Stel je deze situatie eens voor. Uw meninggever, toch een geboren en getogen Amsterdammer besluit om hem moverende redenen naar Rotterdam te verhuizen. Een op zichzelf ondenkbare en wonderlijke gedachte maar voor dit verhaal wellicht aardig illustratief. En als hij dit dan heeft gedaan en een half jaartje aan de Nieuwe Maas zetelt hangt hij de Ajax-vlag buiten en begint af te geven op de Rotterdamse samenleving. Dit deugt volgens hem niet en dat ook niet. Hij wil dat men in supermarkten Amsterdamse uitjes gaat verkopen en ook dat Johnnie Jordaan meer aandacht krijgt bij TV West. Ik denk dat ik dan op zijn minst met afkeer wordt bejegend als het al niet verder gaat in die stad van meer daden dan woorden. Als omgekeerd een Rotterdammer Amsterdam beledigt levert dat uiteraard ook allerlei strijd op. Nederlanders blijken dan best lange tenen te bezitten. Nu neem ik u als ander voorbeeld mee over de grenzen. Ik ga naar Turkije en vestig me daar. (ook ondenkbaar uiteraard…) Wat ik daar van meet af aan wil is dat mijn woonomgeving wordt aangepast opdat ik daar een katholieke kerkdienst kan bijwonen en dat mijn buren mijn taal moeten gaan spreken.
Ik verwacht dan ook nog dat mijn gedrag respect krijgt van de lokale bevolking. Zie je het voor je? Wonderlijk genoeg is dit in ons land wel het geval bij veel nieuwkomers. Zoals ik onlangs weer mocht zien en horen bij de revival van het aardige programma over de Akbarstraat in Amsterdam-West. Waar een ‘deskundige’ uitgebreid de tijd krijgt om uit te leggen dat de voor 85% uit allochtonen bestaande wijk vooral was mislukt omdat de Nederlanders geen moeite deden zich aan te passen. Huh?? Opvallend was ook dat allerlei sociale aspecten werden opgevoerd als oorzaak en reden, maar dat men het dominante islamitische geloof en alle culturele aspecten daarmee verbonden volledig buiten beeld hield. Mensen die daar woonden spraken na soms 40-50 jaar hier wonen de taal nog steeds niet. Je wordt er echt moedeloos van. Wat is Nederlanderschap dan precies? Nou dat wat is opgebouwd in de loop van de geschiedenis, bevochten soms. Een liberale, vrijzinnige maar soms ook wat kleinzielige gemeenschap waarin iedereen samen wel het gevoel heeft Nederlander (of specifieke stedeling) te zijn. Waarin we soms met respect met elkaar omgaan en de kerk 50 jaar geleden als culturele hoofdstroming buiten de deur hebben gemikt.
We zijn blank, zwart, licht getint, geel, rood, Europees, Chinees, Afrikaans of wat ook, maar toch vooral samen Nederlands. Mits je maar integreert. En dat kan alleen als je de taal leert, de geschiedenis respecteert en een bijdrage levert aan de samenleving die jou opnam. Gek genoeg namen we (willekeurige volgorde) Molukkers op, Indische Nederlanders, Spanjaarden, Italianen, Fransen, Russen, Polen, Tsjechen, Hongaren, Iraniërs enz. enz. Vaak volledig opgegaan in die Nederlandse samenleving. Maar juist met bepaalde groepen wil dat maar niet lukken. Het waarom zit hem vast ergens in de wil om er iets van te bakken hier. Die wil is er wel, maar integratie is ook trouwen en kinderen krijgen. Over en weer zonder geloofsgedoe. En daar gaat het fout. Dus kan integratie niet van twee kanten. Of je moet bedoelen dat wij Nederlanders allemaal de islam gaan aanhangen. Kijk, en dat is een stapje te ver. Kortom…Er is veel werk te verrichten nog….En daarbij zijn uitgestoken handen nodig. En verlaging van opgeworpen drempels. Pas dan is sprake van succesvolle integratie….toch?

