Last of lust?

Last of lust?

In de recente periode kwam ik in aanraking met lieve en gewaardeerde nabestaanden van hen die ik goed kende en uiteraard nog steeds in het hart draag. Overeenkomst bij die mensen was dat de overledenen verwoede verzamelaars waren en na hun verscheiden een meer dan stevige nalatenschap overlieten aan hun geliefden. Nu is dat geen probleem als die erfenis zou bestaan uit pakken geld of broodjes goud. Maar het ging om best omvangrijke gevolgen van een soms uit de hand gelopen handel of hobby. Al dan niet goed gedocumenteerd, maar indrukwekkend van omvang en inhoud. Vaak was de gene die nu het beheer kreeg over die collectie(s) niet op de hoogte van omvang of inhoud. Men weet werkelijk niet wat iets waard is of waar je dat spul nog dan kwijt kunt.

Soms is een veilinghuis een optie, dan weer een museum. In dat laatste geval is het wel goed om vooraf even een inventarisatie te maken van wat wel of niet museaal is. Daarbij wil je de erfenis ook niet zien eindigen in een of andere anonieme opslagloods waar men na enige tijd een keertje gaat kijken wat er zoal staat om dan te ontdekken dat men niet meer weet van wie het allemaal afkomstig was of is. De container is dan de volgende stap. Soms zijn er wel nabestaanden die snappen dat iets ‘handel’ is en gaat de verkoop in delen via Marktplaats of zo en valt de vaak in vele jaren bijeen gehaalde unieke collectie uit elkaar.

Nieuwe tijden dito kansen, maar het besmeurt die nagedachtenis toch wel iets. Ik mag me in een enkel geval met die afwikkeling bemoeien. Stel er ook verlangens voor op richting de ontvangende partij. Vind dat recht moet worden gedaan aan de donateurs ook al maken die dat zelf niet meer mee. Iemand is pas echt verdwenen als hij ook vergeten wordt en zo’n collectie is nu net de dam om dat te voorkomen. Nu is het wel zo dat ik bij mijn assistentie-werkzaamheden ook leer.

Ook bij mij is de verzameling qua inhoud en omvang vast museaal genoeg om later te bewaren en te bewaken op een goede plek. Ik deed wel iets aan adviezen rond wie, wat en waar mocht ik niet meer in staat zijn mijn mening zelfstandig te schrijven omdat ik mij wellicht naast poortwachter Petrus bevindt. Maar dat is nog niet voldoende om het juiste spoor goed uit te zetten. Dus pak ook ik al een tijdje onderdelen in. Maakt het voor veilingen handiger om niet in bulk maar delen de boel om te zetten in geld en musea om alles goed te ordenen. In dit kader las ik onlangs ook een noodoproep van een medeverzamelaar die enorm geniet van het maken van bijzondere creaties. Zijn medische conditie is slecht, hij ondergaat allerlei heftige ingrepen, begint het geloof te verliezen dat ‘het allemaal wel goed komt’ en vraagt dan aan medeverzamelaars om hem evt. te helpen na zijn verscheiden de boel respectvol ‘op te ruimen’…. Ik vond dat zelf ijzingwekkend en confronterend tegelijk. Zal je gebeuren… Een ding is zeker, bij veel echte verzamelaars rollen de verschillende erfgenamen vaak over de vloer van het leeg te maken huis als er vooraf niets is geregeld. Tegenwoordig is er dan ook nog de veranderde erfbelasting die er voor kan zorgen dat zij die uberhaupt iets ervan krijgen ook nog eens fiks met de belastingdienst mogen afrekenen. Kortom, er valt veel te regelen vooraf. Liefst vastgelegd, duidelijk en vrij van discussies. En anders helpt niet anders dan alles zelf vooraf de deur uit mikken. Maar of dat nu past bij de echte verzamelaars? In 99 van de 100 gevallen juist niet. Het genieten van…speelt vaak een belangrijker rol dan het denken aan later…. En? Zelf alles al weggedaan en woon je nu in een kaal huis achter de geraniums?? Of hou je de hobby’s in ere en de verzamelingen keurig gerangschikt op hun plekje? Net zoals ik??? Ben benieuwd…. (beelden: Prive/archief)

Ook bij ons bekend; Crossley!

Ook bij ons bekend; Crossley!

