Missing men…

Missing men…

Als er iets is wat we als mensen te weinig doen is dat koesteren wat je hebt in het hier en nu. Slechts diepgelovigen neigen er naar te denken dat als het hier op aarde afgelopen is, er nog een heel lang (eeuwig) leven na ons fysiek verscheiden voor ons ligt. In andere geloven denken ze dat je dan als man 40 maagden aangeboden krijgt. Nou leuk dan, ben je net 85 geworden, is het leven op aarde over, moet je daar ‘boven’ ergens aan de slag om die eeuwigheid leuker te maken. Maar met wat dan?

Hoe dan ook ik ga er maar vanuit dat ons aardse bestaan is wat we nu bezitten en niet zo maar kunnen inruilen voor iets anders. En in dat heden passen de mensen die er toe doen, de dieren waar je van houdt of gehecht aan bent, je vrienden, de al dan niet lieve buren, en je thuisplek die door heel wat mensen is ingericht om het zo leuk mogelijk te hebben. Pas als het evenwicht wordt verstoord en er mensen wegvallen uit die naastenkring, dan wel een van de dieren gaat hemelen raken we van de leg. Los van alle enorme emoties die een rol gaan spelen bij verlies van een naaste is ook iemand die je misschien wat meer op afstand had zitten maar wel goed leerde kennen, best een persoon om door verstoord te raken qua emoties. Geldt ook voor hen die je al jaren kent via deze media waarop we als bloggers, Facebookers of Twitteraars zo actief zijn.

Ik merk dat juist dit jaar een optelsom van mensen die er toe deden of doen, die besloten dat het genoeg was (ik chargeer nu omwille van het verhaal..), mijn humeur en evenwicht toch wat onderuit haalden. Mensen die je of heel goed kende, zakelijk & prive liet behoren tot best gewaardeerden dan wel zo lang al in de sociale contacten dagelijks aan de lijn dat hun verscheiden een lege plek achterlaat. Op zich is dat ook een erkenning van hun belang in het echte leven voor een gemiddelde meninggever die ook maar een mens is van vlees en bloed, ook al denken sommigen soms wel eens van niet. Zelfs ik heb gevoelens en uit die soms maar eens via verhalen als deze. Zo was er die dappere vrouw die op mijn sociale berichten vrijwel altijd als eerste reageerde. Ze was leuk in de omgang, ongelukkig qua gezondheid, maar bleef altijd positief. Eenmaal verdwenen is er toch dat gat. Je wacht op die reactie. En die komt dan niet. Nooit meer!

Of die man met wie ik mijn hondje deelde omdat hij het zusje van de onze had binnengehaald en zijn dochter ons op het spoor zette van onze toen nog jonge puppie uit hetzelfde nestje. De rijafstand was groot maar toch zocht ik hem en zijn familie nog wel eens op. Bijkletsen over van alles. We maakten zijn gevecht mee op zakelijk terrein en ook qua gezondheid zagen we wel dat het niet helemaal goed ging. En dan toch is de dood erg onverbiddelijk. Weg is weg, maar nooit vergeten. Een jonge vent die in bloei van zijn leven werd geknakt door die verrekte rotziekte en waarover ik al eens uitgebreid schreef was voor onze zoon de broer die hij nooit had… Een bijzondere gast, maar ontzettend aardig en zeer geliefd. Als vele tientallen vrienden via diverse bijeenkomsten jouw afscheid herdenken en koesteren wie je was doe je er toe. En zo is het. Geldt ook voor mijn oudere broer die alweer dik 1,5 jaar geleden de strijd op moest geven. Welk een verlies. Met name omdat je vroeger zoveel deelde met elkaar. Goed, slecht, de jeugd, de lastige situaties soms. We liepen de deur bepaald niet plat bij elkaar, maar als dat wel het geval was, dan was het goed. We pasten bij elkaar als ying en yang. Met respect voor elkaars ervaringen en meningen. En als dat dan ineens niet meer beschikbaar is, dan ga je het pas missen. Dus koesteren maar mensen. Zolang het kan. Niet laten verwijderen om niks. Mensen maken zich vaak zo druk om futiliteiten. En niet mailen of appen, maar praten met elkaar. Voor je het weet is het over. En dat is echt niet leeftijd gebonden. Ziekten en kwalen kiezen naar willekeur hun slachtoffers uit. En dan blijkt dat die gezonde periode van voorheen nooit meer terugkomt. Bedenk dat maar eens in tijden dat het je wellicht nu nog goed gaat. Dit is waar het echt om gaat. De rest al snel bijzaak! (Beelden: Yellowbird archief)

