En toen werd het koud….

Van de ene op de andere dag sloeg het weer om. En toch moesten zij er uit. Afgesproken. Samen kleedden ze zich er feestelijk voor aan, het zou een mooi diner met vrienden worden. Ze waren gevaccineerd, hadden modieuze mondkapjes bij zich voor het geval ‘dat’ en sloten het huis zorgvuldig achter zich. Toen ze in hun grote Volvo stapten begon het te sneeuwen. Ach…het zou wel meevallen toch. Zij huiverde, ondanks die dikke winterjas die ze droeg over die blote jurk en stay-up kousen die ze eigenlijk nooit had aangehad. Tja en een vest er onder dragen was natuurlijk geen optie. Haar in de juiste coupe, makeup verzorgd en een lekkere parfum op de thuis nog warme plekken…. Ze zette haar zijde van het verwarmingssysteem in de stoere Zweed op 23 graden. Hij in zijn smoking, wat stond hem dat prachtig, vond 19 graden best goed voor een ontspannen rit. Terwijl ze de snelweg bereikten en die opreden werd de sneeuwval echt heftig en het meeste van dat spul bleef nog liggen ook. Na 20 km onderweg waren er nog sporen van andere auto’s te zien, de rest wit geworden en bevroor op de onbehandelde ondergrond. Langzamer en langzamer werd het reistempo. Hij nam geen risico. Zij dommelde. Dacht aan die collega waar ze zo mee had gekibbeld. Die haar op kantoor altijd kleineerde. Haar man vond dat ze zich druk maakte om niks. Maar ze kon er domweg niet tegen. Die collega was er zo een van drie kinderen, een drukke baan, stoffige kleding en altijd negatief. Ze kon er kennelijk niet tegen dat zij aandacht kreeg van dergelijke mannelijke collega’s ondanks dat ze (ze keek vaak in de spiegel om alles te bekijken) strak in haar vel zat, mooie borsten en billen bezat en zich altijd goed verzorgde en aantrekkelijk kleedde. Toen de Volvo ineens een zwieper maakte schrok ze op uit haar overpeinzingen…Ze keek naar haar man. Die was nu constant aan het vechten met het stuurwiel. De grote auto maakte slingerende bewegingen, de gladheid had hen nu ook in de greep. Haar hartslag ging omhoog, jeminee, waren ze maar thuis gebleven. Was veel gezelliger met zijn tweetjes en zonder risico’s. Uiteindelijk raakten ze vast in een stilstaande file achter een paar trucks die niet meer voor- of achteruit konden komen. Hij zette de verwarming maar wat hoger. De buitentemperatuur liep volgens hun Zweedse kameraad op naar -10 graden en de sneeuwval werd zodanig dik dat al snel de ruiten dicht zaten. Het werd koud…zelfs met die verwarming aan. Het zou een bijzondere kerstavond worden, dat voelde ze wel aan…. Ze trok haar schoenen uit en nestelde zich op haar stoel…..Waarom niet even slapen nu het nog kon….? Het zou een bijzondere Kerst worden….dat voelde ze nu al….

Met wisselend succes- Mitsubishi

Met wisselend succes- Mitsubishi

Steevast aangeduid door mensen die moeite hadden met de merknaam als Mitsiboesji of zo, was het merk Mitsubishi in ons land ooit een van de grote Japanse merken. En ook een die vrij vroeg de stap naar west-Europa durfde te maken. En zoals dat ging in die jaren, veelal met ‘veel auto voor je guldens of Belgische Francs’. Terwijl het merk pas in 1960 (opnieuw) met de productie van auto’s was begonnen. Immers, het enorme conglomeraat van bedrijven onder die naam was tot dan vooral bekend geworden door haar vele vliegtuigen die de Japanse oorlogvoering zo hadden versterkt. Denk maar aan de Type O Zero jager waarvan er tienduizenden werden gemaakt en die tijdens WO2 als plaag golden voor de tegenstanders van het land. Maar goed, terug naar de auto’s. De eerste wagens die ons bereikten heetten Lancer die ergens in de jaren zeventig voor het eerst een Nederlands kenteken kregen.

