Veel Amsterdammers gaan richting Zandvoort of Bloemendaal als ze de zee willen zien of beleven, maar er is nog een aardig alternatief in de vorm van de wat noordelijker gelegen bad- en havenplaats IJmuiden. Tegenwoordig vooral bekend van de zeehavens met toegang tot het Noordzeekanaal en Amsterdam, of de Tatra Steel-Hoogovens die aan de Beverwijkse kant te vinden zijn. Maar dat IJmuiden heeft ook een geweldig (breed) strand en prachtige duinen in de aanbieding. Het ‘Kennemerstrand’ heeft dus al veel te bieden. Van oorsprong een gemeente met vooral hardwerkende inwoners en vissers, later kwamen er ook andere mensen wonen die hielden van het dynamische of de frisse lucht. Met name na de aanleg van dat kanaal naar zee waardoor Amsterdam niet meer afhankelijk was van de soms onstuimige Zuiderzee met haar zandbanken om de haven via de oostkant te benaderen of verlaten, bloeide IJmuiden door die westelijke ontsluiting op.
Het werd nooit zo mondain als die andere twee genoemde badplaatsen, daarvoor was er domweg te veel industriele verpakking, maar dat neemt niets weg van de aantrekkelijkheid of veerkracht. Die laatste hadden de inwoners van de stad wel nodig toen de Duitsers in de oorlog hier hele vestingen bouwden naast een grote onderzeebootbunker. Onderdeel van de zgn. Atlantik-Wall en daardoor meteen ook aantrekkelijk doelwit voor geallieerde bommenwerpers die vaak hun ladingen mis gooiden en dan hele wijken van IJmuiden in de as legden. Van de bunkers in de duinen is overigens nog veel overgebleven. Wandel je door die duinen heen, en dat is zeer aan te raden, kom je veel van die Duitse complexen tegen. Meestal goed afgesloten omdat men geen ongenode gasten in die complexen toe wil laten.
Een enkele is gewoon open en te bekijken. Er is zelfs een bunkermuseum, waar je kunt zien dat het best zwaar was voor de daar gelegerden om het nog een beetje gezellig te hebben. Het strand kent een aantal strandtenten, horeca tegen de duinen. Vaak toegankelijk voor mensen met honden. En sommigen het hele jaar open. Wie houdt van lopen kan flink uit de voeten, want vanuit IJmuiden loop je simpelweg naar Bloemendaal of Zandvoort en wie de goede benen heeft kan zelfs tot Hoek van Holland komen. Wij deden dat bij ons laatste bezoek maar niet. Je moet niet meteen overdrijven natuurlijk.
Helemaal niet als je de auto aan het begin van het duincomplex hebt neergezet en dan bij het strand ontdekt dat er vlakbij de zee ook van die parkeerplekken zijn voor de auto. Maar goed. We genoten weer eens van de stad met die zware industrie van de Hoogovens altijd in beeld. En van de zeeschepen die hier in en uit varen en je bij goed zicht kilometers ver kunt blijven volgen. IJmuiden is een stille badplaats, maar daarom zeker niet minder interessant.
