Klusser…

Ze verheugde zich zo op zijn komst dat ze bijna niet kon wachten tot de week weer om was. Elke week om die vaste tijd kwam hij langs en verwarmde haar met zijn glimlach, maar ook zijn begrip. Hij snapte hoe een vrouw als zij in elkaar stak en luisterde altijd met belangstelling naar zijn rustig uitgesproken mening. Daarnaast fantaseerde ze dan ook over hoe hij met haar om zou gaan als hij een keer haar kant op zou kijken. Dan zou hij vast zien dat zij hem dringend nodig had, al was haar huis best goed op orde en kon ze ook niet klagen over wat haar partner zoal in huis had gedaan of nog deed. Ze hoefde maar met haar vingers te knippen en hij was al weer aan de slag. Maar het was haar niet genoeg. Hij luisterde niet naar haar als ze behoefte had aan warmte en aandacht. Haar verlangen naar een meer fysieke relatie groeide met de dag en omdat hij zoveel kluste in huis was die man op de buis haar surrogaat. Die snapte wat zij wilde. Ook al zei hij dan niets, hij zette al die klussers op hun nummer en deed daarna aan relatie-therapie. Leek haar heerlijk. Maar het leukst leek het haar om gewoon eens tegen hem aan liggend te mogen vertellen was ze zo miste in haar eigen relatie. Dat gevoel dat zij zelf qua verlangens en onbevredigde momenten feitelijk een gesloopt huis was waar steeds meer kapot ging. Ze leefde in een klein paleisje, maar toch… In haar hoofd rijpte een plan. Ze zou zich opgeven voor het programma en desnoods de doucheruimte slopen en dan gewoon huilend vertellen dat haar partner niets deed aan de heropbouw. Toen ze een hamer had gevonden en naar die sanitaire ruimte liep en al die fraaie tegels en die wonderschone wasbak zag die ze zelf had uitgezocht, schoot ze in een kramp. Nee, dat was een slecht plan. Toch maar niet. Beter met een fles wijn en lekkere kaas op de bank voor de tv. Straks kwam hij weer langs…..Help…mijn man is klusser……en die heerlijke vent die dat presenteerde…..Ze kon niet wachten….Zou hij weer naar haar kijken??

Persvlucht..

Persvlucht..

Een van de dingen die ik in mijn leven ooit met passie deed was schrijven, het is hier al eens eerder aan de orde geweest. Ik was in de loop der jaren naast boekauteur ook van de nodige bladen (hoofd)redacteur en in dat kader refereer ik hier aan een zgn. Persvlucht die ik mocht meemaken in oktober 1984. De gedachte achter die uitnodiging was dat ik namens ons toenmalige luchtvaartblad mijn ervaringen zou optekenen aan boord van een van de eerste en toen splinternieuwe Britse verkeerskisten voor de korte afstanden, de British Aerospace 146.

Het toenmalige DanAir was de maatschappij die er mee vloog en mijn uitnodiging hield in dat ik ‘een dagje onderweg’ zou zijn. Nooit weg als je gek bent op vliegen. Het werd een gedenkwaardige ervaring. Al vroeg in de ochtend stapte ik aan boord van de nieuwe kist en kreeg een plekje helemaal voorin achter de cockpit. De machine had de bijpassende registratie G-SCHH omdat dit type zo stil was voor omwonenden (..). We vertrokken op tijd naar Bristol. Daar was het, zo bleek, berenslecht weer.

