Dankzij verbod; groei!

Dankzij verbod; groei!

Ooit verbood men Zwarte Piet uit angst voor de extreme actievoerders die er allerlei dingen inzagen die niks met het fenomeen van doen hadden. Ik blijf even weg van die discussie maar voorspel wel dat in Nederland bij weinig Sinterklaasfeesten nog zwart geschminkte kindervrienden voorbij zullen komen. En dat er dan altijd wel ergens iemand gaat roepen dat Nederland ‘vrijwillig’ koos haar eigen identiteit opnieuw voor een deel aan de kant te mikken. Net zo gaat het met alle jubelverhalen over de meerverkopen van elektrische auto’s of scooters.

Als ik die persberichten met hun jubelende inhoud tot me neem weet ik uit ervaring natuurlijk hoe die dingen werken, maar de gemiddelde leek zal denken dat de vergroening van ons wagenpark en binnensteedse tweewielervloot met rap tempo plaatsvindt. Nou ja….in percentages wel natuurlijk. Want met name bij die scooters is het aandeel elektrische exemplaren ontwikkeld met 50%. Bij de iets langzamere snorfietsen gaat het nu om 47%. Is dit een teken aan de wand?

Voor een deel zeker, want de gemiddelde koper van die dingen is jong, wordt op school geindoctrineerd met het Groenlinkse virus en wil er bij horen. Toen in mijn jeugdjaren de keuze tussen een Kreidler of Puch het verschil maakte tussen erbij horen of niet kocht ik een nieuwe Puch. Dan kon je met je kolbertje aan over een coltrui de blits maken. Ditzelfde fenomeen zie je nu bij die elektrische dingen. Maar er komt nog iets meer bij kijken. In overwegend door #links bestuurde gemeenten verbiedt men gewoon de normaal gemotoriseerde scooters. Voert ‘milieuzones’ in waardoor je als bezitter van een scooter met viertaktmotor al snel een paria bent die graag bekeuringen verzamelt als je toch die zones binnenrijdt. Eerder al waren de tweetaktmotoren bij scooters in de ban gegaan. En dan is het niet gek dat je onder deze dwang de verkopen van elektrische machientjes voor de jeugd en de grachtengordelridders ziet stijgen. Het is geen liefde maar nood. Gelukkig hebben de fabrikanten van die dingen (een deel komt uit China) geinvesteerd in de kwaliteit en actieradius van scooters op batterijen waardoor ze wat bruikbaarder zijn dan vroegere exemplaren. En men ook de prijs wat kan laten zakken.

En met dit soort dwang komt het met die zo gepropageerde ‘transitie’ wel goed. Iedereen op de scooter of fiets, straks nog voorschrijven dat we allemaal een milieuvriendelijk gemaakt liefst groen pak aan moeten, en we zitten bijna op de weg van het Maoisme in de jaren zestig van de vorige eeuw. De lucht wordt er niet schoner door, maar het orgasme van de naar een linkse maatschappij snakkenden wel heftiger. Voor mensen op het platteland is er het vooruitzicht dat zij op termijn ook in versteende gebieden zullen wonen, met dank aan het ‘stikstofbeleid’ van deze regering. Dan kunnen ze daar ook van die leuke elektrische snorfietsen gebruik maken. Want nu, wind en weer tegen, op hun Solexen scheurend over lange kronkelende dijkweggetjes, is zo’n elektrisch ding volkomen zinloos. Maar ja, nog maar een paar jaar….(Beelden: Yellowbird archief)

Failliet maar niet vergeten; Saab!

Failliet maar niet vergeten; Saab!

Als er een merk is dat mensen uit de hoek van doktoren of juristen nog steeds aanspreekt is het wel het van oorsprong Zweedse Saab. Een naam die het merk dankt aan Svenska Aeroplan A.B. en met wortels die zeer diep in de luchtvaartsector staken voor men uberhaupt dacht aan de bouw van auto’s. En dat laatste was ook nog een noodgreep om na WO2 werknemers aan de slag te kunnen houden. De eerste Saab, de 92, zag er zeer gestroomlijnd uit maar had onder de motorkap een van Auto Union/DKW afkomstige tweetaktmotor van slechts 764cc inhoud. Latere modellen kregen steeds meer verfijning en vermogen mee.

