Victor….

Als een eik wordt geveld valt hij met veel gekraak. En dat geldt ook voor mensen die een onvergetelijke indruk maakten tijdens hun expressieve leven. Zo’n vent was Victor. Ik leerde hem via vrouwlief en haar collega/vriendin bij de Gemeente Amsterdam kennen. In 1968. Een stoere en voor vrouwen zeker aantrekkelijke vent met een snor en lang haar. Vrijbuiter, verhalenverteller, warm, half Oekrains en met een jeugd die niet meteen bol had gestaan van liefde. Die liefde zocht en vond hij bij het andere geslacht en daar was hij succesvoller dan tien mannen zoals ik bij elkaar opgeteld. Hij had dan ook veel mee. Als vriend was hij trouwens ook noest en sterk. Je wist over het algemeen wat je aan hem had en we beleefden ook heel wat avonturen samen. Vlogen overal in en heen, hij introduceerde me in de wereld van het fotograferen met een SLR-camera. Ik hem in de wereld van de luchtvrachtlogistiek. Hij was daarin een typische olieman. Je kon hem wegsturen naar bestemmingen in het Verre Oosten of Afrika. Altijd regelde hij onze bedrijfszaken prima maar had hij daarbij meestal ook meteen weer nieuwe relaties opgedaan of andere uitgediept. Hij reed in het begin vooral op de motor. Talloos zijn de verhalen die daarover te vertellen zijn. Van onwillige Russische merken tot fraaie BMW’s. Hij verkaste en verhuisde op enig moment.

Naar Nieuw Vennep. Bouwde daar direct weer een nieuwe kring vrienden en relaties op. Zijn brede inborst zorgde voor veel genoegens. Die vrienden werden deels ook weer vrienden van ons. En opnieuw werd er gevlogen en genoten. Samen in een stichting actief die de luchtvaart wilde redden tegen het toen al veel te heftige geblaat van Groenlinkse milieurakkers. Samen een luchtvaartblad maken. Met nog meer mensen, maar Victor was van de relaties. Dat kon hij als de beste. En fotograferen. Of luchtvaartavonden organiseren waarbij hij half Schiphol thuis uitnodigde en die mensen dan zijn zelfgemaakte films liet zien. En als het even kon ook zijn collectie Laurel & Hardy films. Want ook dat was een passie. Hij bleef in die luchtvaartsector actief, ik koos voor de auto’s. Onze levens bleven verbonden via de passie voor de luchtvaart maar de carrieres volgden een ander pad. Deden nog wel wat leuk was. Tentoonstellingen, bladen maken, vliegen.

In 1990 herintroduceerde hij mij bij het bedrijf waar hij toen op Schiphol werkte. Een rommelige toko en Victor trachtte het hoofd boven water te houden in die zaak. Heftig soms. Reed overtuigd Harley-Davidson en kocht die motoren ook overal en nergens voor de handel. Ik bleef maar kort bij die zaak actief, hij nog iets langer. Tot hij ineens besloot met een nieuwe liefde richting Frankrijk te vertrekken en heel wat schepen achter zich te verbranden. Echt afscheid nemen kon niet meer. Hij begon opnieuw! Ik zag hem nog een keer in 2000 bij het definitieve afscheid van vliegvriend Wim. Het was hartelijk en plezierig als voorheen. Daarna werd het stil. 18 jaar lang. Veel te lang. Onlangs bereikte me het bericht dat hij plotseling was overleden. In Frankrijk. Waar hij ook werd begraven. Uit de vele reacties op Schipholse Facebook-groepen maak ik op dat hij zeer wordt gemist. Gek genoeg komt dat verlies ook bij mij stevig binnen. Te veel meegemaakt samen, te zeer genoten. Een man vol passie viel ineens om. Een eik geveld. Ik hoop oprecht dat hij daar waar het universum ruimte biedt voor ons allen, opnieuw mag beginnen. Het is hem zeer gegund. En ik wens alle nabestaanden en vrienden van vroeger en nu sterkte bij dit verlies.

