
Laten we de gemiddelde mens, man of vrouw, eens bij de kop nemen en uitgaan van de gedachte dat deze zich verhoudt tot de standaard gebruikelijke gedachten, wensen of verlangens. Dan komen toch al snel twee zaken boven water die voor ons allen herkenbaar zijn. De wens ‘kinderen te krijgen’ en/of het hebben/houden van huisdieren omdat die zoveel gezelligheid en afleiding bieden. Om met dat laatste te beginnen, ik ben er zo een en kan me niet heugen dat ik in een situatie verkeerde waarin huisdieren geen rol van betekenis speelden. Van huis uit meegekregen. Hond, kat, aqariumvissen, het is er allemaal geweest of maakt nog steeds deel uit van ons gezin. En gekoesterd zijn de leden van dat huisgezin die intussen zijn gaan hemelen maar zoveel liefde of vreugde brachten. Bijkomend nadeel? Kostenfactoren. Want niets is gratis in het leven. Een beetje huisdier kost geld bij aanschaf, moet eten en drinken, verzorgd worden, er komt een dierenarts aan te pas, tegenwoordig moet er gechipped worden, je hebt tuigjes nodig, riemen, aangepaste kleding (hond) en wat dies meer zij.
Nee, gratis is het niet. Maar dan krijg je wel weer veel terug. Met kinderen is dat nog een factor tien erger. En wie er een paar heeft weet dat het familiebudget van de gemiddelde Nederlander aardig onder druk staat. Als je per kind maar eens rekent dat er 30 euro per maand nodig is voor een beetje kleding, dat er zakgeld moet komen, ze op sportclubs willen, tientallen pogingen doen om een of ander instrument onder de knie te krijgen en later willen studeren, snapt dat je per kind duizenden euro’s per jaar aan extra kosten mag opvoeren als boventallige uitgaven op de familiepot. Hoe mensen met een krappe beurs dat doen is mij een raadsel. Soms zie ik op tv wel eens gevallen voorbij komen van vrouwen die een of meerdere kinderen alleen opvoeden. En dan leven in een bijna armoedige situatie. Kinderopvang niet beschikbaar, terugvallen op familie voor zover aanwezig. Het kan verkeren. Dan heb je het met veel kinderen een stukje eenvoudiger.
Klinkt vreemd, maar toch is het zo. Grote gezinnen krijgen als voordeel dat kleding kan worden doorgegeven. Er komt meer ‘Kinderbijslag binnen’, kortom het budget verruimt. Daarbij zijn die grote gezinnen veelal wat gezelliger, leren kinderen dat ze moeten delen en niet voorbestemd zijn als Koning of Koningin Selfie door het leven te gaan en dat de Aarde om de zon draait en de zon niet alleen voor hen individueel schijnt. Is ook wat waard. In arme landen zijn die kinderen een soort verzorgingsgarantie voor later. De opvoeding die ze krijgen is er op gericht om de oude dag van de ouders plezieriger te laten verlopen. De jongere generatie zoekt dan naar middelen om het beter te krijgen en de familie te onderhouden. De migratiestromen laten veel van die bewegingen zien. Geld dat de jongelui verdienen gaat veelal richting thuisland en familie. Dat ligt bij ons toch anders. Ouderen zijn vaak last, worden zelden overeind gehouden door de kinderen maar meer door het sociale systeem. Of je er nu veel hebt of niet. En dat maakt dan weer dat die oudere generaties gezien worden als kostenpost. Het kan verkeren. Maar intussen moet je toch best nadenken over al die aspecten voor je er aan begint. Want gratis is het allemaal niet. En ik kan het weten. Heb zowel het een als het ander toegevoegd aan ons gezin….. En toch…bezint eer gij begint…Het maken is leuk, het krijgen iets minder, het onderhouden een hele klus…(Beelden: Internet/archief)

Mij werd onlangs gevraagd om toch eens iets te schrijven over nieuwe ontwikkelingen op het gebied van automotive, opdat we wellicht met zijn allen kunnen besluiten over te stappen op alternatieve vervoersmogelijkheden dan wel aandrijflijnen voor ons vervoer. Ik schreef daar tien laar lang over op het internet, maar dat was aan de betreffende waarnemer vast voorbijgegaan. Welllicht omdat ik niet meteen stond of sta te springen van enthousiasme bij de toekomst met elektrische of zelfs zelfrijdende auto’s. Het antwoord zit besloten in de techniek. Stel je eens voor dat de huidige vloot van 9,5 miljoen Nederlandse voertuigen ineens elektrisch zouden moeten gaan rijden. Weet je wat er dan met ons elektriciteitsnet moet gebeuren? Dat moet dan verdrievoudigd worden qua capaciteit. De huidige centrales kunnen deze vraag niet aan. Windmolens al helemaal niet en je auto volplakken met zonnecellen is ook geen optie. Nee, dan gaan we richting kernenergie of moeten we elektriciteit gaan kopen bij de buurlanden.
