Manko in de media; rechts TROS-geluid!

Wie de huidige Tv-zenders bekijkt die in Nederland actief zijn ziet toch vooral dat in zowel elk programma linksige meningen worden verkondigd als zijnde de enige waarheid. En dat heeft zo zijn effecten op de mening van veel mensen die zich daarop baseren. Hoewel we in merendeel rechts stemden bij de onlangs gehouden verkiezingen, is het links dat de mening dicteert die wij eropna (moeten)houden. Of een andere (meer realistische) mening juist afdoet als niet relevant, nationalistisch, dan wel anti-islam. Vormen van deze soort voorlichting kwamen ook in de jaren zeventig al voorbij. Het tv-landschap van toen door de verzuiling ook aardig saai. De piratenzenders als die op het REM-Eiland, van een aantal jaren eerder waren een te vroege dood gestorven maar veel mensen wilden gewoon vermaakt worden. Niet al dat geleuter over een ondergaande samenleving en de problemen van of armoede in de derde wereld.

En dus ontstond uit de ingezaaide velden van die piraten een omroep die niet alleen zou zorgen voor veel vermaak en eigenlijk de basis legde voor de RTL’s van tegenwoordig, de TROS. Oprichter Joop Landre wilde een ander geluid laten horen. Niet alleen maar door aardige series uit te brengen of zaterdagavondshows die hun weerga niet kenden, maar ook door een behoorlijk conservatieve actualiteitenrubriek die als TROS-Aktua jarenlang de rechter kant van het politieke spectrum zou vertegenwoordigen. Bekende gezichten van die rubriek waren Ivo Niehe, Jaap Jongbloed, Marcel Bruijns en wat later in de tijd de onlangs overleden Wibo v.d. Linde. Daarnaast waren er nog Yvonne Habets, Ard Horvers, Bob Kroon, Hein van Nievelt (die ik nog eens in de ban deed na oneerlijke kritiek op mijn favoriete automerk), Henri Schop en de charmante Tineke Verburg. Jan Pelleboer deed het werk op het gebied van weersverwachtingen. TROS-Aktua was o.a. actief rond de zaak Menten. Er werden wat afgeleide programma’s ontwikkeld als TROS-Aktua in Bedrijf, Aktua Geld en ook een versie voor jongeren, Aktua Junior.

De teneur van de berichtgeving stond haaks op die bij de Vara en c.s. Men was kritisch op al die zgn. waarheden die vanuit die linksige hoek werden georeerd en wie de Telegraaf las wist wel uit welke hoek de nieuwsgaring kwam bij de TROS. En daar was niks mis mee als je nu ziet dat DWDD vooral lijntjes heeft met VN, Volkskrant en NRC. Scheelt vaak ook veel redactiegeld. In 1993 ging het programma op in TweeVandaag en verdween dat TROS-gezicht uit beeld. Ook de AVRO verloor haar best wat rechtse rubriek Televizier. Men liet zich verrassen door de wens bij de NPO om toch vooral het linkse geluid te laten horen. Ik zou best eens benieuwd zijn wat die kopstukken van toen voor de TROS van nu zouden rapporteren over al die immigratie en milieu-verhalen die wel erg eenzijdig van toon en inhoud over ons heen worden gestort. Jammer dat WNL dat gat nooit heeft kunnen invullen.  Het zou best eens verfrissend kunnen werken als we op die TV neutraal tot tweezijdig nieuws tot ons konden nemen. Maar helaas. Het journaille neemt kritiekloos over wat voorlichters of actievoerders zoal oreren. En dat is en blijft een trieste, bijna verdrietige constatering. Kortom, ik mis die TROS en AVRO van toen. Omdat ik zo graag wat realisme zou willen zien als antwoord op al die #Webmetons verhalen die we nu over ons heen gestort krijgen. (Beelden: TROS/Internet/Telecommunicatie)

