Haar droomman…

Famous legendsLangzaam aan was ze aan hem gewend geraakt. Ook al kostte dat niet eens zo veel moeite. Hij was attent, humorvol, mooi, slank, was in haar geïnteresseerd, vond haar mooi, complimenteerde haar voor elke maaltijd, zelfs als die met een pizzakoerier werd bezorgd. Hij kon klussen als de beste, was een minnaar om van te zwijmelen, kon geweldig auto rijden, was lief voor haar en haar kinderen, sjouwde alle koffers als ze op vakantie ging en belde wel vijf keer per dag op om te vragen hoe het haar ging. Zijn mooie lijf en vooral brede schouders waren een lust voor haar om naar te kijken. Ze kon ook zo heerlijk weg zwijmelen bij het idee dat hij haar vanavond weer zou masseren. Als ze het hele huishouden had gedaan en de kinderen op bed lagen, kneedde en streelde hij haar pijnlijke spieren dan als een volwaardige masseur. Dat ze dan daarna de sterren uit de hemel vrijden was een logisch gevolg. Ze kon zo van hem genieten dat ze soms een halve dag in bed of op de bank kon liggen om aan hem te denken. Ze schreef hele verhalen in haar schriften die ze nog van vroeger had overgehouden en nu diende voor haar speciale en liefdevolle brieven aan hem. Ze noemde hem dan haar ‘droomman’, haar ‘super minnaar’ haar ‘maatje’. Als de kinderen uit school kwamen moest ze soms snel even redderen in huis om de boel aan kant of op gang te krijgen. Haar lijf hunkerde intussen naar zijn handen en kussen. Haar vriendinnen vroegen haar nog wel eens mee, maar meestal weigerde ze. Ze wilde bij hem zijn, in zijn gedachte, in zijn liefde voor haar. Hij was haar ideale man, haar droom, haar fantasie. Als ze dan in de spiegel keek en haar flanellen nachthemd optilde om naar zichzelf te kijken werd ze vaak heel triest. Haar droomman zou haar nooit zo zien, die zou haar zien als slank en begeerlijk, nooit moe of ziek. Net als hij dat nooit was. Hij was er altijd als ze hem nodig had. En met dit lome weer was dat iets vaker dan in de koude maanden van de winter. Als hij dan alle sneeuw had geruimd en verkleumd binnen kwam wist ze wel hoe ze hem op moest warmen. Zuchtend leunde ze achterover, op de bank, schoof de huispoes aan de kant en sliep met een glimlach op haar gezicht en de handen begraven in haar schoot in. Haar droomman zou zo wel komen……

Smerige katten…

Poezen maken de dienst uit in huize Pool - 2006 001Zo lang ik me kan herinneren leef ik al met en tussen de huisdieren. Niet van de vreemde of agrarische soort, ik schreef er al eens eerder een stukje over, nee gewoon honden, poezen wat tropische vissen of een verdwaalde parkiet. Allemaal in mijn jeugd meegemaakt en dan krijg je toch iets mee van….ik wil dat ook!  Nu zijn parkieten niet mijn ding en heb ik na een enkele ervaring met tropische vissen in een niet waterdicht aquarium in combinatie met de nodige ziekten dat stukje dierenleven al decennia geleden opgegeven. Het bleef bij diverse katten, poezen en een enkele hond. Dieren die me het leven aangenamer maakten, een huis tot thuis maakten en dat nog steeds doen. Net als wij mensen hebben ook die dieren bepaalde nadelen. De kattenbak is geen genoegen, al is het vrouwlief die zich daarmee het meeste bezighoudt. Dat zo’n diertje af en toe even zijn maaginhoud op tapijt of jouw schoenen deponeert mag ook in het vakje ‘onaangenaam’ worden opgenomen. En de schade die je hebt of krijgt als zo’n dier zijn plek in huis even duidelijk afbakent moet je incalculeren. Doe je dat niet wordt het geen gelukkige samenleving met die viervoeters en zijn beide partijen ongelukkig. Een hond, zo heb ik ervaren, moet gewoon minstens drie keer per dag naar buiten. Of het nu regent, waait, sneeuw of vriest dat het kraakt. Er uit moet je. Valt niet altijd mee.

OLYMPUS DIGITAL CAMERAJuist onlangs las ik een boek waarin levensvragen over allerlei verschillende facetten daarvan worden beantwoord. (Waarom je kat niet mee naar bed mag – Ellen de Visser – ISBN 978-90-351-3957-2) Zoals ‘is het verstandig de kat in bed toe te laten?’. Nou, dat antwoord viel me nogal tegen. Nee! De poes mag never-nooit in bed liggen, niet eens in de slaapkamer aanwezig zijn en je moet na elke aaibeurt je handen uitgebreid ontsmetten. Het verhaal daar achter zit hem in het feit dat poezen eigenlijk vol zitten met agressieve virussen en bacillen, dat ze hun huid likken met een tong die even daarvoor hun poep en plasinstrumenten hebben schoongemaakt en dat daardoor alleen al duizenden enge ziektekiemen jouw leven kunnen verzieken. Tja! Ik heb er nooit last van gehad, al moet ik zeggen dat de meeste poezen die wij hadden of nog bezitten (al zien poezen dat precies andersom..) meestal in hun eigen mandje of stoel de slaap met ons delen. Slechts de nieuwe Pixel is er een van de geborgenheid en die nestelt zich graag tegen ons aan als hij de kans krijgt. Om daarbij ineens uit te groeien tot een kat van twee meter en een gewicht dat een beetje fikse herdershond niet zou misstaan. De auteur van het boek waarover ik het heb, zou het een ware gruwel zijn.

WP_20140905_001Die wil ook dat je een hond buiten de deur in de kou neerlegt, en niet in huis. Allemaal omwille van de properheid. Al die enge haren en zo. Nu was onze Purdy indertijd gewend om beneden te blijven, hij durfde niet eens de trap op naar de slaapvertrekken, maar dat was dan toch nog in huis. Helemaal fout. Huisdieren horen daar niet, die moet je ver van je af houden. Vraag ik me direct af waarom je ze dan uberhaupt zou moeten willen hebben. Het is ook een beetje een knuffeldier toch? En vanavond, als we met boek en Smart op de bank zitten en beide poezen zich dicht tegen me aan nestelen voelt dat buitengewoon goed. Huis wordt er echt thuis door en dat we eigenlijk in dienst staan van die beesten, so be it! En wat die auteur betreft; die houdt volgens mij niet van dieren. Net echt althans. Want laten we wel zijn, ook mensen zijn verspreiders van de meest enge ziektekiemen en soms buitengewoon viezig in hun gedrag. Moet je daarom je partner uit bed mikken of de vriendenkring opschonen? Nee toch? Nou dan!