En na Corona….wat dan??

Ik miste ooit (gelukkig) de Tweede W.O. maar maakte wel andere mijn persoonlijke wereld bedreigende situaties mee. Laten we wel zijn, in 1953 verdronk een belangrijk deel van ons land tijdens de Watersnoodramp. Mensen, dieren, huizen etc. Duizenden doden en nog veel meer mensen in de nodige ellende achter zich latend. We maakten de invasies mee van de Sovjet-Unie in Hongarije (1956) en Tsjecho-Slowakije (1968). Maar ook de Cubacrisis (randje WO3) en de moord op President Kennedy. Het was indertijd vooral voor de mensen in generaties boven ons duidelijk dat de wereld zou vergaan. Zeker omdat het communisme (en vanuit die hoek achter het IJzeren Gordijn bezien het kapitalisme) de wereld zou overnemen. We hebben alle toekomstscenario’s voorbij zien en horen komen. Rampspoed en ellende zou ons deel zijn. De nieuwe ijstijd kwam er aan in de jaren zeventig, zure regen volgde in de jaren tachtig, de Ozonlaag vertoonde gaten in de jaren negentig en in deze nieuwe eeuw wordt ons voorspeld dat het klimaat zodanig verandert dat we al heel snel met een meter meer water in de oceanen moeten rekenen. Wat we daarna kregen was de golf van terreur uit islamistische hoek. 9/11, Londen, Madrid, etcetc. Het leven zou nooit meer hetzelfde zijn.

De lezer kan zelf wel inschatten wat van al die voorspellingen is uitgekomen. Maar een onverwacht ongenoegen bleek toch dat van vleermuizen op mensen overgesprongen Coronavirus. Klein maar zeer venijnig. Waren we eind februari nog wat terughoudend over de mogelijke negatieve gevolgen voor ons land en volk, intussen is wel duidelijk dat de totale menselijke beschaving onder druk is gekomen door de enorm besmettelijke en in sommige gevallen dodelijk aard van dit virus. In Nederland, maar zeker ook omringende landen, vielen of vallen de doden met honderden per dag. Het is dus bepaald geen grapje en het openbare leven kwam door allerlei beperkingen abrupt tot stilstand. Geen cultuur meer, geen reizen, geen winkels, geen samenscholingen, geen kerk, geen familie en ook geen vrienden. We zijn van elkaar vervreemd geraakt en hebben niet veel meer contact dan via de telefoon, app of mail. Ontwennen van onze collega’s omdat er zoveel thuis wordt gewerkt en krijgen als gezin ook nog eens de taken van onderwijzers toebedeeld.

Enkele groepen daargelaten houdt iedereen zich aan de opgelegde maatregelen. Maar bij mooi weer toch even wandelen of fietsen, liefst in groepsverband, anders zien we niemand meer. Jaja. Ellendig is het vooruitzicht. Want dit virus is niet zomaar verdwenen bij een wat hogere temperatuur of zo. Onzin, want delen van de wereld kennen bij onze kilte juist zomerse temperaturen en ook daar sloeg het Coronavirus toe. Doctrines bleken er ook niet tegen bestand. Ook zwaar gelovige christenen of moslims moesten er aan geloven en zelfs in het communistische  Noord-Korea kwam het virus voor al wilde men het in dat streng bestuurde land niet weten. Mensen blijken zeer kwetsbaar voor dit soort dingen. Meer dan we willen toegeven. En je ziet ook meteen dat een samenleving als de onze waar het winstmodel gaat voor het sociale en het principe van de solidariteit, uiterst kwetsbaar is. De zorg uitgekleed, zoals de defensie voor mei 1940, en je weet dat je het niet redt tegen de bedreigingen van buiten.

En stel dat we van dit virus op enig moment zijn verlost, hoe ziet de wereld er dan uit? Ik voorspel een en al economische ellende. Zoveel bedrijfstakken die nu op Point Zero zijn neergezet dat er faillissementen zullen regenen. Ondanks staatssteun. De waarde van onze welstand zal dalen. De huizenmarkt weer onder druk. En pak weg….800.000 werklozen? Het zou zo maar kunnen. En dan is duidelijk dat een piepklein virusje sterker is dan alle vijanden of doctrines waarover wij als mensen beschikken. En dan heb ik het nog niet eens over alle sociale contacten die zijn verdwenen. Want ik vermoed dat we straks ook vriendschappen of collegiale banden zullen zien verbleken. Het wordt weer ieder voor zich en God voor ons allen. En wie God is bepaalt de toekomstige mens helemaal zelf…Ik wens u allen sterkte…op afstand…dat wel!

