Groot geworden door kleine auto’s….FIAT!

Fiat, autofabriek uit het Italiaanse Turijn. Grote naam, bij ons vooral bekend geworden door haar kleine auto’s. Ook in Nederland jarenlang het merk voor hen die voor weinig geld in een auto wilden rijden maar ook opzagen tegen hoge kosten. Merk ook met een behoorlijk traditie. Al in 1899 opgezet om auto’s te bouwen en voor de oorlog aardig actief met fraaie wagens. Ook trucks, bussen en zo meer. Breed dus, al speelde de bekendheid meer in zuidelijke landen dan bij ons. Hier ontdekten we het merk pas echt met de bekende 500 Topolino die stamde uit de jaren dertig. Bescheiden van omvang en vermogen, maar ook betaalbaar. Met een beetje persen kreeg je er een klein gezin nog wel in. Wie meer wilde kocht een stationcar. De 500C stamde uit 1949 en was uiterlijk opgefrist met o.a. in de voorste spatschermen opgenomen koplampen. Naast goedkope concurrenten als de VW Kever of Renault 4CV wist de kleine Fiat zich aardig te handhaven.

En voor de goede orde, de motor zat toen nog voor, de aandrijving op de achterwielen en de motor 569cc groot en goed voor 16,5 pk! Was best lastig om daarmee de Cauberg in Valkenburg te bestijgen. Wie meer wilde ging voor de 1100 die vanaf 1947 weer verscheen nadat hij al voor de oorlog ook al in de showroom had gestaan. Toen heette hij weliswaar 508 Balila, maar technisch en uiterlijk vrijwel geen verschil. En zo’n auto had anno 1949 al verzonken handgrepen. Die verdwenen weer bij de veel moderner opvolger, aangeduid als 1100(D/R) die je ruimte bood voor drie mensen op de voorbank en nog een drie achterin. Was ook in Nederland indertijd populair. Dat gold ook voor de nieuwe kleintjes die we als 500 en 600 leerden kennen en zich onderscheiden door de motor achterin en een aardige binnenruimte.

Ze waren mateloos populair in ons land, net als hun opvolgers, de 850 en 133. Vele duizenden gingen er via het dealernetwerk van toenmalig importeur Leonard Lang de deur uit. Voor zakenrijders was er de 1300/1500-reeks die al goed waren voor 140km/u en dat was best snel in die dagen. Hoewel Fiat ook schitterende grote wagens maakte in de vorm van de 1900 en 2300, in onze streken bleken ze lastig verkoopbaar. Beter verging het de 124. Een auto die vanaf 1966 op de markt verscheen. Met keuze uit een 1200 of 1450cc motor.

Hoekige vormgeving, veel kofferruimte en bij Italiaanse taxichauffeurs uiterst populair. Voor hen die meer luxe zochten was er de 125. En krachtpatser die je moeiteloos naar de 175km/u bracht en een moderne motor bood met twee bovenliggende nokkenassen. Wie echt durfde kocht zich een Fiat 130, een prestigieuze limousine die loodzwaar was, een V6 voorin had om de prestaties nog een beetje op peil te houden, maar geen klanten weg wist te halen bij de grote Duitse merken. Eindeloos is het aantal modellen dat Fiat met meer of minder succes uitbracht. Denk aan de 127 en 128, de 131 Mirafiori, de Ritmo, Punto of Panda. Allemaal wagens die toch een mate van bekendheid kregen, ook hier.

Maar Fiat staat mij toch het meest bij als de licentiekoning van de wereld. Want als men een bepaald model uit productie nam werden de rechten vergeven aan vooral Oost-Europese of Latijns-Amerikaanse fabrikanten. De 600 ging naar Joego-Slavie en werd daar Zastava genoemd. Net als de 128 die als Zastava 1100 op de markt werd gebracht. De 124 ging naar Seat waar hij in een iets aangepaste vorm werd gebouwd en verkocht. Maar die auto kreeg pas echt een eigen en nieuw leven toen hij in de toenmalige Sovjet-Unie als Lada 1200 werd gebouwd en meer dan 20 jaar in productie bleef. De 125 ging naar Polen en werd gecombineerd met de motor uit de oudere 1500 omgevormd tot Polski-Fiat 125p. En die wagen werd later ook weer in Egypte gebouwd. De huidige Fiat’s zijn van de kleine soort. De Panda, 500, en daarvan afgeleiden. Hun voortbestaan twijfelachtig.