Die chef van dat kantoor waar dit verhaal over gaat, Ruud Breems, was nog een transportman van de oude stempel. Gek op het declarantenwerk dat hij ook altijd in Amsterdam had gedaan. Export was niet zijn wereld. Maar hij legde me de fijne kneepjes van het vak wel uit. Daar was ook nog tijd voor want in die beginperiode zaten er best wel eens hiaten in het werkaanbod. Zeker die exportzendingen kwamen pas in de loop van de middag wat op gang. Niet altijd naar de zin van mensen zoals ik. Want dat hield soms in dat je pas laat aan de slag kon of moest en allerlei hindernissen moest nemen die lagen tussen jouw plan- plus typewerk en het vliegtuig dat het vervoer voor haar rekening moest nemen. En dat waren er indertijd nogal wat. Want we leefden in een andere wereld dan nu. De EU bestond niet, heette toen nog EEG, en als je binnen de toenmalige grenzen van dat gebied iets vervoerde had je naast een exportformulier voor de douane, ook nog een speciale verklaring nodig dat het hier ging om EU-goederen.
Alles omwille van de in/uitvoerrechten. Daarnaast was er de in een dik boek verpakte wetgeving rond al dat vervoer. Je moest een wetboek bijna uit je hoofd kennen waarin de goederen op typische overheidsmanier werden beschreven, gevolgd door een statistieknummer dat dan weer werd verwerkt bij het CBS. Een afwijking van de interpretatie leidde al snel tot hele discussies met de toen overal actieve douanemensen die je het leven als expediënt (want zo heette dat vak wat ik me eigen had gemaakt) aardig zuur konden maken. Immers, omdat we nog geen loodsmensen of chauffeurs in dienst hadden moest je alles zelf doen. Dus ook met die erg vervelende douanelui door een deur zien te komen. Zeker als je haast had, en veel van die luchtvrachtzendingen hadden dat per definitie in zich, je moest immers ook nog een vlucht halen. En daarover valt ook nog wel iets te vertellen. Want anders dan je zou verwachten en nu meer gebruikelijk, vervoerden de toenmalige luchtvaartmaatschappijen de meeste vracht gewoon in het ruim van hun passagiersvliegtuigen. En die waren nog niet meteen van het formaat ‘jumbojet’ dus dat was soms echt opmeten van de kartons of kisten die door klanten werden aangeleverd en dan maar zien hoe je het spul bij de uitverkoren maatschappijen onder kon brengen. Vaak moest je dan ook een route bedenken voor die handel.
Via Londen, New York, of Parijs dan wel Frankfurt naar de eindbestemming. Voor de buitenlandse maatschappijen was het zaak zoveel mogelijk weg te kapen van die Nederlandse markt. KLM was daarop toen zeer dominant maar ook anderen deden hun best de nodige lading aan boord te krijgen. Eigenlijk was luchtvracht een flinke extra bron van inkomsten die men in die jaren goed kon gebruiken. Het echte zware werk moest je dan via vrachtvliegtuigen laten vervoeren. Dat ging meestal prima, want die hadden grote laaddeuren en een versterkte vloer. Maar dat was nog de romantische kant van het verhaal. In de praktijk moesten er ook de nodige documenten voor dat vervoer worden gemaakt. Airwaybills bijvoorbeeld waarop je dan alle informatie van de klant, lading, route, maatschappij, gewicht, maten en het kilotarief moest opnemen. En die dingen tikte je dan in 15-voud of zo en verdeelde ze voor vertrek over o.a. die douanedocumenten, de lading en je eigen administratie. Dan maakte je de plaklabels met informatie over de zending en bestemming en het betreffende AWB-nummer en monteerde die (nog met echte vloeibare lijm)op de actuele lading. En dan bracht je alles naar de loods van KLM of AG waar het dan weer door een extra molen moest van de airline of diens vertegenwoordiger. Veelal was de geadresseerde van de zending een bevriende agent in de plaats waar het vliegtuig uiteindelijk de lading zou afzetten. En die agenten waren weer jouw tegenpool in dit werk. Gaf je hun de nodige lading (en dus klanten) stuurden ze jou weer allerlei sales-leads die dan moesten worden opgevolgd voor binnenhalen als klant. Het was een echte en uitgebreide leerschool, maar het beviel me uitstekend. Bleek goed voor het avontuurlijke, de talenkennis, maar zeker ook het daadkrachtiger zakelijk zijn. En dat alles in combinatie met die toch heel bijzondere Schipholse wereld. (Foto’s: Yellowbird collectie/archief)
Als ik een leek zou zijn geweest in het automobiele wereldje maar wel van een auto afhankelijk zou ik me na alle propaganda van eind 2019 over die ‘enorme stijging van het aantal elektrische auto’s’ wel een flinke loser gevoeld hebben met mijn keuze voor benzine of diesel. Immers, de wereld stort ineen als we niet allemaal overschakelen op een auto op batterijen volgens de met name door links gepropageerde waarheden. Helaas voor die stromingen liggen de zaken wat genuanceerder. Het gros van die verkochte wagens gingen via de lease naar rijders van de zaak. Daar weer het overgrote deel van waren Tesla’s die al een jaar of drie geleden werden besteld maar door fabricageproblemen bij deze relatief jonge leverancier niet eerder werden geleverd. Daarbij speelde niet meteen milieumotieven een rol bij de aanschaf van deze relatief dure nieuwe wagens, het ging meer om de financiele voordelen als 4% bijtelling voor de waarde van de auto en een vrijstelling op Motorrijtuigenbelasting.
