
Feest, een feestje, festiviteiten, ben ik er wel echt van? Als ik in mijn hart laat kijken, eigenlijk niet. Nou ja, een beetje verwennen met de verjaardag, een ander de eer doen toekomen die hen bevalt door aanwezig te zijn bij een georganiseerd feest(je), ik doe het, maar echt van harte gaat het vaak niet. Zal ook komen omdat ik niet zo van ‘hoeperdepoep’ ben, maar meer van het goede gesprek. Een op een en zo. Mijn eigen verjaardag vier ik al jaren niet meer zo intens als het vroeger wel werd gedaan. Ik spreid de gasten wat, opdat ze allemaal dezelfde aandacht krijgen en je aan het einde van de avond (of dag) het gevoel hebt echt te hebben genoten van de aanwezigheid. Nu stel ik het wellicht wat zwart/wit hoor, maar echt in de genen zit het niet. Hoewel mijn ouders er vroeger enorm van hielden om elke gelegenheid aan te grijpen ergens een feestje van te maken. Maar dat waren ook andere tijden. Hoogtepunten in een bestaan dat vooral bestond uit veel en lang werken, en dan was een verjaardag al genoeg reden om de hele familie bijeen te halen en aan te vullen met de omvangrijke vriendenschaar die ze indertijd bezaten.
Het mocht wat kosten en de lekkerste hapjes en drankjes stonden op tafels, alle stoelen er omheen en ook de nodige rookwaar. Want dat had je toen, men rookte als een ketter en je was een slecht gastheer/vrouw als je die zaken niet verzorgde. Oma kreeg een advocaatje met slagroom en de grammofoon zorgde voor de nodige muziekjes om de sfeer er in te houden. In het begin van mijn eigen onafhankelijkheid deed ik dit in de ware spirit van de afkomst ook nog even zo, maar daar was ik toch al snel klaar mee. Die mensen die je een of twee keer per jaar zag omdat het zo hoorde, maar verder niets van zich lieten horen, waren niet mijn meest ideale gasten. Nee, stoppen maar met die flauwekul. En dat beviel heel lang goed. Langzaam aan werden we ouder en kwamen de grote data. De verjaardagen zagen kroonjaren passeren, een daarvan werd met een surprise-party een paar jaar terug nog enorm verrassend en leuk. Alle vrienden en wat familie bijeen om te vieren dat ik zover was gekomen. Nog steeds in dank herinnerd. Men kwam van heinde en verre!
Overigens geldt mijn hier wat aangedikte afkeer van die feestjes niet zozeer de zakelijke festiviteiten hoor., Open huizen, openingen, introducties, shows etc. Dat diende een doel! Onze trouwdagen, en ook die lopen qua jaartallen aardig op nu, vieren we meestal in eigen kring. Gewoon met zijn tweetjes. Je doet het immers allemaal samen. Maar we gaan dit jaar weer voor een kroonjaar en dat vraagt overwegingen over hoe we wat en waar vieren. Klein, of net iets meer dan dat. Groots wordt het zeker niet. Past niet bij ons, de bescheidenheid zelve. Maar wat we doen zullen we vast, ook hier, delen. De eerste gedachten delen we nu al. Feestelijk….. Met een hoedje en een toeter en een vrolijk snoetje….

‘Joh, je moest eens weten hoe ze in elkaar steekt, dan zou je niet zo lief over haar praten…..’ ‘ Ik heb onlangs nog even met haar apart gezeten. Ze had zelf haar schema geruild met een collega zonder haar chef in te lichten. Ik heb duidelijk gemaakt dat ik dat echt niet pik en dat ze kan rekenen op een stevige reprimande. Ook zorg ik dat ze haar overuren niet uitbetaald krijgt voor die extra diensten..’ ‘Ik had gedacht dat we bij dat kleine tentje konden eten, die Griek, of was het nou een Italiaan…..huh? Ja die! Leuk…zie ik je zo’ ‘Ik weet zeker dat hij van mij houdt, alleen laat hij dat zo zelden merken. Maar ik ben nog steeds gek op hem hoor….haha!’ ‘Zullen we weer eens lekker gaan shoppen? Zin in. Wanneer kan jij? Dan maken we meteen een afspraakje….leuheeeukkk’ Zie hier een overzicht van wat zinnen die ik in de openbare ruimte opving van kwebbelende dames. Alles via de mobiele telefoons wereldkundig gemaakt. Op een niet mis te verstaan volume, op heel verschillende plekken. Maakt niet uit of je nu in de trein of metro zit, of dat je naar een evenement als de Uitmarkt bent voor je culturele bagage. De dames kwekken er wat op los. En als je goed oplet speelt emotie een grote rol bij al die gesprekken.