Mits je in staat bent door die industrie heen te kijken. Nog een aardig winkelcentrum ook waar elke zichzelf respecterende keten en meer te vinden zijn. En via wat aardige lanen en wegen kom je dichtbij ook Santpoort tegen of Driehuis. Kortom, aardige bestemming voor een dagje of wat genieten aan zee. Wij deden dat in februari jl. En raakten toch geinspireerd. Al was het maar omdat je hier ook de vliegtuigen ziet die van/naar Schiphol vliegen en de grote plas oversteken of staken…. (Beelden: Yellowbird)

Het net nieuwe jaar was slechts een paar dagen oud of we stonden al bij een druk bezochte begrafenis en namen afscheid van een man die we vooral hadden leerden kennen als hard werkend en vol humor. Een vent die ooit in de bloei van zijn leven een bedrijf had overgenomen van zijn oom en uitbouwde tot een onderneming van internationale allure. Hij werkte als een buffel, maar bleef intussen wel in de omgang normaal en plezierig. Dat hebben veel van die ‘succesvollen’ niet. Hij wel. En hij leidde ook de volgende generatie binnen het gezin op. Tot geweldige managers die toen hij uiteindelijk besloot om te stoppen en meer te genieten, zijn intussen behoorlijk grote onderneming op juist wijze zouden kunnen leiden. Hij zelf werd kort daarna ineens ziekelijk. Hobbelde van de ene kwaal naar de andere en als hij dan van de ene was genezen meldde de volgende ellende zich weer. Moest ook nog eens ondergaan dat zijn partner ernstig ziek werd en zo bleken ze als paar tamelijk kwetsbaar. De aftakeling kwam veel te snel. En onlangs kwam het einde. Veel te vroeg.
Samen met honderden genodigden en gasten die kwamen uit respect of omdat ze de betrokkene goed kenden uit prive- of zakenleven, keken we terug naar dat verleden, de onderneming, maar ook de kracht die hij uitstraalde ondanks alle ellende. Een paar maanden eerder zaten we nog samen aan een gezellig diner. En lachten als vroeger om allerlei gekkigheid. Hij was met al zijn tegenwoordige gebreken zijn humor nog niet kwijt. Het werd een gekoesterde avond. En dan ineens is de man weg. Hemelen! Weer een die je als jong mens hebt leren kennen. In de bloei van het leven. Onkwetsbaarheid natuurlijk als jeugdige zekerheid en toen wilden we niet horen over mogelijkheden van te vroeg doodgaan of ernstig ziek worden. Dat was iets voor ouderen. Maar ja, wat is oud tegenwoordig. Ik schreef al eens over die dik 100-jarige die nog volop in het leven staat.
Een beetje gezonde geest in een fit lichaam zorgt nog steeds voor dat idee dat wij gewoon door kunnen blijven gaan met leven. Niets kan ons stoppen. Maar in de praktijk is dat toch anders. Hele verpleeg- en ziekenhuizen liggen vol met mensen die dat ook dachten. Het is soms goed te beseffen dat niet alles automatisch is te regelen zoals we dat als mens graag willen. We beschermen onze dierbaren, dieren, bezittingen, maar bij uitval van een simpel orgaan zijn we zo kwetsbaar als de eerste de beste goudvis in een niet bijgehouden kom zonder vers water of voedsel. Dan wordt het knokken, afzien en overleven. En wordt alles relatief. Dan rest de bijschrijving in de geschiedenis. Al dan niet digitaal. Al vrees ik dat het laatste niet voor altijd zal gelden. Al doen we nog zo ons best totaal op ons zelf ingesteld te zijn, eenmaal weg ben je snel vergeten. Mits je een grote familie hebt die jaarlijks aan je terugdenkt. Maar wie is dat gegeven?? Alles is relatief. En deze serieuze noot moest ik toch even kwijt…
Vraag iemand als uw meninggever aan welke auto hij nou heel speciale herinneringen hebt en je krijgt al snel als antwoord….de Chevrolet Impala van 1959. Een auto met dusdanig fraaie lijnen en vleugels op de achterkant die nog het meest leken op sierlijk gevormde strijkplanken dat je er wel verliefd op moest worden. Maar jaren eerder had mijn ooit hier beschreven ‘Ome Leo’ al een geweldig fraaie Stylemaster uit 1948 (zie ook: Leven met de Vliegende Pijl deel 1a -1-7-18)waarmee we vaak als gezin met hem samen naar Limburg reisden. Chevrolets waren na de oorlog ook aardig talrijk in ons land. Ze waren groot, kostten niet te veel en benzine was nog aardig betaalbaar. Daarbij waren ze goed leverbaar en door de bevrijding populair.
