Mooie stem..

Mooie stem..

Dat gaat wellicht voor veel zangers of zangeressen op, maar als ik wel eens wat oudere nummers beluister kom ik er achter dat men pakweg een jaar of 50 geleden toch een heel andere interpretatie gaf aan het fenomeen mooi zingen dan tegenwoordig. Hedendaagse kwelers willen nog wel eens zingen met adlips wat naar mijn idee verbloemt dat men eigenlijk toch de nodige opleiding heeft gemist dan wel een gebrek aan talent bezit. Maar dit terzijde. Onlangs hoorde ik weer een zanger die ik mij uit de jeugd nog goed herinner. Dean Martin. Een man die in zijn hoogtijdagen niet alleen talloze albums vol zong, maar ook succesvol optrad in heel wat films. Hij was een vaste waarde in de zgn Rat Packs waartoe ook Sammy Davis Junior en Frank Sinatra behoorden, had zijn eigen tv-show, leverde komische scenes in films met Jerry Lewis en zo meer.

Hij had een mooie zalvende stem en stamde qua carriere uit het begin van de jaren vijftig. Martin werd geboren in Ohio, zijn ouders waren Italianen en zijn familie naam was derhalve Crocetti. Geboren in 1917 werd hij een mens van diverse beroepen en interesses voor hij in de showbusiness actief werd. Dat deed hij door als zanger op te treden in New York. Maar al snel bleek zijn naam toch een dingetje en werd die omgebouwd naar Dean Martin. Met Jerry Lewis vormde hij in de beginjaren van de carriere een komisch duo, maar dat komische talent van die lui moest wel wat worden aangescherpt.

Dat lukt uiteindelijk prima en de naam van beiden was gevestigd. Toen zij op enig moment besloten tot een scheiding geloofden velen dat Martin het alleen niet zou redden. Het tegendeel bleek waar. Hij ontwikkelde zich tot een grote naam in het Amerikaanse showwereldje. Zijn zangtalent werd erkend en zijn nummers door de loop der jaren terug ter vinden op diverse hitlijsten van toen. Zijn zogenaamde levensstijl werd wel een dingetje. Want hij was een roker en drinker en liet dat ook vaak zien op tv. Zingen met een peuk en glas in de hand was hem niet vreemd. Later bleek (volgens zijn erfgenamen) dat in die glazen appelsap te vinden was en geen alcohol. Rond begin jaren 70 werd zijn gezondheid wel een dingetje. Die ging slechter dan gewenst en dat zette ook een rem op zijn carriere. Doodzonde. Daarbij kwamen op enig moment verhalen in de media dat hij net als collega Frank Sinatra banden zou hebben met de maffia. Bewezen is dat nooit overigens. Dean Martin was drie keer getrouwd en had acht kinderen. Een daarvan, zijn zoon Dean Paul Martin Jr. kwam helaas bij een vliegtuigongeluk om het leven. Dat hielp Dean niet bij diens gezondheid. Uiteindelijk overleed hij zelf op 1e kerstdag 1997. Een emfyseem kostte hem zijn leven. Hij werd 78 jaar oud. Zijn muziek en zijn vele rollen in films blijven hem eren. Net als ik dat even deed….Everybody loves somebody sometimes….. (beelden: Internet)

Onbekende Fransoos; Bernard!

Onbekende Fransoos; Bernard!

De meeste van mijn lezers hier zullen wel wat Franse automerken kunnen opnoemen. Citroen, Peugeot, Renault wellicht, maar van Bernard zullen de meesten hier niet of nooit hebben gehoord. Verbazing wekt dat allerminst. Het Franse truckmerk startte haar activiteiten in het jaar 1923, net een eeuw geleden dus, en hield het vol tot 1967. In de tussenliggende jaren fabriceerde het lichte en zware trucks, kiepwagens, opleggers en zo meer.

Men produceerde in Frankrijk eigen 4-cilinder benzinemotoren, en nam later in licentie gemaakte Amerikaanse zescilinders op in haar productiemodellen. Ook buschassis werden gebouwd met een vrij lage instaphoogte wat de Bernard als bus deed aanspreken bij het toenmalige publiek. In 1932 had Bernard al een vijfversnellingsbak met overdrive, hydraulische remmen en een automatisch smeersysteem voor het chassis.

