
Het (voor mij) geweldig aantrekkelijke Nationaal Militair Museum laat haar collectie redelijk beperkt rouleren, maar voor de liefhebber is er voldoende te zien en te beleven om er eens in de zoveel tijd even tijd voor vrij te maken en wat kilometers voor af te leggen. Juist in deze periode van het jaar waarin zoveel onzeker is geworden of spannend, zoek ik de ontspanning in de dingen die me goed liggen. En bij toeval waren onze Soester vriendjes meteen bereid om aan te sluiten bij dat bezoek zodat ik vrouwlief niet constant zou belagen met mijn uitleg over dit of dat wat ik daar zoal zag.

Nu wil het toeval dat het NMM een zeer bijzondere en wellicht aardig unieke Fokker onder dak heeft gekregen. Een toestel uit de Eerste W.O. maar ook een machine uit de hoogtijdagen van Anthony Fokker als ontwerper voor het Duitse Keizerrijk. Bij het NMM stond al een tweedekker van hetzelfde type, maar de machine die nu wordt getoond heeft officieel Nederlandse wortels. En het betreffende toestel werd ontdekt in Munchen waar het in het ook al zo fraaie Technische Museum stond opgesteld. Bij onderzoek van de laklagen zag men als eerste huid een beschildering die verbonden kon worden met onze Marine Luchtvaart Dienst van een eeuw terug. En zo kwam de machine naar Nederland en kreeg een ereplek in het museum te Soesterberg. De D-VII, want zo is de juiste aanduiding voor deze Fokker was in zijn hoogtijdagen de F35 van zijn tijd.

Het toestel was alle geallieerde toestellen de baas en heel wat Duitse vliegers van toen konden niet wachten er mee te vliegen. Na WO1, toen de Duitsers als verliezer werden gezien door de Britten en Fransen, moest Fokker zijn productielijn en voorraad vliegtuigen vernietigen volgens het verdrag van Versailles. Maar de sluwe Fokker ging daarin niet mee, regelde een trein met voldoende wagons en bracht zo het hele spul illegaal naar het neutrale Nederland. Waar men natuurlijk meteen een deel van de gereed staande vliegtuigen in dienst nam. Ineens was onze luchtmacht voorzien van het beste materieel uit die tijd. De D-VII was zo goed dat het toestel nog tot 1940 dienst deed als meteo/leskist. Kortom, dat maakt die kist in Soesterberg ook echt apart.

Natuurlijk is er nog meer te zien in het museum, en staan er omheen nog wat vliegtuigen geparkeerd die de moeite van het bekijken waard zijn. Jammer blijft dat men een Mig 21 laat verloederen en ook een toch best bijzondere Sabre straaljager van de USAF aan de weergoden offert. Op de dag van ons bezoek werden er driftig heen en weer gereden met legervoertuigen, voor de liefhebber daarvan natuurlijk een apart genoegen. Het museum is gratis toegankelijk voor museum-jaarkaarthouders, en parkeren kan hier ook gratis. Een aanrader voor alle liefhebbers. En kijk dan ook eens in de bossen om dat museum heen. Echt een prachtig gebied… (Beelden: Yellowbird)