Waar zich een soortgelijk probleem voor doet. En over die buurlanden gesproken, ons land staat na Portugal en Denemarken op de derde plek van schoonste landen als het gaat om de uitstoot van CO2. En dan alleen gemeten langs de meetlat van het personenwagenpark. Wij kopen en rijden schone auto’s. Heel iets anders dan bij de omringende landen. Waar naast de laag geplaatste Baltische staten, Engeland en Duitsland tot de meest vervuilende naties behoren. En die vervuiling blijft niet in eigen land hangen. Die waait met heersende winden ook bij ons binnen. Hoezo zuivere metingen? De gemiddelde Nederlander rijdt 13.000 km per jaar. Haal je daar de leaserijders uit, zal dit getal nog wat omlaaggaan. Maar in die kilometrage zit dan wel weer de jaarlijkse vakantietrip die Nederlanders graag in Frankrijk of Italië beleven, met een caravan achter hun familievervoer. En daar zit meteen een extra probleem voor die elektrische wagens.
Je kunt er niet echt mee over de grens vanwege de extreem korte actieradius en trekken van een caravan of klapwagen helpt daar bepaald niet bij. Kortom er is veel af te dingen op die toekomstige auto’s, zeker in het licht van de historie. Want ruim een eeuw geleden reden er ook al elektrische auto’s en die deden het qua prestaties nauwelijks slechter dan hun huidige soortgenoten. Maar die conclusie zal wel weer als zuur en conservatief worden ervaren. Voor dat doel heb ik even een praktijktest uit oktober jl. voor de dag gehaald. Door het Duitse autoblad Autobild uitgevoerd. Met vergelijkbare auto’s die draaiden op Diesel, benzine, waterstof, aardgas, een hybride en een puur elektrisch rijdende Tesla. Over een afstand van 2000km, op een dag rijdend van Hamburg naar München. Net of je voor een afspraak die kant op moet, zoals veel Duitse zakenlieden doen. Welke brandstof of aandrijving is daarbij het efficiëntst. Waarmee verlies je de minste tijd onderweg? Wel, de resultaten spraken boekdelen. De Diesel was veruit de meest efficiënte brandstof en de auto die er op reed ook het snelst van de testvloot. Hij verbruikte over deze lange rit, met wat tussenstops voor eten en drinken, slechts 60 liter brandstof.