Wie na 1 januari zo’n wagen wil aanschaffen gaat naar 8% bijtellen en dat vind de grachtengordelrijder dan toch wel weer wat veel van het milieugoede. En dus zie je de verkopen van elektrische wagens in januari aardig instorten. Naast Tesla levert ook Jaguar, Audi, Nissan, Hyundai en Kia een aantal elektrische auto’s en komen andere merken daar deze maanden mee. Nou de verkoopverwachtingen mogen worden bijgesteld want de registraties bleven uit. Alleen Audi en Tesla bleven op enig niveau bezig, maar geen schaduw meer van de gekte in december, ook Kia kon er nog een paar kwijt. Alle andere elektrische auto’s verloren (flink) aan marktaandeel. Terwijl de meeste particuliere kopers juist wachten tot de eerste maand van een nieuw jaar bij de registratie van hun nieuwe auto, want dat scheelt dan weer inruilwaarde aan het eind van de rit. Het bouwjaar wordt in ons land nu eenmaal sinds jaar en dag vastgesteld aan de hand van de kentekenregistratie-datum.
Kortom, het is niet alles goud wat er blinkt in batterijland. Laat je dus geen schuldcomplex aanpraten. Elektrische wagens zijn leuk voor hen die zeker weten dat ze nog een benzineauto er naast hebben staan voor de vakanties, voor mensen die willen uitstralen dat ze behoren tot de ‘verlichte elite’ maar ook voor lieden die een baas treffen die bereid is te investeren in auto’s van 80-140 mille per werknemer. Staan die lui morgen op straat is de lol van het elektrische rijden wel over. Voor hen rest de tweedehands hybride of een auto uit een ander segment. Zo heeft Skoda de Citigo elektrisch gemaakt, net als Seat de Mii. Kost je pakweg 24 mille en krijg je 245 km actieradius voor. Aardig voor de stad, net zoals die elektrische Smart fortwo, buiten de bebouwing toch iets minder. En eigenlijk geldt dat voor alle wat compactere wagens met batterijen als aandrijfbron. Leuk voor de buhne, prachtig voor de linkse media, maar onbetaalbaar voor een beetje particulier. Die gaat gewoon verder met benzine of diesel. Want kan de kosten niet echt kwijt. Overigens was het in de totale markt ook niet echt koek en ei, want door al het gedoe in de politieke arena waar ‘feiten’ en ‘meningen’ aardig door elkaar lopen zijn kopers uberhaupt terughoudend. De markt liep in januari in totaal ruim 4% achter op januari vorig jaar. En dat ondanks die enorme vraag naar EV’s…..Jaja!
Toen de auto dus bij de dealer stond voor die onlangs beschreven schade door derden en de bijbehorende expertise van de verzekeraar, maakten wij van de gelegenheid gebruik om vanaf de garage (Amstelveen-Centrum) naar Amsterdam te wandelen. Het paste in ons loopritme en de wens om weer wat meer te bewegen en wandelen daarbij een zeer goede manier van doen is. Dus daar gingen we. De aanloop in Amstelveen langs fraaie vaarten en schitterende huizen. Het is en blijft een rijke buurgemeente van de hoofdstad. Dan bij de overgang naar Amsterdam (Kalfjeslaan) langs de bebouwing daar die nog stamt uit de 19e/begin 20e eeuw en het drukke Buitenveldert. Ongekend wat een mensen daar in die wijk tegenwoordig werken.
