Kamfer

Kamfer

Niets menselijke is ons vreemd als individu, dus als we ons zelf een juk omhangen met zware geestelijke stenen en menen dat we in ons leven zonder van buiten komende aantrekkelijkheden of vleselijke lusten kunnen omdat het geloof of de daar op ingestelde sekten ons hiertoe aanzetten, valt of viel dat in de praktijk altijd erg zwaar. Een middel om die lichamelijke lusten te onderdrukken was een lichte toevoeging van kamfer aan het eten of drinken. Bij zowel mannen als vrouwen onderdrukte het een wellicht wat te sterk libido en zo kon je dan jarenlang in een klooster verblijven zonder dat je de Opperheer ontrouw werd en al dan niet de hand aan je zelf of de medebroeders of zusters sloeg. Kamfer is een wonderlijk goedje.

Het zit verwerkt in mottenballen, wordt gebruikt als desinfectiemiddel, men benut het bij het balsemen, zit in vuurwerk, het beschermt je tegen insecten, men verwerkt het in anti-jeukmiddelen en zo meer. Ook tegenwoordig is de stof in pillen, poeders en drankjes gewoon verkrijgbaar al zal dit vooral in de alternatieve winkels zijn. Het op zich best giftige spul kan bij teveel gebruik ook zorgen voor epilepsie-aanvallen, verwarring, irritaties, spierkrampen en zo meer. Tel dit nu eens op bij wat je vaak vanuit die oude geloofsverhalen naar buiten ziet komen en trek je eigen conclusies.

Veel zieners en profeten zaten wellicht aan dit spul?? Geen idee natuurlijk, maar ware het goedje ook aan pastoors, kapelaans, dominees en andere kerklieden gegeven zaten we nu wellicht niet met al die Metoo en kerkschandalen. Waarbij ik direct aanteken dat ik denk dat als je de katten niet op het spek bindt en gewoon goed te eten geeft dat hele kamferspul niet nodig zou zijn. Laat die zo gelovige lieden gewoon trouwen of tenminste van de vleselijke lust gebruik maken. Als er al een oppergod bestaat zal hij of zij zeker snappen dat wat je zelf in de schepping hebt ingebakken zeker ook bedoeld is geweest om te gebruiken. Zoals we (ook in kloosters) ook doen met andere zintuigen en kennelijke onderdelen van het menselijke lichaam. En de erfzonde van de christenen zat niet in het seksuele maar in het verbod van God om van een boom te eten. Adam en Eva, naakt op aarde gezet om van elkaar te genieten, maar die boom…daar moesten ze niet van eten. Hoe lastig kan het zijn zou je denken. Daarbij, vanuit mijn huidige blik op de wereld, een naakte Eva voor mijn stoel, bank of bed zou me niet eens aan fruit doen denken. Nee hoor, dan heb ik te druk met andere dingen. Maar ja, dat mag natuurlijk niet. Dus maar een kamferpilletje nemen dan? Of toegeven aan?? U mag het zeggen…. (beelden: internet)

Nog een ooit zo Britse naam..Rover!

Nog een ooit zo Britse naam..Rover!

Nee, het bestaat niet meer. Maar delen van dat ooit zo chique Britse automerk nog wel. Zo is het afgeleide Land-Rover nu in handen van Tata uit India en werd de merknaam Rover verkocht aan de Chinezen die er na een paar jaar Roewe van maakten en eigen producten op de markt brachten die de naam Rover geen echte eer aan doen. En dat terwijl we het toch hebben over een traditiemerk dat al in 1904 werd opgericht en indertijd vooral bekend werd door wagens voor de middenklasse.

Na de oorlog kwam Rover terug met auto’s die duidelijk leunden op de vooroorlogse modellen en er ook zo uit zagen. De Rovers Ten, Twelve, Fourteen en Sixteen zagen er ook ouderwets Brits uit en reden ook zo. Door liefhebbers zijn er heel wat bewaard gebleven. Ergens in 1948 bedacht Rover een wagen die wereldwijd bekendheid zou gaan genieten, de Land-Rover. De eerste was een een soort open ‘Jeep’ die met name het leger en de agrarische sector moest aanspreken. Latere versies werden dicht gemaakt, waarbij veelal het achterste deel van de carrosserie met een zeildoek werd afgedekt.

