Self service…

Tuurlijk, een taboe voor velen, maar als je bekijkt hoe lang we er al mee worstelen of dit acceptabel menselijk gedrag is of niet, wel een onderwerp om eens aandacht voor te hebben; masturbatie onder mannen en vrouwen. Het waarom zit toch vooral in de becijferingen die tijdens het hoogtepunt van de corona-ellende over ons heen kwamen. Al is de vraag in hoeverre mensen eerlijk antwoord geven op relevante vragen rond dit onderwerp. Zeker in deze toch wat vertrutte tijden best een extra groot taboe. Mensen die door virus en overheid opgehokt werden kregen volgens de media ineens ofwel minder zin in seks met de partner, dan wel meer, maar in het algemeen nam de frequentie van het zich zelf plezieren cijfermatig zeker toe. Nu is dat nog niet zo spannend omdat in die cijfers ook mensen zitten die geen partner bezitten en dus wel het risico lopen droog te komen staan in deze zware tijden. Maar ook onder gehuwden stegen de momenten van zelf opgewekt geluk flink. Men nam de tijd voor zichzelf en dat is verder uiteraard prima.

 

Zeker als je ziet dat het juist ook onder vrouwen opgeld doet. En dat is iets waar we toch even bij stil mogen staan als we bedenken dat pakweg een eeuw of anderhalf geleden vrouwen niet werden geacht zich seksueel te vermaken of te ontladen. Dat was voorbehouden aan mannen en de vrouw diende als opvangplek voor al het door hun partner voorgebrachte zaad, wat dan weer moest leiden tot zwangerschap. Dat een vrouw ook behoefte kon hebben aan een verlossend hoogtepunt was iets dat niet werd besproken. En masturbatie voor man en vrouw zat naar de normen van de toen zwaar het maatschappelijke (KERK)normbesef bepalende beleid en gevoel, in de verdomhoek. De geschiedenis van Onan uit de Bijbel vaak aangehaald als zondig en verspilling van zaad dat weer kon leiden tot nieuwe kleine mensjes die je tenminste kon dopen en aan de kerkvolkeren toevoegen. Op enig moment begon in de psychiatrie van toen een fenomeen de kop op te steken dat men omschreef als vrouwelijke hysterie. Vrouwen werden soms letterlijk bijna gek en kwamen dan in aanraking met de professionele hulpverlening van die jaren.

Toen die tot het inzicht kwam dat er iets fysieks ten grondslag lag aan die hysterie bedacht men na enige tijd en veel onderzoek een elektrisch instrument dat je nu mag zien als voorloper van alle hulpmiddelen die je via internet of speciale winkels gewoon kunt kopen voor de moderne naar ontspanning snakkende vrouw. Toen was dat zeer revolutionair, controversieel maar zorgde ook voor dusdanige verlichting van het leed (deels door de Victoriaans/christelijke moraal veroorzaakt) dat vrouwen na enige tijd als genezen de klinieken uitliepen en ineens wisten wat ze zouden willen van hun mannen. Niet dat die nu meteen begripvol reageerden. Indertijd was de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen nog best wel een dingetje. En in sommige culturen is dat nu nog zo. Een vrouw dient geen plezier te beleven aan de seksactiviteiten, de man dient dat plezier te voelen, de vrouw even niet. Die mag (be)dienen.  Bedenk maar eens dat in sommige culturen de vrouwelijke genitalien worden verminkt om dat plezier voor altijd weg te nemen. Hoe barbaars mag het zijn?

Dan is zelfs het plezier van het eigen lijf je voor altijd ontzegd. Chagrijn en wellicht hysterie het gevolg. Maar laten we het leuk houden. Het fenomeen van het zelf plezier maken zorgt voor veel ontspanning, bestrijdt slaapgebrek, je hoeft er geen ingewikkelde relaties voor op te bouwen en je mag alle tijd nemen van de wereld. En als we iets hadden in die coronatijd, was het dat wel. Overigens ben ik wel benieuwd naar onze wereld over een maand of wat. Want al die seksgedachten zullen toch ook wel weer leiden tot de nodige zwangerschappen. Behalve daar waar men slechts aan het eigen plezier heeft gewerkt natuurlijk….daar niet.  (Beelden: Internet – info uit het plaatje met cijfers dateert van voor de Cofid19-crisis )

Gekoesterde trips….

Persoonlijk heb ik niks met bepaalde ver weg gelegen continenten, landen, steden of wat ook. Maar ik ben wel van de trips. Heb er in het leven heel wat gemaakt en hoop dat ook in het nieuwe normaal sommigen op het lijstje van wensbestemmingen nog invulling gaan genieten. Al ben ik niet meer van al dat gevlieg, je kunt ook met de auto een eind op streek komen. En het voelt als ‘afkicken’ als het om een of andere reden niet kan zoals nu in deze lastige periode waarin mondjesmaat vrijheid wordt gegeven van reizen die met plezier van doen hebben. Ik maakte uiteraard ooit ook vakantietrips. Toch wat meer in tijden van jeugdig kroost en dan naar plekken waar het warm was en het water van de zee al zo plezierig van temperatuur dat je toen al aan verandering van het klimaat had moeten denken. (Not!) De warmste plek ooit was Gran Canaria waar we als gezin in de tweede helft van de jaren tachtig precies in het hoogseizoen naartoe vlogen en een bungalow huurden met zwembad op een soort resort waar je zelf moest zorgen voor je eigen potje. Het was er druk, bloedheet, en de kakkerlakken van ongekende omvang.

Maar ook wel leuk met al die echt blote mensen op het strand die bil aan bil lagen te zwemmen in het eigen zweet vermengd met zonnebrandolie. Na een paar dagen waren mijn voeten ernstig verbrand om het over de rest van het naakte lijf maar niet te hebben. We vonden uit dat in bepaalde winkelcentra in dat gebied Nederlands of Duits standaard voertalen waren en je het kroost kon voeden met Nederlandse kroketten en friet. Ik zou er nadien nooit meer heen reizen. 45 graden in een brandende zon die recht boven je kop staat is geen genoegen voor een blondharig type met blauwe ogen en lichte huid. Ik was zelf meer van de trips naar Engeland en Schotland. Heerlijke sfeer en dat hele land prachtig. Tuurlijk zoek je dan niet de achterbuurten op, die zijn daar ook, maar wat we zagen was indrukwekkend. Omdat je ook de nodige cultuur vindt en er altijd ergens een heftig stuk geschiedenis wordt gepresenteerd.

De Schotten ontzettend aardig en de steden gevuld met alles wat ik met mijn liefhebberijen ook zoek en kon vinden. Voor het weer was het soms even wennen. Dichte mist in juni gedurende daaaaaagen. Waardoor je bij 13 graden je ding moest doen. Of gietregens bij Bath in het zuiden en Stonehenge. Het Verenigd Koninkrijk moet je in je hart sluiten en niet nadenken over het weer. Vaak geweest en altijd leuk. Voor mij geldt dat ook voor de oosterburen. Vanaf 1965 regelmatig te gast en vaak erg leuk. Van Oost tot west, of van Noord tot zuid. Grote steden als Berlijn en Munchen fantastisch, maar de kleine plaatsjes langs de oostgrens regelmatig bezocht en zeer gewaardeerd. Los van het eten. Want dat is bij de Duitsers top verzorgd. Jammer dat we nu alweer enige tijd vast zijn gezet anders had ik de bezoekstatistieken van dat land flink verhoogd in de achter ons liggende maanden.

Met de Belgen heb ik iets dubbels. Ik vind het er meestal wel leuk, maar het is er vaak ook chaotisch. En die tweetaligheid vind ik maar niks. Leuke bezoeken herinner ik me overigens wel aan Brussel, Antwerpen, Gent, Brugge, Mechelen, Luik maar ook aan een relatief kleine plaats als Turnhout. In die laatste stad een paar jaar terug nog eens rondgelopen bij 40 graden. Ik puf er nu nog van. Met de Fransen heb ik minder. Parijs vaak bezocht, al was het maar ten tijde van de altijd interessante luchtvaartshows daar, maar ik vond die Parijzenaars maar niks. En ik ben ook niet van die taal, dus dan zoek je het ook niet op. De Tsjechen draag ik hoog, wellicht het meest bezochte land uit mijn historie na de Duitse trips. Prachtig van landschap, triest soms qua historie, maar wat een gastvrijheid. Zelfs in lastige tijden… Polen vond ik niks, gold ook wat voor Hongarije. De berglanden vond ik altijd indrukwekkend en mooi. De Scandinavische toch wat killig maar kan ook komen omdat ik daar steevast was in het najaar en dan is de sauna je lekkerste plek om op te warmen. Kortom in Europa is het veelal goed toeven. Ik ben er zeker nog een aantal vergeten. Portugal, Ierland en zo meer. Maar dat wilt u me als lezer(es) vast wel vergeven. Ben wel benieuwd naar jullie favoriete vakantieland uiteraard….(Beelden; Yellowbird archief)