Het forensenverkeer is daardoor zeer druk, allerlei stromen komen hier bij elkaar. Teslarijders en OV-gebruikers om het zo maar eens aan te duiden. Het giga-complex van het AMC/VU tegenover waar ooit de dealergarage stond waar ik zelf jaren professioneel mocht werken en waarover ik in mijn eerdere vervolgverhaal berichtte. Op die plek figureren nu allerlei kantoorgebouwen. Vanaf die plek loop je langzaam aan de relatieve rust in van Amsterdam-Zuid. Langs het Stadionplein dat tegenwoordig gewoon bebouwd is geraakt, het voormalige Citroen gebouw dat deels van vroegere werkgever Pon is tegenwoordig en waar ook andere kantoren in zetelen. Totaal nieuwe woonwijken naast het Stadion en dan hup, de oude Amstelveenseweg op. Daar vernieuwbouwt men, renoveert er ook de straatweg en dan via het fraaie en grote Vondelpark afbuigen naar het echte centrum.
Dat Vondelpark is zo rond 9 uur in de ochtend een doorgangsroute voor fietsers op weg naar school en kantoor, maar er lopen ook heel wat mensen hun rondjes in al dan niet (te)strakke trimpakjes. Bij de Stadhouderskade het park weer uit, doorsteken via het Max Euweplein, Leidsestraat, Heiligeweg naar La Place in de Kalverstraat. Daar hadden we er intussen 8,5 km opzitten. Even thee. Door de matige service, lauwe thee en koffie i.c.m. wel een hoge rekening verder maar gelaten voor wat het is en door naar de Bijenkorf en Primark (Plaspauze), waarop we besloten naar de Jordaan door te steken voor de maandagmarkten daar.
Die liepen we helemaal af. Dan weer terug, dwars door de Jordaan naar de Rozengracht, en weer afbuigen naar de Nieuwendijk voor een kleine versnapering bij de Hema. Altijd lekker de Surinaamse kipbroodjes daar. En dan weer verder met lopen. Via de Kalverstraat, Heiligeweg, terug naar het zuidwesten. De garage had intussen gebeld. Expert geweest. Dus ook weer richting Amstelveen. Via het chique Amsterdam-Zuid, langs de Zuidas en WTC dwars door Buitenveldert en dan weer Amstelveen. Uiteindelijk hadden we er 21 km opzitten en 30.000 stappen. Paar spieren deden zeer, maar het was wel een leuke oefening geweest. Moeten we meer doen. Maar wel even op adem komen. Dat wel…(Beelden: Yellowbird)
De stappen die ik op jonge leeftijd zette op het gebied van een carrière switch hadden niks van doen met kennis van zaken, meer met een enorm verlangen naar actief willen zijn in dat wereldje van de luchtvaart. Ik had als jong mens bijna een obsessie met die luchtvaart, ongetwijfeld mede veroorzaakt door mijn moeder die me vaak meenam als kleine urk naar het toenmalige Schiphol en dan op het platform rondwandelingen of ritten met ons als kinderen maakte waardoor ze dicht bij die vliegende vogels kon komen. Ergens moet toen de tik van de propellers me hebben geraakt want ik weet niet beter dan dat ik gek was op alles wat vloog. En dat die dingen over de stad heen (en onze straat) af en aan vlogen richting Schiphol zal zeker hebben bijgedragen aan een grote nieuwsgierigheid richting alles wat er mee van doen had. Dus als jong mens al bezig met verzamelen van alles wat met die luchtvaart te maken had en als het even kon op de fiets (of per Maarse & Kroonbus) naar Schiphol om vliegtuigen te kijken. Al snel had ik door dat er in grote lijnen twee kanten van de luchtvaart waren ontwikkeld. Die van de passagiers met alle glamour en uitstraling die daarbij hoorde kennelijk, en die van de luchtvracht. Die laatste op het oude Schiphol een beetje weggeduwd in een relatief bescheiden hoek aan de oostkant van het toenmalige platform.
