
Wie anno nu een nieuwbouwhuis betrekt weet zich verzekerd van een veelal aan de wensen des tijds aangepaste woonomgeving die ook meteen alles in zich heeft om vanaf de start het gevoel van de nieuwe bewoners te ontvangen of in/uit zich te dragen. Hoe anders is dat bij een huis dat al decennia of zelfs eeuwen oud is. Dan zit de ziel van die vorige bewoners ook nog in dat huis. Verbouwingen door de jaren heen, veranderingen in de functie, lief, leed, echt alles komt terug als je er zelf gaat of mag wonen. Ik heb de combi van dit soort huizen meegemaakt. Oud- en nieuwbouw, functioneel tot luxe. Alles. Als geinteresseerd in geschiedenis zocht en vond ik ooit dat het ouderlijk huis waar wij toen woonden en indertijd onderdeel was van een gewone drie-etagewoning met huurders die voor de oorlog nog waren geronseld om er te komen wonen, vroeger een heel andere functie had gehad. Immers de straat waar ik toen woonde was weliswaar in die jaren van de twintigste eeuw onderdeel geworden van wat toen ‘Oud Zuid’ heette te zijn, ooit was hier een soort pad geweest waarlangs diverse bedrijven zich vestigden die zaken deden met of voor klanten in Amsterdam. Immers die straten buiten de ‘Veste’ behoorden tot ver in de 19e eeuw tot de buurgemeente Nieuwer-Amstel.

Bij de dringend benodigde uitbreiding van het woonaanbod voor de stad koos men voor overname van het buurgebied en werden in allerijl wijken aangelegd vol met vrij gelijkvormige woningen langs smalle straten die qua inrichting de oude sloten van die buurgemeente volgden. Behalve die in onze straat. Daar was alles een beetje anders. Veel huizen hadden een andere stijl, sommigen leken op die revolutiebouw van de 19e eeuw, anderen weken daar compleet van af. Een samenraapsel van stijlen. En in ons oude ouderlijk huis zat een deur met een luikje. En dat luikje diende ooit het doel van ontvangst van mensen die iets kwamen kopen of bestellen en moesten dan in dat kleine kantoortje (later onze kamer als kinderen) afrekenen.

Onder ons huis was een opslagruimte (later in gebruik als fietsenstalling) zoals bij vrijwel elk buurpand een winkel met soortgelijke loods te vinden was. Hoewel mijn ouders dit huis al voor de oorlog zouden huren, voordien moeten er dus ook mensen hebben gewoond, geleefd of gewerkt. Helaas was dat bij de zoektocht naar de geschiedenis van het pand niet meer te ontdekken. En is er ook nu uberhaupt niets meer van terug te vinden. Begin jaren zeventig werd namelijk een deel van de straat en ook ons oude huis gesloopt. Er voor in de plaats kwamen eenheidsworstflats in de stijl van die jaren. Beter, mooier, ongetwijfeld comfortabeler maar zonder die geschiedenis. Over vorige bewoners geen geschiedenis meer terug te vinden. Wel over de straat die begin 20e eeuw een andere naam kreeg aangemeten door de nieuwe bestuurders van toen. In de oude naam zat het ambachtelijke karakter van deze buurt en straat nog wel degelijk verpakt. Bij mijn volgende woonadres in hartje centrum dat naar verluid ooit was bewoond door kerktorenbouwer Hendrik de Keyser werd dat nog een stukje heftiger. Dat pand dateerde uit de 17e eeuw. En dan heb je het over heel wat bewoners en dito verbouwingen. Maar daarover later wellicht meer….(beelden: Archief)












































Natuurlijk, ik ben geen norm op dit gebied. Ik ben al bang voor de naald van de dokter of in dat kader, de assistente van Dracula als er weer eens bloed wordt gevraagd. Dus om dat vrijwillig te ondergaan is net een brugje of wat te ver. Maar afgelopen zomer zag ik wel dat ik een eenling begin te worden. Hoe heter het weer, hoe meer kleding verdwijnt bij ons volkje en wat dan tevoorschijn komt is soms echt opzienbarend. Waren tatoeages vroeger het domein voor dronken zeelieden die zich in een ver weg gelegen haven van een al dan niet geslaagde afbeelding van een zeemeermin op hun bovenarm lieten voorzien, tegenwoordig schijnt het normaal te zijn om 50% van je lijf te lenen als platform voor een ‘kunstwerk’. Waarbij ik het begrip ‘kunst’ maar even tussen aanhalingstekens zet, want sommige van die artiesten hebben zeker niet de Rietveld-Academie voor Beeldende Kunsten doorlopen. Het lijkt soms wel of er een blinde met naald en inkt aan de gang is gegaan. Net als het dragen van Talibanbaarden lijkt dat tatoeages laten aanbrengen tot regel verheven. Met een verschil natuurlijk.
Die barbaarse beharing is vrijwel zeker in een kwartier of zo te verwijderen. Met dat in de huid aangebrachte spul ligt dat toch iets anders. Gaat nooit meer weg of je moet over kapitalen beschikken en een ijzeren zenuwstelsel, dan is het min of meer weg te laseren. Maar in normale situaties loop je dus je leven lang met zoiets in het rond. Mannen moeten het vooral zelf weten hoor. Wellicht behoren ze bij een criminele bende of zijn onderdeel van een fanatieke stripboekenclub, maar bij vrouwen ligt dat toch een stuk genuanceerder. Ik ben nog opgevoed met de splitsing tussen fatsoen en ordinair en helaas dames vol bekladderde armen benen of zelfs gezicht, ik vind dat toch behoren tot het laatste.
Doodzonde soms. Prachtig koppies, mooie lijven en dan al die flauwekul die alleen maar afleidt van het origineel. Dat je vroeger een vlinder liet zetten op een borst….mwah. Een pijl of iets anders op het punt waar al je zenuwen samenkomen in je onderlijf…OK! Was voorbehouden voor de mensen die daar op die plek even mochten rondkijken en had nog iets sexy’s, maar dat halve lijf vol min of meer onherkenbare flauwekul…nee. Ordinair. Dat je ergens een naam laat plaatsen, klein, minder opvallend, vooral doen! Maar bedenk nou eens dat je ook een normaal leven moet leiden. Wellicht op kantoor of in de zorg. Je vergooit toch een stuk van je toekomst. Het lijkt bij sommige werkgevers al een rol te spelen. Maar zeker ook omdat je nu niet weet hoe we straks, in de toekomst, naar die dingen kijken. Om het over verval niet te hebben. Oud houdt meestal in slap hangen, uitzakken, rimpels. En dan is een tatoeage ineens verworden tot iets compleet anders. Wil je echt niet. Ik zeker niet. Maar ja, ik ben dan ook niet van die naalden… Dus denk nog eens na voor je zelf tot lopend kunstwerk wordt omgevormd. Overigens…die inkt is naar verluid niet onschuldig. Net zo min als de manier waarop veel van die kunstenaars de properheid in acht nemen. Een ontsteking of Hepatitis liggen al snel op de loer dan. En nu krijg ik vast commentaren van lezers die uiteraard ‘hier’ ‘daar’ of ‘overal’ een tatoe hebben laten zetten. Ik ben benieuwd. Komt u maar…..desnoods met plaatjes…(Beelden: Internet/Google)