Werken op Schiphol – 7 – Groei en levende maden…

Ik moet Ruud Breems, anno nu,  zeker nageven dat hij onze dienstverlening kon verkopen. Hij had een enorme flair en reed of vloog naar overal en nergens om bedrijven en mensen te overtuigen dat voor hun luchtvrachtverzendingen maar een expediteur op Schiphol in aanmerking kwam, dat bedrijf van ons. Daarbij hadden de beide stadskantoren van het bedrijf indertijd zgn. ‘acquisiteurs’ op de weg die ook het product luchtvracht meenamen in hun portfolio. Dat deden ze weliswaar met veel plezier maar weinig kennis van zaken en dan werd er wel eens iets beloofd dat echt niet kon. Mouwen passen en zien dat je het oploste was dan niet voldoende. Toch zorgde het er wel voor dat we een steeds grotere klantenkring kregen en we langzaamaan behoefte kregen aan uitbreiding van het aantal werknemers. Al was het maar omdat we ook de meest wonderlijke bedrijven aan ons koppelden. Zo was er een bedrijf uit Nijkerkerveen, Bosch, waar men als groothandel deed in levende maden voor de sportvisserij. Die beestjes werden gekweekt op koeienkadavers (aldus het verhaal) en dan in 50-100 grote metalen blikken verpakt en met luchtvracht naar Nederland gestuurd waar ze bij die firma aan de rand van de Veluwe weer in bassins werden gemikt waaruit men dan schepsgewijs de visserijwinkels bevoorraadde.

Ik heb wel eens gedacht dat Ruud Breems deze zendingen zelf wilde binnenhalen omdat hij een verwoed sportvisser was. Anders verklaar ik niet dat je zoveel ellende op je hals wilde halen bij het behandelen van deze transporten. Want ze kwamen met regelmaat uit Engeland en vlogen dan mee op de vrachtvluchten van KLM. Uitgevoerd met DC-7F’s. En juist dat maakte dat er nog wel eens wat vertraging was omdat die kisten af en toe storingen vertoonden. En dat was in de winter niet zo erg, immers, maden ontwikkelen hitte als ze samen zijn en dat werd wel gekoeld door de winterse koude, maar o wee als het warmer was buiten. Dan stonden de blikken bol. En soms overleden die diertjes dan door de hitte. En hadden we de poppen aan het dansen. Claims van de klanten, afwijzingen van KLM en gedoe met verzekeraars. De kerels die deze ladingen kwamen halen namens de afnemer, controleerden daarom altijd die blikken als ze die op Schiphol moesten inladen. Dat ging simpel, deksel er af, kijken of er genoeg bewoog, hand en arm erin, beetje roeren en dan op de hand kijken of er voldoende leven in die maden zat. Het zal duidelijk zijn dat ik ze vooraf of daarna de hand niet schudde. Toch waren dat aardige mensen hoor en ze verdienden er goud mee. Ruud Breems nam nog wel eens een potje van dat spul af voor zijn eigen behoeften. Was vaak een gratis aardigheidje van de klant.

Maar op een dag liet hij de maden staan op kantoor. Na het weekend waren we voorzien van bergen zwarte vliegen. Want het ging snel met die dieren. Jaren later zaten er nog vliegenlijken in de TL-bakken en het plafond. Maar verder was dit slechts een voorbeeld van welke diversiteit aan klanten we meemaakten. Naast de aloude elektronica van Berg was er ook de klant Bell Helicopters die vanuit Schiphol spoedzendingen verstuurde over de hele wereld. Mijn klant, want export, maar niet de makkelijkste. Als men iets verstuurde stond ergens een heli met pech aan de grond en moest er rap worden gevlogen. En dat ging niet altijd volgens plan. De toenmalige maatschappijen redeneerden soms nog wel eens krom, en lieten passagiers voorgaan op vracht. Zeker toen men nog met heel wat kleinere toestellen vloog dan later het geval was. En dan nog even voor de sfeerbeelden…Als je anno 2020 rondkijkt op Schiphol zie je dat logistiek overal rond en op de luchthaven zijn plek heeft. Giga gebouwen, eigen loodsen, in Hoofddorp, Aalsmeer, maar ook op Schiphol-Zuid. In de periode die ik beschrijf was er nog maar een enkel vrachtgebouw van tien etages waarin iedereen uit de business geconcentreerd zat en bouwde men aan het nieuwe onderkomen voor de Aero Grounddienst die veelal de wat bijzondere carriers onder haar afhandeling had zitten, maar ook entrepotruimten kon bieden aan bedrijven zoals het onze. En dat was nodig. Want een nieuwe reeks klanten meldde zich. Waarover later meer. (Beelden: Internet/Yellowbird/Google)

Klap…bang!

In die periode voor het Coronavirus ons landje aardig lam legde, maakten we dus op een wat regenachtige zaterdag een ritje Midden-Nederland. Beetje kringlopers bezoeken die we nooit eerder hadden bezocht en eens zien wat ons land in dat groene hart nog meer te bieden had dan de bekende plekjes waar we wel vaker langsfietsen, maar dan op vier wielen. Na een hele serie van die plaatsjes en steden in het gebied te hebben bezocht kwamen we ook terecht in Boskoop. Waar het centrum klein, de kringloper idem dito en het horeca-aanbod nog kleiner is. Gelukkig heeft men in het toch wat bescheiden centrum wel een Albert Heijnwinkel zitten en die bezochten we voor wat boodschappen. Nadat we daar zoals dat hoort hadden afgerekend en de uitgang opzochten liep ik voorop door de schuifdeuren naar buiten en sloeg linksaf richting parkeerplekken. Achter me hoorde ik een doffe klap en daarna een kreet. Vrouwlief was tegen een aan de gevel van de winkel opgehangen kast aangelopen, die montageplek was op zijn zachtst gesteld onhandig.

