Gemist…

Gemist…

Nu ik het qua vliegen al een tijdje rustiger aan doe, de meeste vlieguren heb ik wel gemaakt denk ik, is het aardig te bedenken welke vliegtuigtypen ik had willen vliegen maar om een of andere manier nooit op mijn pad vond. Dat zijn er uiteraard meer dan de kisten waarmee ik wel weg ben geweest. Ik vloog door de jaren heen mee in Piper Cub’s, Cessna’s, Beechcrafts om maar een paar kleinere te noemen, maar ook in vele Fokker’s, Douglassen, Boeings en Airbussen.

Daarnaast nog in wat bijzondere machines van British Aerospace, Bombardier of Tupolev. Honderden vlieguren in die machines gemaakt en vrijwel altijd met veel plezier. Maar ik miste bijvoorbeeld de DC-10 op mijn pad of diens opvolger, de MD-11. Die zaten gewoon op routes waar ik niet naartoe wilde. Of die Airbus A300, wiens kleinere zus A310 wel in mijn logboek staat, maar die grotere variant niet.

Opvallend genoeg vloog ik wel in de modernere Fokker 50, 70 en 100, maar nooit in de illustere voorgangers F27 of F28. En over Russische kisten hoef ik het dan nauwelijks te hebben. Want naast een tiental uren in de straaljager-achtige Tu-134A van CSA kwam er geen een voorbij die mij op typisch Russische wijze vervoerde.

Zoals bijvoorbeeld die enorme Tu-154, of de Antonov’s en Ilyushins. Soms deed ik zelf na wat nadenken de deur naar zo’n kist dicht hoor. Dan kwam het me niet uit, of zocht ik liever een snellere of comfortabeler route. Daarbij was het nemen van grote risico’s nooit zo mijn ding. Je hebt toch een leven als familievader of hoofd inkomen met alles wat daar aan verantwoordelijkheid bijhoort.

Bij de Britten vloog ik met de Dove, Carvair, Trident, BAe146 en diens troonopvolgers, of de Avro 748, maar nooit in een VC-10. Toch iets mee gemist denk ik. Opvallend genoeg heb ik op korte routes wel gevlogen in een Duitse Dornier (ook weer een uur of tien in totaal) maar nooit in een Braziliaanse Embraer, toch een fabrikant die nu aardig dominant is op juist die routes. Had ik graag nog eens gedaan. En dan heb ik het nog alleen over civiele vliegtuigen. Militaire kisten heb ik altijd gemeden als de pest.

Al was het maar omdat piloten van dat spul een voorkeur vertonen om op hun kop te vliegen of bochten te trekken die zoveel G-krachten veroorzaken dat ik er aardig beroerd vanaf zou zijn gekomen. Met mijn vroegere vliegvriend John maakte ik genoeg rarigheid mee op dat vlak. Die kon het niet gek genoeg gaan als we eenmaal los waren en ik heb hem daarvoor wel eens vervloekt…..

En met dank aan het bruggetje van John kwam ik terecht bij helicopters en dat soort spul. Ik vloog mee in een S76 van KLM (John ook) die toen net nieuw in dienst was bij KLM. Leuke ervaring. Een jaar of tien later in een kleine Schweizer 386 boven Zandvoort en het circuit voor een of andere fotowedstrijd. En van een heel andere orde, een Scheibe SF25C motorzwever bracht me ooit boven Salland een lokale vliegervaring van 20 minuten toen ik absoluut weigerde om in een echte zweefkist te stappen. Want beste mensen, er zijn dingen die je echt niet moet doen. Zweven, parachutespringen en ballon varen is er daar een stel van. Dat heb ik altijd geweigerd. En daar heb ik in tegenstelling tot andere keuzes, geen spijt van gekregen. En jullie zelf? Bepaalde bijzondere vluchten gemaakt en waarheen? Bepaalde vliegtuigen in het hart gesloten??? Ik ben benieuwd naar jullie reacties…. (Beelden: archief)

