Retourtje Texel..

Retourtje Texel..

Mijn inmiddels definitief in de hemel verdwenen vliegvriend John hield wel van een avontuurtje. Hij was een bijzonder type. Gek op besturen van vliegtuigen, leerde zichzelf die serieuze bezigheid aan, regelde af en toe dan een kistje en nodigde dan nog wel eens wat vrienden uit voor een vluchtje. Ik maakte regelmatig van die tripjes met hem mee. Zo ook op 5 augustus 1989 toen op Texel een vliegshow zou plaatsvinden. Dat was (is nog steeds) een heel spektakel, waar alleen al zo’n 150 bezoekende toestellen samen komen naast de te exposeren machines.

Piloten en hun familie of vrienden overnachtten vaak naast hun kisten. Tijdens deze vliegshow kwamen en komen verder duizenden bezoekers even kijken. Omdat wij indertijd nog een luchtvaartblad exploiteerden hadden we Perskaarten en huurden bij een bevriende relatie een Cessna 150. Een tweezittertje met net voldoende plek voor ook nog wat tassen vol camera’s en een broodje van thuis. Vanaf Lelystad stegen we op en vlogen naar het noordwesten. John deed dat met verve, maar liet op enig moment de stuurknuppel aan mij om zo zijn instrumenten te kunnen instellen en wat contact te houden met de verkeersleiding in Nieuw-Millingen en later op Texel.

De PH-ALI snorde intussen tegen de wind in met een snelheid van pakweg 150km/u naar de bestemming. Daar aangekomen parkeerden we het kistje, pakten de spullen, meldden ons bij havenmeester en perscentrum en trokken naar de start/landingsbaan om daar onze foto-posities in te nemen. Het was een prachtige dag vol spektakel. Toen we weer vertrokken was dat niet in eenzaamheid. Integendeel, tientallen kisten deden hetzelfde. John riep de verkeerstoren op en grapte nog dat hij een ‘push-back’ wilde, maar die grap kwam in de drukte niet aan. Nadat we een kwartier hadden gewacht kregen we eindelijk toestemming te starten en vlogen daarna naar het Zuidoosten.

Richting de dijk Enkhuizen-Lelystad opdat we zo navigerend naar de thuisbasis terug konden keren. Onderweg, wederom met de stuurknuppel in de hand, keek ik naar de brandstofmeter. Die stond wel erg laag…. John zag het op mijn aanwijzingen ook. Dat lange wachten met draaiende motor op Texel…. Zijn vloeken waren niet luid, maar wel hoorbaar.. We haalden het gas er maar wat vanaf…wind mee dus moest kunnen….maar het werd best spannend. De auto’s op de dijk onder ons reden sneller dan wij….Maar we kwamen uiteindelijk veilig binnen. Met een vrijwel droge tank……Pfoeh…Best spannend. Toch een foutje dat je best fataal kan worden. John zag het luchtiger, meer een avonturier….Mij gaf het toch een onbestemd gevoel. Maar ik had wel vele rolletjes met mooie beelden. Onlangs scande ik de dia’s van die trip nog eens digitaal. En kwam o.a. deze herinnering weer even terug. John was een bijzondere…..maar dat vinden ze ‘boven’ vast ook…… (beelden: archief)

Dat fabuleuze Porsche…

Dat fabuleuze Porsche…

Spreek de naam Porsche uit en veel mensen worden onrustig. Of krijgen een glimlach om de mond. Want Porsche staat nog ergens voor. Pure sportiviteit tenminste en ook voor bezit van geld. Want wie een Porsche kon of kan rijden behoort toch tot een groep mensen met een meer dan gemiddeld inkomen. Terwijl het merk haar naam dankt aan de man die voor Duitsland ooit de Volkswagen bedacht nadat hij jaren lang stage liep bij andere Tsjechische en Oostenrijkse automerken.

En een redelijke band opbouwde met het toenmalige Nazi-regime in zijn nieuwe thuisland. Want naast Volkswagens maakte de van oorsprong Oostenrijkse Porsche ook naam als ontwerper van beruchte Duitse tanks en zo meer. Tijdens de oorlog werkte hij echter ook aan een ontwerp voor een sportieve Kever-variant. Een platte wagen zonder kap met die befaamde boxermotor luchtgekoeld achterin. Het ding werd gecamoufleerd getest en leidde na de oorlog, Ferdinand moest zelf een tijdlang geinterneerd in Frankrijk tandenknarsend toekijken, tot een ontwerp dat zijn zoon Ferry als eerste Porsche (1) in Oostenrijk liet bouwen en ontwikkelen tot de latere sportwagens die wij zo goed leerden kennen.

