Rare namen…

Rare namen…

Het was eind 1978 toen voor onze toenmalige showroom aan de Amsterdamse Amstelveenseweg een wat wonderlijk (maar niet onaantrekkelijk) autootje stopte van waaruit twee keurig geklede heren hun opwachting maakten bij ons team van toen. Dat autootje was een Koreaanse Hyundai Pony. Van zowel merk als land van herkomst (Zuid-Korea) wisten we toen nog maar heel weinig. Die Pony was een wonderlijke mix van Mitsubishi-techniek met wat Ford aankleding en dan gebouwd door de Koreanen die toen vooral naam maakten met een brede reeks voertuigen en tankschepen.

Het Hyundai-concern was enorm van omvang, met die auto’s wilden men indertijd de West-Europese markt bestormen. En met nog wat bescheiden ambities lukte dat aardig. Wij werden dealer. In 1979 startte de verkoop en echt het kon slechter zijn uitgepakt. Met een vierdeurs-sedan, een driedeurs coach, een combi en een pick-up hadden ze best een aardig gamma en dat kostte dan ook niet te veel. De Nederlander vond er wel iets van, mede omdat je naast die leuke auto ook een radio standaard aan boord kreeg.

Een trucje dat men af had gekeken van de Aziatische broeders uit Japan. Alleen die naam was een dingetje….Van Jundee tot Hundie, alles kwam voorbij. Maar kon het schelen, het spul was te verkopen. Nu, 45 jaar later is dat Hyundai, samen met haar dochtermerk KIA een gevestigde naam. Een derde merk uit die hoek werd later Daewoo, dat het niet redde, net zo min als Ssangyong. Intussen worden we overspoeld door wagens van Chinese herkomst.

En veel van die auto’s stammen vaak uit dezelfde bron. Even veel merken uit dat grote land danken hun ontstaan en techniek aan nauwe samenwerkingsverbanden met westerse merken. Slimme autobouwers hebben soms een hele fruitmand vol merken waaruit de wereldwijde klandizie kan kiezen. Waren de eerste Chinese merken nog twijfelachtig van kwaliteit, denk aan het totaal mislukken van Landwind hier, tegenwoordig kunnen ze aardig mee komen met de gevestigde orde. En zijn het vooral de jongere auto-leasers of gebruikers die er wel Bami in zien.

Let maar eens op Lynk&Co of MG. Maar je krijgt nu ook te maken met Aiways om er maar eens een te noemen, BYD (dat al eerder op de markt verscheen met haar elektrische stadsbussen..), Changan, Changfeng, Chery, FAW (Hongqi), Geely (eigenaar van Volvo en submerken als Zeekr, maar ook Proton en Lotus), Great Wall (met submerken Ora, Wey en Haval), JAC, Qoros, SAIC (o.a. met Roewe, het oude Rover), SGMM (Wuling, Baojun), Smart (50% in handen van China), en zo meer. En zeg dan maar eens dat die naam Hyundai zo lastig uit te spreken is. En dan praat ik nog niet over Vinfast uit Vietnam dat ook deze kant op komt en allerlei klonen die hier onder een ander logo worden aangeboden. Zoals Polestar dat gewoon een elektrische Volvo uit China is. Er is veel veranderd door de jaren heen. En reken maar dat die Chinezen alles uit de kast zullen halen om u en mij te overtuigen dat de automobiele toekomst van het volk bij hen ligt. We gaan het zien, net als we deden met die Koreanen. Die zijn intussen onderdeel van de gevestigde orde geworden. Net als de Japanners. De rest is een kwestie van tijd…. (Beelden: archief)

Luchtvaart op rails…

Luchtvaart op rails…

Als je al die links denkers moet geloven is de toekomst voor ons, burgerlijke reizigers slechts te vinden op rails. Men vertrouwt op het 19e eeuwse vervoerssysteem als afgodsgelovigen op het Gouden Kalf. Maar hoe ziet dat er in de praktijk uit dan? Bij toeval bracht ik onlangs vrouwlief naar Schiphol voor een trip die zij samen met een van de kinderen ging maken naar een ver oord. Vliegen was een urenkwestie, zou zij in plaats daarvan hebben gekozen voor de trein was ze vermoedelijk nu, vele weken later, nog bezig om er te komen. Intussen is ze allang weer veilig thuis, maar dit terzijde..