Milko – in memoriam

Het leven is soms bijzonder onvoorspelbaar en zeker unfair. Zo voelt het als iemand overlijdt die veel en veel te jong is. En ook nog eens na een lijdensweg van dik een jaar. Zo iemand was Milko. 46 werd hij slechts. Een knokker, hield het vol tot het bittere eind, maar de strijd was zwaar, de tegenstander veel te sterk. Alle medische hulp werd hem verstrekt, maar uiteindelijk won die vreselijke ziekte het van zijn krachtige verzet. Een taaie struik, geknakt in de bloei van zijn leven. Net een nieuwe liefde gevonden, lekker levend op zijn eigen typerende wijze. Maling aan de gevestigde orde, doen wat je hart je ingeeft en desnoods met minder toe dan toegeven aan de vermaledijde burgerlijkheid. Breed georiënteerd, revolutionair, muzikaal, humorvol, alles relativerend. En dat was hij als kind al. Toen wij hem leerden kennen was hij net 6 jaar oud. Een leuk knulletje met een handleiding. Altijd goed voor kleine kinderrampjes waaruit later door ouders en vrienden heel wat verhalen zijn terug te halen. Samen met o.a. onze zoonlief boezemvrienden en de straten en pleinen (zeker meer…) van de nieuwe polderstad onveilig makend. Op een manier die we nu als uiterst beschaafd zouden omschrijven. De revolutionair in hem zat er later aan te komen. Zeker in zijn latere muziek-optredens. Zijn verhalen, teksten, rappen op eigen frasen, niet bang voor het publiek, gewoon leuk en netjes dwars liggen. Passend bij de leeftijd. Vanuit New York verslag doen naar zijn familie toen 9/11 daar plaatsvond. Maar niet in paniek rakend. Relativeren….zo knap. Zoals hij dat ook tot het allerlaatst deed. Nog even op het allerlaatst een tekstje doornemen met vrienden, niets verlangen, niets vragen, zoveel mogelijk zelf blijven doen. Een kanjer. Maar geknakt…uitgewoond, de strijd verloren. Het wordt zeker voor zijn familie, liefde, nabestaanden zoeken naar een nieuwe plek om ook dit verdriet een plek te geven. Zonder te vergeten. Daarvoor was hij veel te bijzonder. Milko….we gaan hem missen. Maar ook bewonderen om wie en wat hij was bij leven. Zoals het hoort. Deze week nemen we afscheid. De verwerking zal lang duren….

Stille communicatie…

Stille communicatie…

Juist vandaag sta ik even stil bij hen die niet meer bij ons zijn. Geliefden, vrienden, familie. Mensen waar je bij leven veel om gaf, soms minder zag dan je wellicht zou willen of hebben gewild, maar omstandigheden maakten dat soms lastig. Bij leven nemen we de dingen zoals ze komen. We gaan er vanuit dat mensen het eeuwige leven in zich hebben en nemen de dag van morgen als vanzelfsprekend. Toch is dat niet zo, en dat is best confronterend. Kijk eens door (niet eens zo) oude fotoalbums of bestanden en je schrikt soms bijna van het aantal lieden die je nu moet missen. Soms is dat missen iets als kiespijn, maar in de meeste gevallen toch echt op de rand van het verdrietige af. ‘Had ik maar..’ denk je dan soms. Waarom nemen we het leven als iets vanzelfsprekends?