Uit stroomlijnwagens die voor VW waren uitgedacht ontstond de 356. Een fraaie ronde auto met een reeks van motoren achterin. Aluminium de materiaalkeuze, de topsnelheid tussen de 140-170km/u. Die 356 werd jaren lang doorontwikkeld maar bleef trouw aan die boxermotor met luchtkoeling, maar ook aan de onafhankelijke pendelassen achter. En dat kon wel eens tot bijzondere verrassingen leiden als iemand het stuur niet bekwam vast hield.

De B-versie werd wat groter, ruimer, sneller, maar reed niet veel beter. Dat deed wel de 911 uit 1964 die overigens als 901 al een jaar of drie eerder onder het laken vandaan was gehaald. 6 cilinders nu, 2 liter inhoud en een top van 200km/u. Prachtige lijn, schitterend geluid en goede wegligging, maar ook een prijskaartje die voor de oude Porsche-rijders volkomen uit zicht verdween. Die 911 is intussen de ruggengraat geworden van dat merk uit de buurt van Stuttgart.

Door de jaren heen is men die aanduiding trouw gebleven ook al werd de auto met het bouwjaar groter, dikker en sneller. 200km/u werd gezien als langzaam, 250km/u nu de norm. Met de 924 kwam Porsche ineens met een budgetmodel. Motor bij wijze van experiment voorin, een Nederlandse ontwerper, Audi motor. Hoewel de echte Porsche-rijder wat neerkeek op het model, het verkocht als een dolle. Want betaalbaar en dan willen mensen zeker een sleutelhanger met dat befaamde logo op de bar kunnen neerleggen.

Een overtreffende trap bereikte Porsche met de 944 die een zelf bedachte motor van Porsche koppelde aan een uitgebouwde carrosserie. Wederom een succes! Bij de 928 kwam zelfs een V8 onder de voorplecht, 4.5 liter groot en een geweldig prestatievermogen. De prijs remde de verkopen af, maar prachtige wagens. Zeer succesvol maar door velen verguisd was de 914 die samen met VW werd uitgebracht en hier de ‘VoPo’ heette.

Want deze auto was er ook als Volkswagen. Middenmotor van VW, targakap, goede wegligging. In de VS zeer populair, hier wat minder. Porsche ging door met haar sportieve lijn tot het merk eind jaren negentig en begin deze eeuw ineens de Cayenne/Turbo uitbracht. Een SUV met een plus. Hoog, snel, duur, chique maar ook voor een doelgroep die normaal niet in Porsche gezien werd. Ook de Panamera was er zo een. Groot, reissedan maar dan met een meer dan sportief gedrag en luxe die bij deze klasse behoorde.

En intussen zien we elektrische aandrijving voorbij komen bij het merk en doet men daardoor ook aan ‘het milieu’. Intussen is het merk Porsche volledig ingelijfd door VW en speelt uitwisseling van techniek nu een grote rol, het blijft een iconische naam en voor velen een ultieme jongens/meisjesdroom om er eens in te zitten, rijden of te bezitten. De bijbehorende garage moet je dan wel hebben want het dievengilde is er gek op en het onderhoud peperduur. Maar wie dat allemaal kan betalen, moet zeker niet voorbij gaan aan dit schitterende automerk. Dat zoveel dankt aan de familie die haar naam er aan meegaf en in feite ook zorgde dat er zoiets als een Volkswagen-concern bestaat. (beelden: Archief)

Vakantie…

Vakantie…

Nee, ik doe er niet echt meer aan. We doen wel eens een dagje dit of dat, maar lange perioden weg naar een of ander ver oord, het is er niet meer bij. Al was het maar omdat ik het idee dat ik onze drie langharige kinderen alleen moet laten en ik zeker weet dat die niet zonder ons kunnen. Daarbij, ik ben op zoveel plekken geweest. Interessant, warm, mooi, stil of druk, steden, stranden, bergen, ik heb het allemaal gezien.

Tuurlijk is de interesse er nog wel hoor, maar het gedoe van reizen maakt me op voorhand al moe. Zeker nu met al die corona-ellende, dat geplan, het inpakken, de reis op zich, nee, het is niks voor mij meer. Als het op een paar uur rijden ligt van huis is het mij wel genoeg. Daar spreken ze vaak nog mijn taal en eten ook dingen die ik lekker vind. Maar ik koester natuurlijk wel al die reizen en vakanties uit het verleden.

