Sypesteyn…

Sypesteyn…

Ik geef het meteen toe, beste lezers en lezerinnen…. Deze meninggever heeft iets met de geschiedenis, omdat die zoveel vertelt over onze herkomst, cultuur en zeker ook toekomst. Zonder enige kennis van de geschiedenis heb je in de toekomst niks te zoeken. Wie niet kan duiden hoe dingen pasten in een bepaalde tijd kan zeker die toekomst niet voorspellen. Helaas zie ik al te vaak dat mensen die zich experts noemen dit maar al te graag toch doen. Hoe dan ook, bij een van onze tochten over piepkleine landweggetjes en dwars door nooit eerder bezochte dorpen en stadjes kwamen we bij toeval langs Kasteel Sypesteyn. Zal niet meteen allerlei bellen doen rinkelen. Eerlijk gezegd had ik er nog nooit van gehoord. Dus opgezocht.

Dat prachtige kasteel met zijn torens en kantelen stamt niet uit een heel vroegere periode waarin de adel zich ten laste van de burgers kon laten verwennen in zo’n enorm landhuis, nee, dit kasteel is pas eind negentiende eeuw gebouwd. Als onderkomen voor een nazaat van vroegere landheren die hier de boel bestierden. De familie Van Sypesteyn. Op de terreinen waar volgens de overlevering ooit wel een oud kasteel moest hebben gestaan waarvan een ruine nog een aantal jaren overeind had gestaan, herbouwd en in 1673 opnieuw vernield. Het nieuwe kasteel werd gebouwd op de teruggevonden resten van het oude en kreeg een zekere grandeur, tot anno 1927 het geld op was en de bouw werd afgerond op het niveau waarop het nu nog verkeert.

Een kasteel met een sterk stenen landhuiskarakter, een buitenmuur met gebouwen waarin je dat oude en vroegere kasteel terug moet zien, een machtig mooie tuin, en binnen verzamelingen van de kasteelheer, waaronder het nodige porcelein. In 1902 al werd door de familie Sypesteyn een Stichting opgericht die bouw en onderhoud van kasteel en omgeving voor haar rekening moest kunnen nemen. Daardoor zijn het kasteel en de verzamelingen samen museaal beschermd en kan men er sindsdien gasten ontvangen (12 euro entree, museumjaarkaarthouders gratis toegang) en valt er vlak na de ingang ook koffie te dringen in een tent. Al dit moois vindt je in Loosdrecht, niet meteen een plek waar je aan kastelen denkt, eerder aan water en zo. Maar het kasteeltype noemt men daar dan weer wel een Waterburcht, omgeven door sloten en plassen, en dat geheel oogt door de stenen bouw die heel erg verwijst naar vroeger eeuwen noest en voor de eeuwen te bewaren. Opdat we iets van die vaderlandse geschiedenis leren.

Vaak zo gewelddadig, omgeven door haat en nijd, geloofsconflicten en zo meer. De furie daarvan kon oude kastelen verwoesten, maar de drang tot herbouw ook weer iets moois opleveren, ook al is het dan een paar eeuwen later. Wij deden de rondgang door het kasteel niet. Te druk naar ons idee. Meer mensen kenden dit kasteel kennelijk en wij waren maar dagtoeristen op doorreis. Maar we gaan er zeker nog eens heen om te kijken wat er binnen allemaal te vinden is. Al was het maar om inzicht te krijgen in hoe deze familie door de eeuwen heen zich staande heeft weten te houden. Zoek je dit kasteel? Het ligt aan de Nieuw-Loosdrechtsedijk 150 in Loosdrecht. En als je daar dan toch bent rijdt dan ook eens helemaal binnendoor langs Tienhoven naar bijvoorbeeld de Vuursche of zo. Je zult genieten. Gegarandeerd. En grote wegen kom je niet tegen onderweg. Ook prima te doen op e-bikes…(Beelden: Eigen materiaal)

Boerderijmuseum

WP_20150715_016Als uit de grootste stad van ons land afkomstig jong mens was een boerderij iets waar koeien rondliepen of hard werkende lieden met een paar stukken gereedschap ons toekomstige voedsel van de akkers haalden. Daarbij kwamen de verhalen van mijn moeder die in de oorlog nog wel eens moet boerenmensen van doen had gehad tijdens strooptochten die iets te eten moesten opleveren. Het totaalbeeld wat ik van dat boerenleven had was nooit al te positief. Nou ja, op de kinderboerderij wellicht. Als kind kon je daar kennismaken met een stel lieve diertjes die zelfs aaibaar waren. Die de nek omdraaien voor een lap vlees kwam in mijn jeugdige bolletje niet op. Vlees of kip kwamen van slager of poelier. Des te opmerkelijk wellicht dat juist ik me onlangs liet overtuigen om eens een kijkje te nemen in een museumboerderij. Dat complex is te vinden in de Meierij, niet ver van het Brabantse gehucht Heeswijk-Dinther.

WP_20150715_007Dat museum is helemaal opgebouwd op, rond en in een oude boerderij en men heeft voor dat doel de kalender stopgezet in 1900. En dat is voor moderne stadsmensen of voor hen die in ieder geval een zekere ontwikkeling kenden in de afgelopen decennia, een confronterende ervaring. De centrale expositie is opgebouwd in een boerderij die tot de jaren zestig nog in gebruik was. Een gemengde boerderij. Kortweg;  veeteelt en landbouw onder een dak. De boerderij zelf is er een van de oude soort met een woonhuis (waar men vaak met een man of tien samenleefde) een voorstal en een achterstal. Veel van de zaken die je krijgt voorgeschoteld zijn, in de tijd bekeken,  inventief en soms zelfs slim. Zoals het vroegere verwarmingssysteem met een centrale houtkachel/open haard die bij gebruik ook meteen het water in de stal warm maakte, maar ook kon worden gebruikt voor roken van worsten. Niets op deze boerderijen ging verloren, alles was bruikbaar en niets werd zo maar weggemikt. De slaapruimten zijn verhalen op zich waard.