Vaak zag je daar interessante wat oudere vliegtuigen hun werk doen. Je zag er ook mensen met kratten in de weer of met enorme stapels dozen bloemen. Maar verder keek ik niet zozeer naar de achtergronden van deze tak van dienst. Het gek zijn op…ging door toen ik als jong mens was begonnen bij de Nederlandsche Middenstandsbank in Amsterdam (nu ING) waar ik een keurig nette kantoorbaan kreeg en min of meer werd gedwongen in de avonduren te studeren. Want carrière maken bij een bank hield in dat je moest doorleren. Zware tijd voor een jong mens als ik, immers ik startte met die carrière op mijn 14e. Wist toen wel al vrij zeker dat ik later directeur van die bank zou zijn. Het liep anders. Het karaktertrekje dat ik me niet wilde laten onderwerpen aan malloten met meer positie, stak al op die jonge leeftijd de kop op. En daarbij, was dat bankleven wel iets voor mij? Een overplaatsing naar een afdeling die me helemaal niet beviel zorgde er na een aantal jaren voor dat ik ontslag nam. Ik moest en zou iets gaan doen wat me meer paste. En al snel ontdekte ik dat men op Schiphol in die jaren bwvs gilde om mensen. Mijn achtergrond (bankwerk en studie) maakte dat een oud en gerenommeerd transportbedrijf in Amsterdam me uitnodigde op sollicitatiegesprek.
Men was daar nl. gestart met iets ‘nieuws’. Luchtvracht! En daarvoor zocht men een goede vent naast de al werkzame ‘chef’ van het kantoor, Ruud Breems. Of ik daar iets in zag!? Nou zeker. En twee weken later meldde ik me op Schiphol. In een bescheiden kantoor met daarnaast een soort opslagruimte die men ‘particulier entrepot’ noemde. Dat kantoor kende slechts een enkel bureau, twee stoelen, een schrijfmachine en wat kasten voor de benodigde papieren. De rol van het bedrijf was om aan de ene kant vrachtgoederen die per vliegtuig waren aangekomen en bestemd voor klanten van het bedrijf in te klaren en af te leveren. Tot dan de hoofdzaak van het werk. De tweede taak betrof het versturen van luchtvrachtgoederen t.b.v. vaak weer andere klanten over de hele wereld. En dat moest je dan doen met vooraf klaargemaakte stapels papieren, waaronder een luchtvrachtbrief, douanedocumenten en als je pech had allerlei eenmalige verklaringen rond het al dan niet uit de EEG afkomstig zijn van dat spul. Je had contact met de airlines van toen, moest je een weg knokken langs de barrières van de douane en dan die spullen zelf af zien te leveren in de loodsen van de afhandelende partijen voor de airlines. Vaak KLM, soms Aero Ground Services die beiden een bescheiden loods hadden aan dat uit mijn spottersjaren bekende vrachtplatform. Al snel waren de taken verdeeld. Ruud Breems bleef importgoederen doen, ik mocht alle exportzaken regelen. Een verantwoordelijke baan en door al die praktische kanten ook een verademing t.o.v. dat toch wat saaie bankwerk. En daarbij…de vliegtuigen reden met hun vleugels zowat door onze kantoorruimte heen en tussen de middag zat ik vaak even op een krukje naar al dat fraaie spul te kijken. Ik was op Schiphol begonnen. En zou er nog heel wat jaren blijven…(Beelden: Yellowbird archief/Peter Jongbloed)
Wellicht heeft een van de lezer(essen)s het zelf ook wel eens meegemaakt, voor mij was het even nieuw. Schade aan de auto, of andere vervoermiddel, dat door derden werd veroorzaakt. Net na de verjaardag toen we even bij een tuincentrum in Aalsmeer te gast waren. Waar we omwille van tijdstip op die dag even een tosti aten. Terwijl ik met een dienblad vol lekkers terugliep naar onze tafel vlak bij een raam dat uitkeek op…zag ik buiten onder het dak van het overdekte parkeerdeel van de aanpalende opstelplaatsen voor gastenauto’s dat iemand tegen mijn auto aanreed. Een jonge dame in een Mini Cooper. Ik stond dus met een mengeling van verbazing en nieuwsgierigheid toe te kijken hoe zij dit ging oplossen. Werd niet eens boos. Maar dat veranderde toen ze uitstapte, even naar achteren liep, vooral naar haar eigen evt. schade keek, weer achter het stuur van haar Mini dook en snel wegreed.
Ik nam haar kenteken voor alle zekerheid maar even op. Goed zicht en autokennis waren hierbij handig. Het bleek later dat ze mijn compacte Tsjech precies had geraakt op de rand van het rechter voorscherm en de kunststof gespoten voorbumper. Een rot plek. Nou mooi was dat. Toch maar even digitaal gemeld bij de politie. (Volgens de dames en heren van Hermandad een strafbaar feit, dus aangifte doen). Dat kon na een paar dagen op afspraak in Diemen. Men heeft daartoe een systeem van verdeling van die aangiften over de diverse politiebureau’s. Intussen bij de dealer even laten opnemen wat de evt. schade ging worden. Tussen de 600-1000 Euro. Toen werd ik pas echt boos. Want wegrijden met zoveel maling aan de gevolgen voor een ander…asociaal. Dat namen we ook even op in het PV. Al snel deed de politie haar werk en was de tegenpartij opgespoord.
