Essen…

Voor veel mensen een naam, niet meer. Soms zoekt men het in een vertaling van het woord ‘eten’ op zijn Duits. Maar voor mij was het heel lang toch meer een bestemming. Essen in het Ruhrgebied waar ik heel lang geleden voor het eerst te gast was. Nog in een tijd dat dit zelfde Ruhrgebied bezig was zich los te worstelen van een beladen verleden. Deze stad werd tijdens de Tweede W.O. heftig gebombardeerd door de Britten en Amerikanen en dat liet haar sporen na. Sporen die je indertijd nog goed kon zien aan of in de toenmalige bebouwing. Wij logeerden voor die trips in eerste instantie bij (schoon)familie in Bottrop, later reden we gewoon op een dag even heen en weer. Essen was toen al een minder provinciale plaats dan onze logeerplek, maar dat werd door de jaren heen flink anders. Men knapte de gebouwen op, bouwde nieuw, breidde uit en moderniseerde het wegennet en OV.

Heel handig was wel dat je tot diep in het centrum kon doorrijden, daar je auto parkeren en dan binnen 3 minuten de winkelstraten in kon lopen. Die straten kennen een heuvelachtig karakter, net zoals de hele omgeving een glooiend karakter heeft. Machtig mooi winkelaanbod ook, zeker voor mij. Talloos waren de modellen die ik er vond bij specialistische winkels, maar ook de boekhandels waren een puur genoegen om rond te struinen. Baedekker was er zo een. Altijd wel iets te vinden van de gading. Duitsers zijn lezers naar traditie, en dat merk je. Maar ook de nodige warenhuizen toen. Karstadt, Kaufhoff, Woolworth. Het moest wel gek gaan wilden we niet met tassen leuke zaken vol terugrijden naar huis. Maar dat even op, en neer rijden werd wel steeds meer een dingetje.

Ik ben er vele tientallen keren heen gewest, vaak met auto’s van de zaak die ik dan meteen op de wat langere afstanden kon testen op gebied van comfort of prestaties. En dan ook kijken hoe snel we op neer konden komen. Toch werd juist dat steeds lastiger. De drukte in Nederland nam enorm toe, maar ook in Duitsland en met name rond dat Ruhrgebied liepen de snelwegen flink vol. Het op een dag op en neer rijden werd zo steeds meer een wat vermoeiende opgave. We haalden het niet meer of moesten dan zo snel rondlopen in die stad dat het de moeite niet meer loonde.

Daarbij verdwenen de meeste van mijn (..) winkels een jaar of 10/12 geleden. Een schitterend nieuw winkelcentrum werd gebouwd, naar het model zoals je dat in veel Duitse steden ziet. Etages vol exclusieve winkels en aardige horeca. Maar de sfeer toch anders dan in die vroegere straten met die toen bekende shops. En ook Hema vestigde zich er. Voor mij een voorbeeld van Hollandse verwatering…

Essen bezochten we nog een jaar of drie geleden voor het laatst. We logeerden, samen met onze Soester vriendjes, in een stad er niet ver vandaan en konden per tram op en neer naar de beschreven stad. Was leuk. Maar dan hoefden we ook niet meer dezelfde dag terug naar Nederland. De schnitzel en het biertje waren zalig en de tram geduldig. Maar voor ons heen/weertripje werd Essen voortaan geschrapt. We zoeken het nu toch wat dichter achter de grens. Eens per jaar nog wel wat dieper het Duitse land in maar dan wel om er ook te logeren. Zoals eind vorig jaar in Dortmund. Toch koester ik die herinneringen aan Essen nog elke dag. Leerde me veel, ik ken er de weg (in het centrum) en ik waardeerde ook het schitterende Essen-Werden waar je naast mooie natuur en een lieflijke omgeving ook de villa van de heer Krupp vindt, die met zijn staal- en machinefabrieken toch de welvaart bracht die Essen zo op de kaart zette indertijd. Voor hen die dichter tegen Duitsland aan wonen is het een aanrader. Voor ons is het tegenwoordig toch net een dik uur te ver weg geworden. (Beelden: Yellowbird archief)

Werken op Schiphol – 16 – Red tape nam toe…

Doordat de andere vestigingen minder werk te doen hadden en juist die luchtvrachtsector groeide besloot men op het hoofdkantoor in Rotterdam om zich wat meer te storten op die luchtvrachtkant voor de toekomst van het bedrijf. En dat deed men zowel in positieve als negatieve zin. Men opende vrij plotseling een nieuw kantoor op het toenmalige vliegveld Zestienhoven bij Rotterdam. Want ook daar was wel het een en ander te halen. Helaas werd dat kantoor niet onder de hoede van Ruud Breems geplaatst maar gaf men het een eigen lokale manager die direct aan het hoofdkantoor rapporteerde. Opmerkelijk keuze alhoewel het toch moet hebben gezeten in het karakter van chef Breems die toch vaak  wel wat naast de gebaande paden opereerde. Hoe dan ook, de samenwerking met Rotterdam was daardoor in die jaren een moeizame. Een euvel dat we deelden met veel op Schiphol gevestigde luchtvrachtbedrijven die waren geplaatst door oude transport/expeditiebedrijven en ook een graantje wilden meepikken van die nieuwe transportvorm.