Werken op Schiphol 11 – Mistige rit naar Antwerpen…

Bij het bedrijf waar ik toen werkte lette men soms enorm op de kleintjes. Personeelskosten waren daarvan toch wel een postje om rekening mee te houden. Kwam bij dat de mensen die we in de loods of de bestelauto’s hadden zitten volgens de Haven-CAO werden betaald en dat had soms bijzonder consequenties. Onze chauffeur Jaap was iemand die precies wist hoe dat werkte. Kwam hij na 5 uur in de middag terug van een of ander adres met lading voor mijn exportafdeling, dan moest je hem een blok van vier uur overwerk betalen. Stuurde je hem na vijf uur op pad voor een ritje kwam daar nog eens 50% opslag op het basistarief overheen. Een Schiphol-CAO voor dit personeel bestond nog niet, dus dat was altijd passen en meten. Zo ook op een dag dat we een afsluiter voor olie- en chemieconcern Bayer in Antwerpen Haven binnenkregen die omwille van de urgentie diezelfde avond nog moest worden afgeleverd. Hadden we dit op de normale wijze gedaan kostte dat zoveel aan salariskosten dat we er verlies op zouden lijden. ‘Dus weet je wat’, Ruud Breems zou het ritje zelf wel even maken in zijn Ford Taunus 15M RS. Ik sprak af mee te gaan, leek me wel een aardig avontuur. En vrouwlief die van het plan hoorde haakte aan. En zo werden we thuis opgepikt door baas Ruud, die het loodzware ding (woog iets van dik 80kg) in de kofferbak van zijn persoonlijke vervoer had laten plaatsen. We reden naar het zuiden. Met de koplampen van de zwaar beladen Taunus aardig richting hemel gericht.

Anders dan we tegenwoordig zouden doen hadden we daarbij ook wat minder gelet op de nevel die al rond Amsterdam en Utrecht redelijk zicht belemmerend was. Bij Gorinchem was het zicht teruggelopen naar niet meer dan 30 meter en je werkte indertijd met een wegenkaart een een beurtvaartadres (afleverbewijs) met daarop het juiste adres van de ontvanger en volgde de borden langs de weg. Stapvoets ging het dus van Gorinchem naar Breda en daar via een provinciale weg naar Wernhout/Wuustwezel. Gek genoeg was daar in die pre-EU-jaren een echte grenspost te vinden  inclusief douane waar we het bijbehorende document voor de lading moesten laten afstempelen bij een Belgische beambte. Maar ja, er stonden ook de nodige trucks voor de grensovergang en ook die wilden dat verrekte stempeltje. Baas Ruud kende zijn pappenheimers en stopte bij het douanedocument een briefje van 25 gulden. De Belgische beambte zag dat, werkte het weg en gaf een stempel zodat we door konden. Gelukkig was het in Belgie wat minder mistig zodat we relatief snel ons afleveradres vonden.

Dat werd afgeschermd door een beveiligingsbedrijf waarvan de vertegenwoordiger zich wel even over de afsluiter wilde ontfermen, mits wij die ‘even op zijn bureel zouden plaatsen’. Ik heb indertijd nog veel werk gemaakt van het feit dat deze afsluiter wellicht dwars door zijn bureau zou zakken. De man keek me daarbij glazig aan. Tot ik begreep dat zijn ‘bureel’ het kantoor betrof en niet zijn schrijfbureau. Tja. Leeg reden we met gezwinde spoed weer terug richting Nederlandse hoofdstad. Maar dat was buiten de waard gerekend. In Brabant was de mist intussen zo heftig dat ik zonder overdrijving durf te stellen dat we reden met 5-10 meter zicht. Op de tast ook. Ik heb soms onderweg voor de auto gestaan om te zien waar we waren. Een rit die uren duurde zo. Afwisselend sturend, Baas Ruud was af en toe even aan een momentje rust toe, waren we rond drie uur in de nacht weer in Amsterdam. Wat een verhaal, welk een rit. Maar goed om het te hebben meegemaakt. Om 9 uur de volgende ochtend waren we weer (nou ja) fris en fruitig op kantoor. Typerend voor deze branche. Maar we hadden wel veel geld uitgespaard….En ik zal die rit nooit vergeten…(Beelden: Internet/Wiki)

Presenteren doet soms begeren…

De meeste uitvinders kunnen niet verkopen. De techneuten of goede koks onder ons ook zelden of nooit. Het zijn twee verschillende disciplines. Een enkeling kan dit combineren. En maken hun business tot succes. Wil je weten hoe dat al dan niet moet? Kijk dan (terug) naar het erg aardige programma van WNL, Dragons Den. Daarin moeten mensen met een nieuw bedrijf of product zien dat ze bij soms steenrijke investeerders geld los kunnen krijgen om hun zaken in de toekomst enig houvast te geven in de desbetreffende markten. Daartoe dienen zij naast hun nieuwe producten of diensten ook cijfers te overleggen, maar vooral te brengen. En wat je zo vaak ziet bij bedrijven van dit kaliber, velen zijn geroepen maar slechts weinigen uitverkoren. Kaf en koren worden meteen gescheiden door de beroepsinvesteerders in dit programma die in het verleden door slim zaken doen en steeds weer opnieuw goochelen en durven grote kapitalen vergaarden die ze nu (met een enkele uitzondering..) inzetten t.b.v. anderen. Het kaf komt overigens het meeste voor bij die presentaties.

Vaak slecht voorbereid, cijfers zonder onderbouwing, en een product dat meestal binnen een half jaar in China van de band rolt en daardoor elke exclusiviteit mankeert. Daarbij vergat men nog wel eens een patent aan te vragen (kosten) maar bleek men ook gewoon niet in staat om het ‘unieke’ concept te verkopen. Eigenlijk wil men het liefst zelf een beetje doorklooien en van het geinvesteerde bedrag een verkoper aan trekken om de boel in de markt te zetten. Nou, uit ervaring weet ik dat veel verkopers bepaald niet geschikt zijn voor het vak dat ze beoefenen en in veel gevallen zelf liever lui dan moe zijn. ‘Bent u geinteresseerd in ons unieke aanbod, neem dan contact op met…’. In autoland heb ik er te veel meegemaakt of op training gehad waarvan je echt zuchtend afvroeg waarom ze dat vak kozen. En als ik op Linkedin kijk wat daar allemaal wordt aangeboden zie ik vooral veel pro-passiviteit. Echte verkopers gaan er op uit, werken met sociale media, bellen, mailen en doen hun best om orders binnen te trekken.

Ze bouwen een netwerk op en weten dat ze na een tijdje klanten weer eens moeten opzoeken om dat contact warm te houden. Als die verkopers dat al niet hebben, wat moet je dan als niet commerciele ondernemer wel niet beheersen om je producten in de markt te krijgen., Nou de Dragons uit dat programma maken er veelal gehakt van. Pas als er een geweldige presentatie uitrolt met perspectief, rollen ook de centjes. En wil men zelf actief bijdragen met advies hoe het nog beter kan. Dat presenteren doet dus begeren, net als solliciteren. Wie dat goed doet kan veelal rekenen op een nieuwe baan. Wie dat niet lukt komt veelal achteraan in de rij. Het is een vak, je kunt er voor trainen, het is bij te leren. Maar niet in de genen? Vergeet het maar. Dan moet je iemand zoeken met passie die deze kunst wel verstaat. En neem van mij aan, na al die jaren ervaring in verschillende vakgebieden, het zijn de uitzonderingen die de regel bevestigen. Maar een goede voorbereiding is het halve werk. Als je zelfs dat niet beheerst, presenteer dan maar niets. Zeker niet bij investeerders als de Dragons Den.

Het nieuwe normaal…

Onlangs gingen weer wat zaken ‘van het slot’ die voorheen niet mochten of slechts met enige beperking. Niet dat er erg veel is veranderd. Het ‘virus loert overal’ dus mogen we niet meer zo maar naar de kroeg, een hapje eten, het strand bezoeken of naar een museum. Alles met restricties. Zelfs de kerk mag zich niet verheugen in te grote belangstelling. En dat noemen we dan ‘het nieuwe normaal’. Wonderlijk genoeg zijn deze maatregelen voor kroegen en andere zaken nooit genomen voor het HIV-virus. Of voor Ebola, SARS of wat ook. En ik ken (op het moment van schrijven van dit verhaal) niemand in de wijde omgeving die ook maar iets met Covid19 te maken heeft gehad. Met Aids, gevolg van HIV, in het verleden wel. Om dat nieuwe normaal eens af te zetten tegen het normaal van voorheen heb ik eens opgezocht wat we precies een jaar geleden in de wereld van toen deden.

Zo regende het toen. Iets wat we de afgelopen weken en maanden tijdens de intelligente lockdown toch hebben moeten missen.We reden door de omgeving voor boodschappen en een hapje eten. We bezochten een lieve Almeerse vriendin en namen die mee naar Lelystad waar we ons vermaakten bij wat kringloopwinkels in die stad. Daarna reden we terug naar haar huis en dronken een glas, deden een plas en bedachten dat het zo moest blijven als het daar toen was. Precies een jaar geleden ging een verwoestende storm over onze streken en nam bomen en struiken mee op zijn vernielzuchtige tocht door de regio. Daar maakten we ons aardig druk om want heel wat bomen lagen als luciferhoutjes geknakt in de parken en het gras. Maar een jaar geleden, heel andere actualiteit. Wij waren hier in huis druk met de eerste verbouwingen. Een nieuwe elektragroep moest aangelegd omdat we aan de inductiekokerij begonnen en van het gas af wilden.

Je bent een vriend van Klaver en Jetten of niet… De elektricien kon zonder enige beperking komen. Ik moest naar de tandarts voor een controle en dat was zonder problemen in te boeken. En in die week boekten we ook de grote verbouwing in die maanden later zou leiden tot nieuwe ramen en deuren. Niets weerhield ons behalve praktische zaken als tijd, budget, of dergelijke dingen. Bedenk dan eens hoe je dit in de huidige tijd van het nieuwe normaal allemaal moet regelen. Afstand houden, ontsmetting, reisrestricties, weg blijven van vrienden en geliefden, van familie. Niks tripjes met plezier, alles moet beperkt en met de grootste voorzichtigheid geschieden. Het begint ook te vervelen. Het antwoord zit hem in de constatering dat ondanks de cijfers die op een aantal plekken kennelijk aangeven hoeveel mensen alsnog besmet zijn geraakt, ziek geworden en zelfs overleden, dit in de dagelijkse gang der dingen niet te constateren valt. Wie wel gevallen kent moet zich even melden. Nogmaals, ik ken ze (gelukkig) niet en krijg langzaam aan de kriebels.

Want ik zie ook wat het doet voor de economie, voor bepaalde sectoren die echt om dreigen te vallen, voor relaties tussen mensen onderling. Moet niet veel langer meer duren. Gelukkig is een ding overeind gebleven. Het linkse gedram op milieugebied of dat van de ‘duurzaamheid’. Al ligt het land aan het infuus, de groene gekkies blijven doorgaan met investeringen eisen die elk verstand te boven gaan. Maling aan de dreigende armoede voor medeburgers. Dus niet alles is veranderd in een nieuw normaal. Er is altijd nog dit oude abnormaal. En dat geeft hoop… (Beelden: Yellowbird archief)

Vernuftig goed – Daihatsu!

Hoewel wij in Nederland het merk Daihatsu pas ergens in de jaren zeventig echt leerden kennen was het in Japan zelf best al een oudje. Want opgericht als Hatsudoki in 1907 en actief met de bouw van vooral treinen en trucks werd het 1951 omgedoopt tot Daihatsu. Daarna duurde het nog even voor de eerste auto’s van het merk werden gemaakt. Eerst Midgets, driewielers voor stadsbestel en op enig moment de Fellow, een klein karretje met een tweecilinder tweetakt onder de achterbank.

Begin jaren zeventig nam men de stap om ook te gaan expanderen richting Europa. Met aardige en vooral goede kleine auto’s die een wat exclusiever karakter hadden dan die van Toyota of Nissan.  Zo had men een bescheiden tweepitter in het gamma waar je net met een klein gezin inpaste mits je geen boodschappen mee wilde nemen of een te grote hond. Cuore heette het karretje en het had in ons land een beperkte schare kopers. Iets groter was de Charade die een driecilinder in huis had, indertijd best heel bijzonder, en niet alleen relatief ruim was, maar ook qua styling modern genoeg was om klanten te trekken.

Daarnaast voerde men een kloon van de Toyota Corolla, aangeduid als Charmant en men leverde een potent terreinwagentje in de vorm van de 4WD Taft. Halverwege de jaren tachtig werd het gamma totaal veranderd. De Cuore kreeg een andere body, driecilinder motor van 850cc, veel meer ruimte en prima rijeigenschappen. De Charade groeide ook en kreeg o.a. een opgevoerde 1,0 ltr grote driecilinder die in de meest bijzondere uitvoering 101 pk leverde en was voorzien van een turbo en intercooler. Mateloos goed verkocht in die jaren.

Ook kwam de Charmant in een nieuwe body uit, en werd de Taft opgevolgd door de Rocky, een stoere terreinwagen. Daarnaast leverde men ook nog eens een reeks kleine bestelwagens (Hijet) en Pickups. Het gamma werd steeds breder, net als de klantenkring.

Eind jaren tachtig verdween de Charmant uit het gamma en werd vervangen door de technisch erg geslaagde Applause, die i.p.v. een sedan kofferdeksel  een grote en handige achterklep vertoonde. Naast de Rocky kwam de Feroza de gelederen versterken en werd o.a. een sedanversie van de Charade uitgebracht. In latere jaren zagen we het gamma constant evolueren, Daihatsu werd een volwassen merk, maar de prijzen stegen navenant mee en de omzet daalde in omgekeerde richting. Kwaliteit moet ook betaalbaar zijn. En zo kon het gebeuren dat in de jaren na de financiële crisis Daihatsu een jaaro of tien geleden besloot uit de exportmarkten terug te treden. De aandelen kwamen in handen van Toyota en het merk werkt vooral in de sector kleine auto’s in Japan voor haar moedermaatschappij. Men liet de Europese markten voor wat ze waren. Verkoopt nog wel in sommige Aziatische landen waar men een goede naam en faam heeft en zelfs lichte trucks en bussen levert. Bij ons is het avontuur voorbij. Duurde om en nabij 40 jaar. Mooi merk, niks van te zeggen. En zij die er mee of in reden zullen dat direct onderschrijven. (Beelden: Yellowbird archief/internet)

Ons wagenpark…

Ik ben van de cijfers en feiten, wat minder van de aannames. Vandaar dat het elk jaar weer leuk is om de cijfers te ontvangen van de RAI. Daarin vind ik dan van alles en nog wat terug over ontwikkelingen in het Nederlandse wagenpark, de verdeling naar prijsklasse of brandstoftype, maar ook wat de gemiddelde prijs van een auto tegenwoordig is. En om met dat laatste beginnen, die valt me niet mee. Al was het maar omdat Nederland een krankzinnig stelsel kent van belastingen en heffingen, waardoor de gemiddelde auto in ons land minstens een derde duurder is dan een zelfde type in Duitsland. Die derde meerprijs betaal je bij een gemiddelde auto op benzine vooral aan BPM (een soort luxebelasting die is verworden tot een ordinaire milieuheffing) en BTW. Men rekent maar steeds meer gelden op de Netto Catalogusprijs.