Het is niet voor niets dat al die milieufreaks en andere mafkezen met een ingebakken afkeer van de moderne tijd, voor elke conferentie of optocht wel in het vliegtuig stappen. Een beetje trein doet er toch een factor 10 langer over dan wat een vliegtuig aan reistijd vraagt. Daarbij is het railverkeer niet goed ingesteld op de stromen passagiers die de luchtvaart gemiddeld moet verwerken.

En toen ik bij het vertrek van vrouwlief nog eens keek naar de klantvriendelijkheid van de blauwe dames bij de incheck en de genomen veiligheidsmaatregelen, tja, dan steekt dat toch zeer luxe af bij wat de NS aan schraalmans te bieden had. Dat kind van ons kwam met de trein naar Schiphol. Er was die dag weer van alles loos op de rails dus ze had vertraging, maar stond ook als een haring in een ton opgepakt over een afstand van 45km. En dat wel voor de volle mep, want de NS controleert wel graag op betalen, maar dan moet je tegelijk niet op service rekenen. Niks romantiek, gewoon veevervoer. Dat is in vliegtuigen toch anders. Bij de prijsvechters krijg je minder stoelruimte dan bij pakweg KLM, maar je kunt wel zitten. De bagage keurig onder in het ruim of boven je bol. Bij de NS moet je die maar bij je houden en hopen dat onverlaten er niet mee gaan lopen…

Opmerkelijk was ook dat toen het gezelschap weer bij elkaar kwam bleek dat alle NS-klokken op station Schiphol stil stonden. Net als die treinen….Het zegt veel. Clockwork Blue deed wel haar werk. Het was een genoegen weer even over die luchthaven te banjeren. Veel veranderd, maar bepaald niet slechter geworden. De vertrek/aankomsthallen zijn bijna shopping-malls, het ruikt er plezierig, het personeel is aardig, de boel is schoon. Bekijk nu het gemiddelde spoorstation in ons land. Gezien? Kijk, daarom moeten we gewoon blijven vliegen en dat spoor laten aan de linkse volksmassa’s die genoegen nemen met weinig voor veel. Want als we de jaarlijkse subsidies aan de NS (onlangs weer 170miljoen om de prijzen niet te laten verhogen..) weg zouden halen kost een treinticket van Amsterdam naar Maastricht net zo veel als een vliegticket van Schiphol naar New York. Rara waar ik dan liever heen zou gaan…. Hoe dan ook, dat linkse denken is een ramp. Het weghalen van de moderne tijd bij normale mensen is dat ook. Voor normaal denkende mensen blijft het vliegtuig. Gewoon doen. Je ziet meer en komt nog eens ergens. De familie is weer thuis en genoot. Een enkele reis die 8 weken had geduurd per boot…. Het kan altijd nog erger…(beelden: prive archief)

Vakantie…

Vakantie…

Terwijl ik dit opschrijf is er weer een regio in ons landje waar de schoolvakanties zijn uitgebroken en hele gezinnen bepakt en gezakt richting een of ander leuk oord vertrekken. Sommigen kiezen voor de auto als pakezel en rijden dan in een rechte streep naar het zuiden (dan wel met tien tussenstops ivm elektrisch rijden)of een enkeling met gezin richting het noorden. Nog wat grotere volksstammen stappen in het vliegtuig en staan binnen een paar uur op de plek van hun dromen. Een deel van het volk neemt de trein, want dat is zo leuk nostalgisch en voldoet aan het beeld dat slechts de trein groen verantwoord zou zijn. Als ze dan na 8-12 uur reizen verkreukeld aan zijn gekomen zien ze daar hun buren of familie die veelal op efficienter wijze dezelfde kant op kwamen binnen 1-2 uur.

Maar dit terzijde. Vakantie zorgt ook voor minder files in eigen land en dat maakt de voor mij interessanter uitjes een stuk plezieriger. Als ik in normale omstandigheden rijd is het vaak wel erg rekening houden met de drukte. En met achterlijke mafketels die zich van god noch gebod iets aantrekken en je naar het leven staan als je het waagt op hun (..) linkerbaan te rijden dan wel min of meer volgens de geldende snelheidsregels in dit land. Maakt het rijden er niet leuker op. Hoe dan ook, vakantie. Vroeger was dat echt pure luxe.

Als kinderen kregen we indertijd 6 weken vrij in de zomer. We vermaakten ons dan wel op de diverse plekken in en net buiten de stad, maar de ouders hadden ook vaak nog wat geld bij elkaar gesprokkeld om met een goede uit de handelsvoorraad afkomstige auto van dees of geen merk een trip te maken naar Limburg. Dat was toch de favoriete bestemming voor mijn moeder en het was waar, als je eenmaal Roermond voorbij was veranderde het landschap totaal. Hoge bergen naast de kolenmijnen en in het zuiden van de provincie die prachtige groene heuvels tussen Valkenburg en Vaals.