Rotterdamse crooner…

Rotterdam bracht een stel grootheden voort in de muziekwereld, waarvan Anita Meijer en Lee Towers wel de meest aansprekende zijn. Lee Towers had het geluk dat hij enorm werd gepromoot door wijlen Willem Duys. De zingende kraandrijver en zo meer. Imago is vaak iets anders dan realiteit. Maar Rotterdam kende nog een paar grootheden op muzikaal gebied. Een daarvan is de inmiddels al weer zes jaar geleden overleden Wim Koopmans. Een zanger die je het beste zou kunnen omschrijven als een echte crooner. Een man die de grote Amerikaanse zangers van toen als voorbeeld nam en daar en echt eigen tintje aan toevoegde. Opvallend doordat hij zijn repertoire zong met een duidelijk slissende S. Man uit een bekend gezin, want volle neef van Corrie van Gorp en achterneef van Rudi Koopmans. Daar deelde hij niet alleen zijn artistieke talent mee, maar zeker ook zijn passie voor boksen. Deed hij 25 jaar lang. Man uit een muzikaal gezin ook. Leerde het vak niet alleen van zijn vader, maar ook bij de oer-Amsterdammer, Willy Alberti. Koopmans zag zijn inspiratie vooral in grote namen als Tony Bennett en Frank Sinatra en kon zich qua timbre aardig meten met die lui. En toch…In ons land veel minder bekend dan die zingende kraandrijver. Verschil in aanpak, en daardoor minder erkend. Waarbij hij toch niet bepaald met de verkeerde mensen omging.

Naast Alberti waren daar toch maar mooi Rita Reys en Pim Jacobs. Later ook Pia Beck en zelfs Willem Duys. Die gaf wel wat aandacht aan Koopmans, maar nooit met 100% inzet zoals bij Lee Towers. Ooit werd zijn song L.O.V.E. gezien als de beste uitvoering van de wereld. Hij trad op tijdens het North Sea Jazz Festival, in het nieuwe Luxor, de Doelen en zelfs Ahoy (acht dagen aan een). Grote erkenning kwam van Andre Hazes die vond dat Koopmans echt een heel grote was in zijn genre en te weinig erkenning kreeg. Wat ook zo was. Ergens aan het begin van deze eeuw werd Koopmans eigenaar van zijn eigen jazzclub in Rotterdam; Bird! En ook nog een winkel op jazzgebied, welke hij samen met zijn vrouw Gina runde. Helaas haalde zijn gezondheid hem in. Een herseninfarct maakte een einde aan zijn carriere. Nieuwe platenplannen moesten in de ijskast, want zingen was er niet meer bij. Op 7 maart 2012 overleed hij. 71 jaar oud slechts. En ik denk dat veel mensen zijn naam niets (meer) zegt. Zoals het veel artiesten gaat tegenwoordig. Groot geworden door klein te blijven. En anno 2018 is juist groot doen al ben je nog zo klein meer in de mode. Vandaar dat ik als Amsterdammer even een stukje Rotterdamse geschiedenis voor u als lezer naar boven haalde. https://www.muziekweb.nl/Link/HDX8079/The-best-of-Wim-Koopmans-American-songbook

Het belang van ego!

Volgens van Dale staat het begrip ego voor een (stevig) gevoel van eigenwaarde. Als iets gegroeid is de afgelopen jaren dan juist dat! Vrijwel iedereen lijdt aan een steeds maar groeiend ego zo lijkt het. De selfiecultuur geeft dat al goed weer, maar zeker ook de uitingen in sociale en andere media. Mensen oreren vooral over zichzelf en zien zich daarbij als het centrum van de wereld. Het feit alleen al dat ik mij in een kring van mensen mag bewegen die op sociale media of eigen blog actief zijn bewijst de stelling. Wie geen last heeft van een te vergroot ego laat zich daar niet gelden. Er is uiteraard enig verschil in de manier van uiten. Zo lijkt Twitter op een soort open riool waar iedere zichzelf als heel belangrijk mens profilerende medeburger een reactie geeft op zaken die hem/haar al dan niet bevallen. Veelal in termen die men in normale gesprekken niet zou uiten. Maar ook de reactiekaders bij de traditionele media die zich op het www uiten worden vaak bevolkt door mensen die de eerste beginselen van fatsoen uit het oog zijn verloren en alleen maar bezig zijn met de wedstrijd wie de meeste beledigingen kan stoppen in een paar korte zinnen. Soms gaat men vanuit dat ego zo ver dat er ook wordt bedreigd.