Dieselmotoren haalde men uit Engeland (Gardner) en men experimenteerde al met driecilinder motoren voor haar lichte bestelwagens. Die waren zuiniger maar werden toch nog geen succes. Toen de oorlog uitbrak was Bernard best succesvol met haar 6-12 tons trucks die men na de Bevrijding weer opnieuw op de band zette om zo snel omzet te kunnen draaien.

De busproductie werd intussen gestaakt, trucks met vier of zes wielen werden de norm. Jaar na jaar kwam Bernard met nieuwe ontwikkelingen, zoals aluminium chassis voor de trucks van het merk, waardoor gewicht werd bespaard. Dikke 12 cilinderblokken en later turbo-gedreven V8 diesels maakten het merk best bijzonder. Dat gold ook voor de vormgeving. Die was ‘typisch Frans’ en dat was mede de reden dat je het merk in onze streken vrijwel nooit tegenkwam.

In de bestuurderscabines werden ronde en stijlloze voorruiten aangebracht, en ook dubbele koplampen met heel bijzondere behuizingen. Alles design en modern. 10-versnellingsbakken kwamen ook in het leveringsprogramma. In 1963 echter werd Bernard overgenomen door het Amerikaanse truckmerk Mack. Daardoor kwamen er trucks op de markt onder de merknaam Mack-Bernard. Maar het grote succes bleef uit en als eerder genoemd, in 1967 was het over en afgelopen. Wat bleef was de herinnering. Waarover ik met liefde berichtte… (Beelden: Internet)

Vreemde bediening…

Vreemde bediening…

Elke keer wanneer we als familie even een gedenkmomentje beleven op de Amsterdamse begraafplaats waar oudere broer Rob zijn plek veel te vroeg moest innemen, lopen we even door naar een of andere horecagelegenheid om op zijn persoon bij leven te proosten. Met koffie of thee hoor, niks heftigs. Dit keer deden we dat bij het niet ver van de fraaie Oosterbegraafplaats gelegen bekende Grand Cafe/restaurant Frankendael aan de Middenweg in Amsterdam-Oost. Op zich weinig mis mee, normaal worden we daar met alle egards ontvangen, maar dit keer was dat merkbaar anders. Een kennelijk al wat langer meelopende ober ontving ons op een wat ‘bijzondere manier’. Legde omstandig uit waar we wel of niet mochten gaan zitten omdat een deel van zijn etablissement was gereserveerd voor een wat grotere groep. Maar we vonden toch een tafel aan het raam. Prima geregeld. De jassen waren nog niet uit of hij drong aan op het gebruik van de lunchkaart. Maar wij wilden eerst even wat drinken. Koffie en thee, daarna even kijken voor iets er bij. Hij slofte weg en maakte de drankjes klaar.

Nou ja, de koffie dan.. Toen hij die kwam brengen vroeg hij wat we in de lunchkaart hadden gevonden. Tja, twee keer tosti (met iets verschillends als beleg naar gelang de smaak van de dames) en een appelpunt met slagroom. Kwam die thee ook nog door? Zuchtend haalde hij de lunchkaarten weg en begon aan de thee. Die kwam er….dus even rust. Als ik op de man lette, ik kon het niet laten, zag ik een uitgeblust type in een werkbroek op gympies…. Hij was moe van dit vak, het was hem aan te zien. De tosti’s kwamen en bleken lekker, maar ja, die taart. Vergeten.. Na vragen alsnog. Bleek smakelijk. Net als de tweede ronde drinken…Die we alleen mochten bestellen ‘als we de mondjes hadden leeggegeten’…. Humor?

Het zal, maar voelde vooral bijzonder. Toen we onze gesprekken hadden afgerond (altijd goed om emoties even weg te werken..) stelde hij namens ons vast dat nog een rondje drinken niet goed was, want ‘ging maar klotsen’. Je weet soms niet wat je hoort… Intussen deed hij ook een van de aangekondigde gezelschappen. Man of tien, zelfde behandeling. Je moet maar durven. Wellicht zien sommigen er wel de humor van in hoor. Het was in ieder geval apart en dat vergeet je niet zo snel. En op de kwaliteit van het gebodene uiteindelijk niks aan te merken. Interieur van deze zaak een beetje oubollig, versleten zelfs, maar dat hoort bij de ambiance. Maar met dit soort wat versleten service kom ik niet veel hoger dan een 7-tje. En dat is echt niet nodig. Bij vorige bezoeken zat dat cijfer flink hoger. Apart is niet altijd fijn….(beelden: Internet/Frankendael)

Eeuwenoud gruwelwapen…

Eeuwenoud gruwelwapen…

Terwijl veel mensen vrij selectief te hoop lopen tegen o.a. Rusland of Israel om verschillende maar vaak wel overeenkomende redenen, wil ik het eens hebben over een wapen dat in vrijwel elk conflict wordt toegepast om de tegenstander en zeker de burgerbevolking totaal te ontregelen; verkrachting! Sinds de vroegste oudheid en tot op de dag van vandaag wordt dit door agressieve strijders van dominante partijen toegepast om met name die civiele bevolking te intimideren en te dehumaniseren.