Ook oudere dames bellen veel met die dingen in het openbaar. Vaak net even te luid. Alsof ze duidelijk willen maken dat ze ook zo’n apparaat bezitten en dat het dringend nodig is om alles wat oma met de kleinkinderen deelt ook met de rest van de wereld moet worden bekend gemaakt. Mannen bellen ook. Net zo luid, soms net zo interessant (..). Maar het gaat veelal over heel andere dingen valt mij op. Zoals: ‘Nee…joh, dat kan niet, daar heb ik nog geen concept voor geschreven en dat moet dan via afdeling Controlling, je kent het fenomeen toch?’ ‘Ja, ik heb er intern over gehad. Nee, ze willen er domweg niet aan. Wat ik ook doe, net of ik niet wordt gezien. Natuurlijk spreek ik er met mijn meerdere over, maar die doet net of zijn neus bloedt. Ik zal hem nog eens een mail sturen want dit kan natuurlijk niet. Zo frustrerend allemaal’. Zakelijk, belangrijk doenerij, concepten en rapporten, overleg, afspraken, en joviaal tegen mensen die vermoedelijk in het echte leven geen rol van betekenis zouden spelen.
De smartphone als vervanger van de computer, het Whatsappen als vervanging voor de mail of brief. Concepten spelen een rol, de carrière. Maar veel emotie komt niet boven. Wat me ook opvalt is dat veel mannen op lagere toon en volume spreken over hun zakelijke beslommeringen dan dames over de emotionele. Zijn wij dan zo anders als mensensoort? Blijven leuke observaties. Met een vraag als conclusie; hebben jullie dat zelf ook dat je zoveel deelt als je zit te bellen waar andere mensen het kunnen horen? Zelf bel ik zelden of nooit. Ik word weleens gebeld, maar dan houd ik het kort. Soms zeer kort! En jullie??
Toen ik aan het einde van het jaar 1965 mijn eerste stappen zette op het pad van de beroepsverandering waren dat ook meteen heel heftige. Ik was tot dan gewend aan het beschermde van de bankinstelling waar ik voordien i n hartje Amsterdam had gewerkt en waaraan ik ook voor een deel mijn avondstudies dankte die ik op dat moment nog volop volgde. Maar mijn karakter paste niet bij de discipline van een bank. Daarbij, de luchtvaart trok me. De vliegtuigen en de bijbehorende dynamiek. De eerste baan die op mijn pad kwam was die van expediënt op Schiphol bij een wat je nu zou noemen logistiek bedrijf. In het verleden schreef ik daar al eens wat zinnen over in oudere blogs. Toen ik dan ook aan het prille begin van het daaropvolgende jaar mijn plek innam aan de andere kant van het enige bureau bij het bedrijf waar ik in dienst was gekomen besefte ik me na twee weken of zo dat dit soort bedrijven bestond uit twee werelden. Die van de import en de export. De exportmensen waren vrije denkers, creatief zoals ik zelf was en nog ben, en met talent voor de juiste contacten.
Immers die exportlading moest vervoerd worden met luchtvaartmaatschappijen op de juiste momenten, met in acht neming van alle geldende regels, maar ook voor een interessant tarief. Ondanks het nodige papierwerk voelde ik me in die voor mij nieuwe rol buitengewoon goed. Maar er was een schaduwkant (..) aan het beroep, bij al die papieren voor de luchtvaartmaatschappijen behoorden ook douaneverklaringen. Wat voerden we uit, welke statistieknummers voor het CBS omschreven de goederen het beste, was het een Nederlands product of iets van doorvoer uit andere landen etc. Voor die uitvoerpapieren had je speciale wetboeken nodig, met alleen maar nummers en beschrijvingen van goederen. Voor mij lang Chinees, maar mijn toenmalige chef was er helemaal in thuis. Die was declarant van huis uit en dat was een apart beroep. Die lieden voerden voor hun klanten juist spullen in en gaven ze aan bij de douane op zodanige wijze dat de douane of inspectie Invoerrechten en Accijnzen geen aanleiding zag om het spul te visiteren of zelfs te blokkeren.