Maakte het leger mobiel; de Jeep!

Als er een auto is die in zijn  tijd de wereld deed veranderen dan toch wel de door de Amerikaanse fabrikant Bantam ontwikkelde en gefabriceerde ‘General Purpose Vehicle’ of wel ‘GP’ wat in het Amerikaanse legerjargon weer werd vertaald in Jeep. Het Amerikaanse leger was in de eerste oorlogsjaren op zoek naar een auto die in staat zou zijn om allerlei taken te verrichten, vervoerd kon worden met de toenmalige transport- en zweefvliegtuigen en elk terrein aan zou kunnen. Later namen Willys-Overland en Ford het concept voor de oer-Jeep over van de tot dan volstrekt onbekend maar kennelijk geniale American Bantam Company. Willys-Overland kreeg voor de oer-Jeep de handen van de generaals op elkaar. De kleine fabrikant bouwde indertijd Austins in licentie voor de Amerikaanse markt en had best een probleem toen de legerleiding een eerste order uitdeelde voor 70 complete auto’s.

Acht daarvan moesten bestuurbaar zijn op alle vier de wielen. Binnen enkele maanden had Willys de eerste Jeep klaar en even later ging de bestelde reeks naar het leger. De Jeeps kwamen in latere jaren ook uit de fabrieken van Ford trouwens. De wagens werden aangedreven door een kleine 45 pk sterke benzinemotor die de schitterende naam ‘Go Devil’ droeg. In de loop van de oorlogsjaren werd de Jeep in totaal ruim 600.000 keer gebouwd en het bleek een zeer waardevol onderdeel van de Amerikaanse oorlogsvoering. Jeeps doken overal in de wereld op waar de Amerikanen actief waren. Ze werden gebruikt als vervoermiddel voor officieren, als mitrailleurcarrier, ambulance, tractor voor vliegtuigen, verkenningsvoertuig of noem maar op. De wagens, met hun karakteristiek huilende motor, werden met de eerste parachutisten meegestuurd die op 6 juni 1944, dit jaar 65 jaar geleden, in Frankrijk landden in het kader van de invasie.

Maar ze reden ook massaal de stranden van Normandie op en trokken daarna dwars door Europa heen om soms ergens in Tsjecho-Slowakije of zo te eindigen. Jeeps bleven jarenlang het standaard vervoermiddel voor heel wat legerorganisaties, ook in Europa. Een deel van de ex-legerwagens kwam ook terecht in civiele handen. In de jaren na de bevrijding was elke auto een kostbaar bezit. Handige garagebedrijven bouwden de Jeeps om tot luxe wagens, maar ook bestellers en politiewagens en er was een vruchtbare markt voor. De Jeeps werden in de naoorlogse jaren steeds verder ontwikkeld. Het leger was een grote afnemer. De wagens kregen wat sterkere motoren en rondere lijnen en ze werden ook technisch wat geavanceerder. Fiat-Chrysler is tegenwoordig de fabrikant die de merkrechten voor Jeep heeft. Een Cherokee of Golden Eagle zijn dus directe familieleden van de oer-Jeep’s die zijn naam slechts dankte aan de wonderlijke Amerikaanse gewoonte om namen af te korten voor het gemak. Decennia later gebeurde dit ook met een ander vierwiel-aangedreven icoon, de HMV, oftewel de intussen alom bekende Hummer die door de GI’s Humvee werd genoemd. Maar dat is een heel ander verhaal. (Beelden: Internet/Wiki)

Russische schaamteklassieker; Lada 1200.

