
Terwijl we als mensen allemaal druk zijn met onze dagelijkse dingen of wie wat verder kijkt de geopolitieke ontwikkelingen, is er een belangrijk feit dat velen zal ontgaan. De reis van de ruimtesonde Voyager 1. In september 1977 gelanceerd om o.a. eens rond te neuzen in ons eigen zonnestelsel, is het ding nu al een tijdje onderweg buiten dat gebied rond onze zon en bereikt hij na bijna 50 jaar een afstand van 1 lichtdag van onze Aarde. Dat lijkt niets bijzonders, dat is het wel. Voyager is een toonbeeld van de toenmalige technologie en blijkt nog steeds volwaardig te functioneren met dank aan grondige studies rond wat dit ruimtevaartuig allemaal zou kunnen gaan meemaken en ondergaan. Een stukje daarvan is de straling van de zon, waar Voyager dwars doorheen moest reizen. Intussen is de invloed van de zon voor het apparaat nul en zou hij als hij zijn camera’s richtte op onze zon en zeker onze planeet slechts een piepklein puntje voor die eerste noteren en is de Aarde in de donkerte van de achtergrond verdwenen.

Tijdens de vele jaren dat Voyager onderweg is moest men af en toe wel wat correcties toepassen. Al was het maar om de communicatie met het ruimtevaartuig overeind te kunnen houden. Want Voyager zendt nog steeds allerlei data uit richting Aarde, door de afstand doen die gegevens er 48 uur over om ons te bereiken. Nu deze sonde zover de ruimte in zoeft dat hij de ware gevaren van het heelal tegemoet vliegt is het goed om nog even te kijken naar zijn route. Want die was heel vernuftig en bleek achteraf van onschatbare waarde voor informatie over onze zusterplaneten in het eigen zonnestelsel. De beelden van de ringen van Saturnus of de maan IO bij Jupiter zijn nog steeds ongeevenaard voor de wetenschappers die meer wilden weten over hoe die reuzenplaneten zich verhouden tot de Aarde of de zon.

Omdat er van werd uitgegaan dat die Voyager wel eens op zijn reizen in de toekomst buitenaardse beschavingen zou kunnen tegenkomen werd de nodige informatie meegegeven over ons menselijk ras, onze aarde en zo meer. Alles vastgelegd op een toen hypermoderne beeldplaat. Men gokte er op dat die aliens zo’n beeldplaat wel zouden kunnen afspelen als ze enige ontwikkeling hadden meegemaakt. Hoewel Voyager er met een redelijke vaart vandoor is gegaan, telt dat in het universum weinig voor. Na vijftig jaar 1 lichtdag (ruimtelijke afstanden worden in lichtjaren uitgedrukt…) onderweg. Dat houdt in dat het toestel wellicht over vele honderden jaren ergens in de buurt van andere bewoonde planeten of stelsels zal aankomen. Of hij dan nog functioneert is de vraag. Maar zolang hij data afgeeft zit er leven in en dat is best knap. Moet je trouwens zelf eens terugkijken naar 1977 (voor zover je een leeftijd bereikte waardoor je dat nog bewust kunt..) en bedenken wat er in jouw leven allemaal is gebeurd terwijl die ruimtesonde door de stilte van de ruimte zoefde…(Beelden: internet)


















Met onze Soester vriendjes waren we onlangs weer eens op stap. In de hoofdstad, mijn stad! Hoewel wij zelf veel wandelen in die stad is het zoeken van een locatie waar voor bezoekers aan onze stad iets te beleven valt, soms best lastig. We deden in het verleden alle grote musea al eens met hen aan en nog wat andere dingen die niet voor de hand lagen of liggen. Dit keer kozen we op aanraden van derden voor de Nieuwe Kerk op de Dam waar op dat moment een expositie van World Press Photo gehouden werd. Nou dat was geen vrolijke toestand. Goed nieuws, blij nieuws, vrolijk makend nieuws, nee dat is niets voor de moderne pers. Ellende en narigheid moet het zijn en vooral leed van mensen die het ‘lastig hebben’. Dus veel conflictgebieden, slachtoffers, vluchtelingen (of wat daarvoor door gaat tegenwoordig), dierenleed, bedenk het en het wordt in foto’s vastgelegd.
Het maakte ons niet vrolijker. Integendeel. Dat deed wel het praalgraf van onze zeeheld Michiel de Ruyter in die aardig grote kerk. Met een enorm standbeeld plus grafmonument aan de ene kant en blik op zijn kist aan de andere. Een zeeheld die de Britten in de pan hakte indertijd en heel wat zilver en goud onze kant op wist te halen. In deze tijden van mallotige geschiedvervalsing door LTB’ers die alles wat maar riekt naar vaderlandsliefde meteen veroordelen en het liefst vervangen door tragische beelden van onderdrukten in die geschiedenis, een verademing. Ik werd er plaatsvervangend trots door.
