
Als je vroeger wel eens de toegewezen of uitverkoren huisarts bezocht (in mijn jeugd zat die man zo’n beetje aan de andere kant van de woonwijk, op pakweg een half uur lopen) deed je dat op de bonnefooi. Deze artsen zaten vaak in een benedenhuis met een extra kamer die als spreekkamer diende en nog een voor de opvang van de wachtenden. Waren dat er veel stonden die in hal van het huis. ‘Wie was de laatste’ een veel gestelde vraag voor hen die zich ook voegden bij de file patienten die allemaal behandeling wensten. En met een beetje mazzel was je dan binnen een uur aan de beurt om kwalen en hebben en houden bij de man in het wit neer te leggen. Een luisterend oor, en met een wit briefje voor de apotheker deed de rest.

Later nam ik de huisarts van mijn echtgenote als medisch adviseur en ook daar ging het op deze wijze. Pas in latere woonplek Almere kregen we te maken met het fenomeen ‘Medisch centrum’ oftewel een gebouw waarin diverse disciplines op dit gebied waren ondergebracht. Inclusief de tandarts en fysio. Vooral de doorstroomsnelheid onder de aanbieders van al dat moois maakte dat je zelden kon wennen aan die of die huisarts.

Om het over die tandarts maar helemaal niet te hebben. En toen verhuisden we terug naar het oude land. En zochten/vonden die ene leuke huisarts met praktijk aan huis en een tandarts die hetzelfde soort praktijk verbond met een woonhuis. Het voelde vertrouwd en de adviezen en behandelingen (waar nodig) professioneel en goed uitgevoerd. Tot…..men besloot dat alles op een hoop geveegd moest worden en er een huisartsenpost werd gebouwd waarin de ons bekende HA ook haar domicilie vond, naast nog een stel van deze mensen en een tandartsenpraktijk werd gecombineerd met een apotheek. Efficient…zeker. Kwestie van je melden bij een balie waarachter wat assistentes de wachtkamer in de gaten hielden net als de agenda van de uitverkoren arts.

Maar evolutie zorgde er voor dat je niet meer zo maar even langs kunt. Er moeten vooraf afspraken worden gemaakt. Dat ging een tijdlang goed. Ik ben geen frequente bezoeker van die HAP. Tot onlangs. Ik dacht dat er wel even mocht worden gekeken naar een (al dan niet ingebeelde)kwaal en dus belde ik na jaren (ik kom er zelden of nooit, mijn afkeer van witjassen is in de loop der jaren niet verminderd..) maar eens naar die HAP. Ik kwam in een belmenu terecht waar de bij mijn behoefte passende optie niet werd benoemd. Toen ik dan maar een soort van bijpassend cijfer indrukte kreeg ik de mededeling dat er meer dan tien wachtenden voor mij waren. Daar heb ik het geduld niet voor. Volgende dag nog maar eens…’Helaas is het zo druk dat we u niet van dienst kunnen zijn, u kunt wel kiezen voor de optie dat een van de assistentes u terugbelt’. Ja zeg, het lijkt de balie van het stadhuis wel. Ook nooit bereikbaar. Ik gaf het maar op. Zo klantonvriendelijk heb ik het zelden meegemaakt. Binnenkort gaan ze een website in de lucht brengen waar je digitaal een afspraak mag (..) maken. Zal me wat worden. Bij de tandarts ben ik dat al gewend. Kan ik zes maanden van te voren een afspraak boeken. Zal bij deze HAP ook wel zo gaan….Maar intussen ben ik de naam van de huisarts vergeten. Geen idee wie me daar gaat helpen….en waarmee ook al weer….. (beelden: archief) (Intussen is de afspraak gemaakt, de tijdelijke h.a. bezocht en de gevolgen plus doorverwijzingen in gang gezet..)






Agressie onder vliegtuigpassagiers lijkt een steeds groter probleem te worden. Vermoedelijk heeft dit deels te maken met drankmisbruik bij hen die het vliegtuig in stappen, maar er lijken nog wat andere factoren een rol te spelen. Vroeger was vliegen iets voor de rijkere medeburgers. Normale mensen hadden helemaal geen geld om te vliegen laat staan dat ze op dat moment zouden weten waar ze eigenlijk heen wilden. Al werd er wellicht veel gedroomd over al die reizen die de elite maakte, een hard werkende arbeider kwam daar niet aan toe. De passagiers die wel gingen werden enorm verwend. Sommige maatschappijen hadden koks en echte keukens aan boord en de service was op niveau van dat toenmalige vliegen. Kijk naar oude beelden en je ziet enorme luxe en lachende mensen. Terwijl het comfort binnen wellicht nog wel aardig was, qua vliegen zelf was het afzien. De meeste vliegtuigen hadden en relatief korte actieradius, er moest dus veel tussentijds geland en getankt worden, en de vlieghoogte zorgde voor veel ellende als zo’n kist dwars door slecht weer heen moest ploeteren.
De straalverkeersvliegtuigen veranderden al veel van dat beeld. Peperdure vliegtuigen die de luchtvaart in de jaren zestig diep in de rode cijfers deden tuimelen. Daarom ook democratiseerde de vliegerij en konden ook meer normale mensen een vluchtje wagen. Bij de komst van de ‘jumbojets’ werd dat nog beter. De maatschappijen konden nu soms wel drie verschillende klassen en niveaus van luxe aanbieden. Economy was weliswaar minder luxe, maar je kreeg nog steeds een hapje en een drankje en de stewardessen bleven mooi en vriendelijk. Het volk ging op vakantie met de vliegtuigen van toen en ontdekte zo dat de wereld rond was en verre bestemmingen bereikbaar. Tegenwoordig hebben we het vliegtuig in ons leven opgenomen als een soort alternatief voor de trein of de auto. Voor een paar tientjes vlieg je naar Rome of Istanboel.