Waarbij vaak etnische motieven een rol spelen, maar zeker ook de wetenschap dat vrouwen die er het slachtoffer van worden nadien nooit meer dezelfde wezens zullen worden van voor al die gruwelijkheden. Verkrachting dus, als onderdeel van psychologische oorlogsvoering, pure vernedering, uitingen van macht en als men niet krijgt wat men wil de aanloop tot weer andere gruwelijkheden. In de Balkanoorlogen werd dit middel met name toegepast omdat de daders wisten dat vrouwen die door deze schandalige activiteiten zwanger werden nooit meer in hun eigen kring zouden worden geaccepteerd.

De terroristen van IS deden dit ook met Jezidi-vrouwen en de aanval van Hamas in Israel op 7 oktober vorig jaar ging uit van hetzelfde barbaarse misbruik. De beelden zijn ons allemaal nog wel in de geest vastgezet. Zo bedrijf je de heftigste terreur. Sovjet-soldaten die in 1944/45 de Nazi’s terug naar huis verjoegen misdroegen zich als beesten ten opzichte van de Duitse vrouwen die ze tegen kwamen. Het was hun manier om wraak te nemen voor wat SS-ers in hun thuisland hadden uitgespookt. Intussen is verkrachting opgenomen als onderdeel van genocide praktijken al willen de internationale gerechtshoven nog wel eens verschillen van inzicht over wat nu echt verkrachting is.

Het binnendringen in een vrouwenlichaam (overigens overkomt het mannen ook, zo bleek uit verslagen van mannelijke krijgsgevangenen in Oekraine die door de Russen werden vastgezet) is al een misdrijf op zich. Waarbij dat binnendringen kan plaatsvinden op diverse plekken bij het lichaam van de onderworpene. Ook gedwongen prostitutie (waren de Jappen goed in tijdens WO2), zwangerschap, sterilisatie of abortus behoren tot de omschrijving van verkrachting. Net als seksuele verminking, marteling en zo meer.

Als het dus over genocide gaat spreken we niet alleen over het bombarderen van burgerdoelen (met welk idee ook), maar zeker ook over verkrachtingen. Dat de internationale gerechtshoven die dit zo benoemen tot deze invulling kwamen had weer te maken met de gruwelijkheden die een aantal jaren geleden plaatsvonden in Ruanda waar twee stammen elkaar zodanig te lijf gingen dat vele honderdduizenden slachtoffers vielen en vrouwen werden gezien als een soort oorlogsbuit. Is dit fenomeen nieuw trouwens? Nee hoor! De oude Grieken en Turken pasten dit al toe. Bij overwonnen volken nam men de vrouwen gewoon mee als buit en deden er mee wat men wilde. De Griekse soldaten vaak trots op hun nieuwe bezit, bij de Turken verdwenen veel vrouwen in de bekende harems van hoog geachte islamitische sultans. Maar uit naam van een of andere God werd er ook heel wat af verkracht. Door de eeuwen heen en met welke argumenten ook….. Toch werd er honderden jaren geleden al gepleit om dit gedrag uit te bannen. Zelfs met straffen voor de daders die er niet om logen. Maar voor veel van die daders was de vijand de vijand. Meedogenloos paste men elk middel toe om die vijand te onderdrukken en waar het kon uit te roeien. Iedere lezer kan zich wel een beeld vormen van waar, wanneer en wie met dit vreselijke fenomeen te maken kreeg. Of nog krijgt. Want er zijn overal conflicten in de wereld. Soms ook buiten beeld van de Nederlandse media. En reken maar dat ook daar misbruik wordt gemaakt van de gelegenheid. Gruwelijk, afgrijselijk, verwerpelijk, maar wel de realiteit. Kortom….laten we echt hopen dat we er hier niet mee te maken krijgen. Want de slachtoffers komen er nooit meer overheen…. (beelden: Internet)

De eerste….