Het gevolg van die botsing was heftig. Ze lag op straat, was achterover geslagen en bloedde heftig uit een flinke snijwond. De hoeken van die kast bleken messcherp. Nadat we haar overeind hadden geholpen, omstanders hielpen daarbij, nam ik haar mee naar de auto en benutte de EHBO-kit die gelukkig meestal niet nodig was of is. De schok (klap) moest even verwerkt. Je bent toch uit het veld geslagen door zoiets stoms. Maar we reden naar huis en verzorgden haar wonden. Daarna kwam de pijn. Hoofdpijn, later bleek dat het gevolg van een lichte hersenschudding. Maar erger, die klap bleef niet zonder gevolgen. Een soort bloedverzakking sloop door haar gezicht naar beneden en bereikte haar ogen die er snel uitzagen alsof ze een rondje had lopen sparren met Nico Verhoeven. Dikke rode plekken rond haar ogen, voor een vrouw toch een ramp natuurlijk. Opgeteld vonden we wel dat we de manager van AH in Boskoop maar eens moesten aanspreken op die verrekte kast. Geen idee of dat ding van hem was of van de Gemeente of pandeigenaar. Op internet vonden we plaatjes van de winkel waarbij men reclameborden precies voor die kast plaatste waardoor je er niet tegen aan kon lopen, juist op die zaterdag dat wij er waren stond er niks en kon dit incident dus plaatsvinden.

Mijn brief met vermelding van feiten en aanbevelingen rond die kast was snel gemaakt, met foto’s van o.a. het gezicht van mijn eega als bijlage meegestuurd. Maar even wachten wat er zou gebeuren. Nou de reactie kwam snel. De manager belde zelf en putte zich uit in excuses. Kast was van AH zelf en had eigenlijk geen functie meer. Maar men was eigenlijk laks geweest met verwijderen. Zou meteen gebeuren. Vond het vreselijk wat er was gebeurd en die kast zou meteen worden weggehaald. Helpt ons niets, maar eventuele verder slachtoffers wel. Zijn mededogen leek oprecht. Een enorme bloemenbos de volgende dag een uiting daarvan. Hij snapte het. Ging niet eens om die bloemen, meer over het besef dat je door een simpel feit grote gevolgen kunt krijgen. Vrouwlief lijdt nog steeds onder hoofdpijn, de schrik is nu wat weg, de ogen weer een beetje op normale dikte en kleur, maar of we nog naar Boskoop gaan is zeer de vraag. Wel een erg matige ervaring, alles opgeteld, maar dat heeft dan niet meteen van doen met dit incident. Buiten de rondfladderende meeuwen is er voor ons net even te weinig te doen. En om telkens zelf te zorgen voor het entertainment…nee! Dat doen we dan thuis wel.

Jeri Ryan – voor altijd verbonden aan Seven of Nine…

Ik denk dat weinig mensen haar zouden hebben leren kennen als actrice wanneer ze niet die ene rol had gespeeld waarmee ze letterlijk en figuurlijk in the picture was gekomen, die van Seven of Nine in de Populaire SF-serie Star Trek – Voyager. Jeri Ryan heet ze in het echte leven en intussen is ze 52 jaar oud. Ze bouwde een geweldig oeuvre op aan rollen en prijzen voor haar acteerprestaties, maar voor mij is ze vooral altijd verbonden aan die ene rol, Seven! Wie het genre niet kent en het verhaal heeft gemist, deze reeks liep tussen 1994-2001 en in de vierde reeks kwam zij ineens het beeld binnenlopen. Eerst nog als een zgn. Borg-drone, waarbij het goed is te bedenken dat in de fantasie van de makers van deze reeks verhalen, Borg de oer vijand van de andere wezens in het Heelal zijn en mensen als de helden uit de reeks alleen maar willen assimileren en ombouwen tot Borg-drone. De logica daarvan is niet geheel duidelijk, maar ach….

Seven of Nine (haar naam binnen de Borg-omgeving) werd volgens het script als kind al omgebouwd tot dar(drone) en gekoppeld aan het centrale denkframe van dat ‘ras’. Hoe dan ook, door veel inspanningen van de bemanning aan boord van de Voyager wordt Seven of Nine gered en voor 80% teruggebouwd tot mens. En hoe! Men steekt haar in een pakje dat min of meer vacuüm verpakt om haar heen zit, zet haar op hoge hakken, steekt de blonde haren op en geeft haar een manier van praten die robotesk sexy is. Jery Ryan vervult die rol letterlijk alsof hij op haar huid is geschreven en haar ‘Borg-logica’ is soms echt fantastisch om te zien. Maar voor veel mannen die houden van SF en Star Trek is de introductie van Seven of Nine wel een beetje het hoogtepunt op het gebied van verhaallijnen. Als je achter de schermen kijkt van dat uiterlijk lees je dat Ryan een korset droeg dat o.a. haar boezem links en rechts separeerde en aan de voorkant afdekte, maar ook dat er baleinen waren getrokken om haar buik en een extra bescherming om haar onderlijf was aangebracht opdat we als kijker maar niet ook maar de minste fantasie zouden krijgen rond dat fantastische lijf dat deze strak verpakte omgebouwde Borg-actrice zo pront showde.