Als er een merk slim is omgegaan met haar modellen en de daaruit voortvloeiende licentiebouwrechten dan toch wel Fiat. Want de Italianen lieten heel wat van hun vroegere modellen ook fabriceren in een keur van landen waar men juist met die vaak wat oudere Fiat’s decennialang gek zou blijven. Een compliment voor de ontwerpers. Een van die wagens was de redelijk hoekige Fiat 124 die bij zijn aantreden in de jaren zestig als modern door het leven ging. Maar aan het einde van dat decennium werd hij opgevolgd door de nog wat vlottere 131 Mirafiori. En dus leefde de 124 gewoon voort. O.a. in Zuid-Amerika, het Midden-Oosten maar zeker ook in de Sovjet-Unie. Met dat land werd door de Fiat-directie een overeenkomst gesloten dat men tot in lengte van jaren de oer-124 zou mogen bouwen. De Sovjets pakten dat meteen grootschalig op. Hun eigen personenwagens waren veelal ouderwets van opzet en de afwerking was veelal bedroevend. Om de 124 te kunnen bouwen op een manier die ook Fiat beviel werd in een nieuw te bouwen stad, een even nieuwe productielijn neergezet. Togliati heette die plek, vernoemd naar een oude Italiaanse communistenleider.

In 1969 werden wat prototypen in elkaar gezet door de Russen, op basis van door Fiat aangeleverde onderdelen. Maar echt produceren deed men pas vanaf begin jaren 70. Shiguli heette de auto in Rusland, VAZ de bouwer. Toen bleek dat die Russische naam erg veel leek op de aanduiding van het vrouwelijk geslachtsdeel in de Baltische Staten, werd Lada de exportnaam voor de Russische Fiat. En onder die naam werd de auto ook bij ons geïmporteerd. Met succes. Voor weinig geld kocht je een nieuwe stoer aandoende auto. Dat stoere beperkte zich niet tot de buitenkant, want dan moest je wel twee keer kijken wilde je het onderscheid zien met een Fiat (of SEAT waar de 124 ook werd gebouwd). De Russen verstevigden het model om hem meer op de Russische omstandigheden uit te rusten. De motoren werden verbeterd, de kachel versterkt en de vering aangepast. Niet alles viel daardoor beter uit dan bij het origineel.

De Lada’s maakten meer lawaai dan de oer-Fiat had gedaan. Vooral een gevolg van die aangepaste motoren. Maar die motoren reden wel op vrij lage octaangehalte benzinesoorten, waar de Fiat alleen op Super wilde draaien. Dat met al die aanpassingen een Lada een ‘stevige’ auto werd zal niemand verbazen. Ook het brandstofverbruik was daardoor niet meteen om te lachen. Toch werd de auto een aardig succes. Hij was immers redelijk ruim, sterk en ook in grote aantallen leverbaar. Niet alleen in Rusland maar ook in de andere Oostbloklanden, en bij ons in het westen. Lada als merk hier kreeg al gauw de naam ‘veel voor weinig’ te leveren en dat trok zeker in ons land kopers. Een later geleverde stationcar maakte het succes ook nog eens compleet. Wat meespeelde was dat die Lada qua roestgevoeligheid net even taaier was dan zijn Italiaanse voorbeeld. In ons land van groot belang. Pas in 1977 werd de oer-Lada voorzien van wat verbeteringen. Een veranderde carburator, een wat aangepast interieur en nieuwe lakkleuren. En zo hield Lada de auto ‘bij de tijd’ al was dat dan wel de tijd van het Oostblok. Met concurrentie uit landen als Polen, Tsjecho-Slowakije of Roemenië kon die Lada nog wel scoren, maar zette je hem tegenover moderne auto’s uit West-Europa werd het toch lastig.

