Begijnhof…

Wie als vrouw in vroeger jaren zonder man zat of kwam te zitten had daarna maar weinig echte keuzes. Zoals je nu bij nieuwe bevolkingsgroepen nog wel eens ziet was in christelijk/katholieke kring uithuwelijken nog heel normaal tijdens de late Middeleeuwen. En wilde een vrouw dat niet ging (moest) ze in het klooster. Met name dat laatste hield in dat men geen kans meer had op menselijke geneugten, immers geloften van armoede en kuisheid waren dan opgelegd pandoer en de Here Jezus de enige man in je leven. Dat was voor veel vrouwen vanuit hun fysieke or karakterwezen geen optie. Maar meestal economisch afhankelijk van de mannen of familie hadden ze geen keuze. Tot er een ‘derde weg’ ontstond die door heel Europa een behoorlijke reeks volgsters kreeg. Je kon ook begijn worden. Een soort tussenvorm waarbij je het geloof trouw bleef, maar toch minder streng in de leer een soort van onafhankelijke status kon opbouwen.

Die status hield dan wel in dat die kuisheid (reinheid) nog steeds min of meer in acht werd genomen, maar dat je verder in een eigen onderkomen samen met andere dames kon genieten van een redelijk beschermde jonge of oude dag. Begijnhoven werden al snel overal ingevoerd of opgericht. De resultaten daarvan vinden we nog steeds in vooral van oorsprong katholieke steden. Al dan niet nog steeds in gebruik. Zo kennen we het bekende Begijnhof van Amsterdam, maar zijn die ook elders in Nederland te vinden. Onlangs bezochten wij een van de grootste. In Belgie. Turnhout heeft de eer om daar een schitterend voorbeeld van die toenmalige cultuur in ere te houden en je staat met je mond open van verbazing als je ziet welke oase dit eigenlijk altijd moet zijn geweest. Prachtige huizen, schitterende kerken, een Mariakapel en fraaie natuur. Maar vooral die stilte…

De laatste begijn die hier nog leefde was een Rotterdamse die in 2002 op zeer hoge leeftijd overleed en had bedongen dat zij achter de kerk in het hof begraven wilde worden. Men had bij het stadsbestuur van Turnhout niet zoveel op met die laatste wens, maar uiteindelijk kreeg de onverzettelijke begijn het toch voor elkaar. En dat geeft wel weer dat deze dames die toch vooral druk waren met goede doelen en nuttig werk, niet voor een kleintje vervaard waren. Geen nonnen dus. Wie de man van hun dromen tegenkwam kon altijd kiezen voor een  bestaan buiten het hof. Dan was de kuisheid niet meer gewaardborgd, maar lonkte een leven met gezin en kinderen.

Begijnen waren voor de diverse kerkelijke en wereldse machthebbers lastig te vatten. Men wilde ze eigenlijk niet zien als vroom genoeg, maar dat besef kwam toch met de jaren. Al was het maar omdat de begijnen in hun tijd veelal echt gelovig en vlijtig leefden. Op het hof van Turnhout kom je heel wat kerken en kapellen tegen. En alles is in prima staat bijgehouden. Er staat ook een leuk museum waar vanuit men met enthousiaste gidsen rondleidingen kan maken en een goed inzicht wordt gegeven van wat hier in verleden en heden allemaal speelde of speelt. Wij hadden er ondanks de buiten heersende hittegolf-temperaturen veel plezier aan. Een aanrader van jewelste als je een beetje interesse hebt in de kerkelijke geschiedenis en cultuur. En ook wilt zien hoever we in onze huidige tijd en cultuur zijn opgeschoven naar vrijheid en blijheid. Want hoe fraai het leven van die begijnen ook was in hun tijd, een godsdienstig bepaald keurslijf was nog best hun deel. En dat hebben echt moderne vrouwen toch maar mooi van zich afgeschud. Nu blijft het gevecht om dat vooral vast te houden. (Beelden: Yellowbird)

Dussuh….

Vent600Ook mij valt op dat wij in ons land langzaamaan niet echt meer in staat zijn normaal te spreken. Onze taal wordt vertroebeld door een gebrek aan opvoeding, opleiding en invloeden van buitenaf. Dus wordt ‘zij’ ‘hun’ en ‘deze’ ‘die’ als het zo uitkomt. Zelfs blonde blauwogige lieden spreken soms met een Marokkaanse tongval, het gevolg van hun omgang met veel vertegenwoordigers van bepaalde groepen in een wijk of scholengemeenschap. Nu is het niet zo erg dat er af en toe iets veranderd aan de taal hoor, houdt hem levend. Zo is onze taal doorspekt met invloeden van talen die bij de ‘buren’ worden gebezigd. Anglicismen, Germanismen en zo meer komen bij ons veel voor. Wat dat betreft zijn onze zuiderburen een stuk zuiverder in de taalleer. Wat me ook vaak opvalt zijn kennelijk ineens modern geworden stopwoordjes. Dat zijn woorden die volgens de gebruikers meer inhouden dan het woord op zich en dus te pas en te onpas worden gebruikt. Als ik hoor hoe mensen die bijvoorbeeld op straat, in gezelschap, op radio of tv converseren is het opmerkelijk hoe vaak je sommige van die woorden hoort gebruiken. Denk maar eens aan ‘dus’, veelal uitgesproken als ‘dussuh’.

Ontspanning 4Waar vroeger argumenten werden gegeven met een zekere inhoud krijg je nu een enkele zin, afgesloten met ‘dussuh’. Valt het jou niet op? Zal aan mij liggen maar ik vind het taalarmoede. ‘Ik ga nooit meer naar de disco, ik ben getrouwd, dussuh….’ ‘Nee wij kijken nooit naar…….. want mijn man…dussuh’ ‘Tja ik moest werken, dussuh’ en zo meer. Vooral vrouwen zijn er goed in en maken van dat stopwoordje iets wat hen spannender moet maken of zo. Maar het tegenovergestelde is voor mij waar. Als je niet veel meer te vertellen hebt dan ‘dussuh’ val je wat mij betreft direct door de mand. Niet dat het verder van grote interesse of waarde is, maar het blijft een interessant fenomeen. Net zoals ‘Hun hebben pas een fiets gejat…dussuh’. Nu is dat stelen van een fiets op zich al een probleem, maar als je het ook nog eens verkeerd duidt, krijg ik er de kriebels bij. In een tijdperk waarin we allemaal druk zijn met sociale media en zo meer, is het handig als je toch de taal een beetje fatsoenlijk gebruikt. Dus……uh…….ik hoor het wel als u er een andere mening op na houdt….