Omdat de statijd zo kort was mochten we aan boord blijven, wat gezien de regen niet verkeerd was. Daarna ging het op naar Cardiff. Tussen de buien door kon ik op het platform wat platen schieten voor later. Toen ging het door naar de Kanaaleilanden. Eerst was Guernsey aan de beurt. Het bleek er stormachtig met veel regen en de landing was best een avontuur. Volgende stop bleek Jersey. Hupsakee, nog een keer die landingsoefening in slecht weer. Het begon te wennen. Een nieuwe captain kwam aan boord en die vond dat ik als ‘member of the Press’ voorin moest zitten. In de cockpit dus. En dat gaf me een aardig kijkje in de werklast van die lui bij slecht weer. Goed verzorgd, DanAir stond bekend om prima service, vlogen we terug naar Cardiff. Daarna weer naar Bristol en toen uiteindelijk in de avonduren naar Schiphol. Waar kist en crew zouden overnachten. Ik had de nodige vlieguren bijgeschreven en mijn verslag was meer dan positief. Fijne kist, plezierige service en onder de indruk van dat op tijd vliegen ondanks slecht weer en de vele bestemmingen die zo’n machine op een dag af moest werken. Utility een 10 zou ik denken. DanAir bleef nog een tijdje op deze lijn vliegen. Maar op enig moment was het over. Toch te ingewikkeld denk ik en de potentie op de lijnen tussen Amsterdam en de steden in Wales net te klein. De BAe-146 zou een succes blijken en door heel wat maatschappijen worden ingezet. Of dat kwam door mijn artikel? Ik zou het graag geloven. Maar dan leed ik aan te veel zelfwaan. Laat ik maar liever over aan anderen…. (foto’s: Yellowbird archief)

Vrouwendag…

Vrouwendag…

Juist vandaag is het Internationale vrouwendag. Oftewel we gedenken het feit dat de helft van de wereldbevolking bestaat uit vrouwen. Dat zijn de wezens die onze tegenpolen zijn als man, en dan heb ik het vooral over de echte vrouwen. Even niet over hen die zich als zodanig voelen maar de uiterlijke kenmerken missen. Tegenwoordig zijn er malloten die termen gebruiken als ‘mensen met een baarmoeder’ om maar politiek correct gevonden te worden. Maar dit terzijde.

Ik ben geboren en getogen man. Met de bijbehorende attributen. Een vrouw is voor mij een menstype waar ik met plezier naar kijk als ze de moeite van het kijken waard is natuurlijk, waar je vaak leuk mee kunt kakelen en die je als het goed is een warm gevoel en liefdevol ingericht nest bieden. Dat wij mannen daarbij verder kijken dan die 1,5 minuut gekledder nodig voor conceptie is wellicht een verrassing, maar toch is dat zo. Veel huwelijken of langdurige relaties zijn na de eerste jaren snel over hun vurige hoogtepunt heen en toch blijven sommige mensen dan gewoon bij elkaar. Het voelt ‘domweg goed’.

Maar accute blindheid is natuurlijk niet een kwaal die optreedt bij de partners die dat betreft. Als de halve wereldbevolking uit vrouwen bestaat spreken we toch al snel over pakweg 2 miljard vrouwen. Laat daar nou eens de helft interessant of aantrekkelijk genoeg zijn om naar te kijken, mijn hemel wat een werk heb je dan als observator. En wie dat niet wil kan natuurlijk kiezen voor het celibaat en terugtreden in een of ander klooster of klimaatneutraal hutje op de heide, maar normale mannen en vrouwen doen dat niet en kijken rond.

Dat gevoel wat ze krijgen bij het rondneuzen maakt dat ze soms koesteren wat thuis op ze wacht en in andere gevallen doen ze dan weer wat ervaringen op die ze later weer kunnen benutten. Want mannen weten ook dat vrouwen anders in elkaar steken. Niet alleen fysiek, vaak ook qua denken en doen. Gecompliceerd denken is veel van de dames soms niet vreemd en als de hormonen hollen op welke wijze ook, berg je dan maar. Valt niet tegenop te redeneren. En wij mannen zuchten dan maar, gaan over tot de orde van dag, sporten, klussen, werken of gewoon in de kroeg. En kijken rond naar een op dat moment minder gecompliceerd ogend exemplaar.

Ik heb mensen gekend die 3 soms 4 keer getrouwd raakten en telkens viel op dat hoezeer ze ook zochten ze kennelijk steeds weer in de ban raakten van dezelfde soort van partners. Jonger wellicht, maar toch hetzelfde. En dat blijft verbazen. Nou ja, Medusa had ook zo haar trucjes en middeltjes. En wij mannen zijn door diezelfde hormonen natuurlijk gewillige prooien. De weg naar het bed loopt door de maag…..zou dat het zijn?? Toch eens uitrekenen hoeveel van die loslopende dames ook echt goed kunnen koken. Ben ik nog blij dat we indertijd zelf mochten kiezen en niet werden uitgehuwelijkt zoals bij andere culturen zo gebruikelijk is. Je zult een vrouw treffen die verzorging even minder belangrijk vindt, niet kan koken en in bed als een vrijwel dode pier wacht tot jij weer naar de theezaak van je makkers vertrekt…. Nee, het is niet altijd kaviaar…. En toch gedenken we vandaag het fenomeen vrouw….. Ik wens hen allen een fijne dag toe. Geniet er maar van. Die andere 364 dagen zijn voor de baarmoederloze penisdragers……Als je dat maar weet! (Beelden: Archief)

Duits vernuft op veel wielen…NSU!