Mensen met een sterk communistische instelling vielen massaal voor de stoere Rus, maar voor anderen was het echt een beetje beneden de waardigheid. Al moet gezegd dat zelfs de Nederlandse overheid ooit nog eens een stuk of 1500 van die wagens kocht voor haar ambtenaren. Wat niet met gejuich werd ontvangen maar wel een opsteker was voor het imago. In 1989, toen de omwentelingen in Oost-Europa plaatsvonden werd de oer-Lada nog steeds gebouwd. Intussen wel naast een stel doorontwikkelde zustermodellen, maar de markt was toch echt weggezakt. En dus werd die oude productielijn stopgezet na de val van de Sovjet-Unie. De versies met grotere motoren werden nog wel gebouwd, zij het in beperkte aantallen. De andere tijden voor de Russische autokopers zorgden ook voor een enorme vraag naar westerse en Aziatische modellen. De Lada’s waren uit. Na een paar jaar was het ook afgelopen in ons land. Trouwe dealers gingen nog even door, maar de kopers waren verdwenen. Intussen probeert Lada het nog eens opnieuw met wat nieuwe auto’s die baseren op Renaulttechniek. Maar of er nog iemand op dat Lada-imago zit te wachten? En ook als klassieker hebben die oude Lada’s weinig waarde. Maar bedenk wel dat er miljoenen van zijn gemaakt. Meer dan Fiat zelf ooit had kunnen dromen. (Beelden: Internet)

Afscheid van Fokker

Fokker 70 PH-KVI

Medio oktober dit jaar eindigt een tijdperk in ons land. Het tijdperk-Fokker. Dan namelijk gaan de laatste Fokker 70’s uit dienst bij KLM’s dochter CityHopper. Opgevolgd door Braziliaanse regionale vliegtuigen. Met dank aan een D66-minister (Hans Wyers)die ooit de bekende vliegtuigfabrikant Fokker de nek om draaide en de toekomst van de Nederlandse luchtvaartindustrie gelijk vermoordde. Bij gebrek aan inzicht. Inzicht wat Fokker altijd wel heeft gehad. Precies de juiste vliegtuigen bouwend voor een alsmaar groeiende markt. Dat deed de ondernemer Anthony Fokker al ver voor de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de eerste variant van die wereldbrand koos hij opportunistisch voor de Duitse zijde en zette daar vele honderden van zijn befaamde jachtvliegtuigen af. Toen de oorlog voor de Duitsers verkeerd afliep was hij zo slim om zijn hele productielijn op de trein te zetten en onder te brengen in het neutrale Nederland. Waarmee ook onze luchtmacht ineens beschikte over hypermoderne jachtvliegtuigen en verkenners.

Alsof we ineens zouden kunnen beschikken over de JSF zonder aan de ontwikkeling mee te hoeven betalen. De door Albert Plesman opgezette KLM had snel behoefte aan betrouwbare vliegtuigen. Fokker sprong in dat gat. En KLM kocht ongeveer elk ontwerp van de slimme Fokker. Die overigens nog veel meer successen boekte in de Verenigde Staten. Maar een ding zag hij over het hoofd. De komst van metalen vliegtuigen. Fokker bouwde toen nog met hout, aluminium en linnen. Dus toen KLM alsnog koos voor de ‘blikken Douglas’ DC-2 leek Fokker naast de flinke orders van de nationale carrier te vissen. Maar slim zakenman als Fokker was, hij verkreeg de licentierechten voor zowel de DC-2 als de grotere DC-3 en werd zo opnieuw een grote leverancier van moderne vliegtuigen. Zelf zou hij de groei van zijn bedrijf niet meer meemaken.

Net voor de 2e Wereldoorlog overleed hij. Zijn bedrijf kwam tijdens de oorlog in handen van de Duitsers en bouwde voor de bezetter onder dwang Duitse vliegtuigen. Na de oorlog werd het bedrijf snel opnieuw heringericht en startte men met de bouw van trainers, zoals de fameuze S-11, bouwde men een sportvliegtuig (de Promotor) dat helaas geen echt succes kende maar kwam men ook met de Fokker F-27 Friendship. Een verkeersvliegtuig dat werd opgebouwd met een hoogdekker-constructie, gelijmde metalen delen en twee Britse Rolls-Royce turboprops. Het toestel werd een enorm succes, meer dan 700 verkocht en dat wereldwijd. Een straalopvolger werd de Fokker F-28 Fellowship uit de jaren zestig. Ook dat toestel werd een groot succes. In de jaren tachtig kregen die ontwerpen modernere zusjes in de Fokker 50, 100 en de latere 70.

