Kattenverhoudingen….

Laat ik vooropstellen, en dat doe ik met klem, onze zwarte kater Pixel, nu net 4 jaar oud, is een ongekende schat van een kat. Hij is dol op kroelen en wil het liefst tussen ons in zitten of liggen. Waarbij hij het bijster plezierig vindt als we hem aaien, strelen of onder de kin kriebelen. Kreunend geknor is dan ons deel en het geeft aan dat dit een ware mensenkat is. Het was dan ook met stomme verbazing dat we keken naar hoe hij de kleinere uitgave van zichzelf Punkie, toen die nog leefde (werd maar net twee jaar oud) soms door het hele huis heen joeg. Hij had dan grote zwarte ogen, wilde niet luisteren naar onze waarschuwingen en knokte als een wilde kat. De kleine gilde het dan vaak uit. We snapten het niet, want soms lagen ze echt ineengestrengeld op bank of het eigen bedje. Maar even vaak liep het gierend uit de klauw. Die kleinere versie was op zichzelf ook een enorme lieverd, daar niet van, maar dat hij achterna gezeten werd had een reden. Alleen kregen wij daar niet meteen inzicht in. Wellicht was hij toch zwakker dan zelfs wij konden inschatten. Sinds afgelopen zomer kwam ter completering van het stel, nummer drie hierbinnen.

Het Prinsje Percy, ik beschreef hem al eens uitgebreid. Breed van haar, stevig van postuur, en anders dan zijn ras eigenschappen doen vermoeden, een vechtersbaas. Hij werd niet meteen met gejuich ontvangen hier, de beide zwarte huisgenoten waren het over een ding snel eens, die nieuwe kleine kater was eng en hoorde hier niet. Dat onthield de koninklijke kat. Toen wij nummer 2 dus na een lijdensweg van dagen helaas moesten laten inslapen en hij niet meer mee terug kwam van de dierenarts werd door de beide overblijvers nog wel soms gekeken waar hij kon zitten of liggen. Men zocht maar kon niet meer vinden. Dat oogde nog wel lief. Maar ook vreemd. Daarna nam het gewone ritme zijn plek weer in.

En zagen we ineens dat de grote lieve kater veel last kreeg van de kleine vechtersbaas. Die kreeg weliswaar op zijn beurt best klop, maar deed geen stapje terug. Viel gewoon aan en op enig moment verjoeg hij die zwarte huisgenoot van ongeveer elke zit- of lig plek. De grote kater weet niet precies hoe om te gaan met dat langharige tuig, moppert wel, maar wordt niet boos. Gaat ‘af via de zijdeur’ als het nodig blijkt en hij het geknok zat is. De hiërarchie duidelijk gewijzigd. En we zoeken naar dat boze karaktertrekje wat hij nog wel had toen nummer 2 onder ons was. Ging dat dan toch een uiting van het feit dat die kat chronisch ziek was door zijn slechte start als kitten?! Het moest wel. We grijpen overigens niet in bij de verdeling van de macht hoor. Nog steeds kunnen ze mekaar hebben, maar de door zijn afkomst als meegaand bekendstaande jonge prinselijke kater is geen exemplaar om zonder handschoenen aan te pakken. Zoveel is ons wel duidelijk. Wonderlijk genoeg zijn ze midden in de nacht net zulke goede vriendjes als nummer 1 en 2 dat waren als de lichten werden gedoofd. Soms snap je die wereld van katten echt niet. Maar dat maakt ze ook zo boeiend. En vandaar dat ik er iets over schreef….

De komst van Prins Percy

We keken er al enige tijd met grote belangstelling en even groot ongeduld naar uit. De komst van onze derde kat(er) die op 5 mei jl. werd geboren. Een soort van raskatje. Een Ragdoll! Niet dat we daar nu per se van zijn, onze nog jonge al in huis verkerende vierpotige huisgenoten waren meer van de normale kattensoort, maar we wilden gewoon iets anders toevoegen. Naast twee zwarte nu eens iets grijs of blonds. Via een lieve vriendin die ons hier over tipte kwamen we terecht bij een dame die met haar gezin een huis bewoonde waar wij ooit drie nummers verder op in de straat onze Almeerse jaren sleten. Het nestje was juist ingericht, de kittens nog een soort blinde molletjes op zoek naar de melk die moederpoes nogal gemakkelijk verstrekte. Twee echt blonde kittens en twee iets donkerder van kleur. Om praktische redenen wilden we een katertje. Dat werd dus afwachten. Want voor je het geslacht kunt bepalen bij een kitten ben je wel een paar weken verder. En bij de vrij harige soort waar wij nu voor gingen is dat extra lastig.

