Onlangs was ik met heel lieve vriendjes in gesprek. Het ging over het onderwerp ‘vriendschap’ en wat de inhoud daarvan eigenlijk kon betekenen voor betrokkenen. Vooropgesteld, vriendschap is een keuze. Van beide kanten. En ik ben van de soort mensen die meent dat vriendschap niet beperkt hoeft te blijven tot mensen van dezelfde leeftijd of hetzelfde geslacht. Als mensen leuk zijn, bij je passen, je het warme gevoel geven dat ze er altijd voor je zijn, dat ze onderdeel van jouw leven willen zijn zonder er meteen iets voor terug te verlangen, neig ik al snel naar de stelling dat dit dan ‘echte vriendschap’ is. Van die soort ken ik er in de loop van mijn intussen vele jaren best een aantal. Niet alleen voor het delen van je dieptepunten uiteraard, al lijkt dat meer voor de hand te liggen dan het delen van je evt. hoogtepunten. Maar het gaat uiteraard ook om zoet en zout, om leut en verdriet. Echte vrienden snappen ook dat je weleens wat minder in je vel zit of dat je iets anders wilt doen dan zij in de bol hadden.
Ze claimen jou net zomin als jij dat omgekeerd bij hen doet. Drempelloos van elkaar genieten. Dat maakt het leven leuker, warmer, geeft meer inhoud. Want bedenk je maar eens hoe het leven moet zijn zonder mensen om je heen die je echte vrienden mag noemen. Veel van mijn persoonlijke vrienden zijn mensen die ik via het ‘werk’ als collega leerde kennen. Mensen die je daardoor toch dagelijks meemaakte en die al dan niet op jouw frequentie bleken te zitten. De rest daarvan ben je na vertrek vaak snel vergeten. Verdwenen in het mandje van de geschiedenis, ook al hebben die zelf waarschijnlijk weer een heel andere groep mensen om zich heen die zij weer hun vrienden noemen. Soms bewegen vrienden zich ook in jouw eigen familiekring of omgekeerd. Als de band sterk is blijkt het elastiek soepel…. Maar in al dat geïdealiseer realiseer ik me ook dat er in de loop van de tijd ook mensen door de mand vielen, niet echt de vrienden waren die jij ervan verwachtte.
Mensen die kennelijk gingen voor het eigen gewin, die zochten naar persoonlijk vertier, of eenzijdig keken naar wat jij hen te bieden had. Maar omgekeerd nauwelijks bereid bleken iets terug te geven. Ik zag dat indertijd al bij mijn moeder. Die was van het type ‘verwendevriendendanvindenzemevastleuk’. Dat lukte maar met mate. Het bracht uiteindelijk niets. Bij haar begrafenis stonden alleen familieleden aan haar graf. En een paar echte vrienden van ons. Vanaf het eerste uur. Uit respect, en om ons te ondersteunen. Maar die mijn moeder zelf niet eens had gekend. Kijk, dat is pas echte vriendschap. En die koesteren we. Hoe is dat bij jullie lieve lezers? Ook van die geweldige vriendschappen waar je helemaal blij van wordt? En zijn dat er nu (nog) veel of weinig? Ik ben benieuwd.


Zwart is zwart en wit is wit. Zoeken naar grijstinten heet een compromis. En dat is dan zoveel als een schikking tussen partijen waarbij ieder daarvan een beetje toegeeft. Hoe vaak het ook lijkt alsof dit land sterk is in het sluiten van compromissen, in de praktijk van alle dag zijn we dat niet echt. Komt ook omdat mensen tegenwoordig over niets en nergens een mening hebben en die vaak en luid verkondigen. Vanuit iets van (beter)weten of omdat ze iets delen van derden waarvan ze de waarheid zelf onderschrijven of vermoeden dat het gedeelde juist is. Bij politieke of geloofskwesties zie je dit veel voorbij komen. Je hebt tegenstanders van Wilders en die zijn ingegraven over diens anti-islam denken, terwijl de voorstanders precies het tegenovergestelde vinden. Zodra je dan met modder gooit die gericht is op de mensen met de andere mening is elke discussie op niveau al op voorhand verloren. Om over het compromis maar te zwijgen.