Fiat fuseerde een jaar of tien geleden met Chrysler en vormde Fiat-Chrysler-Europe. Maar onderhandelt nu met het Franse PSA om te komen tot een verregaande fusie. Daaronder vallen ook Ferrari, Lancia en Alfa Romeo. Allemaal merken van Fiat. De huidige verkoopaantallen in Nederland zijn duidelijk beperkt geworden. Afgelopen jaar vonden nog maar net 4000 Fiat’s een Nederlandse koper. Daarmee bungelt het merk toch in de lagere regionen van de verkoopstatistieken. En dat is toch bijzonder voor een merk dat vele jaren lang toch de markt domineerde. (beelden: Archief Yellowbird)

Even terug naar … Bedford!

Eigenlijk had het merk qua eerste letter thuisgehoord voor Buick of BMW, maar ik was het even vergeten. Dus nu alsnog. Een merk waarvan velen vast wel eens hebben gehoord, maar dat we nu, anno 2020, zelden meer voorbij zien komen; Bedford! Een ooit zeer groot merk waarvan ook in ons landje talloze trucks en bestelwagens voorbijkwamen. Grote transportbedrijven of leveranciers als Coca-Cola hadden hele vloten van deze wagens in gebruik en ook de PTT had heel wat bestellers van dit Britse merk onder dak. Oorspronkelijk dateert de naam Bedford van 1931 toen het als Britse tegenhanger voor ook in Engeland gebouwde Chevrolet bestel- en lichtvrachtwagens uit de grond werd gestampt en in feite de bestelwagenpoot werd voor het merk Vauxhall. Al snel maakte men hele reeksen lichte trucks en bestelwagens en pakte een behoorlijk deel van de toenmalige markt. En Bedford speelde in op klantenwensen want men bood talloze varianten aan op een enkel thema.

Van sommige vrachtwagens maakte men ook bus versies en die werden mateloos populair. Denk maar aan de befaamde OB die tijdens en na de oorlog heel wat busbedrijven op de wielen zette. Dat gold overigens ook voor de afgeleide trekkers, trucks en Vans. Tijdens WO2 bouwde men voor de Britse strijdkrachten meer dan 250.000 voertuigen van diverse pluimage, aangeduid als de OY, OX en QL. In 1947 had men al meer dan een half miljoen bedrijfswagens gebouwd maar baseerden veel van die wagens toch nog steeds op vooroorlogse typen. Dat moest anders vond men en al snel leverde men opgewaardeerde en gemoderniseerde trucks en trailers, maar kwam men ook met de op dat moment zeer modern aandoende CA-besteller.

Die wagens verschenen in 1954 en hadden o.a. een plezierig korte neus, schuifdeuren en een netjes presterende 1,5 liter motor die 56 pk leverde. Deze wagens kwamen er als echte bestelwagen maar ook als minibus, aangeduid als Utilabrake die zelfs 12 passagiers kon vervoeren. Nog een truck die het bij ons goed deed was de TK. Een modern ogende front bestuurde truck met een uit de VS overgenomen styling. Via een tunnel achter onder de cabine kon je als monteur bij de motor komen en dat hielp weer bij het onderhoud. Ze waren er o.a. met zescilinder benzinemotoren en ook een bijna 5 liter grote diesel. TK’s waren stoere wagens die heel lang mee gingen en je nu nog wel eens ziet bij klassieker-bijeenkomsten.

Latere trucks groeiden qua formaat en motorvermogen, terwijl ook het laadvermogen steeg. Bij de bestelwagens nam Bedford vooral marktaandeel weg van andere merken met de CF. Een erg aardige besteller en Van die maar liefst 11 jaar geproduceerd werd. Kom je nu nog wel eens tegen als ijscoverkoopwagen of als klassieke camper. Voor de wat kleinere vervoerder bouwde men wagens op basis van de Vauxhall Viva en Chevette. Later mocht men ook bestellers leveren aan Opel toen daar de eigen bedrijfswagendivisie werd gesloten. In onze streken verdween Bedford ergens in de jaren tachtig van het toneel. In het Verenigd Koninkrijk ging het nog even door met het merk, al leverde men dan vaak auto’s die door anderen waren ontwikkeld. Zoals de Suzuki Carry die onder het Bedford label werden verkocht. Mooi merk, dat ondanks de Amerikaanse wortels, toch oer-Brits was en ook in onze streken een prima naam had. Blijft toch jammer dat je dit spul niet meer ziet. (Foto’s: Internet/Yellowbird archief)

Heel lang onmisbare werkpaarden – Commer!