Hoe dat werkt kunnen de ‘slachtoffers’ je feilloos uitleggen. Wie een stevige mening verkondigt moet overigens niet raar kijken dat er altijd lieden zijn die menen dat je benen breken of dat een of andere ernstige ziekte jou en je familie moge treffen het beste antwoord is op wat jij zoal durft te verkondigen. Overigens zonder dat ik nu meteen dadergroepen aanwijs hoor. Ik heb op dat punt met enige verbijstering gelezen wat voor- en tegenstanders van Zwarte Piet elkaar toewensen. Het is beneden elk peil. Maar het ego van de schrijvers werd er vermoedelijk wel door gestreeld. Ego is ook in de politiek van toepassing. En er zijn politici die daarvan leven. Hun ego steekt boven de middelmaat uit en zij hebben naar eigen idee de waarheid in pacht. Denk aan figuren als Pechtold of Klaver, maar ook nieuwkomer Baudet kan er wat van. Het zal bij het spel horen in die beroepsgroep, maar soms is dat gedrag echt stuitend. Ik stel mij altijd voor hoe ik met deze mensen zou omgaan in een meer normale werksituatie bij een commercieel bedrijf. Er zou zeer stevig worden gesproken met dit soort types. Echt in de smaak vallen ze maar zelden.

Ook in de schijnwereld van de  TV maak je ze mee. De ‘nulmensen’ die als zelf benoemde BN-ers verhalen vertellen die niet interessant zijn maar voor hen de ultieme uiting van hun eigen gevoel van waarde. Zij doen er toe en ze krijgen het platform om hun wonderlijke meningen of adviezen te spuien. Ik heb zelf daarom maar het  begrip nulmensen geintroduceerd voor die types. Veelal afkomstig uit de kringen van DWDD maar ook bij RTL kent men dit soort lieden. Ze worden gekatapulteerd richting het ‘gewone publiek’ alsof ze de Messias zelf zijn. Waarbij je wellicht moet nadenken over hoe die volgens de media van het jaar 30 van onze jaartelling zelf zijn PR verzorgde en zijn ego dienstbaar maakte aan de mensheid van toen. Wijsheid, en dan bedoel ik de puurste soort, is zelden voorbehouden aan mensen met een groot ego. Het is het een of het ander, samen gaat dat zelden. Nou ja, een enkele keer, zoals bij mij. Maar dat weet u als lezer intussen wel…

Mooie ouderwetse Brit….Hillman Minx

Het oude Engelse automerk Hillman nam na de tweede wereldoorlog al snel weer haar vooroorlogse succesmodel Minx in productie. Men maakte het zich daarbij redelijk gemakkelijk door die auto min of meer te baseren op het oudere type. En zo kwam daar ook dezelfde motor in te hangen, een 4-cilinder van net geen 1200cc die het hield bij 35pk en een top bood van ergens rond de 100km/uur. Maar de Minx had een goede naam en de auto werd in het Verenigd Koninkrijk nog best verkocht ook. Niet in de laatste plaats omdat er ook een cabrioversie van ontstond die als Drophead Coupe op de markt werd gebracht. Voor (omgerekend) 500 Euro meerprijs reed je de Minx met de zon op je bolletje.