Overigens is onze poes nummer 2, Punkie, als ‘vrouwtje’ bij ons binnengekomen met de daarbij behorende naam en garantie. Maar het asiel waar we deze lieverd vandaan haalden had niet goed gekeken en bij de eerste controle van de d.a. die we hiervoor in de arm namen bleek het toch echt een katertje te zijn. Nou ja zeg….. Maar eenmaal in huis verandert het geslacht niets al is de ingreep ter castratie een heel andere dan die waarbij een vrouwtje moet worden gesteriliseerd. Hoe dan ook, pas onlangs werd duidelijk dat het nestje van 4 kittens een enkel mannetje had voortgebracht, die werd voor ons. En deze kleine schavuit haalden we in de derde week van juli op. Goed op gewicht, zindelijk, lekker gezond, brutaal als de beul en schitterend van kleur en haardracht. Prins Percy. Een naam die klinkt als een klok, een paar dagen lang uitgedacht, omdat wij nu eenmaal sinds de jaren 70 de principes huldigen dat onze huisgenoten een naam moeten krijgen die met een P begint.

Ach, laat ons, het is gewoon een leuke traditie. En deze bijna koninklijke gast kreeg de toevoeging Prins omdat ik dat extra leuk vind. Hoe dan ook, ‘gewoon volk’ mag hem Percy noemen. Een prinsje van de soort die ons direct om de harige vinger wond. De hele rit naar zijn nieuwe huis niet mekkeren of miauwen maar gewoon lekker slapen. Thuis ging dat wel over. Hij blijkt een kwekkerd. Overal waar hij loopt laat hij zich horen. Als hij iets van ons wil, miauwen! De bak opzoeken of zijn huisgenoten, idem dito. Het gewenningsproces met die twee hier al enige tijd verkerende jongvolwassenen had wat voeten in de aarde. Geblaas over en weer was niet van de lucht. Maar na twee dagen begonnen de verhoudingen te ontdooien. Percy werd steeds beter geaccepteerd. Met name zijn grote ‘voorbeeld’ Pixel begon hem echt leuk te vinden en liep al snel te dollen. Dat kwam en komt dus wel goed in poezenland. Nu is hij nog klein en genieten we van het typerende kittengedrag. Gaat snel zat. Zijn pa was na een jaar al een kilo of zeven en uitgegroeid tot een heel stevige kater. Ook dat zal wennen worden voor de andere twee. Pixel is een meer dan stevige en gespierde kater, die redt het wel, maar onze Punkie is een soort van zielige kneus. En groeit niet meer. Dus die krijgt het wellicht lastig in de toekomst. Maar ja, die wil ook niet echt een liefdesrelatie met de nieuwkomer. Is wellicht een voorbode…

Een jaar Punk…..

WP_20160414_009Weet je het wellicht nog? Een jaar geleden alweer haalden we onze kleinste poes op uit het lokale dierenasiel. Die poes met een heel verhaal. De kitten die met zijn broertjes en zusjes door een of andere schoft was gedumpt en zonder eten of drinken in een vuilcontainer had gezeten. Gelukkig gered en door ons daarna uitverkoren. Nou ja, hij koos ons uit met zijn brutale manier van doen. Sindsdien is hij uitgegroeid tot ‘kleine urk’. Want poes bleek kater, de oorspronkelijke naam werd gewijzigd. Hij onderging de dingen die kittens dienen te ondergaan. Hij vrat en vreet als een bootwerker, palmt ons in met zijn lieve charme en ligt het liefst op ons of tegen een van ons aan. Voor grote huisgenoot Pixel is hij beurtelings speelgenoot of prooi. Die kan niet zo goed kiezen wat hij het leukst vindt aan dat kleine zwart/witte monster. Zal ook komen door zijn wat kleinere bouw. Pixel is zowat twee keer zo groot als hij.

WP_20160109_010Anders dan Pixel is de kleine ook liever lui dan moe. Slapen kan hij als de beste. Vooral overdag. ’s-Nachts gaan hij dan spoken. Onderzoeken wat leuk is en wat niet. Omdat hij dan ook weet dat Pixel in een soort zelf verkozen coma ligt. Die is overdag veel actiever, maar slaapt in de nacht als een roosje. Is het een miauwende kat? Nee! Hij piept wat in het rond. Vooral als hij ontdekt dat hij de deur niet kan open maken. Want hij is ofwel te lui om dat te leren dan wel hij vertikt het gewoon. Hij kan verleiden, kopjes geven, knorren, maar praktische zaken is hij niet zo sterk in. Zoals goed springen. Waar onze Pixel afstanden overbrugt van 1,5-2 meter is voor de kleine Punky 50cm al een erg grote barrière. En het ziet er niet naar uit dat hij dat ook nog zal leren. Want dat moet je dan toch wel een keertje oppikken als kat zou je denken. Zeker als je grote voorbeeld het keer op keer voor doet…