Zij die zo oud zijn dat ze zich pakjesvervoerder Van Gend & Loos of de eigen vloot van Coca Cola nog kunnen herinneren hebben er wellicht nog een beeld bij; Commer. Brits bestelwagen- en truckmerk dat heel lang belangrijk bleef op de markt van juist dat soort vervoer. Het merk startte al in 1905 als onderdeel van het toenmalige CCL-concern dat zich vooral richtte op logistiek vervoer. Daarnaast bouwde men bussen en brandweerwagens. In 1920 werd het beschreven als de eerste echte onderneming die wagens produceerde met een interne verbrandingsmotor. Terwijl heel wat Britse truckmerken van toen vooral bezig waren met door stoom aangedreven voertuigen. Later zette men de eigen dieselmotoren in elkaar die opvielen die doordat ze driepitters waren met een 3,3, liter grote inhoud en ook nog eens van het tweetaktprincipe. Best uniek. Al in 1931 trad Commer toe tot de Rootesgroep waar je ook veel andere merken vond. Denk aan Hillman of Sunbeam.

En zo werd Commer een tegenhanger voor het bij ons ook bekende Bedford, wat weer toebehoorde aan General Motors/Vauxhall. Veel wagens die men in de kleine bestelwagenklasse leverde hadden direct een gezicht dat ze herkenbaar Hillman maakte, maar dan met een bestelwagen-opbouw en andere aanpassingen. Dat zorgde er voor dat je ze ook in ons land nog wel eens tegenkwam.

Met de 1,5 tons FV uit 1958 kreeg Commer ook vat op de echt bestelwagenmarkt en zie je al snel dat bedrijven als Van Gend & Loos in beeld komen. Dat bedrijf had al BF’s en kocht in 1969 ook de moderne Walk-Thru, ook bekend als KC. Wagens die slim waren ontworpen met diverse schuifdeuren waardoor chauffeurs zo van de ene kant van de wagen naar de andere konden lopen waardoor uitleveren van pakketjes veel efficienter ging dan bij andere bestelwagens.

Ze bleven heel lang een vertrouwd gezicht. Intussen was in 1964 Commer overgenomen door Chrysler dat daardoor ook meteen datgene fout ging doen wat men elders met personenwagenmerken ook deed, ontmantelen en vervangen door iets anders. Ineens werden Commers Dodges en bouwde men dat oude Britse merk helemaal af. Zeer jammer natuurlijk. Het duurde allemaal niet te lang, want 15 jaar later was het voor Chrysler en Dodge over en uit en verkocht men de boel aan Peugeot. En dat Franse merk mikte de naam Commer in de vuilnisbak en had maling aan de rijke geschiedenis. Gelukkig bleven er ook in ons land nog wat oude Commers over die na een lang en zwaar leven bij Van Gend & Loos of andere bedrijven werden omgebouwd tot camper of rijdende voedselkraam. En bleven er genoeg op de weg om zelfs een eigen rijdersclub op de been te krijgen. En dat is maar goed ook. Want zo’n merk moet je koesteren. Niet vernielen. (Beelden: Internet)

Letty de Jong

In deze tijden van riedeltjes of via wonderlijk gegil wijsjes aan de man of vrouw brengende zangeressen zou een echt goede vocaliste als Letty de Jong vermoedelijk dienst moeten doen in bejaardenhuizen. Maar feit is dat zij ooit een van de grootste talenten van ons land was als het ging om zangwerk voor radio, tv en film. Ze werd geboren in 1936 en kwam pas ergens in de jaren zestig echt in de belangstelling van wat toen de muziekscene vertegenwoordigde. Zoals via de intussen ook bijna vergeten presentator Willem Duys. Die draaide haar consequent in zijn programma’s en combineerde haar met de voorliefde die hij uitstraalde richting Rogier van Otterloo. Ze zong mee op hitnummers als ‘het is weer voorbij die mooie zomer’ van Gerard Cox, maar zong ook het bekende nummer ‘Chanson pour Milan’ in de film ‘Nummer 14’ over Johan Cruyff. Verder was ze te horen op platen van The Skymasters, Chris Hinze, Rita Reys, Conny Vandenbosch en zelfs Drs.P. Ze zong jingles in voor Radio Veronica en o.a. herkenningstunes voor het programma van de zo wreed vermoorde Theo van Gogh.