Die Land-Rovers werden tientallen jaren in vrijwel ongewijzigde vorm gebouwd en werden in de meest verschrikkelijke omstandigheden gebruikt. Intussen bouwde Rover ook de P4. Met een totaal nieuwe carrosserie, een flinke reeks motoren en door de jaren heen ook steeds meer luxe. De auto had de naam onverwoestbaar te zijn, maar dat viel in de praktijk nogal mee. Solide waren ze wel en het houten dashboard met al die al dan niet verchroomde meters en knoppen sprak hele doelgroepen aan.

Eind jaren negentig verscheen de opvolger, de fameuze 3 Litre, altijd met een zespitter onder de kap. En die weer opgevolgd door de van een V8 gebruik makende 3.5 Litre die 8 jaar later op de markt werd gebracht. Chique en statige wagens vol leder en hout. Erg fraai was ook de 3500 uit 1968 die zelfde V8 koppelde aan een lagere carrosserie. De motor zorgde voor snelheden tot 185km/u maar een beetje heer reed dat nooit natuurlijk. Ultiem was het op de kofferdeksel gemonteerde reservewiel. In bijpassende hoes.

Nog steeds een gevraagde klassieker. Luxe, chique, sterk en hoog was de Range-Rover Series 1 die in 1970 werd uitgebracht. Opnieuw met die bekende V8 van Rover (werd ook veel geleverd aan andere fabrikanten) maar nu ook bedoeld voor in het terrein. Die lijn van Range-Rovers werd jaar na jaar uitgebreid, maar door die jaren heen groeide de wagens ook. Dat deed niet de SD-1.

Een werkelijk prachtige Rover die in de tweede helft van de jaren zeventig de klassiek aandoende voorgangers verving. Laag, snel, luxe. Met die heerlijke V8 een prima wagen, maar toen men onder druk van toenmalig eigenaar British Leyland ook andere motoren moest monteren begon de ellende. De Rover 2000/2300 die onderdeel was van deze gestroomlijnde auto een hele reeks te koop. Maar ze leden ook onder grote kwaliteitsproblemen.

En dat ging kleven aan die toch grote merknaam. In de jaren tachtig en negentig bracht Rover verder grote en ook steeds kleinere modellen. Op enig moment werd zelfs de van Austin/Morris bekende Mini een Rover. Een marketingfout van jewelste. Het laatste kunstje van het nog min of meer op zichzelf staande merk was de 75-serie. Fraaie wagens, die je zelfs als stationcar kon bestellen. Maar het werkte niet meer. Tijdens de bankencrisis van dik tien jaar geleden ging het mis en moest Rover definitief de fabriekspoorten sluiten. Wat rest is de geschiedschrijving. Wat ik gaarne deed. Want die Britten verdienen dat! (Beelden: Archief)

Jamaica..

Jamaica..

En voor de goede orde, ik pleit zeker niet voor het opsluiten van een volk achter muren of binnenshuis. Dat past meer bij de liefhebbers van DDR-achtige dictaturen of zo. Nee, het gaat mij ook dit jaar weer eens over die wonderlijke behoefte om vakantie te vieren op zeer ver van ons landje gelegen plekken. Omdat men anders het gevoel heeft ‘niet echt op vakantie te zijn geweest’. Tuurlijk, men trok in meerderheid naar het zuiden van Europa, waar het zo mogelijk nog warmer was dan bij ons in deze prachtige zomer, maar vaak ook veel verder. Nu Covid ons wat heeft verlaten kon er weer gereisd worden en dus was het op de vaderlandse (en Europese) luchthavens extra druk.