Ik had intussen mijn rechtsbijstandsverzekering ingeschakeld die de zaak ook in beweging zou zetten. Zo kwam er een schade-expert naar de dealer om de officiële schadevergoeding vast te stellen. Intussen bleek de politie met de betreffende ‘dame’ gesproken te hebben. Die was ‘stomverbaasd’ dat ik het had aangegeven want volgens haar ‘viel de schade nogal mee toch, zij had immers zelf geen schade’. Tja, jammer dan. Nu zitten we in de molen en gaan we tot het gaatje. Na wat heen en weer praten en later appen besloot ze toch maar om zelf bij haar verzekering de aanrijding aan te melden. Dan kon die zorgen voor afwikkeling. Intussen waren wij er veertien dagen lang elke dag even mee bezig geweest. Onlangs moest ik de auto een dag lang stallen bij de dealer voor die expert. Wij maakten daar gebruik van door een enorm lange wandeling te maken. Dat verhaal volgt nog. Hoe dan ook, de schade kwam in de buurt van het laagste bedrag zoals de dealer het had vastgesteld en toen begon het wachten op wat er vanuit de verzekeringswereld zou gaan plaatsvinden. Met brieven om nog een keer alles op te sturen wat ik al had gedaan, Nooit fucken met de Meninggevers…. Principe!
In een ruk van Londen naar Sydney vraagt het uiterste van reizigers en bemanningsleden. Maar toch kiest men ervoor. De redenen zullen duidelijk zijn. De druk op de luchtvaart vanwege de vermeende uitstoot en ook die van aandeelhouders op zoek naar rendement zorgen voor dit streven. Tuurlijk is een vlucht met allerlei tussenstops ook niet alles. Datzelfde Qantas vloog vroeger vanuit Londen via Amsterdam en nog een hele reeks tussenstations naar haar eigen thuisland. Maar uitgerekend per stoel waren dat dure tickets. Is dat nu anders? Tuurlijk niet. Onlangs oefende men wat met de splinternieuwe en hypermoderne Boeing 787. Normaal goed voor 256 passagiers, nu zaten er slechts 40 in. Die werden aan alle kanten door doctoren onderzocht vanwege het fysieke welzijn. Ook de bemanning werd zo gemonitord.
Moet wel, want je wordt natuurlijk niet alleen moe van het zitten, ook van de droge en toch wat ijle lucht, het geluid (ook al zijn die nieuwe kisten stil) maar ook het passeren van datum/tijdgrenzen. Want bedenk maar eens dat het verschil tussen New York en Sydney 16 uur bedraagt, wat een extra aanslag op je lijf en leden is. Daarnaast is het allemaal nog wel te doen wellicht in de eerste klasse, maar economy?? Met een stoelruimte van 35cm?? Ik denk niet dat ik er snel aan boord zal stappen. Vliegen is geweldig leuk, het brengt je in een paar uur naar verre bestemmingen. Maar om nu een hele dag in zo’n kist rond te hangen…Ik moet er niet aan denken. Wie van mijn lezers wel??? Ben benieuwd. (Beelden: Yellowbird collectie)
Omdat General Motors nog geen merk in huis had met een exclusieve uitstraling en dito luxe, kocht het in 1909 Cadillac. En dat merk werd spreekwoordelijk synoniem met Amerikaanse extravagantie soms. Wagens met zelfs in de oertijd al enorme motoren (men schuwde zelfs 16-cilinders niet), dito carrosserien en daardoor een aparte klantenkring die niet alleen de rijken der aarde omvatte, ook mensen die met wonderlijke zaken hun geld verdienden. Zeker ook filmsterren behoorden tot de Cadi-adepten en voor ons Nederlanders was een Cadillac vaak een auto voor heel feestelijke gebeurtenissen of juist verdrietige. Laten we wel zijn, nog steeds zijn veel lijkwagens Cadillacs.