Het merk zelf stamt qua afkomst al uit 1911 en werd kort daarna overgenomen door General Motors. Het werd door de jaren heen eigenlijk constant gezien als rechtstreekse concurrent voor Ford. Voor de oorlog keurig nette wagens die o.a. door doktoren en juristen werd gebruikt, na de oorlog door een veel breder publiek. Als je nu ziet welke wagens dat merk voortbracht is het ongekend dat het tegenwoordig compleet van de markt is verdwenen. General Motors nutte het door de crisis compleet uit en ging zelfs zo ver dat het Koreaanse Daewoo’s als Chevrolets ging vermarkten.
Voor de ware liefhebber is het toch het merk van de grote wagens, met een zoemende V8 voorin en elk jaar een nieuw aangepast model. Van de BelAir, via de Impala naar de Corvair, waarbij de motor voor de verandering achterin was gezet om ze de concurrentie met VW aan te kunnen. Het werd een mislukking al werden er toch enorme aantallen van gebouwd en verkocht. Maar het imago werd door sommige critici bijna compleet de grond in geboord. Chevelle en Caprice poetsten dat imago later weer op. Zeker ook in ons land waar deze wagens vaak werden gebruikt als taxi of onderdeel van een bruidsstoet of uitvaart.
Bij de Caprice uit 1977 kon je al kiezen uit verschillende motoren en kreeg je auto een met een geweldige bouwkwaliteit, enorme ruimte, en een gewicht dat soms bijna 2 ton haalde. Voor ons Europeanen die toen nog in piepklein en goedkoop geloofden was dat even wennen. De verkopen namen ook nog wat af omdat de oliecrisis van 1973 de literprijzen voor benzine omhoog stuwden en voor Amerikaanse benzineslurpers lastig bleek te zijn. Vanaf de jaren tachtig kwam Chevrolet met compactere wagens met een lager gewicht en nam men soms zelfs een viercilindermotor voor lief. Mits je geen Camaro of Corvette kocht want die waren bedoeld voor het uitbouwen van een sportieve imago en ook om je te onderscheiden van de massa. Wat aardig lukte. De foute marketingtruc om Chevrolets uit Korea te gaan verkopen of onder de merknaam Opel uit te brengen heeft het merk geen goed gedaan. Jammer maar helaas.
En dus is het nu vrijwel volledig verdwenen van de Europese en ook Nederlandse markten. In de VS zelf nog steeds aardig verkocht. Met grote SUV’s, Pickup’s en die lijn sportieve wagens natuurlijk net zo bekend als revolutionaire maar toch wat geflopte elektrische Volt/Bolt. Maar toch een merk dat er zijn mag. Al was het maar om die mooie herinneringen aan die Chevy’s waar ik zelf nog eens in werd vervoerd…..(Foto’s: Yellowbird archief)
De Chinese stad Wuhan (11 miljoen inwoners) werd in december vorig jaar het centrum van een langzaam uitdijend en soms dodelijk virus. Corona. Voor mij eerder verwant met twee zaken die er niet of nauwelijks mee van doen hebben. Een oud model Toyota en het virus dat door haar agressieve mutatie zorgde dat onze lieve kater Pixels leven verwoest werd en daarna beëindigd. Bron van alle ellende, de bezeten gekte van Aziaten om alles wat poten heeft op te eten, liefst vanuit vrij onhygiënische situaties. Want een Chinees eet naar verluid alles wat leeft behalve de tafel waarop wordt geserveerd. Dus ook vleermuizen, slangen, ratten en ander ongedierte. Alleen maar om het idee dat iets eetbaars is wordt het gekookt of gebakken. Wie wel eens in China of ander Aziatisch land is geweest weet ook dat de toiletten er vaak een grote smeerboel zijn (behalve in hotels van grote steden) en dat handen wassen voor veel van die lui na ongeveer elke boodschap er zelden van komt.