Maar duidelijk was dat dit merk een buitenbeentje zou blijven tussen de anderen uit andere streken. Want een Saab had ook nog eens voorwielaandrijving, onafhankelijke vering rondom en zou door de jaren heen ook meeliften op het veiligheidsdenken van de Zweedse merken in het algemeen. In 1967 bouwde Saab de 96-reeks, in feite een sterk gemoderniseerde 92/3, nu met een van Ford overgenomen V4 motor waarmee de auto sneller werd en wat handiger bij de benzinepomp.

Een stationcar van de Saab 96 was nu ook leverbaar wat de aantrekkelijkheid voor de specifieke doelgroepen vergrootte. In 1968 kwam de 99 de aloude reeks uit de jaren veertig aflossen. Motorisch ging men nu te rade bij Triumph in Engeland, later werd die motor zelfs leverbaar met brandstofinspuiting. Nog meer bijzonder was de keuze van Saab om op haar model 99 vanaf 1977 een turbolader te leveren waardoor de auto ineens als een zeer sportieve broeder bekend werd. Als je er mee gereden hebt weet je hoe leuk het was als de gierende turbolader zijn werk deed. De 200km/u was voor een Saab nu geen taboe meer.

In de jaren tachtig werd de 99 de 900 en die kreeg nog meer aanhangers onder kopers die zich echt wilden onderscheiden van het typische Opel of Fordpubliek onderweg. Jammer was wel dat Saab erg lang vasthield aan haar modellijnen en niet echt in de breedte haar gamma uit wist te breiden. Op enig moment werd de boel overgenomen door General Motors en dat merk drukte al snel eigen techniek door voor de nieuwe Saab’s. Daardoor kregen die soms een minder karakteristiek uiterlijk, en motoren die je ook bij Opel tegenkwam.

Ook liet men bij Saab compacte Cadillacs bouwen die dan weer deels baseerden op Saab en Opel. Tijdens de bankencrisis van een jaar of 10/12 terug moest G.M. veel van haar merken verkopen. Zo ook het sterk verliesmakende Saab. Waarvan de auto-divisie overigens los stond van de vliegtuigafdeling die gewoon prima draaide. Diverse kopers meldden zich voor Saab, maar op enig moment, de banden stonden al stil in Zweden, meldde de Nederlandse eigenaar van het toen zeer exclusieve Spyker, Victor Muller, zich en trachtte die met staatgaranties van de Zweedse overheid en de nodige financiers de boel weer aan de gang te krijgen. Tevergeefs naar later zou blijken. Saab ging failliet. Van alle plannen om o.a. elektrische voertuigen te gaan bouwen kwam niks terecht. Er is sprake van Chinese belangstelling voor de restanten van de boedel, maar de kans dat Saab in haar oude glorie weer terug komt is klein. Jammer voor die lieden die nog steeds menen in iets bijzonders rond te rijden waarmee ze zich kunnen afzetten tegen de ‘kleine luiden’…. (Beelden: Yellowbird/Internet)

Kanjer-Queen..

Kanjer-Queen..

Het is alweer lang geleden dat we mekaar voor het laatst IRL zagen. Tijdens de indertijd nog populaire Weblogmeetings in Delft en omstreken. Rietz was toen al een fenomeen. Haar blogs doorspekt van plezier maken en observaties van het dagelijks leven in en om de familie. Daarna werd het een relatie op afstand. Een Queen-of-the-blogs uit het Haagse natuurlijk op enig niveau.

Tientallen andere bloggers droegen en dragen haar op handen. En steunden haar waar het kon tijdens erg lastige en verdrietige jaren tussen toen en nu. Gelukkig houdt ze het plezier overeind om er af en toe een keertje op uit te gaan en daarbij andere bloggers bij hen ‘thuis’ te ontmoeten zorgt nu weer voor erg aardige persoonlijke observaties. Ook Amsterdam stond op de agenda. Maar om allerlei redenen kwam het er even niet van, maar onlangs wel. En met veel plezier maakten we weer kennis en trokken we na een lekker bakkie bij ‘De Eerste Klas’ in het CS zelf, dwars door het centrum van Amsterdam langs alle bekende plekken, maar vooral ook die waar niet te veel toeristen hun vertier zoeken.

De Jordaan, inclusief Westertoren, het Leidsepleinkwartier, Vondelpark, Concertgebouwbuurt, de Pijp, we aten een lekker hapje bij Kwekkeboom, draaiden daarna het roer en liepen via via weer naar de Spiegelstraat, grachtengordel, namen en-passant het Begijnhof mee en de daar gelegen katholieke kerk die wel geopend was waar de Engelse protestantse haar deuren ferm gesloten hield. We aten een roomijsje bij de beste ijszaak van onze stad, v.d.Linde (echt proberen als je hier bent) aan de Nieuwendijk, en liepen over het Rokin, Dam, Damrak, en ook nog richting de Basiliek van Sint Nicolaas aan de Prins Hendrikkade. Toen we daar in alle stilte even keken hoeveel stappen we intussen hadden gezet, bleken dat er toch al 20.000 te zijn.