Maar de wereldmarkt was intussen aardig veranderd. Veel kleinere fabrikanten legden het loodje, verkochten hun toestellen met flinke verliezen of werden opgeslokt door bedrijven als Boeing, Airbus of British Aerospace. Fokker leverde ook weer aan de KLM en uit die periode stammen ook die Fokker 70’s die nu verdwijnen. Vliegtuigen die ideaal bleken voor de regionale lijnvluchten bij KLM en haar dochter CityHopper. Maar in oktober is het voorbij. Geen Fokkers meer en de kans dat er ooit nog nieuwe vliegtuigen met die naam zullen verschijnen is verspeeld. De Nederlandse overheid heeft er geen geld voor over en de maatschappijen van nu kiezen voor vliegtuigen van de plank. Boeings, Airbussen, Embraers of Bombardiers. Fokker wees de weg, maar kon en mocht niet verder. Blijft jammer. Gelukkig staan er heel wat van deze fameuze vliegtuigen in diverse musea. En zo hoort het ook. Want deze naam mogen wij eigenlijk nooit vergeten. Ik doe dat zeker niet. Heb ik heel wat Fokkers mogen meevliegen en dat was een waar genoegen. Maar nu wordt dat pure nostalgie. Vandaar dit blogje…(Beelden: Yellowbird collectie)

22

WP_20151115_001Het is echt toeval dat ik op deze zondag de 22e november even aandacht vraag voor een werkpaard dat het bijna 22 jaar vol heeft gehouden in onze huishoudelijke situatie. Een partner die zijn werk zonder morren deed in maar liefst twee achtereenvolgende woonadressen en die het ook nog eens moest zien uit te houden op een paar vestigingsplekken. AEG laat je nooit in de steek, was de slogan toen we indertijd onze loei betrouwbare wasmachine kochten. Een rib uit het lijf maar dan had je maar wat. En zo kwam hij splinternieuw ons huis binnen in 1993 toen de vorige machine van hetzelfde merk het net daarvoor had begeven. We woonden nog in de polder en de nieuwe machine ging richting de badkamer waar alle aansluitingen voor dit soort apparatuur in de poldergemeenschap van toen waren gesitueerd. Hij verhuisde mee terug naar het oude land. Werd aangesloten in de oude keuken. Want in ons ‘nieuwe’ huis zaten die aansluitingen (en afvoer spoelwater) nu eenmaal in die kookomgeving opgenomen. Daar draaide hij zijn diensten trouw tot hij in 2007 plaats moest maken voor de nieuwe keuken die we ons toen veroorloofden en hij een speciaal ingerichte plek kreeg op zolder, niet ver van mijn nieuw verbouwde werkplek annex museum.

WP_20151116_024Dat zorgde wel eens voor erg veel getril in de vitrines die ik heb staan om wat zaken uit te stallen. De centrifuge van de aloude AEG neigde nog wel tot een imitatie van een helikopter. Op zich inspirerend, maar ik had er soms best wel wat moeite mee. Toch bleef hij daar staan. Nam veel ruimte in, in de jaren negentig bouwde men nog echt omvangrijke machines op dit gebied, tot……. Precies een week geleden begon hij tijdens een was van beddengoed ineens enorm te stinken. Niet dat dit wasgoed nu zo vies was, nee, dit stonk naar elektra. En op enig moment stond hij stil. Muurvast, en de stop voor de zolderetage lag er uit. Foute boel. De aloude waspartner was overleden. Na 22 jaar best netjes. We zochten een waardige opvolger en die hebben we gevonden. Keurig thuis gebracht en geinstalleerd. Zelfde merk, de helft kleiner en een stuk comfortabeler vanwege de niet meer af- maar oplopende leeftijd op de toekomst ingericht.

WP_20151116_025Eens zien of die machine dat record nog gaat breken. Als hij dat doet en ik dat zelf nog mag meemaken is het merk echt niet stuk te krijgen. Zou dat voor de mens in het algemeen ook gelden? Ik vrees van niet. Maar als wij gaan stinken is die tijd wel in zicht. Gelukkig is dat nu nog niet zo ver. De oude wasmachine ging mee met de leverancier van de nieuwe. Veel gesteun van de mannen die het dode gewicht van twee trappen af moesten torsen vertelde het verhaal. Adieu oude elektrische vriend! Welkom elektronische opvolger!