Kinder-reclame…

Kinder-reclame…

Zowel als gemiddelde consument als professional in het wezen der communicatie door de jaren heen zijn er voor mij persoonlijk anno 2024 de nodige ergernissen die ik graag langs deze weg met ‘de lezer(es) dezer blog’ wil delen. Reclame is bedoeld om ons allen te bewegen een product of dienst aan te schaffen of in het hart te sluiten. De marketingmix zoals dat heet moet aansluiten op de lijstjes met wensen van de consument of groepen daarvan. Bij zowel radio- als tv-reclame vallen mij momenteel diverse trends op. Allereerst dat ons leven volgens de reclamefilmmakers voor het overgrote deel lijkt te bestaan uit gekleurde mensen die de plek in namen van de vroegere blonde types met blauwe ogen om het maar eens te chargeren.

Niks mis met die keuze, maar het is net zo min stereotiep voor onze samenleving als het feit dat elke jonge moeder het figuur van Barbie zou hebben of elke vader een tatoeage. Daarnaast hoor ik vaak kinderstemmen bij redelijk volwassen onderwerpen. Alsof kinderen zouden bepalen wanneer we een ‘last minute’ reis boeken naar Griekenland of zouden weten wat de vierkantswortel in het kwadraat is bij de keuze voor een bepaald telefoonnet. Kletspraat. En over dat praten gesproken, als je sommige vrouwen hoort inspreken bij spotjes lijkt het wel of die allemaal een hoge piepstem moeten hebben om hun jeugd te doen uitstralen dan wel niet te willen weten dat een beetje intelligente vrouw vaak juist beheerst praat over onderwerpen en niet hysterisch.

Ten derde zijn daar die bedrijven of instellingen die zich op de borst slaan omdat zij zo ‘milieuvriendelijk’ of ‘klimaatneutraal’ producten en diensten kunnen aanbieden. Ik krijg er vaak kromme tenen van. Onderzoek toont aan dat de doelgroepen die daar mee bezig zijn vanzelf al geen gebruik maken van die bedrijven of organisaties en de gemiddelde burger helemaal niet bewust actief is met al dat gesnor. Men wil gewoon goede waar voor het geld dat men te besteden heeft, de juiste prijs/kwaliteitsverhouding dus en geen claims die nergens over gaan. Wil je graag politiek correct overkomen, de milieu-ridder uithangen of op termijn het klimaat redden zet dat in een folder of op je briefpapier, maar doe dat niet in een reclame-uiting. Immers we worden al overspoeld met groene en linkse propaganda, claims, processen en zo meer, de drammers blokkeren de straten en pleinen van dit land omwille van door hen aangehangen semi-religie, dus laat het bedrijfsleven zich daar verre van houden.

Kijk als energie-organisatie claimen dat je zo groen bent lijkt leuk, maar is een leugen. Windmolens op zee zorgen voor enorme verstoring van de biodiversiteit, de wieken slachten trekvogels af, en het bouwen van die dingen vraagt zoveel van de onderwaterpopulatie dat je geen enkele claim op milieugebied meer kunt verantwoorden. Kortom…..ik heb besloten om de bedrijven die zich bezig houden met deze valse voorwendselen te boycotten. Ik wil gewoon leuke reclame zien of horen met daarin de duidelijke boodschap dat ik dit of dat product (of dienst) tegen een betaalbare prijs kan vinden bij….Reclame is daarvoor bedoeld. Niet om maatschappelijke of politieke statements te maken. Niets is alleen maar goed of positief. Dat is een les die ik al snel leerde in mijn werk, opleiding en ervaring. Wat dat betreft is niets menselijks een bedrijf of organisatie vreemd. Trap er echter niet in mensen….gebruik je verstand en kijk om je heen. Wat je daar niet ziet is ook in het voorgeschotelde reclamespotje geen weergave van het echte leven. Reclame kan je lekker maken, maar hoeft dat niet te doen. Dus geen kinderen meer, geen overdreven veel gekleurde mensen (als het niet relevant is), geen piepstemmen en geen politiek ingestoken claims graag. Dan wordt het vak weer een stuk leuker en de klant weet je meteen te vinden. Ik dank u…. (Beelden: Archief)

Overstapjes….