In 1948 pakte Hillmann de vormgeving van de succesvolle auto aan en kreeg de auto een veel strakker uitlijk. Weg waren de los staande spatschermen en het ‘korte kontje’ met opstaande bagageklep. De nieuwe Minx had een echte kofferbak. De prijs van de auto steeg ook, hij was zo’n 450 Euro duurder dan zijn voorganger. Daarvoor kreeg je weliswaar een leuker uiterlijk, geen verbeterde techniek. Hetzelfde motortje dreef de even zware Hillman nu aan waardor de veel vlotter ogende wagen er qua prestaties niet op vooruit ging. Maar Hillman behield wel haar voorsprong op de toenmalige concurrentie door ook van deze Minx weer een ‘Convertible’ uit te brengen. In 1950 werd de Minx nog eens grondig beetgepakt en kreeg de auto een nog wat vlotter uiterlijk.

Daarbij kwam er meteen ook een andere, wat zwaardere, motor beschikbaar zodat de MInx nu ook net even sneller werd. Een paar jaar later voegde Hillman een vlot ogende compacte driedeursstationcar aan het gamma toe, die als Husky door het leven zou gaan. Dat wagentje had een wat lagere prijs dan de sedanversie en was daardoor op zich al succesvol. Maar het kon wat nog extremer. Hillman ging naar Amerika en ontwikkelde voor die markt de nu zeer gezochte ‘Minx Californian’ die was uitgerust met 1.4 liter motor van 47pk. Daarmee was deze extra luxe uitgeruste Hillman zowaar 115km/u snel.

Het Amerikaanse avontuur duurde overigens niet zo lang, na drie jaar staakte men de pogingen om Amerikanen van de Engelse technische kwaliteiten te overtuigen. In plaats daarvan werd de Minx telkens weer gemoderniseerd, aangepast aan de tijd en daardoor ook flink wat vlotter. Zo kreeg de wagen in 1956 een panoramisch achterruit en een iets teruglopende daklijn. En telkens was er een cabrio- en stationcar om het publiek een brede keuze te kunnen bieden. Uiteindelijk staakte men de productie van de Minx in 1967, toen de wagen in allerlei verschillende gedaanten 30 jaar in productie was geweest. Hij werd afgelost door de Hunter die een totaal ander ontwerpgedachte liet zien en eindelijk wat aansprekender prestaties. Maar de Minx zal altijd verbonden blijven aan de periode van heropbouw van de Engelse auto-industrie na de tweede wereldoorlog. Al was het maar doordat er ook de nodige Dinky- en Corgimodellen van bestaan. Overigens zijn die modellen zeer gewild en prijzig. Dat geldt niet voor overgebleven Minxen in het echt. Alleen de Convertibles zijn gevraagd. Maar dan wel graag mint. En dat is bij veel Britse auto’s uit die jaren wel wat veel gevraagd vaak.

De commissaris die schrijver werd….

WP_20160611_013Stom toevallig besloten we om die nieuwe boekwinkel in Weesp eens te gebruiken om niet alleen de culturele behoeften, maar ook het verlangen naar een ‘bakkie’ te bevredigen. Die winkel is relatief nieuw en kwam in de plaats van een ouderwetse zaak die een paar jaar terug failliet ging. Deze nieuwe winkel zit heel anders in elkaar en heeft zoals vaak tegenwoordig, ook een koffiehoekje waar men even lekker kan vertoeven. Aardig mensen ook. Gezellig druk. Tussen alle bezoekers en teamleden die we niet kenden een bekend gezicht. ‘Verhip…dat is toch die commissaris’ zei ik nog. Namen ben ik zo slecht in, maar gezichten vergeet ik nooit. ‘Ja, van Riessen’ zei mijn vrouw stellig en die heeft een ijzeren pot qua geheugen. Verdraaid ja, dat was hem. Zou die ook in Weesp wonen als ‘Amsterdammer’? We filosofeerden wat. De hoofdpersoon in ons raadsel kwam even later ook de koffiehoek inlopen. Kreeg een lekkere espresso en wat water. Spontaan ontstond er een gesprek tussen ons drie. Hij schoof aan bij onze tafel. Binnen de kortste keren werd het een geweldig leuk gesprek.