En dat is best veel. Zeker als je maar weinig rustpunten kent, ook al stopten we onderweg nog wel eens voor dit of dat en zeker een paar leuke fotosessies. Want de Queen kan poseren, de gulle glimlach naar de fotograaf een verrijking van een verder aardig zonnige dag. Toen zij uiteindelijk de koninklijke trein terug naar de hofstad nam liepen wij nog een stukje de stad door. Immers, het weer was fraai en de dag was erg gezellig verlopen. Ik liet de stem even op adem komen, want kwekte en kwaakte tijdens haar bezoek natuurlijk weer (te)veel, vol liefde over mijn stad. Maar later thuis constateerden we dat je met die Queen een erg fijne gaste in je eigen stad haalt en zij in staat is om vol te houden wat flink wat jongeren alleen maar kreunend en steunend ondergaan. Je bent een Queen of niet. Maar een Drama-Queen is het absoluut niet. Wel een leuke griet… (beelden: Prive)

Missing men…

Missing men…

Als er iets is wat we als mensen te weinig doen is dat koesteren wat je hebt in het hier en nu. Slechts diepgelovigen neigen er naar te denken dat als het hier op aarde afgelopen is, er nog een heel lang (eeuwig) leven na ons fysiek verscheiden voor ons ligt. In andere geloven denken ze dat je dan als man 40 maagden aangeboden krijgt. Nou leuk dan, ben je net 85 geworden, is het leven op aarde over, moet je daar ‘boven’ ergens aan de slag om die eeuwigheid leuker te maken. Maar met wat dan?

Hoe dan ook ik ga er maar vanuit dat ons aardse bestaan is wat we nu bezitten en niet zo maar kunnen inruilen voor iets anders. En in dat heden passen de mensen die er toe doen, de dieren waar je van houdt of gehecht aan bent, je vrienden, de al dan niet lieve buren, en je thuisplek die door heel wat mensen is ingericht om het zo leuk mogelijk te hebben. Pas als het evenwicht wordt verstoord en er mensen wegvallen uit die naastenkring, dan wel een van de dieren gaat hemelen raken we van de leg. Los van alle enorme emoties die een rol gaan spelen bij verlies van een naaste is ook iemand die je misschien wat meer op afstand had zitten maar wel goed leerde kennen, best een persoon om door verstoord te raken qua emoties. Geldt ook voor hen die je al jaren kent via deze media waarop we als bloggers, Facebookers of Twitteraars zo actief zijn.

Ik merk dat juist dit jaar een optelsom van mensen die er toe deden of doen, die besloten dat het genoeg was (ik chargeer nu omwille van het verhaal..), mijn humeur en evenwicht toch wat onderuit haalden. Mensen die je of heel goed kende, zakelijk & prive liet behoren tot best gewaardeerden dan wel zo lang al in de sociale contacten dagelijks aan de lijn dat hun verscheiden een lege plek achterlaat. Op zich is dat ook een erkenning van hun belang in het echte leven voor een gemiddelde meninggever die ook maar een mens is van vlees en bloed, ook al denken sommigen soms wel eens van niet. Zelfs ik heb gevoelens en uit die soms maar eens via verhalen als deze. Zo was er die dappere vrouw die op mijn sociale berichten vrijwel altijd als eerste reageerde. Ze was leuk in de omgang, ongelukkig qua gezondheid, maar bleef altijd positief. Eenmaal verdwenen is er toch dat gat. Je wacht op die reactie. En die komt dan niet. Nooit meer!