Sommigen vlogen naar favoriete bestemmingen in Spanje of Portugal, anderen verkozen IJsland of Azie. Bij een van onze buurtgenoten gingen de kinderen met vader mee (1 op de 3 gezinnen kent een scheidingsverleden, dit gezin ook..) naar Jamaica. Want daar was het zo leuk voor ze… Het zal best hoor, maar dan ken ik er nog wel een paar. En moet meteen terugdenken aan hoe het in onze jeugd was. Zoals al eerder beschreven (22-7jl) waren de meeste mensen in ons land zeer hard werkende loonslaven of zelfstandigen die door zich in het zweet of de olie te wentelen een inkomen moesten verwerven. Vakantie was veelal net een week lang, later net in de tijd twee misschien. En daarvoor moest je dan geld reserveren.

Bij ons in de toenmalige hoofdstedelijke straat waren bij sommige arbeidersgezinnen het Zgn. ‘Fransche Kamp’ bij Bussum populair, maar ook Bakkum werd door de veelal puur Amsterdamse bevolking met liefde bezocht. Tentje mee, of als je meer geld had, een huisje in de kuststreek waar je dan in frisse lucht maar wel in nog primitievere omstandigheden dan thuis, moest zien hoe je je door de dagen heen ontspande. Veel van mijn straatvrienden van toen genoten er van. Ik niet. Mijn moeder was er ook niet van. Zij hield van luxe en rust. En die vond ze in Limburg. Valkenburg de favoriete bestemming. En dan niet in een tent maar in een hotel of tenminste een onderkomen bij mensen die redelijk comfortabele kamers verhuurden. Van daaruit trokken we dan met de auto, ja mensen die hadden wij al heel lang, naar Belgie en als climax het Drielandenpunt bij Vaals.

Keek je zo naar Aken, toch een spannend gebied. Want leasepa had wat meegemaakt met die ‘moffen’ zoals hij ze noemde en weigerde categorisch een stap over de Duitse grens te zetten. Terug thuis werd er best tegenop gekeken. Helemaal naar Limburg…Later in het leven hoorde ik dat jeugdvrienden naar verre oorden als Italia of Oostenrijk reisden. Hun ouders hadden intussen ook een VW of Opel gekocht en durfden die reizen wel aan. Wij gingen toen nog steeds naar Valkenburg. En daar werd best meewarig naar gekeken. Zo gaat het nu ook met die verre reizigers. Nu ik zelf veel van de wereld zag vind ik mensen die naar Frankrijk gaan min of meer hetzelfde als zij die vroeger naar Valkenburg reden. Nee, dan Jamaica…..dat is pas wat. Maar ik laat het wel met plezier aan me voorbij gaan. Geen zin meer in. Maar het zal er vast heel leuk zijn. Al was het maar om die muziek…. En intussen ben ik natuurlijk nieuwsgierig naar waar jullie, beste lezers, naartoe gingen in de jeugd en wat je nu trekt als bestemming?? Gooi het er maar uit hoor… (Beelden: Prive-archief)

Ongemakkelijke communicatie…

Ongemakkelijke communicatie…

In de afgelopen maanden zond RTL4 net als Videoland een reeks uit onder de titel ‘B&B vol Liefde’. Uitgangspunt van dit tweede seizoen was een reeks mensen met een (soms soort van..) Bed & Breakfast in den vreemde. Veelal qua karakter bijzondere lieden die daar waar ze neerstreken in Frankrijk, Italie, Oostenrijk of Portugal, redelijk succesvol waren in het uitbaten van hun nieuwe bron van inkomen, maar soms nog steeds in de opbouwfase van dat gebeuren verkeerden.

Terwijl ze daar al dan niet hard werkend aan de slag waren ontdekten ze ook dat ze de liefde misten. Een partner aan hun zijde, een maatje, zowel voor de uitbating van hun B&B als ook in bed. Nou het programma liet zien hoe slecht Nederlandse mannen en vrouwen zijn in zgn. partnercommunicatie. Ze luisteren niet, kwekken over koetjes en kalfjes en zelfs dat niet, maar zijn niet meteen verkopers van hun eigen gevoelens. Daarbij komt dat de kandidaten(s) die zich inschreven om het eens te proberen bij die B&B-eigenaren soms ook van een empathisch niveau zijn dat je echt meteen de conclusie kunt verbinden dat ze daarom vaak als single door het leven gaan.