Duits vernuft op veel wielen…NSU!

Het zou me verbazen als de naam NSU niet bij sommige mensen een belletje doet rinkelen. Het oude Duitse merk startte in 1906 als de Neckarsulmer Strickmaschinen-Fabrik en werd in eerste instantie bekend van machines voor de brei/naai-industrie. Maar men deed ook al snel aan vervoermiddelen, veelal op twee wielen. Zo bleven motorfietsen, scooters en brommers van NSU decennia lang vaste waarden onder liefhebbers van dit spul.

De Tweede W.O. maakte dat de productie voor particulieren stil kwam te liggen, maar daarna startte men de boel weer op en ging men o.a. nauw samenwerken met Fiat. Al snel kreeg men zo licentierechten voor de zgn. Neckar-NSU’s die je ook bij ons nog wel eens zag. Fiat had al oude banden met NSU en dus was de samenwerking een logische. Die Neckars waren overigens gewoon Fiat’s met een ander logo. Intussen werkte NSU ook aan een eigen autolijn die onder de naam Prinz het levenslicht zou zien. Met een kleine tweepitter van nog geen 600cc onder de achterklep, maar wel al met een 12v elektrisch systeem verscheen de auto in 1958 op de markt en vond in die periode vooral Duitse kopers.

Die moesten wel even wennen aan de niet gesynchroniseerde versnellingsbak en zo, maar toch, NSU was onder eigen naam weer terug. In de jaren zestig bleven die Prinzjes maar komen en kregen ze ook het zo typerende beetje badkuipachtige uiterlijk. Dat baseerde losjes op dat van de Chevrolet Corvair uit die periode maar dan gewassen in veel te heet water. Anno 1964 had de wagen al luchtvering achter en schijfremmen op de voorwielen. Best bijzonder. De karretjes waren niet aan te slepen. Alleen was er wat kritiek op de topsnelheid die met dat kleine tweepittertje maar net boven de 100km/u reikte. Met de zgn. NSU Prinz 1000 werd dat deels opgelost. Want toen kreeg de Prinz een wat langere carrosserie, een 1000cc vierpittertje en een top van 135km/u.

Afgeleide versies als de TT, 1200TT en TTS gooiden daar nog heel wat schepjes bovenop en al snel stonden deze NSU’s bekend als lekkere scheurijzers. Maar dat maakte de prijzen ook fiks hoger. De Prinz was nu duurder dan een Kever van VW en dat was voor velen toch de norm in deze klasse. Bertone ontwierp ook nog een Sport-Prinz, een coupe volgens de toen geldende ontwerpnormen. En bij een laag gewicht van nog geen 600kg een aardig ding om je mini-coureur in te voelen. Later zou men ook nog een Wankel Spider brengen die met een heel bijzondere schijvenmotor was uitgerust en liet zien hoe ver men bij NSU durfde gaan richting de toekomst. En die toekomst kwam heel snel. Met de schitterende RO-80 die in 1967 verscheen en een Wankelmotor bezat met twee rotoren. 180km/u was simpelweg haalbaar en de auto werd al snel een hit bij kopers die iets anders wilden dan een Ford Taunus of Opel Record. Maar het succes kende ook een keerzijde.