Simpele wagens qua techniek, maar wel uitgerust met een radio. Moest je bij andere merken extra voor betalen. Met de grotere Galant bereikte men al snel het grote succes. Ook al zo simpel van techniek maar wel betrouwbaar en voor een relatief laag bedrag te koop. Sleutel tot succes in onze streken toen. Galants en Lancers waren niet aan te slepen zo leek het wel eens. Voor de sportieveling was er de Celeste, maar ook de Sapporo. Die laatste werd in de VS verkocht onder het Chrysler/Dodge logo. Sportief waren ze zeker, 180km/u in zicht en dat was anno 1977 best snel. Met de kleine Colt begon de victorie pas echt. Een compacte auto met voorwielaandrijving, recht in het hart van de Duitse en Franse concurrentie en vooral vrouwen zeer aansprekend.

Daarna werd Mitsubishi vaste waarde in autoland. Men leverde componenten aan Hyundai waar men op basis daarvan weer wagens in elkaar zette die uiteindelijk als concurrent voor Mitsubishi’s golden. Er kwamen bedrijfswagens in het gamma, zelfs lichte trucks die we als Fuso leerden kennen. In later jaren liet men het segment van de kleinere en goedkope wagens los. De vormgeving werd recht en strak, de techniek veel moderner maar de prijzen ook fiks hoger. Het merk werd een middenmoter. In de huidige tijd werkt men vooral met hybride-technieken, kent ook elektrische tractie, die men in Europa dan weer deelt met het Franse PSA (Peugeot/Citroen). De bedrijfswagenlijn wordt ook gedeeld met anderen die vaak de onverwoestbaarheid van de techniek tot eigen waarden maken met dank aan die Japanse fabrikant met die driehoekige jujubes op de neus van haar auto’s. Is het een goedkoop merk gebleven? Nee! Maar leaserijders vinden het nog steeds wel een acceptabel merk. Tot niet zo lang geleden ook voor een deel in ons land gebouwd. Denk maar aan de Carisma die als zustermodel van een Volvo in het Limburgse Born van de band liep. Tegenwoordig laat men kleinere modellen bouwen in Thailand, en verkoopt die dan weer in de A-klasse waar altijd nog wel kopers te vinden zijn. Maar er zijn ook verhalen geweest dat Mitsubishi net als Daihatsu en Chevrolet (Daewoo) Europa zou willen verlaten. De productie te duur, de kosten te hoog, de markten te klein. We zullen zien waar het naar toe gaat. Maar een leuk merk was en is het zeker. (Foto’s: Archief)

Weimar…

Weimar…

In de jaren na WO1 ontstond in Duitsland een machtsvacuum omdat de toenmalige Keizer Wilhelm vluchtte naar Nederland en hier in Doorn onderdak vond, maar zijn land achter liet in chaos en armoede. Duitsland had volgens de geallieerden de oorlog verloren, de Duitsers zagen dat overigens heel anders, en de overwinnaars legden het oude keizerrijk zodanige sancties op dat het bedrijfsleven er vrijwel werd lam gelegd en de burgers nauwelijks aan de kost konden komen.

Een nieuwe democratische regering werd gevormd in Weimar (overigens in de vroegere DDR gelegen en zeer de moeite van een bezoek waard al was het maar omdat ook Goethe daar wordt vereerd) en baseerde zich op een Republiek die met een Rijkskanselier uitgerust een prima alternatief bleek voor die afgezette monarchie. Maar de vernedering van de Grote oorlog had diepe wonden geslagen en het land was eigenlijk geen echte eenheid meer. Dat vertaalde zich in een inflatie die zo groot werd dat een brood op enig moment een paar miljard D.Mark kostte. Om een en ander te camoufleren drukte men zoveel biljetten bij dat wat je vorige maand nog in je handen kreeg deze maand 100% minder waard was.