Spannend de illegale tochten naar Belgie of bij het Drielandenpunt en dan even drie stappen zetten in Duitsland. Als kinderen genoten we. Want wat thuis normaal niet kon of mocht, ging hier in dat Limburgse land en op dat moment wel. Lachende ouders, ontspannen sfeer, en altijd die weemoed als we weer terug reden richting hoofdstad. Waar je toen als echte vakantieganger nog best een uitzondering was. Want schoolvakantie….en weg geweest. Was niet iedereen gegeven. Nu zijn de thuisblijvers uitzondering en de reizigers de norm. En terecht. Zo lang het nog kan en mag, doen! Elders leer je veel over andere culturen en gewoontes. Nou hoef je daar niet perse voor naar het buitenland want dat is inmiddels naar hier getrokken. En in onze stad valt qua eten zowat elk buitenland ook hier te proeven. Maar die patat die wij altijd aten in Roermond op de terugreis, met een zalige knakworst als extraatje, doet me nog steeds het water in de mond komen… Lijkt overdreven, is het niet. Geldt ook voor vlaaien daar. Nou ja, wie gaat wens ik een fijne vakantie. Wie blijft….ook! (beelden: archief/prive)

Stoom…

Stoom…

Dik een eeuw geleden was er een keuze tussen aandrijfbronnen voor onze toen zo nieuwe en moderne vervoermiddelen. Een van die bronnen was stoom. Niet voor niets afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk waar men zoveel kolenmijnen bezat dat de hele 19e eeuwse economie daar zo’n beetje was heringericht met stoommachines die overal geschikt voor leken. Van treinen tot schepen, van landbouwmachines tot stoomgemalen…alles pufte en sjokte dat het een lieve lust was. En toen men oude koetsen ging ombouwen tot bruikbare vervoermiddelen kozen heel wat Britse fabrikanten en constructeurs voor dat relatief goedkope stoom om de boel op gang te brengen en te houden.

Omdat je voor die stoom zowel steenkolen als water nodig had was het logisch om vooral trucks en afgeleiden als zodanig uit te rusten. En kwam je een eeuw geleden heel wat van die weglocomotieven tegen. De een nog grotere en sterker dan de ander. Voor de bemanning van die wagens was het overigens vuil en zwaar werken aan boord. Want stoom wek je op in een ketel en die ketel moet gestookt worden. Dus de chauffeur had vaak een maatje bij zich die het vuurtje brandend hield door consequent kolen op het vuur te gooien. Zwaar werk, ook al omdat die trucks niet meteen licht van gewicht waren en sturen vaak nog ging via een systeem van kettingen, om het over remmen maar niet eens te hebben. Ook personenwagens werden soms uitgedacht die op stoom konden rijden.

Bedrijven als Leyland waren grote namen in dit geheel, net als Foden. In Centraal Europa kwam je ook wel wat van die stoomwagens tegen. Soms gebaseerd op licenties vanuit Engeland. Skoda was een fabrikant die haar trucks (de Sentinel) als zodanig een tijdlang construeerde. Hoe vreemd dat ook lijkt wellicht, maar de stoomtrucks reden nog heel lang door. Ook toen benzine en diesel elders allang volop in gebruik waren gekomen reden er nog steeds op kolen gestookte voertuigen rond. Want de brandstof was goedkoop en als je voldoende kolen in de bak had kon je ook best ver weg komen. Bedenk daarbij maar dat ook stoomtreinen tot redelijk recent nog diensten draaiden op de spoorbanen van omringende landen. Ik ging er in mijn jongere jaren nog wel eens voor naar Duitsland om die dingen te filmen. Trucks op stoom zag ik vooral bij klassieke stoomdagen. Of tegenwoordig op YouTube waar je ziet hoe liefhebbers die puffende oldtimers met liefde op de weg houden. Een teken van vooruitgang anno 1923. Toen we kolen nog zagen als een prima brandstof en waterdamp energie bracht waarmee je aardig vooruit kon. Maar vooral iets waarover je je nu wat kunt verbazen. Vol nostalgische gevoelens. Over die oude locs, walsen, veerponten, sleepboten, etc die in mijn jeugd nog allemaal van stoom gebruik maakten. Gaat snel zo’n technische evolutie. Maar zelden van de ene op de andere dag….Goede les zou ik denken…. (Beelden: Prive verzameling)

Ultieme Mancave…

Ultieme Mancave…

Wie net als ik een eigen ruimte beschikbaar heeft om daar te genieten van de typische zaken die passen bij een mannen of vrouwenleven vol liefhebberijen of al was het maar bekijken van de geliefde tv-programma’s of streamingdiensten, is al snel tevreden, maar droomt ergens toch van iets nog veel groters. Ik zeker, had ik een oud fabrieksgebouw beschikbaar maar wel goed verwarmd, voorzien van water en licht zou ik het snel vol zetten met echte vliegtuigen of auto’s, dan wel treinen en autobussen.