Bedenk maar dat waar men in de havens vaak toch wat meer met rust kon opereren, op Schiphol de vliegtuigen nooit wachtten en de concurrentie stevig was. Nu hadden we met Ruud Breems, ik haalde het al eerder aan, een geweldige verkoper in huis. Hij verkocht b.w.v.s. zijn schoonmoeder nog als het zo uit kwam, maar dat was ook meteen zijn grote euvel. Soms verkocht hij onze diensten wel erg scherp aan de kar, wat inhield dat we op bepaalde contracten weinig tot geen winst maakten, maar in andere gevallen zelfs verlies. Hij was helaas gevoelig voor bepaalde verleidingen wat inhield dat een dame met een mooi verhaal soms tarieven voor elkaar kreeg die echt onder de kostprijs zaten maar erger nog, waarvan de inningen van verschuldigde penningen soms leidden tot dagelijkse discussies met de boekhouders die zich langzaam aan zorgen begonnen te maken over het wel en wee van ons kantoor. Met name op zijn oude terrein van de import waar onze chef het meeste voor voelde liet hij de teugels vaak te ver vieren. Op export zat ik en ik geef toe indertijd aardig streng in de leer te zijn geweest.

Verlies bestond niet voor me en ik wist ook dat je van dit werk niet kon eten als er geen geld binnen kwam. Ook dat leidde nog wel eens tot discussies. Voor het eerst ontstonden breuklijnen. Niet in de laatste plaats omdat mijn chef toch vond dat import belangrijker was dan export en daarom alleen al steeds meer investeerde in die afdeling. Nieuwe mensen kwamen er bij en het volume steeg absoluut. Dat gold ook voor mijn kant van het bedrijf, maar ik moest toch echt met minder toe. Victor werkte net als ik keihard aan het klaren van de voorliggende klussen, daarnaast hadden we een allerliefste assistente, Marja Kroon, die een tijdlang onze administratie verzorgde. Soms deden we er omwille van de winstgevendheid ook bijzonder zaken bij. Zoals het agentschap voor een autoverhuurbedrijf uit Amsterdam. De auto’s die men daar aanbood bij reizigers, veelal Volvo’s, moesten dan in ontvangst worden genomen of afgegeven en soms moesten er een stuk of wat van die auto’s naar/van het kantoor in de Amsterdamse Van Ostadestraat worden gebracht of gehaald. Prima werk voor in de stille uurtjes en mijn importcollega en ik deden dat werk graag. Maar of het paste in ons managerschap? En om het daarover te hebben, ik was als oudste medewerker in jaren na chef Breems wel toe aan promotie vond ik toen. En ik drong aan op een managementsfunctie die toen nog gewoon een procuratiehouderschap inhield. In Rotterdam vond men dat weliswaar prima, maar dan wel na een lange screening door de verantwoordelijke onderdirecteur van het bedrijf, de heer Wijnen, die me uitgebreid informeerde over de verantwoordelijkheden die deze functie met zich meebracht. Maar uiteindelijk na vier jaar hard werken was het zo ver, en kreeg ik erkenning voor het werken en ook salarisverhoging. En dat laatste was uiteraard zeer welkom….(Archief Yellowbird)

Bejaarde soldaat; Boeing’s B-52!

Het is niet te geloven wellicht, maar onze westerse afschrikking van eventuele vijanden komt nog steeds voor een deel door de uit de jaren veertig stammende Boeing B-52 Stratofortress. Een vliegtuig dat ook werd ontwikkeld om atoombommen te kunnen afwerpen boven de toen verafschuwde Sovjet-Unie. Een logische opvolger voor de wat kleinere maar ook best potente B-47. De B-52 was in veel opzichten uniek. Hij had acht straalmotoren, een onderstel dat centraal onder de romp was gepositioneerd en meedraaide met de windrichting waardoor de bommenwerper schuin over de baan kon starten of landen bij zijwind. De machine had een eerste vlucht op 15 april 1952 en haalde een maximum snelheid van bijna 900km. Was de afstand die zo’n toestel af kon leggen zonder tussenlanding of tanken al bijna 12.000km, hij vloog ook nog eens op dik 13 km hoogte en was voor veel straaljagers van de Russen indertijd niet eens bereikbaar.

