Over uitstoot gesproken..

Over uitstoot gesproken..

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: dkw-1000s-coupe-1959.jpg

Terwijl in ons land de totale uitstoot van met name het verkeer ondanks de groei van het wagenpark steeds verder afneemt wordt er nog steeds heel wat ‘vuiligheid’ de lucht in geblazen. Nu is een belangrijk deel van die totale uitstoot afkomstig uit andere landen en met name Duitsland speelt daarbij een aardig belastende rol. Industrie en verkeer daar toch een hele berg groter dan bij ons. En het deed me bij het opzetten van dit blogverhaaltje terugdenken aan de tijden dat vooral de Oosterburen bezig waren met zgn. tweetaktmotoren. Je kwam ze daar overal tegen. In auto’s, motoren, bromfietsen, zaagmachines, buitenboordmotoren van boten en zo meer. Het principe stamde al uit een periode ver voor de Tweede W.O. Merken als DKW en NSU waren er intensief mee bezig en zo waren er wel meer. Het principe vrij eenvoudig, in plaats van een ‘normale’ brandstofmotor voegde je bij de Tweetakters olie toe aan de benzine die meteen het blok smeerde en waardoor je dus geen extra smeermotorolie meer nodig had. Het bleek een gouden idee. Maar het kwam wel met wat nadelen.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: ddr-autos-r498x333-c-f7bcba66-278713.jpg

Tweetakt was smerig. Er kwam heel wat verbrande olie uit de uitlaten van de gebruikte vervoermiddelen en de klank van de motoren was ook wat anders dan die van viertakt- of dieselmotoren. (rengdengdenge..deng) Na de oorlog kwamen die DKW’s ook gewoon weer terug op de weg. Vergezeld van de eerste Saab’s met hetzelfde motortype. Maar ook Goliath was een merk dat dit motortype benutte en het Tsjechische Aero. Daarnaast hadden de meeste dwergautootjes uit de jaren 50/60 zulke motoren, met dank aan hun aandrijfbron die vaak afkomstig was van motorfietsfabrikanten. En ook die waren trouw aan die tweetakters. Opvallend was dat ook sommige Japanse fabrikanten van motorfietsen wel gebruik maakten van dit systeem. En dan was er natuurlijk het aanbod vanuit de DDR.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: saab-92-1.jpg

Met als basis de voormalige DKW-productie in Zwickau zette men daar miljoenen Trabants in elkaar en de wat luxere Wartburgs. Allemaal decennia lang gebouwd op basis van die DKW-motoren van voor WO2. De Barkas bestelwagens uit dezelfde bron hadden ook zo’n blokje en uit Polen kennen we de FSO Syrena die weliswaar van metaal opgebouwd ook een tweetakt voorin kende. Voor ons in het westen was die tweetaktmotor toch wel een dingetje. De uitstoot in de steden werd op enig moment (denk aan de jaren zestig/zeventig) iets om serieus over na te denken en zo stagneerde de import van wagens met dit op zich fraaie systeem. Ook brommers moesten nu viertakt gedreven worden. En bedenk maar dat 95% van die tweewielers, indertijd net als veel scooters, op tweetakt mengsmering draaiden. Saab schakelde om die redenen over op Ford viertaktmotoren, DKW werd net als NSU via een omweg VW/Audi en bracht nu viertaktmodellen op de markt die nu nog worden gekoesterd. Het tweetakt geluid vrijwel verdwenen. Alleen een enkele oldtimer wordt nog gekoesterd. Maar de vraag is voor hoe lang. Wie de beelden van vroeger uit het oude Oostblok nog wel eens kan terughalen en de geur van al die tweetakters in Oost-Duitsland of Warschau snapt wel dat het einde voor deze techniek aanstaande is. Dat zegt niets over die techniek zelf, meer over onze nieuwe normen en waarden op ook dit gebied. (Beelden: archief)

Patatje met…

Patatje met…

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: simca-1100-blauw-uithoorn.jpg