Zelfs boten mochten er dan in. Nou, zelf zal ik die droom niet meer kunnen invullen wellicht, enig realisme is me niet vreemd, in Nieuw-Vennep staat een prima alternatief. Het Nederlands Transport Museum. In een oude Bolsfabriek (ja die van de drank) daar in de Haarlemmermeer is de ultieme mannendroom werkelijkheid geworden. Hallen vol met oude vliegtuigen, de meesten in staat van restauratiebehoefte, museale auto’s en bussen, een enkele boot, bromfietsen, oude boerenkarren en ook een metrostel van de eerste soort uit Amsterdam.

Alles wat wielen heeft krijgt hier een plekje. Ook voor de deur staat het nodige. Treinstellen, wagons, een enkel vliegtuig. Genieten en pure nostalgie soms. Voor hen die houden van toekomstvisies is hier ook de Superbus te zien die ooit door inmiddels overleden astronaut Wubbo Ockels met zijn team werd uitgedacht. Eigenlijk is dat ding zo opmerkelijk modern dat het een dissonant lijkt tussen alle andere ‘exponaten’. Maar schijn bedriegt, want het NTM wil een verhaal vertellen over alle ontwikkelingen in het vervoer tussen de tijd van de Romeinen en onze huidige.

Dat je dan wellicht wat blijft steken in de 20e eeuw is niet zo gek, want doordat men onderdak geeft aan en samenwerkt met 35 andere organisaties kreeg men een grote collectie voer/vaar/vliegtuigen beschikbaar die met name laten zien waarom we dit industrieel erfgoed moeten koesteren. Een DC-2 staat centraal in de hal, dit keer niet in de bekende kleuren van de KLM-kist van dit type die vooral als ‘Uiver’ door het leven ging (replica daarvan staat bij het Aviodrome op Lelystad) maar in de kleuren van de KNILM uit ‘ons Indie’ waar deze oer-Douglassen ook werden ingezet.

Bussen van Maarse en Kroon brachten mij terug naar de jonge jaren toen ik mijn Schipholse kantoorbaan in de wintermaanden met juist dat bedrijf wist te bereiken. In een (afgesloten) ruimte staat nog veel meer fraais. Een Fokker F-VII replica die ooit dienst deed voor de recent uitgezonden tv-serie over Anthony Fokker. Of een Verheul/Kromhout bus van de GVB in rijwaardige toestand naast een Crossleybus ikv de NS die na de oorlog zorgde voor heropbouw van ons interlokale busvervoer. Gebouwd bij de Schelde in Zeeland werden er vele honderden van afgeleverd aan allerlei busbedrijven van toen. Kortom, het is te veel om op te noemen en wat je noemt een substantiele collectie. Wie zoekt naar een gestructureerd museum vindt hier niet wat hij/zij zoekt. Wel veel vermaak voor gezinnen met kinderen. Die kunnen hier best een leuk dagje doorbrengen. Kost een paar euro’s maar dan krijg je heel wat. Inclusief een klein cateringhoekje voor koffie, thee en limonade plus een bescheiden maar leuk winkeltje voor wat herinneringen die je later thuis weer doen terugverlangen naar deze ultieme mancave.

Tussen nu en een paar jaar gaat men de boel verhuizen naar een nieuw onderkomen. Het is wachten op de (trage) gemeente Haarlemmermeer om dat te faciliteren. Dit museum verdient dat….. En dat geldt ook voor een bezoek. Doen! Want een ultiemere mancave als dit museum vindt je nergens. Echt niet. (Beelden: Prive)

Franse trots; Renault!

Franse trots; Renault!

Het was al in de 19e eeuw dat Louis Renault in een door hem geconstrueerde auto rondreed. En op basis van die eersteling bouwde de man door de jaren heen een enorme autofabriek op die na WO2 werd genationaliseerd omdat Louis zelf was overleden in de gevangenis. Zijn rol tijdens WO2 was omstreden geweest en de Fransen rekenden hem dat zwaar aan. Hoe dan ook, Renaults waren ook voor de oorlog al bekende wagens en de licenties voor haar modellen gingen ook naar andere fabrikanten.