Men wandelt dus met de nog levende bacteriën (en virusbesmettingen)op die handen (of andere lichaamsdelen) richting keuken en begint vrolijk aan het klaarmaken van een gerecht dat zelf ook barst van de ellende. En zoals ooit aids en Ebola uit Afrika kwamen en over de hele wereld miljoenen mensen troffen die tot dan meenden dat zij onkwetsbaar waren voor dat soort ziekten, de Aziaten bezorgen ons door hun gedrag ook heel wat ellende. Van SARS tot griep en nu weer dat Corona-virus. Heel besmettelijk en lastig te bestrijden, ook al heeft de Chinese overheid dan naar eigen zeggen een middel ontwikkeld tegen de ziekte. En die ziekte is een heftige, want wie op zich al zwak of misselijk is en dit virus in zijn lijf krijgt gaat niet prettig naar het einde zijner/harer tijden. Geen onschuldig griepje. En als we het daar over hebben, door soortgelijk gedrag in onze streken komen jaarlijks honderden zo niet duizenden mensen om door een simpele griep.
Ook daarbij spelen hygiëne en besmetting door derden een rol. Hoesten en proesten en geen handen wassen of je gezicht bedekken bij het niezen zijn grote oorzaken. En wie dat wel doet hoort daarna zijn of haar handen te reinigen. Bij uitblijven daarvan…verspreiding verzekerd. Dat lukt al met een simpele verkoudheid. Laat staan griep. Kortom ook wij kunnen nog veel leren. En denk nu niet dat smerigheid is voorbehouden aan Aziaten. Overal waar ik kom en gebruik maak van openbare toiletten zie ik echt te vaak mannen en/of vrouwen zonder handen wassen het toilet verlaten. Om daarna gezellig hun partner over het gezicht te aaien of nog erger hun kinderen. Diezelfde mensen stappen in tram, bus of metro en pakken alle stangen en handgrepen beet die jij als oplettende burger ook vastpakt. En hupsakee…Een onderzoek in de Rotterdamse metro onlangs gaf me gelijk. Smerigheid troef. En dat vooral omdat sommige mensen zeep enger vinden dan ziektekiemen. Dus…eigenlijk hebben we de verspreiding van Corona zelf in de hand. Letterlijk!(Beelden: Internet)
Uit eerdere blogverhalen maken jullie vast op dat het mij persoonlijk worst zal zijn wie iemand is, waar hij voor staat of waar hij/zij in gelooft. Je moet het allemaal zelf weten als je mij er maar niet op vervelende wijze mee lastig valt. Nu heb ik het eenvoudig natuurlijk, want heteroman met blanke huid en blauwe ogen. Nooit uit de kast hoeven komen bijvoorbeeld. En uit vroeger tijden weinig meegekregen over variaties op het standaard-thema. In mijn jeugdjaren was een homoseksueel vanuit de godsdienstige opvoeding een weinig acceptabele variant van de mensheid. Immers, het startte met Adam en Eva in die jaren. En toch kwam ik die varianten op het leven wel tegen. Zo had mijn moeder naar haar zeggen op haar werk een collega die ‘het had uitgevonden’ en volgens haar was die jongen een echte ‘valse nicht’. Die verbinding was voor mij dus snel gelegd. Spannender waren vrouwen die op elkaar vielen. Daar kon ik meer mee. Maar dat zal de ondeugende en al vroeg ontluikende fantasie zijn geweest.
Hoe dan ook, in de afgelopen decennia kwam een nieuw fenomeen omhoog dat ergens tussen wal en schip in viel qua acceptatie. Mannen die eigenlijk vrouw willen zijn of omgekeerd. Vechtend voor hun recht om aan die gevoelens uiting te geven en ook acceptatie te verdienen. Soms best lastig. Want je kiest niet voor je eigen lijf, ook niet voor het volume daarvan. En zo zie je soms heel stevige mannen die verder als vrouw willen leven en vrouwen die later als relatief frêle mannen door het leven gaan. Hoe ze dan verder hun liefdesleven indelen is me niet zo duidelijk. Onlangs zagen we een sprekend voorbeeld in de media voorbijkomen. Nickie Tutorial, een vlogster die met make-up adviezen haar brood verdient en miljoenen volgers laat zien hoe de kunst van het goede opmaken moet worden uitgevoerd. Ik ben niet per definitie haar grootste fan, want niet de primaire doelgroep, vond wel altijd dat ze relatief stevig van bouw was (1.89m lang) en werkelijk onberispelijk Engels sprak. Dat op zich is al een compliment waardig.