Enige reislust was me in het verleden bepaald niet vreemd en ook tijdens de vele zakelijke trips binnen en buiten Europa wist ik van de meeste momenten ook aardig te genieten. Het begon allemaal trouwens al in de jeugd. Mijn moeder was erg reislustig. Met de beperkte middelen van toen en laten we wel zijn, wonend en werkend in de hoofdstad, genoot zij intens van tripjes naar Limburg, Belgie of (hoogst illegaal want geen paspoort) Duitsland. Wij moesten als kinderen natuurlijk mee, want je kon niet vroeg genoeg beginnen met om je heen kijken.

Ze kon er vaak weer een jaar tegen als we weg waren geweest, en dat was dan vaak toch een dag of wat, net zo lang het budget het kon dragen. Later, we hadden vrijwel altijd een auto uit de ‘voorraad’ beschikbaar, werden die trips wekelijks. De Veluwe, Betuwe, bedenk het en er werd even heen en weer gereden. En met de toenmalige wegen waren dat soms best lange ritjes. Ik nam die gewoonten naadloos over. Verkende Nederland, de omringende landen en ontdekte toen dat het elders ook mooi was. Mijn interesse in de luchtvaart en carriere deden de rest.

Vliegen naar hier en daar, en altijd die verrassing van wat je nu weer aantrof of zag. De wereld is prachtig. Maar ik hoef niet zo nodig naar landen waar het volgens mij vies is of vijandig. Enige controle en regelmaat, maar zeker ook veiligheid op gebied van voedsel en water maar zeker terrorisme of criminaliteit wil ik graag in het pakket hebben zitten. Maar neemt niet weg dat ik nu dus niet meer zo nodig hoef. Al laat ik hen die dat wel zo willen graag vrij. Ga je gang, geniet er van en doe wat je wilt of kunt zolang het nog kan of mag. Enige vliegschaamte of reisvoorbehoud is mij in dat kader totaal vreemd.

Niet voor niets dik 55 jaar keihard gewerkt, dus moet kunnen. Meer iets wat in mijzelf zit tegenwoordig. En dan heb ik nog iets meegekregen van vroeger, ik heb niks met tenten, caravans of dat soort overnachtingsmogelijkheden. Ook niet met boten…Laat maar. Kortom…ik word wat saaier….vast de leeftijd. Maar ben wel nieuwsgierig, wie herkent dit?? Zonder politieke insteek, maar gewoon omdat je al zoveel hebt gezien. En geef eens aan wat je het meest imponeerde in dat opzicht? Waar was het extra mooi, kom je nu nog graag, of was het eten zo heerlijk dat je dat zelfs thuis nog wel eens tot je neemt!? Ik ben benieuwd….wie weet kan ik er iets van opsteken…(beelden: Archief)

Reinheid…

Reinheid…

Toen ik ooit het verhaal hoorde dat de fraaie bepoederde dames aan het Hof van Versailles hun ingewikkelde jurken en rokken met daaronder baleinen maar geen echt ondergoed, gewoon optilden als ze iets kwijt moesten uit blaas of darmen kreeg ik toch visioenen over hoe het in dat paleis moet hebben gestonken. Bij een bezoek aan dat Paleis een aantal jaren geleden zag ik wel op de trappen allerlei wonderlijke sporen, uitgebeten door…ja wat eigenlijk. Daarnaast kende men speciale stoelen op de eigen kamer waar je de darminhoud kwijt kon om daarna weer lekker te gaan slapen… De fantasie sloeg op hol. De geschiedenisboeken vertellen het verdere verhaal. Anders dan wij nu denken stonken mensen in die dagen van Louis een uur in de wind. Lekker badderen deden ze wel een keer in de fontein of zo, eens per jaar. De voeten werden nog wel door een bediende gewassen wellicht…maar verder..?. Intussen groeide en bloeide er van alles onder die op zich prachtig uitziende kleding. Men bepoederde zich, deed een pruik op de vol luizen zittende vette haren en zag er respectabel uit. Bij arbeiders was het in die tijd niet veel anders. Een toilet bestond nog niet, dus een houten emmer ergens in of achter het huis de plek om je te ontlasten. Stank en ongedierte zorgden voor een bijzondere atmosfeer, zeker bij warm weer. In sommige steden was men gewoon om die potten gewoon uit het raam leeg te mikken of desnoods in de aanwezige grachten. Het water sterk verontreinigd en wie daar van dronk wist dat zijn/haar einde snel in zicht zou zijn. Bier verving dat drinkwater dan en dat maakte na consumptie de boel niet schoner, maar de fysieke weerstand wellicht groter. Een stinkende massa mensen dus, ziekten sloegen dan ook heftig om zich heen en een wondje was al snel een heftige zweer. Pas ergens in de 19e eeuw ontdekten we dat persoonlijke hygiene wel eens van enig belang kon zijn. Zeep en tobbes warm water een keer per week luxe.

