
Als je de recente conflicten bekijkt waarbij de VS zijn betrokken zie je vaak vooral succesvolle uitvoeringen van acties, gevechten, aanvallen en zo meer. Veelal met een stevige overmacht aan materieel en ook nog eens superieur in technologie of vuurkracht. Dat was altijd wel zo, maar er zijn ook heel wat smetjes op het blazoen van de Amerikanen te vinden waar het hun technologie of strategie betreft. Daarin staat de huidige president en zijn staf echt niet alleen. Een van de periodes vol daarvan was de luchtoorlog boven Vietnam in de jaren 1965-1972. Hoewel de Amerikanen eigenlijk helemaal niet wilden optreden in de strijd tegen de Vietkong of het Noord-Vietnamese leger, werden ze er door de anti-communistische doctrine binnen de politieke verhoudingen in Washington stukje bij beetje toe gedwongen. Men was bang dat als Zuid-Vietnam onder het rode juk zou komen te vallen veel andere buurstaten zouden volgen. En dus nam men de handschoen (door de Fransen in stukken en brokken achter gelaten) op en stuurde troepen en materieel naar dat verscheurde land. Met name de snelheid waarmee men de militaire opbouw organiseerde maakte ook dat veel minder getrainde mensen de strijd moesten gaan voeren met o.a. materieel als vliegtuigen die domweg niet voor deze vorm van oorlog voeren waren ontworpen.

Veel van de Amerikaanse jachtvliegtuigen en bommenwerpers waren bedoeld voor het Europese theater, niet voor een strijd in een tropische land met een meer dan taaie tegenstander. En dus leed de VS al snel fikse verliezen. Daarbij bleek dat met dank aan de Sovjet-Unie en China de Noord-Vietnamezen beschikten over grote aantallen redelijke moderne Migs. En die bleken een plaag voor Amerikaanse eskaders. Opvallend was ook dat de volgens de toenmalige strategen in het Pentagon superieure luchtdoelraketten die men meenam onder de vleugels om de vijand uit de lucht te blazen mocht die zich vertonen, in 8 op de 10 gevallen niet functioneerden. En dat bleef vele jaren lang zo. Daarbij vlogen de Amerikanen op eigen navigatie en zonder echte ruggensteun van radarstations, waardoor ze vaak werden verrast door die verrekte Mig’s. Bij de Vietnamezen ging alles juist centraal geleid en koppelde men de strategie ook aan de inzet van grond/luchtraketten die heel wat slachtoffers maakten onder de laag vliegende Amerikaanse toestellen. Een gelukje had men, de Russische ‘Atoll’ raketten waarmee de Migs onder hun vleugels rondvlogen deden het even slecht als de Amerikaanse exemplaren. In de loop van de jaren ontwikkelden de Amerikanen nieuwe strategieen, voerden vliegende radarstations aan waarmee men de eigen eskaders kon aansturen, maar voorzag o.a. de machtige F4C/D Phantoms van boordkanonnen die veel effectiever waren bij het bestrijden van de tegenstanders. Uit dit beknopte overzicht maken jullie wellicht op dat het superioriteitsgevoel bij de Amerikanen (zie Trump-doctrine) wellicht enige bescheidenheid behoeft. Voor mij was het wel een eye-opener toen ik het boek las dat een uitgebreid verslag geeft over juist deze periode in de Vietnamoorlog. De propaganda van toen gaf toch echt een ander beeld. Hoe dan ook, een top-boek dat ik 8 jaar geleden alweer aanschafte en onlangs uitlas. 342 pagina’s dik, in de Engelse taal en beschikbaar onder ISBN-nummer 978-1-59114-519-6.






















Het was kort nadat we onze oude ‘theemuts’ PoesPoes hadden moeten laten inslapen dat we het idee kregen om een jong poesje in huis te halen als gezelschap voor onze toen nog maar jonge kater Pixel. Die zocht in huis duidelijk naar zijn oude maatje, maar vond die uiteraard niet meer. Via via kwamen we terecht in het Asiel van Amstelveen waar we letterlijk in de rij mochten aansluiten voor een keuze uit een paar net binnengebrachte kittens. Een daarvan was brutaal en had een bekkie dat ons meteen overhaalde om ‘haar’ te kiezen. Want volgens het personeel van het asiel was het een ‘haar’. Maar aan het poesje kleefde ook een heftig verhaal. Samen met zijn kittenbroertjes (net voor ons gekozen door een ander echtpaar)was hij als juist geboren minipoes gedumpt in een vuilcontainer. Na dagen gered doordat iemand gepiep hoorde. En vandaar naar het asiel gebracht. Thuis was in ieder geval het een aanwinst. Dartel, dartel, en Pixel blij. Een bezoekje bij een aan het asiel verbonden dierenarts gaf al snel duidelijkheid over het geslacht van de nieuwkomer.
Geen poes, maar een katertje. Foutje in de administratie. De kleine groeide niet echt snel. Maar wel gestaag. Na zijn castratie gaf de dierenarts aan dat hij gezien zijn poten wel eens heel groot zou kunnen worden. Maar dat viel later behoorlijk tegen. De nu als Punkie bekend staande kleine kater bleef slank en slungelachtig. Maar had na enige tijd ook wat gezondheidsproblemen. Zijn pootjes raakten ontstoken. Heel vreemd. Deed hem duidelijk zeer en hij werd daardoor direct minder actief. Ook zijn bekje gaf een geur af die bepaald niet plezierig was. Onderzoek door onze eigen dierenarts gaf duidelijkheid. Hij leed o.a. aan een paar auto-immuunziekten, en nog wat andere kwalen, vermoedelijk veroorzaakt door de heftige ondervoeding in zijn prilste jeugd. Hij stond daardoor meteen op achterstand. En die liep hij niet meer in. Toen zijn pootjes gingen bloeden en het toch jonge diertje van alles en nog wat ging mankeren moest er met medicijnen worden gewerkt. Peperduur maar ook slecht voor de organen van het diertje.
Maar hij knapte er van op. Opvallend was wel dat onze Pixel af en toe ongenadig hard achter de kleine aan ging en dan ongekend hard beet. Toch de zwakkere kat in huis ontdekt. Punkie had er geen antwoord op. Hoe dan ook, het dokteren ging door, tot afgelopen maand oktober. Punkie at ineens niet meer. Echt vrijwel niets. En hij viel meteen heel snel af. Onderzoek liet zien dat hij een ‘infectie’ had opgelopen en dat zijn verzwakte gestel dat niet kon pareren. Maar dat verklaarde niet meteen dat niet eten. Dat hield de kleine intussen wel dagenlang vol. Af en toe een brokje, maar verder niets. Vel over been was het resultaat en totale futloosheid. Tot die eerste week van november. We konden het niet meer aanzien. We werden ook wanhopig.
Wat we erin kregen kotste hij ook weer snel uit. Apathisch lag hij tenslotte in een donker hoekje. Het hoefde niet meer voor hem. Iets vrat hem van binnen op. Dus namen we het besluit dat het over moest wezen. Dit was niet om aan te zien. Hij werd uiteindelijk slechts iets van 2,5 jaar oud. Veel te jong natuurlijk. En gaf ons in die korte periode dat hij bij ons mocht zijn altijd veel liefde en warmte. Op de plek waar hij graag lag, net achter me in mijn werkkamer, op een kussentje naast mijn naslagwerken, ligt nu nog slechts dat lege kussentje. Als herinnering aan een katje dat het zo lastig heeft gehad vanaf het prille begin. En die samen met ons een strijd voerde die hij niet kon winnen. We zullen die herinnering aan hem nog lang koesteren. Zo’n schatje.