Recent bleek dat zij via haar eigen vlog uiting gaf aan haar ‘uit de kast’ komen omdat ze eigenlijk transseksueel was en ooit man. Voor mij was het prima, haar make-up en uitspraak werden er niet minder om. Maar voor hele volksstammen werd het een statement van de hoogste orde. Zij verwoordde waar anderen naar verlangen. En al snel kwamen overal mensen naar voren die in hetzelfde proces staken of hadden gezeten. Prachtig natuurlijk. Nu maar weer even verder. Want nogmaals, het zal me worst zijn. Helemaal prima, blijf datgene doen waar je goed in bent, geniet van het leven en zorg dat je het respect krijgt waar je naar zoekt. Mocht je besluiten in welke vorm ook een ‘valse nicht’ te zijn…dan val je vanzelf van het voetstuk. En verder mag eenieder dus doen waar hij/zij zin in heeft. Van dat oude geloof heb ik geen last meer. Maar mijn mening over bepaalde zaken raak ik niet snel kwijt. Zo ook in deze gevallen. Ieder voor zich en God voor ons allen toch?? (Beelden: internet)
In dat jaar 1966 bleek al snel dat ik persoonlijk mijn draai dus wel had gevonden in dat Schipholse wereldje. Ook al moest ik keihard werken, vele extra uren maken, en dan ook nog per brommer op en neer tussen huis en luchthaven. Een rijbewijs bezat ik nog niet en dat bleek wel noodzaak. Kortom, via een collega uit ons Amsterdamse kantoor die als bijbaan rij-instructeur had, rijlessen genomen en na negen daarvan behaalde ik mijn roze papiertje. Met als opmerking van de CBR-examinator dat ik wat minder nonchalant zou moeten rijden. Dat laatste was toch het gevolg van mijn illegale rij-ervaringen op Schiphol. Want als het regende of sneeuwde was het wandelen over het platform naar douane of vrachtloodsen toch minder comfortabel en dan kon ik de auto van chef Breems meenemen. Een Ford Taunus 12M Combi, die als company-hack door het transportbedrijf aan ons was verstrekt. Hij had mij de eerste beginselen van het rijden uitgelegd, aangevuld door wat praktijkrondjes door de hangaar waarin we zetelden…
Die arme Ford heeft het trouwens tijdens dat eerste jaar van ons Schipholse bestaan zwaar te verduren gehad. Want soms moest er lading worden afgeleverd of gebracht bij/naar klanten in het hele land en dat deden we dan met de trouwe maar soms best onder de zware last kreunende Taunus. Toen ik officieel mocht rijden deed ik heel wat van die ritjes zelf. Want dan maakte je meteen contact met de klanten en ik had al snel met een reeks van die mensen een aardige relatie opgebouwd. Over contacten gesproken, een nieuwe klant van ons bedrijf, Berg Electronics, zetelde in een van de aangrenzende loodsen naast onze gehuurde kantoor-hangaar. Een van oorsprong Amerikaanse bedrijf dat in eigen huis een particulier entrepot voerde en werd bestuurd door een aardige vestigingsmanager met een even leuke als humorvolle secretaresse. Ruud Breems had hen ingepalmd met zijn slimme verkoopverhalen en al snel hadden we er een grote klant bij. Met elke dag import/exportzendingen.