De Wankelmotor was niet voldoende uitgetest en al snel bleken ze waanzinnig veel olie te gebruiken en als dat niet in de gaten werd gehouden kwamen zelfs vastgelopen motoren voor. Men heeft er bij de fabrikant en de Nederlandse importeur van toen aardig wat hoofdpijn van gekregen. Ook vervangingsmotoren bleken hetzelfde euvel te vertonen en dat maakte de RO-80 een probleemauto. Een auto ook die het einde voor NSU zou inluiden. Ondanks het feit dat men nog een groot model in ontwikkeling had voor de middenklasse ging het bedrijf over de kop. Werd overgenomen door Volkswagen en leverde daarmee die in ontwikkeling zijnde grote NSU op een presenteerblaadje aan de concurrent uit Wolfsburg. Dat werd de K70, die we later nog wel eens tegen zullen komen. NSU kent nog steeds een trouwe groep liefhebbers die hun Prinzjes koesteren als een kostbare schat en bij oldtimer-meetings of circuitraces flink van zich doen spreken. Een leuk merk dat nu voortleeft in alles wat VW op de markt brengt of bracht. En dat is best een compliment natuurlijk…. (Beelden: Archief/Internet)

Vliegtuigherkenning…

Vliegtuigherkenning…

Al eerder beschreef ik mijn jeugdige liefde voor alles wat zich mechanisch door het luchtruim beweegt en hoe dat alles zo is gekomen. Schiphol verkocht zichzelf in mijn jeugd door regelmatig van die toenmalige zuigerkisten over onze straat en huis te laten trekken wat mij bijzonder intrigeerde. Al snel was ik een regelmatige gast op het v lak bij Amsterdam gelegen vliegveld, zoog de beelden op en nam een abonnement op het prachtige blad Cockpit van Hugo Hooftman, toen een grote naam op dit gebied.

Al snel ‘wist’ ik zoveel over al die vliegtuigen dat ik een uitnodiging om deel te nemen aan een Amsterdams vliegtuigherkenningskampioenschap niet kon vermijden. Samen met mijn jeugdvriend Fons togen wij op de fiets naar de locatie, een schoolgebouw in het chiquere deel van Amsterdam-Zuid, om de verdere aanwezigen te verbazen met onze kennis van al dat vliegende spul.

Al snel bleek dat wij behoorden tot de jongere generatie. De meeste deelnemers een paar tot een flink aantal jaren ouder dan wij. Dat werd afzien… Met dia’s werd in snel tempo een reeks van 100 vliegtuigen getoond in soms sterk afwijkende kleurenschema’s zodat je daaraan ook geen houvast kon ontlenen. Fons, duidelijk minder getraind dan ik, haakte al snel af. Verkeersvliegtuigen kon hij nog wel duiden, maar militaire kisten waren zijn ding niet zo. Met de zaken die ik zelf leerde uit dat blad van Hooftman, kwam ik een stuk verder.

Maar ik herinner me nog een Kawasaki uit WO2 in de kleuren van de USAF die ik totaal miste en aanduidde als P-47 van Republic. Wist ik veel dat die Japanse kisten vaak door de Amerikanen werden getest na de overgave van Japan in 1945. Maar ik bleek bepaald niet de enige te zijn. Toen de jury de uitslagen-formulieren innam en begon te beoordelen, namen wij maar een bakkie thee. Jeminee, dat viel best tegen, de conclusie. Met onze 15/16 jaren leeftijd bleek dit een heftige proeve van bekwaamheid. Zelfverzekerd als ik toen al vaak was, immers ik had me vanaf de vroegste jeugd het spotten eigen gemaakt, dacht ik dat het wel goed zou komen. Fons was er minder gerust op. En toen kwam de uitslag. En bleek ik bovengemiddeld gescoord te hebben en zelfs in de top-10 te staan overall. Kijk, daar kon je mee thuiskomen. Fons was onder de indruk. Mijn ouders niet. Die vonden dat maar onzin. ‘Moest je er mee..”.

Als Fons en ik elkaar nog wel eens zien, we wonen niet te ver van elkaar af, net als toen, haalt hij het nog wel eens aan. ‘Weet je nog dat…..!?’. Dat leeft het weer op. Ik zette meteen na die omschreven gebeurtenis een eigen bureau op. Bedoeld om kranten en bedrijven te helpen aan meer kennis over de luchtvaart. Hoe ambitieus ook, het werd niks. Al was het maar omdat er ook moest worden gewerkt en gestudeerd. En tja, ‘wat moest ik er mee’… Tot op de dag van vandaag is alles wat luchtvaart aangaat mijn wereld. Naast die automobiele. Lijkt vermoeiend, is het niet. Veel te leuk. Maar prijzen win ik er niet meer mee….(Foto’s”: Archief)