De geldpers als alternatief voor een evenwichtige economie. Weimar ging kopje onder toen communisten en rechts-radicalen aan de boom van de democratische regering rammelden en dreigden die boom om te kappen. De financiele crisis van 1928 deed de rest. Duitsland rijp voor ofwel een communistische dominantie naar Sovjet-model of een ‘staat van fatsoen’ onder mensen die hielden van ‘opruimen’. Die laatsten wonnen en vanaf 1933 werd ene Adolf Hitler verkozen tot regeringsleider. De rest is geschiedenis. Wat wel beter werd, de inflatie beteugeld, de industrie weer op gang gebracht en de armoede verleden tijd. Dat van die inflatie en die geldpersen is iets van alle tijden.

Want wie wel eens heeft gekeken naar de Amerikaanse economie weet dat die voor triljoenen dollars bestaat uit schulden die men voor een groot deel weer compenseert met bijdraaien van enorme bedragen nieuwe dollars. En hetzelfde zie ik nu weer in Europa. Miljarden worden maandelijks gestoken in overeind houden van de economie rond corona. Het hele bestrijden van die pandemie gaat nu alleen al in Nederland op weg naar de 100 miljard extra staatsschuld. Het nieuwe kabinet Kaag gooit daar nog eens tientallen miljarden overheen bedoeld om onze economie om zeep te helpen ten behoeve van het ‘klimaat’. En dat lenen we dan weer bij de ECB die de rente voor dat lenen op nul houdt en naar behoefte Euro’s bijdrukt. Onlangs hoorden we dat de inflatie ineens dik boven de 5% is gestegen.

Dat maakt dat ons burgerbezit er op achteruit gaat en onze spaarreserves nu maandelijks aan waarde inleveren. Goed nieuws voor veel mensen die menen dat nivellering een doel op zich is en stopzetten van die economie een voorwaarde voor een groenere wereld. Slecht nieuws voor hen die met hard werken en spaarzaam zijn een reservepotje opbouwden ‘ voor later’. Inflatie is een glijdende schaal. En wie wel eens op een glijbaan zat weet dat als je eenmaal de weg naar beneden hebt genomen er vrijwel geen weg terug meer is. Inflatie als in de tijden van Weimar ondenkbaar?? Je weet maar nooit. En de splijting in de samenleving tussen links en rechts (het middel is vrijwel verdwenen) zegt ook wel iets. Want inflatie is niet alleen een economisch dingetje, het heeft ook gevolgen voor ons aller denken en doen. En dat is best verontrustend. (Beelden: eigen archief/internet)

Winter…banden…

Winter…banden…

Tja, op het moment dat ik dit verhaal dicht heeft Piet Paulusma net beschreven dat de komende winter er een wordt van de strenge soort.

Met sneeuwstormen en vorst. Wie weet gaat die schaatstocht waar veel sportieve lieden van dromen, door. Een scenario waar de meeste linkse lieden van stellen dat het nooit meer gaat gebeuren i.v.m. de opwarming van het klimaat, lijkt nu toch in de planning en weerkaarten te zitten. Nu is dat allemaal niet zo erg als je net als de eekhoorns in je nestje vol nootjes en kastanjes zit, maar wie er nog uit moet en zeker als dat met een voertuig moet als een auto, doet er goed aan de rubbers onder die vierwieler dan te doen vervangen door winterschoeisel.

Ik weet wel dat net als bij dat corona-vaccin ook mensen bestaan die weigeren om aan de druk toe te geven om de auto veiliger te maken, maar ik pleit er toch voor. Onder de 7 graden buitentemperatuur voldoen die winterbanden beter. Geen speld tussen te krijgen. En als je dan tests ziet op gladde wegen uitgevoerd, remweglengten gemeten en besturing bij heftige omstandigheden, valt te zien dat er geen woord gelogen is aan het feit dat je op je zomerbanden elke vergelijking verliest. Hoe breder die zomerbanden, des te minder grip je hebt en dan ben jij al snel de oorzaak van de files achter je.