Na ruim 6 uur was hij in reeds in München. En de gebruikte auto zelf voldeed aan de laatste nieuwe Euro6d normen qua uitstoot. Schoon dus! 17 minuten later is de tweede auto in München. De benzineauto, die duidelijk meer brandstof verbruikte maar ook aardig snel zijn doel bereikte. Als derde de auto die op aardgas reed. Deed er door het zoeken naar tankstations toch 45 minuten langer over. Hij versloeg daarbij wel de Waterstof-auto die er nog eens twintig minuten langer over deed. Ook al door de zoektocht naar schaarse distributiestations voor dat spul. Best een dingetje. Maar is daarmee toch sneller dan de Toyota-hybride die er nog eens 50 minuten langer over deed. Als absolute hekkensluiter komt de Tesla binnen. Vier uur (!!) later dan de dieselauto. Door het onderweg telkens moeten bijladen. Noem dat maar toekomstgericht dan. Tot we nieuwe accu’s krijgen en een veel grotere betaalbaarheid voor die wagens zie ik nog weinig toekomst voor de elektrische auto. Of het moet in of rond de stad zijn. Want dan komt deze techniek echt nog wel tot zijn recht. Voor de rest een aardige gimmick waarvoor met name de ‘progressieven’ uit de grachtengordel dik gesubsideerd wel willen gaan. Ik blijf voorlopig dan maar conservatief. Want ik rijd zelf meer dan het landelijk gemiddelde en daarbij ook heel wat keertjes op en neer naar Duitsland. En om dan constant aan de laadpaal te verkeren? Mijn ongeduldige karakter kan dat niet opbrengen. (Foto’s: Yellowbird archief)
Wie mij een beetje volgt door de loop der tijd weet dat ik met tuinen en groen niet zo heel veel heb. Nou ja, wel om in te zitten en te genieten, maar niet om er ddw iets aan te doen om al dat groen te verzorgen. Eens per jaar scheer ik de heg, ik trek wat onkruid uit de grond als vrouwlief me het verschil uitlegt tussen wat moet blijven en gaan, maar daar houdt het wel op. Zowel voor als achter het huis zit ik graag in de open ruimte waar wij over beschikken, maar dan vooral om te lezen of iets te drinken. En tegelijkertijd kijken naar de overvliegende metalen vogels. Het was dus een grote verrassing toen ik tegen de lieve vriendjes die me uitnodigden om mee te gaan naar De Tuinen van Appeltern, gelegen in het land van Maas en Waal, bevestigend antwoordde. Ach, je moet iets doen voor het onderhoud van die vriendschappen….
Maar ik kom op mijn evt. scepsis van vooraf graag terug. Die Tuinen zijn prachtig en de bestemming meer dan de moeite waard. Ook als je zoals ik niets hebt met groene vingers of zo. Los van al dat groen of de gekleurde variantie van de begroeiing in de vorm van fraaie bloemen, zijn er ruim 200 tuinpartijen met huisjes, kunst, steenformaties, watervallen etc. Je loopt je een kriek, maar je weet soms echt niet waar je kijken moet. Volgens verklaring van het bedrijf zelf is het Europa’s mooiste en grootste tuinexpositie en ik geloof dat direct. Men heeft ook aan de kinderen gedacht, er is een soort speeltuintje, open velden met ‘wilde vogels’, een zelf te bedienen pontveer, je kunt er op twee locaties lekker eten en drinken en er is een shop voor hen die kruiden willen gaan telen of bijvoorbeeld boeken over tuinieren mee naar huis willen nemen.
Overal wordt informatie verstrekt, er bestaat een mogelijkheid om bij de kassa draagbare apparatuur mee te nemen die je bij elke uitstalling informatie geven over de planten en gebruikte materialen. Dat inspreken gebeurde op fluisterniveau, je veroorzaakt er geen last mee bij de medebezoekers. Een handige plattegrond helpt je de weg te vinden in dit doolhof vol fraais, en je moet een beetje aardig ter been zijn om alles te kunnen bekijken. Dat je nog wat zitplekken kunt vinden, zelfs koffieautomaten en water-tappunten is allemaal een pre.
