
Onlangs kregen we als samenleving het dringende advies om toch vooral meer gras te eten en daarnaast veel water te drinken. Immers al die lekkere dingen die we in de loop der jaren hebben leren kennen en waaraan van boer tot supermarkt geld verdienen zijn slecht voor onze gezondheid of het milieu en daarom gaf de club die zich bezig houdt met al dit soort (nutteloze) adviezen de nieuwe schijf van vijf af. Het waarom had vooral een aangestuurde politieke boodschap. We zullen en moeten de boerenstand en in het verlengde daarvan, de visserijsector de nek omdraaien. Immers, niet alleen boeren met vee, maar ook zij die graan verbouwen zijn een ramp voor onze planeet. Ze nemen te veel plek in, gebruiken bestrijdingsmiddelen, koeien poepen de weilanden vol en vervuilen daardoor de lucht, en een heropvoeding van de bestaande bevolking is van groot belang. Minder, minder, minder, mits dat maar niet gaat over massaimmigratie.

Daarbij is wellicht van belang te weten dat van die 100.000 nieuwe mensen die we elk jaar moeten verwelkomen van onze linkse vrienden, nog geen 0.00001% behoort tot de orde der graseters. Die kijken niet op een schaap meer of minder. Als ik op zaterdag op de markt kijk bij de poeliers zie ik vooral veel vroegere Rijksgenoten enorme hoeveelheden kip kopen. Logisch, want koken kunnen die lui en kip hoort er bij. Maar dat geldt niet voor ons oer-Nederlanders. Wij mogen geen worst of kaas meer eten, melk is uit den boze, eieren slecht voor je hart, vis zielig voor die dieren. Dus lekker aan de vegetarische happen en slechts eens per week een gehaktballetje. Net zoals vroeger toen de gemiddelde arbeider nog te arm was voor vlees. Zo kunnen we de boeren van hun land afhelpen, leuke modieuze windmolenparken neerzetten op hun vroegere grond en raken we minder afhankelijk van het buitenland v.w.b. al dat graan en die gesuikerde producten als frisdrank en zo meer. De kleinzieligheid is om van te janken.

Alsof we met zijn allen ineens ‘kinds’ geworden zijn en niet meer zelf kunnen denken. Het moet allemaal aangestuurd door ideologische apparatsjiks die niets beter te doen hebben. Zelf vaak wel van het gras en de sojamelk. Broodmager, vlees zit er niet meer rond de botten maar dat zien ze in de spiegel toch anders. Voor de goede orde, ik heb zelf maling aan al die betweters die me komen vertellen wat ik wel en niet mag. Die tijd is voorbij. Wil ik vlees, eet ik dat. Wil ik groentenburgers? Dan eet ik dat. Ik drink wat ik lekker vind. Zit ook water tussen uiteraard. Vrijwel nooit frisdranken. Komt ook omdat ik uit ervaring weet hoeveel suiker daarin zit. Maar dat beslis ik dus altijd zelf wel. Heb ik linkse adviezen niet bij nodig. Daar liegt en bedriegt men al op alle andere terreinen. Bij mijn eten heb ik ze niet nodig. Ik word al misselijk bij het idee….. (Beelden: Archief)


Soms heb ik gewoon geen zin om achter vrouwlief aan te hobbelen bij het doen van al dan niet dagelijkse boodschappen. Zeker niet als zij aangeeft ‘ook nog even op haar gemakje rond te willen kijken naar aanbiedingen of zo’. Dan wacht ik liever even achter de kassa en lees intussen het nieuws op mijn smartphone. Maar let meteen wel op bij alles wat er om me heen gebeurt. Zo ook op die doordeweekse novemberdag bij de Albert Heijnvestiging in Weesp. Splinternieuwe zaak, mooi van uiterlijk en interieur en daarnaast voorzien van een kassa of vijf. Op het moment dat ik daar zat te wachten was het best druk. Scholieren kwamen in drommen met hun tussen-de-middag-aankopen op alle medewerksters af die de kassa’s bevrouwden. Daar tussen alle dames en heren met karren vol dagelijkse boodschappen. Aanpoten dus. Bij de meeste kassa’s werd efficient gewerkt. De doorstroming was vlot. De kassa recht voor mij, het dichtsbij mijn blikveld werd bediend door een jonge dame van vermoedelijk Marokkaans/Turkse herkomst met een hoofddoek strak om het verder vriendelijke gezicht. Dat vriendelijke was niet alleen terug te vinden in dat uiterlijk, ook in haar gedrag. Voor elke klant een vriendelijk woord en meedenken met bonuskaarten en zo meer. Op enig moment zag ik hoe ze werd gebeld vanuit ‘het kantoor’ dat ze kennelijk volgens het rooster van de dag ‘aan de lunch’ mocht. Zij zette een bordje neer met ‘deze kassa is gesloten’ en hielp de langs lopende laatste klanten voor haar kassa verder snel af. Tot er een nieuwe golf klanten aan kwam die nu een omtrekkende beweging maakte en binnen de kortste keren een drietal files veroorzaakte bij de belendende nog open kassa’s. Tot in de vakken met eet- en drinkwaar stonden mensen met manden en karren vol spullen. Zij keek er naar en belde naar kantoor. ‘Ik ga weer open’ was haar korte mededeling en ze haalde het bordje weg en stelde zich weer beschikbaar. Met dezelfde glimlach die ze daarvoor ook had gehad. Binnen de kortste keren waren de files bij de andere kassa’s opgelost. Klanten duwden elkaar zowat aan de kant om bij die nieuwe kassa te komen die hernieuwd open was gegaan. Het deerde haar, mijn heldin voor dit kleine verhaal, niet. Ze bleef maar vriendelijk. Die bonuskaart, de dame in de rolstoel die niet bij de pinautomaat kon komen, alles werd keurig netjes en snel uitgevoerd. Toen een kwartier later de aanvoer van klanten stokte zette zij alsnog haar ‘gesloten’ bordje neer en maakte aanstalten zelf vertraagd aan de lunch te gaan. Ik liep op haar toe. En maakte haar een compliment. ‘U bent wat je noemt klantvriendelijk en dat wil ik gewoon even gezegd hebben’. Ze accepteerde mijn compliment met blozende wangen en bedankte me voor mijn opmerkingszin. A.H. heeft daar in Weesp een pareltje in huis. Passend bij een supermarkt die zich prijstechnisch wat hoger profileert. Waar mensen ook meer geld uitgeven voor een zekere beleving. En zonder al die collega’s naast haar negatief te willen beoordelen, deze jongedame paste bij dat imago. Kwam van binnenuit, dat zag ik. En dat geeft mij als oude kwaliteits/communicatiecoach toch een beetje hoop. Rapportcijfer 9 voor die jongedame!