Zo gaat het ook over de islam als geloof of de uitwassen die deze stroming met zich meebrengt, of pakweg de al dan niet stijgende zeespiegel in relatie tot ons menselijk handelen. Je bent voor of je bent tegen. Het compromis komt er bijna nooit uit. Dat zorgt ook voor veel geschreeuw, gescheld, vervloeken van tegenstanders en zelfs het boycotten van mensen die het niet met jou eens zijn. Je zult vast weleens zo’n situatie zelf hebben meegemaakt of ervaren en daar het jouwe van denken. Ik zal echt niet achteraan gaan staan als hiervoor de vinger moet worden opgestoken. Discussies op inhoud moet je altijd voeren. Maar zodra het persoonlijk wordt, mensen die je helemaal niet kennen allerlei persoonlijke getinte verwijten jouw kant op slingeren is het voor mij snel klaar. Zwart is zwart, wit is wit. Grijs komt niet voor. Al is gedekt grijs in driedelig kostuum nog best wel aardig om bij gelegenheid aan te trekken. Of is een zilvergrijze auto in mijn optiek nog steeds erg fraai. Maar dat zullen anderen weer met me oneens zijn. Die vinden een T-shirt met opbollende haargroei daaronder interessanter of willen per se een gifgroene of felrode auto berijden. Van mij mag dat. Altijd. Mits je me maar niet gaat wijsmaken dat het een beter is dan het andere. Want dan bereiken we echt geen compromis. Never! Nooit!
Weet je het wellicht nog? Een jaar geleden alweer haalden we onze kleinste poes op uit het lokale dierenasiel. Die poes met een heel verhaal. De kitten die met zijn broertjes en zusjes door een of andere schoft was gedumpt en zonder eten of drinken in een vuilcontainer had gezeten. Gelukkig gered en door ons daarna uitverkoren. Nou ja, hij koos ons uit met zijn brutale manier van doen. Sindsdien is hij uitgegroeid tot ‘kleine urk’. Want poes bleek kater, de oorspronkelijke naam werd gewijzigd. Hij onderging de dingen die kittens dienen te ondergaan. Hij vrat en vreet als een bootwerker, palmt ons in met zijn lieve charme en ligt het liefst op ons of tegen een van ons aan. Voor grote huisgenoot Pixel is hij beurtelings speelgenoot of prooi. Die kan niet zo goed kiezen wat hij het leukst vindt aan dat kleine zwart/witte monster. Zal ook komen door zijn wat kleinere bouw. Pixel is zowat twee keer zo groot als hij.
Anders dan Pixel is de kleine ook liever lui dan moe. Slapen kan hij als de beste. Vooral overdag. ’s-Nachts gaan hij dan spoken. Onderzoeken wat leuk is en wat niet. Omdat hij dan ook weet dat Pixel in een soort zelf verkozen coma ligt. Die is overdag veel actiever, maar slaapt in de nacht als een roosje. Is het een miauwende kat? Nee! Hij piept wat in het rond. Vooral als hij ontdekt dat hij de deur niet kan open maken. Want hij is ofwel te lui om dat te leren dan wel hij vertikt het gewoon. Hij kan verleiden, kopjes geven, knorren, maar praktische zaken is hij niet zo sterk in. Zoals goed springen. Waar onze Pixel afstanden overbrugt van 1,5-2 meter is voor de kleine Punky 50cm al een erg grote barrière. En het ziet er niet naar uit dat hij dat ook nog zal leren. Want dat moet je dan toch wel een keertje oppikken als kat zou je denken. Zeker als je grote voorbeeld het keer op keer voor doet…
Een kater met een handleiding dus. Met een kopje als een clown, een karakter vol liefde en overgave, maar weinig praktisch inzicht. Tot er een vlieg of mug in de kamer is. Dan ineens zie je iets wat lijkt op het gedrag van een gemiddelde huiskat. Maar als het te lang duurt snelt hij terug naar zijn uitrustplek en knort vol genoegen over zijn avonturen. Alleen jammer dat we dat niet zo goed begrijpen. Na een jaar weten we in ieder geval dat we in ons gezin een paar aardige karakters op vier poten onder een dak hebben verzameld. Van harte gefeliciknord Punk! We genieten van je!
