
… niet hier hoor, al zullen sommigen juist dat spijtig vinden……Nee, ik bedoel meer het tv-programma dat al zo lang te zien is in allerlei vormen en uitvoeringen. Mensen die het niet meer zien zitten in eigen land en vertrekken naar een of ander Europees of derde-wereld-land en daar ontdekken dat ze in dat nieuwe thuisland net zo hard moeten werken als in Nederland het geval was maar ook dat onze samenleving zodanig is ingericht dat het meest simpele feit goed te regelen valt. Die emigranten onderschatten vrijwel allemaal de kosten voor het herstel van een of andere oude watermolen of kasteel en dat ze met hun op een A4-tje uitgewerkte plannen voor een B & B (dat blijkt de meest bedachte inkomstenbron voor dat nieuwe leven te zijn..) hopeloos achter de realistische feiten aanlopen.

Want ineens heb je een vergunning nodig voor vrijwel alles, blijkt die burgemeester die zo leuk de stroopwafels uit Nederland in ontvangst nam eigenlijk de lokale slager te zijn en bestuurlijk helemaal niets in de melk te brokkelen hebben. Afspraken met aannemers of klusjesmensen zijn veelal niet te maken.. Kinderen (ik heb daar altijd extra medelijden mee) moeten naar een of andere school ver weg, spreken de taal niet en worden in eerste instantie doodongelukkig. Daarnaast speelt al dat klussen vaak op bij het huwelijk dat in Nederland al zo op losse schroeven stond en moeten een of beide partners tussendoor ook nog werk onder hun niveau aan nemen om tenminste een stokbroodje brie te kunnen eten.

Dat A4-tje vol plannen ging uit van een maand of twee, drie klussen om dan in het ‘hoogseizoen’ de eerste gasten te kunnen ontvangen. Maar in de praktijk duurt dat klussen een jaar langer en zitten die lui dik twee seizoenen zonder gasten en echt inkomen. En dan maar zeggen dat ze zo veel gelukkiger zijn dan voorheen in Nederland. Het moet je liggen, jouw ding zijn. Ik kijk er met kromme tenen naar en verbaas me altijd weer over de naiviteit waarmee men dit avontuur aan gaat. Een nieuwe variant is die waarbij je voor minder dan een ton een huis koopt in een of ander land en daar dan je toekomst gaat opbouwen. Soms weet je niet wat je ziet. Paleisjes, maar vaker toch boerderijtjes met een lek dak en rotte vloeren. En hup, dan gaan we weer klussen. Nou is dat met zulk soort prijsjes (huizen kosten soms 40 mille) niet zo gek, maar als je het achtvoudige moet neertellen en dan ook zo moet klussen zou ik passen. Maar ik ben ook geen klusjesman…Een van volgende blogs zal dat bewijzen…. Wie heeft nog meer plannen om te vertrekken…?? Ik ben benieuwd….En als je er alleen van droomt vertel dan maar wat je er bij bedenkt mocht het zover komen… (Beelden: Internet/Archief)

















In mijn dealerjaren na 1985 speelde ook het Japanse automerk Daihatsu een grote rol. In de jaren dat we dat merk voerden en ik erover binnen ons dealerbedrijf deels de scepter zwaaide kwamen we in aanraking met een totaal andere klantengroep dan we in de voorgaande jaren gewend waren geraakt met de Oost-Europese of Koreaanse merken. Daihatsu had een modellenlijn die stadsrijders bediende, maar ook mensen die een gezinsauto, iets sportiefs of zelfs een terreinwagen zochten. Het waren in de onderhandeling ook totaal andere lieden vaak dan we bij die andere merken hadden leren kennen. Ongeduldiger veelal, flink wat jonger en vaak sneller van beslissen. Zo herinner ik me een man die er uitzag als een havenarbeider (zonder negatieve kwalificaties) die met een fysiek aardig geprofileerde dame aan de hand de showroom binnen stapte en direct afliep op een toen net nieuwe Daihatsu Feroza. Dat waren kleine terreinwagens met een lekkere motor die goed mee konden in het verkeer.