Oorlog…

Oorlog…

Ik kom vandaag met een totaal ander bericht dan dat wat ik hier deze datum eerder had gepland. Weet je veel dat in die planning, opgesteld in je vredige zonovergoten werkkamer, ineens oorlogsnieuws binnenkomt als een mokerslag van een Russische hamer. Poetins Rusland viel Oekraine binnen.. Onder valse voorwendselen en met veel kracht en macht. De Oekrainers vechten terug en een deel van de bevolking vlucht naar het westen. Voor mij, meninggever met een ervaringsleeftijd waarin o.a. Hongarije, Tsjecho-Slowakije, Afhanistan, Vietnam, en de Balkanoorlogen of die in Irak allemaal voorbij kwamen, is die oorlog confronterend, maar zeker niet verrassend.

Alle voorwaarden voor wat nu gebeurt zijn geschapen in de jaren negentig. Immers na uiteenvallen van de Sovjet-Unie raakten veel landen uit die voormalige Unie of daardoor ooit bezet, in verwarring, sommigen kozen voor onafhankelijkheid, andere kozen voor de dictatuur, en weer anderen sloten zich aan bij een of twee westerse bondgenootschappen. Doodmoe van overheersing door derden en met name de Russen, zag je in Midden- en Oost-Europa een grote voorkeur voor de EU en NAVO. En toenmalige (democratische gekozen) machthebbers of regeringsleiders in het westen zagen hun kans schoon en rukten graag wat landen op naar het oosten.

Vanuit het Poetindenken in Moskou was dat laatste een gruwel. Als oud KGB-man zag Poetin ‘zijn Rusland’ door een paar jaren van chaos verworden tot een armlastig land dat niet meer serieus werd genomen door het westen. Al snel trok hij de touwtjes aan, liet steenrijke miljardairs meebetalen aan heropbouw en zette ook de verloederde strijdkrachten weer opnieuw op de benen. De modernisering daarvan kon ook worden gefinancierd door de enorme olie/gasverkopen. Immers zijn Russische Rijk leunt sterk op de export van dat spul. En in het westen maar ook elders, is men in grote mate afhankelijk van dat spul.

Tijdens die opbouw van zijn nieuwe Russische Rijk kwam hij er snel achter dat de Tsjetsenen met hun islamitische achtergrond een lastig te bedwingen factor zou worden en zo werden er bloedige oorlogen uitgevochten in dat land. Het oude Rode leger leerde er veel van. Later in Georgie paste men veel van die lessen toe en zorgde zo dat in die regio rust terug kwam onder dwang. Dezelfde tactiek paste men toe op Oekraine. Conflicten met zgn. seperatisten in het oosten van dat land (MH17), dan de Krim innemen en nu die invasie. Waarbij de weerstand van de Oekrainers duidelijk heftiger is dan men kennelijk verwachtte. Bedenk maar wel dat hetzelfde Oekraine ooit, in 1990, een nucleaire macht was, met atoombommenwerpers, raketten en onderzeeboten. In een deal die men sloot met zowel Rusland als het westen werd die nucleaire macht afgenomen van de Oekrainers.

Het leger naar een betaalbaar niveau afgebouwd. Nu is dat toch wel even een dingetje. Brussel riep en roept dat Oekraine bij de EU hoort, de Navo had soortgelijke verhalen. In ons land stemden we intussen massaal tegen een associatieverdrag met de Oekraine. Het werd een zinsnede in een verdrag dat toch werd doorgezet door Brussel. We zijn het snel vergeten, maar toch…helemaal zuiver is dat allemaal niet. Ook niet richting Oekrainers. Die kregen een hand, gaven er een terug, maar het leverde ze weinig concreets op. Nu de dictator toe heeft geslagen maken we ons druk om dat arme volk. En terecht, maar er zit wel iets voor en daar mogen we ons in het westen best wel zorgen over maken. En er zijn parallellen met die arme Oost-Duitsers, Hongaren en Tsjechen. Mooie woorden, steun, maar geen ingrijpen vanuit het westen. Woorden, geen daden. Frustraties logisch. Ik hoop oprecht dat die invasie mislukt en de Russen door isolatie tot inzicht komen dat dit soort agressie niet meer werkt anno 2022. Maar een bijtgrage hond opsluiten in een hok houdt de agressie niet beperkt. Het wordt tijd dat we eens wat anders aankijken tegen een wereld waarin de democratie toch weliswaar beste vorm van samenleving lijkt maar de dictaturen de spelregels bepalen. En rara wie het zover heeft laten komen…..(beelden: internet)