Of die man met wie ik mijn hondje deelde omdat hij het zusje van de onze had binnengehaald en zijn dochter ons op het spoor zette van onze toen nog jonge puppie uit hetzelfde nestje. De rijafstand was groot maar toch zocht ik hem en zijn familie nog wel eens op. Bijkletsen over van alles. We maakten zijn gevecht mee op zakelijk terrein en ook qua gezondheid zagen we wel dat het niet helemaal goed ging. En dan toch is de dood erg onverbiddelijk. Weg is weg, maar nooit vergeten. Een jonge vent die in bloei van zijn leven werd geknakt door die verrekte rotziekte en waarover ik al eens uitgebreid schreef was voor onze zoon de broer die hij nooit had… Een bijzondere gast, maar ontzettend aardig en zeer geliefd. Als vele tientallen vrienden via diverse bijeenkomsten jouw afscheid herdenken en koesteren wie je was doe je er toe. En zo is het. Geldt ook voor mijn oudere broer die alweer dik 1,5 jaar geleden de strijd op moest geven. Welk een verlies. Met name omdat je vroeger zoveel deelde met elkaar. Goed, slecht, de jeugd, de lastige situaties soms. We liepen de deur bepaald niet plat bij elkaar, maar als dat wel het geval was, dan was het goed. We pasten bij elkaar als ying en yang. Met respect voor elkaars ervaringen en meningen. En als dat dan ineens niet meer beschikbaar is, dan ga je het pas missen. Dus koesteren maar mensen. Zolang het kan. Niet laten verwijderen om niks. Mensen maken zich vaak zo druk om futiliteiten. En niet mailen of appen, maar praten met elkaar. Voor je het weet is het over. En dat is echt niet leeftijd gebonden. Ziekten en kwalen kiezen naar willekeur hun slachtoffers uit. En dan blijkt dat die gezonde periode van voorheen nooit meer terugkomt. Bedenk dat maar eens in tijden dat het je wellicht nu nog goed gaat. Dit is waar het echt om gaat. De rest al snel bijzaak! (Beelden: Yellowbird archief)

Treinen…

Als kind was hij al gefascineerd geweest door het fenomeen treinen. Ze woonden niet ver van het spoor en hij kon er als kind soms urenlang staan genieten van de voorbij razende boemels, intercity’s en vooral die ellenlange goederentreinen. Zijn woonplaats lag aan de noord-zuid-verbinding tussen Limburg en de Randstad en de wagons vol kolen uit de mijnen waren voor hem een teken dat ook bij hen de kachel zou blijven branden. Later, zijn scholing had hij met succes afgerond, koos hij bijna vanzelfsprekend voor een baan bij het ‘spoor’. Kreeg een gedegen opleiding, werd eerst conducteur en later kwam hij als bestuurder voorin die grote machines te zitten die hij als kind al zo adoreerde. Thuis bouwde hij ook nog op schaal zijn droombaan waar hij buitenlandse treinen liet rijden tussen het Nederlandse materieel. En dan bouwde hij daar zijn ideale wereld omheen, waarin nooit oorlog was en mensen nog van elkaar hielden. Dat houden van deed hij ook toen hij Anja ontmoette. Zijn eerste meisje en meteen verliefd. Ze was blond, had blauwe ogen en sprak met een licht Brabants accent. Zij vond het stoer dat hij al een baan had, zo goed had geleerd en dat hij haar uberhaupt had gezien. Volgens de normen en waarden uit de streek waar ze waren opgegroeid kwam van het lichamelijke weinig voor ze verloofd waren en zat hun eerste baby al opgeborgen in haar buik toen ze trouwden. Hij vond het prima, zijn leven verliep op rolletjes, nou ja op rails zelfs. Ze vonden een leuk huisje, niet ver van het spoor. Dat wilde hij nu eenmaal zo. Hij verhuisde zijn eigen spullen, en voor de rest richtten ze het nieuwe onderkomen in met net gekochte of gekregen spullen. Innig gingen ze met elkaar om. En hij maakte carriere. Werd machinist op Intercity’s, draaide extra diensten om zo wat meer geld te verdienen, zeker nu er een tweede op komst was, en koesterde zijn geluk zo lang het kon. Andere mensen omschreven hen als wat saai, weinig avontuurlijk, hem als bijna ‘kinderlijk’ met zijn spoortreintjes, maar daar trokken ze zich beiden niks van aan. Geluk zat in kleine dingen en dan heb je geen uiterlijke flauwekul nodig. Als ze vakantie vierden deden ze dat per trein, boodschappen deden ze op de fiets en de kinderen gingen naar een gewone katholieke school. Nee, hij was volmaakt gelukkig. Met dank aan zijn liefde voor het spoor…. en voor Anja. Die hem nog steeds met alle begrip zijn gang liet gaan, hem niet tegensprak, het eten kookte, de kinderen verzorgde en niet klaagde als hij weer eens op zolder met zijn treinen bezig was. Anja, hij hield van haar, en van dit leven….

Fenomeen….

Fenomeen….