WP_20150715_015Bedstee voor 4 kinderen en als het moest een vijfde er dwars tussen in. Boer en boerin half zitten in hun eigen hokje en de baby (je moest toch wat als je vroeg naar bed ging) op een soort plankier er boven. Het vee stond een ruimte verderop. Van koeien tot kippen, van varkens (vooral voor de slacht) tot wat ook. Als het maar bruikbaar en/of eetbaar was. In de achterste ruimte staan de gereedschappen en de wagens. Want kerkelijk (katholiek)was men in die dagen zeker en de kerk moest  op zondag bezocht. Het waren drukke en zware tijden. Werken, werken, werken en op zondag dat uitje naar de kerk. Interessante locatie dit museum, al werd het boerenleven hier en daar wel wat erg  overdreven positief of juist negatief gepresenteerd. Het complex wordt nu onderhouden voor een stichting door 75 vrijwilligers, deels afkomstig van dit soort boerenbedrijven. Die houden ook de tuinen bij (men eet groenten van eigen grond) en geven workshops voor de lokale jeugd.

WP_20150715_023Een erg aardig uitje dat niet de wereld kost, maar je wel even leert relativeren over wat er allemaal moest gebeuren op zo’n boerderij om het voedsel voor de stadsmensen te produceren. Je vindt het museum aan de Meerstraat 28 in Heeswijk-Dinther en de boel is hier open van april-september op dinsdag/woensdag tussen 10-12u of in de weekenden tussen 13-16.00u. Het spul is niet gratis, kost een paar Euri p.p. aan toegang, en je kunt wat bijdragen leveren aan de kas door een bakkie koffie te nemen met een plakje Brabantse cake. Erg leuk voor kinderen, laat ze wel even googlen wat bepaalde zaken kunnen betekenen. Want gerst, vlas, tarwe en zo meer zijn geen alledaagse termen voor kinderen. Zeker niet uit de stad. En die termen worden hier regelmatig gebruikt.

Clubmensen

308tAls een ding me wel duidelijk is geworden in mijn leven tot nu toe dan toch wel dat ik geen type ben voor verenigingen, clubs of groepen van gelijkgestemden. Of het nu gaat om kerk, beroep of hobby, altijd staat me de cultuur binnen die clubs enorm tegen. Familietrekje, geen van de mensen uit mijn bloed gebonden omgeving is actief lid van wat ook. We zijn veel te sterke individualisten. Overtuigd ook van eigen ervaring, kennis en richting en niemand nodig om de dobber drijvende te houden als het daarom gaat. Ik kijk dan ook altijd met enig dubbel gevoel naar hen die dat wel vertonen. Die kunnen zwijmelen bij het idee dat er een enkele god bestaat die alles stuurt. Die het heerlijk vinden om samen naar ‘de voetbal’ het zwemmen of pakweg golfspel te gaan. Of die het leuk vinden om de Suzuki of Harley uit het vet te halen en dan hele toertochten te kunnen houden. Nee, ik behoor daar niet bij. De keren dat ik mij wel aansloot bij soortgelijke clubs was ik er relatief snel klaar mee. Zo herinner ik mij een vereniging waar ik dolenthousiast lid werd gemaakt door een aantal modelbouwers van de bovenste plank.

HPIM1718De International Plastic Modellers Society trok mij binnen. Internationale groep lieden met maar een passie; modelbouwen! En dat deed ik in die jaren met verve. Met een collectie van (toen) pakweg 1000 modellen kon ik aardig meekomen dacht ik. Maar dat pakte anders uit. De clubleden hielden een paar maal per jaar bijeenkomsten en dan toonden ze hun nieuwste aanwinsten en wat ze er van gemaakt hadden. Ik ook! Wist ik veel. Mijn manier van modelbouwen viel niet in de goede aarde. Ik maakte geen militaire voer- of vliegtuigen vol met miniatuur bommen en granaten. En tja, met een DC-8 of zoiets had men niks. Het bestuur bleek ook te bestaan uit veel pratende mensen met te veel vrije tijd, kortom, ik trok aan de stutten. En zo ging het met de sport, met het werk, ik ben geen lobbyist, het is zwart of wit, en grijs is niet mijn tint, en ook voor de andere gektes die een mens als ik er op na kan houden.

Boksen 4Nu is er op Facebook een hele verscheidenheid van groepen te vinden waar je je heil kunt zoeken als je meent dat het iets toevoegt. Geldt ook voor Linkedin. Ik werd lid van diverse. Maar ergens borrelt er al weer iets in me….Ik lees de diverse commentaren, ik volg de discussies (doe zelf ook nog wel eens mee) en krijg langzaam al weer tabak van al het gedoe. Waarom neigen mensen toch altijd tot het aanvechten van de waarde van anderen? Kennis lijkt er niet toe te doen. Net of al die clubleden iets autistisch hebben. Gefocussed op zichzelf, het eigen verzamelde, de CV, werkervaring of wat ook. En dat de ander dan ontzeggen. Zou het gewoon menselijk gedrag zijn? Ben ik vast een alien. Laat mekaar in de waarde en geniet van het samenzijn zou ik denken. En wie dat niet wil, mik jezelf van de ledenlijst en ga je vrouw of vrienden pesten. Doe ik al jaren, en bevalt prima!