Nu past het velen niet bij het eigen gekozen macho-imago, maar echt, de omliggende landen verplichten die winterbanden niet voor niks. En als je echt vindt dat het allemaal te veel gedoe is dat gewissel en ook te duur, immers dubbele band/wielcombi en opslag in de garage, kies dan voor de all-weathervariant. Een compromis tussen zomer- en winterbanden, in beide gevallen niet zo goed als die ‘specialisten’ maar goed genoeg om de winter mee door te komen. Wie de voorspelde winter door blijft rijden op die zomerbanden wens ik veel succes. Wie de winterbanden liet monteren zoals ik, veel rijplezier. Volgend voorjaar mogen ze er weer af. Vooralsnog kunnen we weer ploegen…. Met dank aan Piet Paulusma…En voor de goede orde, ook voor tweewielers bestaan speciale winterbanden. Maar de meeste diehard-fietsers weten dat natuurlijk wel….(beelden: Yellowbird archief)

Ultiem verlangen…

Als sinds haar puberteit droomde ze er van. Het kwam vast door ervaringen met haar dorpsgenootjes van toen. Dan speelden ze Indiaantje of riddertje en vond zij het altijd fijn als ze dan gevangen werd genomen door de jongens die altijd met haar wilden spelen. Gevangen en gedwongen tot niets doen had ze dan vreemde dromen dat ze werd overweldigd door zo’n jong met zijn vaak vieze nagels of kwijlende kop. Dat laatste maakte het nog spannender en in haar bed droomde ze dan verder en leidde dat altijd weer tot een soort wonderlijke climax die ze als jong kind nauwelijks kon verklaren. Vastgebonden, overweldigd, het bleef haar leven bepalen ook al kwam het er nooit van. Tot ze Jack ontmoette. Groot, breed, een echte man die hield van het leven, een snelle auto bezat, maling had aan andere mensen, maar haar op handen droeg. Hun relatie was prima, alleen had ze nooit haar diepere verlangens met hem gedeeld. Op een of andere manier voelde ze dat hij daar niet voor in was. Maar haar dromen bleven en dat diepere verlangen verteerde haar. Dus besloot ze na een paar jaar om op een avond dat de sfeer extra goed was en hij naast haar op de bank zat om hem ‘in te wijden’ rond wat haar ten diepste bewoog. Dat zij het fijn zou vinden als hij haar zou binden en dan met haar zou doen wat bij hem te binnen viel. Ze had er speciaal mooie lingerie voor aangetrokken en zelfs via een postorderbedrijf handboeien voor besteld. Nou, hij was daar wel voor te porren. En dus nam hij haar mee naar de slaapkamer, kleedde haar uit, deed haar handen in de boeien, bond haar benen vast aan het bed, kuste haar, deed het licht uit en verdween. In de kroeg om de hoek was een darttoernooi aan de gang en hij wilde daar graag bij zijn. Maar zij hield hem altijd tegen. Nu niet meer… Buiten glimlachte hij….vrijheid, het ultieme gevoel….verlangen daarnaar altijd al gehad…

Dictatuur…

Dictatuur…

Wat we ook vinden van onze regeringen en/of overheid in tijden van nood, en die corona-ellende durf ik echt wel zo te duiden, een dictatuur heerst hier niet. Je mag het oneens zijn met maatregelen, met de linkse visie van Rutten en zijn coalitiegenoten, je mag tenminste vinden wat je wilt en dat is een groot goed in een democratisch land. Maar er zijn groepen die zich betutteld voelen, die in de minderheid zijn maar menen dat zij gelijkwaardig dienen te worden behandeld omdat zij ‘principes’ kennen die anderen kennelijk niet bezitten. De anti-vaxers in dit land zijn daar een aardig voorbeeld van. Mensen die weigeren om allerlei redenen om een van de vaccins te laten zetten die worden gebruikt om de pandemie en enorme besmettingen met dat Chinese virus te remmen of te temmen.