Ook toiletten voldoende, niemand hoeft de route met gekruiste knietjes af te lopen. Ik was ervan onder de indruk. En dat wil iets zeggen. Geen liefhebber en toch….. Ben je gek op groen, bloemen en tuinen is dit een must. Je weet dan niet wat je ziet en het geeft je vast veel inspiratie. Entree is officieel E. 13,50 voor volwassenen, met drie Euro korting als je boven de 65 jaar oud bent. Maar er zijn ook allerlei kortingkaarten of acties te vinden als je even je best doet. Parkeren, wel op enige afstand van de ingang, kost je 3 euro per auto. Maar echt, je krijgt er iets voor terug en de echte liefhebbers zijn hier een hele dag zoet. Wij niet, wij reisden door. Maar dat hadden we dan ook van tevoren zo afgesproken. Vanuit Amsterdam was het 1u15minuten rijden om in Appeltern te komen. Goed te doen voor een leuk dagje uit.
Het is een vorm van beroepsdeformatie. Ik geef dat direct toe. Maar als je je leven lang gewerkt hebt in branches waar de klant centraal stond (staat) en jij als aanbieder van goederen of diensten moe(s)t zorgen dat jij jouw doelstellingen behaalt door vanuit dat klantgerichte denken rendement te verzorgen, valt het op dat nog steeds veel mensen kennelijk voor dat fenomeen zijn geroepen, maar slechts weinigen echt uitverkoren. Ze werken bij bedrijven die juist vanuit dat denken hun personeel zouden moeten screenen op geschiktheid. Maar het tegenovergestelde lijkt het geval. Een voorbeeld illustreert wellicht wat ik bedoel. Op de rand van zomer en winter knakte er iets in een van onze raambedekkers. Een mechaniekje, binnen in dat ding, vertoonde metaalmoeheid, het hele geval kon worden afgeschreven. De totale oude balk was twee meter breed, het betrokken raam qua bedekking asymmetrisch in twee delen opgesplitst. We moesten dus aan de vervanging. Nou, dat viel me niet mee. Niet doordat het spul wellicht niet leverbaar is hoor, nee, het zat hem meer in de wijze waarop je geholpen wordt (of niet) bij de diverse zaken die we bezochten. Bij sommige daarvan wordt je gewoon helemaal niet opgemerkt.
Lastig als blijkt dat ze jouw raambedekker niet hebben in de gewenste maat of kleur! Nee, men heeft wel iets anders. Maar dat was net niet de bedoeling. Bij goedkopere zaken (je wilt koste wat het kost slagen als je met een dergelijk pechgeval zit) is die servicegevoeligheid nog wat slechter dan bij de iets hoger gepositioneerde, maar de verschillen zijn minimaal. Na nog even nagedacht te hebben over een plan B, je moet kiezen of kabelen als blijkt dat Plan A toch een doodlopende weg is, besluiten we om dan maar twee balken van ieder 1.60mtr te kopen. Dan moest ik wel de hele boel qua ophanging ombouwen, maar dan werkt het tenminste weer. Ook dat viel nog niet zo mee. En ik moet zeggen, het was zeker niet met dank aan de medewerk(st)ers van die keten waar we uiteindelijk slaagden dat we onze keuze daar toch maar lieten vallen. Nee, je moest overal op zoek naar die mensen, ze kwamen soms steunend en klagend van hun werkplek (ze waren meestal ‘iets’ aan het uitpakken of neerzetten) en de kennis van zaken was matig tot slecht. Met dank aan de vestiging in Amstelveen waar we uiteindelijk deels slaagden, kregen we het voor elkaar dat in een Amsterdams filiaal een tweede balk werd gereserveerd.
En kon ik aan de slag. Het was net zo lastig als vooraf verwacht, maar daar konden die mensen in de winkels niets aan doen. Ik geef toe, het is klein ongemak in vergelijking met wat er zoal in de wereld speelt, maar toch. Werk je eenmaal in een winkel, doe dan je best om er een feestje van te maken. Dat helpt bij de verkoop, je dag verloopt er sneller door en klanten reageren domweg aardiger. Chagrijn, onwil, gebrek aan kennis, en (ik moet het toch stellen) geen benul van de Nederlandse taal soms, helpt niet bij het bereiken van persoonlijke of zakelijke doelstellingen. Daar mag best wat op getraind worden. Zoals men doet bij ketens als WoonXL. Daar krijg je antwoord, begeleiding en wil een verkoper er alles aan doen om je te helpen aan het gevraagde. Voor de rest zag ik alleen maar dat er nog veel werk is voor motivatietrainers en verkoopcoaches.