Naar wens in twee kleuren lak op de auto te bestellen. Wij begroetten het paar en trokken de deuren van de auto open. Uiteraard zodanig dat de dame geen gebrek aan aandacht kreeg. Ze was heel charmant maar zei weinig. De man des te meer. Al babbelend liep hij om de auto heen, ging even zitten achter het stuur en stelde toen vast dat een ‘bakkie koffie’ er wel in zou gaan. Dat werd meteen geregeld. En terwijl we de brochures even doornamen was zijn opmerking tekenend….’doe voor mijn meissie maar zo’n Jeepie, en hang er meteen even alles aan wat ze leuk vindt’. We waren enigermate verrast maar trokken het orderblok maar te voorschijn. Ordertje van toen dik 30 mille (in guldens) waarbij het halve accessoirespakket voor de Feroza in een keer werd uitgeleverd. De man betaalde zelfs aan en wilde de auto wel snel geleverd zien. ‘Want ja….ze mot vaak heen en weer naar de supermarkt…dusssss….’.
De week kon niet meer stuk en het werd later een goede relatie met die twee. In een andere situatie schatte ik een situatie volkomen verkeerd in. Een erg fraai uitziende jongedame kwam op een dag informeren naar een Charade met wat extra’s. Ik legde haar de zaken voor, maakte een offerte en deed een globale inruiltaxatie voor haar oude Toyota. Ze vertrok weer. Twee dagen later was ze terug. Met een oudere heer. Overduidelijk (..) haar vader. En als zodanig ging ik het gesprek in. Vond het verstandig dat ze haar vader had meegenomen en zo meer. Tja…u raadt het al, niks vader, die twee waren partners. Gelukkig accepteerden ze mijn excuses en konden ze er wel om lachen. Was immers een meer voorkomend euvel. Mijn collega had ook zo’n blunder. Met een even fraaie als jonge dame die ging voor een wat sportievere variant van de Charade. Mijn collega, zelf in de jonge jaren en niet gespeend van een fraai uiterlijk, zat tijdens het eerste gesprek echt de dame te versieren. Hij ‘had er wel iets mee’. Het afscheid was lastig voor hem, hij kwam met rode wangen terug in ons kantoor na dat lange gesprek. Overtuigd dat hij niet alleen een auto had verkocht, ook de dame zou hebben versierd. Groot was zijn teleurstelling toen ze een dag later terug was en samen met haar vriendin de auto bestelde. Die vriendin was er een van de tuinbroekensoort (sorry voor hen die zo’n dracht leuk vinden) en mijn collega vond echt dat de dame waar hij op viel de verkeerde keuze had gemaakt. Niet qua auto, want die ging uiteraard snel op papier, maar door hem niet te zien staan…..Het kon verkeren in die periode…(Foto;Archief Yellowbird)
Nederlanders zijn wonderlijke lieden. Ze pretenderen vaak dat alles bespreekbaar is en ze zijn niet bang om bepaalde zaken met elkaar te delen. Zoals waar ze nu weer lekker aten, hoe hun haar zit na een winderige stranddag of in welk pretpark ze nu weer een ‘BN-er’ tegen kwamen met wie ze zo’n leuke selfie maakten. Het wordt al een stuk minder als we mensen vragen hoe hun financiele situatie in elkaar steekt. Of hoe het hun kinderen nu echt gaat. Dan gaat bij een (groot) deel van de Nederlanders de rem er aardig op. En natuurlijk zijn we zeer terughoudend met het weggeven van onze pincode. ‘Je mag alles van me weten, maar dat niet!’. Alles?? Nou dat dacht ik niet. Want vraag iemand naar zijn toiletgang of liefdesleven en vermoedelijk slaat het gesprek direct dicht. Terwijl we als mens daar elke dag mee bezig zijn.
