Langzaam aan was ze aan hem gewend geraakt. Ook al kostte dat niet eens zo veel moeite. Hij was attent, humorvol, mooi, slank, was in haar geïnteresseerd, vond haar mooi, complimenteerde haar voor elke maaltijd, zelfs als die met een pizzakoerier werd bezorgd. Hij kon klussen als de beste, was een minnaar om van te zwijmelen, kon geweldig auto rijden, was lief voor haar en haar kinderen, sjouwde alle koffers als ze op vakantie ging en belde wel vijf keer per dag op om te vragen hoe het haar ging. Zijn mooie lijf en vooral brede schouders waren een lust voor haar om naar te kijken. Ze kon ook zo heerlijk weg zwijmelen bij het idee dat hij haar vanavond weer zou masseren. Als ze het hele huishouden had gedaan en de kinderen op bed lagen, kneedde en streelde hij haar pijnlijke spieren dan als een volwaardige masseur. Dat ze dan daarna de sterren uit de hemel vrijden was een logisch gevolg. Ze kon zo van hem genieten dat ze soms een halve dag in bed of op de bank kon liggen om aan hem te denken. Ze schreef hele verhalen in haar schriften die ze nog van vroeger had overgehouden en nu diende voor haar speciale en liefdevolle brieven aan hem. Ze noemde hem dan haar ‘droomman’, haar ‘super minnaar’ haar ‘maatje’. Als de kinderen uit school kwamen moest ze soms snel even redderen in huis om de boel aan kant of op gang te krijgen. Haar lijf hunkerde intussen naar zijn handen en kussen. Haar vriendinnen vroegen haar nog wel eens mee, maar meestal weigerde ze. Ze wilde bij hem zijn, in zijn gedachte, in zijn liefde voor haar. Hij was haar ideale man, haar droom, haar fantasie. Als ze dan in de spiegel keek en haar flanellen nachthemd optilde om naar zichzelf te kijken werd ze vaak heel triest. Haar droomman zou haar nooit zo zien, die zou haar zien als slank en begeerlijk, nooit moe of ziek. Net als hij dat nooit was. Hij was er altijd als ze hem nodig had. En met dit lome weer was dat iets vaker dan in de koude maanden van de winter. Als hij dan alle sneeuw had geruimd en verkleumd binnen kwam wist ze wel hoe ze hem op moest warmen. Zuchtend leunde ze achterover, op de bank, schoof de huispoes aan de kant en sliep met een glimlach op haar gezicht en de handen begraven in haar schoot in. Haar droomman zou zo wel komen……
Tagarchief: man
Omgekeerd denken…
Onlangs, het was een beetje aardig weer en dan bewegen we ons nog wel eens wat tussen het groen in de tuin….., bleek dat een van de grote struiken (of was het nu een klein boompje) niet echt opfleurde door het lenteweer. Het ding bleef bruingeel van kleur, al kwamen er nog wel knopjes aan de takken die deden vermoeden dat de natuur zijn werk wilde doen maar niet echt daarin slaagde. Vrouwlief, uitgerust met een stel wel heel erg groene vingers, besloot het ding uit de bijbehorende pot te trekken en kwam tot de ontstellende ontdekking dat de kluit waarin die plant moest groeien was omgevormd tot een wereldstad van enige omvang. Maar dan op mierniveau. Gangen, straten, waterpartijtjes. Het krioelde ook van het volk daar in die kluit. Bruinzwarte kruipertjes druk doende om direct de schade te dichten aangericht door de brute verwijdering van hun stad uit die veilige omgeving. Onderin de pot dreven hele kluiten eitjes. Vermoedelijk het gevolg van een hartstochtelijke bevruchting van het vrouwvolk in deze kolonie. Wij bestreden de bevolking van het mierenstadje voor het gemak toch maar, verwijderden de eitjes en zetten de plant in een bak met bleekwater.