Op enig moment was 85% van onze bevolking dit jaar voorzien van tenminste een prik. Gratis en voor niets. Veelal goed verzorgd. Die overgebleven 15% weigert per definitie. Een deel om geloofsredenen, immers de Bijbel heeft een bepaalde frase waarin staat dat je slechts bij ziekte een geneesmiddel mag nemen, anderen zijn te lui om naar de GGD af te reizen. Er zijn mensen die de taal of cultuur hier niet begrijpen en daarom niet opdagen en dan zijn er nog de complotdenkers. Die menen dat de overheid ze kan volgen omdat ze zijn besmet met nanoprobes of zoiets als ze die vaccins in laten spuiten. Een overheid die ze volgt? Tja. Zeker geen smartphone in gebruik?? Ook zie ik dat sommige van die lui verwijzen naar de Tweede W.O.

Immers ‘de Joden werden ook vervolgd’ en zo voelen die anti-vaxers zich kennelijk ook. Opmerkelijk, omdat het bij hen vaak om niet meer gaat dan beperkte toegang tot cafe’s, restaurants en feestzalen. De bekende QR-code wordt hen nl. niet verstrekt. Die Joden waarmee men zich dan ineens associeert, en die tijdens WO2 werden vervolgd, vertelden het veelal niet na. Een dictatuur als die van toen gaat uit van vernietiging van tegenstand. Stalin ruimde zijn (vermeende) tegenstanders meedogenloos op. Die werden letterlijk naar de goelags gestuurd, vermoord of van huis en haard ontdaan. Een principe dat ook in moderne dictaturen nog steeds wordt toegepast. China, Turkije, Rusland, Belarus, Iran, Venezuela, Cuba, allemaal voorbeelden van dictaturen. En dat is echt iets anders dan wat we hier meemaken tot nu toe. Kortom, zij die hun verplichte QR-code of zoals ze dat wellicht voelen, vergelijken met wat er in de oorlog met de joodse medeburgers gebeurde, schaal ik in op een laag IQ-niveau of juist een heel hoog ego-gehalte. Immers jou door een al dan niet principiele keuze opgelegde beperking op gelijk niveau stellen als de bewuste moord op 6,5 miljoen medemensen, vind ik nogal wat. Dan ben je pas echt van het pad af. Voor de rest moet iedereen het zelf weten, ik leg als simpele meninggever geen verplichtingen op, maar het is en blijft een persoonlijke keuze. Met alle gevolgen van dien….(Beelden: Internet)

Afschrijving…

Afschrijving…

Een begrip dat in verschillende kringen een andere betekenis krijgt tegenwoordig. Ik ben vooral vergroeid met de economische kant van dat begrip. Afschrijving van roerende goederen meestal stevig, lineair en goed uitlegbaar. Immers een nieuwe auto die je net de showroom uitreed is na ingebruikname meteen een stuk minder waard dan die door jou betaalde aanschafprijs. Het waarom is economisch. Zouden we een buiten op straat gebruikte en aan invloeden van weer en wind dan wel een mateloos slechte of veel kilometers rijdende auto niet afschrijven zou hij altijd zijn nieuwwaarde behouden en komt de economie op dat punt tot stilstand.

De kracht van de afschrijving is dan ook dat we (in meerderheid het geval) anders tweedehands auto’s, motoren, of fietsen nooit zouden kunnen betalen. Het ene merk schrijft meer af dan het andere. Klein en zuinig behoren tot de gunstige afschrijvers, groot en dorstig tot de ongunstige. En dan speelt het land van herkomst, merk en ook imago een rol. Maar over het algemeen ben je na een jaar of drie bijna 45% van de nieuwwaarde wel kwijt. Rijdt je tegen een boom en vertel je dat nog na is de auto wellicht total loss en krijg je de dagwaarde uitgekeerd bij all-risk-verzekeringen.

Daarbij hanteert men vaak een net even andere restwaarde dan in de reguliere handel. Valt soms mee, in andere gevallen tegen. Een auto die tien jaar oud is nog steeds all-risk-verzekeren is dus een dure hobby, omdat de dagwaarde dan (enkele uitzondering daar gelaten) vrijwel nul is. Wat schrijft nog meer af dan auto’s? Nou meubels bijvoorbeeld. Die prachtige nieuwe zitbank die je net geleverd kreeg en neergezet in je huiskamer is direct tweedehands op het moment dat de billen het stof of leer beroeren. En raak je meteen meer dan 50% van de waarde op kwijt. Een jaartje gebruik maakt dat zitmeubel voer voor kringloopwinkel of marktplaats.

