Roemeense luchtvaartpionier…

Bij toeval vond ik vorig jaar tijdens een rommelmarkt die dit jaar niet meer wordt gehouden, maar dit terzijde, een klein schaalmodel van een Amerikaans racevliegtuig uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Het type was mij zeer wel bekend, de opschriften en roundels niet. Het bleek een Roemeens vliegtuig te zijn, althans de kleuren van de eigenaar waren zo. Opmerkelijk. Een mij bekende mede-verzamelaar stuitte op een verhaal rond die eigenaar en meldde me dat. Was ik in mijn vorige blog over Dacia al wat terughoudend over mijn kennis (lees interesse) over dat land en volk, dit antwoord deed geen bellen rinkelen. Dan maar eens zoeken op het internet. En ja hoor, een ware liefhebber van vliegtuigen gevonden. Maar dan wel een die dik een eeuw geleden in die vliegtuigen rond hing en vloog. Het gaat om George III Valentin, Prins Bibescu.

Geboren in 1880 en vanaf zijn prilste jeugd geinteresseerd in vliegtuigen en auto’s. Zoals zoveel mensen uit zijn adelijke kring, was de uitdaging om met die vervoermiddelen races en recordritten of vluchten te maken groot. Ballonnen en vliegtuigen haalde hij uit Frankrijk, op dat moment in de tijd toch een beetje de grond voor de wortels van die luchtvaart. Hij leerde zichzelf vliegen in een Voisin, maar dat werd geen groot succes. Pas nadat hij Louis Bleriot had ontmoet die met zijn vliegtuig demonstreerde boven Boekarest in 1909, vetrok de Prins naar Frankrijk en nam daar echte vlieglessen. Zijn brevet behaalde hij in 1910 toen hij 30 jaar oud was. In zijn eigen land zette hij daarna ook een vliegschool op en zette ook een eigen luchtvaartorganisatie op de been die luchtvaart in Roemenie moest reguleren.

Ook stond hij aan de basis van de FAI (Federation Aeronautique Internationale) die een grote rol speelt bij regelgeving op het gebied van de luchtvaart in de wereld. Los van zijn luchtvaart-enthousiasme deed hij ook aan autoracen. Dat zorgde er voor dat Roemenie een van de zes eerste landen was waar uberhaupt races werden georganiseerd. In 1904 won Prins Bibescu een race waarbij hij de voor dit tijd formidabele snelheid van 66km/u behaalde. Maar ook voor een lange tocht naar het toenmalige Perzische Rijk in 1905 schrok hij ook niet terug. Dat waren pas echte avonturentrips. Al in 1941 overleed deze pionier van het Roemeense vliegen en snelle rijden. Hij was toen slechts 61. Over dat racevliegtuig dat ik als model vond kon ik in de biografie over deze Roemeense prins nog niets vinden. Maar de zoektocht gaat verder. Dat beloof ik…al was het maar aan mijzelf…

Overdrijving is een adelijke kunst…

BvM - 01Precies vandaag, 22 februari maar dan in het jaar 1797, overleed een van de grootste verhalenvertellers van zijn tijd, de Baron von Munchhausen, officieel Karl Friedrich Hiëronymus. Deze Freiherr werd 76 jaar oud en raakte vooral bekend om zijn geweldige overdrijvingen rond zijn verdiensten in de ook toen al heilige oorlogen tegen de barbaarse Turkse horden. In zijn jeugd vocht hij namelijk heel wat jaren in het Russische leger, waar men van die strijd tegen de Turken een grote zaak had gemaakt. Wie een beetje belezen is kent de verhalen over de Baron natuurlijk. Zijn vlucht op een kanonskogel is een van de bekendste. Toen de man uit het leger ontslag nam en verder in alle rust op zijn landgoed zijn tweede levenshelft invulling gaf, deed hij dat ook door zijn verhalen op schrift te stellen en waar nodig uit te dragen. Hij bleek een fraaie overdrijver te zijn, voorbeeld voor hen die de eigen verhalen graag een beetje inkleuren om saaiheid te vermijden. BvM - 02