De eerste….

..straaljager van onze Koninklijke Luchtmacht kwam uit Engeland. Hij heette de Meteor en was gebouwd door het toen nog bestaande bedrijf Gloster. Dat bouwde deze tweemotorige machine al tijdens WO2 en dankte haar ontwerp aan de ontwikkeling van de straalmotor die de Britten nog steeds toeschrijven aan Sir Frank Whittle. In Duitsland had men overigens intussen ook al een stel straaljagers in gebruik en die werden met wisselend succes gebruikt in de strijd tegen geallieerde bommenwerpers.

Dat toestel van Messerschmitt had ook twee motoren maar was anders van ontwerp dan het Britse toestel. De Meteor had rechte vleugels en de motorgondels maakten onderdeel uit van dat ontwerp. De piloot zet redelijk ver naar voren in de cockpit onder een plexiglazen kap, de bewapening van de machine voorin de neus.

De RAF was eerst nog wat terughoudend bij de eventuele bestelling van deze machines, maar toen Engeland door de Duitsers werd bestookt met V1 raketten die min of meer lukraak op een doel werden afgeschoten maar pas neerploften als de brandstof op was, had men voor de luchtverdediging vliegtuigen nodig die deze raketten qua snelheid konden aanpakken. Dat bleek de Meteor te kunnen.

De eerste Meteors hadden nog wat experimentele motoren, latere versies kregen de Rolls Royce Derwent in de vleugels die zorgden dat de best traditioneel ogende machines toch al tegen de 1000km/u snel konden vliegen. Opmerkelijk was ook dat de Britten exemplaren van de Meteor schonken aan de Amerikanen ‘voor studie-doeleinden’, iets waar ze later best spijt van kregen omdat de Amerikaanse vliegtuigindustrie daar best mee werd bediend. Hoe dan ook, de V1’s werden door de Meteor redelijk effectief bestreden en de steeds verbeterde versies kregen een aardige naam en faam bij de Britten.

Maar ook buiten het Engeland van toen was men onder de indruk en zo kon het gebeuren dat zowel Nederland als Belgie Meteor’s bestelden voor hun luchtverdediging. Een deel daarvan bij Fokker gebouwd en ingevlogen. Dat was voor veel militaire vliegers in onze landen best wennen. Omscholingscursussen waren dringend nodig, ondanks alles kregen beide luchtmachten te maken met aardig was crashes en incidenten. Toch kreeg men met deze straaljager een aardige strijdmacht op orde die paste bij de eerste jaren van de Koude Oorlog. In dat kader kreeg de Meteor ook een stevige tegenstander aan de Russische Mig’s 15 tijdens de Koreaanse Oorlog. Die Migs waren niet alleen sneller ( met dank aan door de Britten geleverde straalmotoren die de Russen snel kloonden..), ze hadden ook kanonnen aan boord waarmee ze de Meteor het leven goed zuur maakten. De ervaringen waren zodanig dat werd besloten om de Britse straaljagers voortaan alleen nog maar te benutten als jachtbommenwerpers en niet meer als echte straaljagers.

Die taken werden voortaan verricht door Amerikaanse jagers die wel waren opgewassen tegen de Migs. Hoe dan ook, de Meteor diende jarenlang bij onze Luchtmacht. Werd vervangen door de elegante en veel potentere Hawker Hunter. Enkele exemplaren bleven bewaard. De diverse musea in ons land hebben er vaak wel eentje staan ter bewondering of verbazing. Feit is dat deze machines onze defensie een hele stap vooruit deden zetten in slechts een paar jaar tijd. Ging men in 1940 de Duitsers nog te lijf in tweedekkers of vliegtuigen met vaste landingsgestellen, na dat conflict deden we mee met de grote landen. Omdat we nooit meer wilden worden overrompeld door een vijand. Gek genoeg is dat denken anno nu vrijwel weer helemaal verdwenen. Maar dat is een andere discussie…… (beelden: archief Yellowbird/internet)

Enthousiast….

Enthousiast….