Naast haar zangwerk acteerde ze ook nog en speelde o.a. rollen in hoorspelen op basis van de boeken van Per Wahloo en Maj Sjowall. Als actrice trad ze ook op in de TV-serie ‘Het Meisje met de blauwe hoed’. Als zangeres bracht ze twee albums uit die in resp. 1974-75 verschenen. Letty de Jong had een gouden keel. Niet het uiterlijk van de grote ster. Ook niet de behoefte om met allerlei kunst- en vliegwerk haar carriere overeind te helpen houden. Gewoon een goede zangeres die paste in het tijdperk van toen. Na de jaren tachtig werd het stil rond haar. Gek genoeg moest ik onlangs ineens aan haar denken. Ik had geen idee of ze nog ergens leefde, maar dat bleek bij nazoeken niet het geval. In 2009, tien jaar geleden dus alweer, in Laren overleden. Toen was ze pas 72 jaar oud. Bepaald te jong zou ik denken. Maar liet wel een mooi oeuvre na. En tien jaar later kreeg uw meninggever de inspiratie om haar even in de herinnering te halen. U wilt me wel vergeven mag ik hopen…toch?!  (Beelden: Internet/Wiki)

Talentvol rijkeluiskind…

Tijdens de afgelopen maanden deden we iets wat al langer in de planning stond, maar er zelden van kwam. DVD’s kijken. Het was buiten te warm en die DVD’s bekijken we dan en voeren ze daarna af richting Kringloopwinkel of naar hen die er ook lol aan beleven. Een van de bekeken series was de door ITV geproduceerde reeks Trial & Retribution. Een Britse detectivereeks die we ook op TV nog wel eens voorbij zagen of zien voorbij komen. Stevige verhalen met korte shots en aardige dialogen. Een van de meest opvallende karakters is DCI (Detective Chief Inspector) Roisin Connor. Een dame met haar op haar tanden die het niet alleen met haar chef aan de stok heeft maar ook tot het gaatje wenst te gaan om daders op of aan te pakken. De hoofdrolspeelster voor dit karakter is Victoria Smurfit. Een van oorsprong Ierse blondine uit een rijk Iers geslacht. Met een behoorlijke staat van dienst op het gebied van acteerprestaties. Van de series waar ze te zien is werkt ze vaak hele reeksen af door de jaren. Maar ook films zijn haar niet vreemd.

Ze speelde o.a. de gemene Cruella de Vil in de ABC-reeks ‘Once upon a time’. Maar ook een rol in een serie over Dracula ging ze niet uit de weg. Smurfit is nu 44 jaar en een aantrekkelijke dame. Dat ze in haar eigen leven ook niet echt als doetje bekend zal staan bewees ze door na een huwelijk met de ook al Ierse reclameman Douglas Baxter wat 15 jaar duurde en twee kinderen opleverde. In 2015 was het over en uit. Intussen woont de aantrekkelijke Smurfit in Santa Monica (Cal.) waarmee ze dichtbij de producenten en studio’s leeft waar al dat fraais vandaag komt dat haar talenten doet glanzen. Ik vind het persoonlijk een erg interessante en zelfs sexy actrice. En dat terwijl haar huid niet meteen van de allerzuiverste soort lijkt te zijn. Maar dat weerhoudt haar er niet van om de rollen die ze speelt neer te zetten met een eigen karakter. Met dat kenmerkende Ierse accent. En een prachtig lijf. Jammer dat die DVD’s intussen zijn verdwenen. Maar ja…we hebben de foto’s nog. (Beelden: Wiki/Internet)

Manko in de media; rechts TROS-geluid!

Wie de huidige Tv-zenders bekijkt die in Nederland actief zijn ziet toch vooral dat in zowel elk programma linksige meningen worden verkondigd als zijnde de enige waarheid. En dat heeft zo zijn effecten op de mening van veel mensen die zich daarop baseren. Hoewel we in merendeel rechts stemden bij de onlangs gehouden verkiezingen, is het links dat de mening dicteert die wij eropna (moeten)houden. Of een andere (meer realistische) mening juist afdoet als niet relevant, nationalistisch, dan wel anti-islam. Vormen van deze soort voorlichting kwamen ook in de jaren zeventig al voorbij. Het tv-landschap van toen door de verzuiling ook aardig saai. De piratenzenders als die op het REM-Eiland, van een aantal jaren eerder waren een te vroege dood gestorven maar veel mensen wilden gewoon vermaakt worden. Niet al dat geleuter over een ondergaande samenleving en de problemen van of armoede in de derde wereld.