Je hebt maar een pandemie nodig of een oorlog zoals die woedt in de Oekraine om te beseffen dat alleen al door handelen van anderen of virussen ons leven zo maar kan eindigen. Bezoek een ziekenhuis en zie wat daar allemaal plaatsvindt en welke invloed het heeft op de mensen die er komen met soms een laatste vleugje hoop op een redelijk verder leven. Tuurlijk moeten we daar niet elke dag bij stilstaan, anders worden we wel heel depressief wellicht. Maar misschien wel wat meer aandacht voor elkaar nu het nog kan in dit aardse bestaan. In de afgelopen jaren moesten wij afscheid nemen van heel wat van vroeger bekenden, vrienden en familieleden. Allemaal gekoesterd, maar soms ook wel wat verwaarloosd. Tuurlijk, je eigen drukke leven, prioriteiten, grote afstanden tot elkaar, letterlijk en ook figuurlijk. Maar nu kan het niet meer. Blijft de (h)erkenning van hoezeer iemand ooit van groot belang voor jou was. De negatieven daarbij het liefst uitgesloten van die herdenking. Een ding is wel zo, zolang we aan die gehemelde mensen blijven denken zijn ze nog een beetje bij ons. Pas als dat niet meer plaatsvindt zijn ze vergeten. Afgeschreven, anoniem. En dat lijkt me helemaal niks….Zelfs voor onze oude huisdieren van voorheen, voelen we hier nog een gevoelig plekje…en koesteren de beelden……Hoe gaat jullie, beste lezers, om met die herinneringen en als je wilt deel maar hier hoe…..Dank daarvoor…..

Polenese…

‘Aan mijn lijf geen polenese meer’ stelde de vrouw zeer stellig tegen de interviewer die haar vragen stelde over haar relatie met de wat corpulente man naast haar. Die keek maar wat weg van de camera die op het stel gericht was. Hij wist het wel wat zij bedoelde maar de interviewer rook bloed en vroeg door. ‘Hoe bedoelt u dat? Is uw huwelijk afgelopen dan?’. ‘Nei’ zei de magere maar zwaar opgemaakte vrouw van diep in de 50 zeer duidelijk, ‘maar d a t hebben we gehad en ik voel ook geen behoefte meer’. ‘We hebben het verder goed hoor, maar der zijn nu kinderen en ik heb zelfs al een kleinkind, dan hoeft het voor mij niet meer”. Fel keek ze van de interviewer naar de man die haar echtgenoot was met een blik van ‘kijk nu eens wat er van hem geworden is’. Het bleek dat de man ziek was geworden van (door) zijn werk, langdurig thuis was komen te zitten en dat die situatie de relatie niet had verbeterd. Haar hele schema raakte in de war, ze moest hem verzorgen, zag hem niet meer als man of echtgenoot, maar meer als patient. En dat had alle andere gevoelens gedood bij haar. ‘Tja, en kijk, ik ben weliswaar nog niet oud, maar oud genoeg om aan te geven dat het voor mij niet meer hoeft. We kijken samen tv, gaan naar de kinderen of de buren op visite, eten er goed van, maar ja het is ook geen vetpot. En als ik mijn sjekkie heb en de hond kom ik de dag wel door’. De man zuchtte….Hij verlangde wel naar intimiteit, maar dat werd hem door de vrouw met wie hij al heel wat jaartjes samen was eenzijdig ontzegd. Dus was hij gaan drinken. Niet goed voor zijn kwalen, maar ach je moest wat en het hielp hem de ergste zielepijn te verdoven. Hij keek nog eens in de camera. Als ze dat ding nou zouden uitzetten en die lui vertrokken kon hij een biertje uit de koelkast halen en er eentje nemen op het huwelijksgeluk dat nu zo vlak was geworden. Aan polonaise dacht hij niet meer. Wel aan die fraaie jonge deerne die hij laatst in de kroeg had gezien. Met alles er op en aan. En hij bedacht dat zijn vrouw ook ooit zo aantrekkelijk was geweest. Wanneer ook al weer, nou dat was toch wel…..uh….dertig jaren en kilo’s geleden.

Plaag…

Plaag…

Terwijl we ons in deze door Covid19 verziekte tijden druk maakten of nog maken over ons gebrek aan vrijheid of mogelijkheid tot feesten of shoppen is een terugblik naar andere plagen op dit gebied wellicht goed.