Als ik denk aan sportverslaggevers zijn er wel een paar die ik graag hoorde. Zeker als een wedstrijd of sport spannend was van karakter dan wel gemaakt moest worden voor een wat groter publiek. Een van die lieden die zijn vak op dat punt meer dan goed verstond was Frans Henrichs. Een naam die wellicht anno 2024 weinig bellen meer doet rinkelen maar bij mij altijd zal worden verbonden met zaken als ijshockey of motorsport. Frans Henrichs wist zelfs van een saaie wedstrijd nog iets fraais te maken. De man was geboren in 1922 in het toenmalige Nederlands-Indie en kwam in 1949 na zijn ‘thuisreis’ terecht bij de Telegraaf als sportjournalist. Meteen daarop ook bij de radio en dat kon het medium wel gebruiken. Later werd hij chef-sport bij het Utrechts Nieuwsblad.

Toen de Televisie in ons land net was uitgevonden ging hij ook werken bij de NTS. Zeker op onderwerpen als zijn geliefde motorsport en ijshockey een man die alles wist van die werelden en er over kon vertellen als niemand anders. Ik heb hem meegemaakt als stadion-speaker in het Olympisch van Amsterdam tijdens speedway-wedstrijden. Een deel van zulke feesten kwam door zijn commentaren. Voor iedere individuele wedstrijd een persoonlijk verhaal en dat maakte de coureurs tot helden. Maar ook tot echt levende en aansprekende mensen. Zeker als die speedwayrijders met allerlei botbreuken opgenomen waren na een zware val en ze binnen een paar weken alweer op de motor zaten was dat voor Henrichs reden om zo’n figuur de hemel in te prijzen. Aan aanstellerij had hij een hekel. Vandaar zijn keuze voor echte mannensporten, watjes indertijd niet welkom.

Frans Henrichs bemoeide zich later ook met het in ons land in de kinderschoenen staande bobslee-avontuur. Maar ook rugby trok hem zeer en zijn verhalen daarover waren even enthousiast als die van de speedwayrijders. In 1987 werd een bokaal naar hem genoemd die wordt uitgereikt aan de meest enthousiaste of waardevolle ijshockeyspelers. En die lui waren daar maar wat trots mee. Zijn laatste jaren sleet Henrichs bij Eurosport. Helaas overleed hij al in 1999, een hartaanval velde hem. Als eerbetoon kreeg hij in Nieuwegein een straat naar zich genoemd. Meer dan terecht. Net als mijn blogverhaal over hem. Want dit was een leukerd. En mede dankzij hem was ik zo’n speedwayfan… (beelden: Internet)

Uitgebromd…

Uitgebromd…

En dit slaat zeker niet op mijn over het algemeen vrij vrolijke natuur of een neiging om op alles en iedereen te brommen of fitten. Nee hoor, heel letterlijk, ik ben uitgebromd. Was ooit wel een jonge maar heel enthousiaste brommerrijder. Immers, fietsen was op zich best aardig maar had ik in mijn jonge jaren voldoende gedaan. Daarbij was de sociale druk in onze vroegere woonstraat zodanig groot dat je wel mee moest met de rest van de leeftijdgenoten. En waar veel lieden van dezelfde leeftijd opgroeiden en de wens tot opvallen ook toen al sterk aanwezig bleek, was de doorgroei van een fiets naar een met een motor aangedreven ‘brommer’ logisch.

Opvallend, bromfiets rijden leerde je van je Pa of een vriendje die deze kunst al onder de knie had gekregen. Mijn eerste brommer, ik was net 16 jaar oud, kreeg ik nog cadeau van mijn leasepa. En die kende zijn Pappenheimers, hij had al twee total-loss fietsen bij mij meegemaakt en mijn vijf jaar oudere broer Rob had ook de nodige brommers aan gort gereden, dus een vijfdehands HMW werd mijn deel. Ik heb er al eens over geschreven in het verre verleden.

Ik leerde er mee op zo’n ding rijden, maar een succes was die vermoeide Duitse brommer niet. Een met hard werken te betalen tweedehands opvolger was een Locomotief met Sachsmotor. Een hele stap vooruit en ik kon met mijn toenmalige verkering(en) uit de voeten. Het was een werkpaard. Zijn opvolger toch meer een opvallend gestylede mini-motor van hetzelfde merk, drie versnellingen, klein stuur, grote tank. Ik heb er heel wat avonturen mee beleefd.

Veel ook in relatie tot de diverse andere hobby’s die het jongmens Meninggever er op na hield. Na nog veel langer sparen en hard werken (ja kom er maar eens om, maar zes dagen per week in het aanschijns van…) bestelde ik mij een splinternieuwe Puch. Met chroom, budyseat, verhoogd stuur en nog zo wat zaken. Toen hij werd afgeleverd regelde overbuurman en vriend Fred dat het uitlaatpotje werd doorgeslagen opdat het Oostenrijkse wonder op wielen de 65km/u aantikte. Dat reed uiterst plezierig.