Zelfs in zijn eerste jaren was die B-52 al voorzien van heel wat snufjes die het tot een zeer modern vliegtuig maakten. Op afstand bediende geschutskoepels bijvoorbeeld om zich ze te kunnen verdedigen. De B-52 werd al snel doorontwikkeld. Hij kreeg steeds meer vermogen, kon ook telkens meer lading meenemen en werd op enig moment ontwikkeld als draagvliegtuig voor veel van de Amerikaanse X-vliegtuigen. Experimentele rakettoestellen die hielpen om de Amerikanen in de ruimtevaart te doen ontwikkelen tot echte astronauten. Boven Vietnam kreeg de B-52 een sinistere naam. Hele formaties van die toestellen werden omgebouwd voor conventionele bombardementsvluchten gericht tegen het machtscentrum van de communisten in dat land.

En zij maakten steden als Hanoi met de grond gelijk. De Vietnamezen kregen er af en toe wel eens een te pakken met hun luchtafweer maar veelal kwamen de B-52’s veilig op hun basis terug. De laatst gebouwde versies van de bommenwerpers kregen als moderne lading tientallen kruisraketten en werden als zodanig o.a. ingezet tijdens de Golfoorlogen tegen het bewind van de toenmalige dictatoren in Irak. Soms vlogen ze dan vanuit Amerika met een volle last raketten of bommen over de Atlantische Oceaan, werden onderweg bijgetankt en vlogen door naar het Midden-Oosten. Bombardeerden daar hun doelen, draaiden weer om en landden in Engeland voor een wisseling van bemanning. Met vernieuwde radarapparatuur waren ze zelfs in staat vijandelijke afweer te verstoren. Ook boven Afghanistan deden ze dienst en bestookten daar met de zwaarste bommen die de Amerikaanse luchtmacht ter beschikking had buiten de nucleaire voorraad, vermeende schuilplaatsen van Talibanleiders na 9/11. De enorme machines worden sindsdien telkens weer gemoderniseerd. Ook al zijn de nu nog vliegende toestellen van dit type al dik 60 jaar oud. Ze overleefden veel van hun ‘opvolgers’ en zullen vermoedelijk tot 2045 in gebruik blijven. Omdat er eigenlijk niets is wat ze echt kan vervangen. Een concept van 70 jaar geleden dat zelfs nu nog actueel is en zijn taak fantastisch kan doen. Helpt mee om de wereld een beetje veiliger te houden. Soms onderschat, maar daarom niet minder nodig. Een icoon…(Beelden: Internet/archief)

Het!

Het zal niet lang meer duren maar dan zijn wij naast ons land ook onze persoonlijkheid kwijt. Onze sekse, onze lichamelijke herkenbaarheid. Hoe bedoelu? Nou simpel, er is een plan gelanceerd om alle identiteitsbewijzen voortaan geslachtsloos uit te voeren. Je bent dus geen man of vrouw meer, maar Het! Het omdat er anders weer lieden zijn die op een of andere manier in een verkeerd lijf zijn geboren maar zich het tegenovergestelde voelen. Man wil vrouw zijn of omgekeerd. Kan, mag, niks mis mee. Maar waarom dan voor de overigen 99,9% van de bevolking een aangepast identiteitsbewijs? Het is me een raadsel. We zijn allemaal mensen. De een wat mannelijker, de ander een echte vrouw. Ik wordt daar zelf veelal erg vrolijk van. Vind vrouwen prachtig om naar te kijken vaak en heerlijk om mee om te gaan. Mannen zijn veelal stoer en daarmee kunnen we als van hetzelfde geslacht zijnde in conditie blijven qua werk, kennis of sport.

Vrouwen toch vooral op de wereld om kinderen te baren, en het ons mannen naar de zin te maken… Alle kruisbestuivingen(..) van geslachten kunnen zorgen voor eigen variaties op dat thema. Maar moet ik dan ineens een HET zijn omdat dit voor komt? Is een zwaan ineens een eend omdat hij achter een verkeerd moederdier aan zwemt?  Het zwaan? Het mens? Ik snap die gevoeligheden niet zo. Maar dat is leeftijd. Ik ben als jongen opgevoed, als man volwassen geworden. Al vroeg ontdekt wat de lol is van met meiden en vrouwen omgaan. De ogen niet voor niks gekregen en de hormonen vonden hun weg vanzelf. Van veel vrouwen zo niet alle die ik kende of ken ging dat proces vergelijkbaar. Of ze nu met Barbies speelden of met auto’s, vrouwelijk bleven ze meestal wel. En plus en min vinden elkaar net zo makkelijk als min en min of plus en plus. Die laatste variaties keurig in de wetgeving verankerd als samenlevend of getrouwd zonder enig probleem. Waarom dan die HET-behoefte? Wat is de volgende stap? Zijn we straks ook koe of paard omdat er mensen zijn die menen dat we anders dat vee tekort doen? Omdat wij ons superieur wanen aan de dieren en zo ook gebruiken als niet meer dan etenswaar?