Bionische man…

Bart heette de oudere man die ik observeerde tijdens een ‘bakkie’ bij een Zuid-Hollandse Kringloper een tijdje terug. Hij kwam aangewandeld op het typisch lage tempo van mensen die al een tijdje pensioen ontvangen en hun leven lang ‘hard hebben gewerkt’. Samen met zijn vrouw die Dinie bleek te heten liepen ze langs de aan de onze grenzende tafel waar net drie oudere zussen van elkaar plaats hadden genomen. Al snel had Bart door dat hij die zussen ‘kende’. Uit de conversatie die ik kon volgen bleek dat dit niet op een ‘Voice-achtige’ tot stand was gekomen, maar dat ze samen in een of andere straat in Leiuh hadden gewoond. In de vroegste jeugd. De drie zussen gaven antwoord op zijn vragen. ‘Woonden jullie niet naast die familie Bakkuh??’ vroeg Bart op typisch Leidse toon, en de dames bevestigden dat. En ook dat de leden van die familie vrijwel allemaal op sterven na dood waren intussen, want….net als zij zelf zeventigers en in slechte doen. ‘O’ stelde Bart trots vast, ‘maar ik ben zelf ook al 73 hoor en volgende week wor ik 74. Best een leeftijd. En ik moet zeggen, het gaat me nog goed af allemaal. Ook al heb ik dan een nieuwe schouduh en heup’. De dames begonnen toen te vertellen over hun eigen gezondheid. Van slechte benen tot een vals gebit, van pijntjes hier en daar, maar dat ze nog samen waren en genoten van het leven. Dat deed Bart ook, naar eigen zeggen, al keek zijn vrouw, die niets had gezegd tot dat moment aardig zuur. Toen Bart dan ook aangaf dat hij ondanks zijn kwalen nog alles deed en kon, mengde zij zich in het gesprek. ‘Nou ja…alles…’ en keek hem nog eens aan. Bart schakelde direct over op een andere frequentie. Dat hij zijn werk nog miste en zijn reisjes. En dat hij nu genoot van het vissen wat hij als hobby had opgebouwd. Op enig moment was het gesprek voorbij. De vrouw van Bart trok hem aan zijn mouw mee. ‘Nou dames, veel plezier en misschien tot ziens!’ zei hij flauwtjes. En net toen hij weg liep zei de derde zus aan het tafeltje, die nog niet zoveel had bijgedragen aan het gesprek…’Ik krijg volgende week ook een nieuwe schouder…kijk er echt naar uit…maar ja, ik praat er niet over…’. Bart en zijn vrouw hoorden het niet…die sjokten verder….Hij was al 73…..maar eigenlijk al tien jaar verder in zijn moeizame leven….

Dikke tosti’s; De Eendracht Weesp.

Dikke tosti’s; De Eendracht Weesp.

We konden bijna niet wachten tot het moment dat de horeca weer open werd gegooid door onze links-liberale regering. En daarna wilden we er toch weer eens van profiteren. Dit keer in Weesp, Amsterdam in het klein, waar we intussen parkeerplekken hebben ontdekt die een rondje door dat leuke plaatsje weer mogelijk maken. En omdat we er nog nooit waren geweest stapten we onlangs binnen bij het erg fraai onder dak gebrachte restaurant De Eendracht aan het Grote Plein in de Vechtstad.

De ambiance is daar warm en plezierig, en dat geldt zeker voor de crew die er actief is. Jong, professioneel en ook op gebied van controles (helaas moest je volgens de geldende regels nog steeds bewijzen dat je soort van gezond bent met je smartphone, je zult er geen een hebben…) uiterst geduldig en aardig. Hoewel de zaak aardig gevuld was vond men toch nog een plekje voor ons en bekeken we de van een buurtafel geleende menukaart. Die is aardig gevuld en geeft je van de ochtend tot de avond een rijke keuze. Rijk moet je niet zijn om hier te eten of drinken, maar enige welvarendheid is wel aan te bevelen.