Nee, ook in de ruimte blijven we Amerikaans preuts natuurlijk. Een toiletbezoek van de actrice duurde indertijd overigens tussen een half uur en een uur, omdat al die lagen van haar af moesten worden gepeld voor een simpel plasje, maar daarna ook weer aangebracht. Later loste men dit op via een veel fijner zittende en eenvoudiger aan te trekken overall. Hoe dan ook, Jeri Ryan was een fenomeen geworden en deed na Star Trek ontelbaar veel rollen in series en films. Trouwde met een politicus met ambities om Obama te verslaan, maar die haar kwijtraakte (en de nominatie) toen duidelijk werd dat hij wat perverse kantjes vertoonde door haar o.a. te willen afdwingen seks te hebben op openbare plekken of obscure clubs. Dat ging haar te ver. Scheiding het gevolg. Aan dat huwelijk hield ze wel een zoon over. Uit haar tweede huwelijk dat ze sloot in 2007 heeft ze nu ook een dochter. Ryan heeft ooit de titel gewonnen van Miss Illinois, werd derde bij de Miss-Amerika-verkiezingen en wie haar figuur van toen zag weet waarom. Ze acteert nog steeds en is ook gevraagd voor de nieuwste (nog uit te brengen) Star Trek film ‘Picard’ waarin ze na vele jaren weer als Seven zal opdraven, dit keer echter vermoedelijk niet meer in zo’n strakke catsuit. Mocht je twijfelen aan mijn verhaal, kijk nog eens naar de serie (Netflix vertoont hem) of vraag het kenners. Seven is een te koesteren karakter. En daarmee doen we ook meteen Jeri Ryan eer aan, die deze rol zo prachtig vertolkte.  (Beelden: Internet/Wikipedia)

Frans met een Nederlands tintje…Citroen!

Andre Citroen, naamgever van dit wat eigenzinnige Franse automerk, had wortels in Nederland. Maar maakte faam in zijn Franse fabriek die vanaf 1919 actief werd. Al snel werden zijn auto’s goed verkocht al was het maar omdat hij als eerste Franse fabrikant de uit de VS bekende lopende band voor de assemblage van auto’s invoerde. Vanaf 1934 kwam het merk met de toen revolutionaire voorwielaandrijving bij haar personenwagens, overigens niet als eerste en ook niet als enige. DKW in Duitsland deed iets soortgelijks. Maar de wagen van Citroen, de Traction Avant was een zodanig fraai ontwerp dat men al snel kon claimen dat voorwielaandrijving de beste weg was naar auto’s met een goede wegligging. En die TA was een geweldig ding. Bleef maar liefst van 1934 tot en met 1957 in productie en kon toen nog steeds overtuigen door wegligging en comfort.

Zo maar op een Amsterdamse grachtkant, een HY.

De Traction, zoals liefhebbers hem graag noemen, kende talloze varianten. De grote 15CV de meest aansprekende, want uitgerust met een zesinlijnmotor van 2,9 liter inhoud die er 80pk uit peurde. Daarmee reed de klassieker 135km/u maar was vooral beroemd om zijn sterke constructie en rustige loop. Zeer gezochte klassiekers intussen. Een bijzonder bestelwagen was de HY die overtuigde met zijn lage laadvloer en enorme ruimte. Draaide technisch op de motor en aandrijflijn van de Traction Avant en is nu nog een vaak geziene gast bij allerlei festivals. Van een total andere orde was de 2CV. Een foeilelijk alternatief voor een boerenkar die voor de oorlog was ontworpen maar pas na de Duitse bezetting in productie kwam.

Het karretje had een piepklein motortje (9pk) kende een top van 65km/u, en had een vering die enorm grote uitslagen bood. In een bocht bleven de wielen op de weg staan, maar stond de carrosserie in een hoek van 45% of zo. Mateloos populair bij vooral alternatieve lieden die een statement wilden maken. Door de jaren heen, want ook deze Citroens bleven decennia lang in productie, kreeg de 2CV steeds meer vermogen, zelfs wat luxe, maar bleef het toch een utilitair vervoermiddel zonder enige vorm van veiligheid.

Soms kom je zomaar op straat heel mooie dingen tegen…

Voor hen die een bedrijfje hadden was de Besteleend beschikbaar en door de jaren heen kwamen er heel wat afgeleide types voorbij, zoals de Dyane, Ami en LN. Als opvolger voor de Traction kwam halverwege de jaren vijftig de opnieuw revolutionaire DS-reeks uit. Een prachtige wagen met een zeer apart en later zo typerend veersysteem van het merk.