In de Middeleeuwen, een periode in onze geschiedenis waarnaar sommige extremistische of ultralinkse stromingen naar verluid gaarne terugverlangen, hield een soortgelijke ziekte ons mensen dusdanig bezig dat er tussen de 75-200 miljoen mensen aan overleden. De Zwarte Dood, oftewel de Pest hield ons meer dan angstig. En die sterk besmettelijke ziekte kwam zelfs twee keer langs om ons op de relativiteit van het leven te wijzen. 25% van de totale Europese bevolking bezweek er aan. Vergelijk dat maar eens met Corona nu. Terugblikkend kwam ook deze ziekte uit het Verre Oosten per schip onze kant op. Zeer waarschijnlijk via besmette ratten aan boord van de toenmalige handelsschepen van de Venetiaanse Republiek.

Met rattenbloed besmette vlooien, toen een heel normaal beestje dat ook onze soort constant belaagde, besmetten veel mensen. En die weer andere mensen. Men nam die besmettingen nauwelijks serieus en bedenk ook maar dat de hygiene in die jaren matig tot slecht verzorgd was. Wassen en zo meer een vrijwel onbekend fenomeen. De Pest sloeg overal toe. Het maakte geen onderscheid tussen man of vrouw, oud of jong, arm of rijk, al zullen de armoedigen eerder zijn bezweken dan de vaak wat afgezonderd wonende en levende rijken. De pest kwam in verschillende verschijningsvormen. De meest bekende was de builenpest die patienten al snel deed onderscheiden van gezonden.

Opmerkelijk was ook dat men in die periode van de tijd meende met bepaalde uitmonsteringen zoals een masker met vogelvorm waarin je dan ‘geneeskundige kruiden’ stopte die je tegen de ziekte moesten beschermen, de besmetting buiten het eigen lijf te kunnen houden. Herstel van de kaalslag die deze ziekte in met name Europa onder mensen aanrichtte duurde bijna 150 jaar. En tussentijds bleven af en toe toch weer besmettingen optreden omdat men maar niet kon bedenken waarom deze ziekte optrad en waar de oorzaken lagen. Mensen die overleden werden door speciale doodgravers veelal buiten de steden begraven, vaak in massagraven, om zo de besmettingen buiten die steden te houden. Wie een besmet lijk aanraakte kon bijna zeker zelf in de volgende ronde worden bijgezet. Het waren dus speciale lieden die deze taken verrichtten.

Opvallend is ook dat de Pest zich wereldwijd verspreidde. Ook in die jaren zonder moderne reismiddelen. Overal waar mensen heen reisden kwam de ziekte terecht en zaaide dood en verderf onder al dan niet lokale volkeren. Ook in Azie en Noord-Afrika was dit het geval, omdat daar veelal handelssteden te vinden waren die werden aangedaan door koopvaarders uit besmette landen. In Egypte kwam de ziekte in 1347 aan land, door het aanmeren van een enkel schip dat werd geroeid door christelijke slaven en waar de ziekte onder deze arme donders werd meegenomen. De verspreiding van de Pest in het oude land van de Farao’s zorgde voor meer dan 600.000 doden die gewoon werden gedumpt in de Nijl, waardoor die niet meer kon stromen op sommige plekken en het water compleet vergiftigde. Vanuit Egypte kwam de besmetting terecht in het Midden-Oosten, meegebracht door islamitische pelgrims die o.a. Mekka bezochten en zo die stad voorzagen van een grote plaag. De Pest bleef een actieve rol spelen tot in de 19e eeuw. Toen pas ontdekte men echt wat de oorzaken waren en wat er tegen moest worden gedaan. Bestrijding van ratten en vlooien door o.a. sterk verbeterde persoonlijke hygiene en controles maakten dat de ziekte afnam qua belangrijke bron van dood en ellende, al moet hij nog steeds niet worden onderschat. Zelfs in de 20e eeuw werd India getroffen door de pest en overleed daar 3% van de bevolking er nog aan. Gelukkig hebben we nu geneesmiddelen om de boel binnen de grenzen van het redelijke te houden. Maar het geeft ook aan hoe kwetsbaar wij mensen zijn als er een besmetting van die orde en grootte plaatsvind. U bent gewaarschuwd. De Middeleeuwen zijn geen toekomstdroom waardig, bedenk dat je beter drie keer je lijf kunt wassen per dag dan niet, en neem dit soort besmettingen serieus. Ook al zien we niet meteen zwarte etterende bulten op iemand anders’ lijf waardoor we snappen dat die besmet kan zijn….. (Beelden: Internet)

John…

John…

Het was door stom toeval dat ik ineens het bericht las van zijn overlijden. Dat was op dat moment al vier maanden geleden. Als ik dit opschrijf zijn we alweer een kleine maand verder.