Horkengedrag, een zekere domheid, totaal geen interesse in die andere mens behalve dan wellicht het feit dat je door zo’n serie ineens kunt opduiken als ‘BN-er’ in andere formats. Mijn tenen staan er krom bij. Want net als ik al eens eerder schreef in ander verband, dat je de liefde zoekt maar er niets voor wilt doen. Oftewel eens vraagt wat die potentiele andere mens in jouw leven leuk vindt, graag eet of weet ik wat interessant vindt, ik kan er met de pet niet bij. Zijn we dan zo slecht opgevoed? Is de liefde ons totaal vreemd geworden, moet het op een presenteerblaadje worden aangereikt zonder tegenprestaties? Dan snap je wel dat op enige termijn relaties stuk lopen.

Mannen die wel aan hun eigen plezier denken maar de veelal vrouw in de relaties vergeten. Vrouwen die het materiele interessanter vinden dan de passie maar vooral menen dat de zon slechts op hun lijven zal schijnen voor de rest van hun leven. Daarbij zie je ook dat men zich nauwelijks realiseert dat het leven in een of ander Frans gat echt iets anders is dan wonen in de grote stad midden in Nederland met je familie en vrienden om je heen. Het kan best zijn dat het allemaal via een script zo in elkaar is gestoken maar mijn handen jeukten soms om die lui eens flink door elkaar te schudden en aan te reiken hoe je bepaalde zaken hoort te doen in een wedstrijd om een relatie. Een van de meest botte lui uit de reeks, ene Richard, was in al zijn onverstaanbare geschreeuw wel het meest duidelijk. Hij hield van vrouwen met lang haar en ronde stevige billen en had een grote passie voor klussen en motorrijden. Met die ogen (vrouwen moeten me niet aan de kop zeiken..) bekeek hij de kandidates. En die hadden het daar in de meeste gevallen best lastig mee. Maar bleek in de finale een hartje van goud te bezitten. Het was in zijn totaliteit echter een en al rariteitenkabinet, maar wij hebben ons er wel mee vermaakt. Omdat je meteen ziet dat veel mensen buitengewoon matig zijn in welke vorm van communicatie ook. Zouden er daarom zoveel gescheiden zijn geraakt dan wel al jaren lang single gebleven? Vast….. (Beelden: Internet)

Donker…

Altijd was zij angstig in het donker geweest. Al was het maar omdat haar ouders en grootouders haar zo vaak met een glimlach om de mond waarschuwden voor al die in het zwart geklede lieden die om het huis zwierven om haar eer te bezoedelen. Wat ze daarmee bedoelden was haar onduidelijk maar het had haar als kind en puber weinig geholpen. Zeker als het in de nacht bliksemde en donderde was ze zo bang geweest dat ze soms in de grote kledingkast op haar kamer was gekropen en een enkele keer zelfs onder haar bed haar heil had gezocht. Later, ze was allang volwassen, was die angst ergens ver weg opgeborgen geraakt. Maar helemaal weg was hij nooit. Zeker niet bij onweer of stormachtig weer. Intussen was ze gelukkig in de liefde, had ze ontdekt dat die liefde ook genoegens mee kon brengen die haar extra gelukkig konden maken. Maar ze had altijd een voorkeur gehad voor liefde met het licht uit. Dan droomde ze soms in het geniep van die donkere man die haar eer te na kwam en haar daarna zoveel genoegen verschafte terwijl ze eigenlijk was overgeleverd aan zijn dierlijke lusten. God vergaf haar wel, ze bad er vaak overdag even voor, want ook al beschermde haar Heer tegen al te veel duivels ongeluk, ze schaamde zich ook wel een beetje voor dat genot dat zij soms putte uit haar door angst geboren gevoelens. Als haar vriend op reis was, hij had een drukke baan bij een internationaal bedrijf, lag ze alleen in bed en werkte zichzelf met een boek of fantasie in slaap. Alleen zijn ging haar trouwens nog steeds niet goed af. Ondanks haar fantasie… Tot die nacht dat het weer eens zo was en ze in haar shortama onder de lakens lag en een felle onweersbui op afstand de hemel verlichtte en de donder deed schallen als een doffe trommel. Ze huiverde, ondanks het feit dat het best warm was in de slaapkamer. Ze keek of ergens ruimte was om zich in geval van nood te verschuilen. Keek op haar smartphone om te zien of haar vriend al sliep in dat verre land waar hij weer heen was gereisd. Maar intussen had ze niet in de gaten dat om haar huis heen een donkere gestalte sloop met een hoody over zijn hoofd en bijna oplichtende ogen in het donker. Hij keek naar binnen onder de gordijnen van haar slaapkamer, zag haar schim, haar woelen, en glimlachte. Brede tanden met scherpe hoeken flonkerden in het licht van de bliksem…. Met zijn lange vingers en nagels peuterde hij aan de hoeken van het raam dat op een kiertje stond….Een felle lichtflits en directe donderslag illustreerde zijn soepele beweging door het raam naar binnen. Bij de volgende donderslag klonk ook haar gil, gesmoord in de hand van die zwarte gestalte…..