Tot zover een eerste observatie van wat in onze tuin zoal speelde.. Wij mensen zijn als je er goed over nadenkt echter tamelijk arrogant. Wij gaan er altijd maar vanuit dat wij die wereldbol hebben geerfd van iets of iemand en dat alles wat daarop aanwezig is en leeft ons moet dienen. We dichten ons zelf grote intelligentie toe en knijpen een oogje dicht voor oorlog, haat, afgunst, armoede, terrorisme, geloofsgekte en zo meer. Immers wij mensen zijn superieur. Maar wat nu als dit niet zo is en wij eigenlijk ‘bezetters’ zijn van een planeet die in principe bedoeld was voor heel andere doeleinden. Dat die kleine mieren eigenlijk de echte bewoners zijn en dat die ondergronds of daar waar het lekker donker en vochtig is, hun eigen leven leiden. Dat er op zijn ‘miers’ wordt geconverseerd, dat ook daar songfestivals worden gehouden en er ook een echte Mierse economie bestaat. Laten we wel zijn, er is weinig kruid gewassen tegen die mieren want als je in de gemiddelde tuin gaat kijken zie je dat die beestjes eigenlijk heer en meester zijn in dat stukje ontspanningsgebied van ons mensen.
Ooit logeerden wij in Portugal. In een fraaie bungalow, het strand van de Algarve in de achtertuin. Elke dag werden we bezoocht door diverse kolonies mieren die in zwarte banen langs de muren liepen en o.a. aanvallen deden op alles wat eetbaar was in de keuken. Zoonlief was er de hele vakantie druk mee. Die stak die nesten in de brand, het hielp soms even, maar nooit lang. De mieren bleven komen. En niet alleen bij ons, ook bij de buren. Kortom, die bungalows stonden wellicht op de grond van die mieren en die kwamen hun rijkdommen even opeisen. Via de onze. Als je daar dieper over nadenkt wordt je toch iets bescheidener in die claims van het menselijk gelijk. Omdat die mieren naar verluid al een paar miljoen jaar oud zijn en ook de andere bewoners van deze aarde overleefden. De dinosauriers en alles wat daarna kwam. Toch eens over nadenken….het maakt een mens toch een soort profiteur….en mieren niet veel anders dan hard werkende beestjes met een eigen claim op onze wereld. Maar liever niet in onze tuin, dat vind ik dan weer minder…
Evaluatie…
Ze viel me direct op. De mooie en strakke, en zeker slanke dertiger met het expressieve gezicht en wat warrige krullenbol. Zat een beetje schuin voor ons in het restaurantje waar we met vrienden genoten van het lekkere eten en elkaars gezelschap. Ze had helderblauwe ogen waarmee ze soms naar haar tafelgenoot keek, maar veel meer naar buiten. Mijn NLP-instincten gingen meteen op standje alarm. De man tegenover haar was vermoedelijk en op het eerste gezicht een zakenrelatie of wellicht haar chef of zo. Maar diens verhalen vond ze blijkbaar minder interessant dan hij zelf als persoon. Hij oreerde vrij verstaanbaar voor iedereen in het restaurant over zijn rapportages, budgetten, de targets die gehaald werden en de klanten die nog moesten ‘worden bewerkt’. Zij hoorde hem aan, keek telkens wat naar buiten, controleerde af en toe haar mails op de smartphone en zipte aan haar glas. Was dit een zakelijk gesprek? Iets in de privehoek leek het niet te zijn, hij was een stuk ouder dan zij, ik schatte hem 20-25 jaar ouder, goed in pak, dat wel, maar zonder stropdas. En dat maakt oudere mannen in het zakelijk verkeer toch wat minder serieus te nemen. Heb ik ook altijd bij presidenten of premiers die omwille van een goede sfeer ineens de stropdas afdoen. Of die hem überhaupt niet omdoen omdat dit zo ‘progressief’ oogt.