Want o wee als je iets verkeerds aangaf en zo mogelijk de staat benadeelde. Invoerrechten waren toen nog van toepassing, net als omzetbelasting. Pas na een rondgang langs alle loketten van de douane kreeg je voldoende stempels om het spul uit de KLM-loodsen te halen en in je bestel- of vrachtauto te laden voor vervoer richting klant. In- of uitklaren heette dat. De gemiddelde declarant was veel meer van de cijfers, van de kennis van het wetboek, met fantasie hadden ze vaak niet veel en dat merkte je ook op de kantoren waar die twee takken van sport bij elkaar zaten. Heel wat discussies meegemaakt. Export was snelle handel, de douane een obstakel waar je het liefst omheen zeilde, import meer van de rust, het nadenken, en zorgen dat de Nederlandse klant zijn spullen weliswaar op tijd kreeg, maar ook dat de relatie met de overheden niet op de proef werd gesteld. Ik vraag me nu, een halve eeuw later, wel af hoe die beroepen nu worden uitgeoefend. Immers, computers, internet, grenzeloos Europa en TTip op komst. Andere omstandigheden en vast ook andere regels. Ik leerde er in die periode toen creatief omgaan met de mogelijkheden. Een geweldige leerschool. Waar je snel moest inspelen op een probleem, soms hands-on moest bijspringen om een vlucht niet te vertragen. Maar van dat wetboek rond die I&OB heb ik nooit veel opgestoken. Vast een karaktertrekje, ook al veroorzaakt door die beroepskeuze van zoveel jaren geleden. Zou er trouwens nog net zoveel worden gestempeld door die douanemensen als indertijd? Ben nog benieuwd ook…..(Beelden: LPAC Collectie)
Hoe snel de tijd gaat heb ik hier in het kader van dit mening blog al vaker beschreven. Een jaar is niks, maar intussen ben ik zover dat ik kan praten over tien jaar! Een periode waarin ik leerde omgaan met het fenomeen Bloggen en intussen ook Sociale media leerde kennen. Was het altijd een zegen= Nee hoor. Maar ik beleef er nog steeds plezier aan. Op enig moment werd ik door een vriendin die ik leerde kennen op een internetforum richting het bloggen geleid. Ik had er eerlijk gezegd nog nooit van gehoord zelfs. Maar dat veranderde snel. Met vallen en opstaan kwam mijn eerste variant van het mening thema op poten. Resultaat van een wat oudere oefening met websites die ook altijd met mening eindigden en dan het onderwerp waar het over ging daarvoor. Mijn mening werd het leidende thema voor wat er nu nog steeds is, dit blog! Intussen wel in nuance van naam veranderd, maar dat had niks van doen met een vrijwillige keuze.
Of het nu ging om aanbieders van blogs of de software die me daar actief hield, altijd ging er na verloop van een paar jaar wel iets mis. Een wisseling van computer kon al genoeg zijn om niets meer aan te kunnen met dat blog. U heeft me als vaste lezer(es) vast een tijdje gevolgd. Gedacht dat u me altijd snapte en of u het al dan niet met me eens was. Velen kwamen, even zovelen verdwenen. Van roddelaars tot achter baksels, van lieve mensen tot nog steeds gemiste. Tien jaar lang op dat fenomeen bloggen actief. Intussen heb ik van de zes blogs die ik gelijktijdig opereerde, de hobby’s en spannende schrijfsels moesten ook ergens ondergebracht, zijn de meeste nu weer verdwenen. Ingeruild voor lidmaatschappen van groepen die op Facebook actief zijn en waar de leeskring vele malen groter is.