Ik beperk me wat tot na die laatste Wereldoorlog omdat ik anders domweg te weinig ruimte zou hebben. Renault kwam in 1946 al weer op de markt, met de leuk uitziende Juvaquatre die echter bijna 1 op 1 was gekopieerd van de toen bekende Opel Kadett. Dat wagentje zou het vele jaren lang volhouden. Dat deed ook de 4CV met zijn motor achterin, vier portieren en lekker aantrekkelijk prijsniveau. Het bleek de Franse Kever te zijn en de onderliggende techniek hield het decennia lang vol.

Zo kenden we later de Dauphine. Prachtig van lijn, technisch baserend op zijn oudere voorganger, maar mateloos populair. Zo zeer zelfs dat het wagentje in Japan werd gebouwd als Hino. Reed je een Gordini had je een flink snellere versie van die brave Dauphine. Een sportievere afgeleide qua vormgeving was de Floride (later Caravelle) die je als coupe of cabriolet kon kopen. Altijd met de motor achterin.

Net als bij de R8/10 serie. Voor de iets beter in de slappe was zittenden was er de grote Fregate. Mooie en moderne auto met de 2 liter motor voorin, die je ook met automaat kon bestellen. Maar die ook roestte dat het een lieve lust had. Met de R4, een ware concurrent voor de Citroen 2CV kreeg Renault een miljoenenhit in de showroom. Talloos waren de uitvoeringen, voor gezinnen en kleine ondernemers. Ook weer in licentie gebouwd bij andere fabrikanten en heel lang in productie gebleven. Met de schitterende (maar o zo roestgevoelige) R16 kreeg Renault een klassieker in huis. Slim uitgedacht en bedoeld om mensen bij de concurrentie weg te houden.

De R6 was een R4 met verlengde carrosserie. Ook in ons land mateloos populair. En zo kunnen we door gaan. De R12, ook als Dacia gebouwd en bekend, de leuke R5, de grote R20 en 30, de wat onbekend gebleven R14, net als de R9/11. Allemaal wagens die het merk naar buiten brachten en bij ons in de Lage Landen onderdeel waren van het rijdend decor.

Zoals later de Clio en Twingo, de Megane, Vel Satiz en zo meer. Daarnaast de bestelwagenreeks Trafic, vrachtwagens, bussen, en nu op weg naar een deels elektrische toekomst. Renault produceert in allerlei landen over de hele wereld. In Zuid-Amerika, Rusland, China, Noord-Afrika, Turkije, Roemenie en zo meer. Het is een groot concern en zal voorlopig nog wel even dominant aanwezig zijn.

De roest heeft men wel iets achter zich gelaten, een deel van de vaak hardnekkige technische problemen ook. Bedenk ook maar dat Renault ook vliegtuigmotoren bouwde, scheepsdiesels en zo meer. Een fraai bedrijf waarop de Fransen terecht aardig trots zijn. (beelden: archief)

Risico’s

Risico’s

In de periode van intussen dik anderhalf jaar dat er een onzichtbaar maar kennelijk gevaarlijk virus door onze samenleving waarde, reden we zeker in de auto heel wat minder dan voorheen.

Je zou denken dat dit een gunstig effect had op veel waar de linkse kerk graag naar wijst. Maar dat bleek minder het geval. De CO2 uitstoot bleef gewoon gelijk. Het totale verkeer was nog maar een fractie van voorheen, maar die uitstoot bleef gelijk. Vreemd. Confronterend ook het feit dat het aantal verkeersdoden in dat zelfde verkeer weliswaar terugliep (2020 tov 2019) maar dat we met name een verschuiving zagen bij de vervoersmiddelen waarin/op men dodelijke ongelukken constateerde. Auto’s daalden qua aandeel flink, maar het aantal doden in het verkeer op de fiets steeg sterk. En dat bleek ook de enige sector waar het aantal doden flink steeg. Van 203 in 2019 naar 229 in 2020.