Parkeerde je de auto zakte hij langzaam naar beneden tot de carrosserie op de wielen rustte. Startte je de motor kon je op simpele wijze dat veersysteem oppompen en kreeg je een auto die elke hindernis moeiteloos nam. Werd een populaire auto onder welgestelden, hoge ambtenaren en soms zelfs ministers. Afgeleide versie was o.a. een Break met wat meer binnenruimte. Opgevolgd door de CX in 1976, en aangevuld door de GS voor het gewone volk dat de lelijke eenden wel zat was. Voor de rijken was er de SM, een prachtige sportcoupe met een Maseratimotor die 220km/u haalde en o.a. Johan Cruyff aan het merk bond.

Helaas was het merk Citroen indertijd vrijwel nooit vrij van technische of roestproblemen en dat gold met name voor de SM, waar veel aan stuk ging. Gaf die wagens een slecht imago. Intussen is Citroen onderdeel geworden van Peugeot-moeder PSA waarmee het veel platforms en techniek deelt. De auto’s zijn nu zakelijker, minder Frans, soms opvallend, maar nooit meer echt revolutionair. Maar daarmee wellicht ook betrouwbaarder dan ooit. Overigens nam Citroen in de jaren zestig ook het nog wat apartere Franse merk Panhard over. Maar daarover later meer….(Beelden: Yellowbird archief)

Roddelcultuur…

Het zal velen van de lezers of lezeressen bekend in de oren klinken dan wel als herkenbaar lezen, mensen die achter de rug van iemand anders om roddels verspreiden. Soms is het wat onschuldig, staat de spreker/spreekster in de belangstelling, maar als het intensiever wordt en schade aanricht valt het onder pure laster soms. Roddels zijn verhalen over anderen die soms waarheid bevatten, vaak niets meer dan oppervlakkige observaties gekoppeld aan vooroordeel. En echt waar, iedereen maakt zich er schuldig aan. Want we staan graag in de belangstelling, willen aandacht, even de nieuwsbode van dienst zijn. Sommigen beter in dit vakgebied dan anderen. Met name de oppervlakkige roddel, iets onschuldigs over de haarkleur van een buurvrouw of hoe vervelend een kind is van die of die, het is niet zo erg. Maar dat ondergravende soort verhalen waarbij mensen echt worden pijn gedaan dan wel in hun leven of carrière beschadigd raken zijn natuurlijk abject. En omdat ik niet vrij van zonden ben werp ik zeker niet de eerste steen. Voor mij zijn sommige verhalen natuurlijk net zo sappig als voor anderen.

Relaties van zgn. BN’ers en zo, het blijft leuk. Maar ook volkomen foute uitspraken van politici, die veel te dure auto van een straatbewoner, die dame die ineens verschijnt voor het raam van die man waarvan je weet dat hij getrouwd is, het zijn allemaal aardige story’s om tot je te nemen en af en toe verder te geven. Niets menselijks is de meninggever vreemd. Jou wel?? Nooit een verhaal of zgn. geheim doorgepraat? Dan weet ik zeker dat je later als het erop aankomt in de hemel komt. Roddelen of kwaadspreken is eigenlijk een zonde. Binnen bepaalde geloven althans. Maar je krijgt toch de indruk dat maar weinig mensen zich daar iets van aantrekken. Gewoon doorkwekken. Opdat het verhaal kan worden aangedikt. En zo werkt dat ook, want veel verhalen gaan van mens naar mens, maar worden altijd onderweg veranderd of aangedikt. Net hoe de doorspreker dat invult.

En zo kan het zijn dat de man die een onschuldig kusje uitwisselt met een nicht die hij tien jaar lang niet had gezien, aan het einde van zo’n roddel volgens de betweters volop bezig is met een buiten-relationele situatie waarbij de vrouw al zwanger is van zijn derde kind. Roddels zijn voor veel mensen een onderdeel van hun bestaan. Denk maar eens aan de roddeljournalisten die hun bladen en TV-rubrieken vullen. Die geen enkele grens kennen waar het gaat om de zgn. ‘waarheid’. Denk maar eens aan die mensen in het Britse Koningshuis die tot op de WC achterna worden gezeten. Paparazzi worden ze genoemd die vaak schofterig brutale lieden die alles doen voor dat ene plaatje of verhaal. Maling aan normen en waarden. De beuk er in…Ook dat is onderdeel van de roddelcultuur. Ben benieuwd wie daar oprecht van kan zeggen er niets mee van doen te willen hebben. Want onder die steen wil ik dan ook schuilen…(Beelden: Internet)

Leven in de DDR….

Ooit, in de jaren tussen 1948 en 1989 bestond er een deel van Duitsland dat viel onder de Russische bezettingszone. Aangeduid als de Deutsche Demokratische Republik. Heel lang het toonbeeld van de beste vorm van hoe communisten een land bestuurden. Met veel historische Duitse bedrijvigheid die nu onder Staatstoezicht vielen, maar nog steeds in staat waren om redelijk goede waar te leveren. Alleen werd in onze westerse ogen die DDR bestuurd door malloten en was de kwaliteit van die geleverde waar niet meer dan ‘bagger’. Zo gaan die dingen in een wereld die bestond uit tegenstellingen tussen Oosten en West. We vergeten dan snel dat wat in West-Duitsland plaatsvond door de nijverheid van het volk daar, ook in het oosten zijn voortgang kende al vertraagde het systeem elk eigen initiatief waardoor het leek of die DDR jaren achterbleef bij het westen.