Baarssen op Urk – Herkansing…

Baarssen op Urk – Herkansing…

En als je dan op Urk verkeert en behoefte hebt om de inwendige mens te versterken is er heel wat keuze uit de daar gevestigde horeca. Maar wie houdt van Keep it Stupid Simple zoals ik, gaat dan voor de juiste kwaliteit/prijs-verhouding. En die dachten we te vinden bij de specialist op visgebied, Baarssen, daar. Nu hadden wij juist deze zaak in de herinnering als buitengewoon slecht vanwege een ervaring in het verleden.

Dus het was wel even een gok door anno 2022 alsnog bij deze aardig uitgeruste winkel/restaurant binnen te stappen. En we deden dat omdat we zagen dat er best wat mensen gebruik maakten van de gelegenheid. Dus hup aan tafel en bestellen. Dat doe je hier aan de balie waar mensen ook hun visjes en zo meer komen halen. Net zoals we in Spakenburg bij ons bekende tentje aan de haven gewend zijn. Qua bediening is het hier nu echt top geregeld. Super-aardig en vlot. De prijzen meer dan acceptabel.

Onze vissnack met patatjes, thee, wat sauzen er bij, het was allemaal snel voor de (vis)bakker en werd met vriendelijke glimlach geserveerd. De smaak was prima, niks mis mee, al gaan de Spakenburgers op het gebied van dit spul toch nog een stapje verder. Maar het was lekker, de thee smakelijk en heet, later bleken de toiletten keurig netjes, en als gezegd je betaalt er niet de wereld voor. Gewoon goed dus. En alles wat we aan ervaringen hadden in het verleden bleken in het heden geen garantie voor dezelfde uitslagen. Nee, een keurige 9 voor het gebodene was dik verdiend. En wij gingen goed gevuld op weg naar de volgende aantrekkelijkheden die Urk te bieden heeft. Mocht je daar zelf eens verkeren, zet Baarssen echt op je lijstje. De keuze is reuze en de smaak prima. En het personeel echt vriendelijk. Maar dat lijkt bij Urk te horen….(beelden: Prive)

Urk…

Urk…

Het was aardig zomers weer in de afgelopen maanden en als de dag iets positiever verloopt dan normaal maken we direct plannen voor een tripje hier of daar heen met wat mogelijkheden tot verpozen waar nodig of nuttig. Een van die dagen bracht ons ‘op Urk’. Want zo duidt je dat aan als je deze omgeving bezoekt. We kennen het cultuurtje vooral van de bij SBS-6 uitgezonden serie over bepaalde types die daar rondhobbelen en intussen een bijpassende status van BN-er hebben verworven, maar het eiland bezochten we ooit lang geleden eerder om het kruiende ijs te bekijken en te constateren dat de lokale horeca in de winter vooral de poorten sluit en je voor wat dan ook echt in de kou stond.

Maar dit keer was het totaal anders. Urk presenteerde zich van de positieve kant. De haven vol jachten en vissersboten, de terrassen vol, in de haven een groot hotelschip t.b.v. Oekrainse vluchtelingengezinnen. Helaas bleek de befaamde vuurtoren ingepakt vanwege onderhoud. Toch een gemis. Maar wat je verder kunt bekijken maakt duidelijk dat het leven op dit eiland best bijzonder moet zijn geweest toen het daar nog echt allemaal draaide om de visvangst en men los was van het vaste land.

Nu is dat anders, door de inpoldering van de Zuiderzee werden eilanden als dit gewoon vastgemaakt aan de rest van het land en was het met de vette jaren van de visserij wel gedaan. Veel van de moderne trawlers die Urk op het water heeft met de eigen registratie van het eiland, brengen hun verse waar nu naar Friese havens waar vandaan het voorheen zwemmende spul dan per truck naar Urk worden gebracht voor verdere verhandeling. Het maakt Urk overigens tot een welvarende gemeente. Zeker ook omdat men in het zweet des aanschijns het dagelijks brood moet verdienen hier. Het geloof kent vrijwel geen grenzen, net als het aantal kerken. In tijden van nood wist men die kerken wel te vinden.

Maar ook daarna, en dat zal in de hemel vast extra plekken opleveren. Urk dus, gewoon een leuk uitje. Er zijn wat winkels (en de mensen die daar werken stuk voor stuk aardig en klantvriendelijk..) een behoorlijk brede (niet al te goedkope) horeca en ook de nodige voor toeristen bedoelde evenementen als rondvaarten over het Flevomeer. We werden blij verrast. En dat maakte dat het een leuk daggie was. Niet om de hoek wellicht, wel interessant. Ook al kwamen we niet een van die SBS-sterren tegen daar. En dat was misschien maar goed ook. Urk heeft van zichzelf genoeg te bieden.. (beelden: Prive)

Rolls-Royce…

Rolls-Royce…

Voor velen het summum op het gebied van de autobouw, zeker de Britten denken daar zo over. En als het gaat over imago kunnen we niet om dit merk heen. Ik bezocht ooit de fabriek van deze lieden in het Britse en was erg onder de indruk van hun manier van auto’s bouwen, maar niet van de toenmalige fabrieksgebouwen.

Dat was in die periode eigenlijk armoe troef. Maar jeminee wat bouwden ze er mooie wagens. Sindsdien is er veel veranderd. Het oer-Britse merk is in handen gevallen van het super-Duitse BMW en dat voerde steeds meer van haar eigen wensen en techniek door opdat een Rolls ook bij de tijd kon blijven. Was men in Crewe overtuigd van het feit dat men ooit de beste auto’s ter wereld kon bouwen, men ontkende zelfs pechgevallen, toch strandden er wel eens wagens van dit merk en dat was geen goede reclame.

BMW zorgt er nu voor dat de kans hierop daalt naar 0,001%. Overigens dankt dit chique merk haar naam aan de twee oprichters, Frederick Henry Rolls en Charles Stuart Royce die elkaar begin vorige eeuw vonden en al snel technisch hoogstaande wagens bouwden voor een bepaalde elite die je echt moet zien als zijnde van adel of zelfs koninklijke bloede.

Namen als de Silver Wraith, Silver Dawn, Phantom, Silver Cloud, het zijn modellen die groot, comfortabel en zelfs indertijd veilig waren, maar ook slechts betaalbaar voor hen met de heel grote beurs. Prijzen vermeldde Rolls Royce nooit, en bedenk maar dat vrijwel geen een auto van dit merk standaard was uitgerust. De clientele had en heeft heel bijzondere wensen en voegt soms voor een paar ton extra’s toe aan wagens zelf al van een prijsniveau getuigen dat het gemiddelde middenklasse-huis dik overstijgen.

Het fraaiste hout voor het dashboard, leer van koeienhuiden die nergens een beschadiging mogen hebben opgelopen, diverse laklagen over elkaar. Handwerk, en technisch met motoren uitgerust die bepaald niet kinderachtig presteerden. De meeste Rollses bereden door chauffeurs in speciaal kostuum, de eigenaar achterin. Met zijn eigen verwarming/airco/stereo systeem en een tussenwand om zo vertrouwelijke gesprekken te kunnen voeren met zakenrelaties of uitverkoren ander gezelschap.

Nieuw geld schafte zich een cabrioletversie aan, wie zelf wel eens achter het stuur wilde zitten koos voor de opvallende Camarque uit 1975. Die auto week af van het normale gamma door zijn Italiaanse ontwerp, dat zeker bij de oude klantenkring niet aansloeg. Daar keek men liever naar een Silver Wraith of Silver Spirit. Wagens die zelfs met zes deuren leverbaar waren zodat ook de dictatoren op aarde er in konden rijden. De moderne Rollses dus nu gebouwd op basis van BMW-input en zelfs hybride-systemen. Nieuwe eigenaren zo vermogend dat ze zich af en toe een plekje achter het stuur veroorloven en de enorme motoren opstuwen naar 250km/u of hoger. Dat er een beetje elektrische aandrijving is toegevoegd geeft hen dan het gevoel dat ze er ook op dat punt helemaal bij horen. Maar dat er ook heel wat mensen van een afstand staan te kijken naar hun voertuig dat toch vooral opvalt door de nieuwe vormgeving die niet ieders smaak zal zijn, so be it! Wie eenmaal een Rolls reed wil nooit meer iets anders. Nou ja, een Bentley wellicht, maar verder is alles toch vooral vervoer voor het plebs… (Beelden: Yellowbird archief)

Tennisvolk…

Tennisvolk…

Hoewel het lijkt alsof sommige sporten voor eenieder zijn geschikt en toegankelijk, in de praktijk zijn er toch die meer passen bij mensen met een wat hoger inkomen dan wel het idee zelf boven de middelmaat verheven te zijn.

Een daarvan is tennis. Nu ken ik die sport van de grote toernooien als Wimbledon en heb ik er zelf verder niet zo veel mee, maar onlangs waren we bij toeval te gast op een terrein van de net buiten de stadspoorten gelegen tennisvereniging aan de Amstel. Die vierden een jubileum en daarom mocht een goede vriend van ons, die DJ-werk verricht, daar optreden. Dan ga je voor hem even kijken. Wat bleek was dat het feest werd gevierd terwijl er op een tiental banen allerlei wedstrijden werden gespeeld. Aan de randen daarvan zaten lieden die, uitgedost in hun vast niet bij de Wibra gekochte outfits, bij een al dan niet goed geplaatste smash door hun vriend of vriendin direct begonnen te joelen en te klappen.

En dit alles omlijst door de altijd weer geweldige muziek van DJ Martin…. Maar u kent uw Meninggever die ook rondkijkt en nieuwsgierig is naar wat hij daar zoal ziet. Nou..dat was de moeite zeer waard. Tennis is een sport die een bepaalde doelgroep tot elkaar veroordeelt. Net te dik, zweterig, geaffecteerd pratend, water voor de wedstrijd maar een biertje er na, en allemaal met grote verhalen. De echte sportievelingen komen op de fiets naar de baan, zo’n fiets mag wat kosten zo zag ik in de rekken voor de deur, maar op de parkeerplaats stonden ook de nodige auto’s van het type ‘met mij valt niet te spotten’ of van die echte vrouwenauto’s als de Fiat 500, liefst in opvallende lakkleur en veel blingbling.