In de 20e eeuw kregen stedelingen de beschikking over badhuizen in hun eigen buurt. Voor een kwartje even douchen met heet water en alles een keer goed poedelen. Naaktheid kon weer. In de jaren zestig de echte kentering. Douches kwamen ook bij normale arbeidershuizen in zwang, aardgas maakte dat warm water geen luxe meer was, en de dagelijkse reiniging van lijf en leden een verplichting. Daarmee samenhangend toch ook een steeds langere levensduur. In ons huidige tijdsgewricht zie je weer de adviezen om ten behoeve van ‘het klimaat’ vooral minder te douchen, wassen bij sommigen weer een soort luxe die eens per week of maand zou moeten. Gas onbetaalbaar, de alternatieven niet in staat om een zekere mate van comfort te garanderen. Gaan we nu dus weer op weg naar die tijden van Louis? De wereld redden door onszelf te kort te doen en een uur in de wind te stinken. Als ik soms in winkels rondloop krijg ik wel de indruk. De geur van ongewassen oksels en meer hangt soms een meter om bepaalde mensen heen. Ingepakt, maar zelden uitgepakt laat staan gereinigd. En wie daarbij ook nog rookt maakt de stankkring nog wat groter. Ik vind het vies, vond het in Versailles al onvoorstelbaar dat iemand zo ooit wilde leven.

Maar anno 2022, bij een beetje warm weer….? Dus, hup, wassen die hap en schone kleding aan. En stop ook meteen eens met dat vreselijke gerook…. Zeker als ik in de buurt ben…. Zij die zich overigens omwille van wat ook ook maar een keer in de maand poedelen…laat maar weten. En zeker als je ook nog een ton voor de behoeften achter het huis hebt staan…… Ben benieuwd… (beelden: internet)

De zoektocht…

Tuurlijk had zij meer dan genoten. Het leven was haar goed gezind geweest. De liefde was haar met de paplepel ingegeven, van jongs af aan. Haar lijf was fraai (ze keek als jong kind al in de spiegel en telde dan die observatie op bij wat haar moeder tegen haar zei), het functioneerde prima, de glans van haar huid, blonde haren en de juiste genen deden hun werk. Op school al geliefd bij de jongens, maar ook de nodige vriendinnen. Toen Marcel op haar pad kwam wist ze dat ze de ware liefde had gevonden. Maar na een tijdje werd alles wat saai met hem. Nooit eens iets bijzonders, nooit een andere houding, altijd die paar minuutjes….en verder werken voor hun spaargeld…. Nee, dan Karel. Een stoere vent uit de straat die ze tijdens het sporten had leren kennen. Die verving Marcel en leverde haar een paar zeer bevredigende jaren op. Ze voelde zich vrouw als geen ander en hij schonk haar twee kinderen. Was hij haar trouw gebleven was ze bij hem tot het einde der tijden onder dak geweest, maar helaas. Freek was de derde man aan wie ze haar vertrouwen en lichaam schonk. Een beetje zoals Marcel, niet te veel hoogtepunten, maar die wist ze voor zichzelf wel te vinden. Tot ze tijdens een vakantie in Spanje Manuel tegenkwam. En die ‘viel op blonde vrouwen’. Blind van verliefdheid ging ze voor die charmante Spanjaard die haar al snel in zijn web wist te krijgen en helemaal ingesponnen hield. Later bleek dat hij zo jaloers was dat ze er extra blauwe ogen aan overhield. Ze vluchtte terug naar Nederland en nam haar kinderen weer onder haar hoede. Even geen gedoe meer met verkeerde mannen…..Maar ja, dat gevoel, die drang, dat willen weten of die ideale man bestond. En uiteindelijk moest ze toegeven dat dit niet zo was. Alles wat daarna haar huis en bed bezocht bleek weliswaar vaak goed in het een of ander, zelden dat totaalplaatje met rapportcijfer 10 te bieden. Maar ze kon er mee leven. Ze werd ouder, verstandiger vond ze zelf, kocht zich een flatje ergens in een mooie wijk van een provinciale stad en vond meer bevrediging bij het inrichten en genieten van het uitzicht dan van andere zaken. Rust kwam over haar, ze had genoten. En keek met een tevreden glimlach naar buiten…. Op straat zag ze een blonde vent…breed geschouderd…mooie loop. Snel trok ze haar sneakers aan, een strak t-shirt en rende naar beneden. Je wist immers maar nooit….op straat keek ze rond en zag nog slechts zijn gestalte in de verte……