Een derde van al die betreurde doden verloor het leven bij ongelukken met e-bikes. En dat is confronterend. Want juist de overheid, gesteund door allerlei milieu-organisaties zetten in op beleid om ons allen uit de auto op de e-bike te krijgen. Immers, zoveel beter voor het klimaat in bijvoorbeeld China en zgn. vrij van uitstoot. Maar de gevolgen van die omschakeling op tweewielers heeft bijkomende effecten die niet bepaald plezierig zijn. Gek genoeg zie je in alle andere categorieen verkeersdeelnemers dalingen. Ook bij scooters en brom/snorfietsen. Maar die e-bikes springen er bovenuit. Oorzaak en gevolg natuurlijk ook gemeten. En dan blijkt dat vooral veel ouderen kiezen voor zo’n elektrische fiets. En die gaan er dan ook meteen hele einden mee rijden op relatief hoge snelheid. Ze denderen door het verkeer heen zonder al te veel inzicht van regels en verwachtend dat andere weggebruikers hen wel de ruimte gunnen hun snelheid te ontwikkelen.

Datzelfde beeld zie je ook bij wielrenners. Een belangrijk deel van die verkeersdoden heeft ook van doen met hen die menen dat elke openbare weg dan wel fietspad bedoeld is om het wereldrecord snel van A naar B fietsen door hen mag of moet worden verbroken. Men rijdt tegen de rijrichting in over rotondes, neemt bij verkeersremmende zaken voor auto’s niet de voor fietsers ingerichte uitwijkstroken maar blijft keihard doorrijden op de autowegen en zo meer. Dat er dan doden en gewonden vallen is min of meer te verwachten. En cijfers liegen niet mensen. Kortom, veel pleit om de fiets te laten staan en gewoon per auto te reizen en als het niet anders kan het OV te nemen. De cijfers voor dit jaar zullen niet veel anders worden vrees ik. De doelstelling van het SWOV om in 2020 nog maar (..) 500 verkeersdoden op jaarbasis te behalen is met een totaal van 610 nog lang niet bereikt. En dat in een jaar waarin de economie in de lockdown stond en het verkeer net aan 45% van het normale totaal bereikte. Dat belooft niet veel goeds voor als we weer massaal de weg op gaan zoals we in de tweede helft van dit jaar ongetwijfeld gaan doen….U bent gewaarschuwd…(beelden: Archief)

De schone auto…

De schone auto…

En laat je nu niet aanpraten dat een dergelijke frase moet hangen aan elektrisch rijden of het ongekend gecompliceerde hobbelen op waterstof, nee, de gemiddelde benzine- en dieselauto is nu zoveel schoner dan pakweg 10 jaar geleden dat zelfs de meest overtuigde groen-linkse gardist er geen feitelijke argumenten meer tegen kan gebruiken.

Daarbij zijn wij in de wereld over het algemeen verstokte auto-gebruikers geworden. 75% van de bevolking wil met de auto zijn/haar vervoer regelen. Die andere 25% zoekt het op de fiets, in het OV of blijft gewoon thuis. 80% van ons totale vervoer over land, doen we met de auto. Niet omdat het alleen maar leuk is, wat het is natuurlijk, maar ook omdat we met de auto onze vervoersdrang flexibel en in vrijheid kunnen invullen. Auto’s bieden door-to-door de grootste vrijheid voor vertrek en aankomst, besluiten we onderweg een omweg te maken voor een opduikend winkelcentrum of bosgebied waar we even willen lopen, kan dat. Probeer maar eens hetzelfde in het OV. Lukt je niet.

Kortom, de auto biedt vooral een gevoel van vrijheid. En tegenwoordig dus vele malen schoner dan men ons nog wel eens wil doen geloven. En als we de grondstoffen en bouwwijze van de ene soort auto met de andere vergelijken is de druk op onze aarde en het groene karakter daarvan even groot. Stroom komt niet uit de grond, is niet gratis en vraagt om een aanpassing van onze totale samenleving. Auto’s zorgen ook voor welvaart. Als we de linkse, soms wel erg elitaire, stromingen qua filosofie moeten volgen zou de postkoets, paardentram of trekschuit voor het volk een ideaal alternatief zijn, want die CO2 uitstoot en zo meer…. Daarbij ‘vergeet’ men dan graag de uitstoot van andere bronnen dan het verkeer mee te tellen in de optelsommen waarmee men de argumentatie onderbouwt.

Het nieuwe thuiswerken als oplossing voor het fileprobleem?? Zeker voor een deel. Juist zij die nu in Tesla’s rondrijden blijken prima thuis te kunnen werken. Ze hebben die auto van de baas, net als de laptop of de smartphone, ze wonen net even ruimer, zijn ook wat minder nodig op kantoor of bedrijf. Maar voor de gemiddelde werknemer is die auto domweg zijn of haar benodigde vervoermiddel om op het werk te komen, dan wel klanten te bezoeken. Hoe aardig al die beeldvergaderingen ook lijken, persoonlijk contact is in vele beroepen toch handiger. En als we tegenwoordig (peilpunt: April) onderweg zijn is het naar persoonlijke observaties weer gezellig druk op de wegen.