Mina 23 voortaan ook maar Mina Janssen noemen? Ik ga de katten hier alvast maar voorbereiden. Ze krijgen een achternaam, worden nu pas echt geadopteerd en voorzien van een eigen id-bewijs. Ze hadden al een paspoort maar daar staan ze nog in als kater, met naam en ras, maar zonder die achternaam. Kan niet natuurlijk. We slaan door mensen, echt! De LTB-brigades krijgen net als BLM en KOZP teveel aandacht. Erkenning kan ook door gewoon accepteren en niet verder over ouwenelen. Anders blijft er echt niks meer over van ons allen en zijn we straks gewoon alleen nog maar nummers. Ik zie daar niks in, ontleen mijn identiteit toch echt aan iets anders. Maar als je dat anders ziet mag je het zeggen. Hier wel. Elders is het taboe om tegengas te geven…zo lijkt het althans. (beelden: Yelloqbird/archief) (Teksten ironisch bedoeld uiteraar….d! vrouwen zijn ook gewoon lief)

Edsel – marketingmisser van jewelste…

Het grote automerk Ford, wordt later nog uitgebreid in deze reeks blogs over automerken aan de orde gebracht, deed in haar geschiedenis heel veel goed, maar ook dingen fout. Een daarvan was het idee om een apart merk te bouwen dat tussen de duurste Ford’s en het eigen luxemerk Mercury in zou komen te zitten. Met wagens die qua techniek en uitmonstering wellicht bij de tijd pasten, maar ook weer geen baanbrekende pluspunten vertoonden. Edsel was geboren en dat merk kwam in een reeks van uitvoeringen op de markt. Men schatte zelf in dat men alleen al in 1958 200.000 Edsels zou kunnen verkopen, het werden er in totaal 63.000. Een fiasco dat Ford 300 miljoen dollar kostte. Reden, de wagens waren niet onderscheidend genoeg, zeker niet in een tijdperk toen de Amerikanen massaal vielen voor de leuke compacte en zuinige VW Kever die een ware cultstatus verkreeg in de V.S. De Edsels kenden nog een groot minpunt. De grille in de neus. Speciaal bedacht voor de Edsels weliswaar, maar volgens puriteinse Amerikanen een grote verbeelding van een vrouwelijk geslachtsdeel. Het idee alleen al komt slechts in die gefrustreerde koppies op, maar toch.

De wagens waren direct besmet. Ford paste weliswaar een paar zaken aan in het bouwjaar 1959, men hield toch vast aan die markante grille. Men bouwde nu ook stationcars en cabriolets en behield het vertrouwen dat de grote luxe van de Edsels kopers zou trekken. Het bleek een deceptie. Ford/Edseldealers begonnen te klagen. De verkopen liepen veel te traag en de voorraden onverkochte auto’s groeiden. Toch kwam Edsel nog met een uitvoering die we nu zien als zeer ultiem, de Bermuda die naar wens plek bood aan 6-9 inzittenden. De wagens waren 25% duurder dan een vergelijkbare Ford stationcar, en de keuze was voor velen duidelijk. Het aantal Edsels nam steeds verder af. In 1960 liepen de laatste Edsels van de band. Met een totaal andere (Ford-achtige) vormgeving.

Maar het kwaad was al geschied, het merk was gestruikeld, de dealers hadden er geen vertrouwen meer in en Ford trok de stekker er uit. Edsel werd vergeten. Maar niet bij liefhebbers van echte Amerikaanse luxe wagens. Door de jaren heen trokken die de prijzen aardig omhoog. Een beetje mooie Edsel is nu 45-50 mille waard en dat is heel wat meer dan kopers indertijd moesten betalen. Niks mis mee, gewoon een fijn rijdende en lekker luxe uitgeruste Amerikaan uit de jaren vijftig. En voor ons is die grille geen enkel probleem. En gek genoeg is dat in de VS nu ook totaal anders. Al bleef het puriteinse volk dan op afstand, men schat die wagens nu heel anders in. (Beelden: Yellowbird archief)

2050…

2050…de kans dat ik dat bewust ga meemaken is niet te groot. Hoewel…tegenwoordig worden we als mens allemaal ouder. Weliswaar gemiddeld, maar toch. Zou dat alsnog dus zo zijn ga ik meemaken wat een of ander Leefbureau van de regering voorspelde voor ons land. Een land met dan 22,5 miljoen inwoners, 40% daarvan uit andere landen en culturen afkomstig. Geen fijn vooruitzicht. Zeker niet als dat inhoudt dat ons land van karakter verandert. Ook al is dat kennelijk voor de linkse stemmers en uitvoerders van de leer die Marx en Lenin ooit bedachten een ideaalbeeld. Ik zie er weinig in. Nou ja, ik ben blij met goed opgeleide mensen uit Wit-Rusland, Polen of Iran, maar zie weinig in nieuwe uitkeringstrekkers uit Noord-Afrika of zuidelijker streken. En als ik daarmee iemand op de lange tenen stond, sorry op voorhand. Een samenleving bestaat slechts bij de gratie van de onderwerping aan de al bestaande cultuur en die is hier nu eenmaal Nederlands.