Overstapjes….

Zodra ik ergens een boek vindt over het tramvervoer in Amsterdam ben ik al snel overstag om dit aan te schaffen en meteen te lezen. Een plank of twee in mijn overvolle bieb inmiddels ingericht met allerlei lectuur over dat onderwerp. Vaak technisch van aard, tramtypes, geschiedenis, inrichting lijnen, maar soms ook vanwege de uiterst fraaie platen die men als auteurs maakte ter illustratie. Veelal in combinatie met een decor in onze grote stad dat in die of die vorm vaak niet meer bestaat. U weet wel, renovatie, nieuwbouw, levendigheid van de stad belemmeren of domweg totale sloop. Het is dan ook een fraaie aanvulling als je iets vindt wat je nog niet hebt. In dit geval een boekje uit februari 1989 over de geschiedenis van de befaamde tramlijn 2 tot en met dat jaar. Die geschiedenis startte al eind 19e eeuw met paardentrams zoals het huidige college die anno 2024 ook graag weer teruggebracht zou zien.

Maar een aantal jaren verder werd de lijn langer, elektrificatie het nieuwe toverwoord en de Amsterdamse Omnibus Maatschappij uiteindelijk het GVB. Omdat de stad juist in die periode van de geschiedenis sterk uitbreidde met nieuwe wijken werd Lijn 2 een belangrijke vervoerslijn tussen de wijken in het toenmalige westen van de stad en het Centraal Station. En op basis van die geschiedenis neemt de auteur ons mee op een lijndienst van lijn 2 in foto’s en tekst waarbij hij de grote veranderingen laat zien die deze stad door jaren heen zo teisterden (en nog). Telkens weer veranderingen van straten, rails, inzichten, aanblikken en zo meer. in 144 pagina’s vol foto’s uit verleden en toenmalig ‘heden’ passeren de trams van toen en ‘nu’ in hun element.

We zien stadsgezichten uit de 19e en 20e eeuw. Maar ook evenementen (een beetje voetbalwedstrijd in het Olympisch Stadion, zorgde voor vele meer dan volle trams), maar ook hoe bekende straten van nu ooit als gracht of sloot door het leven gingen. Je ziet ook dat Amsterdam op enig moment altijd wel ‘open’ lag of ligt. En dat de trams dan via via moesten zien hoe ze de eindbestemming bereikten. We zien beelden van besneeuwde straten in Zuid en meteen ook dat anno 1904 de stedelijke bebouwing daar nog weinig voorstelde. Kortom een geweldig tijdsbeeld over een deel van het Mokumse trambedrijf. Met dank aan auteur R.A.M. Platjouw die met een licht humoristische touch een geweldig boekwerkje uit wist te brengen. Hij dankt op de laatste pagina diverse tramliefhebbers en journalisten voor de medewerking en hun beelden. Een ISBN Nummer kan ik nergens ontdekken dus het lijkt een uitgave in eigen beheer. Maar ik ben er blij mee en heb het met veel plezier gelezen. En opmerkelijk, gevonden bij een KLW in de Bollenstreek. Verdwaald, maar uiteindelijk op de juiste plek terecht gekomen….(Beelden: Persoonlijk archief)

Goede voornemens…

Goede voornemens…

Nadat ik alle medebloggers en lezers bij deze mijn goede en wel gemeende wensen voor 2024 heb doen toekomen ga ik over op dat wat veel mensen allemaal op een lijstje hebben gezet als goed voornemen voor dit nieuwe jaar. Alsof we van de ene op de andere dag een knop kunnen omzetten waardoor we ineens gezonder gaan leven, anders gaan denken of gedrag vertonen dat eergisteren nog compleet anders was. Je moet wel een idealist zijn wil je daarin kunnen geloven.

Ik ben zo niet. Realisme is me niet vreemd en ik weet dat er na een paar dagen al sleet zit in die voornemens. Als je echt iets wilt veranderen doe het dan op 1 juli of zo. Grote kans dat het dan wel lukt. We zitten nu nog in de flow. We eten de restjes op van de afgelopen feestdagen, vinden het zonde om die open flessen met een halve liter van dit of dat weg te gooien, en of we nu vandaag of morgen beginnen in de sportschool…..whatever!