Tijdens de expositie die we onlangs weer eens zagen in het altijd interessante Hoornse Museum van de Twintigste Eeuw werd uit de doeken gedaan hoe het leven eraan toeging in dat oostelijke deel van Duitsland. Waar de beknotting door de Russen en het communisme natuurlijk wel een stempel zetten op denken en doen. Maar waar men goed door had hoe je geld moest verdienen door zaken te maken die vooral gefabriceerd werden voor afnemers in het westen. Bedenk maar eens dat veel van de goederen die de Wessies kochten bij Neckermann of andere postorderbedrijven, gemaakt werden in de DDR. En men daarover weinig klachten kreeg. Goedkoper, behoorlijk van kwaliteit en dus geslaagd. Zelfde gold voor speelgoed. Men kon heel wat maken dat ook in het westen aankwam en daar fans kende. Denk ook maar eens aan het treinenmerk Piko dat indertijd soortgelijke zaken maakte als Marklin of Trix.

En nu, onder nieuwe leiding, nog steeds bestaat. De auto-industrie had het lastiger. Fabrieken van BMW, Opel en DKW in dat gedeelte van Duitsland werden leeggehaald door de Russen en zo moesten de Oost-Duitsers van scratch af aan opnieuw beginnen. BMW werd EMW Wartburg, DKW/Horch werd Sachsenring en bouwde op enig moment Trabants, bij het overkoepelende IFA bouwde men allerlei voertuigen voor de Oost-Europese markten. Sommige van die wagens kwamen ook naar ons in het westen, maar het merendeel verdween toch richting het oosten. Dat gold ook voor huishoudelijke apparaten en zo meer.

De DDR draaide aardig, maar de trek naar het westen was onder de bevolking zo groot dat men op enig moment de ‘klassenvijand’ buiten de deur wilde houden(..) en muren bouwde om de eigen bevolking binnen de grenzen van het moederland op te sluiten. De gevolgen kennen we allemaal. Daarna begon men ook met het verfijnen van het spionagesysteem dat zo fijnmazig was dat men binnen families zelfs kinderen de eigen ouders liet bespioneren, maar ook dat partners onderling informatie doorgaven over gedrag van de ander aan de Stasi, de veiligheidsdienst van de communistische regering.

Meer nog dan de KGB was die Stasi in staat om de eigen bevolking compleet onder controle te houden. Toch stevende het land af op de eigen ondergang omdat men niet in de gaten had dat elders in Oost-Europa grote veranderingen plaatsvonden die niet meer door Moskou zouden worden onderdrukt. De tijden van Budapest (1956) en Praag (1968) waren definitief voorbij. En de DDR ging door eigen falen ten onder. Toen men de Muur in Berlijn openstelde voor de eigen bevolking was het hek van de dam. Binnen een jaar was het land DDR opgeheven en onderling verbonden met de BRD. En ontmantelde men de totale economie en industrie. Resultaat, talloze werklozen, een land met een verarmende bevolking en minderwaardigheidscomplex. Dit alles was tijdens die expositie in Hoorn te zien. Indrukwekkend, confronterend en op vele vlakken bijna angstaanjagend. Zeker als je zag hoeveel dossiers van de Stasi na de zgn. Wende beschikbaar kwamen. En voormalige buren of vrienden ontdekten hoe ze door geliefden of anderen waren geobserveerd en verraden. Het blijft een apart verhaal. Een expositie als deze meer dan waardig. Helaas intussen gestopt en het museum door de Corona-ellende al een tijdje gesloten. Maar ik genoot ervan. Ben zelf nog wel eens op bezoek geweest in die DDR en ik vond het qua sfeer een akelig land. Maar dit terzijde…(Overigens…wie wil zien hoe het leven was in die DDR moet de serie Weissensee van Netflix eens opzoeken. Je zult verbijsterd zijn..)(Beelden: Yellowbird prive)

Werken op Schiphol 6 – veranderingen op komst…

Privé gingen er ook wat zaken anders dan voorheen. Om allerlei redenen bleek het handiger om te gaan trouwen. Dat paste ook bij de wens om samen een nieuwe toekomst op te bouwen. In 1967, dat jaar van de grote veranderingen rond de werkplek, vond die gebeurtenis plaats. Het gaf me qua thuisbasis een extra stuk rust. Immers, ik wist nu waar ik voor werkte en kon daardoor ook gaan denken aan meer dan alleen maar het bijdragen aan een schier bodemloze familiepot. Nu was het allemaal voor ‘ons’ en als ik dan hard werkte en extra uren draaide wist ik waar dat terecht kwam. Trouwen was ook verhuizen. En dat deed ik met veel plezier. Alleen kwam ik nu nog wat verder van het Schipholse werk af te wonen. De Puch bromfiets voldeed dan nog wel in de zomerse maanden, maar in de winter was het best een dingetje. Temeer omdat mijn werk ook inhield dat ik altijd stand-by moest zijn als bepaalde klanten belden om hun lading op het vliegtuig te krijgen. Een van die lui was de firma de Boer uit Nijverdal.