Het moderne wegverkeer kan niet meer zonder even moderne navigatie en meer. Zo lijkt het althans. De tijd van Shell-boeken en soortgelijke kaarten is wel wat voorbij. Een beetje auto heeft dat spul allemaal standaard ingebouwd aan boord of het is via de optielijst eenvoudig bij te bestellen. Voor de rest is er de losse navigatieapparatuur van bijvoorbeeld Tom Tom. Handig, en als je even de weg kwijt bent in het woud van files en omleidingen helpt deze apparatuur je snel weer op de juiste route. Mijn eerste navigatie/apparaat was van de simpele soort. Zoonlief kocht hem voor me en dat leerde me dat je zonder die dingen maar wat zit te klooien al ben ik dan zelf nog wel in staat om ook zonder dat een geografisch redelijk juiste koers in te leggen om bij bepaalde plekken te komen. De Mio kende maar een groot probleem, zonder verbinding met de accu in de auto deed hij weinig meer en updates kon je er niet voor kopen. Dus kocht ik mij twee auto’s geleden alweer een TomTom. Aardig ding, sneller dan de Mio en in handzaam formaat. Keurig in een hoesje zodat hij niet kon beschadigen. Hij bracht me tijdens onze Nederlandse of Europese trips overal en nergens. Kostte niet zo veel, maar bood opnieuw geen updates. Althans na het eerste gebruiksjaar niet meer.
Als ik hem alsnog wel wilde updaten moest ik meneer TomTom elke keer 40 Euri betalen. Best veel geld bij een apparaat dat nieuw indertijd net aan 100 euro kostte. ‘Toch eens kijken naar een andere’ was nog weleens de opmerking die ik maakte tegen vrouwlief als we weer op een weg reden die de TomTom niet herkende. Maar het kwam er nooit echt van. Tot de Tom door ongelukkig toeval onlangs zijn einde vond. Wij waren onderweg in het zuiden. En af en toe ook met twee mensen extra aan boord van de Blue Angel. Daarvoor verschoven we de voorste stoelen even wat naar voren. Op de laatste dag, op weg naar huis, nog even hier en daar gekeken. Tommie ging tussen de voorste stoelen waar hij niet werd gebruikt. Maar omdat we weer met zijn tweetjes verder zouden rijden schoof ik de stoel van vrouwlief naar achteren. O jee, de Tommie zat samen met een Cd van een van onze favoriete Amsterdamse zangers (..) knel. Snel weer naar voren die stoel. Maar het was al te laat. Tommie had een paar kerven in zijn tot dan gladde vingertiphuidje. Niet dat dit optisch erg was, maar de werking werd ineens heel anders.
Hij deed eigenlijk plotseling gewoon waar hij zin in had. Bestemmingen opzoeken was er daar niet een van. Einde oefening! We kochten onlangs zijn opvolger. Een ander merk, met levenslange updates op de kaarten voor heel Europa. Met een brok informatie die ik nog niet kende. Zelfs de straatnamen worden uitgesproken, ik word gewezen op tankstations en evt. parkeerplekken. Onderliggend zit een menu met ongekend veel aanvullende informatie. En het scherm is twee keer zo breed als bij Tommie. Die gaat in een elektronisch graf. Garmin is mijn nieuwe merk. En de gegeven informatie door de vriendelijke verkoper bij Media Markt in Hoorn deed de rest. Wat een aardige lui daar. Nu eens zien of ik al jullie adressen er weer in kan krijgen. Wel zo handig.
Veel zo niet alle mensen zijn in feite vrij egocentrisch ingesteld. Of ze nu bloggen, Facebooken, Twitteren of wat ook. Ze stellen zichzelf centraal in het leven en nemen anderen mee als decor voor hun eigen al dan niet interessante bestaan. Wie meent dat dit niet zo is moet toch maar eens gaan kijken in de wereld om zich heen. Mensen zijn juist tegenwoordig heel erg bezig met zichzelf. Misschien nog wel meer dan een paar decennia geleden. Ons spiegelbeeld bepaalt hoe we ons voelen. We steken massaal de Selfiesticks in de lucht om niet (alleen) de omgeving vast te leggen met foto- of filmcamera dan wel de Smartphone, maar vooral ons zelf. Ik moest vroeger altijd enorm lachen als ik Japanse toeristen tegenkwam. Die renden door Europa, deden soms zeven dagen over zo’n toer en kwamen dan thuis met zichzelf voor alle vrijwel alle bezochte belangrijke plekken. Ingebakken in die cultuur. En het begint ook bij ons al vroeg.