Want laten we wel zijn, hadden we deze zeeheldensoort niet gekend spraken we hier vermoedelijk Engels, Spaans, Frans, Duits of wellicht zelfs Arabisch of Turks. Want al dat volk deed pogingen onze Europese streken aan de Noordzee onder de knoet te krijgen. De grote Admiraals van onze geschiedenis staken daar een roeispaan voor en daarom zongen wij op die mooie lentedag even in stilte het Wilhelmus. Om in stijl te blijven staken we daarna het IJ over richting oude NDSM werven in Amsterdam-Noord. Vrijplaats, museum, ontwikkelingsgebied. Alles is er te vinden voor een gezellig dag uit.
Van leuke terrasjes tot kunst. Men bouwt daar in hoog tempo appartementengebouwen en bedrijfshallen. Er komen supermarkten en zo meer. Een nieuwe leefwijk van de stad op een plek waar vroeger de grote zeeschepen van de Nederlandse handelsvaart werden gebouwd. Amsterdam pakt hier echt door en als je langs de oevers van het IJ staat en naar de overkant kijkt zie je dat ook daar nieuwe woonwijken uit de grond worden gestampt die hun weerga niet kennen.
Zelfs onder GroenLinks juk kan een stad zuchten en toch ruimhartig expanderen. Ook al bouwt men dan meestal voor lieden die nu nog niet in Amsterdam wonen maar er graag neerstrijken om daarna te mekkeren over de drukte en het lawaai. Hoe dan ook, we zagen en beleefden veel. Werden geïnterviewd door drie jonge dames die een schoolopdracht moesten maken over Amsterdam-Noord. Het compliment over mijn uiterlijk en lager geschatte leeftijd maakte mijn hele dag nog beter dan goed. Op wolkjes liepen we naar het centrum terug, zegen neer op een terras en genoten (..) van de steedse herrie. Blijft leuk dat Amsterdam, jammer dat er van die rare types wonen soms…die ook nog eens de stad besturen. Maar het blijft de mooiste stad van het land. Doen die groenen niks aan af…(Beelden: Yellowbird archief)
Onlangs las ik ergens dat een slechte zomer als bijeffect heeft dat veel mensen in de daaropvolgende winter een dip ervaren. Niet zo maar een dip, een echte depressie zelfs. Zon te kort gekomen, te weinig kunnen genieten van de zomerse ontspanning. Dat is best opmerkelijk. Zeker in ons klimaat is de kans op een slechte zomer redelijk groot. Kijk nu eens naar wat we dit jaar meemaakten? Het was pas laat een beetje warm, daarna heet en droog, maar we werden getrakteerd op de koudste en natste september ooit. Als dit dan maar goed gaat in de komende koude maanden. Maar het is ook echt Hollands. Wij zitten nu eenmaal in een zeeklimaat en als de wind in de zomer een beetje verkeerd staat zit je constant in een aanvoer van slecht weer. Ben je dan niet van het in de zon zitten kom je dat dus later op dat punt te kort. Fysiek schijnt dat wel bewijsbaar.
Zo zijn moslima’s die zich naar cultuur en geloof onderwerpen aan de kledingvoorschriften uit het oorspronkelijke thuisland, bekend om hun vitamine D-gebrek en dat leidt al snel tot ellende. Het bedekken van het lijf zorgt voor veel ellende en klachten. Omgekeerd zijn blootlopers weliswaar mooi bruin maar moeten die opletten dat ze geen akelige gezwellen aan of op de huid oplopen. Maar dit terzijde. Vrolijk zijn die blote mensen meestal wel weer en dat zegt toch ook iets. Zelf ben ik zeker ook gevoelig voor dipjes. Gewoon een dag dat je het even niet ziet zitten. Je ‘moet van alles’ en doet uiteindelijk niks. Het komt niet uit de vingers. Dan kan ik mijzelf wel slaan (wat ik nooit doe hoor….te pijnlijk). Maar is dat niet iets wat iedereen weleens heeft?! Bij een tegenslag of zo. Of als je weer eens niet begrepen wordt, geen werk kunt vinden, of als je zorgen hebt om dit of dat?