Hoe dan ook, bij het tweede glas Italiaanse wijn kwam zij ook aan het woord. Met een lichte stem en haar blik op hem gericht vuurde ze vragen af als een machinegeweer. Ze had zich ingelezen, kende haar materie. Had zijn verslagen tot zich genomen, maar was zelf goed voorbereid aan dit etentje begonnen. De man zweeg, keek haar onophoudelijk aan en nam af en toe een hapje van het intussen geserveerde voorgerecht. Met haar blauwe ogen en haar netjes opgemaakte gezicht was dit een vrouw die mannen kon boeien, een vrouw die dat zelf ook wist. Ze had haar maniertjes. Af en toe een hand door de krullen, een bandje van haar beha vanonder haar blouse opdiepen, en maar praten. Lachend, maar to-the-point. En de man zweeg. Had hij dit niet zien aankomen of was zij wellicht de Regionale Manager aan wie hij verslag moest uitbrengen. Ook al zo sneu, dat je als oudere man verantwoording moet afleggen bij een jongere vrouw. Vermoedelijk nog beter opgeleid dan hij en sneller carrière gemaakt. Het bleef een interessant schouwspel. Zij speelde het spel met gemak, vermoedelijk zat ze hier elke week wel een keertje met een wisselende reeks partners. Aan haar rechterhand zag ik een ring, blinkend, duur dus. Getrouwd? Geen idee. Maar een dame die ging voor haar carrière. En die arme man onderging haar gebeuk op zijn macho-vesting met gespeelde interesse. Keek en luisterde, luisterde en keek……net als ik!
Vrijheid van meningsuiting – altijd?
Ik ben een fervent en bekend voorstander van de in ons land via de Grondwet vastgelegde Vrijheid van Meningsuiting. Ik schrijf die zaken maar even op met hoofdletters. Het waarom is duidelijk. Er wordt aan die vrijheden en zelfs die grondwet nog wel eens gemorreld door hen die vinden dat we weliswaar moeten kunnen zeggen of schrijven wat we willen, maar wel met een behoorlijke mate van terughoudendheid. Zo moet je mensen die in een bepaalde ideologie geloven uit de wind houden en moet je iedereen die daar om vraagt respect geven. Ook al verdient die persoon dat vanuit gedrag of geloof wellicht helemaal niet. Dat respectvolle denken gaat zo ver dat deze lieden zich zelf een bijna masochistische houding aanmeten als het gaat over wat anderen over hen mogen zeggen en denken. Desnoods negatief, als die ander zich daar maar blij bij voelt. Toch meet men op andere terreinen en vlakken dan wel weer met twee maten, want zij die een andere mening aanhangen moeten het veelal in commentaren of of fora dik ontgelden. Sommige mensen zijn weliswaar voor die vrijheid van meningsuiting, maar lang niet voor iedereen. Je mag hier wel zeggen dat je voor het huidige kabinetsbeleid bent, maar o wee als je er iets tegen in brengt. Je mag je verzetten tegen die respectzoekers die zich opstellen achter de dadendrang van extremisten, maar reken dan maar wel op heel veel kritiek.
Ga niet al te serieus oreren dat jij je zorgen maakt over de zorgkosten, de slechte situatie in verzorgingshuizen, de lange rijen bij de voedselbanken of dat soort onderwerpen. Het resultaat is vrijwel altijd gelijk; heel veel argumentatie waarom ‘jij’ het verkeerd ziet. Die vrijheid van meningsuiting is dus bepaald niet altijd echt verzekerd. Onlangs nog raakte ik verzeild in een discussie waarbij het onderwerp eigenlijk niets van doen had met de uiteindelijke argumentatie. Er werd zelfs beweerd dat zij die kritisch zijn op de islam maar moeten rekenen op zaken als bedreiging en de dood, ook al werd dat dan niet echt goed gekeurd, maar toch! ‘Moet je je maar inhouden’, zo was het idee. Je mag de Paus compleet afzeiken, immers iedere katholiek is een kindermisbruiker, je mag mensen uit de Bijbel Belt van alles en nog wat naar het hoofd slingeren, maar kom niet aan moslims. Nu is moslim bashen ook niet mijn favoriete bezigheid, maar ik ben wel realistisch. En heb met heel weinig geloven op dit specifieke punt echt iets op.