En die Nederlandse cultuur houdt in dat je hier de taal van het land goed leert benutten, vraagt waarmee je jouw land en medeburgers kunt helpen en niet wat je hier kunt komen halen. Daarbij is Nederland overwegend een niet gelovig, liberaal land. Ook al lijkt het er soms op dat we massaal het Gouden Kalf of andere afgod omarmen. Niets is minder waar. Nederlanders geloven in zichzelf, desnoods in hun buren of kinderen, maar zien overwegend een hogere macht niet meer als van groot belang voor het verder als keurig net en hardwerkend burger functioneren. Daarnaast is het voor mij een crime dat we ook vergrijzen. Ouder worden is leuk, maar moet je dan meteen vergrijzen? Kleur je haar, scheer de bol zoals ik, en blijf gewoon jong van geest. Als we dan langer moeten doorwerken van onze overheid, dan ook maar andere dingen doen die daarbij horen. Tot nu toe voel ik me zelf eerder 21 dan de leeftijd die mijn kalender me aangeeft, of die waarmee de spiegel me dagelijks confronteert.

Lol maken, genieten, reizen als het mag of kan. Rondkijken helpt vaak tegen verveling. En liefhebberijen zijn prima alternatieven voor achter de geraniums de groei van die planten bestuderen. 22,5 miljoen inwoners. We bengelen nu tussen 17,5 en 18 miljoen in. Weet je wat dat inhoudt? Verstening. De Randstad wordt gewoon een groot woon/werkgebied. Agrarische gedeelten verdwijnen, de immigratie dwingt tot verspreiding van mensen over het hele land. Provincieplaatsen veranderen in getto’s als we niet opletten en de voorzieningen moeten meegroeien. Wegen, treinen, de luchtvaart, scheepvaart. Maar ook de zorgsector. Kunnen we dat aan? Moeten alle boeren verdwijnen opdat we het hele groene karakter van ons land op kunnen offeren aan die ongebreidelde groei van het aantal inwoners? En dan is er ineens geen uitstootprobleem meer? Of is dat er alleen voor rechtse mensen die Nederland willen bewaren zoals het nu is (ook al erg druk) en niet voor linkse lieden die vol gaan voor de massa-immigratie?

Ik ben benieuwd wie daar een eigen mening op nahoudt op dit punt. Overigens als dat in Nederland zo gaat geldt dat vermoedelijk ook voor de ons omringende landen. De trek naar het ‘rijke westen’ zal ook daar zijn weerslag kennen. ‘Wir schaffen dass’ zei onze grote buurvrouw ooit. Spijt komt na de zonde. Bij de oosterburen is dat duidelijk het geval. Want als je dacht alleen doctoren en professoren te importeren blijkt nu dat kwantiteit voor kwaliteit ging en men is opgescheept met een groot sociaal/cultureel probleem. En dat is ook in ons land het geval. Dus zijn keuzes nodig. Dringend! Voor het te laat is….of ineens 2050! (Beelden: Yellowbird archief)

Leeshonger…

Tuurlijk, ik kan als ik me nooit meer druk zou maken over de zaken die ik hier nog wel eens te berde breng, tot het einde der dagen met mijn in de eigen bieb verkerende boekwerken lezend de tijd doorbrengen. Geen behoefte meer aan een nieuwe uitgave. Gewoon de voorraad eens benutten waartoe hij is bestemd. Naslagwerken komen me overigens dagelijks vaak van pas. Je wilt soms wel even een paar feiten op hun waarheidsgehalte toetsen. Ik doe op dat punt meestal veel uit de bol, maar soms…. Kortom, boeken te over in ons huis dat toch veel weg heeft van een bibliotheekfiliaal. Wij zijn nog echte lezers van papieren gedrukte boeken. En sommige daarvan ruiken ook heel specifiek. Heerlijk. Soms even drie boeken door mekaar heen. Stripboek er tussendoor voor de smaak, maar ook wat zwaarder werk. Vrouwlief meer in de fictie, ik vooral in de non-fictie geïnteresseerd. Maar dat voldoende hebben staan is nooit reden om waar mogelijk niet even te neuzen naar iets wat ik nog niet in huis heb.