Het moderne wegverkeer kan niet meer zonder even moderne navigatie en meer. Zo lijkt het althans. De tijd van Shell-boeken en soortgelijke kaarten is wel wat voorbij. Een beetje auto heeft dat spul allemaal standaard ingebouwd aan boord of het is via de optielijst eenvoudig bij te bestellen. Voor de rest is er de losse navigatieapparatuur van bijvoorbeeld Tom Tom. Handig, en als je even de weg kwijt bent in het woud van files en omleidingen helpt deze apparatuur je snel weer op de juiste route. Mijn eerste navigatie/apparaat was van de simpele soort. Zoonlief kocht hem voor me en dat leerde me dat je zonder die dingen maar wat zit te klooien al ben ik dan zelf nog wel in staat om ook zonder dat een geografisch redelijk juiste koers in te leggen om bij bepaalde plekken te komen. De Mio kende maar een groot probleem, zonder verbinding met de accu in de auto deed hij weinig meer en updates kon je er niet voor kopen. Dus kocht ik mij twee auto’s geleden alweer een TomTom. Aardig ding, sneller dan de Mio en in handzaam formaat. Keurig in een hoesje zodat hij niet kon beschadigen. Hij bracht me tijdens onze Nederlandse of Europese trips overal en nergens. Kostte niet zo veel, maar bood opnieuw geen updates. Althans na het eerste gebruiksjaar niet meer.
Als ik hem alsnog wel wilde updaten moest ik meneer TomTom elke keer 40 Euri betalen. Best veel geld bij een apparaat dat nieuw indertijd net aan 100 euro kostte. ‘Toch eens kijken naar een andere’ was nog weleens de opmerking die ik maakte tegen vrouwlief als we weer op een weg reden die de TomTom niet herkende. Maar het kwam er nooit echt van. Tot de Tom door ongelukkig toeval onlangs zijn einde vond. Wij waren onderweg in het zuiden. En af en toe ook met twee mensen extra aan boord van de Blue Angel. Daarvoor verschoven we de voorste stoelen even wat naar voren. Op de laatste dag, op weg naar huis, nog even hier en daar gekeken. Tommie ging tussen de voorste stoelen waar hij niet werd gebruikt. Maar omdat we weer met zijn tweetjes verder zouden rijden schoof ik de stoel van vrouwlief naar achteren. O jee, de Tommie zat samen met een Cd van een van onze favoriete Amsterdamse zangers (..) knel. Snel weer naar voren die stoel. Maar het was al te laat. Tommie had een paar kerven in zijn tot dan gladde vingertiphuidje. Niet dat dit optisch erg was, maar de werking werd ineens heel anders.
Hij deed eigenlijk plotseling gewoon waar hij zin in had. Bestemmingen opzoeken was er daar niet een van. Einde oefening! We kochten onlangs zijn opvolger. Een ander merk, met levenslange updates op de kaarten voor heel Europa. Met een brok informatie die ik nog niet kende. Zelfs de straatnamen worden uitgesproken, ik word gewezen op tankstations en evt. parkeerplekken. Onderliggend zit een menu met ongekend veel aanvullende informatie. En het scherm is twee keer zo breed als bij Tommie. Die gaat in een elektronisch graf. Garmin is mijn nieuwe merk. En de gegeven informatie door de vriendelijke verkoper bij Media Markt in Hoorn deed de rest. Wat een aardige lui daar. Nu eens zien of ik al jullie adressen er weer in kan krijgen. Wel zo handig.