Bob’s heerlijke tosti’s…

Bob’s heerlijke tosti’s…

In Monnickendam zit heel wat horeca. Je kunt echt kiezen. Het ene terras nog leuker gelegen dan het andere. Maar de prijzen verschillen ook nogal. Omdat wij een vorige maal voor een bepaald terras kozen en daar niet meer dan redelijk tevreden waren over de ervaringen kozen we deze keer voor het aan de haven gelegen terras van Bob en Co. Dat is gevestigd op een platte schuit in een zijarm van die haven en wordt bediend vanaf het gelijknamige etablissement op de wal. De ambiance is zeker bij mooi weer geweldig. De platbodems liggen er om je heen aan de kade en de pandjes zijn erg plezierig qua aanzien. Dat plezierige ging ook op voor de bediening. Een erg aardig en bij de ambiance passende dame zorgde voor efficiente en klantvriendelijke bediening. Gaf nog wat uitleg en zo.

Wij kozen voor de geliefde tosti omdat je dan niet meteen overvol zit meestal, zeker niet als je nog wilt verder wandelen door zo’n plaatsje. Nou die tosti’s mochten er zijn. Geweldig van samenstelling en smaak, opgediend op een keurig plankje, aparte tomatenketchup en het nodige groen. De bij bestelde thee met gewoon een grote bak heel heet water (dan trekt de thee ook goed) en in de nodige varieteit aan smaken waaronder de door mij altijd geliefde Britse ontbijtversie. We genoten van zowel de smakelijke tosti’s (op de juiste wijze klaargemaakt en op lekker (niet te dik) landbrood), de thee als wel de ambiance.

Binnen bleek het toiletblok netjes, de kok uiterst vriendelijk en de atmosfeer net zoals buiten. Het is geen hoogstaand culinair geheel wellicht, maar voor een middagje in mei, tijdens een wandeling door dit aardige stadje meer dan goed. Jammer was dat we geen bestek kregen bij de best warme tosti’s en ook een servet ontbrak. Kleine puntjes van kritiek. Net geen superhoog cijfer waardig daardoor. Maar met een goede 9 mag men daar best tevreden zijn. Deels ook doordat de prijs/kwaliteit-verhouding voor een zaak op zo’n locatie (je zit er echt geweldig..) prima in orde bleek. Wederom…aanrader! (Beelden: zelf gemaakt)

Speeltoren…

Speeltoren…

Voor ons als mensen uit de hoofdstedelijke periferie is het Waterland ten noorden van de stad natuurlijk relatief simpel bereikbaar. En het is daar plezierig vertoeven. Met name de kleine stadjes aan de oude Zuiderzee zijn het bezoeken meer dan waard. Daar zie je nog de geschiedenis van ons op handel ingestelde landje vertaald in vaak prachtige historische panden, kerken en havens die qua omvang doen verbazen. Een daarvan is Monnickendam. Tijdens ons bezoek tijdens de laatste dagen van afgelopen meimaand was het er rustig.

En dat is een verademing. Dus bezochten we wat kerken, maar ook het erg aardige Speeltoren Museum. Gevestigd in…de zeer kenmerkende Speeltoren die best boven het stadje uitsteekt. Met zijn heel bijzondere uurwerk dat met name op hele uren bezoekers vermaakt met ronddraaiende figuurtjes en een op een bazuin blazende engel.

Het museum is opgebouwd in lagen. Elke verdieping (in het torengebouw) biedt weer iets anders aan voor de bezoekers. Je kunt er films bekijken over de geschiedenis van het Waterland. Het trammetje dat voorheen vanuit Amsterdam-Noord de verbindingen tussen al die plaatsjes verzorgde, maar ook de drooglegging van de polders in dit gebied. Men heeft aandacht voor de lokale nijverheid en handel, maar ook de scheepsbouw die naar traditie in de haven is terug te vinden.