En dus ontstond uit de ingezaaide velden van die piraten een omroep die niet alleen zou zorgen voor veel vermaak en eigenlijk de basis legde voor de RTL’s van tegenwoordig, de TROS. Oprichter Joop Landre wilde een ander geluid laten horen. Niet alleen maar door aardige series uit te brengen of zaterdagavondshows die hun weerga niet kenden, maar ook door een behoorlijk conservatieve actualiteitenrubriek die als TROS-Aktua jarenlang de rechter kant van het politieke spectrum zou vertegenwoordigen. Bekende gezichten van die rubriek waren Ivo Niehe, Jaap Jongbloed, Marcel Bruijns en wat later in de tijd de onlangs overleden Wibo v.d. Linde. Daarnaast waren er nog Yvonne Habets, Ard Horvers, Bob Kroon, Hein van Nievelt (die ik nog eens in de ban deed na oneerlijke kritiek op mijn favoriete automerk), Henri Schop en de charmante Tineke Verburg. Jan Pelleboer deed het werk op het gebied van weersverwachtingen. TROS-Aktua was o.a. actief rond de zaak Menten. Er werden wat afgeleide programma’s ontwikkeld als TROS-Aktua in Bedrijf, Aktua Geld en ook een versie voor jongeren, Aktua Junior.

De teneur van de berichtgeving stond haaks op die bij de Vara en c.s. Men was kritisch op al die zgn. waarheden die vanuit die linksige hoek werden georeerd en wie de Telegraaf las wist wel uit welke hoek de nieuwsgaring kwam bij de TROS. En daar was niks mis mee als je nu ziet dat DWDD vooral lijntjes heeft met VN, Volkskrant en NRC. Scheelt vaak ook veel redactiegeld. In 1993 ging het programma op in TweeVandaag en verdween dat TROS-gezicht uit beeld. Ook de AVRO verloor haar best wat rechtse rubriek Televizier. Men liet zich verrassen door de wens bij de NPO om toch vooral het linkse geluid te laten horen. Ik zou best eens benieuwd zijn wat die kopstukken van toen voor de TROS van nu zouden rapporteren over al die immigratie en milieu-verhalen die wel erg eenzijdig van toon en inhoud over ons heen worden gestort. Jammer dat WNL dat gat nooit heeft kunnen invullen.  Het zou best eens verfrissend kunnen werken als we op die TV neutraal tot tweezijdig nieuws tot ons konden nemen. Maar helaas. Het journaille neemt kritiekloos over wat voorlichters of actievoerders zoal oreren. En dat is en blijft een trieste, bijna verdrietige constatering. Kortom, ik mis die TROS en AVRO van toen. Omdat ik zo graag wat realisme zou willen zien als antwoord op al die #Webmetons verhalen die we nu over ons heen gestort krijgen. (Beelden: TROS/Internet/Telecommunicatie)

Rotterdamse crooner…

Rotterdam bracht een stel grootheden voort in de muziekwereld, waarvan Anita Meijer en Lee Towers wel de meest aansprekende zijn. Lee Towers had het geluk dat hij enorm werd gepromoot door wijlen Willem Duys. De zingende kraandrijver en zo meer. Imago is vaak iets anders dan realiteit. Maar Rotterdam kende nog een paar grootheden op muzikaal gebied. Een daarvan is de inmiddels al weer zes jaar geleden overleden Wim Koopmans. Een zanger die je het beste zou kunnen omschrijven als een echte crooner. Een man die de grote Amerikaanse zangers van toen als voorbeeld nam en daar en echt eigen tintje aan toevoegde. Opvallend doordat hij zijn repertoire zong met een duidelijk slissende S. Man uit een bekend gezin, want volle neef van Corrie van Gorp en achterneef van Rudi Koopmans. Daar deelde hij niet alleen zijn artistieke talent mee, maar zeker ook zijn passie voor boksen. Deed hij 25 jaar lang. Man uit een muzikaal gezin ook. Leerde het vak niet alleen van zijn vader, maar ook bij de oer-Amsterdammer, Willy Alberti. Koopmans zag zijn inspiratie vooral in grote namen als Tony Bennett en Frank Sinatra en kon zich qua timbre aardig meten met die lui. En toch…In ons land veel minder bekend dan die zingende kraandrijver. Verschil in aanpak, en daardoor minder erkend. Waarbij hij toch niet bepaald met de verkeerde mensen omging.