Ik werkte indertijd op kantoor bij een steeds maar groeiend logistiek bedrijf dat was gevestigd in het toen hypermoderne ‘Vrachtgebouw 1′ naast de enorme KLM-Vrachtloods op Schiphol. Met een paar toenmalige collega’s had ik een prima contact, al was er uiteraard ook wel onderlinge competitie. Zo was de na mij toen langst zittende collega (een declarant van importgoederen) er van overtuigd dat hij een superieure rijstijl had t.o.v. de rest, wat vaak kwaad bloed zette bij die zelfde collega’s. Waar ik mijn toenmalige splinternieuwe Skoda showde had hij net een NSU 1000 naangeschaft en vond hij die ook meerderwaardig aan mijn trotse Tsjech. Hoe dan ook, het was allemaal niet zo kwaad bedoeld en hij was verder in de omgang een prettige vogel. Tot hij verkering kreeg met een typisch Amsterdams wicht dat zelf afkomstig uit een arbeidersmilieu meende dat zij via deze gouden vangst (mijn collega kwam uit het chique Zuid) wel een lelijk gevormd neusje omhoog kon steken.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: s11.jpg

Zij kwam ook nog eens bij ons werken als typiste van douanedocumenten en nota’s. Niks mis mee, maar nou ook niet meteen iets om over op te scheppen. Ik had ook zo’n meisje (uit Zuid..)naast me zitten, en dat was echt een schat al ging ze toen nog om met een misdadiger in spe. Maar dat is nu verder niet relevant. Mijn collega (ik noem hem even Bart) ruilde de NSU al snel in voor een toen mateloos populaire Simca 1100. Hij kon me uitgebreid vertellen hoeveel beter die Simca reed dan die NSU maar zeker ook mijn Skoda. Nou dat wilde ik wel eens meemaken dan. We deden dat op een gewone dinsdagmiddag. Samen met zijn meisje reden we naar Schiphol-Oost waar een geweldige patattent te vinden was die zelf gemaakte mayonaise verbond met die knapperig gebakken aardappelstaafjes.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: platform-oud-spl-o-180924-thumbnail_img_7757.jpg

Ik zat in mijn nette pak (uniform was een kostuum in dat vak) en daarover heen een net nieuw aangeschafte bruinbeige jas. Bart stelde voor om de patatjes (in puntzakken) even te verorberen langs het oude platform van Schiphol-Oost waar je dan gelijktijdig kon kijken naar wat chartervluchten en privejets. Prima plan. Hij gaf de Simca de sporen, sloeg linksaf naar dat platform maar vergat daarbij dat rechts voorrang had (en nog heeft). Iemand die met vlotte vaart van rechts kwam in een stevige Ford zette door en ramde de vrijwel nieuwe Simca. Ik zat rechts achterin en zag mijn zak patat met mayonaise dwars door de auto vliegen maar ook deels landen op mijn nieuwe jas en pak. Gelukkig ving het rechterachterwiel van de Fransoos de grootste klap op en vielen er geen gewonden. Wel was het ego van mijn collega Bart bedorven. Toch niet goed opgelet. En ik was er bevlekt vanaf gekomen. Zijn latere vrouw hield haar mond. Wees naar de bestuurder van de Ford omdat die te hard had gereden. Was zeker ook zo. Het werd nog een heel gedoe achteraf met de verzekering. Gelukkig kon mijn kostuum gestoomd worden, maar de jas was verloren. Gelukkig wel vergoed gekregen. Simca’s liet ik voortaan aan me voorbij gaan. Ik bleef maar bij Skoda. Net even degelijker in elkaar gestoken….Maar dat wilde Bart zelfs daarna nog niet geloven…(Beelden: Archief)

Relatief jong, wel enorm groot; VW. – deel 2

Relatief jong, wel enorm groot; VW. – deel 2

Beschreef ik in het eerste deel van het verhaal over VW de opbouwfase vanaf de periode rond WO2 tot pakweg eind jaren zestig, ik ga trachten nu het vervolg (opgesplitst in nog meer delen) te dichten. Zonder de illusie mee te geven dat ik helemaal compleet dit verhaal kan vertellen in de beperkte ruimte die blogs nu eenmaal leesbaar houden.