Wie de kaart van Europa denkt te kennen anno nu, moet die toch eens vergelijken met dezelfde kaart van eind 19e eeuw! Totaal andere wereld. Naast het enorme Russische Rijk en het Franse, maar zeker ook het Pruisische was daar dus ooit het gecombineerde keizerrijk Oostenrijk/Hongarije. Aangestuurd door een zeer rijke adelijke toplaag die vooral zetelde rond de Keizer in Wenen en wellicht nog een beetje bekend door de bekende boeken- en filmreeks over Sissi. In werkelijkheid was dit Rijk een optelsom van allerlei koninkrijken en adeldommen die zich verenigden onder de Habsburgse dynastie. Ooit samengeklonterd in de schaduw van de Franse expansiepolitiek een halve eeuw eerder. Oostenrijk-Hongarije was officieel een dubbel-koninkrijk waarbij Wenen en Boedapest, maar ook Praag, zustersteden werden, maar in werkelijkheid toch vooral Oostenrijkse belangen diende. Sterker nog, men zag in Wenen al die Slavische volkeren als zigeuners, niksnutten, zeer geschikte hoeren, dieven en zo meer. Daarbij was anti-semitisme een officiele vorm van besturen. Hoe groot was dit rijk? Nou groot! Het omvatte delen van Polen, Oekraine, Roemenie, Bulgarije, de Balkan, het huidige Tsjechie, Slowakije, Oostenrijk, Hongarije en een noordelijk stuk van Italie, waaronder Venetie.
Van 81 toenmalige losse staten kreeg het nieuwe rijk er nu drie in combinatie, en men bouwde het imperium indertijd op de fundamenten van het oude Roomse Rijk. Dat het geloof daarbij een grote rol speelde, zal duidelijk zijn. Voor de Keizers die dit enorme imperium aanstuurden was Duits de voertaal, dus dat gold ook voor alle onderdanen. Omdat Hongarije nooit deel had uitgemaakt van dat Roomse Rijk kreeg dit deel van het land binnen de nieuwe combinatie een status-aparte, iets wat ook weer leidde tot de overheersing vanuit Oostenrijk. En die overheersing ging er stevig aan toe. Men schroomde niet eventuele ‘opstandelingen’ in dat land der Magyaren een kopje kleiner te maken en vrouwen te verkrachten of ze mee te nemen naar Wenen voor opname in de staatsbordelen. Het Rijk vocht diverse oorlogen uit, veelal zonder veel succes. Toch voelden de militairen zich onder hun keizer vrijwel onaantastbaar.
Het leger was van de ouderwetse soort, de vloot ondermaats in vergelijking met andere grote staten uit die dagen. In het gebied waarover men heerste zaten overigens wel grote industrieen die we nu nog kennen als vooraanstaand. Denk maar aan de Staal- en wapenfabrieken van Skoda in Bohemen. Ook veel autobouwers van het eerste uur opereerden juist in deze omgeving en leverden veel van hun eerste vehikels aan de rijken uit Oostenrijk-Hongarije. Toen de overheersing door de Oostenrijkers dictatoriale vormen aan begon te nemen kwamen bepaalde volkeren in opstand. Met name nationalisten wilden hun oude land weer terug, streefden naar onafhankelijkheid en koesterden hun eigen volkscultuur en taal. Dat uitte zich in de moord op Keizer Franz Ferdinand in Sarajevo, de dader een Servier. En dit werd uiteindelijk oorzaak voor de Eerste W.O. Daarbij verloren de Oostenrijkers het grootste deel van hun oude imperium.
Italie veroverde haar eigen grondgebied weer terug, net als Tirol, Polen werd weer vrij, terwijl als Tsjecho-Slowakije de deelstaten Bohemen, Moravie en Slowakije bij elkaar bracht. Maar ook de Balkanlanden en uiteindelijk ook Hongarije verkregen hun vrijheid. Van het oude rijk bleef vrijwel niets meer over. Dat het later nu juist een Oostenrijker was die als Duitse Fuhrer weer streefde naar toevoegen van al die oude gebieden aan zijn rijk is een bitter deel van de erfelijke geschiedenis. Ook al faalde hij uiteindelijk gelukkig in zijn pogingen. Die oude gevoelens t.o.v. landen in oost en west bleven bij veel volkeren in deze hoek van Europa wel leven. De huidige politiek van de Oost-Europese landen binnen de EU is deels daaruit te verklaren. En dat is maar een stukje van het verhaal natuurlijk. Kortom, Groot-Europa is een droom die we in heel wat stukken van onze gezamenlijke geschiedenis terug zien komen. En veelal in weinig opwekkende beelden of verhalen. Samen sterk, zeker, maar nooit onder centrale leiding of erger nog, dictatuur. Dat heeft de geschiedenis ons toch wel geleerd zou ik denken. (Beelden: Wikipedia)