Niet dat hij echt loog hoor, maar hij maakte het geheel allemaal gewoon wat fraaier. Von Munchhausen wilde domweg als een groots krijgsheer gezien worden en kreeg zeker aanzien door zijn verhalen. Alleen werd er ook wel wat besmuikt om hem gelachen. Toch kom je ook tegenwoordig nog wel eens wat heldhaftige verhalen tegen van mensen die in feite weinig meemaken maar als er dan ook iets gebeurt eerst hun smartphone of camera pakken om e.e.a. vast te leggen en daarna pas zorgen dat ze in veiligheid zijn of komen. En dan worden de verhalen die er mee te maken hebben altijd groter en mooier dan ze in feite waren of zouden behoren te zijn.

BvM 03Neemt niet weg dat dit vaak wel heel kleurrijke types zijn. Iedere horecagelegenheid kent ze wel. ‘En toen zei ik tegen die rechter…..’ of ‘ IK heb mijn baas vandaag eens even goed verteld wat ik van hem dacht’. U kent ze vast wel uit de eigen omgeving. Bedenk dan maar dat het vaak een kwestie is van iemand die graag voor vol aangezien wil worden. Zelfs als hij of zij in feite niet veel meer is dan een bescheiden, lieve en onaanzienlijke medemens. En dan nog niet eens van adel ook. Dat was die Baron von Munchhausen wel. Vandaar dat we hem na al die jaren nog steeds van naam kennen. Al dan niet persoonlijk!

Dineren met de Tsaar…

WP_20140929_001In het Rusland van voor de communistische Sovjet-Unie was er maar een enkele familie die er toe deed. Die van de Romanov’s. De Tsjaren, vorsten die de wrede Mongoolse vorsten opvolgden, waren alleenheersers en het Russische volk niet veel meer dan gepeupel. Terwijl deze landslieden en arme burgers maar moesten zien hoe ze zich elke dag zouden voeden, was dat voor de Tsaar en zijn gezien geen enkel probleem. Het kon domweg niet op. En men had zo haar eigen regels voor hoe bepaalde diners moesten verlopen. Diners en feesten aan het keizerlijke Russische hof waren op enig moment de meest uitbundige en spectaculaire van Europa. Alles werd gedaan om de andere vorstenhuizen de ogen uit te steken met de schitterende rijkdom van het machtige tsarengeslacht en dus werden de banketten versierd met de meest exclusieve achttiende- en negentiende-eeuwse serviezen denkbaar. En die werden geleverd door de grote Europese fabrikanten op dit gebied.

WP_20140929_014Denk aan Sevres, Meissen, Wedgwood en KPM uit Berlijn. Het glaswerk bestelde men in Bohemen, vorken en messen waren van de zilveren soort, liefst bedekt met een laag goud. Het is deze tafelrijkdom die momenteel te zien is in de Hermitage aan de Amstel in Amsterdam. Prachtig uitgestald, met veel aanvullende informatie over de zeden en gewoonten van de Russische aristocraten. Wij bezochten deze expositie onlangs en dat was geen straf. Ook al heb ik zelf wat minder met frutsels aan of op borden, dit is van een ongekende weldadige soort. Prachtig die kleine porceleinen poppetjes op tafel. Men kleedde het geheel heel fraai aan, laat je vrij om foto’s te maken, en je kunt overal goed bijkomen, al mag je er niet aanzitten. Er zijn films te bekijken over het weldadige leven van deze tsaren en de grootsheid van hun feesten. Opvallend is ook het porceleinen servies dat allang nadat de tsaren waren verdwenen werd geschonken aan Sovjet-dictator Stalin.

WP_20140929_019Een geschenk van de onderdrukte Hongaren. Na de oorlog afgeleverd. Wat Stalin er van vond weten we niet, maar hij gebruikte het dure spulletje nooit en at zelf van simpele borden zonder versiering. Hoe dan ook, een erg aardige expositie die ik van harte kan aanbevelen als je een keertje in de buurt bent. Normale entree kost je E.15,00 p.p., een museumjaarkaarthouder kan gratis naar binnen.