Ooit had dit stadje een levendige vissershaven met alles wat daarbij hoorde. Je ziet hoe vooral monnikenwerk leidde tot de welvaart die voortkwam uit nijverheid en handel. Wie er lol in heeft moet vooral doorklimmen naar de bovenste etage van de toren. Daar vindt je het klokkenspel, helemaal mechanisch met die eerder genoemde uiterlijkheden van die toren. De afdeling waarin dit allemaal staat opgesteld staat ook vol met andere uurwerken die tikken in dat tempo dat paste bij een samenleving waarin orde en vlijt nog van toepassing waren voor het gewone volk. Men heeft overigens ook aandacht voor de helden van de drooglegging in dit gebied en de gevolgen voor de natuur in deze omgeving die er sterk door werd verrijkt.

Het museum kost relatief gezien een habbekrats, duurste kaartje is 5 euro per persoon, maar met een gezinskaart van 12 euro heb je lol voor veel. Museumkaarthouders hobbelen gratis (..) naar binnen. De uitleg door een vriendelijke dame op de begane grond was uitgebreid en plezierig, er zijn toiletten en een kleine museumshop. Voor hen die trappen zien als obstakel, er is ook een lift in de toren, maar helaas was die stuk op de dag van ons bezoek. Maar alles is maakbaar. Zoals dit museum dat onlangs nog een uitgebreide modernisering doormaakte waardoor het echt een zeer aan te raden museum is. Ben je in Monnickendam, doen! (beelden: eigen archief)

Bedacht GM-merk; Pontiac.

Bedacht GM-merk; Pontiac.

De grote drie van Detroit waren goed in het opzetten van allerlei submerken die in verschillende prijsklassen kopers wisten te vinden die meenden dat ze bij dat specifieke merk net even beter af waren dan bij de concurrentie, die veelal qua techniek peurde uit dezelfde bron. Voor elke smaak iets te bieden dus. Zo’n merk was Pontiac. Door General Motors in 1926 bedacht (heette voorheen de Oakland Motor Car Company en stamde uit 1907) en qua uitvoering en prijs net even boven Chevrolet gepositioneerd.

Als logo-badge had men een indianenkop bedacht en veel van de modellen kregen ook de naam van een indianenstam. Latere Pontiac’s kregen meer normale aanduidingen als GTO of zo. Pontiac bleef ons nog even voorbehouden tot net na WO2. Toen kregen wij in ons land ook Pontiac’s in de showroom van de door de General Motors-importeur aangewezen dealers. Zoals de Streamliner uit 1946, die optisch veel weg had van de modellen bij de zustermerken, technisch ook baseerde op wagens die het merk in WO2 had gebouwd. Budgetklanten kregen de goedkopere Torpedo aangeboden (..), de mensen met wat meer geld de Streamliner. Dit model bleef drie jaar in producttie, waarbij elk bouwjaar op details werd veranderd of verbeterd. In 1955 kwam de Chieftain op de markt, een stoere wagen die alleen al door dat uiterlijk overtuigde. Tweekleurige lak voor de liefhebber beschikbaar net als een V8 van 4.7 liter. Opvallend was de Pontiac Bonneville uit 1959 met zijn enorme vleugels achter.

Maar ook luchtvering en een met stof bekleed dashboard dat toen gold als veiligheids-onderdeel. De Bonneville was een prachtige auto, kostte wat, maar dan kreeg je ook iets. Zoals een 6.4 liter grote V8. Door de jaren heen groeiden de Pontiac’s toch steeds meer. Ook al had men ook soms wat compacts in de aanbieding. Met de GTO kreeg je pas echt wagens met dikke prestaties. Bij een motorinhoud van 7.5 liter uit acht zijdezacht draaiende cilinders peurde Pontiac 365 Amerikaanse paarden en was de top van 200km/u bereikbaar. Dan deed je wel mee in het spel om de knikkers. Loeizwaar en groot was de Catalina van 1965. Een auto die al achterover leunde door zijn eigen gewicht, maar met zulke grote motoren te bestellen was dat heel wat Amerikanen er voor vielen.