We willen graag in stijl richting onze laatste rustplek. Dus dat Cadillac heeft dit in zich. In de na-oorlogse jaren zagen we wagens voorbij komen met de meest schitterende aanduidingen. De series 62, maar ook de Coupe Deville, Fleetwood, Eldorado of wat ook. Veelal wagens met een lengte van dik 5 meter of meer en motoren die ons Nederlanders enorm imponeerden. Een V8 van 5,6 liter in 1946 was voor de gemiddelde Europeaan of zuinige Nederlander niet weggelegd. Voor Amerikanen eigenlijk normaal. Cadillac had in eerste instantie nog wagens in huis met een wat ingetogen vormgeving. Maar vanaf 1957 ging dat een heel andere kant op.
De hoeveelheid chroom op de auto werd bijster groot, en de wagens kregen vleugels op de achterschermen. Juist bij Cadillac paste men de toen zeer modieuze ontwerpstijl van vliegtuig- en raketelementen kwistig toe. Dat mondde uit in de extravagante Coupe DeVille uit 1959 die zulke grote staarten op de achterkant had zitten dat hij vermoedelijk met vleugels aan de body nog had kunnen vliegen ook. Voorin een dorstige 6,4 liter grote motor waarmee je de 200km/u kon benaderen. Elektrische ramen waren uiteraard standaard, maar ook de stoelen verstelde je elektrisch.
Een fraaie afgeleide was de Convertible die vooral bij filmsterren zeer in trek was. Een jaar later waren de vleugels minder groot, de auto een stuk strakker en de vormgeving aangepast aan de tijd waarin we leefden. En zo ging het door. Naast de ‘normale’ productie had Cadillac ook verlengde limousines in huis, en liet men soms op basis van die verlengde wagens elders stationcars bouwen die dan weer de opmaat waren naar lijkwagens.
In 1970 leverde men een Eldorado waarin je tegen meerprijs een 8,2 liter grote V8 geleverd kreeg. 406pk’s, voorwielaandrijving en een meer dan imposante uitrusting. En zo zou dat jarenlang voortgaan. Toch nam de belangstelling voor Cadillac in onze streken af. Het extravagante van de wagens beviel minder en na de oliecrisis in 1973 was het krankzinnig hoge brandstofverbruik ook een reden om Cadillacs te mijden. Tegenwoordig is het een merk met minder uitstraling. Men bouwde een jaar of tien geleden zelfs compacte wagens op basis van Opel/Saab-body’s die in Zweden in elkaar werden gezet. Een enkele leaserijder koos er voor. Diesels kwamen ook in het gamma. En dat is vaak een gruwel voor de ware liefhebbers van een merk. Veel te praktisch en gewoon. Tegenwoordig moet je een Cadillac met aan lampje zoeken. Nieuw registreert men een stuk of tien wagens per jaar in ons land en dat is wel erg exclusief. En toch zijn er nog voldoende klassiekers die het merk hoog houden. Want bijzonder blijft het. En o ja, een SUV heeft men ook in huis. De Escalade. Mastodont van het zuiverste water. Maar meer voor de VS bedoeld dan voor ons piepkleine landje. Jammer eigenlijk……(Foto’s: Yellowbird archief)
De optelsom der branches maakte dat ik ben geworden wie ik nu ben. Gepokt en gemazeld door jobs in vakgebieden die voor veel mensen vooral vanaf de buitenkant worden bekeken en daarbij al dan niet beoordeeld. Een derde sector die altijd mijn aandacht heeft gehad en nu leidt tot wat ik u al 13 jaar digitaal aan kan bieden maar ook tot boeken heeft geleid die gewoon te koop waren of zijn, is de schrijverij. Ik had daar heel vroeger al een aardig gevoel voor. Als klein kind kon ik (al zeg ik het zelf) aardige verhalen maken die ik dan op school mocht voordragen omdat zelfs de toch vrij behoudende katholieke onderwijzers ze wel erg levendig geschreven vonden.