En bleek ook voor mijn woon/werkverkeer van toen handig. De witte Puch deed wat hij moest doen. Tot mijn toenmalige chef de bureau op Schiphol vond dat ik wel toe was aan een ‘auto van de zaak’. Rijbewijs was intussen behaald (paste in de volgorde..) en dus mocht ik de VW Bus van het bedrijf voortaan meenemen, mits ik buiten kantooruren maar beschikbaar was voor spoedklussen… Dat kantoorwerk op Schiphol ging toen niet over lekker onderuit zitten. De klant had altijd gelijk en ging voor alles. Dus…. Intussen was de Puch alleen nog mijn vervoer in het weekend geworden. Busje bleef dan verplicht voor de deur, Puchje was voor de sociale contacten en sleet verder nog slechts door het poetsen. Op enig moment veranderde mijn sociale status. Een auto was onontbeerlijk en we gingen nu daarvoor aan de spaarslag. De Puch werd verkocht en het geld dat dit opleverde legden we bij die gedroomde nieuwe auto. Maar dat zou nog even duren. Intussen was ik uitgebromd. En zag je ook dat het fenomeen bij anderen steeds meer verdween. Intussen is de wereld veranderd. Men wil scooters, liefst elektrische. Maar die overgebleven brommers van toen, intussen een jaar of 60 oud, gaan voor (heel) veel geld van de hand. Bedenk maar eens dat je voor de prijs van een goede bromfiets van toen nu een aardige tweedehands auto kunt kopen. Het kan verkeren. Dit soort verhalen staan ook mooi beschreven in het boekje ‘Mijn broer die had er ook zo een’ door Jack Botermans en Wim van Grinsven uitgebracht door Terra Lannoo BV isbn nummer 978 90 5897 926 1. Gekocht bij een Kringloopwinkel voor een mooi prijsje. Echt een aanrader voor hen die deze periode hebben meegemaakt. Net als ik. Ik denk er nog wel eens aan terug. Maar verlangen is anders. Wie wel eens in de winters van toen op zo’n ding dwars door de wind een kilometer of 30 lang moest rijden weet dat fysiek afzien bepaald ook aanwezig was. En dat dan zelfs een VW Bus heel veel comfortabeler was, want kachel aan boord. Maar nostalgie moet je koesteren natuurlijk. En ik doe dat…bij deze…. (Beelden: archief)

De auto van pa….

De auto van pa….

In mijn lange ervaring binnen de automotive-branche en alles daar omheen is me wel duidelijk geworden dat hele generaties autobezitters/rijders zich vaak bij hun merkkeuze orienteerden op wat zij vroeger in hun jeugd thuis aan auto’s meemaakten. De autokeuze van ‘vader’ werd dan vaak 1 op 1 overgenomen. Wat leidde tot een grote merkentrouw in bepaalde families.

Men luisterde nog naar de oudere generaties en daar zijn sommige merken heel groot mee geworden. Zo was Opel ooit jarenlang nummer 1 qua marktaandeel in ons land. Opa, vader en zoon allemaal Opel-rijders. Veel auto voor je geld en dan die leuke vakanties die men zich zo goed herinnerde. Daar waar ‘pa’ een avontuurlijker mens bleek of bij toeval stuitte op een auto die beviel dan wel betaalbaar was zag je merken als Fiat voorbij komen of Citroen.

Mensen met een voorkeur voor het bijzondere gingen nog wel eens voor een Brits automerk en namen de ‘makkes’ daarbij mee als ‘dat hoort er bij..’. Er waren ook mensen die kozen voor degelijk, no-nonsens. Maar niet wilden rijden in een ‘dweil op de weg’, ook het imago van Opel. Dat volk koos dan voor Ford of Volkswagen. En bleef ook net zo merktrouw. Voor de directieleden van bedrijven waren er de grote Amerikanen, Mercedes en dergelijke. Niet meteen een familiemerk vaak, maar wel goed opgeslagen in de herinnering.