In de bus en trein zag ik afgelopen maanden toch vooral lege plekken, en in sommige bussen die hier voorbij trekken aan mijn blikveld zit overdag (behalve de chauffeur..)helemaal niemand. Gelukkig draait dat OV veelal op subsidie, dus die bussen rijden nog wel even, maar de frequentie gaat vast een stuk terug. Hoe graag we ook willen doen geloven dat fietsen het alternatief is voor de auto, een stevige regenbui doet je al snel van gedachten veranderen. Ouderen kopen zich tegenwoordig een elektrische fiets, logisch want leuk voor de pretritjes en veel van hen rijden niet zo graag meer in de auto. Prima ontwikkeling, al maakt het de gemiddelde snelheid op fietspaden wel een flink eind hoger. Maar vergeet ook niet dat de stroom voor al die accu’s op die fietsen ook ergens vandaan moet komen. Kortom, extra belasting van het stroomnet. Vrijheid=blijheid!

En met die auto komt ook dat enorme vol met heffingen zittende mobiliteitsfonds. Betaald door weggebruikers in hun autootje, maar veelal benut voor zaken die niks met het individuele verkeer van doen hebben. Zoals het op de rails houden van de monopolistische NS, het laten rijden van het verdere OV en de draaimolen-subsidies om al die extra stroom op te kunnen wekken voor hen die menen dat zij groen leven. Zonder auto stort ook die deel-economie in. En intussen moet die automobilist maar leren leven met door kennelijke wappies bedachte ineffectieve milieuzones, drempels, rotondes, snelheidsbeperkende maatregelen, pesterijen, een uitgedragen negatief imago opgeplakt door geitenwollensokkentypes, terwijl de feiten in hun (de automobilisten) voordeel spreken. Wellicht is het tijd om daar eens aan te denken als we weer eens bij de pomp ontdekken dat onze overheid tegenwoordig 80% van de literprijs omzet in belastingen en accijnzen. Een vorm van stelen die het leugentje om bestwil van Rutte in april doet verbleken tot een niemendalletje. Immers….Linksliegt! En dat al jaren vrij consequent. De ontluisterende omvang daarvan doet alles relatief zijn. Intussen wens ik alle lezers/essen heel fijne en veilige kilometers… (Beelden: archief)

Terugkijkend….

Als je denkt dat dit een bijzonder jaar is dan heb je gelijk. Want met dat COVID19 gedoe is dit jaar eigenlijk alles wat leuk en ongedwongen was of had moeten zijn van de agenda geschrapt. Gaan we anders met elkaar om, zoeken elkaar minder op en maken ons ineens druk over heel andere dingen dan een paar jaar terug. Daarbij zijn sommige mensen uit het verleden ineens gaan hemelen, zagen we soms politieke veranderingen ontstaan die hun weerga niet kennen en gingen bedrijven failliet die we pakweg drie jaar geleden nog als vast onderdeel van ons bezoekpakket bij een shoprondje beschouwden. Ik keek even in de agenda van rond 13 november 2017 en zag dat ik me toen erg druk maakte over een niet betalende opdrachtgever. Die liet het na een aantal jaren trouwe beloning ineens afweten.

Noemde computerproblemen als oorzaak, maar later bleek dat men toch echt onderuit was gegaan. Nagegeven, men betaalde uiteindelijk wel de uitstaande schulden. Wij waren aan het klooien met onze toen nog maar zo jonge kater Punkie. Dat arme diertje redde het niet en moest helaas aan zijn eind geholpen worden. Wat een emoties. 1,5 jaar oud geworden. En de oorzaak? Een auto-immuunziekte die zijn hele gestel aantastte bij gebrek aan eten en drinken na zijn geboorte. Zo triest. Tijd heelt vele wonden, het dempt tenminste de scherpste pijnen. Het regende ook in die bewuste week drie jaar terug. Maar dat weerhield niet om een paar dagen later in de trein te stappen en Roermond weer eens te bezoeken. Leidde af. En blijft een lekkere stad aan de Maas.