Ik leerde extra vlot hoe je met de logistiek van dit soort bedrijven om moest gaan. En alles wat zij verstuurden had vrijwel altijd veel haast. Vandaar de keuze voor luchtvracht. Zij fabriceerden met goud beklede ‘elektrische contacten’ (voorlopers van de latere chips)voor de toen net nieuwe computerindustrie en met name IBM was een grote afnemer van dat spul. En die lui zaten echt overal in Europa. Dus wij kregen al snel een netwerk op poten om met enige haast die computeronderdeeltjes op hun plek te krijgen. En dat leidde weer tot contacten met de nodige vertegenwoordigers van airlines die voorheen de deur van ons kantoor toch wat voorbij liepen. Veel transportfirma’s van toen hadden zich net als wij gevestigd in een klein kantoortje op Schiphol en die luchtvaartmaatschappijen hadden het er maar moeilijk mee om al die lui tot relatie om te vormen. We werden als ‘agent’ aangeduid, net als tickets verkopende reisagenten.
Sales was indertijd een nieuwe tak van business. Althans zo leek het wel eens. Maar ik herinner me toch de warme contacten met Air France, British European Airways, KLM, Finnair, Alitalia en ook de SAS. Met anderen werd dat contact, ook later, nooit iets. Ik had ze al snel in de bakjes ‘aardig’ en ‘niet aardig’ ingedeeld en dat viel dan vaak samen met arrogantie vanuit die maatschappijen of dat men al dan niet in staat was de tarieven iets aan te passen opdat we aan ons werk nog een paar centen extra konden verdienen. Qua verkoop hing ons kantoor in het begin stevig aan de technieken van Ruud Breems. Die hield daardoor steeds minder tijd over voor het zelf inklaren van goederen. Een declarant werd daarom aangenomen, Bert Nederlof, en we kregen een echte loodswerker, Rinus Kreeft, die alle activiteiten in de vrachtloodsen kon doen. Dat scheelde heel veel werkdruk. Eind 1966 hadden we zo met vier man in dat toen toch wel wat kleine kantoor waarin we met twee schrijfmachines, een telex en de nodige kasten aardig op elkaar zaten, toch maar mooi bewezen dat er toekomst zat in de luchtvracht voor het bedrijf dat er bijna met tegenzin in was gestapt. 1967 zou het jaar worden van de echte expansie. (Beelden: Yellowbird/internet/archief)


Het lijkt er soms wel eens op dat in onze samenleving steeds meer mensen wonen met te veel vrije tijd en te weinig echte hobbies. Dat moet wel als je alle protesten volgt in de media of de bredere omgeving waarin je verkeert. Men maakte zich in sommige kringen druk om van alles en nog wat en richt zich dan vooral op voor de hand liggende doelen. De regering is er daar een van. Of grote bedrijven. Talloos zijn de berichten over vermeende overlast door luchthavens, wegen, rokers, discriminatie. te hoge belastingen, prijzen, criminaliteit, anders denkenden, slechte adem, intimidatie, vrouwonvriendelijkheid, gebrek aan genderneutraliteit of het vertrappen van bos en hei door hen die af willen van obesitas en daar lopen te trimmen. Elke dag komt er wel weer iemand in beeld die iets te mekkeren heeft. Men heeft het zo goed in ons welvarende landje dat zelfs kleine dingen tot grote problemen worden opgeblazen. Tuurlijk hebben we wellicht last van de buren, of vinden we de media te links, zijn we bang voor extremisten op links of rechts en zal de wereld mogelijk over een miljard jaar in plaats van 1 miljoen jaar later ten onder gaan.