Een handelaar in levende dieren die altijd op het allerlaatst besloot om nog even een lading op de trein te zetten die ik dan in de avonduren met hard en snel werken langs de douane moest zien te krijgen en last-minute op de beoogde vluchten. In de zomer niet zo erg, maar ik heb heel wat koude ritjes op mijn Puch gemaakt met een doos of kist levende eenden tussen de knietjes vanaf het Amsterdamse CS naar Schiphol. Niet optimaal natuurlijk. Zeker niet in de winter. De onpraktische situaties die hier het gevolg van waren en het comfort voor die beesten (over mijn gezondheid werd niet nagedacht…business voor het mannetje) maakte dat een paar zaken ineens versneld werden ingevoerd. Zo werd een VW Bus van het nieuwe type T2 besteld voor de uitlevering van onze zendingen, maar ook het ophalen daarvan. Om die wagen een vaste berijder te geven kregen we in plaats van onze vrijmaker Rinus een nieuwe vent in dienst, Jaap Kunst.

Breed als een kleerkast, afkomstig uit een reeks van broers die allemaal werkten in ons Amsterdamse kantoor en/of loodsen en ook met de nodige rijervaring. Voor dat busje wellicht niet zo van belang, wel voor alles wat met douaneritten en zo meer van doen had. Want veel douanewerk speelde zich nog in Amsterdam af, de overheid had nog geen investeringen gedaan om de douane op Schiphol meer dan een uitvoerende taak te bezorgen. En dus moest je voor sommige formaliteiten op en neer naar de Amsterdamse Westerdoksdijk of zelfs Oude Hoogstraat om daar stempels op certificaten en zo meer te halen. Jaap Kunst kende die formaliteiten en wegen. Dat scheelde. Maar dat nieuwe busje was ook handig voor woon/werkverkeer. Ik mocht het als verst wonende elke dag meenemen, mits ik de collegae op werkdagen ophaalde en weer thuisbracht, en daarnaast stand-by bleef staan als Meneer de Boer weer wat gevogelte per avondvlucht wilde versturen. Nou dat wilde ik wel. Het scheelde me heel wat bevroren ledematen door de brommerritjes in mijn kantoorpak. Daarnaast werd de aloude Ford Taunus combi van Ruud Breems vervangen door een echte personenwagen, een 15M RS in de kleur groen. Net zo groen als ons VW-busje en passend bij de kleuren van alle andere voertuigen in dat aloude transportbedrijf dat ook in Amsterdam en Rotterdam zetelde. De verdere ontwikkelingen konden beginnen. Nou…die kwamen ook!  (Beelden: Yellowbird archief/internet)

Grote Klasse(n)!

Natuurlijk blijf ik wat ambivalent aankijken tegen het strenge katholieke onderwijs van vroeger. Maar een ding is zeker, grote klassen of niet, het onderwijs dat werd gegeven stond als een huis. Niet alleen wisten we hoe de Nederlandse taal in elkaar stak, we leerden goed rekenen, kregen inzicht in de geschiedenis van ons land, leerden cultuur (h)erkennen, er werd gedaan aan gymnastiek en zwemmen en men wist je ook nog bij te brengen dat de tien geboden er niet waren voor de lol van de kerk maar vooral om je als beter medemens de maatschappij ingestuurd te krijgen. En voor de goede orde, de klassen en scholen puilden ook toen uit. Niet in de laatste plaats omdat de geboortegolf van na de oorlog heel wat (katholieke) gezinnen flink wat nageslacht bezorgde. Maar de inzet van al die leerkrachten van toen, veelal van de degelijke soort met harde handen en een gevoel voor discipline dat er niet om loog. Wie niet wilde horen moest maar voelen. Ik heb er na een incident in de eerste klas waarna mijn stevig gebouwde stiefvader even verhaal ging halen toen ik door zo’n katholieke broeder en paar stevige rode wangen was bezorgd nooit meer last van gehad.

Wel een nadeel van dat onderwijs. Maar toch! Ook de inzet op zelfontplooiing die je werd bijgebracht. Wie verder wilde komen moest vooral hard werken (in het aanschijns des…) en flink leren. Ik kon er zelf goed mee omgaan. Nu kijk ik weleens mee naar al die discussies en protesten van de moderne leerkrachten die meer, meer, meer willen voor minder, minder, minder. Tuurlijk, de problemen zijn vast groot. Bureaucratie, regels, maar zeker ook een vrij pluriform aanbod van leerlingen, waarvan een deel de Nederlandse taal niet machtig is. Dus stress. Maar zou die stress vroeger ook niet hebben gegolden? Wij moesten ook op zaterdagochtend nog gewoon naar school. En je moest elke woensdag (en zondag) vroeg naar de kerk. Altijd waren er leerkrachten bij. En die hielden bij of je er was en hoe jij je gedroeg. Kerkbezoek als rapportcijfer. Maar voor die aanbieders toch ook extra werkuren. En ik denk niet dat ze er dik voor betaald werden. Immers, roeping en zo meer.