De Selfiecultuur is in opmars. Bloggen om de tekst, werd Vloggen om het beeld. En bij 9 op de 10 vloggers staan ze zelf prominent in beeld en imiteren de journalist of nieuwslezers van de TV. En dat leidt weer tot volgers die het leuk vinden wat ze zien en direct ook dromen van een eigen carrière als zodanig. Ik zelf ben niet zo van de foto’s en plaatjes waar ik zelf op sta. Hooguit als ze oud zijn en ik in niets meer lijk op dat figuur dat mij voorstelt in het grijze verleden. Mij gaat het dan toch wat meer om de bredere inhoud. Als ik filmpjes plaatste op bijvoorbeeld YouTube dan ging het over een onderwerp, nooit over mijzelf. Op de sociale media mijd ik als het even kan mijn eigen imagobeeld. Niks aan. Niet interessant voor anderen. Bescheidenheid troef. Al slaat dat dus niet op de mening schrijverij van de afgelopen jaren. Die inhoud vind ik veel belangrijker dan hoe ik (of iemand anders) er uit ziet. Ik wil ook niet figureren bij anderen in hun accounts.
Geen beelden van mij plaatsen zonder mijn toestemming s.v.p. en die toestemming geef ik in 99% van de gevallen echt niet. Opgevoed in typische Nederlandse stijl van ‘doe maar gewoon, dat is al gek genoeg’ mijd ik egocentrische beelden. Maar zie wel om me heen dat ik eerder de uitzondering dan de regel vertegenwoordig. Mensen zien meestal zichzelf erg graag. Ik herken daar niets in. Al loop ik echt als de Klokkenluider van de Nottre Dame in de rondte, er zijn miljoenen mensen die wel in beeld moeten komen. Maar ik niet. Toen ik het vorige boek opleverde, over de familie Pon, besloten wij als auteurs om twee wat kolderieke tekeningen te laten maken die ons geen echt recht deden, maar ook zorgden voor een zekere onherkenbaarheid. Het lelijke van elk gezicht uitgemeten in een schets die vertelde hoe wij het onderwerp als veel belangrijker zagen dan de auteurs. Ook al vreemd gedrag, want veel auteurs zijn juist graag in beeld. Kortom, ik gedraag me in veel opzichten atypisch. Zal wel een afwijking zijn dan. Toch eens laten nakijken. Als ze dan maar niet beginnen met het maken van een foto, want dan ben ik meteen weg…
Laat je in geval van een creatieve opwelling s.v.p. niet verleiden tot de evt. gedachte dat een boek schrijven een kwestie is van ‘even doen’. Zo is het echt niet. Je zult vooraf toch een plan in de bol moeten hebben over wat je precies wilt opschrijven, waarover het gaat, waar het toe leidt en of lezers het zouden willen lezen. Of je moet het voor jezelf doen, als een soort dagboek. Dan ligt het anders. Hooguit dat je later op hoge leeftijd nog eens terug kijkt naar je eigen dwaasheden of dwaalgedachten. Ik heb er wel een paar auteurs leren kennen in de achter ons liggende jaren die juist op basis van deze gedachten een boek wilden opzetten en/of laten uitgeven. En dat nog deden ook. Het ging vooral over hun manier van persoonlijk denken en leven en hoe ‘geweldig’ ze eigenlijk wel niet waren in de ogen van straat- of klasgenoten. Er zijn vast familieleden die het met plezier gelezen hebben, ik had er zelf vaak minder mee. Voor hen die niets hebben met het autovak zal ook mijn nieuwe boek waarmee ik nu in de serieuze afwerkingsfase zit een brug te ver blijken. Het is mijn derde schrijfwerk dat in deze drukvorm moet verschijnen. Alle bladen waaraan ik meeschreef uit het verleden niet meegerekend.