Wil je dus als klant op benzine rijden betaal je voor een auto gemiddeld 31 milleals  nieuwprijs. Een dieselrijder moet gemiddeld 22 mille meer betalen. De belastingen op zo’n wagen zijn momenteel 39% boven op de catalogusprijs. Komen verhogingen nog bij en ook de Motorrijtuigenbelasting is voor dit type wagens nog eens dik twee keer zo hoog als bij een vergelijkbare benzinewagen. Logisch dat diesels nu alleen nog maar voor zakenlui zijn weggelegd die wel de actieradius willen van die diesels, de bijbehorende lage verbruiken en het comfort. Dat de linkse milieubewegingen de diesel in de ban deden was zeer onterecht. Recent onderzoek in Duitsland heeft uitgewezen dat tijdens de corona-crisis de uitstoot van door de linkse extremisten aan de diesel gekoppelde stoffen niet daalde. Zonder diesels op de weg was die uitstoot gewoon gelijk. Milieuzones bleken dus niets bij te dragen en daarom werden ze in bepaalde steden afgelast.

Dat zelfde beleid zou Nederlandse gemeenten sieren. Maar hier is de linkse hebzucht en het haatdenken tegen alles wat modern is zo groot dat dit er niet snel in zal zitten. Je zou dus denken dat we massaal overstappen op elektrische auto’s. Wel, niets is minder waar. Aan het einde van 2019 was ons totale wagenpark gegroeid naar net geen 9 miljoen personenauto’s. Daarvan rijden er 7,1 miljoen op benzine, 1,2 miljoen op diesel en slechts een bescheiden 107.000 op batterijen. Er is nog een categorie auto’s die een soort tussenvorm biedt, hybrides. Dan heb je een brandstofmotor en wat elektrische ondersteuning.

Daarvan zijn er door de jaren heen 300.000 op kenteken gezet in ons land per 31-12-2019. Relatief kleine aantallen dus, waarvan het grootste deel rijdt bij zakelijke leaserijders met een milieubewuste werkgever die ook nog eens goed kan rekenen, want al die zogenaamd schone wagens worden zwaar gesubsidieerd. Toen de bijtelling voor het gebruik van deze auto’s per 1-1-20 werd verdubbeld zag je ineens een grote -vlucht naar Tesla’s en soortgelijke die dan voor de jaarwisseling op naam moesten worden gezet. Bijtelling is geen fijn dingetje als je in een auto mag rijden van 80- 150 mille. Opvallend is ook dat er een trend waarneembaar is onder kopers richting SUV’s. Auto’s die er uitzien als terreinwagens maar vermoedelijk nooit buiten de gebaande paden zullen rijden. Stoer, hoog, ruim, maar ook veel dorstiger (of elektrische reserves slurpender) dan gemiddelde hatchbacks, sedans of stationcars. Deze trend is wereldwijd waarneembaar. Wij wijken daarin dus niet af. De Nederlander wil ook stoer overkomen en neemt dan hogere brandstofkosten op de koop toe. En o ja, ook nog even voor de statistieken….Volkswagen is op afstand het grootste merk in ons land. Het voor belastingvluchtelingen interessante Tesla stond vorig jaar ineens nummer 2 op de ranglijst. Op grote afstand van nummer 1 maar toch…..En dat alles eenmalig door die belastingvoordelen. Feiten mensen, feiten….(Beelden: Yellowbird archief)

Geluidgevoelig…

Sinds mijn vroege jeugd heb ik naast een oog voor schoonheid ook nog eens gevoelige oren. Wat mooi oogt klinkt meestal ook zo. En dat vertaalt zich in een bijna programmatische optelsom in de hersenen. Zo weet ik nog hoe een Renault 4CV klonk, of een Dakota die over ons huis vloog op weg naar Hannover op een vrachtvlucht van KLM. De startmotoren van vroegere jets, of het brullende geluid van een Harley-Davidson motor. Een pruttelende DKW of Trabant, het staat me net zo bij als de lucht van tweetakt uit de uitlaten van die wagens. En neem van mij aan dat ik er zo gevoelig voor ben dat ik bij stille beelden die geluiden meteen terug weet te halen. Die gevoeligheid werkt ook in negatieve zin. Gevoeligheid voor geluid kan ook leiden tot negatieve associaties. Zoals die flat waar we ooit woonden en waar zowel boven- als benedenburen zoveel herrie maakten dat we er niet van konden slapen soms.