Bij ons thuis kwamen heel wat merken voorbij. Chevrolet, Studebaker, Ford, Hansa, Citroen, maar ook IFA (Oost-Duitse DKW), DKW en vooral Skoda. Vooroordelen (niets menselijk was ons vreemd) zorgden voor een totale afkeer van Italiaans en Frans spul. Ik kan me niet herinneren dat we daar ooit in zijn weggeweest. En de klap met de malle molen raakte ook mij toen ik zelf voor de keuze stond een nieuwe auto aan te schaffen.

Ik beschreef dat al eens een paar jaar terug in de hoofdstukken over ‘leven met de vliegende pijl’. Een Skoda werd mijn vervoermiddel en waar ik ze zelf kocht was en is dat nog altijd mijn favoriete merk. Zeker toen ik ze later in mijn leven zag bouwen wist ik, ‘dit zit goed’. Zakelijk kwamen er ook Subaru’s voorbij, Hyundai’s, Daihatsu’s, Oldsmobiles, Dacia’s, FSO’s en af en toe een grote Audi, VW, Renault of Rover. De acceptatie veranderde intussen en nieuwere generaties kijken heel anders aan tegen die vele automerken.

Men kijkt niet meer weg van Chinese wagens met een krankzinnig bedachte naam. Maar ja, lage aanschaf, bijtelling en natuurlijk elektrisch want moet van de baas… De mening van Pa of de rest van de familie telt nu minder. Opel staat niet meer in de top 10, het merk werd Frans net als Fiat of Alfa-Romeo. De merkwaarden van toen zijn verdwenen. Net als sommige merken die we indertijd koesterden. Ten onder gegaan of in handen gevallen van Chinese bedrijven.

Denk aan Saab (failliet) of Volvo (nu Chinees). Rolls Royce werd BMW en Bentley ging naar Volkswagen. Niets is meer wat het ooit was, maar het was voorheen lang zo gek nog niet qua indeling van de markt en haar merken. Je moet er nu zowat een studie voor volgen. En bedenken dat die nieuwe auto (of dure tweedehands) je kan brengen waarheen je wilt. Actieradius een groter ding dan vroeger. Maar toen was technische betrouwbaarheid iets vaker een dingetje. Kortom….er is veel veranderd. En Pa? Die kijkt vanaf een wolk toe, schudt zijn hoofd en bedenkt zich dat wat zoonlief nu weer oreert complete onzin is. Immers, alles is relatief…. Voor jou ook? (Beelden: Archief)

Dure kringlopen…

Dure kringlopen…

Wie mij al wat langer volgt weet dat ik wel houd van een bezoekje aan kringloopwinkels. En dat ik dat intussen vrijwel overal in Nederland deed of doe waardoor een zeker inzicht is ontstaan over hoe die zaken functioneren. Een jaar of 15 geleden waren veel van die winkels nog echt adressen voor tweedehands spullen die vaak voor een prikkie de deur uitgingen. De meeste winkels van dit type met een beoogd goed doel als onderliggende strategie.

Dat kan een extern doel zijn maar soms ook de eigen organisatie die werk geeft aan mensen met ‘een achterstand tot de arbeidsmarkt’. Alleen dat al maakt het fenomeen interessant maar zeker ook het feit dat door sommige mensen afgedankte spullen bij anderen goed van pas komen. Met name zij die een klein inkomen bezitten vinden vaak meubels, verlichting, kleding of wat ook bij deze winkels en dat lijkt mij een prima systeem. Wat ik ook constateer dat die kringlopers zorgen voor duidelijk veranderde rommelmarkten of bijvoorbeeld het aanbod van de handel die je kunt kopen op het Amsterdamse Waterlooplein.

Dat was ooit de bakermat voor dit soort spul. Maar die verkopers (en inkopers) daar kunnen veelal nauwelijks meer aan de handel komen en gaan over op typisch toeristenspul. De charme van die oude vlooienmarkt meteen verdwenen. Maar nu is er iets gaande wat mij als trouw bezoeker zorgen baart. In de afgelopen jaren zijn veel kringloopwinkels (of hun bovenliggende ketens) overgestapt op een andere formule. Ze gaan echte winkel spelen. Verbouwen de boel, zetten vitrines neer, gaan veilingen organiseren en pikken inspirerende prijzen op van het internet.