Het geloof kent een paar vervelende pijnpuntjes en die moet je net zo kunnen benoemen als de misdragingen van supporters van een voetbalclub of de daden van sommige leden van motorclubs. Alleen daar vinden we die vrijheid nog wel overeind blijven staan, bij de islam wordt vrijwel iedereen kriegel. Is dat al niet een indicatie dat er met de respectvolle omgang met elkaar iets fundamenteel mis aan het gaan is? Immers als alle partijen die vrijheid van meningsuiting zouden omarmen waren er geen misdragingen en zou niemand ultiem lange tenen ontwikkelen waarop of naast niet gestaan mag worden. Nu snap ik gek genoeg nog wel dat het bashen van groepen op zich bij die mensen die het betreft hard kan aankomen en gevoelens kan opwekken die niet fijn zijn. Maar mensen die namens die groepen gaan werken als advocaat des duivels vind ik zelf vaak wel erg gekunsteld overkomen. En volgens mij doen die recht aan het verwijtende begrip ‘Politiek correct denken’. Laten we wel zijn, binnen die vrijheid van meningsuiting mag iedereen in dit land zeggen, schrijven of tekenen wat hij of zij wil. Wie dat niet snapt moet toch de inhoud van de Grondwet nog eens tot zich nemen om de definitie daarvan beter te snappen. Het is dan een kwestie van fatsoen of je daarna besluit anderen al dan niet te kwetsen. Of dat nu allochtonen of autochtonen betreft. Zonder aanzien des persoons. Pas dan geven we elkaar het respect dat we als natie en volk verdienen…..
Dubbele moraal…
Er is een dubbele moraal aanwezig in onze maatschappij. Zeker in bepaalde kringen wordt het steeds opvallender dat men daar over bepaalde zaken niet wil praten, maar als het gaat om andere direct op de achterste benen staat. Voorbeelden? Nou, laten we het eens over de zo gevierde (..) participatiemaatschappij hebben. Die zorgt er voor dat ouderen geen kans meer maken op een plekje in een verzorgingshuis maar gewoon in een tuinhuisje bij kinderen of kleinkinderen hun laatste levensjaren moeten doorbrengen. De thuiszorg weg bezuinigd, de zorgkosten intussen stijgend tot een krankzinnig hoogtepunt. Of het feit dat een hele generatie langzaam aan niet aan de werkende bak kan komen. Meer dan 600.000 mensen aan de kant. Ondanks alle goede bedoelingen, mooie woorden en schitterende plannen. De voedselbanken hebben het drukker dan ooit en moeten hun schaarse voorraden aan steeds meer mensen uitdelen. Mind You, dit is Nederland anno 2015, niet Albanie in de tijd van de grote anarchie.
Het neoliberale en asocialistische denken van de huidige politiek is daar verantwoordelijk voor. En, ondanks diverse draaien om de oren van de kiezers, blijven de regeringspartijen in het zadel met dank aan de principeloze gedoogpartijen. Opvallend is dat juist in die kringen alle alarmbellen gaan rinkelen als je ook maar iets zegt ten laste van de ongekende vluchtelingenstromen die onze kant op lijken te komen. Of als je pleit voor een verbod op alle uitingen van geloof die in strijd zijn met de mensenrechten, vrouwenemancipatie of gelijke behandeling van homoseksuelen. Dan steigert men en gaat vierkant achter zowel de nieuwkomer als diens vaak archaische ideeen staan. Ik snap daar niks van en heb al schier eindeloze discussies over deze onderwerpen gevoerd. Het asociale kabinet van nu heeft ons allemaal al zo’n 40 miljard euro laten bijdragen via lastenverhogingen en zgn. bezuinigingen. Ouderen moeten nu doorwerken tot ze niet meer kunnen, de WW is een schijntje geworden, bijstand mag alleen worden verstrekt als de Nederlander in kwestie van de honger dreigt om te komen.