Daarbij is het vast slecht weer dus komt van hard lopen ook niks en als de fiets nat wordt gaat hij roesten. Nee, gewoon doen wat je altijd al deed en bij jezelf blijven. Toch het beste…. Maar ja, de idealist vindt dat niet natuurlijk. Die wil de wereld van vooral anderen veranderen. Die kocht nieuwe lijm om zich (als het wat beter weer is…) vast te plakken aan de snelweg, eet geen vlees meer maar gras, vindt dat het democratisch proces ondergeschikt is aan de persoonlijke wens (eis) om te komen tot een maatschappij naar Maoistisch model. Tja, ook dat kunnen ‘goede voornemens’ zijn, al vind ik ze dan abject of idioot. Ieder zijn ding, mits ik er geen last van heb. Zelf ga ik voor een voortgang van dat wat me interesseert, opdat het leven niet saai verloopt. Altijd hetzelfde is ook niet alles. Daarbij gewoon door met hen die om me geven en ik om hen. Dat hoeft echt niet anders. De wereld kan ik niet verbeteren. De levenservaring heeft me dat wel geleerd. Dus maak ik me daar niet zo druk over. Tot het me persoonlijk raakt of dwars zit. Dan kom ook ik in actie. Of dat dan een goed voornemen is?? We gaan het zien…. Tot verder in dit nieuwe jaar mensen….we houden blogcontact……. (Beelden: archief)

Armoede…

Armoede…

Ik stam nog uit een tijdperk waarin armoede onder normale Nederlandse gezinnen iets was dat in bepaalde lagen van de bevolking min of meer verscholen toch altijd aanwezig bleek. De na-oorlogse economie was nog niet op stoom en als de ouders niet behoorden tot de van oorsprong rijkere lagen der bevolking moest er heel hard worden gewerkt om alle monden te voeden.

Doordeweeks dus veelal schraalhans keukenmeester, in het weekend een stukje vlees naast de groenten en pudding toe. Een enkele kledingkast waarin alle kleding van de diverse gezinsleden kon worden opgeslagen omdat er niet zoveel viel op te slaan en wassen in de tobbes die in vrijwel elk gezin nog van zink gemaakt terug te vinden waren. Waren we gelukkig? In zekere zin wel. Je wist niet beter en bij de buren was het gras echt niet groener. Beter gesteld, die hadden soms helemaal geen gras. Pas in de jaren zestig begin de welvaart overal door te dringen.

Ik heb juist die periode zeer bewust meegemaakt. Radio en tv in huis, een auto voor de deur, een eigen brommer, voldoende kleding om niet met doorgeschoten spullen onderweg te moeten. Nederland leefde op. Er kwam meer en beter eten op tafel, vakanties werden genoten (wij deden dat ook al in de jaren 50 overigens..) en mensen kregen de kans te verhuizen naar de ‘betere buurten’ in en buiten de stad. Sindsdien zijn hele generaties opgegroeid met welvaart en soms pure luxe.

Totaal andere huizen, nog meer gevarieerder en beter eten, kleding voor elke dag afwisselend en soms met schoenenkasten die uitpuilen van de peperdure sneakers. De laatste nieuwe iPhone moet en als je geen merkkleding draagt wordt je de paria op de scholen waarop je tot je 25e kunt verkeren om een soort van opleiding af te maken. Daarna neem je een jaartje rust en gaat dan eens op zoek naar een baan. Liefst een waar je niet te moe bij wordt en ook nog eens top betaald. De wereld in ontkenning want intussen hebben we in Nederland opnieuw armoede. Zo erg zelfs dat velen van hen die treft terechtkomen in de bijstand, bij voedselbanken of erger.