En die slaagde. De geur verdween en we konden weer adem halen op kantoor. Hadden we dat als taboe gehouden was de lucht niet gezuiverd. Taboes zie je ook in de wereld van de politiek. Er zijn stromingen die geloven in de ondergang van de wereld. Omdat wij in Nederland plastic zakken gebruiken of omdat we teveel in de auto rijden. Buhne-praat, ik wees er al vaker op. Het klimaat verandert, het warmt op. En 70 geleerden over de hele wereld zijn het met mekaar eens. De wereld stort in als we in Nederland geen drastische maatregelen nemen. Van financiele aard, uiteraard! Zij die daar tegen in gaan worden weggezet als mensen die een taboe doorbreken. Je mag daar niet tegen in gaan, ook al hebben 1430 andere geleerden verklaard dat er niet zoveel bewijzen zijn voor die stellingen over dat vergaan van de wereld. De discussie is taboe.
Mijn tante Hannie, jongere zus van mijn moeder, was een noeste en hardwerkende vrouw. Samen met haar in mijn ogen volkomen nutteloze man, mijn aangetrouwde Ome Jan, kreeg ze vier kinderen maar was meteen ook hoofdkostwinster. Ze had een grote mond, was stevig van postuur en daardoor meteen zeer geschikt voor een leidinggevende rol op wat lager niveau. Zoals zij op enig moment voorvrouw was bij een schoonmaakbedrijf dat bedrijfsgebouwen elke dag spic-en-span verzorgde. Zij liep daar dan in een witte jas in de rondte en deelde orders uit, controleerde of het werk wel goed werd gedaan en was bij vlagen meedogenloos voor werknemers die er de kantjes vanaf liepen. Ook thuis had zij de wind eronder, al moet ik zeggen dat ze wel buitengewoon vergevingsgezind was voor haar man die echt nergens voor deugde. En man van dertien ambachten en even veel ongelukken. Niets in zijn leven lukte. Of hij nu als vertegenwoordiger aan de slag ging voor van die automatische olifantjes of ander vee dat werkte op een ingeworpen kwartje, horecazaken trachtte te exploiteren of in auto’s handelde. Altijd eindigde het in narigheid en ellende. Oorzaak, anders dan mijn tante was hij te lui om te werken eigenlijk. Hij had wel altijd hele verhalen waarom het hem niet lukte.
Maar wij wisten aan onze kant van de familie wel beter. In de steun leven was een stukje handiger en minder vermoeiend dan altijd maar zoeken naar een stukje inkomen door hard te werken. Dus deed mijn tante het werk. En hoe! Werken was bij ons in de familie een belangrijk onderdeel van het leven. Met werken verkreeg je een stukje welvaart. Denk maar eens aan een nieuwe tv, of je kon zomaar een week op vakantie. Dat maakte je toch vrolijker in die jaren. En dus werkten wij altijd. Dat deed de hele familie. En soms kwamen die zaken bij elkaar. Zo heb ik nog eens een tijdje, samen met mijn oudere broer, voor mijn tante Hannie gewerkt. In de vakantieperiode, gewoon even wat bijverdienen. Nu was ik niet zo geschikt voor het schoonmaak vak zo bleek al snel. Ik ben nogal ‘vies uitgevallen’ en was beter in het met een poetsmachine omgaan om zo de gangen van die gebouwen glimmend te maken dan om vieze prullenbakken van anderen te legen. Nog erger was het om toiletten schoon te maken. Je weet gewoon niet wat je tegenkomt. Gelukkig duurde het voor mij niet zo lang, andere (bij)banen lonkten. Maar ik leerde mijn tante meteen van haar strenge kanten kennen.
Opvallend was dat haar kinderen iets hadden van de een of de andere ouder. Twee leken sprekend op hun moeder, maar hadden het karakter van pa, de andere twee leken op niemand, maar waren qua inzet en werkinstelling precies hun moeder. Tante Hannie en Ome Jan verschenen nog wel op onze (in het vorige blog benoemde)oorspronkelijke trouwdag, daarna waren ze wat mij betreft buiten beeld verdwenen. Tot ze oud en krakkemikkig geworden af en toe opdoken bij mijn moeder thuis. En we er nog weleens tegen aan liepen. Tante Hannie was een lieve oudere maar ook fysiek vermoeide dame geworden. Niets meer over van haar strenge voorkomen uit de jonge jaren. Voor Ome Jan gold dat die nog steeds niets deed. Het was hem aan te zien. Ze overleden kort na elkaar. En bleken, naar verluid, tot op hoge leeftijd gek op elkaar te zijn gebleven. Het maakt dus niks uit of je hard werkt of niets doet. Daar gaan die persoonlijke emoties aan voorbij…zeker binnen die ouderwetse huwelijken…
‘En’ vroeg mijn buurman toen hij mij met mijn voor Schipholse dagen ingerichte bagage richting de Tsjechische lastezel zag lopen, ‘went het al dat pensioen?’. ‘Ja hoor!’ gaf ik eerlijk als ik ben aan. En zo is het ook. Na 1,5 jaar geleden de deur van het ondernemerschap te hebben afgesloten en ik meer dan een halve eeuw had gezorgd voor brood en beleg plus nog wat luxe was het mooi geweest. En duurde het even om aan het ‘nietsdoen’ te wennen. Nu is niets in dat opzicht nog wat relatief. Elke dag schrijf ik mijn verhalen nog op het internet, maakte ik mijn derde boek af en reizen we door Nederland en Duitsland op zoek naar leuke dingen of mooie plekken. Van groeiende geraniums heb ik geen last. Zo lang het nog kan genieten we met volle teugen. Voor mijn buurman is dat besluit en besef pas geleden genomen en gekomen. Ook hij werkte al enige tijd als onafhankelijk adviseur en hij verdiende daar aardig zijn brood mee.
Maar soms zijn er omstandigheden die je niet kunt bevechten en dus staakte ook hij zijn professioneel geraas. Zorg voor vrouw, kinderen en kleinkinderen nam de plaats in van afspraken met relaties of zoeken naar opdrachten. Net zoals het mij verging. Hij gaf eerlijk aan dat hij nog moest wennen aan die situatie. Ik glimlachte hem toe en stelde ‘dat het echt zal komen dat besef’. Waarbij ik uit ervaring weet dat het afbreken van je professionele netwerk doordat je hebt besloten daar niets meer in te doen het meest pijnlijke aanvoelt. Nu was ik in mijn carrière een paar maal eerder van de hak op de tak gesprongen, ambitie vraagt soms om stappen opzij om dan daarna weer omhoog te kunnen. En dan nam ik afscheid van een wereld die ik zelf goed kende en lieden die ook mij om mijn professionalisme waardeerden.
Maar eenmaal weg werd je outcast. Je behoorde er niet meer bij, je had een andere weg gekozen. Vervelend, maar het was en is niet anders. Nieuwe kansen en ook nieuwe mensen kwamen ervoor in de plaats. En ook dat wende snel. Jarenlang heb ik professioneel gediend op Schiphol en Maastricht Airport, nu kijk ik er naar de vliegtuigen en voel niets meer met de plekken waar ik vroeger ‘achter het hek’ actief was. Geldt ook voor de autowereld. Langere carrière gehad, maar ik kijk er nu objectief naar en bij mijn dealer als ‘klant’. Zijn allemaal processen waar je mee te maken krijgt. Ook als gepensioneerde harde werker. En ik tel mijn knopen op dit gebied. Zoveel mensen haalden hun pensioen niet eens, of konden daar veel te kort van genieten. Dat zal nooit wennen. En dat zal mijn buurman ook wel ontdekken. (beeld: Internet)