Afscheid van PoesPoes

WP_20150902_00317,5 jaar was ze bij ons. Nou ja, het grootste deel van haar bestaan was dat zo. PoesPoes, die we onlangs moesten laten inslapen. Ze overleefde haar fysieke broer Patser zo’n 1,5 jaar. Was die ondanks zijn naam en postuur eigenlijk de brekebeen van de twee, zijn zus bleek gemaakt van ijzer. Ze kende geen enkele kwaal, hoefde nooit daar de dierenarts en was tot bijna het laatst toe in zeer goede doen. Maar zoals dat vaak gaat met dieren kwam de verslechtering vrij plotseling. Ze werd heel snel mager (ze had als bijnaam ‘de dikke’ en niet onterecht) likte zich overmatig veel, dronk als een Tempelier en begon de laatste weken raspend adem te halen. Dat was zorgelijk. Dus alsnog naar de dierenarts. Na uitgebreid onderzoek (inclusief foto) was niet echt iets te vinden. Veroudering, ze was op leeftijd. Maar dat constante hijgen bij het ademen maakte ons niet vrolijk. Wel wakker. Want ze zat midden in de nacht ook als een snurkende vent rechtop of likte zich met alle bijbehorende geluiden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Daarbij bleken drie bakken water niet genoeg om haar niet aflatende dorst te lessen. Dat ze enorme hoeveelheden urine produceerde was op zich nog niet zo gek, maar toen die plassen op enig moment de daartoe bestemde bakken niet meer bereikten vonden we het genoeg. Het diertje was op. Gelaten ging ze mee voor haar laatste gang naar de dierenarts en lieten we haar daar waardig, humaan en in alle rust inslapen. Zeventien en een half jaar oud geworden. Bovengemiddeld voor de katten die wij ooit tot de onzen rekenden. PoesPoes was er nog een uit de generatie van de jaren negentig. In  huis gekomen met haar broer en ooit samen met nog een huispoes en onze hond samen zorgend voor een hoop leven en sfeer in huis. Ze was voor sommigen heel lief, kwam bij mij op schoot, bij verder niemand anders. Ze maakte mij ’s-morgens wakker door dwars over me heen te lopen als ze vond dat het menselijk gesnurk nu wel lang genoeg had geduurd.

WP_001297Ze was dominant naar andere katten toe. Niet akelig, maar voldoende duidelijk dat sommige plekken in huis echt de hare waren. En als er een nieuw mandje kwam voor o.a. onze jongste telg Pixel, dook zij er met haar omvangrijke lijf als eerste in om dat ding te testen. Ze is niet meer, we hebben er een traan om gelaten en een glas op gedronken. Binnenkort komt ze in asvorm onze kant weer op en gaan we haar verstrooien in de tuin bij haar collega’s die haar vooraf gingen. Het is weer gezelliger in de poezenwereld. En wij ruimen wat zaken op die typisch voor haar waren. Daar horen de herinneringen overigens niet bij. We zullen haar namelijk enorm missen!

 

 

 