Om het over op buizen slaande andere buren die ook wilden slapen en zich stoorden aan hen die daar kennelijk nog niet aan toe waren maar niet te hebben. Of de stem van mensen met wie ik ooit te maken had en die bepaalde dingen oreerden die me altijd zijn bijgebleven. Niet alleen door de inhoud van het gezegde, ook door stem en intonatie. Je bent er maar mee behept. En ik vertaal ook de namen van artiesten op die wijze. Hoor meteen het geluid van zang- of spreekkunst als zo’n  naam passeert. Prince bijvoorbeeld, waar ik ooit een concert van meemaakte in de Kuip. Ik zag de man slechts met behulp van een verrekijker. Niet alleen omdat hij zelf klein van stuk was, maar ook omdat we zo’n beetje aan de andere kant van het Rotterdamse stadion zaten. Maar naast ons stond wel een enorme geluidsbox. En daar kwam de toch wat pieperige stem van Prince goed hoorbaar uit.

Net als 10.000dB aan basgeluid. Mijn oren toeteren nu nog. Als ik de naam van Trijntje Oosterhuis hoor, moet ik altijd denken aan de Walkure. Maar dan een die zo hard schreeuwt dat de bergen rond de Rijn zouden instorten en de rivier er onder versperren. Ingetogenheid is haar vreemd. Dat alles vertellen mijn oren me. En ja, ik heb ook een van haar concerten ooit gevolgd. Die stempel komt niet van niets natuurlijk. Maar toch blijft het mooiste om de herinneringen te koesteren aan de vele vliegtuigen waarmee ik te maken kreeg in mijn leven en uiteraard ook de auto’s. Van die vliegtuigen heb ik de nodige CD’s waarop die kisten van toen te horen zijn. En telkens weer een feest om even terug te kijken naar hoe het leven vroeger was. Geen afstand, gewoon observeren, genieten, beeld en geluid combineren. Het is een waardevolle toevoeging aan mijn liefhebberijen en was dat ooit ook van mijn professionele leven. Nog iemand die dit kent of heeft? Maak van je hart geen moordkuil en deel je ervaringen hoor….Juist in Coronatijd een prima afleiding… (Beelden: Yellowbird archief)

Werken op Schiphol 10 – Vrachtgebouw!

Dat Vrachtgebouw waar we indertijd in mei 1967 als onderdeel van de luchtvrachtgemeenschap van toen waren neergestreken was t.o.v. onze eigen vroegere vestiging in een oude hangaar op Schiphol-Oost natuurlijk een fikse vooruitgang. Het gebouw was tien etages hoog en kende een centrale liftschaft waarin je op en neer kon worden gebracht. Vaak was dit niet het geval want er zaten flink wat kinderziekten in die nieuwe huisvesting. Dat beperkte zich niet tot die liften. Ook de verwarming en vooral de koeling van het gebouw was een flink probleem. Het was op dat moment de meest zuidwestelijke bebouwing van Schiphol en er stond altijd wind om dat gebouw heen. Daarmee had de architect bij het maken van het ontwerp voor deze kantoorhuisvesting kennelijk geen rekening gehouden. Hij liet elk raam, op zich voorzien van een draaimechaniek om frisse lucht toe te laten, uitrusten met een automatisch (..) systeem van zonneschermen. Zodra die via een of andere fotocel zonlicht vermoedden zakten die schermen naar beneden.

Plezierig voor de gebruikers van het gebouw wellicht, het had ook de nodige nadelen. Zo gingen die schermen ook naar beneden bij een Zuid-Westerstorm waarbij af en toe de zon zich liet zien. Resultaat, verbogen zonneschermen en soms gescheurde doeken. Bij nog heftiger stormvlagen waaiden soms zelfs de ramen uit het gebouw. Het was allemaal niet zo doordacht. Maar men loste het telkens wel op. Na enige gedoe voorzag men de ramen van een folie, doorzichtig, maar wel uitzichtbeperkend. Mijn blik op de start/landingsbanen werden er ook aardig door beperkt. Maar ja, voor het goede doel…. Die stormen maakten ook duidelijk dat het gebouw wel een windvanger was, want boven windkracht 7 trilde en dreunde alles in het kantoor. Daar wenden we uiteindelijk wel aan, maar toch. Gelukkig zat er onderin het gebouw een snackbar, annex bar, die door veel vertegenwoordigers van airlines en vrachtagenten werd gebruikt als een ontmoetingsplek.

