De IJ van IJzersterk…

Hoezeer wij denken dat we als mens in staat zijn zaken ijzersterk te maken en voor de eeuwigheid te bewaren, in de praktijk blijkt alles relatief. Zeker ijzer is niet zo sterk als we denken dat het is. Ingebakken problemen zijn roest en vermoeidheid van het materiaal met soms breuk tot gevolg. Dus in die zin is dat materiaal niet zo sterk als wij graag willen geloven. Zelfs onze auto’s gaan gemiddeld een jaar of tien, twaalf mee. In uitzonderlijke gevallen langer. Maar dan heb je wel een bijzonder exemplaar nodig dat zelden aan de elementen wordt blootgesteld en na gebruik opgeborgen in een ruimte waar de omstandigheden optimaal zijn. Veel musea bieden die omstandigheden, maar de gemiddelde gebruiker heeft daar geen ruimte of geld voor. IJzersterk is dus relatief als begrip. En in mijn vroegere vakgebieden was het vaak even relatief simpel om dat te ervaren.

Zeker in de periode tussen 1950-2000 waren bijvoorbeeld auto’s bepaald niet zo sterk als hun imago het deed voor komen. Laten we wel zijn, er zijn of waren merken met een ‘ijzersterk’ imago maar roesten deden ook die als de beste. En soms had je een exemplaar in handen dat een slechte naam had op dit gebied maar in de praktijk buitengewoon sterk bleek en taai genoeg om het langer vol te houden dan het vooraf bepaalde gemiddelde. Wel kon je zien dat bijvoorbeeld de anti-roestvoorzieningen van Britse, Franse en Italiaanse auto’s minder was dan het gemiddelde, bij de Duitsers was het juist weer een stuk beter geregeld. En toen Audi ging werken met aluminium en ‘vol verzinkt’ materiaal bleken die wagens nog eens een hele slag sterker en langer mee te kunnen. Voor veel Aziaten was dit een enorme leerschool. De eerste Japanse auto’s op de markt, (denk aan merken als Hino, Isuzu, Honda of Datsun) roestten bovengemiddeld snel weg, dat overkwam ook de eerste Koreaanse auto’s van het merk Hyundai.

Ongetectyleerd op schepen vervoeren maakte deze vaak flinterdun gebouwde auto’s extra kwetsbaar. Maar die lui leerden snel bij. Ook bij die merken of hun opvolgers die nog wel bestaan, zien we roestpreventie een grote vlucht nemen. Maar ook in andere takken van dienst kom je een inbreuk op het begrip ijzersterk tegen. Treinen, trams, schepen, vliegtuigen, alles lijdt onder vormen van roest of slijtage en het is maar net hoe degelijk men die aparaten in elkaar stak of ze ook langer meegaan dan vooraf bedacht. Maar met mijn ervaringen uit de autobranche heb ik zo mijn voor- en afkeuren. Overigens is ook beton bepaald niet zo sterk als het vaak lijkt. Denk maar eens aan het schandaal dat nu is ontstaan na het instorten van een parkeerdek in Eindhoven en wat men daarna ontdekte aan constructiefouten bij gebouwen die op dezelfde leest geschoeid waren.

Ook betonrot is een bekend genomeen, bij wat oudere gebouwen breken soms hele balcons af doordat het metaal van de bewapening roest en het beton in feite verkrummelt. Dat zelfde fenomeen zie je ook bij veel oude bunkers of forten. Na een paar decennia zijn ze best toe aan renovatie. Vocht en zuurstof maken korte metten met onze metafoor rond ‘ijzersterk’. Gelukkig zijn er tegenwoordig alternatieven. Kunststoffen, keihard, of harsen die nooit zullen roesten, en ook nog in 3D te printen. Zodat we binnenkort de eerste huizen krijgen die uit een enorme printer zijn ontstaan. Gemaakt voor de eeuwigheid. Tot we weer ontdekken dat ook dat weer bepaalde nadelen of zwakten kent. Alles is relatief….oude zegswijze, maar in feite is dat wel zo. Of ken jij, lieve of gewaardeerde lezer(es) voorbeelden van zaken die echt alle tijden kunnen doorstaan?? Wel door de mens gemaakt uiteraard, anders is het niet eerlijk….

De B van Bouwen

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In mijn woon- en leefomgeving betaal je voor een stukje grond om op te bouwen een dermate hoog bedrag dat het bijna onmogelijk is woningen neer te zetten die voor Jan Modaal nog betaalbaar zijn. De appartementen waarop met name de ‘grijze golf’ in dit land, maar ook de jonge garde die niet meteen in een huis met tuin wil terecht komen, node wachten, worden peperduur en zijn slechts weggelegd voor de grootverdieners. Het resultaat is dat er een transitie plaatsvindt tussen onze mooie stad en de directe omgeving. Steden als Hoofddorp, Amstelveen, Purmerend en uiteraard Almere doen goede zaken met het verzorgen van woongenot voor die groepen die door het bijna schandelijk woonbeleid in de hoofdstad al decennia lang de stad worden uitgejaagd. Waarmee de tweedeling in die stad tussen arm en rijk extra wordt aangewakkerd. Hoe verder je van de stad afreist, hoe lager de prijzen voor de huizen. Dan moet je uiteraard niet echt in die omgeving blijven hangen want ook de regio profiteert (..) mee van de schaarste aan betaalbare woningen aan de ene kant en de enorme vraag aan de andere.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Een appartementje in een souterrain ergens in een niet meer dan normale woonwijk ging onlangs voor E. 385.000,00 over de plank. Was helemaal 25m2 groot. Gekte van de bovenste plank. Huren in de wijk ‘De Pijp’ overschrijden vaak de 1000 Euro per maand en dan heb je echt niet veel meer dan een aardig huisje met gematigd wooncomfort. Kortom er is een soort gekte gaande. Niet in de laatste plaats doordat er gewoon niet voldoende gebouwd is en men ook niet heeft gekeken naar de doelgroepen. Men koos voor het grote geld, het rendement en plempte op die manier op elke open vierkante meter grond huizenblokken neer. Het hele havenfront van Amsterdam is op die manier verdwenen. Het uitzicht van de vroegere stadsgrens voor het IJ is verdwenen. Achter een enorme muur van appartementencomplexen die duur tot peperduur aan de man/vrouw zijn gebracht. De oude wijken bleven over voor de mensen die slechts met huursubsidie of steun van de Bijstand iets van een dak boven het hoofd konden krijgen. En de sociale onveiligheid in die buurten op de koop toe moesten nemen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ook al is er dan heel veel gedaan aan stadsvernieuwing en zo meer. Ere wie ere toekomt. Maar ik blijf bij de stelling dat wat we vroeger sociale woningbouw noemden nu peperduur is geworden dan wel niet beschikbaar is. Oorzaken liggen voor de hand, zeker in een stad als de onze die wordt overlopen door mensen die hier hun toekomst willen vinden. En gek genoeg blijken die aan boven- en onderkant van de markt even dol te zijn op onze stad. Miljoenen kostende appartementen verschijnen aan de Dam, langs de haven, maar ook op de Zuidas. En de middenklasse, zij die eigenlijk gek zijn op het leven in Amsterdam (maar hetzelfde geldt vaak ook voor de andere grote steden..) wijken uit naar elders. En zo verliest die stad haar eigen karakter, zijn taal, zijn humor. Als ik dan lees dat in Amsterdam een groot deel van de kiezers stemt op de PvdA, GroenLinks of D66 denk ik echt dat we hier iets gemist hebben. Want juist die partijen hebben hun eigen achterban op dit beschreven gebied compleet in de steek gelaten. Maar dat zal veel van de import-Mokummers een zorg zijn. Die kijken niet verder dan hun geldbundel dik is.

De bootjes van Bergmann

http://www.beeldbank.amsterdam.nl/beeldbank/weergave/record/layout/widget/tmpl/widget?id=PBKD00200000018&width=640 Indertijd was het op het hoofdstedelijk IJ bijzonder druk. Niet af en toe een beetje druk zoals nu vaak het geval is, maar echt druk. Het oostelijke havengebied was het overslaggebied voor alles wat met zeeschepen werd aangevoerd. Op de kop van die eilanden lagen de grote passagiersschepen die o.a. emigranten vervoerden naar Canada of Australie. Een stuk verderop langs de kaden, de vrachtschepen die over de hele wereld voeren. Vaak met een Nederlandse vlag aan boord. Er was toen nog een druk stuk werkgelegenheid aan de noordkant van het IJ waar de Draka, ADM en NDSM huisden. Werf- en andere industriele bedrijven met ook nog altijd een belangrijke onderhoudsfunctie. Daarbij was er veel verkeer van binnenvaartschepen en lichters. Kortom, achter het Amsterdamse CS was op het water van de haven altijd veel te doen. Het water zelf daardoor meestal in grote beroering, golven van een halve tot hele meter hoog soms, zeker als er een groot vrachtschip voorbij was gevaren. Naast de veelal zeer drukke IJ-veren van het GVB, waarop indertijd ook al het autoverkeer mee moest naar de andere kant, van een IJ-tunnel was wel sprake maar die lag er nog lang niet, was er ook een forenzenveertje dat vertrok vanaf het toenmalige Noord-Zuid-Hollandse Koffiehuis, net als toen gelegen voor het Centraal Station, al was dat dan net even op een andere locatie.

Bootje bergmann 2Die bootjes waren relatief snel, je had er binnen- en buiten zit- of staanplaatsen en de cabine voor de kapitein/stuurman was een beetje hoger gelegen dan de plek waar de (Vaak vele)passagiers werden ondergebracht. Regelmatig voeren die bootjes over het IJ heen en weer, vaak op volle kracht en zo ontweken ze behendig de grote vaart. Maar niet de golven en dat wilde nog wel eens uitpakken in een aardig nat pak door overkomend water voor hen die op het open dek vooraan waren gaan staan. De bootjes kregen de (bij)naam van de rederij, Bergmann. Intussen allang geleden overgenomen door Mokumse rondvaartgrootheid Kooy, maar indertijd een bedrijf met een aardige vloot schepen. Het aardige van die bootjes was ook dat je er mee werd afgezet bij de begin/eindhalte van de trammetjes naar/door Waterland naar Volendam. Dat was handig voor hen die bijvoorbeeld in Ilpendam woonden en in Amsterdam werkten, maar ook voor de nodige toeristen.

Bootje Bergmann 4Een uitstapje naar Volendam was best een heel dagje. En nog leuk ook. Mijn moeder nam ons als kinderen nog wel eens mee. Het meest spannende toch het varen met dat bootje van Bergmann. Vanwege die golfslag. En je hoorde dan ineens tot die schepen die daar allemaal voorbij voeren. Hetzelfde gevoel had ik vorig jaar toen we met een veerpontje overstaken van Noord naar het CS tijdens Sail. Tussen die enorme drukte van passerende jachtjes en af en toe toeteren als er weer een kano of half gezonken plezierscheepje voor die grote pont langs trachtte te komen. Maar toch wel heel anders dan in mijn jeugdjaren en aan boord van die Bergmannbootjes. Al was het maar door die golven. Of zijn die in je jeugd gewoon hoger omdat je zelf kleiner bent? Zou zo maar kunnen. Maar het is een herinnering die me niet zo snel los laat. En dat is voor mij al heel bijzonder…net als die bootjes zelf!  (Beelden: Historisch archief/Bakker archief/Binnenvaart)

Naar een museum dat dit eigenlijk niet is; EYE Amsterdam!

WP_005183Als ik niet actief ben op het www wil ik nog wel eens iets cultureels doen. Dat houdt de geest jong en je zet nog eens wat. Zo ook op de half zonnige dag in Mei dat we besloten dat bijzondere gebouw ‘over het IJ’ te bezoeken dat hier al een paar jaar aan de oevers van het water staat te stralen. EYE heet dat ding en het is het Filmmuseum. Nu zou ik de naam museum meteen overboord mikken. Als je zoekt naar oude films met veel uitleg, filmsterren, foto’s of wat ook kan je beter alleen de museumshop bezoeken,  de expositieruimten zijn verre van museaal namelijk. Je vermaakt je er overigens prima hoor, daar niet van, en het uitzicht vanuit het pand over het IJ en op de oude stad, is fenomenaal. Tijdens je rondgang door de expositie is het mogelijk om wat films te bekijken, maar wil je naar aansprekende titels moet je daar net als in een bioscoop extra voor betalen. Je bent zo tien euro per persoon verder.

WP_005184Best veel geld. Maar goed, men draait redelijk actuele films in een aantal theaters. Op de laagste etage van dit opmerkelijke gebouw vindt je een paar zaken die de moeite van het gebruik waard zijn. Een groene wand waar je dan zelf een hoofdrol kunt spelen in (erg) kort filmfragment. Dat fragment wordt je na invullen van je mailadres (zeer eenvoudig menu) toegestuurd voor het familie-album. Er zijn cabines waar je bepaalde films of fragmenten kunt bekijken, al dan niet met koptelefoons op de bol. