Kerstmis…

Kerstmis…

Voor de christenen is Kerstmis het feest van het licht. Veroorzaakt door de geboorte van het Christuskind! Voor anderen een reden om te vieren dat de dagen weer lengen, dat we teruggaan naar licht, warmte, herstel.

In deze tijden wel een extra aanleiding om een plezierig feestje te vieren. Al doen we dit dan binnen de gestelde adviezen van de diverse regeringen. Blijf thuis, was je handen en gebruik beschermingsmiddelen als je dan toch perse bij elkaar moet zitten. Voor ongelovigen is het vooral de Kerstman die de sfeer moet brengen. Met zijn slee en altijd vrolijk, voor de sponsor lurkend aan een koele Coca Cola, strooiend met cadeautjes….

Tot er weer iemand roept dat ook dat niet kan en die presentjes niet alleen bronnen van besmetting zijn maar ook een decadente vorm van milieuvervuiling. Want mekkeren moet kennelijk anno 2020. Zelfs of juist rond die van oorsprong christelijke feestdagen. Ik ga omwille van de sfeer maar niet verder op het fenomeen in. Het zal wel. Volgend jaar zien we wel wat over is van al onze door COVID19 aangetaste oude tradities.

Wel weet ik dat ik Kerstmis altijd een leuk familiefeestje vond en vind. Versierde bomen, lichtjes, cadeautjes, een hapje en drankje…gewoon genieten. En dat gun ik eenieder in mijn leesomgeving ook uiteraard. Maak er een mooie Kerstmis van en blijf vooral veilig. Hoe je dan die heerlijkheden die bij het feest horen naar binnen moet krijgen is een raadsel. Maar we vinden vast een oplossing.

Heel fijne Kerst!!!

Drankzucht

Drankzucht

Drank maakt meer kapot dan….

Ja dames en heren, ik drink ook wel eens een glaasje. En kan daar dan bijster van genieten. En zeker, ik ben in mijn leven ook wel eens een pietsie dronken geweest. Veelal in veilige omgeving, en zeker nooit in die staat achter het stuur gezeten. Toch is dat nu net gedrag wat je bij heel wat stevige drinkers nog wel eens ziet gebeuren. Kacheltje lam achter het stuur, er van overtuigd dat men de auto of ander voertuig nog wel kan beheersen. Vaak een dure of zelfs fatale beslissing. Drank maakt meer kapot dan je lief is. En het spul werkt zeer verslavend. Bij velen is de rem verdwenen als ze er eenmaal aan beginnen. Doorgaan tot het gaatje, hoewel dat zelfde gaatje soms een sinkhole in de grond blijkt te zijn, omdat er nogal eens wat wordt verbroken aan relaties door dat drankgebruik.

En eerlijk gezegd, ik zelf ben niet alleen een gematigde maar ook late drinker. Pas ergens in 1978 leerde ik de alcohol als consument kennen. In een bierbrouwerij van het toenmalige Tsjecho-Slowakije. Wie dat bier uit die hoek ook wel eens heeft gedronken snapt waarom. Thuis was ik in de jeugd wel wat gewend op drankgebied. Er werd soms getankt. En niet alleen in ons eigen gezin, ook in dat van veel vrienden in de ouderlijke kring. De oorlog en zo, er waren veel frustraties en dat moest verdoofd. De eigen leasepa vierde nog wel eens uitgebreid zijn verkoopsuccessen en verkregen winsten. Ik schaamde me daarvoor stevig, maar hij vond dat heel normaal. Ik niet. Daarbij rookten de leden van het gezin waarin ik opgroeide als schoorstenen zo heftig, ik zelf raakte geen sigaret aan. Nooit gedaan. Geen behoefte. Blijft toch vreemd.

Later in mijn leven kon ik de zware drinkers zo scheiden van de gezelligheidsnippers. Net als ik, glaasje, nipjes, lekker, maar nooit een halve liter. Nou ja, die enkele keer in Tsjechie toen ik met een Duitse collega aan de drankjes uit dat gebied de politieke situatie in heel Europa zat door te nemen. Het waren bijzondere tijden. De volgende ochtend wist ik waarom ik er niet voor geschikt was…… voor de drank dan, wel voor besturen van Europa uiteraard…, want mijn plannen waren bijster goed, vond ik zelf…. Hoe dan ook mensen, drankjes zijn lekker, tuurlijk, maar doe vooral rustig aan. En ga niet rijden als je wat te veel op hebt. Ik maakte dat in de Schipholse werkkringen vaak wel mee. En dat ging niet altijd even goed. En wie wel kan rijden met een slok op, mag het hier en nu vertellen. (Beelden: Yellowbird archief)

General Motors

General Motors

Voor velen is dit een soort verzamelnaam van merken, voor mij zeker ook, maar het Amerikaanse GMC (de afkorting) had ook zo haar eigen modellen in de aanbieding.

Het concern was tot pakweg de jaren rond de recente financiele crisis, het grootste autoconcern ter wereld. Opel behoorde er toe, Vauxhall, Saab, Holden, Chevrolet, Buick, Pontiac, Oldsmobile, Cadillac, Hummer, Daewoo om er maar een paar te noemen. En men paste graag batch-engineering toe waardoor sommige modellen van het concern wereldwijd werden verkocht onder een andere merknaam. Soms was dit handig, in andere gevallen minder. Men had overal wel vingers in de pap.

Ook in de Amerikaanse regering. Obama redde het concern van omvallen toen hij net was aangetreden midden in die crisis. En dat redde GMC ook al moest men intussen dan wel de nodige submerken verkopen. Bedenk je maar dat GMC nog steeds groot is, maar niet meer de grootste. Toyota en Volkswagen passeerden het merk, en de Franse PSA-groep komt er aan nu het bezig is met de overname van Fiat/Chrysler. Daarmee is GMC nog steeds geen kleintje hoor. Zeker niet. Grote belangen in groeimarkten als Rusland maken het concern niet uit te vlakken als belangrijke speler.

Men verzet alleen de bakens. En daarmee verdween het ook vrijwel uit Europa. Verkocht een paar jaar terug Opel en Vauxhall aan de Fransen, Saab aan Spyker, nam Hummer van de markt en kromp haar eigen gamma aan merken aardig in. Chevrolet werd teruggehaald naar de markten waar het wel kon scoren. Beter korte pijn dan lange, al kost het sommige groepen klanten die zo’n submerk altijd trouw zijn geweest. Het eigen logo vindt je nog steeds op sommige grote en van oudsher onder eigen naam gebouwde Pickup-trucks of zware vrachtwagens en ander bedrijfsvervoer. Was GMC altijd sterk, dus nu nog steeds. En wellicht komen de oude tijden nog eens terug. General Motors, Detroit allang verlaten, zoekend naar een nieuwe toekomst. Maar nog lang niet uitgeteld. (Beelden: Yellowbird archief)

Zestig jaar

Zestig jaar

Stel u voor…een kleine menneke leeft in een wijk vol mobiele impulsen. In een gezin waarin dat mobiele ook een grote rol speelt.

Trucks, bussen, trams, auto’s, motoren, brommers, het kwam allemaal voorbij en voegde heel wat observaties toe aan het jonge leven van de hoofdpersoon. Daarbij telden we dan op dat veel vliegtuigen die van/naar Schiphol opereerden dwars over de stad heen vlogen omdat het banenstelsel van die luchthaven zo was dat aan/uitvliegroutes de bebouwing van de stad wel moesten ‘raken’.

Nu waren indertijd toestellen met zuigermotoren en propellers normaler dan de latere jets en wilde er nog wel eens een van die aandrijfbronnen ‘afpikken’. Kwam er een Super Constellation of DC-7C op drie ipv vier motoren voorbij. Het waren voor mij, hoofdpersoon in dit verhaal, jubeltijden. Ik kende al snel alle autotypen en bouwjaren uit mijn hoofd, wist welk type vliegtuig wanneer waar heen vloog en wilde dat in miniatuur kunnen nabootsen.

Op 20 december 1960 startte ik dat wat nu nog mijn collectie kan worden genoemd. Op schaal, kinderlijk, maar wel met een eigen naam en een soort businessmodel. Nadoen wat ik zag. Imiteren en ook innoveren. Het werd een jaar of twee later een hobby die een hele groep mede-gekken deed meedoen en zo ontwikkelde zich een gevoel voor zakendoen en indeling van bedrijven. Over en weer. En door het werk van toen, opgeteld met de studies uit die tijd, tot een soort professie verheven. Tuurlijk veranderde die liefhebberij.

Werd breder, omvatte documentatie, fotografie, later ook auto’s en natuurlijk mijn liefde voor dat ene merk met die vliegende pijl. Veel van wat ik als jong mens had bedacht en voortgebracht nam ik mee als bagage en dat werkte goed. Zelfs in het echte leven. Acties en reclame, ach, ik maakte al advertenties op mijn jeugdige leeftijd, is het dan gek dat je dit later nog goed kunt? Of dat jouw eigen reclamebureautje wordt genoemd naar dat ‘bedrijfje’ uit je jeugd? Nee toch zeker!

Trouw aan de uitgangspunten. En dit jaar dus het zestigjarig bestaan. Al is veel veranderd en soms verwaterd. De wereld om ons heen, de kijk op economie en luchtvaart of mobiliteit. Niet dat ik dat persoonlijk nu anders zie, maar de wereld verlinkst en noemt dat vergroening. Lawaai was vaak muziek voor mij, is nu een gruwel voor nieuwere generaties. Niet opgegroeid met het idee dat je voor elke euro (toen gulden) die je verdiende keihard moe(s)t werken. Men houdt liever de hand op of vraagt de baas om een Tesla. Ik vier in stilte dus en koester. Noem me maar een nostalgisch type, ik kan er mee leven, al dik zestig jaar vandaag. (beelden: Yellowbird)

Biecht…

Biecht…

Wat is het fijn om katholiek te zijn….. Mooie slogan, zeker in de tijd dat dit geloof nog echt inhoud voor me had. Want je kreeg, in tegenstelling tot veel anderen in de omgeving, nog echte normen en waarden meegeleverd bij dat geloof in een hogere macht die alles zag en daarop boos kon reageren als je niet snel genoeg spijt betoonde en om vergeving vroeg.

Dat kon vrij simpel bij de Roomse kerk, want het instituut biecht bestond daar. Daartoe moest je dan in de grote katholieke kerk om de hoek van onze woonstraat op gezette tijden naar een afgescheiden hoekje van het gebouw waar je dan zgn. biechtstoelen trof waarin een vertegenwoordiger van God en Paus achter een gordijntje wachtte op de bekenning der zonden. Nu was ik niet zo sterk van die zonden, dus die biecht was best een opgave. Hoe beken je iets wat je niet hebt gedaan. Maar het geloof ging niet uit van zondenvrij leven, achteraf snapte ik wel waarom. Wie vrij van zonden is werpe de eerste steen en die gelovigen bleken en blijken op een aantal punten niet geheel vrij van blaam t.a.v. de eigen Tien Geboden.

Voor een jong mens was het dus in dubbel opzicht een martelgang. Maar God zal dat best hebben geweten. Die vergaf me alles. Ook de leugentjes die ik maar ‘bekende’ en de koekjes uit de denkbeeldige trommel thuis die ik me zogenaamd ongevraagd had toegeeigend. Ik deed dat nooit, keek wel uit, banger voor de toorn der ouders dan die liefdevolle maar strenge God, want die had ik nooit gezien of gevoeld, de handen van mijn leasepa wel. Biechten dus. En dan als penitentie een paar oefeningen van berouw bidden. En klaar was de meninggever weer. Met een zucht van verlichting de kerk uit.

Tot de volgende keer. Zolang ik op school zat en onder het strakke regime viel van de kerk hield ik het vol, daarna nooit meer gedaan of geweest. Als God bestaat weet hij wel dat ik me min of meer aan zijn regels heb gehouden en ook dat ik soms rechter in de Leer was dan vele van die vertegenwoordigers die de katjes in het donker knepen. Zeker toen. Gelukkig deden ze ook veel dingen goed. De rest vergeef ik ze. Maar wel even 600 oefeningen van berouw bidden….op de stenen vloer van een koude kerk….(Beeld: Yellowbird beeldarchief)

Werken op Schiphol – 24 – Vermoeidheid en overname…

Mijn takenpakket was intussen zodanig uitgebreid dat ik naast mijn eigen afdeling Export en dat Charterwerk ook ineens de verantwoording droeg voor het importgebeuren. Die afdeling omvatte nu een reeks nieuwe mensen die van elders waren aangetrokken om de constante stroom goederen te kanaliseren en langs de douane te begeleiden. Daarnaast was er de aardig gegroeide oude groep waar ik ooit begon, waar nu mijn maatje Victor een belangrijk deel van het werk deed samen met een reeks dames voor al het typewerk. Waar nodig viel ik zelf bij als de Maastrichtse charters me niet bezig hielden. Dan had ik in de prive-sfeer ook de nodige verantwoording op me genomen. Ik schreef natuurlijk allerlei verhalen, werkte aan de Stichting die strijd leverde tegen de linkse actievoerders uit Zwanenburg en zo meer, was voorzitter geworden van de ouderraad op de school van onze zoon, en deed ook het nodige aan de coordinatie voor een club modelbouwers.

Kortom ik was er maar druk mee. En dat begon zich te wreken. Krakend en piepend begon het fysiek te klagen onder de belasting en de vele, vele uurtjes die ik toen maakte. Daarbij werd het bedrijf op enig moment toch tamelijk onverwacht overgenomen. De Rotterdamse directie wilde van het geheel af en deed het over aan een bekend Amsterdams Veembedrijf, Cornelder, dat in eerste instantie nog niet meteen tot maatregelen over ging, maar wel de nodige reorganisaties van de betrokken kantoren in het vooruitzicht stelde. Baas Breems was niet meteen geamuseerd en begon bijzonder gedrag te vertonen. Zo herinner ik mij dat we een heel groot account konden binnenhalen uit Hamburg. Een scheepvaartonderneming die naast reguliere vracht ook de nodige scheepsonderdelen met spoed wilde laten overvliegen vanuit Europa naar overal in de wereld. En contract om van te dromen.

De verantwoordelijke Sales-Manager zou naar ons toe komen voor kennismaking en onderhandeling. De Staf van ons bedrijf waaronder ik, moest aantreden voor dit verhaal en we zouden iets leuks met de man ondernemen. Baas Ruud bedacht dat we zouden gaan lunchen bij het toen nog bestaande restaurant ‘Het Bonte Schort’ in Aalsmeer. So far so good. Maar tijdens de voorstelling en welkomstdrankje bleek mij dat de Duitser niet dronk, en ook niet hield van spelletjes. En dat waren nu net de zaken die Ruud Breems zo graag deed. Met een arm aan de speelautomaat achter hem zat hij op een barkruk aan een drankje. Wij, de managers op de disciplines die er werktechnisch toe deden, trachtten het onheil af te wenden. Het lukte maar matig. De man, hij bleek zwaar christelijk, had zijn mening gevormd, het contract ging onze neus voorbij en werd door hem niet ondertekend. En dat was niet de enig keer dat ons dit overkwam. Het begon me allemaal op te breken….En dat leidde tot een beslissing die ik ook later nooit heb betreurd. (Beelden: Archief)

Tweede Britse V-Bomber – Handley Page Victor…

Tweede Britse V-Bomber – Handley Page Victor…

Naast de al eerder beschreven Vulcan-bommenwerper van Avro waren er nog twee fabrieken die ontwerpen voor zware bommenwerpers inleverden bij de Britse regering en defensiestaf. Dat waren Vickers met de Valiant, en Handley Page met haar opzienbarende Victor. Want als je deze machine goed bekijkt was hij zodanig modern in zijn tijd dat hij leek op een buitenaards soort ruimtevoertuig.

Met zijn ‘dikke’ rompneus, opstaande V-vormige staart en in de vleugelwortel verpakte vier Rolls Royce Conway motoren was dit ook een bijzondere machine. Toen de machine in 1957 in gebruik genomen werd was hij eigenlijk al verouderd voor het doel waartoe hij was ontwikkeld en aangekocht, strategische bombardementen.

Latere versies kregen dus andere taken. Ook andere bewapening. Op afstand bediende raketten met kernlading werden nu meegenomen, maar ook dat systeem bleek al kort na introductie niet meer bij de tijd. En zo werden deze trotse machines, net als de Vulcans ingezet voor weer nieuwe taken. In plaats van hoog vliegende aanvallen moesten ze nu gronddoelen aanvallen op lage hoogte en kregen daartoe een aantal verfijningen en verbeteringen. De Victor bleek een goed vliegtuig, dat later dienst ging doen als vliegende tanker, waarbij hij oa. de Vulcanvloot van brandstof in de lucht kon voorzien.

Daartoe kreeg de machine een drietal tankpunten die men vanuit de staart kon aansturen en waaraan andere RAF-vliegtuigen zich konden laven. Toen de dagen van de Koude Oorlog geteld waren stelde men de Victor buiten gebruik. Een enkel exemplaar werd nog neergezet in een museum, Britten zijn anders dan wij trotser op hun industrieel verleden, maar de rest van de vloot ging naar de sloper. Bedenk maar dat men indertijd best veel exemplaren van dit type had aangekocht, maar dat de tijd deze wapensystemen eigenlijk heel snel verouderden. Neemt niet weg dat het prachtige toestellen waren. (Beelden: Yellowbird archief/internet)

Gegroet…

Gegroet…

Wie in een relatief kleine woonomgeving vertoeft zal het wel herkennen. Het elkaar groeten bij tegenkomen. Gewoon even gedag zeggen, goede morgen, middag of avond wensen. Heel normaal en welopgevoed gedrag. Althans voor de generatie waar ik toe behoor. Maar dat geldt niet voor veel jongeren. Of mensen uit de grote stad. Men loopt je strak en weg kijkend voorbij, kennelijk totaal oninteressant voor die ander. Wellicht is groeten not done want als je het per ongeluk doet wordt je vaak meewarig of zelfs vijandig aangekeken. Wantrouwen is groot in de stedelijke omgeving. Zelfs in de eigen buurt kom je die types tegen.

Terwijl de meeste mensen in onze woonstraat over het algemeen aardig, vriendelijk of domweg beleefd zijn kom ik er nog steeds tegen die zelfs na 25 jaar wegkijken als ze je tegenkomen. Niet dat we die ooit onheus hebben bejegend of zo hoor, maar je bestaat vermoedelijk niet voor hen. Ik blijf dat toch bijzonder vinden. Ben, hoewel ik wel eens wat anders nagewezen krijg, best een sociaal mens met de inschatting dat iedereen gewoon min of meer gelijk is en dat rangen en standen een ramp zijn voor de burgerlijke middenklassemaatschappij waarin wij toch leven.

Zelfs de koning en zijn Max maken gebruik van douche en toilet en echt niets menselijks is hen daarbij vreemd. Zouden ze dan op een hoger plan moeten staan? Nee toch zeker! Doe maar gewoon en zo. En dus, zeg mekaar bij tegenkomen gewoon gedag. Wees hoffelijk, beleefd, domweg aardig! Helpt mee om de maatschappij ook wat leuker te maken. Kleur speelt daarbij geen rol, persoonlijk geloof ook niet, maar wel ons aller gedrag. En dat laatste kan op simpel niveau een rol spelen bij beoordeling. Wie niet groet ziet zichzelf vermoedelijk als het centrum van het heelal en denkt dat andere mensen geen recht van bestaan of erkenning hebben. En nou weet ik wel dat er culturele verschillen bestaan, soms mag je anderen niet aankijken omdat dit als belediging geldt in de herkomstcultuur, maar ja, we zitten in Nederland, in onze ooit zo liberale stad en samenleving. Dus…zeg mekaar tenminste gedag en doe eens aardig. Maakt een best verschil! (Beelden: Yellowbird archief)

Geschiedenis van een bijzonder Duits merk; Glas!

Geschiedenis van een bijzonder Duits merk; Glas!

Naamgever Hans Glas was een Duitse ondernemer die na de Tweede W.O. wel handel zag in het bouwen van auto’s voor de massa. Hij doorzag de behoefte die zou ontstaan als de eerste puinhopen van dat conflict zouden zijn opgeruimd en ging voortvarend aan de slag. Zijn eerste proeve van bekwaamheid werd de ook bij ons zeer populaire Goddomobil. Een karretje met een bescheiden tweetakt-motortje achterin, waar je met een klein gezin net aan inpaste en toch wat meer auto kreeg voor je geld dan bij concurrenten als Heinkel, Messerschmitt of BMW.