Er werden soms bijzondere handeltjes gedreven. Baas Ruud was er een bekende gast en hij nam het er soms aardig van. Wij, harde werkers met stapels dossiers op ons bureau, maakten er geen punt van. Hij bracht voldoende handel binnen, maar soms was de sfeer ineens wel erg vrolijk. En daar zou het later niet bij blijven. De vrachtloods van KLM was een gigantisch ding, had een soort zadeldak en ook dat was niet geheel bestand tegen de heftige windvlagen die het vliegveld soms heftig raakten. Je zag dan hele panelen door de lucht vliegen. Sensatie was in die jaren altijd een onderdeel van ons werk. Soms was dat leuker dan anders. Op de toen nog aanpalende A4 bij Hoofddorp vond indertijd een enorme kettingbotsing plaats in dichte mist. Heel wat mensen gewond en zelfs doden naar ik me herinner. Overal brandweer en ambulances, maar door de dichte mist zagen we alleen maar wat rook voorbij komen van brandende voertuigen. Ook een brand bij Sikkens in Sassenheim staat me bij. Zagen we uit dat gebouw aardig fikken. Maar dat waren de afleidingen voor de harde werkers die we toch waren. Schiphol was dynamisch en in de groei. En ons bedrijf hield het tempo aardig bij. (Beelden: Internet/Wiki)

Angstvirus…

Dat COVID-19 virusje is onzichtbaar, treft naar willekeur mensen die lijden onder een of andere al oudere aandoening of die boven op elkaar gestapeld leven, maar gaat toch aan de meeste deuren voorbij. Op het moment dat ik dit verhaaltje schrijf zijn in de hele wereld 4 miljoen mensen besmet geraakt (en getest..) en pakweg 150.000 mensen overleden aan complicaties die het een en ander veroorzaakten. Op een wereldbevolking van een paar miljard zijn dat toch relatief kleine getallen. Toch legt dit virus onze samenleving wereldwijd lam. In de meeste landen hield men zich aan de ophokplicht en nam beschermende maatregelen, de verspreiding ging daardoor op enig moment langzaam. Doofde echter nooit uit. Maar beste mensen, dat deed HIV of Ebolah ook nooit. Wie zich niet beschermt loopt kans op besmetting. En toch leefden we met al die ziekten alsof ze niet bestonden. Bij dat nieuwe Chinese virus zijn we collectief toch aardig in paniek.

We raken elkaar  niet meer aan, lopen in een boog om anderen heen, laten als bevolking hele stukken van ons leven afpakken door nieuwe protocols en zien een ritje naar de supermarkt als een uitdaging. Een angstcultuur is ons leven binnengelopen. Nu ben ik zelf niet zo bang uitgevallen, al zijn er best zaken waar ik wel wat angst voor heb. Linkse leugens bijvoorbeeld die kunnen leiden tot een veranderde samenleving zonder democratische inspraak. Of een dominante islam, dan wel andere kerkelijke organisatie of cultuur die ons allen zou willen bekeren of omvormen. Ik heb angst voor wat me ooit zal overkomen als ik moet gaan hemelen. Vooral omdat ik het nu nog zo naar de zin heb en nog zo veel moet leren over die wereld om me heen en alles wat er zich in beweegt. Maar echte angst voor dat virus heb ik niet. Ik bescherm me waar mogelijk maar besef me ook dat ik sneller een verkoudheid of griep overneem van iemand die zijn handen niet wast of in mijn richting niest.

Ik maakte ooit een chef mee die als hij nieste of hoestte dit in zijn handen deed en de restanten in zijn haar smeerde. Zijn handen wassen deed hij zelden (zichtbaar) dus was een lopende bron van ziektekiemen. Was hij een bijzonderheid? Ik vrees van niet. Toch had hij met tientallen mensen contact. Vast voor een deel ziek geworden. Zo gaan die dingen met besmettingen. Wat me wel opvalt dat mensen om me heen voor een deel redelijk angstig reageren op de pandemie. Komen zelden meer buiten, gaan eens per week naar de supermarkt, bezoeken verder niets meer dan plekken waar weinig andere mensen komen. Ook zitten ze nogal eens geisoleerd thuis.

In de hoop dat er af en toe iemand in de tuin naar ze zwaait……Lijkt me niet fijn. Men hunkert naar contact, wil knuffelen, maar durft niet. Immers, je zult net die ene tegenkomen die…Kwetsbare ouderen zijn primaire doelgroep, maar gek genoeg slaat het virus zonder aanziens des persoons toe en zie je dus dat heel wat flink jongeren ook worden geveld. Maar nog steeds, een grote meerderheid niet. We overleven dit wel. Om daarna te ontdekken dat onze wereld is veranderd. Dat wat voor zeker aannamen intussen is verdwenen. Zoals werk en inkomen, reizen en vakantie, dat tweede huis, die nieuwe auto of boot. Bedrijven vielen of vallen om, de wereldorde zet in op een nieuwe toekomst. Waarbij we niet meer kunnen doen wat we willen, maar slechts wat we mogen. Als er een complottheorie bestaat is het die van de milieufreaks die dit virus hebben losgelaten om zo de mensheid te straffen voor zijn vermeende misdragingen…… Over stikstof praten alleen de linksen nog. De rest zucht onder de angst. Een virus dat alles lamlegt. Nog meer dan dat verrekte Chinese Corona-virus. Wie ook bang is of vreest voor…mag het melden hoor….weest niet bevreesd! (Beelden: Yellowbird archief)