Toen de Tweede Wereldoorlog was afgelopen zat ons land vrijwel compleet zonder openbaar vervoer op de weg. De Duitse bezetter had geplunderd en geroofd zodat bijvoorbeeld de meeste vervoerbedrijven zonder bussen zaten. En die waren essentieel om ons volk weer mobiel te krijgen na die vijf jaren van grote ontberingen. Met dank aan het Marshall-plan en het inzicht van de toenmalige directie bij de NS zocht en vond men een oplossing in het Verenigd Koninkrijk bij fabrikant Crossley waar men een serie van 1000 bussen (chassis/aandrijving) kocht die bij de scheepswerf van De Schelde in Vlissingen werden gebouwd naar Nederlandse specificaties.

Deze bussen (veelal groen van kleur) werden uitgeleverd aan de toenmalige buurtvervoerbedrijven en zouden al snel (en relatief lang) een bekend gezicht zijn op onze wegen. Die Crossley’s hadden een 140pk dieselmotor met overdrive en vijfversnellingsbak en men leverde zelfs gelede versies van deze bussen waarin je tot 80 passagiers kon meenemen. Ik herinner me de bussen van dit type nog goed, ze reden jarenlang voor de NBM (Nederlandsche Buurtvervoer Maatschappij) die haar centrale busstation aan de hoofdstedelijke Wibautstraat had ingericht, net achter de Amstel Brouwerij. Ook bij het hier al eens beschreven busbedrijf Maarse en Kroon uit Aalsmeer kwamen wat verdwaalde Crossley’s in gebruik. Uberhaupt waren Britse bussen toen ‘in’ bij ons Nederlanders.

Made in Britain stelde in die jaren nog wel iets voor. Crossley als merk stamde al uit 1923 en men leverde in dat tijdperk van haar geschiedenis allerlei vervoermiddelen die in het hele Gemenebest aftrek vonden. In 1930 leverde men zo de eerste dubbeldekkerbussen af met een dieselmotor. Men was hiermee de eerste bussenbouwer in het Britse Rijk. Tussen alle AEC’s, Daimlers, en Bristols waren die Crossley’s ook actief al werden ze vaak veel minder bekend bij de gebruiker of zelfs liefhebber. Was men voor WO2 nog actief als truckbouwer, na de oorlog was dat over en uit. Men concentreerde zich volledig op de autobus-fabricage en werd daar ook zeker goed in. In 1948 werd het bedrijf overgenomen binnen de zgn. Associated Commercial Vehicles Group en werden echte Crossley’s nog gebouwd tot en met 1951. In 1956 verlieten de laatste bussen van Crossley de fabriekshallen in Stockport. Dat waren overigens gewoon AEC’s. Crossley bestond niet meer….(Beelden: archief/internet)

De lof der naaktheid…

De lof der naaktheid…

Al eens eerder berichtte ik hier over het feit dat alleen al in ons land ruim 2,5 miljoen mensen regelmatig tot vaak naakt in de rondte stappen. Het bloot zijn niet zien als iets wat zondig is of andere mensen kwetst maar gewoon accepteren dat naaktheid hoort bij het mens zijn en het volledig bedekken van een lijf niet. Tuurlijk als deze cijfers (bron: http://www.blootgewoon.nl) kloppen lopen 15.5 miljoen mensen nooit bloot in de rondte maar deze berekening kan dan ook worden toegepast op bepaalde andere culturele stromingen die hardnekkig hun wensen en verlangens dan wel uitingen bij een meerderheid van geloof of cultuur er door willen drukken en dan over die getallen van de meerderheid niet willen praten. De blootgenieters zijn veelal bescheidener van aard.

Die vinden niet dat er speciale blootruimten moeten komen waar zij op het werk even kunnen gaan zitten mediteren, of die vinden dat zij op het werk gewoon bloot moeten kunnen functioneren. In de Tweede Kamer komt je geen bloterikken tegen want dat loopt de linkse of rechtse natie te hoop. Het afkeuren van bloot is overigens een historisch en geloofs/cultureel ding. Immers, die oude Eva, de oermoeder aller volkeren (ik beschreef al eens eerder hoe zij bijdroeg aan de verspreiding van haar familie over de Aarde van toen..) was ooit naakt en liet zich door een slang inpakken. Als onderdeel van de toorn Gods moest zij toen gekleed het Paradijs uit.

Dat zit nog steeds diep bij die culturen die zich baseren op al die oude boeken zonder plaatjes. Maar in feite is een wereld zonder naaktheid ondenkbaar. Ik weet niet wie van jullie volledig gekleed naar bed gaan, inclusief puntmuts, bedsokken en zo meer, maar dat is niet meer van deze tijd en ook nog eens ongezond. Mensen die de hele dag hun lijf inpakken en buiten de zon blijven (ik pleit ook niet om daar de hele dag met je blote lijf in te gaan liggen hoor…) lijden onder een vitamine D gebrek. Mensen die als naturist door het leven gaan leven vaak relaxter en langer.