Ook boeken ondergaan dat lot. Kijk maar eens hoe snel die in waarde verliezen, als ze niet behoren tot de groep boeken die in kleine oplage zijn uitgevoerd, een bijzonder onderwerp beschrijven en/of in goud zijn uitgevoerd. Vraag en aanbod bepalen dan verder wat die fraaie en interessante boeken nog waard zijn. De rest is voer voor de shredder of kringloopwinkel. En daar zie je de vergankelijkheid van beroemde titels heel goed. Zoals onlangs het zeer goed verkochte boek ‘vijftig tinten grijs’ waarvan ik drie exemplaren zag bij een kringloper voor 25 cent per stuk. En in nette staat ook nog. Afgeschreven. Net als we sommige mensen doen. Kanslozen, sommige daklozen, drinkebroers, hongerigen, mensen die knel zitten in een oorlogsgebied of niet passen in onze denkwereld.

Afgeschreven. Verdreven. Maar veelal ook zonder meerwaarde voor de samenleving. Zou er een kringloopsysteem voor bestaan? Of inruilen mogelijk bij de Schepper als die al bestaat. Ik zelf heb die laatste al veel eerder afgeschreven. Te veel voorbeelden gezien van wat niet deugt in die schepping. En dat gaat dan echt niet om mooie auto’s, lekker zittende bankstellen, of een warm aanvoelend huis. En wat dat laatste betreft, de meeste huizen schrijven niet af maar worden steeds meer waard. Maar ja, die zijn ook onroerend. Maakt bijna ontroerend. Stenen gaan voor mensen….nog altijd…(Beelden: eigen archief)

M.G.

M.G.

Tegenwoordig onderdeel van een Chinees bedrijf is de naam M.G. nu vooral verbonden aan elektrische wagens met de uitstraling van een rijdende badkuip. Maar ooit was het een van de visitekaartjes van de Britse auto-industrie. En was het ook een echt aansprekend sportwagenmerk dat werd opgericht onder de naam Morris Garages. Waarbij die naam dan weer verwees naar de eigenaar van die garages onder wiens dak de eerste MG’s het levenslicht zagen. Dat was al voor de oorlog het geval en die wagens waren goed gebouwd, bleken aardig betrouwbaar en reden weliswaar niet comfortabel, wel sportief. Na de oorlog werden ook bij ons MG’s verkocht aan liefhebbers en zag je de TC nog wel eens voorbij komen.

Een auto die zich baseerde op de vooroorlogse TB (ook befaamd door RAF-piloten die er graag in reden), maar dan met een verbeterde versnellingsbak. Vrij smalle spaakwielen deden gek genoeg niet veel af aan de wegligging. Die was gewoon goed. MG experimenteerde ook wel met normale ‘saloons’ zoals de toenmalige burgermansauto’s in het VK heetten, en werkte die dan om tot een MG-versie. Zo ontstond de YA en YB, op basis van een best saai aandoende Morris 8. Met de TD en TF zette MG hele stappen. Wagens met normale wielen, onafhankelijk geveerde voorkant, tandheugelbesturing en een wat hogere topsnelheid dan je met een oude TC kon bereiken. Met 130km/u was de koek overigens wel op.

Een beetje Opel of Renault reed dat indertijd ook, maar het open rijden langs de typische Britse landwegen vroeg om een andere stijl. Kon in een MG net even beter. Bij de TF ging de opwaardering steeds verder. Je kreeg zelfs het comfort van een paar op volwassen mensen ingestelde zijdeurtjes. Met de MGA zette MG een heel andere klasse sportwagens neer. Mooi welvend, rond, een Britse sportwagen die model zou staan voor alles wat ook de concurrentie wilde bieden. Door de jaren heen doorontwikkeld tot je er zelfs 180km/u mee haalde. Moest je wel wat centjes neerleggen, maar voor een MG had men dat best over. Gold ook voor de opvolger, de MGB.