Hoe dan ook, VW besloot op enig moment om een echte middenklasser te bouwen zodat mensen binnen het merk konden ‘doorgroeien’. Maar men week bij die nieuwe wagen, de VW411, niet af van haar basisprincipes. Dus de motor bleef achterin, boxer, luchtgekoeld. De vormgeving was een beetje zoals bij de 1500/1600 reeks maar dan meer opgeblazen. Technisch prima auto, maar o wee wat was hij intussen qua constructie achterhaald geraakt.

Toch ging VW er vrolijk mee door en ontwikkelde zelfs nog een verbeterde (..) versie met elektronisch benzine-inspuitsysteem. Het hielp de verkopen niet. En VW kwam in de problemen. Men moest iets anders bedenken en bij toeval kreeg men dat in handen door de fusie met Auto Union, een Duitse merkcluster waartoe naast DKW en Audi ook NSU behoorde. Van dat laatste merk nam men een al bestaande reeks middenklassers over die als VW K70 alsnog naar de showroom van de dealers werd gestuurd.

Die auto had voorwielaandrijving, een ruime kofferbak, prima rijeigenschappen en een watergekoelde lijnmotor voorin. Dat was even wennen voor het VW-publiek. En dus werd die wagen niet zo populair. Maar men leerde er wel veel van. Via concernzuster Audi, dat op haar beurt weer veel dankte aan DKW, kwam de VW Polo in het gamma. Een kleine compacte wagen met modern concept van aandrijving en prestaties die er mochten zijn gekoppeld aan een prima prijsstelling.

Maar de grote slag maakte VW met de introductie van de Golf. Een soort vierkante doos op wielen, prettig uitgerust, goede wegligging en waardige opvolger van de Kevers. Die laatsten werden nog wel geproduceerd in andere landen, niet meer in Duitsland. De Golf wel en die werd een begrip. Met de GTi als ultieme variant. De Golf is tot op heden een auto die de toon zet in zijn klasse. Ook al groeide hij generatie na generatie, net als de Polo trouwens. De Scirocco was een geweldig leuke sportieve VW, ontworpen door Giugiaro en gebouwd door Karmann.

De Passat verscheen, een afgeleide van de Audi 80, maar dan met een grote achterklep en tegen lagere prijzen. De Transporters kregen ook steeds nieuwe aanzichten, de T1 werd afgelost door de al moderner ogende T2, maar die maakte in de jaren zeventig plaats voor de hoekige T3 en deze kreeg weer een zusje in de vorm van de grotere LT, uitgerust met VW of Audi motoren. VW groeide en groeide. Overal in de wereld zette men productielijnen op, waar soms wagens werden gebouwd voor een specifiek werelddeel, maar zeker ook voor Europa.

Medio jaren tachtig lijfde VW Seat uit Spanje in, begin jaren 90 Skoda uit Tsjechie, maar ook Lamborghini uit Italie (via Audi). Later zou ook Bentley worden overgenomen. Het modellengamma werd groter en breder, platformstrategie maakte dat alle merken van elkaars technologie konden profiteren. Dat maakte ook kwetsbaar, zoals bleek toen de software op dieselmotoren van de VW-merken elektronisch simpel te besturen viel waardoor men kon rommelen met uitstootcijfers…En dat was tegen het zere been van met name de milieuorganisaties die graag te hoop lopen tegen vermeend onrecht dan wel dollartekens in de ogen krijgen bij het idee een bedrijf aan te kunnen pakken. Later bleek dat veel automerken met hun diesel-software hadden geknoeid maar VW had de naam en kwam daar lastiger vanaf dan een aantal van haar concurrenten. In deel 3 gaan we even naar het nu kijken… (Beelden: Archief)

Duits vernuft op veel wielen…NSU!

Duits vernuft op veel wielen…NSU!

Het zou me verbazen als de naam NSU niet bij sommige mensen een belletje doet rinkelen. Het oude Duitse merk startte in 1906 als de Neckarsulmer Strickmaschinen-Fabrik en werd in eerste instantie bekend van machines voor de brei/naai-industrie. Maar men deed ook al snel aan vervoermiddelen, veelal op twee wielen. Zo bleven motorfietsen, scooters en brommers van NSU decennia lang vaste waarden onder liefhebbers van dit spul.