En vrouwlief doet dat op haar manier net zo. Het was en is dan ook bijna frustrerend dat we niet zonder ‘gedoe’ even kunnen binnenstappen bij een boekhandel of een goed gesorteerde kringloopwinkel. Al zijn die laatsten tegenwoordig niet meteen goedkoop, toch vind je er wel eens zaken die best bijzonder zijn. Maar al dat gedoe bij de ingang, je bent als je een beetje gaat winkelen bijna schoonmaker van mandjes en handjes met diploma. Jeminee, het ongedwongen kijken is bijna niet te doen. Toch weet ik dat ergens weer nieuwe dingen te vinden zijn die mijn leeshonger zouden kunnen stillen. Maar dat geldt voor meer dingen die me interesseren of aan de smaak appelleren. Net als de zgn. ‘huidhonger’ is ook de leeshonger stevig gegroeid in de afgelopen maanden. Is dat een goed of slecht teken? Heb ik dan nooit genoeg van het een of het ander? Kennelijk is dat leesvoer in de jeugd zo aantrekkelijk gemaakt dat ik vanaf boek 1 dat ik in mijn eigen kamer had staan ben uitgegroeid tot beheerder van een aardig archief.

Ook weer uitgelezen…..

Zal veel mensen van mijn generatie niet verrassen, want ik hoor/lees veel van hen die hetzelfde meemaken. Leeshonger, en niks fijner dan met een boek op de bank of in bed. Op het moment dat ik dit schrijf lees ik ondertussen een boek over alle zaken die met Amsterdam van doen hebben, daarnaast een boek over de luchtoorlog in Europa tussen 1914-45, een boek van Geert Mak over de politiek en samenleving vanuit zijn standpunt en een van mijn maandelijkse uitgaven (in miniboekvorm) over de actuele situatie in de luchtvaart. Daarnaast nog bladen, om het over de sociale media met al hun leeswerk maar niet eens te hebben…….. Ben jij ook zo’n lezer? Ik lees er graag over….(Beelden: Eigen bieb)

 

Werken op Schiphol – 15 – Mobiliteit werd troef…

Ergens in die jaren werd steeds duidelijker dat de zaak op Schiphol aardig draaide. Het werd nu ook erkend door de lieden die ons aanstuurden vanuit Rotterdam. Het Amsterdamse kantoor was door de nieuwe ontwikkelingen in de zeevrachtsector (stukgoed verdween) en het verlies van loodsen in het oostelijk havengebied van de stad, duidelijk secundair van belang geworden. Alles verliep nu vanuit het hoofdkantoor in Rotterdam. De naamgever van het bedrijf kwam zelf nog wel eens per Mercedes onze kant op. Want die expansie had ook meegebracht dat de kosten aardig opliepen en daar niet het sterkste punt lag voor baas Breems. Regelmatig overleg moest dat klusje klaren. Intussen had die laatste zijn zinnen gezet op een nieuwe auto voor zijn persoonlijk gebruik. De Taunus waarin hij sinds een paar jaar had gereden was aardig aan de kilometers en omdat er geen echte vracht meer mee hoefde te worden gevoerd zag hij zich wel rondrijden in de nieuwste Toyota Celica of Ford Capri.

Hij hield van snelheid, zoveel was duidelijk. Maar de grote baas van het spul zag dat niet zitten. ‘Daarmee kom je niet voorrijden bij een klant’ was zijn commentaar. Hij moest maar eens kijken naar een Peugeot of zo. Mokkend deed hij wat er werd gezegd en na enige tijd reed hij in een fraaie bordeauxrode 404 met schuifdak en stuurversnelling. Een degelijke reiswagen waarin ik zelf ook de nodige kilometers zou afleggen. Overigens naast de stevige kilometrage in de Skoda die ik intussen zelf nieuw had gekocht. Want ook die deed soms dienst als back-up voor al die zakelijke ritjes. Uiteraard wel met kilometervergoeding. Kwam je met die Skoda aardig mee weg. Voor de echte afleveringen van lading en het ophalen van zendingen moesten we steeds meer beroep doen op de lokale verhuurders met een vestiging op de luchthaven. Die hadden ingespeeld op de behoefte van die luchtvrachtsector en boden naast Mercedessen ook Ford Transits aan en Fiat 238’s.

Die laatsten waren fijne bestellers. Kon je veel in kwijt en het reed als een sportwagen i.v.m. de wat bedaagdere VW Bus. En die laatste ging steeds meer tekenen vertonen van slijtage. Hij moest soms ook zoveel sjouwen dat de motor het diverse malen begaf. De auto moest vervangen. En na intensief overleg en de nodige vergelijkingen viel onze keuze op een Mercedes. Van het type dat vroeger als Hanomag door het leven was gegaan, en daarvoor als Tempo Matador. Maar wel met een diesel. Omschakelen, maar ook een verademing. Die nieuwe auto reed fijn, maar dat gold minder voor de chauffeur van dienst, Jaap Kunst. Die vertrok bij het bedrijf en werd opgevolgd door een vent die in Amsterdam overbodig was geworden en nu op Schiphol emplooi zocht. Ander type, stoer wellicht maar minder geschikt voor het Schipholse werk. Dus al snel volgden die chauffeurs/vrijmakers elkaar af. Op kantoor kregen we steeds meer mensen in algemene functies om o.a. de administratieve processen op te volgen en ook de rekeningen voor al dat werk tijdig de deur uit te werken. En de controles bleven rusten op de oude heer Vos en wat mensen uit Rotterdam die af en toe toch eens kwamen kijken naar hoe het toch kwam dat die Schipholse rebellen zoveel klanten binnen wisten te trekken.  (Beelden: Yellowbird archief)

