De watersnood van een 15-jarige

Voor veel mensen is 1953 ver voor hun tijd, of ze zijn het jaar bijna vergeten. Maar in Zeeland wordt het verhaal van dat rampjaar doorgegeven via de anekdotes die van generatie op generatie overeind blijven of uitvergroot. Onlangs was ik voor het jaarlijkse uitje in die natte en vooral vlakke provincie voor het eerst in het plaatsje Stavenisse. Oorspronkelijk een eiland tot die enorme springvloed Tholen en St.Philipsland te pakken nam. Het geisoleerde Stavenisse liep compleet onder. Waar elders in die hoek mensen natte voeten kregen stond men in Stavenisse relatief snel tot de nek in het koude water en werd een deel van het plaatsje compleet van de aardbodem geveegd. En dat ging zo snel dat heel wat mensen het leven verloren. 8,8% van de bevolking. En heel wat koeien, schapen en ander vee. Ook erg was dat zij die dat nog konden voor zover mogelijk in pyjama of nachthemd vluchtten naar hogere punten die indertijd slechts te vinden waren in de kerktoren of het stadhuis.

Daar huisden op enig moment tijdens die ramp tientallen mensen in de kou maar wel beschermd tegen het wassende water. Hulp kwam niet of veel te laat, Stavenisse werd 8 dagen lang min of meer vergeten. Om dit verhaal levend te houden bestaat er in het oude gemeentehuis een soort mini-museum dat men aanduidt als het Watersnoodhuis Stavenisse. Voor een luttel bedrag krijg je daar een gids mee die je via allerlei simpele hulpmiddelen en een hoop enthousiasme uitlegt wat daar in Stavenisse plaats heeft gevonden. Het lieflijke plaatsje van nu was toen een en al ellende. Maar de gids maakte het verhaal mooi, zakelijk en to-the-point. Hij showde de lage en hoge plekken, maakte beeldend hoe op de kamer waar het grootste deel van de expositie te zien is wel 80 mensen op elkaar gedrukt stonden te kijken naar hoe hun huizen of boerderijen compleet werden weggevaagd door het woedende water.

Geen dijk leek bestand tegen deze oerkrachten. Als je wilt kun je in een filmzaal beelden bekijken over de ramp die dit plaatsje tekende. Zodanig dat we er nu nog over kunnen horen of lezen. Door middel van een gids die er alles aan deed om duidelijk te maken hoe zijn opa en oma, maar ook zijn vader en moeder moeten hebben geleden onder alles wat hier plaatsvond. Want bij de uitgang gevraagd naar zijn leeftijd, vertelde hij dat hij net 15 was geworden. Kijk, als dat niet het bewijs is dat men het hier aan mekaar doorgeeft, dan niks. Men moet nog even kijken naar de Nederlandse taal, want de D en T zijn nog niet helemaal goed gebruikt op sommige plekken. Maar ja, kniesoor die daar op let. Het verhaal werd heel goed verteld. Complimenten op zijn plek voor de jeugdige gids! Mocht je in de buurt zijn, ga zeker even langs daar.

Gulzige gidsen…

WP_005605Jaha….ik weet het wel! Het is een uitdrukking die ik nogal eens gebruik als ik weer eens wordt gewezen op het feit dat ik over een bepaald onderwerp de nodige kennis sta door te geven. Ik had onderwijzer moeten worden, wordt me nog wel eens verteld. Ik geeft toe dat ik over bepaalde zaken overenthousiast kan oreren. Zeker als ze me interesseren. Dus als er iemand is die kan beoordelen of iemand (te)veel bijdraagt aan het kennisniveau of de acceptatie bij anderen, ben ik het. Een gids of wat daar voor doorgaat moet veelal goed op de hoogte zijn van de onderwerpen waarover hij/zij praat, maar nooit all te veel uitdragen bij een meer algemeen publiek. Overdaad schaadt en dan gaan de oren dicht, sluiten de luiken en nemen mensen het niet meer op. Onlangs overkwam het ons. De eerder beschreven Museumboerderij kende een paar vrijwilligers die als gids dienst deden. Een daarvan was ‘Henk’. Ik noem hem maar zo, om het geheel een gezicht te geven. Aardige man, die zich voorstelde aan het gezelschap dat de rondgang door de museale boerderij zou gaan maken.

WP_20150715_010Dat lukte allemaal prima, maar wellicht omdat er ook kinderen in het gezelschap zaten, kreeg ik de indruk dat hij tot in het kleinste detail elk werktuig, elke kaars, elke vierkante centimeter van die boerderij wilde verklaren. Soms was dat leuk, maar als je gaat uitleggen wat een kinderwagen was (is) of hoe je bepaalde zaken moet ‘wekken’ in potten, dat wordt het wat te veel van het goede. Hij was dolenthousiast, dat wel hoor, maar hij spuide zoveel informatie dat zelfs ik me afsloot en even buiten ging staan. Daar kwam net een tweede gids aanlopen, en die bleek van een heel andere soort. Vertelde zaken kort en bondig, ter aanvulling op Henk, en bleek een verademing omdat hij ook ruimte gaf aan vragenstellers of opmerkingen van het gezelschap. Niets ten nadele van de man die zo enthousiast was over het leven op de boerderij, maar soms moet je echt de turbo even uitschakelen. Tijdens ons bezoek aan de St. Hubertuskrk in Helmond liepen we ook aan tegen een paar doldrieste gidsen.

WP_20141003_078Binnen de kortste keren kregen we zoveel informatie aangeboden dat we even een andere kant opliepen. Het was een waterval aan feiten en katholieke geloofsmeningen. Met een tandje minder had het nog teveel geweest. Maar goed, je gaat niet ongeinformeerd weg natuurlijk. Ook iets waard. Een dagje later liepen we in het Oorlogs- en verzetmuseum van Overloon. Mijn derde keer in korte tijd. En nu was ik zelf een soort van gids. Betrapte me op een groot enthousiasme, maar zweeg toch toen ik ontdekte dat ik mijn polderzus stond uit te leggen hoe een radiaalmotor in een truck of vliegtuig werkt en wat er gebeurde als je die dingen opstartte. Ik ben net zo, moet dus oppassen met oreren. Nou ja, dat schreef ik al…..Dus mocht u willen dat ik het wat rustiger aan doe, laat maar weten hoor….. Eens in de week is misschien ook een aardig schema en dan kan ik wellicht nog wat meer in details treden….:)