Het vangnet van de sociale voorzieningen door welke oorzaken ook, compleet uitgerekt of leeg gegeten. Minstens 1 miljoen Neder/medelanders die dit treft. Kinderen soms zonder ontbijt naar school en nogal eens alleen thuis omdat de ouders wanhopig trachten met hard en vies werk alsnog iets te bereiken voor hun kroost. Daar geen luxe en welvaart, maar elke dag de strijd voor het bestaan. En nee, ik heb het hier niet over hen die te beroerd zijn om op te staan omdat ze menen dat zij aan unieke kwalen lijden of liever van die uitkering leven dan dat ze er voor moeten werken. Het gaat mij om hen die kansarm zijn en er echt iets van trachten te maken. Als je dan de rijkdom ziet van anderen, en nee ik ben zelf niet jaloers, is het wel schrijnend om te moeten constateren dat sommigen wel erg in de verdomhoek zitten. Of ze nu wat ouder zijn, eenoudergezinnen overeind houden of wat ook. Het is een schande. En die schande wordt alleen maar groter als ik zie waarop met name linkse stromingen inzetten in de huidige tijd. Die knokken voor heel andere doelen en doelgroepen. Bijna volksvijandig. Met die armoede tot gevolg. Reden om er nooit op te stemmen. Ik kan niet tegen namaaksocialisten. U wilt me wel vergeven. Intussen neem ik een toastje met kaviaar en drink champagne op uw aller welzijn…..:) (beelden: archief)

Terugblik…

Nu hij net zijn 80e verjaardag had gevierd en nog eens mijmerde over hoe zijn leven tot nu toe was verlopen kwam hij al snel tot de slotsom dat hij best wat kansen had laten lopen die wellicht zijn leven of carriere hadden kunnen doen veranderen. Hij was niet ontevreden hoor, daar niet van, maar als hij soms aan bepaalde dingen dacht die hij niet durfde of door invloed van zijn ouders of toenmalige partner niet mocht, zuchtte hij diep. Want hij had kansen genoeg gehad. Zo dacht hij terug aan Tiny, die blonde meid waar hij helemaal gek op was en die hem had geleerd goed te kussen. Zij was echt een meisje naar zijn hart geweest, maar van huisje-boompje-beestje moest hij toen nog niks hebben. Hij wilde de wereld verkennen, en ondanks haar passionele aanpak van hun liefdesleven koos hij toch liever voor reizen en trekken. Hij had veel landen gezien, steden bekeken, en toen hij onderweg Louisa tegen was gekomen viel hij als een blok voor haar zuidelijke temperament. Dat was leuk geweest op de warme stranden in haar thuisland, maar eenmaal hier in het toch wat kille Nederland, viel de relatie met haar niet zo mee. Ze was vinnig, vond ons land maar niks, en hij kon als het er op aankwam eigenlijk niet goed met haar door een deur. Dus nam hij afscheid en zette haar op de trein terug naar huis. Hij ging werken voor zijn vader, in de bloemen. Was op zich leuk werk, maar ook wat saai. Elke dag verliep zoals de vorige of de volgende. Gelukkig verdiende hij aardig. Kocht zich een auto, huurde een leuk huis, vond Annelies en trouwde met haar. Passie was niet hun ding, maar ze kregen wel 2 kinderen. Alles wel aan boord. Zijn vader deed op enig moment het bedrijf aan hem en zijn broers over. Maar het ondernemerschap paste hem niet. Hij liet het aansturen van het bedrijf aan de anderen en werkte zoals hij altijd deed. Mopperde niet, droomde wel, maar ontdekte ook dat wat hij eigenlijk wilde, nu niet meer kon. Van reizen kwam niet veel, andere mensen ontmoeten lukte nauwelijks en de relatie met zijn schoonfamilie was maar zozo. Kortom, het leven kabbelde voort. Hij werd 50, 60, 70 en nu 80. Annelies was hem intussen ontvallen. Zijn kinderen volwassen en zelf ouders. Ze kwamen af en toe bij hem langs, zoals met verjaardagen. Mooie vrouwen waren niet meer aan hem besteed. Het leven was hem best genadig geweest, hij leefde gezond en was zelden ziek. Maar toch miste hij de passie uit zijn jeugd. En tegelijk wist hij dat die nooit meer terug zou komen. Hij zuchtte nog een keer, deed de gordijnen dicht en liep naar de keuken. En kopje koffie zou hem goed doen. Zoals hij dat vroeger met Annelies ook deed. Ach die Annelies….. Hoe zou het trouwens zijn met Tiny? Moest hij toch eens opzoeken. Misschien kon zijn kleinzoon Jim hem even helpen met Facebook…….