Haar bekendste werk qua zangkunst verscheen toch begin jaren tachtig en ik zelf raakte al snel gefascineerd door haar bijzonder wijze van optreden en zingen. Grace Jones, zwarte zangeres, maar ook een ware Stage perfomer. Ze werd geboren in 1948, stamde uit Jamaica, maar verhuisde met haar ouders naar de VS en groeide daar op. Ze ging werken als fotomodel en studeerde theaterkunsten wat zij op enig moment combineerde met haar verdere carriere-stappen. Toen ze begin 20 jaar oud was zette ze haar carriere op in Parijs en werd een bekende verschijning in het nachtleven daar. Ze hield van shockeren en met haar lange lijf en bijzonder kop, maar zeker ook haar neiging de borsten open en bloot te showen had ze al snel de naam een ‘bijzondere’ te zijn.

Toen ze op een van haar latere albums het nummer ‘La vie en rose’ uitbracht was haar kostje gekocht. Het nummer was in de verste verte gebaseerd op een oud chanson van Edith Piaf, maar zoals Grace Jones het zong werd het nummer synoniem aan de vrije wereld die we indertijd nog nastreefden. Bij de toenmalige tv-piratenzenders op de Amsterdamse kabelnetten kwam het veel voorbij en ik zal het uit die tijd ook in de bol hebben zitten. Plus van die ene trip naar Parijs toen ik in mijn bed liggend ineens wakker werd gezongen door Grace Jones die door een onderbuurvrouw in het wat bijzondere hotel waar we toen verbleven, dit nummer een keer of wat achter elkaar over de binnenplaats deed galmen.

Daarna volgden voor Grace Jones diverse albums die met wisselend succes werden verkocht. ‘I’ve seen that face before’ was een bewerking van een oud nummer van Astor Piazzolla en ook hiermee scoorde ze wereldwijd een grote hit. Voor Jones was zingen alleen niet genoeg. Ze ging ook in films meespelen en deed o.a. rollen in Conan de Barbaar en James Bond (A view to a kill). Een verder hit van haar was ‘Slave to the Rhythm’ waarbij zij een nu nog als legendarisch geldende videoclip opnam. Om de portemonnee nog wat extra te spekken trad ze ook op in TV-commercials voor Honda en Citroen. Maar Jones was ook goed voor de nodige schandalen. Haar levenswijze was bijzonder en en ze werd nog wel eens opgepakt voor drugsbezit, wangedrag, ze had altijd geldproblemen en raakte zelfs betrokken bij een verdwijningszaak. Om aan geld te komen ging ze zaken doen die niet veel deden voor haar imago.

Er kwamen soms albums uit die buitengewoon slecht waren en ze trad af en toe nog wel eens in een filmrol om zo de inkomsten wat te spekken. Maar begin deze eeuw was ze toch wat uitgespeeld. Ze is nog steeds een stijlicoon, heeft de naam zeer opvliegend te zijn, zelfs op wat hogere leeftijd en heeft het imago dat ze eigenlijk een geweldige zangeres is die door haar gedrag in feite te veel heeft stukgemaakt voor een nog grotere carriere op dit gebied. Haar liefdesleven was trouwens even turbulent als haar carriere. Ze heeft heel wat mannen (en naar men beweert) vrouwen versleten. Af en toe komt ze nog eens voorbij in benefietprogramma’s of worden haar oude hits teruggehaald tijdens de Top 2000 van Radio 2. Een fenomeen, intussen 74 jaar oud, maar nog lang niet versleten…. (Beelden: Internet)

Kamfer

Kamfer

Niets menselijke is ons vreemd als individu, dus als we ons zelf een juk omhangen met zware geestelijke stenen en menen dat we in ons leven zonder van buiten komende aantrekkelijkheden of vleselijke lusten kunnen omdat het geloof of de daar op ingestelde sekten ons hiertoe aanzetten, valt of viel dat in de praktijk altijd erg zwaar. Een middel om die lichamelijke lusten te onderdrukken was een lichte toevoeging van kamfer aan het eten of drinken. Bij zowel mannen als vrouwen onderdrukte het een wellicht wat te sterk libido en zo kon je dan jarenlang in een klooster verblijven zonder dat je de Opperheer ontrouw werd en al dan niet de hand aan je zelf of de medebroeders of zusters sloeg. Kamfer is een wonderlijk goedje.