Maakt op het eeuwige leven natuurlijk niet uit. Maar hij verdient dan wel weer dat ik even aandacht voor hem vraag. Een markant mens uit mijn schrijvende en vliegende verleden. Een man die ik ontmoette tijdens de hoogtijdagen van onze exposities ter promotie van de luchtvaart en de uitgave van het bijbehorende magazine Stabilo. Hoe ik nu precies met hem in contact ben gekomen is me achteraf bekeken niet meer zo duidelijk, wel dat hij ineens met veel enthousiasme zijn kunsten ging vertonen tijdens een van de in het Schipholse Aviodome-museum gehouden tentoonstellingen van onze Stichting. Hij liet zich omhoog takelen met een gehuurde kraan, zelf gekleed in een pilotenpak en schoot na de ‘landing’ allerlei vuurpijlen af om zo de ‘dinghy-drill’ van piloten te demonstreren. Wij en het publiek om ons heen, waren er zeer van onder de indruk. En dat was voor John eigenlijk nog maar een klein beginnetje. Hij was journalist, kende enorm veel mensen, van Prins Bernhard tot Martin Schroder, belde gewoon het hele land door om zijn doel te bereiken en beet zich graag vast in luchtvaart-gerelateerde onderwerpen. Nam ons mee naar recepties of tv-shows, zonder vragen of uitnodiging, reed in een grote Cadillac en had altijd al dan niet geleende apparatuur bij zich. Hij leerde op enig moment zelf vliegen, een passie die hij graag met me deelde, kon prima zeilen, was een prater van jewelste maar had ook maling aan sociaal normaal contact. Niet vreemd opkijken als hij ineens om 10 uur ‘s-avonds bij je voor de deur stond. Hij regelde testvluchten met dikke helikopters of liet zich in een US Navy jet afschieten vanaf het vliegdek van een Amerikaanse carrier in de Middellandse Zee. Toch hing er ook wel een zweem van geheimzinnigheid om hem heen. Hij verzweeg bepaalde dingen uit het verleden. Toen we nog samen in de polder woonden maakten we desondanks veel plezier. Hij altijd in de weer om bij sponsoren van alles los te peuteren, een man die op alle vliegvelden in Nederland bekend was en altijd in voor een gesprek of interview. En veelal in dat bijzondere vliegerspak van hem. Net als zijn oude regenjas een soort uniform. Toen ik een jaar of 25 geleden terugverhuisde naar het oude land werd de relatie verbroken. Ik had het veel te druk met mijn carriere die op dat moment zorgde dat ik me met de Stichting en het magazine niet meer te veel bemoeide en dat verhaal ook mede daardoor stopte. John ging iets anders doen. Verdween uit beeld en verlegde zijn vizier richting andere dingen. Via een andere relatie in de Polder kreeg ik dus onlangs ineens dat verlate overlijdensbericht. Te laat, maar toch. John Assmann, hij werd 82 jaar oud. En bijzonder mens. Maar in de hemel vast allerlei dingen aan het organiseren…..Moet wel…..(Foto: John en ik in een Piper Super Cub voor weer een fotovluchtje..)

Relativiteit…

Het net nieuwe jaar was slechts een paar dagen oud of we stonden al bij een druk bezochte begrafenis en namen afscheid van een man die we vooral hadden leerden kennen als hard werkend en vol humor. Een vent die ooit in de bloei van zijn leven een bedrijf had overgenomen van zijn oom en uitbouwde tot een onderneming van internationale allure. Hij werkte als een buffel, maar bleef intussen wel in de omgang normaal en plezierig. Dat hebben veel van die ‘succesvollen’ niet. Hij wel. En hij leidde ook de volgende generatie binnen het gezin op. Tot geweldige managers die toen hij uiteindelijk besloot om te stoppen en meer te genieten, zijn intussen behoorlijk grote onderneming op juist wijze zouden kunnen leiden. Hij zelf werd kort daarna ineens ziekelijk. Hobbelde van de ene kwaal naar de andere en als hij dan van de ene was genezen meldde de volgende ellende zich weer. Moest ook nog eens ondergaan dat zijn partner ernstig ziek werd en zo bleken ze als paar tamelijk kwetsbaar. De aftakeling kwam veel te snel. En onlangs kwam het einde. Veel te vroeg.