Maar om van elke mier steeds weer een olifant te maken?! En veelal zie je dat al die schreeuwers toch vooral in kleine groepen te vinden zijn die aan de extremistische kant van de samenleving clubje spelen of actie voeren. En gretig beetgepakt door naar (fake)nieuws snakkende media. Daarbij zie je dat men op links beter georganiseerd is dan op rechts. Wellicht komt dit ook omdat men op rechts het geld verdient dat op links wordt uitgegeven? Maar waar komt dat zure vandaan, dat afgunstige, het betweterige en het bewijs?? Men schermt vaak met zelf opgedragen en uitgevoerde onderzoeken. Men spreekt namens zichzelf alsof men goed is voor duizenden stemmen. Maar neem van mij aan dat dit niet het geval is. Men doet aan N=1 onderzoek en ziet zichzelf als het centrum van de Aarde of zelfs het Heelal. Daarbij groeien de tenen vaak meters voor de voeten uit en mag je niet eens in de buurt daarvan komen. Iedere inhoudelijke discussie is dan vaak op voorhand al zinloos.
Ik neem de pet af voor een premier van dit land die telkens met al die malloten door een deur moet zien te komen. Waarbij bepaalde onderwerpen ook nog eens compleet taboe worden verklaard. Om weg te kijken van de gevolgen van de in een van mijn vorige blogverhalen aangehaalde immigratie en integratie praten die protesteerders graag alleen maar over het milieu en verder niks. De socialistische strijd voor een betere wereld lijkt vergeten. Liever groen dan rood, liever de middeleeuwen dan een toekomst waarin iedereen het goed heeft. Kortom, klagen maar. De orthodoxe joden hebben in hun staat Israel een klaagmuur waar ze van alles en nog wat vragen van ‘hem die geen naam mag hebben’. Bij ons is die muur digitaal geworden. Of heet die muur Jinek, Op1 of DWDD. Altijd maar mekkeren en klagen en even zo hard liegen. Als er een ding is wat ik heb geleerd is het toch wel dat die nieuwe generatie klagers zich aardig heeft weten te organiseren. En dat men voor het gemak de Heilige Maagd Maria inruilde voor de Klagende Maagd Gretha. Een fenomeen dat over een paar honderd jaar vast ook weer pelgrims zal trekken. Al klagen die dan waarschijnlijk weer over het koude weer onderweg. Zweden is toch een ander land dan Portugal of Spanje… En nu? Op naar de volgende ronde. In veiligheid en vrede! En stop eindelijk eens met zanikken….over niks!
De kans dat de gemiddelde lezer hier een auto van dit merk tegenkomt onderweg is buitengewoon klein. En toch rijden er wel een paar in Nederland rond. Checker’s. Vaak hoekig gevormde enorm ruime wagens die met name in de V.S. veelvuldig als taxi werden ingezet. Gebouwd door een fabrikant die haar wortels had liggen in Kalamazoo Michigan en vooral bekend werd door de geleverde taxi’s. Vandaar die specifieke vormgeving en ruimte. Pas na de oorlog verschenen twee van haar succesmodellen, de Superba en de Marathon. Wagens die je als je wilde ook voor prive-gebruik kon bestellen, maar dat was dan wel voorbehouden aan liefhebbers.
De meeste (met name Marathons)Checkers gingen dus als taxi aan de slag. Vrijwel onverwoestbaar sterk gemaakt en simpel van onderhoud. Door de relatief hoge deuren en vierkante vormen was in- en uitstappen geen enkel probleem en sommige van deze taxi’s vervoerden 8 personen tegelijk. Tot 1965 zaten er door vliegtuigmotorbouwer Continental geleverde zescilinderblokken in, later kwamen diverse motoren van Chevrolet in het vooronder. De wagens bleken zo praktisch en ook gevraagd, dat Checker ze gewoon jarenlang bleef bouwen, zonder al te veel wijzigingen. Vaak een opmaat voor succes in autoland. Zelfde zag je bij de taxi’s van Austin en Toyota. De Marathon van Checker is zo sterk dat er heel wat van die wagens onder zware omstandigheden toch gewoon 1 miljoen kilometers mee gingen.