Omdat het iets vertelt over mijn leven, carriere en manier van beslissingen nemen op cruciale momenten. Maar ook over mijn kijk op het automerk dat nog het meest van allemaal kon rekenen op mijn loyaliteit. Door dik en dun, of dat nu soms handig was of niet. Je bent echter een ware gelovige of je bent een heiden. En velen zijn in mijn ogen heidenen gebleken. Ik reken er in de tekst mee af. Soms op hopelijk humorvolle toon, dan weer op een wat kritischer manier. Ik ben heel wat uitvinders van wit garen en buskruit tegen gekomen in mijn werkzame leven. En wie mij kent weet dat dit zelden leidt tot een goed ‘huwelijk’. Nee, dat levert of leverde strijd op. Een strijd die het boek naar mijn idee onder meer prettig leesbaar maakt. Ik heb uiteraard het nodige beschreven over de geschiedenis van het merk met de vliegende pijl in het logo door de jaren heen. Over perioden van grote bloei, over het communisme en de invloed die dat had op ontwikkeling en kwaliteit bij een merk dat al teruggaat qua geschiedenis tot de 19e eeuw.
Ook over hoe een overname door VW in 1991 leidde tot een sterker merk dat op weg is naar een jaarlijkse productie van 1,8 miljoen auto’s en een verkoop in bijna 100 markten over de hele wereld. Dat kwam niet zo maar tot stand, daar moest soms heel hard voor geknokt en gewerkt worden. En dat alles vloeide mij redelijk simpel uit de toetsenborden van de computers waarop ik het verhaal schreef. Met die peilers in gedachten die ik eerder noemde. Plan, doel, lezers! De tekst is klaar, het zoeken is nu naar correcties, naar taal- en stijlfouten, leesbaarheidsoordelen en later ook naar de goedkeuring door een van de mensen die met mij een deel van die geschiedenis invulden. Afbeeldingen heb ik intussen ook uitgevogeld. In het vroege najaar even praten met een uitgever. En dan zien wat het eindresultaat is. Dat moet dan geintroduceerd, verkocht, uitgelegd wellicht. En daar prepareren we ons dan maar op. Want een boek is niet zo maar even een dagboekje schrijven, het is hard werken. Na vier jaar werken kan ik dat beamen. Wish me luck! En als het er is meld ik dat ook hier zeker even… (Foto’s: Skoda A.S./auteur)
En als ik dan toch bezig ben met observaties tijdens de vakantieperiode; ik verbaas me er over hoe divers wij ons kleden als het buiten echt eens zomers warm is. Je ziet dan veel mensen in korte broeken, blote topjes, maar net zo vaak mensen die kennelijk verwachten dat het weer ineens kan omslaan van zomers naar hartje winter. Het is en blijft Nederland tenslotte! Vesten of truien, zelfs jassen worden gedragen. Lange wollen broeken zijn ook in. Dat snap ik echt niet. Al hoef ik veel van die korte broekendragers ook niet meteen dagelijks op mijn observatiemenu te zien hoor. Ik hoef trouwens maar in de spiegel te kijken en ik mag zeggen te weten waar ik in dit geval op doel. Zelfs na zes weken intensieve bruining zijn mijn stelten nog steeds wit. Noem het een harde huid of zo.
De enige plaats waar zelfs ik bruin werd was de Algarve, jaren geleden. Maar verder? Een paar rode knieen wil nog net lukken. Hoe dan ook, korte broeken zijn voor mensen met mooie lijven en dito benen. Voor mensen ook met niet te veel haar op die benen, en al helemaal niet voor hen die gewoon kantoorsokken combineren met sportschoenen of sandalen. Hou dan je lange zomerbroek gewoon aan. Het is vreselijk om naar te kijken…. Dames met de behoefte zich te ontkleden zijn welkom uiteraard, ik berichtte er al eerder over, maar verzorg je intussen dan wel een beetje. Zweetplekken in de oksels zijn een beetje genant, uitstekende haren links en rechts ook. En als niet meer pront is wat pront moet zijn, draag dan een goede beha of desnoods bikinitop onder je luchtige zomerse outfit. Het is echt afzien soms in bepaalde hoeken van het land waar het om uiterlijke schoonheid gaat. Alsof we naast stukken van onze beschaving ook alle spiegels de deur uit hebben gedaan.