WP_20160611_009We begrepen dat hij hier niet woonde maar zijn boeken kwam promoten. De winkel had een hoekje ingericht voor dat evenement. Joop van Riessen is auteur van inmiddels acht boeken met Anne Kramer als hoofdpersoon. Die Anne Kramer is, niet verbazingwekkend, commissaris van politie in de drukste stad van ons land, Amsterdam. En Joop van Riessen gaf haar een stukje van zijn eigen (spontane) karakter mee, maar modelleerde haar verder op zijn dochter. Zelfde leeftijd en een echte vrouw. Hij rolde na zijn pensionering eigenlijk bij toeval in het schrijversvak. Baantjer was op leeftijd en de behoefte aan de menselijke maat binnen dit soort lectuur trekt nog steeds veel lezers. De uitgever zat hem echt achterna om er mee te starten en toen hij eenmaal bezig was kon hij zelf eigenlijk niet meer stoppen. De verhalen komen uit zijn laptop zoals hij ze vertelt. Vlot, soms indringend, spannend! Als je in een jaar of acht/negen tijd acht boeken op de markt brengt heb je talent. En juist  omdat Joop van Riessen zoveel heeft meegemaakt als echte Amsterdamse misdaadbestrijder, want dat is hij toch geworden in die 45 dienstjaren, is het zoeken naar onderwerpen geen grote moeite voor hem.

WP_20160611_010Tijdens de presentatie in die boekhandel daar in Weesp bleek ook dat de man breder kijkt naar de maatschappij dan in simpele termen van ‘zwart’ of ‘wit’, maar de ogen niet sluit voor de kwaden die woekeren in de moderne maatschappij. Een link tussen het familieverleden (in zijn laatste boek ‘Moord op de Tramhalte’ trekt hij al een sluier weg van die persoonlijke geschiedenis) maakt zijn boeken nog intrigerender. Zelf is hij geboren in Overveen, niet ver van Haarlem. Woont nu deels in zijn oude omgeving en werkt een ander deel vanuit een leuk appartement onder de schaduw van de Westertoren. Het was geweldig om deze toevallige ontmoeting mee te maken. Natuurlijk kochten we een boek, hij signeerde het persoonlijk en ik gaf hem mijn kaartje. Want ja, auteurs onder mekaar…moet kunnen. Alleen snap ik wel dat ik niet in de schaduw kan staan van een man die elk jaar een boek op de markt brengt. Ik ben al blij als het mij dit jaar nog lukt om nummer drie uit te brengen. In een even lange periode! Met een beetje extra inspiratie moet dat lukken. En dat kreeg ik toch ook van Joop van Riessen. Al was het maar om de manier waarop hij naar dat schrijven kijkt. Geen last maar lust. En dat scheelt veel denk ik. Aanrader mensen! Anne Kramer als hoofdpersoon, Joop van Riessen als schrijver. Bij de betere boekhandel te koop! Zoals die in Weesp! Of te bestellen bij uitgeverij De Kring!  Voor E.18,50 een hoop plezier!

Traditioneel geglitter…

WP_20151202_030Kerstmarkten moet je in Nederland niet zoeken. Althans niet van de soort zoals ik ze qua beleving het leukste vind. Nee, daarvoor moet je toch echt naar de Duitse steden. Die hebben een grote traditie op dit punt al wil het ook daar wel eens wat verschillen qua sfeer en aanbod. Samen met onze Soester vriendjes togen we ook dit jaar weer richting de Duitse aanbieders, boekten een betaalbaar hotel in het voor ons vooraf onbekende Gelsenkirchen inclusief een tweedaagse tramkaart. De tram (in feite een soort metro, want men rijdt een deel van de route ondergronds) heeft een kwartier of drie nodig om van hotel naar Essen te komen. En dat Essen is intussen een wereldstad geworden met de daarbij behorende uitstraling. Heel anders dan hoe ik het in de achter ons liggende decennia vaak heb ervaren, want we kwamen hier vaak en graag. Maar het is voor een dagtripje inclusief shopping net even te ver geworden. Dus was ons bezoekje dit keer welkom en verhelderend. Dat laatste ook letterlijk, want de Essense Kerstmarkt is geweldig qua uitmonstering en verlichting. De sfeer zat er goed in, de hapjes en drankjes waren lekker en we vonden zo links en rechts wat kleine zaken die we zochten.