Met zijn 250cc blokje mochten mensen er in Duitsland zonder autorijbewijs mee de weg op, een reden voor groot succes. Latere versies kregen wat groter motoren en dat maakte de Goggo tot een ietsjes volwassener vervoermiddel. Al was bij 90km.u de koek wel op. Leuk was de afgeleide Coupe die in 1957 op de markt kwam en tot en met 1969 vrijwel ongewijzigd werd gebouwd. De kinderen konden nu niet meer mee, maar een peipklein hondje nog wel. Met de Isar-serie kwam Glas in een andere klasse terecht. Een grotere auto, moderne motor met vier cilinders en bovenliggende nokkenas en een top van (afhankelijk uitvoering) 150km/u.

Toen het succes wat uitbleef werd de motor nog groter gemaakt en de prestaties ook. De bijnaam Isar verdween, de nieuwe Glas’ 1204 en 1204TS en de nog wat snellere 1304 en 1304TS maakten van de Glas-voertuigen halve sportwagens. 170km/u nu in het vizier en bedenk je maar dat dit voor veel concurrenten indertijd ondenkbaar was. Glas werd mede door het succes van die nieuwe reeksen verleid om een schitterende Coupe te bouwen die als 1300GT en zelfs 1700GT te koop. Een afgeleide was de 1700, in feite een Coupe met vierdeurs-sedan carrosserie. De wagens waren technisch gaaf, maar onverkoopbaar. Glas begaf zich in een markt die toen werd beheerst door andere Duitse merken en het gaf het bedrijf de nekslag. Glas werd overgenomen door BMW dat met name die grote Coupe toevoegde aan haar eigen gamma en als 1600GT op de markt bracht. Ook de splinternieuwe grote Coupe V8 en 3000 kwam nog even voor in de BMW-catalogus. Maar op enig moment verdween ook dat monument en was de naam Glas ten einde. Een geweldig leuk merk verdween van de markt. Slechts de enkele klassiekers van dit merk vertellen nog het verhaal. Net als ik nu deed….(Beelden: Internet)

Mijmeringen van een oude man…

Mijmeringen van een oude man…

Vele jaren lang was hij onderweg van hot naar hot naar her. Soms lag de bestemming dichtbij, dan weer ver. En altijd in zijn werkkledij en met die lange baard.

Een staf in de hand, maar altijd ook in gezelschap van zijn Pieten. Soms voor het werk, van anderen kon hij zeer genieten. Want ondanks dat de kinderen vooral uitkeken naar hun geschenken kon hij soms niet anders dan aan sommige van die Pieten denken. Dat waren geen Pieten, maar gewoon leuke grieten. Met dat zwart op hun gezicht en in die strakke pakjes, een lust voor het oog en voor oude bisschoppen zoals hij. Eens per jaar een paar weken onderweg, niemand keek mee, hij was daardoor meer dan tevree. En huppelde door de straten en over het dak, tot de politiek correcte terreur begon en hij moest afzien van zijn hulpjes met al die schmink. Niks meer aan. Grijs, blauw en groen…. Nee, hij moest en zou het voortaan zelf wel allemaal doen. Gaf meer rust ook, want hoezeer die Pieten nuttig bleken in de omgang met die kinderen en hun ouwelui, sommigen dansten en huppelden zoveel dat ze na drie of vier adressen omvielen van vermoeidheid. Ze hadden geen conditie of waren domweg lui. Nee, deze trip in 2020 tijdens dat coronagedoe deed hij in zijn eentje en op zijn gemak. Dan maar geen cadeautjes voor de klagers en hun aanhang. Plak dat hele spul maar achter het behang. De Sint was moe, wilde terug naar huis. Nog een keertje uitpakken en dan snel in de stoomboot op weg naar de IJmuider Sluis. Volgend jaar de pijp aan Maarten gegund, of aan de kerst met zijn wijzen uit het Oosten. De Sint blijft thuis en gaat met zijn uitgeklede Pieten heerlijk zitten toasten….Ik wens u allen een gezellig feest. De Sint is hier voor het laatst geweest….