Want dit is geen budgetzaak. Wij kozen voor thee met een tosti, vaak een proeve van bekwaamheid als het gaat om dit soort zaken zo rond het middaguur. Wie het kleine niet eert is de rekening niet weerd. De thee was van de goede soort, alleen moest je hem (via een zeefje) wat langer laten trekken dan je wellicht met die bekende zakjes gewend bent. De tosti’s waren dik, aan de buitenkant meer dan krokant verwarmd, het beleg was mager toegevoegd. Ik heb bij die tosti’s altijd wat bezwaar tegen het gebruikte ‘Landbrood’ omdat dit vaak (erg)dik is en eigenlijk niet zo geschikt. Met een apart bakje tomatensaus, geen zakjes hier, was het geheel overigens goed te verwerken.

Een stevige vulling voor de middag, zeker, maar met iets dunner brood en wat meer vulling was de tosti (ham/kaas) smakelijker geweest. De rekening kwam vrij snel na de vraag daartoe en bracht ons bijna 2 tientjes verder. Best geld voor het gebodene. Maar ja die ambiance, en die bediening. Het mag iets kosten. Ook de toiletten waren keurig netjes, niets van te zeggen. En de zaak zat (binnen de regels van het coronaspel) aardig vol. Een cijfer 9 voor het geheel is op zijn plek. Meer om die ambiance en die ontzettend aardige dames die er de zaken regelen, dan voor het door ons gekozen gerecht. Maar wel verdiend. (Beelden: eigen/Endracht)

Gemiste selfies…

Gemiste selfies…

Ik ben vast een roepende in de digitale woestijn als ik aangeef niks te zien in series beelden waarop ik zelf als onderwerp of lijdend voorwerp acteer. Hele volksstammen zijn met niets anders bezig zo lijkt het wel eens. Ze kopen daarvoor de meest geavanceerde foto-apparatuur of nog potentere smartphones met 45 MP’s, maar benutten ook filters in de software om er vooral zelf zo goed mogelijk uit te zien. Het fenomeen had al eerder mijn aandacht. Maar het is best confronterend als ik tijdens mijn zoektocht door de analoog opgeslagen diabeelden ontdek dat ik indertijd ongeveer alles en iedereen op foto of dia zette, maar zelf niet in beeld verscheen.

Ik weet ook nog wel dat ik daar indertijd echt geen behoefte aan had, of het moest een hoger doel dienen. Zo werden er nog wel eens professionele beelden geschoten voor artikelen in vakbladen of rond weer een opening van een nieuw dealerbedrijf waar ik bij betrokken was. Dan moest het wel. Maar verder zette ik toch vooral fraaie vliegtuigen, auto’s, vrouwlief of de rest van de familie en de toenmalige leuke en lieve huisdieren op de foto. Dat was op zich al leuk, want nu ik ze regelmatig scan komen ook herinneringen terug aan een totaal ander tijdperk en dieren die weer even aandacht krijgen omdat ze dat ook verdien(d)en. Wat ik natuurlijk ook zie is hoe snel een leven eigenlijk door je handen glipt.

De glans van de jeugd, de mensen die er niet meer zijn, de vakantiebestemmingen die je al dan niet in de herinnering bleef koesteren en sommige bestemmingen van toen die eigenlijk uit de hersenkrochten waren verdwenen maar je nu weer terug haalt. Zonder zelf in beeld te komen. Het blijft knap. Nou ja, ook weer niet, want anders dan met die huidige apparatuur die zelfs voor en achter foto’s kan schieten had die toenmalige SLR van Praktika of Minolta de narigheid in zich dat je die moest instellen op afstand en licht, en dan voor je gezicht zou moeten houden om tot een plaatje te komen. Grote kans dat je dan je buik in beeld had, of een oor, maar niet je hele gezicht. Tuurlijk had zo’n ding een zelfontspanner, kon je alles op een statief instellen, indrukken en dan heel hard rennend een positie innemen voor de klik van de camera je vastlegde voor later. Nou, ik heb er weinig gebruik van gemaakt. Niet veel veranderd. Tuurlijk sta ik wel eens op de foto nu, maar toch te weinig interessant om dat hier regelmatig met jullie te delen. Maar OK, voor deze keer een paar uit afgelopen digitale jaren. Ik was, ben en zal namelijk nooit zo selfie-gericht zijn. Dat laat ik toch meer aan hen die het ego boven alles doen gaan. Daartoe schrijf ik mijn verhalen. Helpt mij in ieder geval beter. (Beelden: eigen archief)

De wonderlijke vormgeving van Nash..