WP_20151202_027Anders dan in ons hotel in Gelsenkirchen was de Wifi in een aantal horecazaken gratis en dat maakte dat we af en toe ook contact hadden met de resp. thuisbases. En de gesprekken werden diepgaander naarmate het peil van de gekozen (lekkere) wijn daalde in onze glazen. In het donker kwam de verlichting van Essen nog beter uit. Het was echt de moeite waard. En zoals altijd komen dan de Duitsers in grote aantallen naar de vele eet- en drinkgelegenheden om daar de dag te bespreken. Zoals het hoort met een glaasje Gluhwein, al dan niet met een scheutje extra sterke drank er aan toegevoegd. Wij namen onze geliefde hapjes, alleen daar te krijgen. Aardappelschijfjes gebakken in de vorm van pannekoekjes en een gepofte aardappel in de schil met een heerlijk sausje. Je eet er de vingers zowat bij op.

WP_20151202_018In vergelijking met Essen is Gelsenkirchen een provincieplaats. Met meer van een centrum zoals wij dat van vorig jaar kennen uit Duisburg. Rustiger, donkerder, maar best aardig voor een dagje in de week. De volgende dag bleek dat de winkels er trouwens aantrekkelijk genoeg bij lagen om nog wat van de gading te scoren. En om daarna in de zon huiswaarts te keren. Met wat tussenstops, maar dat is meer voor een ander verslag. Voor ons was het sfeervol, gezellig en geslaagd! Met dank aan de lieve vriendjes die we al zo lang kennen. We maken er een traditie van. Kijken nu al naar wat volgend jaar de bestemming zal worden.

 

Duusboerk…

WP_20141127_003Ook al kom ik dan al decennia lang regelmatig in het Teutoonse land der oosterburen, er zijn steden die ik in het verleden nog nooit echt bezocht. Had vele redenen. Soms omdat het er daar niet uitzag, of zoals in dit geval, omdat de stad een bedrijf herbergde waaraan ik weinig fijne herinneringen koesterde. Toen onze Soester vriendjes met het voorstel kwamen om weer eens samen op stap te gaan en dan van de kerstmarkten en winkels te genieten in juist deze stad was mijn aanvankelijk enthousiasme niet zo groot. Niet om het gezelschap, of het prima hotel met faciliteiten waar ik meteen ‘U’ tegen zei, nee, het was die stad. ‘Kon niks zijn, zo grauw en industrieel’. Dus toen ik samen met hen voor het eerst het centrum van Duisburg(spreek uit Duusboerk) in liep werd ik blij verrast. De stad is groot, uitgebreid, en omvat zo’n half miljoen inwoners. Er is een haven, metronetwerk en er lopen heel wat vertegenwoordigers van andere culturen rond.