Naast Alberti waren daar toch maar mooi Rita Reys en Pim Jacobs. Later ook Pia Beck en zelfs Willem Duys. Die gaf wel wat aandacht aan Koopmans, maar nooit met 100% inzet zoals bij Lee Towers. Ooit werd zijn song L.O.V.E. gezien als de beste uitvoering van de wereld. Hij trad op tijdens het North Sea Jazz Festival, in het nieuwe Luxor, de Doelen en zelfs Ahoy (acht dagen aan een). Grote erkenning kwam van Andre Hazes die vond dat Koopmans echt een heel grote was in zijn genre en te weinig erkenning kreeg. Wat ook zo was. Ergens aan het begin van deze eeuw werd Koopmans eigenaar van zijn eigen jazzclub in Rotterdam; Bird! En ook nog een winkel op jazzgebied, welke hij samen met zijn vrouw Gina runde. Helaas haalde zijn gezondheid hem in. Een herseninfarct maakte een einde aan zijn carriere. Nieuwe platenplannen moesten in de ijskast, want zingen was er niet meer bij. Op 7 maart 2012 overleed hij. 71 jaar oud slechts. En ik denk dat veel mensen zijn naam niets (meer) zegt. Zoals het veel artiesten gaat tegenwoordig. Groot geworden door klein te blijven. En anno 2018 is juist groot doen al ben je nog zo klein meer in de mode. Vandaar dat ik als Amsterdammer even een stukje Rotterdamse geschiedenis voor u als lezer naar boven haalde. https://www.muziekweb.nl/Link/HDX8079/The-best-of-Wim-Koopmans-American-songbook

Het belang van ego!

Volgens van Dale staat het begrip ego voor een (stevig) gevoel van eigenwaarde. Als iets gegroeid is de afgelopen jaren dan juist dat! Vrijwel iedereen lijdt aan een steeds maar groeiend ego zo lijkt het. De selfiecultuur geeft dat al goed weer, maar zeker ook de uitingen in sociale en andere media. Mensen oreren vooral over zichzelf en zien zich daarbij als het centrum van de wereld. Het feit alleen al dat ik mij in een kring van mensen mag bewegen die op sociale media of eigen blog actief zijn bewijst de stelling. Wie geen last heeft van een te vergroot ego laat zich daar niet gelden. Er is uiteraard enig verschil in de manier van uiten. Zo lijkt Twitter op een soort open riool waar iedere zichzelf als heel belangrijk mens profilerende medeburger een reactie geeft op zaken die hem/haar al dan niet bevallen. Veelal in termen die men in normale gesprekken niet zou uiten. Maar ook de reactiekaders bij de traditionele media die zich op het www uiten worden vaak bevolkt door mensen die de eerste beginselen van fatsoen uit het oog zijn verloren en alleen maar bezig zijn met de wedstrijd wie de meeste beledigingen kan stoppen in een paar korte zinnen. Soms gaat men vanuit dat ego zo ver dat er ook wordt bedreigd.

Hoe dat werkt kunnen de ‘slachtoffers’ je feilloos uitleggen. Wie een stevige mening verkondigt moet overigens niet raar kijken dat er altijd lieden zijn die menen dat je benen breken of dat een of andere ernstige ziekte jou en je familie moge treffen het beste antwoord is op wat jij zoal durft te verkondigen. Overigens zonder dat ik nu meteen dadergroepen aanwijs hoor. Ik heb op dat punt met enige verbijstering gelezen wat voor- en tegenstanders van Zwarte Piet elkaar toewensen. Het is beneden elk peil. Maar het ego van de schrijvers werd er vermoedelijk wel door gestreeld. Ego is ook in de politiek van toepassing. En er zijn politici die daarvan leven. Hun ego steekt boven de middelmaat uit en zij hebben naar eigen idee de waarheid in pacht. Denk aan figuren als Pechtold of Klaver, maar ook nieuwkomer Baudet kan er wat van. Het zal bij het spel horen in die beroepsgroep, maar soms is dat gedrag echt stuitend. Ik stel mij altijd voor hoe ik met deze mensen zou omgaan in een meer normale werksituatie bij een commercieel bedrijf. Er zou zeer stevig worden gesproken met dit soort types. Echt in de smaak vallen ze maar zelden.