Daarbij missen zij een stukje schaamte en accepteren andere mensen veel sneller als onderdeel van ons aller natuurlijke mensheid. Waar anderen toch vooral kijken naar af/herkomst of de gedragen kleding als uitingsvorm. En die verbergen van alles onder die verhullingen omdat ze bang zijn de confrontatie met andere blote lijven niet aan te kunnen. OK, mooie jonge lijven, hoe aantrekkelijk ook kunnen confronterend zijn als je zelf niet als filmster bent geboren, maar verder is ons menselijke ras op vrijwel alle vlakken gelijkwaardig aan elkaar. En is maar op een manier te duiden, mannen en vrouwen die zorgen voor nageslacht en daarna met elkaar verder gaan in goede harmonie. Mij gaat het niet om jullie allemaal uit te kleden hoor, verre van dat. Maar bedenk maar eens hoe ver jij zelf bent afgedreven van die naakte ‘ik’ die je ooit was. Kon je er van genieten toen je nog jong was of doe je dat nog nu je maling hebt aan anderen? Ik ben benieuwd. Zelf vond ik het ooit confronterend om in de sauna met allerlei mensen die ik vooral zakelijk kende te vertoeven. Later werd het heel normaal en steeg het respect en daalden de drempels. Maar het is vooral ook een stelling om duidelijk te maken dat wij volledige aankleding (van vooral vrouwen) wel met respect willen behandelen maar ontkleding niet, terwijl het aantal blote mensen dus jaarlijks toeneemt. Is dat dan toch een kwestie van fatsoensnormen die ons meer liggen dan die minderheid die niets claimt maar gewoon geniet?? Ik ben benieuwd of jullie anno 2024 qua mening zijn veranderd op dit punt…. (Beelden: Archief)

Kinder-reclame…

Kinder-reclame…

Zowel als gemiddelde consument als professional in het wezen der communicatie door de jaren heen zijn er voor mij persoonlijk anno 2024 de nodige ergernissen die ik graag langs deze weg met ‘de lezer(es) dezer blog’ wil delen. Reclame is bedoeld om ons allen te bewegen een product of dienst aan te schaffen of in het hart te sluiten. De marketingmix zoals dat heet moet aansluiten op de lijstjes met wensen van de consument of groepen daarvan. Bij zowel radio- als tv-reclame vallen mij momenteel diverse trends op. Allereerst dat ons leven volgens de reclamefilmmakers voor het overgrote deel lijkt te bestaan uit gekleurde mensen die de plek in namen van de vroegere blonde types met blauwe ogen om het maar eens te chargeren.

Niks mis met die keuze, maar het is net zo min stereotiep voor onze samenleving als het feit dat elke jonge moeder het figuur van Barbie zou hebben of elke vader een tatoeage. Daarnaast hoor ik vaak kinderstemmen bij redelijk volwassen onderwerpen. Alsof kinderen zouden bepalen wanneer we een ‘last minute’ reis boeken naar Griekenland of zouden weten wat de vierkantswortel in het kwadraat is bij de keuze voor een bepaald telefoonnet. Kletspraat. En over dat praten gesproken, als je sommige vrouwen hoort inspreken bij spotjes lijkt het wel of die allemaal een hoge piepstem moeten hebben om hun jeugd te doen uitstralen dan wel niet te willen weten dat een beetje intelligente vrouw vaak juist beheerst praat over onderwerpen en niet hysterisch.

Ten derde zijn daar die bedrijven of instellingen die zich op de borst slaan omdat zij zo ‘milieuvriendelijk’ of ‘klimaatneutraal’ producten en diensten kunnen aanbieden. Ik krijg er vaak kromme tenen van. Onderzoek toont aan dat de doelgroepen die daar mee bezig zijn vanzelf al geen gebruik maken van die bedrijven of organisaties en de gemiddelde burger helemaal niet bewust actief is met al dat gesnor. Men wil gewoon goede waar voor het geld dat men te besteden heeft, de juiste prijs/kwaliteitsverhouding dus en geen claims die nergens over gaan. Wil je graag politiek correct overkomen, de milieu-ridder uithangen of op termijn het klimaat redden zet dat in een folder of op je briefpapier, maar doe dat niet in een reclame-uiting. Immers we worden al overspoeld met groene en linkse propaganda, claims, processen en zo meer, de drammers blokkeren de straten en pleinen van dit land omwille van door hen aangehangen semi-religie, dus laat het bedrijfsleven zich daar verre van houden.