Samen met honderden genodigden en gasten die kwamen uit respect of omdat ze de betrokkene goed kenden uit prive- of zakenleven, keken we terug naar dat verleden, de onderneming, maar ook de kracht die hij uitstraalde ondanks alle ellende. Een paar maanden eerder zaten we nog samen aan een gezellig diner. En lachten als vroeger om allerlei gekkigheid. Hij was met al zijn tegenwoordige gebreken zijn humor nog niet kwijt. Het werd een gekoesterde avond. En dan ineens is de man weg. Hemelen! Weer een die je als jong mens hebt leren kennen. In de bloei van het leven. Onkwetsbaarheid natuurlijk als jeugdige zekerheid en toen wilden we niet horen over mogelijkheden van te vroeg doodgaan of ernstig ziek worden. Dat was iets voor ouderen. Maar ja, wat is oud tegenwoordig. Ik schreef al eens over die dik 100-jarige die nog volop in het leven staat.

Een beetje gezonde geest in een fit lichaam zorgt nog steeds voor dat idee dat wij gewoon door kunnen blijven gaan met leven. Niets kan ons stoppen. Maar in de praktijk is dat toch anders. Hele verpleeg- en ziekenhuizen liggen vol met mensen die dat ook dachten. Het is soms goed te beseffen dat niet alles automatisch is te regelen zoals we dat als mens graag willen. We beschermen onze dierbaren, dieren, bezittingen, maar bij uitval van een simpel orgaan zijn we zo kwetsbaar als de eerste de beste goudvis in een niet bijgehouden kom zonder vers water of voedsel. Dan wordt het knokken, afzien en overleven. En wordt alles relatief. Dan rest de bijschrijving in de geschiedenis. Al dan niet digitaal. Al vrees ik dat het laatste niet voor altijd zal gelden. Al doen we nog zo ons best totaal op ons zelf ingesteld te zijn, eenmaal weg ben je snel vergeten. Mits je een grote familie hebt die jaarlijks aan je terugdenkt. Maar wie is dat gegeven?? Alles is relatief. En deze serieuze noot moest ik toch even kwijt…

Victor….

Als een eik wordt geveld valt hij met veel gekraak. En dat geldt ook voor mensen die een onvergetelijke indruk maakten tijdens hun expressieve leven. Zo’n vent was Victor. Ik leerde hem via vrouwlief en haar collega/vriendin bij de Gemeente Amsterdam kennen. In 1968. Een stoere en voor vrouwen zeker aantrekkelijke vent met een snor en lang haar. Vrijbuiter, verhalenverteller, warm, half Oekrains en met een jeugd die niet meteen bol had gestaan van liefde. Die liefde zocht en vond hij bij het andere geslacht en daar was hij succesvoller dan tien mannen zoals ik bij elkaar opgeteld. Hij had dan ook veel mee. Als vriend was hij trouwens ook noest en sterk. Je wist over het algemeen wat je aan hem had en we beleefden ook heel wat avonturen samen. Vlogen overal in en heen, hij introduceerde me in de wereld van het fotograferen met een SLR-camera. Ik hem in de wereld van de luchtvrachtlogistiek. Hij was daarin een typische olieman. Je kon hem wegsturen naar bestemmingen in het Verre Oosten of Afrika. Altijd regelde hij onze bedrijfszaken prima maar had hij daarbij meestal ook meteen weer nieuwe relaties opgedaan of andere uitgediept. Hij reed in het begin vooral op de motor. Talloos zijn de verhalen die daarover te vertellen zijn. Van onwillige Russische merken tot fraaie BMW’s. Hij verkaste en verhuisde op enig moment.