Een depressie is wel van een andere orde. Zelf heb ik af en toe last van migraine. Heel vervelend. Ik schreef er al eens eerder over. Sluipmoordenaar die toeslaat als ik het niet verwacht. Al weet ik achteraf altijd wel dat ik een dag of twee eerder last had van een dip. Een op een met elkaar verbonden? Ik ben blij dat ik deze zomer genoten heb van het mooie weer wat er ook regelmatig was. Wellicht helpt het de komende wintermaanden redelijk door te komen. En als dat niet voldoende is dan neem ik wel een vitamine-D-pil. Die helpen ook. En hoe zit dat met jullie Bloggers en meelezers? Last van dips, depressies of iets dergelijks? En komt dat dan door de donkere wintermaanden of toch meer door invloeden van buiten of binnen? Laat eens weten als je wilt…..(Beelden: FlickR/Yellowbird)
Hij dartelde van bloem naar bloem en genoot ten volle van het leven. Zij vleugels glansden in de zon en hij koesterde zich aan de aangename warmte. Zijn leven was hij lopend begonnen. Zich voedend ook. Hij had zijn langwerpige buik helemaal vol gegeten op plekken waar dat kon of mocht en dat had ertoe geleid dat hij nu zo groot en krachtig was. Hij kon vele kilometers afleggen zonder te hoeven rusten. Hij gebruikte daarbij zijn reserves maar kwam nooit echt te kort. Hij had kortstondig verkering gehad met een meisje van hetzelfde ras en dat had volgens haar geleid tot goed nageslacht, daarover hoefde hij zich geen zorgen te maken. Deed hij ook niet. Hij dartelde gewoon verder en keek omlaag naar de wereld van die andere bewoners die soms zo heerlijk rook maar ook zo gevaarlijk kon zijn. Hij moest goed opletten dat hij niet werd aangevallen door die grote terroristen die op hem loerden, of die geel/zwarte gifkikkers die hem al zoemend verjoegen als hij even een beetje nectar tot zich nam op een bloem. Dat spul verslaafde hem nog eens. Zo lekker… Op deze zonnige dag had hij weinig wat hem verdrietig kon maken.
Nee, hij leefde en genoot met volle teugen. Het werd anders toen de grote bol in de hemel langzaam zakte. Met dat verschijnsel voelde hij dat hij moe werd. Hij keek eens opzij en zag dat zijn mooie kleuren van overdag ook donkerder werden. En dat zijn vleugels begonnen te slijten. Tijd om eens een slaapplek op te zoeken. Ergens beneden waar het veilig was. Hij moest opschieten, zijn lijf werd koud en kil en hij zou het vliegen niet meer al te lang volhouden. Ergens in een hoekje onder een grote struik besloot hij om de nacht door te brengen. Een nacht waarvan hij geen idee had hoe lang die zou duren. Maar hij waagde de gok. Vouwde zijn vleugels na de landing op en nam de rusthouding aan. Daarbij had hij de grote rode kater over het hoofd gezien die met een oog open had liggen loeren naar alles wat in die tuin bewoog. Met een snelle sprong had hij het dier te pakken dat vlak voor hem op een takje was komen zitten. Met zijn scherpe klauwen scheurde hij de vleugels van het dier en stak het in zijn bek. Het bewoog nog wat, maar met een paar slikbewegingen was het diertje verdwenen. Weer een eendagsvlinder minder. En de kater liep voldaan terug naar zijn vrouwtje en liet zich de bemoedigende klopjes en aaien welgevallen. Tijd voor echt eten. Want van een vlinder alleen kon je niet leven…..(foto’s internet)
Terwijl ik dit tik is het zweten geblazen. Warm! Juni is echt zomers begonnen en zet ook zo door. Het maakt de dagen plezieriger, de kansen om ergens heen te gaan om daar nieuwe zaken te ontdekken, groter en de lol van de lange dagen groter. Zomers weer maakt mensen ook vrolijker. Je ziet dat in de manier waarop ze zich kleden, gedragen, praten. Al ben ik dan weer niet zo enthousiast over al die barbecue-fans die zorgen dat je soms de tuindeuren moet sluiten omdat anders jouw huis blauw van de rook staat zonder dat je er om hebt gevraagd. Minder leuk is ook dat mensen tot diep in de nacht in de tuin of op hun tuinbankjes voor de deur gaan zitten kleppen. Ik misgun uiteraard niemand iets, maar laat me wel slapen als mijn fysiek daarom vraagt. Maar als ik het af zet tegen de zonnewarmte en het genoegen van zomerse taferelen ben ik zelfs op dat punt van die nadelen, mild. Je moet het maar accepteren. Zien dat we er mee leven.
Ik merk ook ik in de zon zitten nog leuk vind ook. Nou ja, een minuutje of tien. Als het me te heet op de botten wordt vlucht ik naar de schaduw, maar toch. Ik was nooit zo’n zonaanbidder en eigenlijk is dat nog zo. Ooit, in het zuiden van Portugal, daar genoot ik er wel van en werd zo bruin als een Portugese Adonis. Maar daar hadden we dan ook zo’n fijne bungalow met dakterras en zwembad voor gasten en een volstrekt leeg strand op 100 meter afstand van het complex waar we zaten. We wandelden er in Adam-kostuum de zee in en werden zo egaal bruin zonder verbranden. Hetzelfde trucje een paar jaar later op Cran Canaria zorgde voor brandwonden van de redelijk ernstige soort. Dus nee, dat beviel niet. Maar zo’n Nederlandse zomer is echt iets voor me. Af en toe even een graad of 20 met wat wolken, wellicht een buitje en dan de volgende dagen weer lekker zonnig. Zo is het lekker. En ik hoop dat we er met zijn allen nog een tijdje van mogen genieten. (Beeld: Internet)