WP_20160509_010Een kater met een handleiding dus. Met een kopje als een clown, een karakter vol liefde en overgave, maar weinig praktisch inzicht. Tot er een vlieg of mug in de kamer is. Dan ineens zie je iets wat lijkt op het gedrag van een gemiddelde huiskat. Maar als het te lang duurt snelt hij terug naar zijn uitrustplek en knort vol genoegen over zijn avonturen. Alleen jammer dat we dat niet zo goed begrijpen. Na een jaar weten we in ieder geval dat we in ons gezin een paar aardige karakters op vier poten onder een dak hebben verzameld. Van harte gefeliciknord Punk! We genieten van je!

 

Asielzoeker thuis…

WP_20150912_034Al eerder meldde ik het verhaal van de kleine asielzoeker die in ons huis een warm onderdak verkreeg. Gevonden op straat, geholpen door goed willende mensen, en bij het Amstelveense asielcentrum weer opgeknapt. Toen wij hem aantroffen was nog sprake van een ‘haar’. Immers ze stond als ‘vrouw’ ingeschreven, maar bleek bij de eerst medische check-up toch echt voorzien van een paar kennelijke onderdelen die onmiskenbaar toebehoren aan een man van dezelfde soort. Vanaf moment een hebben we de asielzoeker behandeld als een eigen kind. Hij eet als een bootwerker. En springt knorrend op schoot om zo sympathie op te wekken voor zijn voorheen zo kansarme positie. Minder geslaagd is de ontvangst door de tot dan autochtone jong volwassene die sinds moeder overste is gaan hemelen hier de dienst uitmaakte. Protestacties die eerst vooral vocaal werden geuit leidden later tot fikse schermutselingen.

WP_20150701_021Groot tegen klein, David tegen Goliath, waarbij Goliath een ultiem middel in de strijd wierp, zijn lenige jonge lijf en gewicht, maar ook een soort nekbeet die veel van doen heeft met hoe Dracula jonge maagden verleidde zich aan hem over te geven. De kleine asielzoeker beet en krabde van zich af, af en toe heftig krijsend. We zijn intussen een paar weken verder en de gevechten worden kwantitatief minder talrijk. Af en toe wordt er samen gewerkt of zelfs gegeten. De schoot van een van de baasjes wil nog wel eens een twistpunt zijn, maar het lijkt er op dat er een soort gewapende vrede is ontstaan. Nu maakte de Dierenarts waar we die eerste check-up lieten doen redelijk stellig. ‘Gewoon laten gaan, als er geen bloed vloeit gaat het vanzelf een keer goed’. Nou ja, of we het zo ver moeten laten komen. Feit is dat die kleine groeit als kool, poten heeft die doen vermoeden dat hij stevig aan de maat is op volwassen leven, en dat onze zwarte schat, die nu iets van 1,5 jaar hier zorgt voor veel vermaak, dan toch voor zijn welzijn moet vrezen.

WP_20150918_002Al begint die zelf nu te lijken op een zwarte panter met bijpassende souplesse en uitdrukkingen in het even zwarte kopje. Een probleem blijft echter bestaan. Vrouwlief en ik zijn het niet eens over de nieuwe naam voor de asielzoeker die ooit binnenkwam als Pebbels. Maar ja, toen was het nog een meisje. Met een lijst van iets van 60/70 namen beschikbaar komen we er niet zo goed uit. Pico, Paco, Punkie, het komt allemaal voorbij. Nu nog even kijken wat het beste past. Voorlopig luistert hij het beste naar ‘Eten!’. Misschien is dat een aardig compromis?!

Uitjes

HKR2Nee, dit keer geen blog over uitjes als voedsel, maar over het begrip in de zin van reisjes…Anders dan veel andere mensen die wij al dan niet goed kennen, vieren wij geen lange vakanties. Al was het maar omdat onze zwarte huisgenoot ons maar heel lastig kan missen. Dus maken wij korte tripjes. Een dagje hier een nachtje daar. Het brengt ons op nooit eerder onderzochte plekken, en soms ook weert op bekende. Voorwaarde is wel dat we een hotel hebben met bad en enig ander comfort. Het ontbijt moet ook uitgebreid en smakelijk zijn. Kwestie van uitzoeken vooraf. Dus maakten we dit jaar een paar van die tripjes en bezochten daarbij vooral het zuidoosten. Toch een leukere hoek van ons land dan het noorden of het oosten. De Brabanders en Limburgers zijn plezierige mensen in de omgang en het leven is er nog goed.