Nu pleit ik zeker niet voor de boerkalook, verre van dat zelfs, zeker niet als onder die bedekking de uitvinding van de deodorant nog niet is doorgedrongen, maar af en toe moet je echt denken om de psychische schade die een willekeurige toeschouwer kan oplopen als je niet nadenkt over de aankleding (of ontkleding) op zomerse dagen. Maar verder…wens ik iedereen heel plezierige vakantiedagen toe hoor. Bedenk alleen wel dat ik op mijn reisjes en tripjes zal opletten wie zich wel en niet aan de normen en waarden van dit land houdt. En omgekeerd mag dat ook. Vandaar dat ik niet verklap waar ik zoal mijn blogs van inspiratie zal voorzien in de komende dagen en weken.
Precies een jaar geleden reden we met onze nieuwe aanwinst vanuit het Overijsselse Rouveen in de richting van Almere om onze nieuwste rijdende aanwinst in fonkelnagelnieuwe conditie even te laten zien aan onze lieve vriendin daar. Na 2,5 jaar met een zilvergrijze driedeurs was het tijd voor een nieuwe vijfdeurs. Uitvoering qua deuren en kleur met dank aan vrouwlief die bij de vorige nog wat had gezwegen. Die vijfdeurs uitvoering bleek in de praktijk een stuk handiger dan de vorige driedeurs. Ook al deden we daar ook dingen mee die de ontwerpers vast niet voor mogelijk hadden gehouden. Intussen is de kilometrage aardig opgelopen en heeft ook de blauwe er heel wat ritjes opzitten naar verre Duitse of Nederlandse dreven. Tegen een gemiddeld brandstofverbruik van 1:19, wat voor een benzineauto in mijn rijstijl best een groot compliment is. Dat de auto cruise-control heeft blijkt in de praktijk zeer handig. De airco zorgt voor plezierige omstandigheden en het veercomfort is wat beter dan bij de vorige versie die 1,5cm lager op zijn wielen stond.
Dat hield in dat je dan als een slak over verkeersdrempels heen moest, dat is bij de blauwe beter verzorgd. De radio kent ook twee boxen meer dan bij de vorige auto van hetzelfde merk en ook dat werd in dank aanvaard. Jammer is wel dat het merk en haar moederconcern niet in staat is om zelf stootstrips of spatlappen te leveren. Die laatste dingen lijken ouderwets, maar wie weet hoe snel de achterkant van het vlotte karretje aanslaat weet dat je dit met een paar van die rubber beschermplaatjes zonder problemen kunt oplossen. Maar ja, wat niet is kan nog komen. Het onderhoud deden we bij de garage die het dichtste bij onze woonstek is gelegen. Een technische instelling met grote mate aan servicegevoel. Naast het reguliere onderhoud moesten ze me een keer helpen. Omdat ik een voorband lek had. Lek door een schroef die diep in het rubber geboord bleek. Dat moest even opgelost. Intussen is de reparatie daarvan alweer 5000 km geleden.
Het gaat hard, ook met de blauwe, ook al gaat het minder snel qua kilometers dan bij de zilveren voorganger die ook nog deels zakelijk werd benut. Dat scheelde toch flink wat kilometertjes per jaar. Voorlopig kan het nog even, de garantie duurt nog drie jaar (..) en het ding doet al rijdend geen slag verkeerd. Het lijstje bestemmingen waar hij al geweest is groeit. Ik ben zelf altijd verbaasd wat we met die compacte blauwe allemaal hebben bekeken. De zilveren reikte al verder, maar ja, baas boven baas. Ik wilde het maar even memoreren. De jarige kreeg een wasbeurt voor de velgen. Dat moet het maar zijn voorlopig. Zoals mijn jeugdvriend Fons ooit uitlegde bij het wassen van de door zijn vader geexploiteerde huurvloot auto’s die ik mocht helpen (..) schoonmaken, velgen, banden en ramen schoon = auto schoon! En daar houd ik me dan maar aan. En ga verder op de ingeslagen weg….