Navraag bij vrouwlief die hetzelfde meemaakte bij een nonnenschool deed me constateren dat die lui in die jaren toch heel bevlogen moeten zijn geweest. Een paar jaar na mijn stopzetten van de katholieke opleiding was het eigenlijk ook wat afgelopen in onze streken. Het moest anders volgens de Mammoetwet van de scholing en daarmee daalde het kwaliteitsniveau bij het onderwijs om zo de nivellering mogelijk te maken. De sterken moesten minder presteren om zo de zwakkeren mee te kunnen trekken. En tucht of orde ging in de ban. Jan en Piet of Klaartje kwamen voor de klas, U werd vervangen door Jij. Het lijkt ouderwets van me, maar dat is het zeker niet. Eerder realistisch. Onderwijs moet jonge mensen klaar zien te stomen voor een maatschappij die steeds meer van ze vraagt. Weet hoe de taal werkt, dat 1 en 1 gewoon 2 is, en dat Groningen niet naast Maastricht ligt. En dat de Nederlandse geschiedenis niet werd bepaald door slavendrijvers maar door mensen die geloofden in ondernemerschap en ontdekkingsreizen. Handel en wandel en niet zo geindoctrineerd bezig zijn met het milieu. Leer in plaats daarvan nu eens dat wat van een ander is niet mag worden afgenomen als dat jou zo maar bevalt. Opdat we geen stroom links-radicale of allen maar respectvragende rakkers  een plek bezorgen in een proletariaat van de groene gemeente. Pluriforme samenleving? Dan ook een tegengeluid verzorgen. Eenzijdigheid leidt maar tot revolutie. De kerken kunnen je daar alles over vertellen. Maar die hebben de kennis dan ook nog in huis en leerden daarvan. En intussen doen we ons best om het onderwijssysteem anno 2020 overeind te houden in de Corona-ellende. Wat op zich weer bijzondere zaken zal opleveren. Ook betere scholing? Ik betwijfel het! Maar wie het beter denkt te weten mag zich melden.  (Beelden: Yellowbird archief)

Fietstocht morgen!

Morgen zou het weer de jaarlijkse optocht van naakte fietsers door het centrum van Amsterdam geven. Altijd een leuk evenement, al moet je het weer wel een beetje mee hebben natuurlijk. Zeker in een stad als de onze waar men elke regel aan de laars lapt weet men deze optocht wel te waarderen. Meestal komen er minstens 200 deelnemers bijeen (worden er nu heel wat minder i.v.m. het Corona-gedoe) om zich al dan niet kleumend te laten aanschouwen op hun tocht van Nieuwmarkt naar Vondelpark. Waarom men dit doet ligt vooral in de geschiedenis. Ooit liepen hier in de stad Wederdopers door de straten die vonden dat naakt zijn de ware mens als gelovige liet zien aan de boven ons gestelde goden. Het liep slecht met hen af. En door de jaren heen werd deze groep herdacht door hen die er al snel een ander stukje invulling bij zochten.

In de jaren zestig deden er soms wel 1000 mensen aan mee, maar toen was men ook nog op weg naar de beha-verbranding en bevrijding van het vrouwelijk lijf. Later herdacht men er mensen mee die aan vreselijke ziekten als Aids waren verdwenen van de aardkloot. Ook toen kwamen vele honderden voorbij om zich de naakte huid toe te vertrouwen aan het weer en de fiets. Tegenwoordig is het vooral een ludieke tocht die aandacht vraagt voor de toenemende vertrutting en ontkenning van het bloot zijn door gefrustreerden of mensen met teveel taboes. Sommige deelnemers zijn al vele jaren aanwezig en dat is aan hun blote lijven te zien. Bij anderen kwam het gevoel van naakt protesteren juist kort geleden en zo is er een prachtig vermenging van oud en jong, man en vrouw, homo of hetero. Er is maar een restrictie van toepassing, geen elektrische fietsen!

Dat zou de stoet ook te veel uit elkaar trekken. Men wil toch juist als groep een statement maken. Kortom, wie ook mee wil doen, van harte welkom. Namens de organisatie geef ik als meninggever even aan dat de tocht morgen om 11 uur vertrekt van de Nieuwmarkt en dan door de Damstraat, Dam, Rozengracht en Mauritskade naar het Vondelpark rijdt. Geklede mensen zijn niet welkom, al zijn mondkapjes wel toegestaan en dat men minstens 1,5 meter uit elkaar rijdt en staat. Ik neem aan dat zij die niet meedoen maar deze groep wel een warm hart toedragen langs de kant staan met warme thee en wat lekkers? Met een beetje goede wil komt men na de finish samen in het Vondeltheater om nog wat leuke dingen door te praten. Veel succes! (Om op tijd te kunnen vertrekken vraagt de organisatie om het liefst een half uur voor vertrek aanwezig te zijn voor Cafe ‘De Wilde Markt’, waar een mobiel toilet beschikbaar is en ook een verkleedplek Uiteraard in deze tijden met veel reingingingsmiddelen en stapels toiletrollen .)