Huiseigenaren zijn er door het gedoogbeleid t.a.v. de aftrek van hypotheekrente gemiddeld (..) 50 mille op achteruit gegaan en honderdduizenden huizenbezitters zijn met hun financiering ‘onder water’ terecht gekomen. Het maakt voor de gedogers niet uit. ‘Dat zijn immers allemaal rijke Nederlanders, in welvaart levende oudjes’, maar als je aan de gelukzoeker of gezinshereniger komt krijg je de wind van voren. Een kwestie van een zeer dubbele moraal. Horen, zien en zwijgen, het is en blijft in die zgn. progressieve kringen schering en inslag. En zelfs als je met bijna socialistische volharding pleit voor meer werk, meer huizen, meer rechten voor hen die nu verdrukt lijken te raken, wordt je overspoeld met argumenten waarom we ons toch vooral naar buiten moeten richten en niet naar binnen. Opmerkelijk, als je bedenkt dat al die nieuwkomers van welke oorsprong ook, over het algemeen via uitkering en subsidie moeten worden opgevangen en dat het geld daarvoor uit de algemene middelen moet gaan komen. En rara wie dat geld moet gaan opbrengen. Juist ja, de burgerij van Nederland. En die dienen dit kennelijk te doen zonder iets te vragen of kritisch te doen. Want dan ben je voor je het weet racist, fascist of nationalist. Het blijft opmerkelijk. En dan heeft men in die kringen ook nog eens stevige (gespeelde) verwondering over het relatief grote aandeel kiezers dat wegloopt bij de oudere bekende politieke stromingen. Het zijn en blijven aapjes. Met de handjes voor de ogen, oren en mond. Behalve als het ze al dan niet uitkomt…
Sturing van boven…
Twee gesprekken over zaken die ik het liefst zou betitelen als interessant en constructief zorgen voor een blogverhaal dat ik hier met de lezer wil delen. Het eerste ging over hoe je omgaat met een flinke tegenslag als je gelooft dat er een hogere macht is de alles regelt en jou niet zal loslaten maar juist begeleiden op een nieuwe weg. Ik ben zelf van de ‘aanpakgeneratie’. Dus, knokken om te krijgen wat je nodig hebt voor een goed leven, je niet zomaar aan de kant laten zetten en altijd de discussie aan gaan met hen die menen de wijsheid in pacht te hebben maar daarbij nooit veel meer ervaring in de strijd weten te brengen dan wat ze zelf hebben meegemaakt of oppikten tijdens een cursus psychologie voor amateurs van de LOI. Meestal werden of worden die lui niet mijn beste vrienden. En ook niet mijn meest geliefde collega’s. Ik geloof nog in het ‘met de poten in de klei staan principe’ voor je echt weet hoe de wereld in elkaar steekt. Zal vast dom zijn, zeker vanuit de ogen van hen die alles met het handboek soldaat willen oplossen. Met de man over wie dat eerste onderwerp ging besprak ik zijn situatie zoals ik er naar kijk.
Arbeidsconflict, waarbij hij naar mening volkomen in zijn recht staat. Maar dat recht niet pakte, omdat hij zich wilde laten leiden door de wijsheid van zijn Schepper. Gelukkig had ik net daarvoor flink gewandeld en zat het vel wat strakker om de binnenkant van mijn lijf, anders was ik ter plekke ontploft. Knokken moet je in zo’n situatie, vechten, je gelijk halen, want dat heb je! De berusting aan de andere kant van de tafel was prachtig. Maar voor een mens als ik ben niet te snappen. Het tweede gesprek wat ik voerde had ook een geloof als uitgangspunt, maar wel een ander als dat wat het eerste gesprek zo stuurde. In de tweede situatie sprak ik met iemand die je tegenwoordig een nieuwkomer zou moeten of mogen noemen. Iemand met het geloof in die andere god. In zijn ogen ook een heel goede. Hij legde uit dat je met tegenslagen in je leven moet omgaan als een leermoment. Je pikt er altijd iets positiefs uit op.
Hij gaf als voorbeeld dat als wij Nederlanders een pechgeval met de auto meemaken we meestal eerst beginnen te vloeken, dan ongeduldig worden en maar weinig opsteken van zo’n moment. Hij zag die momenten als sturing. Er werd van je verwacht om je leven dan aan te passen aan de omstandigheden. En daar leerde je veel van. Wat wij toeval noemen was voor hem de aansturing van het hogere gezag. Twee geloven, twee min of meer dezelfde insteken. Immers, het hogere boven ons gesteld, was voor beide gesprekspartners belangrijker dan al die aardse zaken. Ik voelde me in dat gezelschap een echte atheïst. Immers, ik wil alles zelf regelen en heb niemand die even iets voor me overnam of neemt. Moet wel constateren dat ik het een prachtige gedachte vind hoor. Niks mis mee….en het verrijkte mijn denkwereld weer even. Relativeren is ook een vak…. Kortom, ook voor mij leermomenten. De dankbaarheid is richting beide mensen die ze uitten groot….