Spoedkliniek – tegen een prijs…

Als je echt op zoek gaat (of moet) naar een spoedkliniek voor dieren kom je zonder het te willen letterlijk en figuurlijk in een wat andere wereld terecht. Een wereld waarin je maar weinig van die voorzieningen zult vinden. Wij mogen blij zijn dat in onze omgeving een tweetal van deze klinieken te vinden is. Een daarvan benutten we net aan het begin van de corona-ellende voor een probleem met onze grote en trotse maar nog zo jonge kater Presley. Doorgestuurd door de dierenarts die er geen heil in zag zelf echt onderzoek te doen. Het kostte ons uiteindelijk 700 Euro om het diertje te kunnen laten behandelen, maar de uitkomst was dat men eigenlijk niet wist wat er loos was. Dier knapte op, we namen ons verlies en gingen verder met ons leven. Gelukkig deed Presley dat ook. Een andere kliniek zit in Amsterdam-Sloterdijk. Zat vroeger aan de Weesperzijde in onze stad en heeft een aantal ‘experts’ in huis op diverse terreinen.

Komt de gewone dierenarts er niet uit, of wordt jouw dier net ziek in het weekend dat de jou bekende dierartsenkliniek niet open is, ‘mag je’ naar de spoedkliniek. En dan is het te hopen dat je saldo op de rekening toereikend is. Zo niet? Jammer maar helaas. Onlangs maakten wij iets soortgelijks mee met een kat van een familielid. In de nacht ziek geworden, de dierenarts pas om 9 uur beschikbaar voor een afspraak (ben je nog niet binnen want afspraak maken) dus verwezen naar de dierenkliniek in Amsterdam. De woonplaats van het familielid is Almere, je zou toch verwachten dat men daar ook zo’n voorziening heeft intussen, maar nee, dus ik diende als spoedambulance in de vroege ochtend die door alle perikelen in het verkeer (Almere en files, het blijft een dingetje) lang deed over de weg heen en weer naar de hoofdstad. Eenmaal daar werd het dier aangenomen, een rapportje opgemaakt over de conditie van het (jonge) diertje en de kat meegenomen.

De baasjes mochten door de corona-protocollen niet mee naar binnen. Maar hopen dat men goed had begrepen wat er loos was. Wij konden vertrekken. In de middag belde een internist. Moest nog aan het onderzoek begonnen en wilde even weten wat er loos was. Geen rapport gelezen. Leek wel een mensenziekenhuis. Lang verhaal kort, volgende dag (diertje moest overblijven) mocht de trotse kater weer worden opgehaald. Men had van alles en nog wat gedaan, maar een echte conclusie over oorzaak en gevolg bleef uit. De hoogte van de rekening zodanig dat je daar een aardige tweedehandsauto van kunt kopen, zij het zonder garantie. Geen persoonlijk gesprek, vragen stellen moet via mail.

Dat laatste was nodig, omdat het dier eigenlijk nog steeds het euvel vertoonde waarvoor hij eerder al eens bij deze kliniek was geweest. Maar de mailvragen bleven lang onbeantwoord. Ach…voor dat geld… Het is jammer dat er zo weinig van deze klinieken bestaan. Ook dat dit allemaal zo peperduur moet zijn. Want laten we wel zijn, niet iedereen is bij machte deze goede vorm van zorg voor huisdieren te betalen. En zal wellicht besluiten om een ziek dier dan maar niet te laten nakijken met alle gevolgen van dien. Maar een gemiddeld maandsalaris besteden aan een kat, hond of ander klein huisdier is best een beslissing. En omdat er weinig van deze klinieken bestaan is er ook geen concurrentie. Kortom, het was even een dingetje allemaal. En iets om goed over na te denken. Wellicht dat dierenartsen zelf de boel eens wat kunnen opwaarderen en niet alleen meer onderzoeken zelf gaan doen, maar ook de openingstijden wat kunnen verbreden waardoor je als ‘baasje’ van huisdieren niet meteen wordt veroordeeld door de gang naar zo’n duur en exclusief instituut. Zelf ook ervaringen op dit punt? Ik ben benieuwd. (Beelden: Yellowbird archief)