Lieve vriendin belde me onlangs ontdaan op. Zij en haar naaste familieleden werden kennelijk bezwendeld door een man die ze al een jaar of wat kenden. Ook door diens vriendin die ook al bekend was als lief en naief uit hun naaste leefomgeving. De betrokken man was ooit zwaar gelovig, maar kennelijk intussen door de ‘duivel bezeten’ en had diverse (vrouwelijke) slachtoffers wijs gemaakt dat hij achterna werd gezeten door zware criminelen die geld van hem wilden in ruil voor zijn leven. De bedreigingen waren zo levensecht ten tonele gevoerd dat de dames er vol in mee waren gegaan en zelf ook dachten dat het gevaar mogelijk bij hen om de hoek te vinden was. Ze durfden nauwelijks de straat meer op. Hij manipuleerde ze via zijn vriendin-in-crime langs de mobiel-telefonische weg. Van die mobiele dingen hield hij er een stuk of wat op na, allemaal prepaid, nauwelijks te traceren. Omdat hij ook ‘gespecialiseerd was in webdesign’ had hij al een historie van slachtoffers maken en financiële malversatie. Naast dat webdesign is hij naar eigen zeggen boekhouder, wereldreiziger en expert op het gebied van emigratie. Hij heeft ook ‘directe lijnen naar Obama en Rutte’. Zoek je langs al die andere activiteiten naar zijn naam kom je een spoor van bedrogen slachtoffers tegen.
Waar mijn vriendin en haar familie zijn meegegaan in de verhalen is de acute schade direct in de tienduizenden euro’s te vertalen. Cash afgedragen aan de man wiens vriendin als incasso-medewerkster functioneerde en slaafs zijn intrigerende bevelen uitvoert. Alles overgoten met een geloofssausje dat mensen zoals ik doet neigen naar oplossingen die bepaald niet in de bijbel of het Nederlands Wetboek staan beschreven. Nu zijn een paar slachtoffers van deze schurk theomaan in hun benadering van dat geloof vrees ik. De verhalen die me bereikten zijn soms zo krom dat je moet vrezen voor hun geestelijk welzijn. Maar de man lijkt iets demonisch uit te stralen en vanuit zijn eigen geloof en geslepen egoisme precies de zwakke plekken te kunnen vinden bij zijn beoogde slachtoffers. Het is een gedrag dat je als normaal grootstedelijk mens eerst cynisch doet glimlachen, maar daarna toch ook koken van woede.
Naïviteit en grove misdadigheid zijn hier goed voor veel menselijk drama. Grote sommen geld verdwenen, maar bij de slachtoffers ook elk vertrouwen in het goede van de mens. Wat ben ik dan blij dat ik dat gemiddelde geloof in het goede van de mens al op mijn 12e of zo definitief in de naieve zin des woords kwijtraakte. Bijna niemand is te vertrouwen en als mensen je om geld vragen met een of ander verhaal waarin zij als slachtoffer de hoofdrol spelen, en het geldbedrag dat nodig is om hen te redden steeds groter wordt, ben ik blij met een toch wat Spartaanse opvoeding. Geld geef je nooit zo maar af. Daar moet een heel duidelijke reden of oorzaak voor zijn. Intussen is een deel van de bevriende familie dat iets minder naïef is, aan het werk gegaan om nog iets van de schade te herstellen, dan wel, vormen van wraak om te zetten in daden. De dader is Rotterdammer, echte naam zal ik nog even buiten beeld houden en opereert op het www met allerlei vage bedrijven en stichtingen. U bent gewaarschuwd. Mocht iemand je zo maar om geld vragen, trap er niet in! En doe aangifte van oplichting als je dat wel deed. En ja, wij staan met alle fysieke middelen en adviezen onze lieve vriendin en haar familie bij. Al was het maar om haar vertrouwen in echte vrienden weer wat terug te brengen. Eens zien wat ik daarvoor wel niet in rekening kan brengen aan financiële vergoedingen…..