Hygiene
Kijk, soms ben je verbijsterd. Maar dat ligt vooral aan mij omdat ik nogal gevoelig ben op dit punt. Ik gruw van luchtjes, vieze luchtjes wel te verstaan, en dat bepaalt zeker mede of ik mensen al dan niet accepteer of een bepaald soort eten lust. Wie of wat stinkt, krijgt van mij geen positieve aandacht. En reken maar dat je in de moderne tijd nog steeds mensen tegenkomt voor wie het gebruik van zeep of deodorant kennelijk onbekend is en douchen iets voor de domme. Onlangs las ik er nog een stukje over op MSN. Mannengedrag, waarbij een van de items was dat veel mannen het douchen gewoon overslaan. Zeker als de kans groot is dat ze dit in hun eentje moeten doen en er niet ineens een naakte Doutzen Kroes naast ze opduikt of zo. Overslaan van wassen of douchen, en wellicht ook vergeten om met zeep bepaalde onderdelen eens lekker te poedelen.
Brrrr. Ik moet er niet aan denken. Mijn discipline op dit punt komt voort uit de jeugd. Wassen in een keuken, niks douche, warm water eerst even in een ketel verzorgen en dan klooien. Toen we eindelijk een douche kregen stond ik er elke dag langdurig onder, tot groot ongenoegen van mijn ouders. Later is het badderen en schoonhouden een dagelijks ritueel geworden. Het oermensgedrag is mij vreemd. Ga ik ergens naar een hotel of zo moet er een badkamer zijn die er niet om liegt. Liefst met bad, 65cm grote douchekop en spiegels waarin je kunt zien wat je zoal aan stoppels moet wegwerken. Ik ben dus niet van de tenten en caravans, in mijn eigen stank leven is niet mijn ding. Net zo min als de geur van zweetsokken, ranzige oksels en zo meer. Toch kom ik ze nog steeds tegen. En….ook vrouwen die niet lekker ruiken! Niet een beetje vers zweet, nee van die geuren die je doen denken aan een soort hel vol ongewassen types. Geen zeep, deo of parfum tegen aan gegaan, gewoon oud zweet.
Stank! Wat zijn dat voor types die dat zo doen? Hebben die helemaal geen idee wat ze hun omgeving aan doen dan? Hebben die geen familie of vrienden die er wellicht iets van kunnen zeggen? Stank is stank, vies is vies en je bent bijna asociaal als je zo leeft. Maar misschien past dit wel bij elkaar ook. Kan best. Niet iedereen heeft die manie van mij. Intussen ga ik binnenkort maar weer eens lekker naar een hotel met al die verwenelementen bij elkaar opgeteld. Waar? Geen idee, kan me minder schelen, zolang ik er maar schoon kan rondlopen……En, lieve lezer, hoe kijk jij hiernaar? Ook een douche-overslaand type??? Of net zo als ik gek op schoon en verzorgd? Heb je een afkeer van bepaald eten door de daarbij behorende geuren? Laat het me eens weten dan? Voel me nu zo vaak alleen…….in mijn mening… (foto’s: MSN e.a.)
Tuttigheid troef…
Natuurlijk, ik ben een echt kind van de revoluties. Alles meegemaakt in de jaren zestig en zeventig. De rokken werden korter tot kort, hotpants, hippies, communes, pil, vrije seks, bakkenbaarden, lang haar, soft drugs, reizen, trekken, ontdekken, anti-autoritair denken, en zo meer. Voor de goede orde, als braaf jong mens heb ik 95% van wat ik hier noem vooral bekeken maar niet zelf geprobeerd. Maar dit terzijde. Wat ik bedoel aan te geven is dat de wereld enorm veranderde. Ook bloot werd een belangrijke uiting van die vrijheden. We gingen op het strand voor het eerst helemaal naakt liggen zonnen. Gaf een hoop gedoe, maar langzaam aan werd het geaccepteerd. Zo zeer zelfs dat met name vrouwen zich ook op de publiekere stranden vaak bloot gaven, zeker aan de bovenkant van hun lijf. Streeploos zonnen werd een belangrijk doel. Niks op tegen. Ging vele jaren zo door en de mens werd er gemiddeld vrijer door. Tot we deze eeuw binnen gingen en ontdekten dat er zoiets was als een digitale en virtuele wereld.