Revolutie…

In de afgelopen periode viel onze economie wereldwijd stil. De samenleving verlamd door ‘het virus’, alle andere zaken ineens van minder belang. Nou……. ?? Maar dan ben je toch wat naief door zo te denken. Revoluties beginnen vaak als een veenbrand en blijven woekeren, ook al wordt er voor miljoenen aan bluswater overheen gegooid. Bij revoluties werkt dit ook zo. Ontevredenheid kan leiden tot ellende. Soms is dat gevoel rechtvaardig, moet er iets gebeuren aan een bepaalde situatie. Maar tegenwoordig lijkt het wel of alles en iedereen revolutionair is. En de kosten voor die revolutie het liefst door de ander wil laten betalen. Zo zijn er de Lange Tenen Brigades, mensen die om het minste geringste beginnen te gillen dat ze beledigd zijn als er ook maar een letter negatief (in hun optiek) wordt gezegd over de groep waartoe zij behoren. Kan zijn rond hun geaardheid, kleur, godsdienst of afkomst. Ook als die kritiek gerechtvaardigd is. Ik ben niet van het racisme, wel van de realiteit. Ook ik zie wekelijks afleveringen van Opsporing Verzocht. Waardoor het extra opvalt dat mensen die solidair zijn met bepaalde groepen in andere situaties juist worden bedreigd door extreem gewelddadige vertegenwoordigers uit diezelfde groepen.

Drugshandel is zeker in ons land levendig, de bijbehorende criminaliteit ook. Mag je daar dan niets over zeggen? Zelfde zie je bij de milieuterroristen. Ik noem ze zo omdat deze mensen niet schuwen voor keiharde acties die vooral anderen schaden. Of het nu een boer betreft die volgens hen niet zijn werk doet op de door hen gewenste manier, of de luchtvaart die volgens deze groepen altijd tien keer zoveel uitstoot als de officieel erkende cijfers bewijzen. Schreeuwen, bleren, plunderen als het moet, men wil met donder en het nodige geweld zijn/haar gelijk bewijzen. Veelal gaat het daarbij toch om geld. Want excuses eerst, de blanco cheque daarna. Weet je nog wat er gebeurde na die affaire van een blanke agent die een donker getinte verdachte te lang in de nekklem hield in de VS? De zgn. Black Live Matters beweging kreeg meteen steun in ons land en iedereen op de linker vleugel van het politieke spectrum vond daarbij dat in Nederland ‘zwarten’ stelselmatig worden achtergesteld. Dat tegelijk een claim loopt tegen de Nederlandse staat om te kunnen komen tot schadevergoedingen voor hen die vinden recht te hebben op zoiets i.v.m. het lijden van een paar eeuwen terug door het slavernijverleden zegt mij genoeg. Het gaat om gratis geld. Niks anders. Nederland ving juist deze groepen op sinds 1975 en gaf hen subsidies en leefgeld. Je denkt dan dat men daarmee aardig tevreden is, maar nee!

Ene meneer Akwasi, zelf overigens afkomstig uit een Afrikaanse stam, de Ashanti, die zich in dat zelfde verleden aardig schuldig maakte aan de handel in slaven, zette zelfs op tot een aanval op Zwarte Piet acteurs in de komende feestmaanden. Hij kwam er mee weg, al werd hij wel persona-non-grata in ieder andere dan linkse kring. Je mag hier wel oproepen tot geweld tegen andere dan linkse mensen, maar omgekeerd eindig je voor de rechter. Antifa plunderde in dezelfde periode samen met bendes immigranten de binnenstad van Stuttgart. De media zwegen. In de VS zagen we hetzelfde beeld in de protesten van na die dood van die zwarte arrestant. Protesteren altijd gepaard gaand met geweld en vernieling, maar vooral plundering. Wat men kennelijk niet heeft geleerd van de geschiedenis is dat revoluties altijd hebben geleid tot contra-revoluties. Mensen zijn het zat altijd maar weer aangewezen te worden als schuldig. Zonder enige reden meestal. Wie zich aan de Tien Geboden houdt of aan de Nederlandse normen en waarden heeft niks te vrezen. Wie geweld gebruikt mag niet verbaasd zijn dat er een tikkie terug zal worden uitgedeeld. En de geschiedenis is geduldig. Zo waren de Noord-Afrikanen en Otomanen de grootste slavendrijvers ooit. Net als de Romeinen. En gek op vooral christelijke slaven, of Noord-Europese vrouwen. De door Vikingen aangerichte plunderingen, verkrachtingen en vernieling van have en goed? Vergeten? Vast! Maar na al die eeuwen mag ook daar wel eens voor betaald worden. Toch? Of heeft men op links een beetje selectief geheugen? Zal vast in de scholing zitten, of de indoctrinatie.  (Beelden: Archief/Internet)