Kijk als energie-organisatie claimen dat je zo groen bent lijkt leuk, maar is een leugen. Windmolens op zee zorgen voor enorme verstoring van de biodiversiteit, de wieken slachten trekvogels af, en het bouwen van die dingen vraagt zoveel van de onderwaterpopulatie dat je geen enkele claim op milieugebied meer kunt verantwoorden. Kortom…..ik heb besloten om de bedrijven die zich bezig houden met deze valse voorwendselen te boycotten. Ik wil gewoon leuke reclame zien of horen met daarin de duidelijke boodschap dat ik dit of dat product (of dienst) tegen een betaalbare prijs kan vinden bij….Reclame is daarvoor bedoeld. Niet om maatschappelijke of politieke statements te maken. Niets is alleen maar goed of positief. Dat is een les die ik al snel leerde in mijn werk, opleiding en ervaring. Wat dat betreft is niets menselijks een bedrijf of organisatie vreemd. Trap er echter niet in mensen….gebruik je verstand en kijk om je heen. Wat je daar niet ziet is ook in het voorgeschotelde reclamespotje geen weergave van het echte leven. Reclame kan je lekker maken, maar hoeft dat niet te doen. Dus geen kinderen meer, geen overdreven veel gekleurde mensen (als het niet relevant is), geen piepstemmen en geen politiek ingestoken claims graag. Dan wordt het vak weer een stuk leuker en de klant weet je meteen te vinden. Ik dank u…. (Beelden: Archief)

Langzaam maar zeker…

Langzaam maar zeker…

Toen ik het in de beschrijving rond de meidagen van 1940 had over het karige van de uitrusting die onze krijgsmacht ten deel was gevallen vanuit de toenmalige overheid, deed ik dat in relatie tot de overmacht van de Duitsers. Maar ook daar was niet alles rozengeur en maneschijn. Had de Nazi-leiding vooral aandacht gehad voor aanvalswapens als bommenwerpers en tanks, fraaie uniformen en goede geweren en kanonnen, op het gebied van de luchttransportvloot liep men achter de feiten aan. De hele vloot vliegtuigen die o.a. bedoeld was voor haar paratroepen bestond uit zeer langzame maar zeker ook degelijke driemotorige Junkers Ju-52-3m machines waarvan de ontwikkeling al dateerde uit 1930.

Opvallend genoeg vlogen deze machines als verkeersvliegtuig maar ook als bommenwerper voor men er een parakist van maakte. Dat hield in dat je er naast de eigen bemanning nog 18 mensen in volle uitrusting mee kon afzetten boven vooraf bepaalde doelen. Met een maximale snelheid van net 240km/u was dit een erg langzaam toestel maar het kon wel opereren vanaf of naar vliegvelden met zeer beperkte voorzieningen.

Dat vond men bij de Luftwaffe van toen belangrijker dan snelheid. Een fatale vergissing. Toch werden er uiteindelijk 3.500 exemplaren van gebouwd. En die bleven in dienst tot het einde van WO2 bij de Duitsers maar nog wat langer bij de Britten, Fransen en Tsjechen die deels deze Junkers toestellen in licentie bleven bouwen. Bij de bevoorrading van Duitse troepen in winters Rusland speelden die ‘Tante Ju’s’ ook een belangrijke rol. Met ware heldenmoed vlogen de piloten er mee naar Stalingrad om daar goederen, munitie, voedsel en mensen te brengen voor de ingesloten troepen daar.

Men liet dan de motoren vaak lopen om te voorkomen dat ze zouden vastvriezen. Dus het was een betrouwbaar toestel. Maar die lage snelheid en een beperkt laadvermogen maakten ook duidelijk dat deze kisten vaak niet konden voldoen aan de aan de machine gestelde eisen. Met name bij de aanval op Nederland en Belgie in mei 1940 verloren de Duitsers veel Ju-52’s. De weerstand van de Nederlanders en Belgen was groter dan verwacht, daarbij gooiden de Britten nog wat bommen op al gelande Duitse transportkisten en die raakten zodanig beschadigd dat opstijgen er niet meer bij was. En zo verloren de Duitsers 200 van hun 400 ingezette Junkers transportkisten aan vijandelijke acties. 50% verlies was in die periode van de oorlog serieus. En lastig te vervangen. Ook al zette men civiele machines in om de verliezen aan te vullen, de kwetsbaarheid van de Junkers machines was wel duidelijk. Alleen bleef men er in Berlijn blind voor. En vlogen die oude machines aan het einde van de oorlog dus nog steeds in zware omstandigheden door. Opvallend was dat deze transportkisten een geribbelde romp kenden wat een zekere sterkte van de constructie beloofde. Junkers had dit voor de oorlog als specialiteit op al haar ontwerpen toegepast. Anders dan bij de Amerikaanse C-47 Dakota’s kwamen er maar heel weinig Junkers Ju-52’s na de oorlog in gebruik als civiel verkeersvliegtuig. En ook het aantal museale toestellen is beperkt. Toen een paar jaar terug een klassieker Ju-52 verongelukte trok men het bewijs van luchtwaardigheid in en staakte men de operaties met deze klassiekers. Maar in musea over de hele wereld zijn er wel nog wat te vinden. En dat is maar goed ook. Want je hoort te weten waar het goed en fout ging bij de toenmalige Duitse leiding op dit gebied. De plaatjes vertellen het verdere verhaal…… (Beelden: Archief/Yellowbird/LPAC)

