Klein straatje en een klokkenspeler..

Het was in de buurt van mijn jeugd en tijdens de prille pubertijd dat ik ontdekte dat veel straten in mijn woonomgeving waren benoemd naar klassieke schilders. Grofweg tussen de Tolstraat (overblijfsel uit de tijd dat er ook echt een tol werd geheven als je daar de stad in wilde) en de singel die we nu als Ruysdaelkade kennen werden alle straten naar schilders genoemd. Dat was simpel en ook handig. Maar er waren ook uitzonderingen. Niet ver van ons huis en aan de oevers van de Amstel werd in de 19e eeuw de enorme St. Willibrorduskerk buiten de Veste gebouwd, diens geschiedenis belichtte ik al eens enige tijd geleden. Opvallend daarbij was dat de aanpalende straten een afwijkende naam kregen van het patroon met die schilders. De langste straat werd de St. Willibrordusstraat, een dwars daar op gelegen korte verbindingsweg tussen die straat en de Ceintuurbaan werd de Servaes Noutsstraat. Een straat waaraan ook mijn vroegere lagere school gelegen was.

En die historische figuur schilderde in de beste tradities van zijn familie wel eens een portretje maar hij werd veel bekender als klokkenspeler in de 17e eeuw. Dat deed hij zo goed dat hij zelfs indruk maakte op de Russische Tsaar Peter de Grote bij diens bezoek aan de hoofdstad in die periode. Servaes Nouts was een bijzonder heerschap. Hij was creatief, maar geen echte zakenman. Hij trouwde een vrouw die vooral scenes trapte bij hogergeplaatsten in de stad wat nu niet meteen goede reclame voor haar echtgenoot was. Maar de man werd wel stadsklokkenist en mocht ook de klokkenspelen van o.a. de Zuiderkerk en die van het (oude) stadhuis onderhouden. Dat spelen ging hem zo goed af dat veel gegoede burgers graag wilden weten dat ze weer eens een concert van Nouts hadden bijgewoond.

Nouts wilde graag hogerop en veranderde op enig moment zijn naam in Nuyts, waardoor hij meer aanzien kreeg. Maar dat aanzien hielp hem niet aan rijkdom. Hij woonde bepaald niet op stand en moest van een schamel gemeentelijk inkomen zien rond te komen. Zijn tweede huwelijk kon hij pas vieren toen hij door de toenmalige burgemeester een hoger salaris kreeg toegemeten. Zijn tweede huwelijk was met een flink jonger buurmeisje dat hem adoreerde, precies wat Nouts nodig had om gelukkig te worden. Hij overleed op 65-jarige leeftijd in 1693, zijn jonge vrouw volgde hem al na vier maanden in het graf. Een man die uiteindelijk zijn eigen straat kreeg. Een kort straatje weliswaar en in een buurt vol grote en bekende schilders. Die kerk is intussen verdwenen. De plaats waar die stond is nu het Servaes Noutsplantsoen geworden. En zo heeft hij hier bij mij ook weer even aandacht gehad. Zeer gegund. (Beelden: Yellowbird/Makelaar/Inrternet/Wiki)

Over een historische plek…

Onlangs vernam ik via de hoofdstedelijke media dat het zgn. Stadsdeel Zuid van zins is om op een mij uit de jeugd zeer bekende plek een ondergrondse parkeergarage te bouwen. Dit tot groot (en zeer te begrijpen) ongenoegen bij een deel van de omwonenden. Zoals ik wel vaker heb gesteld, de Amsterdamse stadsdelen worden meestal beheerst door wat linksig ingestelde types die het liefst zouden zien dat hun omgeving terugglijdt naar de oude tijden van voor de massa-industrialisering of de dagen van paard en wagen. Zou men in dit geval teruggaan naar die oude tijden (wat men niet doet hoor, want een parkeergarage levert ook heel veel geld op) kwamen we uit bij een periode in de geschiedenis waarin het rijke Roomse leven nog dominant was in die buurt. Want ik maakte die periode en specifiek daar in die omgeving zeer bewust mee. Op de plek waar men wil gaan bouwen stond ooit de grootste kerk van Amsterdam, de Sint-Willibrordus buiten-de-veste. Een echt enorm gebouw dat haar eenzame centrale toren tot ver buiten de stad liet zien. En dat hadden er meer kunnen zijn ware het niet dat het geld in de 19e eeuw al snel op was tijdens de bouw en men het oorspronkelijke ontwerp vann architect Kuypers los moest laten. Maar dit neemt niet weg dat dit de grootste neogotische kerk was die ooit in ons land is neergezet. Hij was 100 meter lang, 46,5 meter breed en ook nog eens 60 meter hoog.

De omvang van die kerk weerspiegelde meteen veel rond de samenstelling van de bevolking toen. Die was in die jaren overwegend katholiek, een kleiner deel zoals dat toen heette ‘protestant’ en er waren ook nog wat mensen die ‘niets’ waren. De buurt Oud-Zuid waartoe deze omgeving behoorde lag opgesloten tussen de Stadhouderskade aan de ene kant en de Jozef Israelskade aan de andere. De Amstel was weliswaar een aardige barrière, de vele bruggen over die rivier maakten dat ook katholieken uit het oostelijk deel van de stad naar deze grote kerk konden komen in geval van verplicht gebed. Die kerk had een nevengebouw, de lagere (Sint Martinus)school, die uiteraard ook zwaar katholiek onderwijs verzorgde en in een belendend pand gaf men dan ook nog sport/gymnastiekles. Ergens aan het einde van de jaren zestig ging het echter in dubbel opzicht mis. Het katholicisme leed sterk onder de ontkerkelijking, het aantal gelovigen liep sterk terug. De door Kuypers gebouwde kerk begon het wellicht daardoor letterlijk en figuurlijk te begeven. Het geld voor restauratie intussen op.

De parochie verhuisde naar een foeilelijk laag maar nieuw gebouw, midden tussen de huizen van de eerder genoemde buurt. De oude kerk werd in 1970 afgebroken. Al snel verrees er op het open terrein een bejaardencentrum, de oude lagere school werd daarop gekraakt. Later, eind jaren zeventig, is die school alsnog afgebroken en werd het bejaardenhuis nog wat verder uitgebreid. Maar de tijden zijn veranderd. Bejaarden moeten kennelijk thuis in de tuin van hun kinderen worden opgevangen, liefst in de schuur of zo, dat bejaardencentrum is over de houdbaarheidsdatum heen. De buurt door de decennia heen bevolkt door yuppen, nieuwkomers, jongeren. Dus moet er zo nodig een parkeergarage komen. Voor al dat ‘vreselijk blik’ dat dan uit de straten kan worden gehaald om het dorpse gevoel voor de bestuurders van het stadsdeel terug te brengen in de grootste stad van Nederland.  Een schande is het in mijn ogen. Maar ja, de moderne tijd en zo meer. We moeten er maar aan wennen dat niets blijft zoals we het graag zouden willen. Nou ja, als je een normale burger bent en niet behoort tot de minderheden. In dat laatste geval kan dan wel alles. Wellicht moet ik toch maar weer beleidend katholiek worden. Dan behoor ik in deze omgeving weer tot een minderheid die op veel begrip kan rekenen. Wie weet wat ik dan nog kan bereiken…