De Tweede W.O. maakte dat de productie voor particulieren stil kwam te liggen, maar daarna startte men de boel weer op en ging men o.a. nauw samenwerken met Fiat. Al snel kreeg men zo licentierechten voor de zgn. Neckar-NSU’s die je ook bij ons nog wel eens zag. Fiat had al oude banden met NSU en dus was de samenwerking een logische. Die Neckars waren overigens gewoon Fiat’s met een ander logo. Intussen werkte NSU ook aan een eigen autolijn die onder de naam Prinz het levenslicht zou zien. Met een kleine tweepitter van nog geen 600cc onder de achterklep, maar wel al met een 12v elektrisch systeem verscheen de auto in 1958 op de markt en vond in die periode vooral Duitse kopers.

Die moesten wel even wennen aan de niet gesynchroniseerde versnellingsbak en zo, maar toch, NSU was onder eigen naam weer terug. In de jaren zestig bleven die Prinzjes maar komen en kregen ze ook het zo typerende beetje badkuipachtige uiterlijk. Dat baseerde losjes op dat van de Chevrolet Corvair uit die periode maar dan gewassen in veel te heet water. Anno 1964 had de wagen al luchtvering achter en schijfremmen op de voorwielen. Best bijzonder. De karretjes waren niet aan te slepen. Alleen was er wat kritiek op de topsnelheid die met dat kleine tweepittertje maar net boven de 100km/u reikte. Met de zgn. NSU Prinz 1000 werd dat deels opgelost. Want toen kreeg de Prinz een wat langere carrosserie, een 1000cc vierpittertje en een top van 135km/u.

Afgeleide versies als de TT, 1200TT en TTS gooiden daar nog heel wat schepjes bovenop en al snel stonden deze NSU’s bekend als lekkere scheurijzers. Maar dat maakte de prijzen ook fiks hoger. De Prinz was nu duurder dan een Kever van VW en dat was voor velen toch de norm in deze klasse. Bertone ontwierp ook nog een Sport-Prinz, een coupe volgens de toen geldende ontwerpnormen. En bij een laag gewicht van nog geen 600kg een aardig ding om je mini-coureur in te voelen. Later zou men ook nog een Wankel Spider brengen die met een heel bijzondere schijvenmotor was uitgerust en liet zien hoe ver men bij NSU durfde gaan richting de toekomst. En die toekomst kwam heel snel. Met de schitterende RO-80 die in 1967 verscheen en een Wankelmotor bezat met twee rotoren. 180km/u was simpelweg haalbaar en de auto werd al snel een hit bij kopers die iets anders wilden dan een Ford Taunus of Opel Record. Maar het succes kende ook een keerzijde.

De Wankelmotor was niet voldoende uitgetest en al snel bleken ze waanzinnig veel olie te gebruiken en als dat niet in de gaten werd gehouden kwamen zelfs vastgelopen motoren voor. Men heeft er bij de fabrikant en de Nederlandse importeur van toen aardig wat hoofdpijn van gekregen. Ook vervangingsmotoren bleken hetzelfde euvel te vertonen en dat maakte de RO-80 een probleemauto. Een auto ook die het einde voor NSU zou inluiden. Ondanks het feit dat men nog een groot model in ontwikkeling had voor de middenklasse ging het bedrijf over de kop. Werd overgenomen door Volkswagen en leverde daarmee die in ontwikkeling zijnde grote NSU op een presenteerblaadje aan de concurrent uit Wolfsburg. Dat werd de K70, die we later nog wel eens tegen zullen komen. NSU kent nog steeds een trouwe groep liefhebbers die hun Prinzjes koesteren als een kostbare schat en bij oldtimer-meetings of circuitraces flink van zich doen spreken. Een leuk merk dat nu voortleeft in alles wat VW op de markt brengt of bracht. En dat is best een compliment natuurlijk…. (Beelden: Archief/Internet)