De wonderlijke vormgeving van Nash..

Een merk dat in ons land best heel bijzonder was, al was het maar door de excentrieke vormgeving van haar modellen was het Amerikaanse Nash. Al opgericht in 1916 deed men voor de Tweede W.O. nog wel redelijke goede zaken, maar toen die wereldbrand voorbij was bleek het lastig om te blijven concurreren met de grote drie uit Detroit van dat moment, General Motors, Ford en Chrysler. Nash was een zogeheten onafhankelijke autobouwer uit de provincie (Wisconsin) en dat bleek geen groot voordeel. Maar innovatief was men genoeg. Al in 1941 had het merk een auto in productie met een zelfdragende carrosserie, dus zonder los chassis, en dat was in die jaren heel bijzonder. Men versterkte zich zakelijk door samenwerkingsverbanden te zoeken met het Britse Austin (zie AMM 271019) en het Italiaanse ontwerphuis Pinifarina.

De opvallende (en van de gemiddelde Amerikaanse auto’s afwijkende)lijnen van de Nash modellen komen wellicht juist door die Italiaanse vormgever. Want de wagens waren glad, hadden geen treeplanken en dat al in 1949. Opvallend, redelijk presterend, betaalbaar maar ook zodanig anders dat de conventionele autokopers in de V.S. er toch terughoudend naar keken. De Ambassador van dat jaar en latere Statesman doen velen geen bellen rinkelen, toch gingen er dik een half miljoen van de deur uit tussen 1949 en 1956.

Later volgde nog de Rambler die allemaal waren voorzien van redelijk presterende maar wat ouderwets opgebouwde zes-inlijn motoren die tussen de 82 en 134 pk’s leverden. Dat maakte de Nash-modellen zeker niet tot de snelsten op de Amerikaanse Freeways maar ja, opvallen deed je wel. In 1954 fuseerde Nash met het even bijzondere merk Hudson (AMM 310121) en vormde zo de American Motors Corporation. Een paar jaar eerder had men samen met de toenmalige partners de compacte Metropolitan uitgedacht. Een auto die vanaf 1954 in productie kwam en zowel in Engeland als de VS werd opgebouwd.

Een 1200cc 4 cilinder motor van Engelse herkomst dreef de kleine opvallende wagen in eerste instantie aan. En zoals viel te verwachten sloeg hij niet aan in de VS waar men de auto veel te klein vond en ook niet in Engeland waar hij teveel als Amerikaans werd gezien. Een paar jaar jaar later viel het doek. Net 120.000 exemplaren werden er van gebouwd. Een auto die daar veel op leek maar dan een hele slag groter was de Ambassador van 1954. Zeker de luxe versies met twee kleuren lak en het reservewiel achter op de kofferbak gemonteerd viel wel op.

En Nash hield jarenlang die bijzondere vormen aan. Ook toen het al tot AMC behoorde bleef men geloven in dat aparte uiterlijk. En die zescilinder. Pas in 1956 kwam er een 8-pitter, maar dan nog wel in lijn en niet in V-vorm zoals bij de concurrentie. Die motoren kwamen pas een jaar later beschikbaar. Waarmee de laatste Nash’s die onder eigen naam werden gebracht behoorlijk wat meer vermogen kregen en dat comnineerden met een veel strakkere vormgeving die voor Amerikaanse kopers ook interessanter zou zijn. Opvallend was dat de aloude Nash-modellen op enig moment in de jaren vijftig op de markt kwamen als Hudson’s en ook meteen een andere typenaam kregen. Al met al bleven die merken onder eigen naam door produceren tot eind jaren vijftig. Daarna kwam de naam AMC in zwang en wat dat inhield is onderdeel van de geschiedenis…. (beelden: Archief & INternet)