Luchtzak….

Luchtzak….

Ik heb intussen heel wat (honderden) uren gevlogen en bij die ervaring meegemaakt dat een vliegtuig net zulke bewegingen kan maken als een auto op een weg vol viaducten, verkeersdrempels, rotondes of diepe kuilen. Lucht is nu eenmaal niet van de compacte soort en er staat op enige hoogte ook altijd wind. Die zijn van invloed op de tocht van zo’n metalen vogel. In 95% van de gevallen verlopen die vluchten zo rustig alsof je eigenlijk op de grond staat, maar in 5% kom je in luchtlagen of buien terecht waardoor jouw tocht door het zwerk ietsjes onrustiger verloopt. Ik vloog zelf in de achter ons liggende vliegjaren door storm, onweer, zijwind of wat ook en dan gaat zo’n toestel nog wel wat meer heen en weer of op en neer.

Zo is er de route over bergketens als de Alpen die nog wel eens wat onrust aan boord kunnen geven. Diverse malen meegemaakt. Door de wind die tegen die bergen aan beukt komen daar luchtwervelingen voor die ook zelfs op grotere hoogten zorgen voor onrust en derhalve op en neer gaande beweging van de vliegende machine waarin wij worden vervoerd. Zoals een schip op zee bij windkracht 5 of een trein die met hogere snelheden over een oneffen deel van de baan rijdt. Op een van mijn eerste vluchten naar een Italiaanse bestemming aan boord van een DC-9 van Alitalia maakte ik voor het eerst kennis met dat rollercoaster-effect. De lichtjes voor ‘riemen vast’ werden aangedaan vanuit de cockpit omdat men die turbulentie verwachtte. Wij als nog wat jeugdige passagiers deden dat, maar intussen was ook de lunch (toen nog wel) op het tafeltje voor ons geserveerd door de prachtige en ook aardige Italiaanse stewardessen. Inclusief een glaasje jus. Gek genoeg hadden wat Japanse passagiers om ons heen de riemen los en die hingen soms scheef uit hun stoelen om met elkaar te conserveren. Op enig moment sloegen de Alpen toe.

Bij het Mont Blanc massief zakte de DC-9 een meter of vijftig naar beneden om direct daarna weer omhoog te gaan alsof een reuzenhand de kist in zijn greep had. Onze jus maakte een sprong uit het plastic glaasje en kwam uiteraard naast die oerverpakking op het tafeltje (en broek) terecht. De lunch bleef gelukkig op zijn plek, maar de Japanners niet. Die lagen verkreukeld over elkaar heen, inclusief al die trays met eten en drinken. Gegil was het gevolg. Maar dat werd door de bemanning opgelost. Men bracht doekjes, hielp de gevallen passagiers overeind en maakte ook meteen duidelijk dat ze zich in de riemen moesten vastgorden. Zelf hielden de dames zich staande door zich soms aan stoelen vast te houden. Want de tocht kende meer hobbels. Ik at al vegend aan mijn broek mijn lunch op. Na de landing even de donkere kleding schoonmaken nog en gek genoeg zag je er nog maar weinig van. Maar ik was een ervaring rijker. Altijd doen wat de captain zegt. Het verbaast me dus dat er zo vaak iets mis gaan aan boord van die vliegtuigen bij zwaar weer of zo. Dan blijkt dat de helft van de passagiers geen riemen vast doet omdat men dit zo restrictief vindt aanvoelen. Nou dat zal wel, maar ik heb die dingen gewoon altijd vastgemaakt. Met al die klimaatveranderingen die door links worden voorspeld weet je maar nooit. En dan neem ik graag het zekere voor het onzekere. Maar dat doe ik zonder die retoriek ook in de auto, en op schepen vertoon ik me uberhaupt niet. Of er moet een plek in de reddingsboot zijn inclusief zwemvest dat ik op voorhand al om doe dan… Zelf wel eens meegemaakt lieve lezers/essen dat je op en neer ging in een of ander vervoermiddel? Ben benieuwd naar de verhalen…. (Beelden: Archief – illustratief)