Zou er nu niet eens over nadenken. Niet om die stad, wel om het gedoe in het OV. Zo’n trip van 2 uur met een mondkapje op in een  gele rups vol mensen waarvan je niet weet wat ze allemaal hebben gedaan aan preventie, of juist niet, het bekruipt me nu, toen totaal niet. Blijft toch vreemd niet? Sommige zaken zullen nooit meer helemaal hetzelfde worden. Ongedwongen ergens heen is nu best een dingetje geworden. Niet omdat je zelf de regels niet volgt of accepteert, meer omdat je weet dat er lieden zijn die er toch wat onbeholpen naief mee omspringen. Een bezoekje aan een supermarkt vertelt het verhaal. Men kruipt je in de nek, ook het daar werkende personeel, het deed me toen niks, nu wel. In drie jaar tijd veranderde de wereld. Zowel in het groot als in het klein. En wij allemaal hebben er mee van doen. Of we nu willen of niet. (Beelden: Yellowbird collectie)

Werken op Schiphol 9 – Bedrijfsstructuur en cultuur…

Om te duiden in welke omstandigheden wij werkten op dat altijd dynamische Schiphol is het goed om even uit te leggen hoe het bedrijf waar ik was aangetreden in elkaar stak. Het was een oud en traditioneel denkend expeditiebedrijf dat een hoofdkantoor kende in Rotterdam en werd aangestuurd door een telg van de naamgevende familie. Daarnaast waren er wat bestuurders te vinden met een leeftijd die weliswaar seniority in zich hadden, weinig op leken te willen krijgen met wat wij wilden; vooruit! Het bedrijf in Rotterdam werkte nog in het stukgoed, behandelde ladingen uit de scheepvaart, het wegtransport en ook spoorvervoer. Naast een hoofdkantoor was er ook een loodsencomplex en men hield daar heel wat mensen aan de slag. In alle eerlijkheid heb ik dat hoofdkantoor nooit van dichtbij of binnen gezien. Je was er niet welkom en had er eigenlijk ook niks te zoeken. Wij vielen in eerste instantie onder het Amsterdamse bewind van hetzelfde bedrijf waar men in die jaren ook nog steeds goed leefde door het behandelen van lading die per trein, schip of truck werd aan- of afgevoerd.

Ook daar was een tweetal heren verantwoordelijk voor het draaiend houden van die operatie, beide in de functie van procuratiehouder en er omheen hing een aardige staf aan kantoormensen, aangevuld door loodsmedewerkers en chauffeurs die actief waren in de loodsen die het bedrijf in Amsterdam-Oost onderhield. Ons Schipholse kantoor was eigenlijk min of meer een vooruitgeschoven verkenningspost in dat bijzondere wereldje van de luchtvracht. Een wereld die voor de beide hoofdkantoren toch een beetje buiten hun aandachtsveld viel qua meedenken en dat leidde vaak tot bijzondere gesprekken tussen ‘baas Breems’, zelf ook procuratiehouder, en die aanvoerders van de traditionele vervoersvormen. Elke pen of andere aankoop moesten we zien te verantwoorden en men was meer van de administratie dan van de omzet en winst. Men wilde inzicht in het proces en dus werden we genoodzaakt om onze administratie te doen op de bij de andere kantoren bekende wijzen.

Wat inhield dat we in enorme boeken onze zendingen moesten registreren, met zowel de inkoop- als verkoopprijzen. En dat alles met de hand en pen, plus rekenmachine. En dan moest je ook nog factureren. Zowel nationaal, internationaal als met de overheid, die haar invoerrechten en accijnzen veilig stelde middels stevige heffingen. We waren er als kleine staf maar druk mee. En eigenlijk was dit doodzonde van de tijd in die opbouwfase. Afstemming met onze kantoormanager Ruud Breems vond vaak plaats doordat een van de hogere heren even langs kwam. Met name de naamgevende directeur uit Rotterdam was een man die vrij kritisch kwam kijken of we wel voldoende deden op Schiphol en of we de procedures wel volgden. Af en toe een schouderklopje kon er net vanaf, maar vaker werd gewaarschuwd tegen die altijd weer opdoemende ‘wolken aan de horizon’ die de transportbranche nu of in de toekomst konden treffen’. Dat klopte zeker voor die traditionele kantoren, wij hadden alleen maar van doen met groei. Maar dit systeem van werken zou op den duur toch leiden tot ellende. Maar dat wist ik aan het einde van de jaren zestig nog niet. Wij knokten door en behaalden successen. Zonder echte steun uit Rotterdam of Amsterdam. Een eiland. En dat geeft toch een bepaald gedrag van de bewoners. Waarvan ik er een was…(Beelden: Yellowbird archief)