Checker nutte dat succes verder uit door er een limousine van te maken die typerend is voor de Amerikaanse leefstijl. Een verbouwde versie werd een stationcar en een daaruit afgeleide versie noemde men Aerobus, gebruikt voor het vervoer van passagiers en bagage tussen hotels en vliegvelden. Nadat de Checker Marathon toch uiteindelijk moest worden afgelost kwamen exemplaren met niet al te veel kilometers op de teller nog wel eens onze kant op en werden dan ingezet voor trouwerijen of als feesttaxi’s. Maakte de Checker’s niks uit, ze reden gewoon nog vele kilometers veilig verder. En de vormgeving maakt velen die er een zien nostalgisch. Zo ziet een Amerikaanse klassieker er uit. Zo ook een goed ontworpen taxi. Tegenwoordig is het stil bij het merk. Vermoedelijk staan de oude productiehallen leeg en verlaten in dat provinciale Michigan. (Beelden: Internet)
Juist vandaag zitten weer heel wat mensen ofwel te smachten om een blijk van waardering vanuit onbekende hoek, dan wel met vraagtekens omdat juist zij zijn uitverkoren een kaartje of andere blijk van adoratie te hebben ontvangen van een anonieme aanbidder die zich verschuilt achter de naam ‘Valentijn’. Opmerkelijk fenomeen. Mensen die elkaar de liefde verklaren maar dat ofwel doen door middel van bloemen of kaarten, maar zelden in woord of daad. Die broeiende geheime liefde daar gelaten natuurlijk. Valentijnsdag is het dus, juist vandaag als ik dit blogverhaaltje dicht. En omdat het een uit de VS overgewaaid fenomeen betreft toch maar eens gedoken in de krochten van de geschiedschrijving om erachter te komen waar dit toch vandaan komt. Volgens die geschiedenis stamt het fenomeen al van heel lang geleden.
Uit de tijd van de Romeinse keizer Claudius II die met tegenstanders minder zacht om sprong dan we in onze tijden wel eens neigen te doen. Je kop ging er af als je tegen de keizer optrad of dingen deed die niet waren toegestaan volgens toenmalig recht. Zo was het redden van Christenen niet een van de meest populaire aangelegenheden voor deze keizer en zijn achterban en dat kon dus leiden tot gevangenis en erger. Vanuit die gevangenis schreef indertijd ene Valentijn brieven aan zijn jonge minnares, naar verluid ook nog eens de dochter van zijn bewaker. De naam Valentijn was zodanig gekozen dat die vader bij ontdekking geen idee had om wie het zou gaan. Anders had hij de gevangene vermoedelijk zelf aan het zwaard geregen. Een romantische figuur dus. En omdat hij dit zo was kreeg hij in de donkere Middeleeuwen waar zoveel progressieve mensen anno 2020 naar terug lijken te verlangen, extra aandacht en werd al snel gezien als een van de grote Heiligen in katholiek Europa.
Die 14e februari werd in die jaren ook uitgeroepen tot officiële sterfdag van Valentijn, of dit klopt is lastig achterhalen bij iemand die anoniem verkeerde met iemand van het andere geslacht. Met de emigratie naar het vrije land Amerika ging ook dit fenomeen mee en vormde zich om tot het begrip dat we nu een beetje leren kennen in onze lage landen. Blijken van liefde voor iemand die we willen omarmen maar niet durven aanraken. Of bevestiging van liefde voor de ander die ons leven verrijkt. Uiteraard goed bedoeld, en niet bestemd voor de zogeheten stalkers die obsessief bezig zijn iemand voor zich in te palmen. Of voor Don Juan die meerdere dames aan zijn degen zou willen rijgen als hij de kans kreeg. En dit alles overdrachtelijk bedoeld uiteraard. Nee, dan maar een kaartje….Vanuit de gedachte dat lieve mensen even aandacht verdienen. Dus bij deze voor u allen……Fijne Valentijnsdag en bedenk dat ik dit schreef vanuit de gedachte dat jullie, lezers of lezeressen, mij allemaal even lief zijn….