Daarin was privacy niet echt gewaarborgd en moest je soms uitkijken met lieden die je om je naaktheid sterk konden veroordelen of zelfs fysiek aanvallen. De vertrutting sloeg daarop toe. Sociale media maakten soms schandalig misbruik van de situatie en iets bekendere lieden moesten vooral opletten als ze ergens in het openbaar de pluspunten in de zon staken om ze te laten bruinen. Voor ze thuis waren gingen de beelden vaak al over Twitter of Facebook. De bikinitopjes gingen weer aan. De dames werden (of zijn) ingetogener (geworden) dan 30 jaar geleden. Tel daarbij op dat de nieuwe generatie jonge meiden ook veel behoudender zijn dan hun moeders ooit waren. De string moest zich zien te verdedigen tegen allerlei veel meer bedekkende onderkledingsvormen en het lijkt er op dat de reepjes stof van o.a. ontwerpster Marlies Dekkers volkomen ‘uit’ zijn.
De jeugd vindt het allemaal maar gek. En dat is opvallend, want juist in deze tijd van al die snelle trends en veranderingen zou je verwachten dat men daarom alleen al niet kiest voor de tuttigheid die nu zoveel plaats lijkt in te nemen. Zit er een culturele druk achter? Is de invloed van archaische geloven of culturen wellicht oorzaak? Het is mogelijk, het vrije denken wordt ook steeds meer onder druk gezet, dan zal het met het vrije kleden ook wel zo gaan. Waarmee we als westerse mensen toch een stukje van de indertijd zo hard bevochten vrijheden inleveren. Wat er voor in de plaats komt? Geen idee, maar voor het landschap op het strand wordt het niet beter. Ik denk dat ik voorlopig maar niet ga…..(even voor de waarheidsvinding; ik ga nooit, maar dan ook echt nooit naar het strand….bloot in de zon? Moet er niet aan denken…..:))
Leerschool…
Het leven is een leerschool. En anders dan je wellicht zou vermoeden als je zelf een jaar of veertien/vijftien bent, raak je als het goed is nooit uitgeleerd. De mens doet constant ervaringen op, loopt met zijn/haar bol tegen lampen, deuren of laag gehangen balken, stoot twaalf keer zijn teen aan dezelfde steen (of een die er veel op lijkt) en ontdekt dat de dingen toch net weer even anders in elkaar steken dan ze in eerste instantie leken te doen. Zo vergaat het mij net als ieder ander met een leeftijd van boven de puberale. Ik refereerde al eens eerder aan mijn ‘enorme kennis’ op het gebied van auto’s en vliegtuigen voor ik uberhaupt een stap beroepsmatig in beide werelden had gezet. Toen ik dat eenmaal had gedaan, bleken de imago’s en vooroordelen t.o.v. bepaalde zaken toch anders in elkaar te steken dan ik dacht. En is het idee dat je ‘alles weet’ een pure illusie. Je kunt proberen alle kennis op te doen, je te specialiseren en dan als expert door het leven te kunnen gaan, soms is verbreding ook net zo handig.
Niet dat je nu meteen hoeft te weten dat een regenworm in het oerwoud van Nieuw-Guinea wordt aangeduid als de Archivaris graveengaticus of zo. Maar als je in je expertise gaten hebt zitten is dat wel lastig. Mij ergert dat meteen. Zo had ik onlangs een wonderlijke ervaring tijdens de AutoRAI die momenteel loopt. Ik mag er altijd wat eerder doorheen trekken, de Persdag is voor dat doen zeer geschikt. De Amstelhal van het complex stond vol klassieke modellen en die mogen zich ook bij mij in grote belangstelling verheugen. Immers, elke nieuwe auto die vandaag wordt aangeprezen, staat over tien jaar in die nostalgische hal of museum. Tussen al die fraaie bolides uit verloren dagen, een onooglijk karretje. Stoffig, klein, opvallend vorm gegeven. Nog nooit gezien! Dat intrigeert. Het bleek een elektrische auto van de Franse vliegtuigbouwer Brequet uit de oorlog te zijn.