Maar dat deden ze vooral voor de Firebird en de latere Trans Am. Wagens om de Camaro van zustermerk Chevrolet concurrentie aan te doen en zeker de Mustang van Ford. 200km/u werd de norm, zwart de meest populaire lakkleur. De LeMans was een populaire Pontiac, maar ook de Bonneville uit begon jaren tachtig. Dat waren toch echte directiewagens, de chauffeur moest je zelf even zoeken. Om in die karige jaren van de vorige eeuw meer jeugdige klanten aan zich te binden koos GM er voor om de in Korea gebouwde wereldauto (Kadett/Astra/Gemini) naar de VS te halen. De Pontiac Le Mans was ineens herboren. Een Kadett met kont, met een wat grotere motor en typisch Koreaanse/Amerikaanse styling-elementen. En ook werden er nog wat redelijk saaie en wat fantasieloze wagens geproduceerd bij Pontiac. Tot de bankencrisis toesloeg en in 2008 GM keihard trof. Het merk moest snijden in haar merken-portfolio en sloot dus ook de fabrieken van Pontiac. In-triest natuurlijk, maar gelukkig zijn er nog heel wat klassiekers die rijdend worden gehouden door mensen met een hart voor dit aardige merk. (Beelden: Archief)

Echte democraat..

Echte democraat..

Ik ben geboren in een democratie, geloof overtuigd in dat systeem, ook al weet ik dat er soms best veel op af te dingen valt. Alleen al de resultaten van wat er na de TK21 verkiezingen heeft plaatsgevonden geeft te denken. Het volk stemde centrum-rechts, kreeg een centrum-linkse regering. En een daarbij horende doctrine of zelfs vorm van klimaat- en immigratiedictatuur. Men legt het volk zaken op die nu juist reden waren om tijdens die verkiezingen net de andere kant van het spectrum in het zadel te helpen. Hoe dan ook, de ergste dictaturen uit de wereldgeschiedenis waren of zijn over het algemeen links van signatuur. Communisme of geloof de basis, onderdrukking het wapen.

Een van de landen die daar het meest onder leden was Tsjecho-Slowakije. ‘Bevrijd’ van de Nazi’s ‘koos’ men in dat land onder Sovjet-regie voor de communistische aanpak van de samenleving. Dat leidde tot een en al verloedering en ellende. Het technisch en cultureel hoogwaardige Tsjechische volk werd geknecht. Een van de mensen die zich op intelligente wijze verzette tegen het rigide regime was Vaclav Havel. Zelf afkomstig uit de wat betere kringen van zijn land, werd hij door het systeem ingebet, mocht geen studies volgen aan de daartoe bestemde instituten maar moest zichzelf wijzer maken dan hij al was via avondstudies. Hij werd schrijver, organiseerde gelijkgestemden, vertaalde en schreef toneelstukken met een zeer kritische inhoud ten aanzien van dat vreselijke communistische systeem.

Het bezorgde hem allerlei verboden, gevangenisstraffen, maar altijd kwam hij daar weer sterker uit. Havel was een aanhanger van de werken die Franz Kafka zo beroemd hadden gemaakt. Absurdistisch, maar meteen ook relativerend. Havel was een echte democraat, inspraak was voor hem een heilige voorwaarde voor een juiste samenleving. Toen de Praagse Lente door de ingreep van Sovjet-troepen in 1968 werd gesmoord kreeg hij een publicatieverbod wat hem echter steeds activistischer maakte en ook systeemvijandig. Overigens predikte hij de intelligente strijd, passend bij het volk. Geen geweld, geen anarchie, gewoon op inhoud de boel verstoren. Hij werd een van de grondleggers van de Charta77 groep die vooral ook in het westen veel aanhangers kende. In 1986 kreeg Havel de Erasmusprijs die in Nederland leidde tot nogal wat discussie. Heel wat politici brandden zich liever niet aan de lastige relatie met het communisme, het kon de verhoudingen wel eens verstoren. Waar kennen we dat tegenwoordig ook al weer van?? Nadat zijn land het communisme had verdreven werd hij in 1989 verkozen tot President van Tsjecho-Slowakije. Was tegen de splitsing van zijn land in twee delen maar kon dat niet tegenhouden.

Havel bleef een geliefde president tot en met 2003. Daarna kon hij grondwettelijk niet meer worden herkozen. Anders dan in landen als Rusland, Cuba, Turkije of Iran erkende hij die grondwet en vertrok. Hij bleef zich wel op hoog niveau inzetten voor de democratie. Ook na zijn presidentschap. Hij hoopte op en werkte aan meer democratie in Cuba, Wit-Rusland en Birma. De grote man van Tsjechie overleed tijdens zijn slaap op 75-jarige leeftijd in zijn buitenhuisje. Een groot mens was heengegaan. Omdat hij ook zag wat echt gevaarlijk is voor ons allen. De dictatuur. De onderdrukking, het gebrek aan perspectief als leiders maling hebben aan de meerderheid van een volk maar slechts bezig zijn met al dan niet bevoorrechte minderheden. Zoek de overeenkomsten maar eens met nu en je zult zien dat wij mensen als hij zouden moeten zien als vrijheidsstrijders. Anno 2022 nog steeds nodig. Maar vast een bedreiging voor de dedainisten en anarchisten die nu zo graag de dienst uitmaken……Havel zou zich omdraaien in zijn graf…..(beelden: Internet)