WP_20141127_015 In die zin dus gewoon een grote stad met alles wat daarbij hoort. Elke zichzelf respecterende winkelketen zit er ook, zoals de Hema, maar ook giga-warenhuizen van Karstadt en Kaufhoff. De kerstmarkt is er gezellig, groot, mooi verlicht, en net als vorig jaar in Düsseldorf stond ook hier een stevig en fraai verlicht reuzenrad. Loop je met een camera rond is er voldoende te vinden om even vast te leggen op de gevoelige digitale plaat. Er zijn parken, kunstwerken en de oude Salvatorkerk, een gotisch godshuis dat tussen 1415 en 1513 werd gebouwd en intussen diensten verzorgt voor de Protestantse gemeente van Duisburg. Je moet het gebouw absoluut even bekijken als je genoeg hebt van de vele, vele naoorlogse bouwwerken die deze stad ook wel kenmerken. Want meer dan 80% van de oorspronkelijke stad werd weggevaagd tijdens de Tweede W.O. en men bouwde na de oorlog weinig terug in de vooroorlogse stijl, al zijn er wel wat aardige voorbeelden van terug te vinden.

WP_20141127_004Duisburg mist wellicht het chique van Düsseldorf, het gezellige van Aken en Keulen, het is een stad met alles er op en aan en wie van shoppen houdt komt hier best aan zijn/haar trekken. Opvalllend was de sfeer. Die is heel gemoedelijk en qua eten en drinken is dit een paradijs. Er is heel veel  meer te vinden dan alleen maar schnitzels en friet. Wij aten overheerlijk bij een Chinees restaurant met geweldig terras in een giga-winkelpassage. De bediening was net zo goed als het eten. Zalig, en voor een prijsje…… De verlichting ’s-avonds is overweldigend. Dat heeft men in Duisburg top voor elkaar.

WP_20141127_038En dat geldt ook voor de cultuur, veel kunst op straat, musea, boekenzaken, kortom ook liefhebbers van juist dit facet van het leven zijn hier vast zeer tevreden. Ons bezoek was er een van slechts een paar dagen. Jammer, want er is voldoende om je hier nog wat langer vast te houden. Ik trek al mijn vooroordelen direct in. Ik had het er naar de zin. Net zoals ooit Gerardus Mercator, die hier woonde en werkte en uiteindelijk ook werd begraven. Duisburg ligt op 1,5 uur rijden van Utrecht in hartje Roergebied, steden als Oberhausen en Essen vindt je op 15km afstand ongeveer. Goede verbindingen en meestal parkeren in het centrum van de stad voor een rrelatief laag bedrag.

Even aandacht voor een vergeten journalist…

BvdK3‘Zou hij nog leven’ bedacht ik me onlangs. En dan bedoelde ik Bart van der Klaauw. Luchtvaartjournalist, redacteur en auteur van talloze boeken over het onderwerp luchtvaart. Toen ik nog een jong ventje was en mijn teksten dichtte voor de bladen en andere media waarvoor ik mijn passie op papier mocht zetten, leek hij een vaste waarde in de luchtvaartwereld. Maar ook een oude man in mijn ogen. Heel anders dan de veel te jong overleden concullega Hugo Hooftman. Van der Klaauw had een aardige staat van dienst. Hij werkte voor de KLM, Lockheed, en werd ooit hoofdredacteur voor het toen nog bestaande tijdschrift Avia van de KNVvL. Hij schreef meer dan vijftig boeken vol, waaronder de bekende reeks ‘Luchtvaart….’

BvdK2 En dan een jaartal voor het jaar waarover het boekje ging. Toen ik mijn eigen vraagstelling eens met wat antwoorden wilde aanvullen bleek dat de man al in 2005 was overleden. 85 jaar oud. Dat gaf toch wat schrik. Had ik niet gedacht. Best een icoon. Niet goed opgelet dus. Schande Meninggever!! En zo blijkt maar weer eens dat een grote naam ook weer geen garantie is voor eeuwige roem. Al menen we zelf dat wij daar als mens absoluut recht op hebben, je bent al snel vergeten. Of je moet Rembrandt heten of Willem van Oranje. Bart v.d. Klaauw was een plezierige bescheiden man. En zo schreef hij ook. Nooit op zoek naar de controverse zoals Hooftman dat deed. Meer een kabbelende schrijver dan een revolutionair. Maar wel een die wist waar het over ging. En dat is ook veel waard…