Ineens is de vraagprijs op Marktplaats voor wat dan ook de nieuwe norm in het kringloopgebeuren. Resultaat; de verkoopprijzen van veel spullen zijn te hoog. De charme van het zoeken bij dit soort winkels verdwijnt en de kans op een ‘schat’ voor weinig, toch ook een beetje de lol, verdwijnt. Men haalt vaak ‘experts’ in huis die de waarde taxeren met een natte vinger en basiskennis van de te bekijken zaken. Ik heb al heel wat van die winkels zien veranderen. Ik zoek natuurlijk heel specifiek en merk aan den lijve dat wat ik wil vinden nu te koop staat voor prijzen waar je elders, neem de Action of Ikea, nieuwe spullen voor naar je toe haalt. Geldt ook voor boeken. Als je de enorme voorraad boeken ziet die men gratis binnen krijgt, snap je niet dat men die handel in de winkels neerlegt voor prijzen waar De Slegte zich niet voor zou schamen. Is dat de bedoeling? Vast niet. Want onze vaste adresjes laten zien dat men vaak lang met de spullen blijft zitten en op enig moment met fikse kortingen moet proberen van de overtallige zaken af te komen. Dat kan de bedoeling niet zijn. Veel adressen slaan wij tegenwoordig zelfs over. Prachtig uitgedost, aardig personeel nog steeds, maar compleet de weg kwijt qua prijzen. En ik wil niet alles in vitrines kunnen of hoeven bekijken. Bakken met leuke zaken die ik bijna moet omkeren zijn veel leuker. Maar ik vrees dat die gouden tijden niet meer terug zullen keren. De nieuwe managers die ook in de kringloopwereld veilingmeester spelen zullen dat voorkomen. En dat doet mij als liefhebber (..) best verdriet….. (afbeeldingen: archief)(Bij toeval zond RTL onlangs ook een item uit over die duurdere KLWs. Maar toen was mijn verhaal al geschreven….)

Hel..

Hel..

Voor hen die diep geloven is er de zekerheid dat zij na de dood op hun daden bij leven worden beoordeeld en dan ingedeeld bij reizigers naar ‘boven’ of ‘beneden’. Beneden in dit geval de Hel waar een eeuwig vuur brandt en assistenten van de Duivel hen zullen kwellen en folteren voor hun daden in dat leven van voorheen. Dat je zo nette mensen kreeg die de kerk goedgezind waren en de Bijbelinhoud volg(d)en lijkt logisch. Immers niemand wil dat meemaken, nu of in de toekomst.

Maar wenst dat ook niet voor hen die de mens lief is. Voor hen die niet geloven is de Hel meestal iets wat ze in het dagelijks leven ontmoeten of meemaken. Een ernstige ziekte kan helse ellende en pijn veroorzaken, net als criminaliteit, oorlog of terreur. We zien dat laatste momenteel op diverse plekken in de wereld voorbij komen en snappen maar nauwelijks hoe het moet zijn om dat aan den lijve te ondervinden. De slachtoffers des te meer. De Hel op Aarde gaat voor hen zeker op. Hoe triest ook.

De gruwelijkheden van wat men soms meemaakt maken dat ook een verder leven bestaat uit kwelling en foltering. En terwijl wij druk zijn met ons eigen leven, ons inkomen, wat we gaan eten vanavond of waar de vakantie heen zal gaan, sommige mensen hebben helemaal niks, zelfs geen eten voor hun kinderen, en maken die Hel soms jarenlang dagelijks mee. En bepaald niet altijd door eigen schuld. Je hebt mensen die nul komma nada invloed hebben op de loop van hun leven. Je zult maar in een land wonen met corrupte bestuurders die jouw oogst zien als de hunne, jouw vee als hun avondmaal, jouw vrouw als hun bezit. Waar marteling hoort bij het dagelijks rantsoen, maar eten niet.

En echt, voldoende volksstammen leven onder een dergelijk juk. Niet benoemd door mensen die hier voor het minste of geringste op de Dam staan te gillen of bij Den Haag en Amsterdam snelwegen blokkeren. Namaaksocialisten die niet kunnen denken vanuit een kapitalistisch en democratisch scenario. Echte ellende, ze kennen het niet en maken zich niet druk om die vrouw die haar kinderen van honger ziet sterven. Of weet dat zij zelf aan Aids zal overlijden omdat niemand zich druk maakt om haar lot, zeker de man niet die haar die ziekte doorgaf. De Hel is er dus in vele verschijningsvormen. En komt eerder dan op dat moment van overlijden. Veel mensen maken die ruim daarvoor al door. Onbegrepen, ongehoord, ongezien. En dat vind ik dan weer onbegrijpelijk….en tegelijk schandelijk. (beelden: archief)