Tevreden…

Hij viel op rond en blond maar koos voor klein en donker. Hij viel op groot maar koos voor klein. Hij viel op luidruchtig maar koos voor stil. Hij viel op duur maar koos voor goedkoop. Hij viel op uitstraling maar koos voor ingetogen. Hij hield van zijn dorp maar woonde in de stad. Hij wilde een tuin maar had een balkon. Hij was gelovig maar ging nooit naar de kerk. Hij wilde op kantoor maar werkte met zijn handen. Kortom, hij deed in zijn leven zelden iets wat paste bij wat hij als smaak of voorkeur had ontwikkeld. Hij zuchtte, dronk zijn glas leeg en stapte naar buiten. Waar zijn rode Toyota Aygo op hem wachtte. Hij startte de motor en scheurde naar huis. Eigenlijk had hij een prima leven. En dat karretje deed alles wat hij er van verwachtte of wilde. In feite was hij gewoon verliefd op zijn eigen bescheiden leven. En hij glimlachte tevreden. Niks mis mee. Toch?

Het was me het jaartje wel…

ISP-2015-2Het was me het jaartje wel mensen. 2015, zo leuk begonnen, met vuurwerk, oliebollen, de beste wensen en zo meer. Maar al snel veranderd in een nachtmerrie toen barbaren toesloegen in Parijs en daar de redactie van een relatief onbelangrijk krantje om zeep hielpen omdat men daar de profeet van de heidenen had beledigd. En zo ging het jaar 2015 nadien door. Van alles aan politiek en militair gedoe, inbreuken op ons normale burgermansleven, angst, afkeer en scheiding der geesten. Want als een ding duidelijk werd in dit bijna afgelopen jaar, tegenstanders groeven en graven zich in en daar komt veelal weinig goeds van. Griekenland, vluchtelingen, Oekraine, Iran, Cuba en als altijd Noord-Korea. Privé was het overigens best een aardig jaar. We deden wat we moesten doen, we bereikten wat we wilden, keken rond waar we het leuk vonden en genoten van wat er werd geboden. We keken in het niet te verre buitenland, onderhielden vriendschappen die ertoe doen en breidden onze huisdierencollectie uit.

WP_20151102_003Met Punkie die als Pebbels binnen kwam maar een paar onderdelen liet zien die niet bij een vrouwtjespoes en bijpassende naam behoorden. Met zo’n geschiedenis als hij (…) achter zich liet is het een kat om vanaf zijn prille jeugd een mooi leven te gunnen. Hij is totaal anders van doen en laten dan de atleet uit 2014 die wij Pixel noemen. Springt die over ‘gaten’ heen van een meter of twee, is 40cm voor onze nieuwe telg te ver. Hij valt er dan tussen. Zit toch een ander karakter in. Maar allebei even lief en aanhalig. Het vervoer werd ook vernieuwd. De kleine zilveren springbok met zijn sportieve onderstel en trappelende paarden werd opgevolgd door een iets getemder versie in mooie blauwe kleur en als vijfdeurs versie uitgerust met de nodige luxe zaken. Gewoon met de kilometerstand op nul waar die bij de zilveren vanaf nieuw zo snel omhoogliep dat het bijna angstig werd. De ons bekende merkdealer deed een goed bod, wij stapten over.

WP_20150729_002Sindsdien zijn we al helemaal gewend aan die blauwe en ook aan de (teruggekeerde) luxe van vijf deurtjes. Digitaal zagen we wat mensen (soms via de zijdeur) verdwijnen, nieuwe gasten komen. We genoten van het bloggen en de sociale media, de groepen die we daar konden bezoeken en waar het goed toeven was zorgden voor staken van de activiteiten op de eigen blogs in die richting. Evolutie in het denken, doen en uiten. Hert huis werd van buiten geschilderd, we wisselden wat meubels om voor nieuwe. En zo werd 2015 een jaar als alle andere. Je verwacht er veel van, daarvan komt een groot deel ook uit. Maar er vallen ook wat zaken tegen. Plussen en minnen. We gedenken en herdenken, we vrezen en verwachten. Kortom, veel om over na te denken.