Men kent elkaar, klit ook bij mekander en kijkt niet naar de rest om. Waar onze DJ normaal allerlei jongens en meisjes aan zijn mengpaneel treft die vragen om een of ander lekker nummer werd hij nu vooral genegeerd. En wij, bezoekers, getolereerd. Nu had ik ook niet zo’n typische bij de sport horende outfit aan, dat valt op. Maar ik keek zelf de ogen uit naar dames die eigenlijk een lekker ruim jurkje moeten dragen maar hier ronddartelen in een hoog op de dijen zittend wit rokje waaronder de meer dan stevige stelten goed zichtbaar waren. De buiken iets te geprononceerd, en waar het kan de boezem in de etalage. Mannen met te dikke buiken hijsen zich in witte shorts, doen een zweetbandje om de polsen en rennen zich gek op de baan om indruk te maken op die ene dame die net buiten het gemiddelde valt omdat ze wel net iets knapper is dan de rest. Het bier was lekker, de muziek geweldig, de (daar is ie weer) tosti smakelijk en alles goed betaalbaar. Maar het was voor mij geen echte reclame voor de sport. Dan merk je pas dat je er niet echt bijhoort. Toch te veel een normale Amsterdammer gebleven die meer lol had in gemotoriseerde sporten of voetbal. Dit alles bekeken hebbend bedenk ik me ineens dat er in een andere buurgemeente ook hockey wordt gespeeld….zou dat wat voor me zijn dan…? (Beelden: Eigen archief/internet)

Te vroeg geboren…

Te vroeg geboren…

Voordat de gemiddelde lezer(es) nu denkt dat dit mij letterlijk is overkomen….neuh. Het is meer een constatering rond wat ik had kunnen doen met de huidige foto-apparatuur toen de wereld er nog uit zag zoals ik hem indertijd om me heen spotte. En dan letterlijk. Dat spotten dan. Want ik zat als kind veel op Schiphol. Keek naar de toenmalige vliegtuigen, schreef alles op wat relevant was en genoot van de geluiden, de geur en dynamiek van de luchtvaart. Maar op de foto zetten was er nog niet bij.

De eerste consumentencamera’s van toen nog aardig aan de prijs, dus onbereikbaar voor een jong mens als ik, je had er rolletjes in zitten voor 12 hele foto’s en die dingen waren veelal ook zwartwit. Pas toen ik een meer volwassen status bereikte kwamen er handige pocketcamera’s die je mee kon nemen naar waarheen je wilde. 12-16 foto’s of dia’s en nu in kleur kwamen beschikbaar, maar wie details wilde vastleggen moest domweg dichtbij het onderwerp gaan staan.

Kon niet op de meeste luchthavens in ons land, dus de kwaliteit van die eerste beelden was niet best. Pas toen ik mij waagde aan mijn eerste Spiegelreflex-camera, een stoere en zware van het merk Practica uit de DDR, waarop je wat telelenzen kon schroeven voegden de beelden wat toe aan wat ik zag. Gelukkig waren die vliegtuigen nog steeds interessant genoeg om ze vast te leggen wat ik ook heel regelmatig deed. Het spotten en ‘platen’ een geweldige afleiding voor de drukke banen die ik indertijd vervulde.

Ik kijk nu soms met verbazing naar al die foto’s en dia’s die ik toen schoot. Maar meteen ook in de constatering dat alles wat daarvoor op Schiphol te zien was niet op de plaat gezet was. En juist die machines waren interessant. Omdat ze veelal werden aangedreven door motoren waarop men toen nog propellers monteerde die elke machine extra interessant maakte en ook vaak zeer onderscheidend. Die oude kisten die vaak nog stamden uit de Tweede Wereldoorlog en daarna een succesvol lange carriere invulden.

Maar die machines weer afgewisseld met splinternieuw materieel uit die periode als de Britse Trident, de Franse Caravelle of de eerste DC-8 van KLM of Boeing 707 van Pan American. Ik kon soms wekelijks uren langs het platform zitten, bij weer en wind, zomer of winter. Maakte niet uit. Later, ik werkte zelf al op de luchthaven, waren de sessies vaak verplaatst naar de start/landingsbanen waar ik dan bij de ‘heg’ staand de dynamiek van die vluchtfase vastlegde. Tegenwoordig doe ik dit nog sporadisch. Wel digitaal, goede camera er bij, Flightradar-app aan zodat ik zie wat wanneer komt en of ik er al dan niet een foto van wil maken, de auto achter me, net als de broodjes en het drinken. Gewoon ouderwets genieten. En mijmeren over die kisten die ik wel zag, noteerde maar nooit fotografeerde. En dan constateer je dat je toch te vroeg geboren bent. Maar ja, aan de andere kant, ik geniet er nu dubbel van…ook iets waard…. (Foto’s archief)