Het zit verwerkt in mottenballen, wordt gebruikt als desinfectiemiddel, men benut het bij het balsemen, zit in vuurwerk, het beschermt je tegen insecten, men verwerkt het in anti-jeukmiddelen en zo meer. Ook tegenwoordig is de stof in pillen, poeders en drankjes gewoon verkrijgbaar al zal dit vooral in de alternatieve winkels zijn. Het op zich best giftige spul kan bij teveel gebruik ook zorgen voor epilepsie-aanvallen, verwarring, irritaties, spierkrampen en zo meer. Tel dit nu eens op bij wat je vaak vanuit die oude geloofsverhalen naar buiten ziet komen en trek je eigen conclusies.

Veel zieners en profeten zaten wellicht aan dit spul?? Geen idee natuurlijk, maar ware het goedje ook aan pastoors, kapelaans, dominees en andere kerklieden gegeven zaten we nu wellicht niet met al die Metoo en kerkschandalen. Waarbij ik direct aanteken dat ik denk dat als je de katten niet op het spek bindt en gewoon goed te eten geeft dat hele kamferspul niet nodig zou zijn. Laat die zo gelovige lieden gewoon trouwen of tenminste van de vleselijke lust gebruik maken. Als er al een oppergod bestaat zal hij of zij zeker snappen dat wat je zelf in de schepping hebt ingebakken zeker ook bedoeld is geweest om te gebruiken. Zoals we (ook in kloosters) ook doen met andere zintuigen en kennelijke onderdelen van het menselijke lichaam. En de erfzonde van de christenen zat niet in het seksuele maar in het verbod van God om van een boom te eten. Adam en Eva, naakt op aarde gezet om van elkaar te genieten, maar die boom…daar moesten ze niet van eten. Hoe lastig kan het zijn zou je denken. Daarbij, vanuit mijn huidige blik op de wereld, een naakte Eva voor mijn stoel, bank of bed zou me niet eens aan fruit doen denken. Nee hoor, dan heb ik te druk met andere dingen. Maar ja, dat mag natuurlijk niet. Dus maar een kamferpilletje nemen dan? Of toegeven aan?? U mag het zeggen…. (beelden: internet)

Nog een ooit zo Britse naam..Rover!

Nog een ooit zo Britse naam..Rover!

Nee, het bestaat niet meer. Maar delen van dat ooit zo chique Britse automerk nog wel. Zo is het afgeleide Land-Rover nu in handen van Tata uit India en werd de merknaam Rover verkocht aan de Chinezen die er na een paar jaar Roewe van maakten en eigen producten op de markt brachten die de naam Rover geen echte eer aan doen. En dat terwijl we het toch hebben over een traditiemerk dat al in 1904 werd opgericht en indertijd vooral bekend werd door wagens voor de middenklasse.

Na de oorlog kwam Rover terug met auto’s die duidelijk leunden op de vooroorlogse modellen en er ook zo uit zagen. De Rovers Ten, Twelve, Fourteen en Sixteen zagen er ook ouderwets Brits uit en reden ook zo. Door liefhebbers zijn er heel wat bewaard gebleven. Ergens in 1948 bedacht Rover een wagen die wereldwijd bekendheid zou gaan genieten, de Land-Rover. De eerste was een een soort open ‘Jeep’ die met name het leger en de agrarische sector moest aanspreken. Latere versies werden dicht gemaakt, waarbij veelal het achterste deel van de carrosserie met een zeildoek werd afgedekt.

Die Land-Rovers werden tientallen jaren in vrijwel ongewijzigde vorm gebouwd en werden in de meest verschrikkelijke omstandigheden gebruikt. Intussen bouwde Rover ook de P4. Met een totaal nieuwe carrosserie, een flinke reeks motoren en door de jaren heen ook steeds meer luxe. De auto had de naam onverwoestbaar te zijn, maar dat viel in de praktijk nogal mee. Solide waren ze wel en het houten dashboard met al die al dan niet verchroomde meters en knoppen sprak hele doelgroepen aan.

Eind jaren negentig verscheen de opvolger, de fameuze 3 Litre, altijd met een zespitter onder de kap. En die weer opgevolgd door de van een V8 gebruik makende 3.5 Litre die 8 jaar later op de markt werd gebracht. Chique en statige wagens vol leder en hout. Erg fraai was ook de 3500 uit 1968 die zelfde V8 koppelde aan een lagere carrosserie. De motor zorgde voor snelheden tot 185km/u maar een beetje heer reed dat nooit natuurlijk. Ultiem was het op de kofferdeksel gemonteerde reservewiel. In bijpassende hoes.