Painting the houseNog maar een paar uur en we schrijven ook 2015 bij in het archief waarin al die geleefde jaren zijn opgeborgen. Net als de voorgaande. De balans kan weer opgemaakt, het nieuwe agendapapier ligt bijna maagdelijk voor ons opengevouwen klaar. 2016 komt eraan. Laten we er allemaal aan werken dat het voor ons allen een leuk jaar wordt. Zonder te veel geduvel. In goede gezondheid, geluk, veel genoegens en met veel liefde voor de mensen die ertoe doen. Ik wens het u allemaal toe. Op naar een nieuw jaar! Proost!

Wie of wat ben je eigenlijk?

OLYMPUS DIGITAL CAMERAAls je hier in Nederland aan de gemiddelde burger vraagt wie of wat hij of zij is krijg je meestal een simpel antwoord. Zo ben ik zelf nog altijd een Amsterdammer, een Nederlander, een hork of een oudere jongere. Ik zal zelden aangeven waar ik qua geloof of politieke richting voor sta als primair antwoord. En echt, ik heb dat wel eens getest, de meeste geboren en getogen Nederlanders of Duitsers (en de rest van Europanen) geven een soortgelijk antwoord. Geloof speelt geen rol. Bij moslims zie je een heel andere reflex. Die hebben snel de neiging zich primair voor hun geloof op te stellen en pas daarna hun oorsprongsland te noemen als punt van herkomst. En pas daarna het land waarin zij leven. Dat zegt naar mijn mening toch wel iets over hun gedachtengoed. Het geloof is voor hen belangrijker dan de nationaliteit en met het nieuwe gastland hebben ze niet veel op. Nu zijn er uitzonderingen op deze regel. Uiteraard, komt wel eens voor.

OLYMPUS DIGITAL CAMERAIk herinner me van een paar jaar geleden een marktkoopman in hartje Amsterdam Oud-West. Marokkaan van geboorte maar helemaal geintegreerd. Hij dronk gezellig een biertje en je kon enorm met hem lachen. Op de markt een komiek die zijn stal aan het einde van de dag met allerlei trucs en kunstgrepen wel leeg had verkocht. Hard werken was hem niet vreemd, maar lekker onderuit hangen en allerlei wonderlijke verhalen vertellen ook niet. Mijn observaties rond die moslimcultuur wilde ik nog wel eens met hem delen. In die buurt wemelde het van de lieden die hun vrouw echt achter zich lieten aandraven, gekleed in de bekende cultureel voorgeschreven bedekking en met een gebrek aan taalkennis die bijna stuitend was. Mohammed, zoals de marktkoopman heette, bekeek dat dan met mij en gaf toe dat deze mensen in onze cultuur eigenlijk kansloos waren. Hij zag nog meer in de toekomst van straatjeugd die ook daar nauwelijks wilde deugen.

constructionworkersMaar die wel graag wilde werken als de kansen zich maar voor zouden doen. Desnoods als vakkenvullers, maar geld verdienen was ook onderdeel van het zo gezochte respect. Bij een goed biertje en een lang gesprek vroeg ik Mohammed eens wat hij zich nu precies voelde als ik het hem zoals toen echt op de man af zou vragen. Zijn antwoord was direct en uit het hart. ‘Ik voel me primair een Amsterdammer, dat heeft me het meest gebracht. De rest neem ik maar op de koop toe en als het iets toevoegt zal ik het ook omarmen’. We klonken nog eens en ik sloeg hem op de schouder. Zo hoort integratie te zijn. Elkaar snappen, begrip hebben maar je ook en vooral inwoner voelen van de stad waar je leeft en je geld verdient. En dat geloof? Dat is voor mij secundair. Dus…welk antwoord geef jij als ik vraag wie of wat je bent???