Als tamelijk jonge puber maakte ik al mijn eigen kranten. Later gevolgd door echte magazines, bijdragen aan vakbladen en zo meer. Ik deed daarover ook in mijn vervolgverhaal over de Vliegende Pijl al eens verslag. Nadat ik uit de wereld van de auto’s stapte was de transfer naar die van grotere publicaties waar ik de hoofdredactie mocht vormen, niet zo gek. Schrijven lag en ligt me kennelijk, managen zit in het bloed en de combi zorgde voor veel plezier. En zo rolde ik al schrijvend voor printmedia vanzelf in die van de digitale media. Die later dan weer sociaal werden genoemd. Goed te combineren met andere dingen die op het pad kwamen zoals advies geven aan bedrijven rond betere communicatie en meer. En nu, de rust is wat teruggekeerd in het Meninggeefleven, houd ik me regelmatig bezig met…… Schrijf van alles en nog wat, over vliegtuigen, auto’s, Amsterdam of de horeca. Met plezier, u zult dat begrijpen en hopelijk uit de regelmatige blogs oppikken. En dus straks ook vanuit de herinnering over wat ik op dat Schiphol (en wat andere vliegvelden) zoal meemaakte als keihard werkend mannetje met een carrière wens. Vanaf volgende maand in dit theater. Koop nu alvast kaartjes. Nestel je in het pluche van de eerste rij en onderga….(Beelden: Yellowbird archief/internet)
Binnen de religies en occulte clubs is het genezen van zieken en hulpbehoevenden een bijna dagelijks terugkerend fenomeen. Men gelooft er in of juist niet. Zij die bidden naar Maria bezoeken bij honderdduizenden per jaar de heilige plekken waar deze moeder van Jezus zich aan aardlingen vertoonde. Althans volgens de overlevering. Water uit de buurt van die plekken op zich moet al van zodanig kwaliteit zijn dat mensen die het drinken van ziek naar gezond gaan. Net zoals je vaak zag bij de al dan niet bekende Kuroorden in Midden-Europa. Drink van dat ijzerhoudende en soms naar zwavel stinkende water uit de hete bronnen en hup….. In Hongarije kennen ze zelfs warme zwembaden voor hen die last hebben van de gewrichten. En met resultaat.
Maar terug naar de genezers. Het blijft bijzonder dat er mensen zijn die niet alleen menen dat ze genezen kunnen worden door handoplegging of gebed, het feit dat er lieden zijn die deze vorm van genezing loslaten op de massa is nog aparter. Los van alles wat er aan occulte groepen rondhobbelt in ons land, ook de traditionele kerken zijn er niet geheel vies van. Veel van deze acties maken een normaal mens heilig. De katholieken mengen deze vorm van bijgeloof dwars door het bijbelse heen en roepen de helden van de genezing graag uit tot heilige. Moeder Theresa was er zo een en in de katholieke historie zijn er meer die als zodanig zijn verheven boven de middelmaat.
Het komt vermoedelijk toch voort uit de donkere middeleeuwen toen slechts de katholieke kerk met haar kloosters en monniken/zusterordes een vorm van ziekenhuizen aanbood aan de droeven of behoeftigen. Die normaal terecht kwamen bij kwakzalvers op de markt, maar in zo’n katholiek hospitaal nog wel eens genazen van hun etterende wonden of zo. Natuurgenezers denken dat als ze iets met kruiden of planten mengen en laten nuttigen de patient er vast niet slechter van wordt. En als het helpt, waarom niet. Kennen we Jomanda nog?? Dat dametje wist velen te verrassen door haar handopleggingen met gevolgen.
Beetje doorgestoken kaart natuurlijk, maar toch. Het wordt pas ernstig als mensen de reguliere artsen ontlopen omdat ze geloven in de handkracht van deze lieden. Opvallend is wel dat we ondanks ons cynisme behorend bij de moderne tijd, toch in grote aantallen de kant van die gebedsgenezers op gaan. Er zijn er heel wat die met die flauwekul (in de meeste gevallen) aardig hun centjes verdienen. Het gaat me hierbij niet om homeopaten of dergelijke alternatieve doktoren. Het gaat me puur om mensen die door middel van handoplegging of een dansje rond een vuur gemaakt van paardendrollen een ander wijs maken dat het gaat helpen. Als het gaat helpen is het prima natuurlijk, en als gebed zorgt voor genezing dan doe ik graag mee. Maar ik vrees dat de kerken vol zitten met oprechte gelovigen die zich suf bidden zonder enig resultaat. God heeft het daar vast te druk voor. En omdat dit zo is ontstaan die wonderlijke figuren. Waartegen trouwens de mensen die op D66 stemden over het algemeen het meest kritisch reageren. Kennelijk is men bij de volgers van die stroming, hoe populistisch ook, in staat om een enkele keer vol realisme naar de mensheid te kijken. Dat delen ze dan weer met de knoeperharde afkeer bij de aanhangers van CU en SGP. Die moeten er niks van hebben. En in mijn optiek terecht.