Nog steeds een gevraagde klassieker. Luxe, chique, sterk en hoog was de Range-Rover Series 1 die in 1970 werd uitgebracht. Opnieuw met die bekende V8 van Rover (werd ook veel geleverd aan andere fabrikanten) maar nu ook bedoeld voor in het terrein. Die lijn van Range-Rovers werd jaar na jaar uitgebreid, maar door die jaren heen groeide de wagens ook. Dat deed niet de SD-1.

Een werkelijk prachtige Rover die in de tweede helft van de jaren zeventig de klassiek aandoende voorgangers verving. Laag, snel, luxe. Met die heerlijke V8 een prima wagen, maar toen men onder druk van toenmalig eigenaar British Leyland ook andere motoren moest monteren begon de ellende. De Rover 2000/2300 die onderdeel was van deze gestroomlijnde auto een hele reeks te koop. Maar ze leden ook onder grote kwaliteitsproblemen.

En dat ging kleven aan die toch grote merknaam. In de jaren tachtig en negentig bracht Rover verder grote en ook steeds kleinere modellen. Op enig moment werd zelfs de van Austin/Morris bekende Mini een Rover. Een marketingfout van jewelste. Het laatste kunstje van het nog min of meer op zichzelf staande merk was de 75-serie. Fraaie wagens, die je zelfs als stationcar kon bestellen. Maar het werkte niet meer. Tijdens de bankencrisis van dik tien jaar geleden ging het mis en moest Rover definitief de fabriekspoorten sluiten. Wat rest is de geschiedschrijving. Wat ik gaarne deed. Want die Britten verdienen dat! (Beelden: Archief)

Jamaica..

Jamaica..

En voor de goede orde, ik pleit zeker niet voor het opsluiten van een volk achter muren of binnenshuis. Dat past meer bij de liefhebbers van DDR-achtige dictaturen of zo. Nee, het gaat mij ook dit jaar weer eens over die wonderlijke behoefte om vakantie te vieren op zeer ver van ons landje gelegen plekken. Omdat men anders het gevoel heeft ‘niet echt op vakantie te zijn geweest’. Tuurlijk, men trok in meerderheid naar het zuiden van Europa, waar het zo mogelijk nog warmer was dan bij ons in deze prachtige zomer, maar vaak ook veel verder. Nu Covid ons wat heeft verlaten kon er weer gereisd worden en dus was het op de vaderlandse (en Europese) luchthavens extra druk.

Sommigen vlogen naar favoriete bestemmingen in Spanje of Portugal, anderen verkozen IJsland of Azie. Bij een van onze buurtgenoten gingen de kinderen met vader mee (1 op de 3 gezinnen kent een scheidingsverleden, dit gezin ook..) naar Jamaica. Want daar was het zo leuk voor ze… Het zal best hoor, maar dan ken ik er nog wel een paar. En moet meteen terugdenken aan hoe het in onze jeugd was. Zoals al eerder beschreven (22-7jl) waren de meeste mensen in ons land zeer hard werkende loonslaven of zelfstandigen die door zich in het zweet of de olie te wentelen een inkomen moesten verwerven. Vakantie was veelal net een week lang, later net in de tijd twee misschien. En daarvoor moest je dan geld reserveren.

Bij ons in de toenmalige hoofdstedelijke straat waren bij sommige arbeidersgezinnen het Zgn. ‘Fransche Kamp’ bij Bussum populair, maar ook Bakkum werd door de veelal puur Amsterdamse bevolking met liefde bezocht. Tentje mee, of als je meer geld had, een huisje in de kuststreek waar je dan in frisse lucht maar wel in nog primitievere omstandigheden dan thuis, moest zien hoe je je door de dagen heen ontspande. Veel van mijn straatvrienden van toen genoten er van. Ik niet. Mijn moeder was er ook niet van. Zij hield van luxe en rust. En die vond ze in Limburg. Valkenburg de favoriete bestemming. En dan niet in een tent maar in een hotel of tenminste een onderkomen bij mensen die redelijk comfortabele kamers verhuurden. Van daaruit trokken we dan met de auto, ja mensen die hadden wij al heel lang, naar Belgie en als climax het Drielandenpunt bij Vaals.

