Zou hij nog leven’ bedacht ik me onlangs. En dan bedoelde ik Bart van der Klaauw. Luchtvaartjournalist, redacteur en auteur van talloze boeken over het onderwerp luchtvaart. Toen ik nog een jong ventje was en mijn teksten dichtte voor de bladen en andere media waarvoor ik mijn passie op papier mocht zetten, leek hij een vaste waarde in de luchtvaartwereld. Maar ook een oude man in mijn ogen. Heel anders dan de veel te jong overleden concullega Hugo Hooftman. Van der Klaauw had een aardige staat van dienst. Hij werkte voor de KLM, Lockheed, en werd ooit hoofdredacteur voor het toen nog bestaande tijdschrift Avia van de KNVvL. Hij schreef meer dan vijftig boeken vol, waaronder de bekende reeks ‘Luchtvaart….’

BvdK2 En dan een jaartal voor het jaar waarover het boekje ging. Toen ik mijn eigen vraagstelling eens met wat antwoorden wilde aanvullen bleek dat de man al in 2005 was overleden. 85 jaar oud. Dat gaf toch wat schrik. Had ik niet gedacht. Best een icoon. Niet goed opgelet dus. Schande Meninggever!! En zo blijkt maar weer eens dat een grote naam ook weer geen garantie is voor eeuwige roem. Al menen we zelf dat wij daar als mens absoluut recht op hebben, je bent al snel vergeten. Of je moet Rembrandt heten of Willem van Oranje. Bart v.d. Klaauw was een plezierige bescheiden man. En zo schreef hij ook. Nooit op zoek naar de controverse zoals Hooftman dat deed. Meer een kabbelende schrijver dan een revolutionair. Maar wel een die wist waar het over ging. En dat is ook veel waard…