Naar Nieuw Vennep. Bouwde daar direct weer een nieuwe kring vrienden en relaties op. Zijn brede inborst zorgde voor veel genoegens. Die vrienden werden deels ook weer vrienden van ons. En opnieuw werd er gevlogen en genoten. Samen in een stichting actief die de luchtvaart wilde redden tegen het toen al veel te heftige geblaat van Groenlinkse milieurakkers. Samen een luchtvaartblad maken. Met nog meer mensen, maar Victor was van de relaties. Dat kon hij als de beste. En fotograferen. Of luchtvaartavonden organiseren waarbij hij half Schiphol thuis uitnodigde en die mensen dan zijn zelfgemaakte films liet zien. En als het even kon ook zijn collectie Laurel & Hardy films. Want ook dat was een passie. Hij bleef in die luchtvaartsector actief, ik koos voor de auto’s. Onze levens bleven verbonden via de passie voor de luchtvaart maar de carrieres volgden een ander pad. Deden nog wel wat leuk was. Tentoonstellingen, bladen maken, vliegen.

In 1990 herintroduceerde hij mij bij het bedrijf waar hij toen op Schiphol werkte. Een rommelige toko en Victor trachtte het hoofd boven water te houden in die zaak. Heftig soms. Reed overtuigd Harley-Davidson en kocht die motoren ook overal en nergens voor de handel. Ik bleef maar kort bij die zaak actief, hij nog iets langer. Tot hij ineens besloot met een nieuwe liefde richting Frankrijk te vertrekken en heel wat schepen achter zich te verbranden. Echt afscheid nemen kon niet meer. Hij begon opnieuw! Ik zag hem nog een keer in 2000 bij het definitieve afscheid van vliegvriend Wim. Het was hartelijk en plezierig als voorheen. Daarna werd het stil. 18 jaar lang. Veel te lang. Onlangs bereikte me het bericht dat hij plotseling was overleden. In Frankrijk. Waar hij ook werd begraven. Uit de vele reacties op Schipholse Facebook-groepen maak ik op dat hij zeer wordt gemist. Gek genoeg komt dat verlies ook bij mij stevig binnen. Te veel meegemaakt samen, te zeer genoten. Een man vol passie viel ineens om. Een eik geveld. Ik hoop oprecht dat hij daar waar het universum ruimte biedt voor ons allen, opnieuw mag beginnen. Het is hem zeer gegund. En ik wens alle nabestaanden en vrienden van vroeger en nu sterkte bij dit verlies.

Terrasrokers…

Het was mooi voorjaarsweer, die wonderlijk verlopen maandag in maart toen wij besloten om ergens tijdens een lange wandeling door onze mooie maar drukke stad, op een terrasje in een wijk aan de rand van het centrum neer te strijken en te genieten van thee en zon. Dat terrasje lag uit de wind en dat scheelde veel. Ware het niet dat naast ons net een wat gezette en middelbare dame in discussie ging met een wat vettig ogende oudere heer die naast haar ging zitten en meteen een sigaret opstak. De ellende van terrassen tegenwoordig. Binnen in de horeca mag niet gerookt worden, dus zitten die notoire rokers buiten. En blazen hun uitlaatgassen vrolijk richting de al dan niet rokende mede-genieters van dat terras. Hij bleek een kettingroker van de ergste soort. De ene na de andere sigaret stak hij aan, zelfs tijdens het drinken van zijn koffie en eten van zijn broodje hield hij een brandende sigaret tussen zijn vingers. De dame wond zich daar flink over op. ‘Snapte hij dan niet dat anderen er last van hadden? En wist hij niet dat roken schadelijk was?!’ Nou hij had het antwoord daarop paraat. ‘Een kwartier in de uitlaatgassen van het verkeer en je kon wel een half jaar stevig roken!’ Zo was zijn luid verkondigde en ongetwijfeld zelf bedachte stelling. Die van geen meter klopt uiteraard maar de dame deed zuchten, opstaan en op een andere plek neerstrijken. De man keek triomfantelijk rond of er nog meer mensen in discussie wilden.