Want de wereld stond niet stil. We maakten en maken iets mee elke dag. Grote kwesties wisselden zich af met puur persoonlijke. Van een overleden poes tot de asielzoekersproblematiek. Die laatste zorgde onlangs voor een breuk met iemand die ik wijzer achtte dan zomaar de stekkers eruit te willen trekken. Maar ja, persoonlijke aanvallen zijn nooit leuk, een tikkie terug al helemaal niet. Jammer, ook dat leerde ik in die tien jaar, iedereen naar de zin maken is niet mogelijk. Zeker niet als het gaat om politiek, geloof of sport. Voor de rest gaat het prima. Al zie ik wel dat veel oudere bloggers van voorheen allang geleden zijn afgehaakt. Althans uit de kring waarin die start ooit plaatsvond. Ik hield er ook vriendschappen aan over voor het leven. Sommigen, ik schreef er al eerder over, nu ook actief op Facebook, anderen helemaal gestopt als blogger maar als mens nog steeds heel interessant en warm. Hebben nu vast wel veel tijd over die gestopten. Dat dan weer wel.
Het was me het jaartje wel mensen. 2015, zo leuk begonnen, met vuurwerk, oliebollen, de beste wensen en zo meer. Maar al snel veranderd in een nachtmerrie toen barbaren toesloegen in Parijs en daar de redactie van een relatief onbelangrijk krantje om zeep hielpen omdat men daar de profeet van de heidenen had beledigd. En zo ging het jaar 2015 nadien door. Van alles aan politiek en militair gedoe, inbreuken op ons normale burgermansleven, angst, afkeer en scheiding der geesten. Want als een ding duidelijk werd in dit bijna afgelopen jaar, tegenstanders groeven en graven zich in en daar komt veelal weinig goeds van. Griekenland, vluchtelingen, Oekraine, Iran, Cuba en als altijd Noord-Korea. Privé was het overigens best een aardig jaar. We deden wat we moesten doen, we bereikten wat we wilden, keken rond waar we het leuk vonden en genoten van wat er werd geboden. We keken in het niet te verre buitenland, onderhielden vriendschappen die ertoe doen en breidden onze huisdierencollectie uit.
Met Punkie die als Pebbels binnen kwam maar een paar onderdelen liet zien die niet bij een vrouwtjespoes en bijpassende naam behoorden. Met zo’n geschiedenis als hij (…) achter zich liet is het een kat om vanaf zijn prille jeugd een mooi leven te gunnen. Hij is totaal anders van doen en laten dan de atleet uit 2014 die wij Pixel noemen. Springt die over ‘gaten’ heen van een meter of twee, is 40cm voor onze nieuwe telg te ver. Hij valt er dan tussen. Zit toch een ander karakter in. Maar allebei even lief en aanhalig. Het vervoer werd ook vernieuwd. De kleine zilveren springbok met zijn sportieve onderstel en trappelende paarden werd opgevolgd door een iets getemder versie in mooie blauwe kleur en als vijfdeurs versie uitgerust met de nodige luxe zaken. Gewoon met de kilometerstand op nul waar die bij de zilveren vanaf nieuw zo snel omhoogliep dat het bijna angstig werd. De ons bekende merkdealer deed een goed bod, wij stapten over.
Sindsdien zijn we al helemaal gewend aan die blauwe en ook aan de (teruggekeerde) luxe van vijf deurtjes. Digitaal zagen we wat mensen (soms via de zijdeur) verdwijnen, nieuwe gasten komen. We genoten van het bloggen en de sociale media, de groepen die we daar konden bezoeken en waar het goed toeven was zorgden voor staken van de activiteiten op de eigen blogs in die richting. Evolutie in het denken, doen en uiten. Hert huis werd van buiten geschilderd, we wisselden wat meubels om voor nieuwe. En zo werd 2015 een jaar als alle andere. Je verwacht er veel van, daarvan komt een groot deel ook uit. Maar er vallen ook wat zaken tegen. Plussen en minnen. We gedenken en herdenken, we vrezen en verwachten. Kortom, veel om over na te denken.
Nog maar een paar uur en we schrijven ook 2015 bij in het archief waarin al die geleefde jaren zijn opgeborgen. Net als de voorgaande. De balans kan weer opgemaakt, het nieuwe agendapapier ligt bijna maagdelijk voor ons opengevouwen klaar. 2016 komt eraan. Laten we er allemaal aan werken dat het voor ons allen een leuk jaar wordt. Zonder te veel geduvel. In goede gezondheid, geluk, veel genoegens en met veel liefde voor de mensen die ertoe doen. Ik wens het u allemaal toe. Op naar een nieuw jaar! Proost!