Keek je zo naar Aken, toch een spannend gebied. Want leasepa had wat meegemaakt met die ‘moffen’ zoals hij ze noemde en weigerde categorisch een stap over de Duitse grens te zetten. Terug thuis werd er best tegenop gekeken. Helemaal naar Limburg…Later in het leven hoorde ik dat jeugdvrienden naar verre oorden als Italia of Oostenrijk reisden. Hun ouders hadden intussen ook een VW of Opel gekocht en durfden die reizen wel aan. Wij gingen toen nog steeds naar Valkenburg. En daar werd best meewarig naar gekeken. Zo gaat het nu ook met die verre reizigers. Nu ik zelf veel van de wereld zag vind ik mensen die naar Frankrijk gaan min of meer hetzelfde als zij die vroeger naar Valkenburg reden. Nee, dan Jamaica…..dat is pas wat. Maar ik laat het wel met plezier aan me voorbij gaan. Geen zin meer in. Maar het zal er vast heel leuk zijn. Al was het maar om die muziek…. En intussen ben ik natuurlijk nieuwsgierig naar waar jullie, beste lezers, naartoe gingen in de jeugd en wat je nu trekt als bestemming?? Gooi het er maar uit hoor… (Beelden: Prive-archief)

Ongemakkelijke communicatie…

Ongemakkelijke communicatie…

In de afgelopen maanden zond RTL4 net als Videoland een reeks uit onder de titel ‘B&B vol Liefde’. Uitgangspunt van dit tweede seizoen was een reeks mensen met een (soms soort van..) Bed & Breakfast in den vreemde. Veelal qua karakter bijzondere lieden die daar waar ze neerstreken in Frankrijk, Italie, Oostenrijk of Portugal, redelijk succesvol waren in het uitbaten van hun nieuwe bron van inkomen, maar soms nog steeds in de opbouwfase van dat gebeuren verkeerden.

Terwijl ze daar al dan niet hard werkend aan de slag waren ontdekten ze ook dat ze de liefde misten. Een partner aan hun zijde, een maatje, zowel voor de uitbating van hun B&B als ook in bed. Nou het programma liet zien hoe slecht Nederlandse mannen en vrouwen zijn in zgn. partnercommunicatie. Ze luisteren niet, kwekken over koetjes en kalfjes en zelfs dat niet, maar zijn niet meteen verkopers van hun eigen gevoelens. Daarbij komt dat de kandidaten(s) die zich inschreven om het eens te proberen bij die B&B-eigenaren soms ook van een empathisch niveau zijn dat je echt meteen de conclusie kunt verbinden dat ze daarom vaak als single door het leven gaan.

Horkengedrag, een zekere domheid, totaal geen interesse in die andere mens behalve dan wellicht het feit dat je door zo’n serie ineens kunt opduiken als ‘BN-er’ in andere formats. Mijn tenen staan er krom bij. Want net als ik al eens eerder schreef in ander verband, dat je de liefde zoekt maar er niets voor wilt doen. Oftewel eens vraagt wat die potentiele andere mens in jouw leven leuk vindt, graag eet of weet ik wat interessant vindt, ik kan er met de pet niet bij. Zijn we dan zo slecht opgevoed? Is de liefde ons totaal vreemd geworden, moet het op een presenteerblaadje worden aangereikt zonder tegenprestaties? Dan snap je wel dat op enige termijn relaties stuk lopen.

Mannen die wel aan hun eigen plezier denken maar de veelal vrouw in de relaties vergeten. Vrouwen die het materiele interessanter vinden dan de passie maar vooral menen dat de zon slechts op hun lijven zal schijnen voor de rest van hun leven. Daarbij zie je ook dat men zich nauwelijks realiseert dat het leven in een of ander Frans gat echt iets anders is dan wonen in de grote stad midden in Nederland met je familie en vrienden om je heen. Het kan best zijn dat het allemaal via een script zo in elkaar is gestoken maar mijn handen jeukten soms om die lui eens flink door elkaar te schudden en aan te reiken hoe je bepaalde zaken hoort te doen in een wedstrijd om een relatie. Een van de meest botte lui uit de reeks, ene Richard, was in al zijn onverstaanbare geschreeuw wel het meest duidelijk. Hij hield van vrouwen met lang haar en ronde stevige billen en had een grote passie voor klussen en motorrijden. Met die ogen (vrouwen moeten me niet aan de kop zeiken..) bekeek hij de kandidates. En die hadden het daar in de meeste gevallen best lastig mee. Maar bleek in de finale een hartje van goud te bezitten. Het was in zijn totaliteit echter een en al rariteitenkabinet, maar wij hebben ons er wel mee vermaakt. Omdat je meteen ziet dat veel mensen buitengewoon matig zijn in welke vorm van communicatie ook. Zouden er daarom zoveel gescheiden zijn geraakt dan wel al jaren lang single gebleven? Vast….. (Beelden: Internet)