Ook in de schijnwereld van de  TV maak je ze mee. De ‘nulmensen’ die als zelf benoemde BN-ers verhalen vertellen die niet interessant zijn maar voor hen de ultieme uiting van hun eigen gevoel van waarde. Zij doen er toe en ze krijgen het platform om hun wonderlijke meningen of adviezen te spuien. Ik heb zelf daarom maar het  begrip nulmensen geintroduceerd voor die types. Veelal afkomstig uit de kringen van DWDD maar ook bij RTL kent men dit soort lieden. Ze worden gekatapulteerd richting het ‘gewone publiek’ alsof ze de Messias zelf zijn. Waarbij je wellicht moet nadenken over hoe die volgens de media van het jaar 30 van onze jaartelling zelf zijn PR verzorgde en zijn ego dienstbaar maakte aan de mensheid van toen. Wijsheid, en dan bedoel ik de puurste soort, is zelden voorbehouden aan mensen met een groot ego. Het is het een of het ander, samen gaat dat zelden. Nou ja, een enkele keer, zoals bij mij. Maar dat weet u als lezer intussen wel…

Mooie ouderwetse Brit….Hillman Minx

Het oude Engelse automerk Hillman nam na de tweede wereldoorlog al snel weer haar vooroorlogse succesmodel Minx in productie. Men maakte het zich daarbij redelijk gemakkelijk door die auto min of meer te baseren op het oudere type. En zo kwam daar ook dezelfde motor in te hangen, een 4-cilinder van net geen 1200cc die het hield bij 35pk en een top bood van ergens rond de 100km/uur. Maar de Minx had een goede naam en de auto werd in het Verenigd Koninkrijk nog best verkocht ook. Niet in de laatste plaats omdat er ook een cabrioversie van ontstond die als Drophead Coupe op de markt werd gebracht. Voor (omgerekend) 500 Euro meerprijs reed je de Minx met de zon op je bolletje.

In 1948 pakte Hillmann de vormgeving van de succesvolle auto aan en kreeg de auto een veel strakker uitlijk. Weg waren de los staande spatschermen en het ‘korte kontje’ met opstaande bagageklep. De nieuwe Minx had een echte kofferbak. De prijs van de auto steeg ook, hij was zo’n 450 Euro duurder dan zijn voorganger. Daarvoor kreeg je weliswaar een leuker uiterlijk, geen verbeterde techniek. Hetzelfde motortje dreef de even zware Hillman nu aan waardor de veel vlotter ogende wagen er qua prestaties niet op vooruit ging. Maar Hillman behield wel haar voorsprong op de toenmalige concurrentie door ook van deze Minx weer een ‘Convertible’ uit te brengen. In 1950 werd de Minx nog eens grondig beetgepakt en kreeg de auto een nog wat vlotter uiterlijk.

Daarbij kwam er meteen ook een andere, wat zwaardere, motor beschikbaar zodat de MInx nu ook net even sneller werd. Een paar jaar later voegde Hillman een vlot ogende compacte driedeursstationcar aan het gamma toe, die als Husky door het leven zou gaan. Dat wagentje had een wat lagere prijs dan de sedanversie en was daardoor op zich al succesvol. Maar het kon wat nog extremer. Hillman ging naar Amerika en ontwikkelde voor die markt de nu zeer gezochte ‘Minx Californian’ die was uitgerust met 1.4 liter motor van 47pk. Daarmee was deze extra luxe uitgeruste Hillman zowaar 115km/u snel.

Het Amerikaanse avontuur duurde overigens niet zo lang, na drie jaar staakte men de pogingen om Amerikanen van de Engelse technische kwaliteiten te overtuigen. In plaats daarvan werd de Minx telkens weer gemoderniseerd, aangepast aan de tijd en daardoor ook flink wat vlotter. Zo kreeg de wagen in 1956 een panoramisch achterruit en een iets teruglopende daklijn. En telkens was er een cabrio- en stationcar om het publiek een brede keuze te kunnen bieden. Uiteindelijk staakte men de productie van de Minx in 1967, toen de wagen in allerlei verschillende gedaanten 30 jaar in productie was geweest. Hij werd afgelost door de Hunter die een totaal ander ontwerpgedachte liet zien en eindelijk wat aansprekender prestaties. Maar de Minx zal altijd verbonden blijven aan de periode van heropbouw van de Engelse auto-industrie na de tweede wereldoorlog. Al was het maar doordat er ook de nodige Dinky- en Corgimodellen van bestaan. Overigens zijn die modellen zeer gewild en prijzig. Dat geldt niet voor overgebleven Minxen in het echt. Alleen de Convertibles zijn gevraagd. Maar dan wel graag mint. En dat is bij veel Britse auto’s uit die jaren wel wat veel gevraagd vaak.