Voorzien van een zelfdragende carrosserie, draairaampjes, naar keuze een harde of zachte kap. MG-adepten in Engeland vonden het maar niks, maar de auto bleek een enorme hit in de Verenigde Staten. En voor die markt werd de ‘B’ ook steeds verder ontwikkeld. Een GT kwam in het gamma, waarmee je ook een auto had voor in het dagelijks verkeer, je kon er zelfs je boodschappen in kwijt. Voor de VS kwam er zelfs een MGC die naar keuze een 6- of 8-pitter voorin had liggen. Het werd een beetje een mislukking omdat de auto eigenlijk geen vlees noch vis meer was. Met een top van bijna 200km.u was hij wel snel. MG werd door de jaren heen ook steeds meer een badge bij andere Britse merken die dan een van hun eigen sedans of hatchbacks lieten opkloppen bij MG tot sportieve variant en een meerprijs vroegen voor dat concept.

Het hielp niet echt voor wat de echte MG-fans van hun merk verwachtten. In de jaren daarna bleef het wat stil bij MG tot men de TF bracht, een soort retro-sportwagen met moderne techniek. Het was het laatste kunstje, of we moeten de door Rover op basis van de 90 nog uitgebrachte wagens met een MG-logo nog zien als echt de allerlaatste Britse auto van het merk. MG stierf net als Rover een relatief stille dood. Dat was tijdens de bankencrisis van na 2008 het geval. Een paar jaar later kochten de Chinezen de rechten en nog wat mallen. De hoop was er dat het merk MG herboren terug zou komen. Dat deed het ook, maar met relatief bescheiden wagens waarmee men eerst in het VK zaken deed, later ook het Europese vasteland opzocht. Elektrisch is nu de boodschap, saaiheid kennelijk ook. En dat maakt dat MG nog wel een naam is om rekening mee te houden, maar dat de ware adepten zich met walging afkeren van die nieuwe accu-gedreven wagens die er uit zien als dertien in een dozijn. Nee, dan was het vroeger allemaal veel mooier, leuker en sportiever…. (Beelden: Archief)

Nelis in Weesp…

Nelis in Weesp…

Als je dan toch in Weesp bent voor dat museum of anderszins, maak dan ook gebruik van de lokale horeca. Ik heb al eens eerder wat ervaringen met jullie lezers uitgewisseld. Niet altijd even positief, maar er zitten best pareltjes, ook al zou je dat in eerste instantie niet meteen zeggen. Zo is de al lang bestaande ijswinkel van Nelis een voorbeeld. Niet omdat men daar 2 Michelin-sterren verdient hoor, het is maar een simpel maar zeer smaakvol ingericht geheel. Maar men verkoopt er wel heel lekker ijs, en je kunt er ook terecht voor een heerlijk bakkie koffie of thee met iets lekkers er bij. De appeltaart is een aanrader, zeker als men die even opwarmt en voorziet van een klodder slagroom. Andere warme hapjes zijn er nog wel een dingetje.

Je moet goed opletten dat men bijvoorbeeld de verder smakelijke saucijzenbroodjes op de juiste temperatuur brengt, want dat wil er wel eens mis gaan. Gelukkig heeft men, anders dan eerder beschreven elders in Weesp, een waanzinnig goed team in dienst dat meteen datgene wat niet deugt weghaalt en vervangt door een nieuw exemplaar. Jonge mensen, maar kennelijk goed getraind en zeer servicegericht. Kijk, en dan maak je veel eventuele minpuntjes direct goed in mijn ogen. Meiden en jongens, men let op elkaar, is beleefd en dus gewoon zeer professioneel. Daarmee scoor je punten. Ook met een schoon toilet. Is hier top geregeld. Net als de wandversieringen, gemaakt van grote foto’s die een Weesps decor mengen met leuke uitstallingen van de eigen waren.