Dat deed zeer, kwam even binnen. Want a) ik wist niet dat Brequet ook auto’s had gebouwd, b) ik wist niet dat er een elektrische auto uit de Tweede W.O. in ons land te zien is bij het Louwman Automuseum in Den Haag. Dat komt aan, dat scheurt door de ziel, dat beschadigt mijn zelfvertrouwen.. Nou ja, niet overdrijven, een beetje. Juist vandaag beschrijf ik het ding op mijn autoblog. Wie het leuk vindt moet daar maar even gaan lezen. Maar neem van mij aan dat ik bij de voorbereiding van het verhaal enige tijd bezig ben geweest om alles uit te zoeken over dat apparaat. Tot groot genoegen. Kost wat tijd, maar dan heb je wat. En wat de tijd betreft; medebloggers die menen dat ik hen wat ben vergeten, hebben gelijk. Veel weg, vaak op reis, gedoe, het zorgt niet voor grote reactietrouw. Maar ik blijf jullie gewoon volgen hoor en kom waar mogelijk weer ff inhalen. Of er moet iets tussen komen. Een researchprojectje of zo….
Verkeerde rij….
Als je het statistisch zou bekijken klopt er iets niet. Want dan zou het overgrote deel meemaken wat mij zo vaak overkomt en waarvan ik dan het idee heb dat het slechts mij treft. Wat ik bedoel? Het altijd in de verkeerde rij verkeren. Of je nu bij de supermarkt voor de kassa staat, in de files probeert toch nog een beetje vooruit te komen of in het museum of een beurs tracht om opstoppingen heen te komen van lieden die ineens besluiten stil te blijven staan waar het eigenlijk niet kan. In vrijwel alle gevallen kies ik dan verkeerd. En sta ik nog steeds vast als die man of vrouw die zich net voor me langs wurmde al zowat thuis of op kantoor aan de koffie zit. Als ik het bespreek met andere hoor ik niet veel anders. Mensen hebben dat idee zelf ook vaak. Nu zijn er types die bij het idee dat ze verkeerd staan of rijden kiezen om van baan te wisselen dan wel met een of andere smoes wel even voor jou langs mogen in de rij waar jij met je boodschappen staat. Een brutaal mens heeft de halve wereld.
Onlangs nog, ik stond als altijd netjes opgesteld in een rij die weliswaar traag, maar gestaag voortbewoog. Van de zijkant naderde een wat oudere dame. Zij had een rollator en hield een pak melk in haar hand. Ze keek alsof ze iedereen die haar iets in de weg zou leggen ter plekken zou veranderen in een kikker. Voor haar golden de wetten van de supermarkt niet, zij had haast. Al zag je dat niet aan haar tamelijk stijve bewegingen. Maar ze drukte wel door. Gewoon dat hulpmiddel in de strijd en uiteindelijk week een wat corpulente vrouw voor mij uit. Met gevoel voor drama dook de oudere dame in het ontstane gaatje. En begon toen tot verbazing van iedereen haar aan de rollator vastgemaakte tas leeg te maken. Ze had een stuk of tien artikelen verstopt, het pak melk was camouflage geweest. Waarom een ouder iemand als dit type zo’n haast had? Het was me onduidelijk. Het bejaardenhuis stond niet ver van de supermarkt vandaan en als je daar je dagen moet slijten sta je volgens mij nog liever in de rij voor de kassa. Daar beweegt zich dan nog iets en met een gulle glimlach en wat toegeven van jouw bejaarde kant maak je nog een leuk praatje ook op zijn tijd. In de file maak je dit ook nog wel eens mee. Van die mensen die gewoon van de ene naar de andere rij ‘drukken’.
Omdat ze maling hebben aan de medeweggebruikers. Net doen of je afslaat en dan via de andere rij weer tien plekjes opschuiven. Hoe kleiner de auto naast je, hoe groter de kans dat je met je leasebak of metselaarsbestellertje ruimte kunt claimen die niet echt valt onder jouw hypotheek. Noem het asociaal, hufterig, maar het geeft die mensen een soort kick. Vroeger zocht ik de confrontatie nog wel eens op. Nu niet meer. Ze doen maar. Als dat de ultieme bevrediging moet geven….Nee, ik blijf maar in de rij staan. Ook al weet ik dat het de verkeerde is. Tot welke groep behoor jij???

