Tatoeages…

Natuurlijk, ik ben geen norm op dit gebied. Ik ben al bang voor de naald van de dokter of in dat kader, de assistente van Dracula als er weer eens bloed wordt gevraagd. Dus om dat vrijwillig te ondergaan is net een brugje of wat te ver. Maar afgelopen zomer zag ik wel dat ik een eenling begin te worden. Hoe heter het weer, hoe meer kleding verdwijnt bij ons volkje en wat dan tevoorschijn komt is soms echt opzienbarend. Waren tatoeages vroeger het domein voor dronken zeelieden die zich in een ver weg gelegen haven van een al dan niet geslaagde afbeelding van een zeemeermin op hun bovenarm lieten voorzien, tegenwoordig schijnt het normaal te zijn om 50% van je lijf te lenen als platform voor een ‘kunstwerk’. Waarbij ik het begrip ‘kunst’ maar even tussen aanhalingstekens zet, want sommige van die artiesten hebben zeker niet de Rietveld-Academie voor Beeldende Kunsten doorlopen. Het lijkt soms wel of er een blinde met naald en inkt aan de gang is gegaan. Net als het dragen van Talibanbaarden lijkt dat tatoeages laten aanbrengen tot regel verheven. Met een verschil natuurlijk.

Die barbaarse beharing is vrijwel zeker in een kwartier of zo te verwijderen. Met dat in de huid aangebrachte spul ligt dat toch iets anders. Gaat nooit meer weg of je moet over kapitalen beschikken en een ijzeren zenuwstelsel, dan is het min of meer weg te laseren. Maar in normale situaties loop je dus je leven lang met zoiets in het rond. Mannen moeten het vooral zelf weten hoor. Wellicht behoren ze bij een criminele bende of zijn onderdeel van een fanatieke stripboekenclub, maar bij vrouwen ligt dat toch een stuk genuanceerder. Ik ben nog opgevoed met de splitsing tussen fatsoen en ordinair en helaas dames vol bekladderde armen benen of zelfs gezicht, ik vind dat toch behoren tot het laatste.

Doodzonde soms. Prachtig koppies, mooie lijven en dan al die flauwekul die alleen maar afleidt van het origineel. Dat je vroeger een vlinder liet zetten op een borst….mwah. Een pijl of iets anders op het punt waar al je zenuwen samenkomen in je onderlijf…OK! Was voorbehouden voor de mensen die daar op die plek even mochten rondkijken en had nog iets sexy’s, maar dat halve lijf vol min of meer onherkenbare flauwekul…nee. Ordinair. Dat je ergens een naam laat plaatsen, klein, minder opvallend, vooral doen! Maar bedenk nou eens dat je ook een normaal leven moet leiden. Wellicht op kantoor of in de zorg. Je vergooit toch een stuk van je toekomst. Het lijkt bij sommige werkgevers al een rol te spelen. Maar zeker ook omdat je nu niet weet hoe we straks, in de toekomst, naar die dingen kijken. Om het over verval niet te hebben. Oud houdt meestal in slap hangen, uitzakken, rimpels. En dan is een tatoeage ineens verworden tot iets compleet anders. Wil je echt niet. Ik zeker niet. Maar ja, ik ben dan ook niet van die naalden… Dus denk nog eens na voor je zelf tot lopend kunstwerk wordt omgevormd. Overigens…die inkt is naar verluid niet onschuldig. Net zo min als de manier waarop veel van die kunstenaars de properheid in acht nemen. Een ontsteking of Hepatitis liggen al snel op de loer dan. En nu krijg ik vast commentaren van lezers die uiteraard ‘hier’ ‘daar’ of ‘overal’ een tatoe hebben laten zetten. Ik ben benieuwd. Komt u maar…..desnoods met plaatjes…(Beelden: Internet/Google)

Verleden, heden en toekomst van de winkelstraat…

OLYMPUS DIGITAL CAMERAAls iets ons het een en ander vertelt over de veranderingen in de samenleving dan toch wel het winkelaanbod om ons heen. Geloof je dat niet? Moet je eens kijken welke winkelketens nu de centra beheersen en welke dat waren, pak weg een jaar of tien geleden. Soms een wereld van verschil. Daarbij zie je ook dat de toen aangekondigde trends, het verdwijnen van de individuele middenstanders met een nog onderscheidend soort aanbod, volledig is doorgezet. Zoek maar eens naar die unieke winkel van Sinkel of ‘koop een boek bij Loek’. Los van oude bekende namen die er niet meer zijn, blijkt ook dat bepaalde soorten winkels het uiteindelijk niet gered hebben. Mensen zijn veranderd, mondiger, regelen hun zaakjes via het internet. De jeugd werkt op heel andere wijze dan de generatie boven hen, die nu al wordt gezien als ouderwets. Geloof je me niet? Noem me dan maar eens een nog bestaande echte speelgoedwinkel met een breed aanbod.

OLYMPUS DIGITAL CAMERADat er lieden zijn met alleen houten spullen wil ik wel geloven, er is altijd behoefte aan ‘alternatief’, maar dat is allemaal kleinschalig. Een boekenzaak met een beetje gespecialiseerde boekensoort in de schappen. Vergeet het. Reisbureaus? Beginnen uniek te worden. Net als videotheken, dat leuke onderdelenwinkeltje dat echt ‘alles’ in huis had. Ketenwinkels nemen die plekken in, maar ook heel vage shops met een horecabestemming, waarvan er al zoveel waren. Koffieshops hebben vaak een dubbele betekenis. In onze omgeving kan je er terecht voor koffie en iets lekkers, of voor een koffietje en iets nog lekkerders. Voor kleding ga je naar de Primark (echt waar, die bestonden tien jaar geleden helemaal niet in ons land), de Action vervult het genoegen om voor heel weinig iets nieuws te kopen dat elders tweedehands nog niet voor die prijzen in de schappen ligt. Zeeman en Wibra volgen op de voet, Kruidvat en Trekpleister zijn de ketens met ongeveer de meeste filialen, net als de Blokker.

OLYMPUS DIGITAL CAMERADe Hema onderging iets van vier restylings, het ontbijtje daar is synoniem met die keten geworden, een fraai staaltje imago-marketing. Daarbij kwamen de vele, vele Kringloopwinkels, in 2004 nog praktisch onbekend. Een winkelstraat van nu ziet er heel anders uit dan die van tien jaar geleden. Maar hoe zal die straat er uitzien in 2024? Durft iemand het te voorspellen? Ik niet! De ontwikkelingen zijn soms zo grillig, net als de smaak van de consument. En bedenk maar eens dat de kinderen die nu op de lagere school zitten, over die tien jaar bepalen hoe zij het er uit willen doen zien. Wellicht kopen ze helemaal niks meer in winkels en alles op of via het internet. Of komt er mogelijk een revival van de echte middenstander met zijn/haar persoonlijke service? Tot dan moeten we het doen met leegstaande winkelpanden, met soms helemaal leeg geruimde overdekte passages. En ook met heel veel bordjes ‘Te Huur’ of ‘Te Koop’ er op. En dat is echt niet voorbehouden aan achterafstraatjes of louche hoeken en gaten. Ik kom ze nu nog overal tegen. Geeft mij een beter inzicht in hoe het gaat met ons allen dan al die mooie praat uit Den Haag. Waar overigens ook veel is veranderd, maar nog lang niet genoeg!