De commissaris die schrijver werd….

WP_20160611_013Stom toevallig besloten we om die nieuwe boekwinkel in Weesp eens te gebruiken om niet alleen de culturele behoeften, maar ook het verlangen naar een ‘bakkie’ te bevredigen. Die winkel is relatief nieuw en kwam in de plaats van een ouderwetse zaak die een paar jaar terug failliet ging. Deze nieuwe winkel zit heel anders in elkaar en heeft zoals vaak tegenwoordig, ook een koffiehoekje waar men even lekker kan vertoeven. Aardig mensen ook. Gezellig druk. Tussen alle bezoekers en teamleden die we niet kenden een bekend gezicht. ‘Verhip…dat is toch die commissaris’ zei ik nog. Namen ben ik zo slecht in, maar gezichten vergeet ik nooit. ‘Ja, van Riessen’ zei mijn vrouw stellig en die heeft een ijzeren pot qua geheugen. Verdraaid ja, dat was hem. Zou die ook in Weesp wonen als ‘Amsterdammer’? We filosofeerden wat. De hoofdpersoon in ons raadsel kwam even later ook de koffiehoek inlopen. Kreeg een lekkere espresso en wat water. Spontaan ontstond er een gesprek tussen ons drie. Hij schoof aan bij onze tafel. Binnen de kortste keren werd het een geweldig leuk gesprek.

WP_20160611_009We begrepen dat hij hier niet woonde maar zijn boeken kwam promoten. De winkel had een hoekje ingericht voor dat evenement. Joop van Riessen is auteur van inmiddels acht boeken met Anne Kramer als hoofdpersoon. Die Anne Kramer is, niet verbazingwekkend, commissaris van politie in de drukste stad van ons land, Amsterdam. En Joop van Riessen gaf haar een stukje van zijn eigen (spontane) karakter mee, maar modelleerde haar verder op zijn dochter. Zelfde leeftijd en een echte vrouw. Hij rolde na zijn pensionering eigenlijk bij toeval in het schrijversvak. Baantjer was op leeftijd en de behoefte aan de menselijke maat binnen dit soort lectuur trekt nog steeds veel lezers. De uitgever zat hem echt achterna om er mee te starten en toen hij eenmaal bezig was kon hij zelf eigenlijk niet meer stoppen. De verhalen komen uit zijn laptop zoals hij ze vertelt. Vlot, soms indringend, spannend! Als je in een jaar of acht/negen tijd acht boeken op de markt brengt heb je talent. En juist  omdat Joop van Riessen zoveel heeft meegemaakt als echte Amsterdamse misdaadbestrijder, want dat is hij toch geworden in die 45 dienstjaren, is het zoeken naar onderwerpen geen grote moeite voor hem.

WP_20160611_010Tijdens de presentatie in die boekhandel daar in Weesp bleek ook dat de man breder kijkt naar de maatschappij dan in simpele termen van ‘zwart’ of ‘wit’, maar de ogen niet sluit voor de kwaden die woekeren in de moderne maatschappij. Een link tussen het familieverleden (in zijn laatste boek ‘Moord op de Tramhalte’ trekt hij al een sluier weg van die persoonlijke geschiedenis) maakt zijn boeken nog intrigerender. Zelf is hij geboren in Overveen, niet ver van Haarlem. Woont nu deels in zijn oude omgeving en werkt een ander deel vanuit een leuk appartement onder de schaduw van de Westertoren. Het was geweldig om deze toevallige ontmoeting mee te maken. Natuurlijk kochten we een boek, hij signeerde het persoonlijk en ik gaf hem mijn kaartje. Want ja, auteurs onder mekaar…moet kunnen. Alleen snap ik wel dat ik niet in de schaduw kan staan van een man die elk jaar een boek op de markt brengt. Ik ben al blij als het mij dit jaar nog lukt om nummer drie uit te brengen. In een even lange periode! Met een beetje extra inspiratie moet dat lukken. En dat kreeg ik toch ook van Joop van Riessen. Al was het maar om de manier waarop hij naar dat schrijven kijkt. Geen last maar lust. En dat scheelt veel denk ik. Aanrader mensen! Anne Kramer als hoofdpersoon, Joop van Riessen als schrijver. Bij de betere boekhandel te koop! Zoals die in Weesp! Of te bestellen bij uitgeverij De Kring!  Voor E.18,50 een hoop plezier!