(R)evolutie…

(R)evolutie…

In de vakgebieden waarin ik al die decennia mijn brood met beleg trachtte te verdienen, ik deelde mijn verhalen al eens eerder op dit punt, is de laatste jaren sprake van een ware (r)evolutie. De werkzaamheden zijn in basis natuurlijk nog steeds gelijk aan vroeger, alleen heeft men veel zaken gestroomlijnd en is schaalvergroting op elk terrein een toverwoord. Kijk ik even terug naar mijn bankjaren, indertijd werkte ik samen met tientallen mensen op een afdeling die onderdeel was van een heel pand vol bankwerkers die allemaal de verstrekking van en controle op kredietfaciliteiten bij bedrijven als uitgangspunt hadden.

Die bank had nog overal fysieke kantoren, waar de lokale klanten terecht konden voor die faciliteiten naast het ophalen of storten van cash geld. Tegenwoordig bankieren we digitaal, de kantoren verdwenen en dat hoofdkantoor doet met een laptop wat wij vroeger met al die medewerkers in teamverband deden. Op Schiphol is de wereld ook totaal veranderd. De computer verving de dagen lang rennende en procedures volgende medewerkers in de passage- en vrachtafdelingen.

Groei van de omzet maakte dat waar ik ooit werkte in het meest zuidelijk gelegen kantoorpand van Schiphol, nu in die omgeving tot ver aan de horizon giga-panden staan en ook de meeste passagiers gewoon thuis op hun laptop boekingen doen en zelf hun tickets printen. Vloog je vroeger voor pakweg (omgerekend) 250 euro p.p. naar Parijs, wie het slim aanpakt kan dat nu voor een paar tientjes. Het avontuur werd een busrit met vleugels. Later in het autovak was de combinatie van verkoop en administratie een hele klus. Alles handmatig. Tot aan het halen van nieuwe auto’s bij importeurs aan toe. Als je een auto had verkocht moest je een stel handelingen verrichten waar je een halve dag mee zoet was, intussen deden de technische collega’s datgene wat die auto tot een rijdbaar exemplaar voor de klant maakte en ook nog eens deed glimmen.

Een kenteken moest je zelf op naam stellen bij het postkantoor, had je meerdere afleveringen (veelal op vrijdagen) stond je met je stapel kentekenbewijzen in een file voor het desbetreffende loket. Immers, in de buurt zaten meer garagebedrijven met dezelfde behoefte. Stress was in al die gevallen het gevolg. Die administratie was een kwestie van fysiek uitgeschreven bonnen en facturen inboeken met de hand in grote boeken, de tellingen vierkant op orde brengen en al die bescheiden keurig opbergen en bewaren. Je had daar alleen al een hele zolder voor nodig.

In het importeurswerk had ik van doen met dat toenmalige dealerwerk in het kwadraat. Met 80 dealers een hele klus om al die lui dezelfde kant op te krijgen en ook nog eens te voldoen aan de wensen van een steeds veeleisender fabrikant. Zie ik nu hoe men alles zelf digitaal kan doen, je hoeft echt niet meer naar het postkantoor voor die kentekens, maar ook de communicatie met dealers is voor importeurs een stuk minder ingewikkeld. Alles gaat met computers nu, in feite beweegt men als doorgeefluik voor de bestellingen van de klant via de dealer naar de fabriek. De computer maakt dan uit wanneer een auto op welke wijze wordt gebouwd en geleverd. Van die 80 dealers van toen is er vrijwel geen een meer actief. Vervangen door giga-bedrijven met soms duizenden auto’s omzet per jaar. Andere tijden. En dan heb ik het nog niet over mijn jaren in de communicatie. De schrijverij in fysieke magazines, bladen, boeken, adviezen en trainingen…..Het is allemaal veranderd. En toen we dat virus over ons heen kregen werd gewoon thuis gewerkt en bleek dat prima te kunnen. Het is allemaal anders geworden. Sneller, maar ook leuker?? Als ik soms zie hoe weinig klantvriendelijk bedrijven soms opereren….ik heb er weinig hoop op dat dit beter wordt….Maar interessant is het allemaal wel…. (B eelden: Archief)