De menu/ijskaart ligt op elke tafel en is overzichtelijk en kleurrijk. Kortom, binnen het horecawezen van Weesp is dit wel een aanrader. Ook al zou je wellicht door die dominante ijs-etalage voor in de zaak (met zitjes buiten voor hen die even willen likken aan zo’n ijsje), de winkel eerder voorbij lopen dan een vergelijkbaar tentje met een andere uitstraling. De optelsom der dingen maakt dat ik deze winkel en haar team een 9.5 verstrek. Als men nu nog even oefent met die oven wordt het vast nog een 10. En dat is ze daar zeer gegund. (beelden:eigen archief)

Museum Weesp

Museum Weesp

Weesp, aardig en in mijn blogverhalen wel eens meer meegenomen als onderdeel van de inhoud, is een leuke kleine stad aan de Vecht. Dat kleine gaat er steeds meer vanaf, de stad groeit met de dag en wie dat wil zien moet eens gaan kijken daar. En als je er dan bent kijk meteen ook eens rond in het oude Stadshuis van deze Vechtstad dat echt centraal in het centrum uitkijkt op de omliggende straten en pleinen. Maar ook een verrekte aardig en door vrijwilligers bestierd museum herbergt op de bovenste etages. In diverse zalen en kamers daar exposeert men zaken die er uit de bodem zijn gehaald, men biedt er schilderijen aan met oude bestuurders van stad en omringend gebied. Want dat Weesp, was anders dan nu, voor een deel verantwoordelijk voor het hele gebied er om heen, inclusief de Bijlmermeer. Dat gebied werd op enig moment door midden gesneden door het toen nieuwe Amsterdam-Rijnkanaal en dat beperkte de invloed van Weesp direct.

In dat museum krijg je ook de indruk hoe welvarend dit stadje ooit was. De strategische ligging aan de Vecht maakte dat er heel wat industriele activiteiten plaatsvonden die vaak midden in Weesp terug te vinden waren. Zoals de chocoladefabriek Van Houten die daar decennialang dominant haar geur en kleur verspreidde. Tijdens ons bezoek aan het museum liep er net een expositie over dat bedrijf met die best grote naam dat begin jaren 70 het loodje legde doordat de concurrentie van grotere bedrijven en merken niet meer te bevechten viel.

De fabrieksgebouwen verdwenen. Dat zelfde lot trof de farmaceutische activiteiten die o.a. ooit van Philips waren en terug te vinden langs het Amsterdam-Rijnkanaal. Gelukkig is er nog veel bedrijfsmatig ondernemerschap in Weesp te vinden, waardoor werkgelegenheid hier nog aardig wordt gegarandeerd. Dat museum kent buiten haar eigen onderkomens op die genoemde etage ook nog een soort dependance die een etage lager terug te vinden is. Daar is een ‘marmeren etage’ te vinden die compleet is opgebouwd met dit zware maar ook vrijwel onderhoudsvrije materiaal. Zeker ook de moeite van bezoek waard. Het oude stadhuis zelf diende ooit ook als rechtbank, cachot en op de binnenplaats als executieplek. Bizar bijna, maar wel efficient. Later werd het vastgebouwd aan een weeshuis voor armen en hulpbehoevenden.

Een heel complex dat van buiten en binnen duidelijk maakt hoe onze geschiedenis vaak is verbonden aan geloof en ondernemerschap. Zonder dat was dit een klein dorp langs het water gebleven. Nu een aardig plaatsje met fraaie forten uit de oudheid, mooie molens, geweldige horeca en leuke winkels. Weesp koos zelf om zich aan te sluiten bij de hoofdstad een paar jaar terug en dat zal heel veel invloed gaan hebben op de sfeer en bevolkingssamenstelling hier. Te hopen dat men het typisch Weespse karakter weet te behouden. Wat ik al eerder schetste rond de keiharde handhaving door het Amsterdamse Parkeerbeheer hier nadat men halverwege dit jaar betaald parkeren invoerde, geeft op dat punt te denken. Gelukkig is daar het genoemde museum waar je nog even terug kunt in de tijd en genieten van een groots verleden. Met de Museumjaarkaart krijg je ‘gratis’ toegang, er zijn liften voor hen die de monumentale trappen iets te veel van het goede vinden en er is een kleine museumshop achter de ingang. (Beelden: eigen archief)