Straatvechter…

Straatvechter…

Volgens een van mijn vroegere ‘chefs’ was ik in die paar jaren dat ik met hem werkte, een ‘Amsterdamse straatvechter’ en daardoor nergens bang voor en sloeg ik me met veel bluf dwars door zakelijke uitdagingen die andere mensen uit de weg zouden gaan. Hij zelf was afkomstig uit een of ander boerengehucht en had niet veel op met onze grote stad. De hoofdstad (maar ook Rotterdam of Den Haag) waren voor hem oorden waar je als provinciaals mens niet wilde komen en hij verdwaalde ook steevast als hij dat al een keer deed. De bewoners van die steden waren volgens hem ook uit hetzelfde hout gesneden. Gek genoeg, ik heb daar zelden last van, was de herhaling van die uitdrukking bij vrijwel elke gelegenheid reden om er soms zelf nog eens goed over na te denken.

Ik ben zeker wat je noemt een selfmade-man. In de jeugd vaak de juiste keuzes gemaakt, flink gestudeerd, hard werken bij diverse bedrijven uit allerlei branches, en zo relatief snel carriere gemaakt. Talen leerde ik in de praktijk beheersen. Maakte van nadelen een voordeel en was zeker niet op het mondje gevallen. Dat bracht me wel eens in de problemen, maar die zijn vrijwel altijd op te lossen. Maar een ding is zeker, ik sta voor wat ik zeg en wie mij goed behandelt(de) heeft of had een meer dan loyale gast aan die Amsterdammer. Heeft dat iets van doen met vroeger? Ja zeker. In de straten van Amsterdam-Zuid waar ik opgroeide was het aantal lieden van mijn leeftijd indertijd relatief groot. Je had er zelfs nog een verdeling tussen katholiek en protestant, arm en rijk (nou ja welvarend..), er speelden oude vetes uit de Oorlog een rol en de eerste immigranten (Chinezen) kwamen toen ook al in de straat wonen.

Er waren veel (mkb)bedrijven te vinden met hun eigen dynamiek. De weg naar school was zeer goed beloopbaar. Maar als keurig katholiek kind moest ik dan wel elke dag langs een huis waar protestanten woonden die meenden dat de straat hen toebehoorde. Althans het deel waar zij hun oud-ijzerhandel runden. Diverse keren renden die kinderen uit dat gezin naar buiten als dolle honden zodra wij er langs liepen. En een van hen had de neiging zich sterk op mij te richten. En dan lag ik weer over straat te rollen…voor niks. Dat werd ik op enig moment zat. En nam op een middag uit de grote tuin van de katholieke kathedraal naast onze school een stuk steen mee. Toen de agressieve broeder uit dat gezin weer op me afkwam en me greep ramde ik die steen tegen zijn neus. Kermend ging hij af. Nooit meer last gehad van dat spul. Maakt je dat tot een straatvechter? In letterlijke zin wellicht, maar verder houd ik niet zo van dat geknok. Een scherpe tong en stevige mening helpt meer. Ook in het zakendoen. Maar verder best een aimabel mens hoor. En die chef? Ach, die haalde naar mijn idee zelf vaak de verkeerde mensen naar voren op functies die hen pasten maar de zaak in mijn ogen niet vooruit hielpen. Lang geleden alweer, vergeven intussen. Maar niet vergeten….(beelden: archief)

Overstapjes….

Overstapjes….

Zodra ik ergens een boek vindt over het tramvervoer in Amsterdam ben ik al snel overstag om dit aan te schaffen en meteen te lezen. Een plank of twee in mijn overvolle bieb inmiddels ingericht met allerlei lectuur over dat onderwerp. Vaak technisch van aard, tramtypes, geschiedenis, inrichting lijnen, maar soms ook vanwege de uiterst fraaie platen die men als auteurs maakte ter illustratie. Veelal in combinatie met een decor in onze grote stad dat in die of die vorm vaak niet meer bestaat. U weet wel, renovatie, nieuwbouw, levendigheid van de stad belemmeren of domweg totale sloop. Het is dan ook een fraaie aanvulling als je iets vindt wat je nog niet hebt. In dit geval een boekje uit februari 1989 over de geschiedenis van de befaamde tramlijn 2 tot en met dat jaar. Die geschiedenis startte al eind 19e eeuw met paardentrams zoals het huidige college die anno 2024 ook graag weer teruggebracht zou zien.