Russisch schaakspel

Mig 29 Red Knights.,Het is waarschijnlijk bijna vloeken in de momenteel ‘politieke kerk’ als ik zeg me altijd op een of andere wijze aangetrokken te hebben gevoeld tot het ‘Russische’ volk. Wellicht omdat het in de tijd dat ik die voorkeur ontwikkelde ‘not done’ was en je al snel voor communist werd uitgemaakt. Opmerkelijk genoeg kon ik zelf die zaken aardig scheiden. Ik vond gewoon dat alles wat ‘daar’ vandaan kwam interessanter was als wat hier gebruikelijk werd bevonden. Los van het feit dat ik ook veel op heb met de V.S., Engeland of Duitsland, de Russen (en in het verlengde Tsjechen) mochten altijd op een warme belangstelling rekenen en nog steeds ben ik in mijn collecties ook niet wars van een zekere voorkeur. Nu heb ik dat vorig jaar bij het balansen nog eens statistisch willen onderbouwen en kwam er toen achter dat het met die voorkeur in meer dan emotionele sferen nog wel meevalt. De Russische en Tsjechische modellen doen ver onder qua aantallen bij wat de Duitsers en Amerikanen leverden, maar toch hangt er bij mij altijd een zweem van sympathie over wat die Russen en andere Oost-Europeanen allemaal doen. Zeker een gevolg van mijn jeugd, en de wel eens beschreven bezoeken aan een Russisch straalvliegtuig of een (stief)vader met een voorkeur voor het merk Skoda in zijn handelsvoorraden. Die interesse moet je uitdiepen en dan lees je wat meer dan het gemiddelde kind of puber of de landen aan de andere kant van het ‘ijzeren gordijn’ over oorzaken en gevolg. Het is met die ogen dat ik ook kijk naar het Rusland van Poetin en het optreden van deze schaakgrootmeester tijdens de crises in Oekraine of op andere plekken aan de rand van zijn imperium.

Praag overzicht 1968Wat hij doet, is volkomen legaal, ook al voelen wij dat hier niet zo. Die opstandelingen die hem vragen om hulp zijn oprecht verbonden met het moederland en willen niets liever dan zich afscheiden van al die deelrepublieken die na de val van de Sovjet-Unie ontstonden en volken of stammen bijeen brachten die dat ofwel niet gewend waren. Maar aan de andere kant ook helemaal niet wil(d)len. Daarnaast zag je vanaf 1990 de westerse machtsblokken als EU of NAVO snel uitbreiden richting de grenzen van de vroegere Sovjet-Unie. Intussen is het zo (vanuit Russisch perspectief) dat de kanonnen van het westen via de NAVO-lidstaten Polen, Tsjechie, Letland, Estland en Litouwen, gericht zijn op Moskou. Echte buffers zitten er niet meer tussen. Met een geschiedenis die vol zit van overheersing en wantrouwen is dat een lont in een tamelijk groot kruitvat, maar wel een die simpel kan worden ontstoken. Rusland komt dus op voor haar rechten. Net zoals President Kennedy deed toen voormalig Sovjet-leider Chroetsjov raketten plaatste op Cuba. Dat viel compleet verkeerd bij de Amerikanen. En die ondernamen actie. Actie die meneer Poetin ook onderneemt. Sterke grenzen garanderen tenminste nog een beetje de veiligheid. En die grenzen zijn lang en ver reikend want dat enorme land heeft ook verbinding met het even expansionistische China, Japan en nog wat staten. Best een dossier om af en toe hoofdpijn van te hebben. En dan wil schaken wel eens helpen. Dat leidt af, dat geeft lucht. In Rusland zelf is heel veel mis, je snapt niet dat er mensen zijn die er willen wonen. Niet om de mensen, maar om het feit dat er een enorm rijke bovenlaag is gevormd die elke vorm van socialisme meteen heeft geeilimineerd. Met alle kwalijke gevolgen voor de  minder welvarenden in de Russische samenleving als resultaat. Maar bedenk ook lieve lezers, dat wij in het westen druipen van het boter op de bol.

Lada m.spoilers - geltonas_nelamboKijk naar het straatbeeld in de grote steden, wie een Lada rijdt is een pauper geworden, allemaal westerse auto’s. De eigen luchtvaartindustrie is zowat op de knieen gedwongen omdat elke vliegende vervoerder daar net als hier kiest voor Airbus of Boeing. Westerse consumentengoederen en kleding zijn in, kortom, we hebben grote belangen in dat land. Zo groot intussen dat we die boycots maar vooral moeten zien als bedoeld voor de buhne. In eigen land. Voor Poetin maakt het allemaal weinig uit. Daarvoor is hij veel te Russisch in zijn denken….