
Noem deze naam of titel en in blogland wijst men al snel naar onze Rietz die met haar kolderieke optredens in het verleden de toenmalige koningin Beatrix aardig van de troon wist te stoten. Maar hoe zeer ook gewaardeerd, in mijn optiek is er maar een echte Queen (nee Max….jij niet…ga in je mand…) en dat is de Lockheed (Super) Constellation. Een verkeersvliegtuig uit vroeger tijden dat werd ontwikkeld in de jaren dertig van de vorige eeuw en haar grootste naam en faam maakte in de jaren veertig en vijftig daaropvolgend. Lockheed was een vooraanstaande fabrikant van relatief kleine verkeersvliegtuigen in die periode maar zag een uitgeschreven ‘tender’ van diverse maatschappijen in de VS (en KLM) voor een groter toestel dat langere afstanden kon afleggen dan alles wat op dat moment de luchtlijnen bevolkte als uitdagend genoeg om er op in te schrijven.

Met wat hulp (..) van Howard Hughes, een bijzondere man in de Amerikaanse luchtvaartgeschiedenis, zette men een ontwerp neer dat zijn weerga niet kende. Slank, hoog op de poten om de relatief grote propellers los te houden van de grond, drie staartvlakken en ruimte voor 50 passagiers die in comfort en luxe konden worden vervoerd. Het toestel kwam qua ontwerp op tijd van de grond, maar werd door de wereldwijde situatie van toen achterhaald. Oorlog waarbij ook de VS betrokken raakte maakte dat alle al vliegende Constellations moesten worden ingeleverd bij de Amerikaanse overheid en wat er nog in productie kwam aan toestellen ook.

De machines bewezen zich daarbij als vervoerder voor VIP’s tijden WO2 en voor Lockheed werd duidelijk dat het concept geslaagd was. Na de oorlog kwamen die eerste machines terug bij de oorspronkelijke bestellers, en ook KLM ging er zo mee vliegen. O.a. naar Nederlands-Indie. Al snel verschenen er zwaardere versies die verder vlogen, hoger, sneller en met meer passagiers. Begin jaren vijftig volgde de Super Constellation, die meteen opviel door een langere (slankere) romp, rechthoekige raampjes voor de passagiers en extra krachtige motoren. Dat toestel moest in staat zijn om non-stop over de Atlantische Oceaan te vliegen met een volle last passagiers. In de praktijk koos men er vaak toch voor om via Ierland en een tank-tussenstop die vluchten te maken.

Maar met de Super Constellation kwam de luchtvaart die nog baseerde op zuigermotoren en propellers wel toe aan haar hoogtepunt. De nieuwe straalverkeersvliegtuigen als de Comet, Boeing 707 en DC-8 maakten de oudere propliners al snel ouderwets. Soms vrijwel nieuwe Connies en Super Connies eindigden met weinig vlieguren op troosteloze opslagterreinen of werden voor weinig geld verkocht aan dubieuze charterbedrijven. In de VS werden afgeleide versies benut als vliegende radarstations die o.a. boven Vietnam zeer nuttige dingen deden. Wie wel eens een Super Constellation heeft bekeken of beluisterd weet dat dit toch een ultiem ontwerp was voor een prachtig verkeersvliegtuig.

Die glooiende romp, die lange onderstelbenen, de drie staarten (speciaal ontwikkeld opdat de vliegtuigen in bestaande hangaars konden worden onderhouden). Van de basisversie is een kwart eeuw terug een enkel exemplaar gered van de ondergang en vliegend naar Nederland gehaald waar het in het Aviodrome nu staat te verstoffen. Van de Super-Connie is er nog maar een vliegwaardig en dat dan ver weg in Australie. Een uniek vliegtuig in zijn soort. Vanuit mijn jeugdige enthousiasme bekeken was het al een wat ouder toestel toen ik ze op Schiphol zag opereren. De grote jets kwamen toen als revolutionair en luidruchtig over maar scoorden goed bij een jong ventje als ik toen was. Maar deze mastodont uit de jaren daarvoor had ik meer aandacht moeten geven. Nu nog spijt van…. Wellicht dat ik daarom dit verhaaltje dichtte…u wilt me wel vergeven…. (Beelden: archief)