Hij was overigens de enige roker op dat moment en die plek. Maar stak er nog maar weer snel eentje op. Het zij hem gegund. Maar ook wij hadden last van zijn rook. Gelukkig konden al wij al snel verder met de wandeling. We keken nog eens naar hem om. Een oudere man, in een vettige regenjas, gehoorapparaat in zijn rechter oor, ongekamd haar. Vermoedelijk alleen thuis en nu op het terras lekker aan het genieten van wat hij de ultieme vrijheid zou benoemen. Maar zich nauwelijks of bewust niet bezighoudend met wat anderen van zijn gedrag vonden dan wel dat zij er last van hadden. Wonderlijke types toch. En helaas zo regelmatig voorkomend. Altijd met een excuus, dat het met de schadelijke gevolgen wel meeviel, dat andere vormen van vervuiling ook zo heftig waren etc. En compleet voorbij gaande aan het feit dat juist rokers door de meest vreselijke ziekten worden getroffen omdat die gewoonte (of verslaving) nu eenmaal bewezen levensverkortend werkt. Wij liepen verder. In marstempo. Die dag meer dan 16km. Dwars door de mooie stad die de onze is. Met al zijn uitlaatgassen. Maar we genoten toch. En hadden weer een nieuwe stelling gehoord die leidde tot dit blogverhaaltje…

Rotterdamse crooner…

Rotterdam bracht een stel grootheden voort in de muziekwereld, waarvan Anita Meijer en Lee Towers wel de meest aansprekende zijn. Lee Towers had het geluk dat hij enorm werd gepromoot door wijlen Willem Duys. De zingende kraandrijver en zo meer. Imago is vaak iets anders dan realiteit. Maar Rotterdam kende nog een paar grootheden op muzikaal gebied. Een daarvan is de inmiddels al weer zes jaar geleden overleden Wim Koopmans. Een zanger die je het beste zou kunnen omschrijven als een echte crooner. Een man die de grote Amerikaanse zangers van toen als voorbeeld nam en daar en echt eigen tintje aan toevoegde. Opvallend doordat hij zijn repertoire zong met een duidelijk slissende S. Man uit een bekend gezin, want volle neef van Corrie van Gorp en achterneef van Rudi Koopmans. Daar deelde hij niet alleen zijn artistieke talent mee, maar zeker ook zijn passie voor boksen. Deed hij 25 jaar lang. Man uit een muzikaal gezin ook. Leerde het vak niet alleen van zijn vader, maar ook bij de oer-Amsterdammer, Willy Alberti. Koopmans zag zijn inspiratie vooral in grote namen als Tony Bennett en Frank Sinatra en kon zich qua timbre aardig meten met die lui. En toch…In ons land veel minder bekend dan die zingende kraandrijver. Verschil in aanpak, en daardoor minder erkend. Waarbij hij toch niet bepaald met de verkeerde mensen omging.

Naast Alberti waren daar toch maar mooi Rita Reys en Pim Jacobs. Later ook Pia Beck en zelfs Willem Duys. Die gaf wel wat aandacht aan Koopmans, maar nooit met 100% inzet zoals bij Lee Towers. Ooit werd zijn song L.O.V.E. gezien als de beste uitvoering van de wereld. Hij trad op tijdens het North Sea Jazz Festival, in het nieuwe Luxor, de Doelen en zelfs Ahoy (acht dagen aan een). Grote erkenning kwam van Andre Hazes die vond dat Koopmans echt een heel grote was in zijn genre en te weinig erkenning kreeg. Wat ook zo was. Ergens aan het begin van deze eeuw werd Koopmans eigenaar van zijn eigen jazzclub in Rotterdam; Bird! En ook nog een winkel op jazzgebied, welke hij samen met zijn vrouw Gina runde. Helaas haalde zijn gezondheid hem in. Een herseninfarct maakte een einde aan zijn carriere. Nieuwe platenplannen moesten in de ijskast, want zingen was er niet meer bij. Op 7 maart 2012 overleed hij. 71 jaar oud slechts. En ik denk dat veel mensen zijn naam niets (meer) zegt. Zoals het veel artiesten gaat tegenwoordig. Groot geworden door klein te blijven. En anno 2018 is juist groot doen al ben je nog zo klein meer in de mode. Vandaar dat ik als Amsterdammer even een stukje Rotterdamse geschiedenis voor u als lezer naar boven haalde. https://www.muziekweb.nl/Link/HDX8079/The-best-of-Wim-Koopmans-American-songbook