WP_006013Op ruim 1 uur rijden van de grote steden in het westen van ons land voel je je vaak al als echt op vakantie. Dit jaar een paar maal Overloon bezocht, maar ook nieuwe plekken als Helmond, Asten, Best en zo meer. Natuurlijk Roermond, en even over de grens bij de oosterburen. Aken, Heinsberg, Kleve en nog wat adresjes. Al was het maar voor het eten en de winkels daar. Gewoon relaxed boekenwinkels bezoeken, van de papieren soort die men daar nog met veel verve verkoopt. Voor ons dus geen lange vluchten of dito ritten. Dat ligt een beetje achter ons, gewoon 1,5 -2 uur en dan moet het klaar zijn. Het geeft ons het gevoel twee weken weg te zijn als we dat meer twee dagen echt waren. Langer is geen optie omdat onze Pixel dan vermoedelijk naar een dierenpsycholoog zou moeten. Bij thuiskomst krijgen we een ontvangst die er niet om liegt. Als er een kat is die ‘op ons mensen’ is, dan onze Pixel. Maar daarvoor hebben we een oplossing bedacht, en dat houdt ons even wat meer thuis dan we normaal dit jaar tot nu toe hebben gedaan. Tijdelijk, maar toch. Daarover later meer…..

Porselein en kleine poezen…

altAnjHvCVHUvlydJVCwVU6lVXQCHjqsP1CAtKMuAUcgT8yDe kleine poes wil, zo lijkt het, niet echt groeien. Hij blijft fysiek klein van stuk en gedraagt zich soms nog steeds als een kitten. Momenten van innige liefdesuitingen wisselen zich af met enorme nieuwsgierigheid en eigenwijze ongehoorzaamheid. Precies zoals je van een jong dier als dit mag verwachten en dat leidt soms tot hilariteit, tot het gevoel dat je hem zou willen ‘opvreten’ maar soms ook tot wanhoop. Zo is een van zijn geliefde bezigheden om zich bij mij in mijn werk/museumkamer te storten op het daar aanwezige wasbakje. Liefst met de kraan er boven wijd open. Alsof douchen en drinken samen moeten gaan. Drijfnat over mijn bureau heen lopen is dan fase twee, (een laptop ziet hij aan voor een rode loper) en daarna ergens tussen de vitrine en uitstalkasten te verdwijnen. Geschuifgeluiden van tussen alle collecties geeft al snel aan dat meneer zich ineens anders vermaakt dan door mij gewenst. En dat geschuif leidt ook steevast tot beschadigingsellende.

WP_20140911_003Plastic constructies die soms dertig jaar geleden zijn gebouwd blijken zeer kwetsbaar voor een er lomp boven op staande poes. Onlangs veroorzaakte hij een wat grotere schade. De omvang daarvan ontdekten we pas twee maanden later, maar toen was het ook meteen goed raak. Op een goede dag in november vorig jaar vonden we ons toilet beneden ‘open’. In de toiletpot lag een stenen bakje en heel veel geurbloemen. Meneer had even een sprong gemaakt naar de plank waar dat spul op staat en dat was mis gegaan. Na opruimen van de rommel bekeken we de toiletpot. Niks te zien, pffff….gelukkig! Maar twee maanden later, een haarscheur. En niet een kleintje. Het porselein bleek gebarsten en dat leidt op termijn  tot ellende. Dat wordt dus een nieuwe pot. Op zich niet zo spannend, de loodgieter verkeert een paar straten verderop en is altijd snel ter plekke als we hem nodig hebben. Maar…..de pot die wij nu hebben staan is van de luxe soort, met een fraai porseleinen reservoir. En laten die nu niet meer geleverd worden!?

WP_20150108_026Dat moet allemaal uitgewisseld worden. Krijgen we meteen een pot die 5cm hoger is. Want ook dat is tegenwoordig mode. Kortom, we komen op een soort troon te zitten. Met dank aan de kleine poes, die het allemaal minzaam bekeek. Want een vreemd iemand die in ‘zijn toiletruimte’ aan het meten was…..het moet niet erger worden. Op 5 februari a.s. gaan we de kleine verbouwing meemaken. Rekening baasjes…. En de poes? Die vindt dat we wel wat mogen opschieten met zijn brokjes…..En of de douche op lauw kan….