Ik geef direct toe dat ik ergens nog wel een restantje katholicisme in me heb zitten. Niet zo zeer voor wat betreft de godsdienstinhoud, maar wel met sommige uiterlijkheden van het instituut. Gek op kerken gebleven. Prachtige historische gebouwen vaak. En de beleving van het enige ware geloof (..) is natuurlijk omgeven door veel optische verfraaiing die mij wel bekoort. Als het dan toch moet, dan maar zo. En niet anders! Hoe dan ook, een kerk die al een flinke tijd op het verlanglijstje stond om nog eens vanbinnen te bekijken was de St. Jans-basiliek in Den Bosch. Een van de bezienswaardigheden van die verder ook zo gezellige stad. Maar de keren dat wij er voorheen waren was er telkens een reden om het gebouw niet te bezoeken. Steigers in verband met een verbouwing of restauratie, een toegangsprijs die men vroeg om erin te mogen (doen wij principieel niet aan mee) of lange files voor de ingang. Toen we dan ook onlangs weer eens in Den Bosch verkeerden en we er zo maar zonder enig probleem in mochten, dachten we: ‘Kijk, dit is onze kans’ en we liepen er vol verbazing in rond. Dit is geen kerk, dit is geen kathedraal, dit is een basiliek. Brabantse gotiek, prachtige ornamenten, dito gebrandschilderde ramen. Van oorsprong daterend uit 1366 werd de kerk door de loop van de jaren heen uitgebouwd tot een kathedraal en in 1929 gekroond tot basiliek.
Wat je ziet is prachtig. Er zijn overal afbeeldingen te zien die te maken hebben met de katholieke leer door de jaren heen. Het orgel is een prachtig ding dat al stamt uit 1617 maar waaraan een heel verhaal kleeft voor wat betreft de bouw en afstemming van het geluid. Pas in de 18e eeuw kwam het ding echt op toon. Best lang voor een orgel. Maar dan heb je oog wat. De St. Jan is 115mtr lang, 62 meter breed, het koepelgewelf in het midden is 41 meter hoog. De hoogste toren kent een lengte van slechts 73 meter. Dichter bij God kon men indertijd niet komen kennelijk. Maar vanuit diens troon ‘in den hemel’ zal hij dit eerbetoon aan zijn bestaan vast niet kunnen missen. Terwijl de St. Jan best een indrukwekkend complex is, blijkt dat in de omgeving weinig tot niets lijkt op de bouwstijl van deze kerk. Dat zie je op andere plekken weleens anders. Hij lijkt in veel opzichten op andere kerken in het Brabantse, maar heeft weer niets van de majestueuze kerken die door bouwmeester Kuypers zijn neergezet. En ja, ook deze kerk viel ooit in handen van de hervormden. In 1629 werd de eerste dienst van die stroming gehouden in de St. Jan. Pas in 1810 kregen de katholieke gelovigen met dank aan Napoleon hun eigen kerk en bisdom weer terug.
Een paar jaar later vloog de westertoren (nee niet die in de hoofdstad…) in brand. Twaalf jaar later was de schade pas hersteld. Maar toen was er meteen een heel klokkenspel in gehangen, een oude wens van de katholieke gemeenschap. U ziet, ik heb mijn huiswerk gedaan. Tijdens ons bezoek zagen we nog een expositie over de Lijkwade van Turijn. Interessante expositie over een van de meest bediscussieerde zaken uit de katholieke geschiedenis. Maar hoogst interessant ook. Na al die jaren dus toch bezocht. En weer het e.e.a. bijgeleerd. Ook dat is nuttig. Want wie niets meer (bij) leert is klaar om er definitief mee op te houden. En dat was ik niet van plan. Maar dat waren al die ‘belangrijke en rijke lieden’ die in de St. Jan begraven liggen ook niet. Geeft te denken…..
Op het tripje dat we onlangs maakten met onze vriendjes uit de polder kwamen we ook dit keer traditiegetrouw bij elkaar op voor beiden een uurtje rijden van de resp. woonomgeving. Die ontmoetingsplek ergens in het noorden van Brabant. Dat doen we al een paar jaar zo en het werkt prima. Lekker een bakkie doen met een taartje bij de lokale banketbakker en daarna naar een daar gelegen super-discount-store waar we altijd met iets naar buiten komen wat we voorheen nooit zelfs maar zouden hebben overwogen te kopen. Geweldige winkel met een enorm breed aanbod. Daarna gaan we dan door naar de bestemming van onze trip. Dit keer ging dat iets anders dan gepland. De auto zetten wij bij die ontmoetingen altijd neer voor de grote katholieke kerk van dat Brabantse plaatsje. Gemakkelijk te vinden en de auto veilig onder de ogen van de lokale parochie. Deze maal werden we bij terugkeer verrast. Tientallen leden van een landelijk bekende motorclub hadden zich verzameld rond een lijkwagen.
Bij aankomst daarvan werden de vele Harley’s even op volle toeren hoorbaar gemaakt. Indrukwekkend.
En de parkeerplaats kende maar een enkele uitgang. Op enig moment beende een van de stevige motormannen op ons af. Dat voelde niet goed. Angst is een slechte raadgever, maar ook ik lees de kranten… Het viel mee. De man sprak ons keurig netjes aan. Of we ook bij de familie behoorden. Dan konden we nu evt. naar binnen. Wij vertelden dat we met onze auto’s vast stonden op de parkeerplaats en er graag uit wilden. Geen probleem, hij regelde dat even. Twee tellen later was er een uitgang van de parkeerplaats vrijgemaakt en reden we langs de opgestelde mannen. Dankjewel! Een stille zucht van verlichting verliet mijn keel…. Ach een beetje kwekken met zo’n man is prima, maar dit waren er wel erg veel……