Maar een aantal jaren verder werd de lijn langer, elektrificatie het nieuwe toverwoord en de Amsterdamse Omnibus Maatschappij uiteindelijk het GVB. Omdat de stad juist in die periode van de geschiedenis sterk uitbreidde met nieuwe wijken werd Lijn 2 een belangrijke vervoerslijn tussen de wijken in het toenmalige westen van de stad en het Centraal Station. En op basis van die geschiedenis neemt de auteur ons mee op een lijndienst van lijn 2 in foto’s en tekst waarbij hij de grote veranderingen laat zien die deze stad door jaren heen zo teisterden (en nog). Telkens weer veranderingen van straten, rails, inzichten, aanblikken en zo meer. in 144 pagina’s vol foto’s uit verleden en toenmalig ‘heden’ passeren de trams van toen en ‘nu’ in hun element.

We zien stadsgezichten uit de 19e en 20e eeuw. Maar ook evenementen (een beetje voetbalwedstrijd in het Olympisch Stadion, zorgde voor vele meer dan volle trams), maar ook hoe bekende straten van nu ooit als gracht of sloot door het leven gingen. Je ziet ook dat Amsterdam op enig moment altijd wel ‘open’ lag of ligt. En dat de trams dan via via moesten zien hoe ze de eindbestemming bereikten. We zien beelden van besneeuwde straten in Zuid en meteen ook dat anno 1904 de stedelijke bebouwing daar nog weinig voorstelde. Kortom een geweldig tijdsbeeld over een deel van het Mokumse trambedrijf. Met dank aan auteur R.A.M. Platjouw die met een licht humoristische touch een geweldig boekwerkje uit wist te brengen. Hij dankt op de laatste pagina diverse tramliefhebbers en journalisten voor de medewerking en hun beelden. Een ISBN Nummer kan ik nergens ontdekken dus het lijkt een uitgave in eigen beheer. Maar ik ben er blij mee en heb het met veel plezier gelezen. En opmerkelijk, gevonden bij een KLW in de Bollenstreek. Verdwaald, maar uiteindelijk op de juiste plek terecht gekomen….(Beelden: Persoonlijk archief)

Monumenten…

Monumenten…

Maak eens een stedentrip door eigen land en je komt hier links en rechts monumenten tegen. Soms zijn het beelden die passen bij de omgeving. In visserijgebieden kom je vaak in steen verbeelde vissers tegen, ik zag in agrarische omgevingen versteende boeren in allerlei vormen en maten, en als je wat historische gebieden binnen stapt zie je de zgn. ‘helden’ van toen of de bekende vorsten die zich in steen tot in de eeuwigheid laten bekijken. Nu is Nederland niet zo van de herdenkingen of heldenvereringen. Voor je het weet is er weer een of andere actie/pressiegroep die meent dat er op die of die figuur die in de geschiedschrijving van een land een grote rol speelde, best een smetje of meer rust.

Linkse types mekkeren altijd over slavernij of koloniale overheersing. Maar zelfs mensen die in ons eigen land belangrijk waren voor sectoren waar men in die actiekringen een hekel aan heeft worden meteen aangevallen op hun daden. Dat men in de landen waar men graag de eigen inspiratie vandaan haalt veel beelden en monumenten koestert waarmee je goed kunt zien hoe heftig die te keer gingen tegen de eigen bevolking of andere landen knechtten, doet er in de linkse kring niet zo toe. Lenin, Stalin, Mao, allemaal gekoesterd, want tenminste extreemlinks. Dat mag wel, maar figuren uit onze 500-jaar oude geschiedenis van de VOC of zo zijn reden tot actie en protest. Vaten boter op het hoofd die linkse lui.

Zelf zag ik in heel wat landen beelden, monumenten en andere uitingen waarbij lieden werden gekoesterd waar zelfs ik van wist of weet dat ze niet zo fijn in de eigen geschiedenis actief waren. In eigen stad ken ik natuurlijk het beeld van groot schilder Rembrandt op het naar hem genoemde plein. Maar ook dat van Generaal van Heutsz dat tegenwoordig als Monument Indie-Nederland door het leven moet. Dat laatste beeld is wel een voorbeeld van hoe de tijdgeest kan veranderen. Na de officiele onthulling van dat monument in 1934 noemde toenmalig Premier Colijn van Heutsz een man die je mocht vergelijken met Julius Caesar of Alexander de Grote. Hij had namelijk met zijn KNIL een einde gemaakt aan de islamitische opstand in het altijd al als lastig bekend staande Atjeh. Toen het linkse volk daar in de jaren 70 weet van kreeg waren de rapen gaar.

Van protest tot vernieling, van aanslagen op het beeld en allerlei acties werden gehouden om deze moslimhater (..) zijn eerbetoon te ontnemen. Uiteindelijk besloot het linkse college van B en W dat de naam van Heutsz van het beeld moest verdwijnen en een meer neutrale naam aan het overigens fraaie monument gehangen. In veel culturen is een beeld een soort Gouden Kalf. Het past niet bij het geloof daar of de cultuur. Maar zoals al aangegeven, heel wat uitingen van grootheidswaanzin zijn in met name dictatoriaal bestuurde landen te vinden. Zou men daar net zo te keer gaan tegen die uitingen is de kans groot dat men er het leven bij zal inschieten. Niet in ons land. Want Vrijheid van Meningsuiting….Jaja…maar nooit twee kanten van de zaak bekeken. Geldt ook voor van Heutsz. In zijn optreden van toen zat gewoon de opdracht van de regering. Opstand moest onderdrukt. Veiligheid voor de Nederlanders daar vastgelegd. En dat deed hij. Net als de jongens die er later hun dienstplicht moesten verrichten. Wil men wel eens vergeten. Zeker in groepen die wel roepen maar niet wensen te worden opgeroepen. Die krijgen nooit een beeld. Die maken liever selfies…(Beelden: Prive archief)

Elektrische straling

Elektrische straling

Er zijn mensen die zweren bij alles wat elektrisch is. Want, is de redenatie, dat is beter voor het milieu en we redden er het klimaat mee in 2100. Tja, claims als deze zijn zelden te bewijzen. Voor mij is elektriciteit vooral een verhaal van comfort. Omdat we licht hebben dat met die techniek functioneert. Warmte, voortstuwing en zo meer. Wat we nog wel eens vergeten is dat een jaar of wat geleden de toenmalige mobiele telefoons in de ban werden gedaan door betweters en semi-wetenschappers die zeker wisten dat onze hersenen zouden gaan koken door het gebruik van die apparaten. De groei van het gebruik en de ontstuitbare wens van de mens altijd en overal toegang te hebben tot informatie en contact te maken met de wereld, zorgde voor het wegebben van al die bezwaren.

Later kwamen er ook nieuwe onderzoeken uit die concludeerden dat van al die eventuele bezwaren weinig over bleef omdat het negatieve effect nauwelijks was te meten. Dat gold ook voor de overal geplaatste masten vol zenders die onze netwerken en internet moesten verzorgen. Landelijke dekking, het mocht iets kosten en op elke hoge flat werden antennes gebouwd vol schotels en zo meer om de consument met zijn mobiele telefoon of iPhone te bedienen. De concentratie van straling vanaf die masten zorgde opnieuw voor veel geklaag.

Mensen die er onder woonden klaagden over hoofdpijn, dat hun radio/tv-ontvangst gestoord werd en zo meer. De meeste klachten gewoon genegeerd. Dat gold ook voor hen die woonden of wonen onder hoogspanningskabels die ons landschap karakteristiek doorkruizen. Wie er wel eens onder heeft gestaan hoort de stroom er vaak doorheen knetteren, niet onlogisch, gezien het hoge voltage. Toch wordt ook daar nog wel eens badinerend over gedaan. Immers, je kunt altijd verhuizen om er geen last meer van te hebben. Nieuwe bewoners klagen dan op hun beurt zelden over de stroom boven hun dak. De parallel met klagers over Schiphol of pakweg spoorwegen is zo getrokken.

Met allerlei uitkomsten van zelf bedachte onderzoeken wil men de wereld veranderen op zodanige wijze dat de vermeende overlast verdwijnt en men schuwt dan niet om allerlei gezondheidsaspecten aan te halen. Net als bij die eerste mobiele telefoons…We zullen maar hopen dat het met al die onderzoeken net zo gaat als toen. Tot er elektrische vliegtuigen door ons luchtruim zweven en de treinen niet meer op rails maar over magneetbanen voortdenderen. Maar ik weet zeker dat er dan ook weer ‘wetenschappers’ zullen zijn die wederom iets af weten te dingen op al die nieuwe technologie. Want elektriciteit is zeker niet zaligmakend. Intussen ontwikkelen sommige lieden de knots, de speer, de bikini van brandnetelvezels en de vernieuwde trekschuit….Die laatste getrokken door een elektrisch robotpaard en bestuurd door AI. Ik voorspel ook daarbij weer de nodige problemen….SSST…niet zeggen…voor je het weet….. (beelden: Prive en archief)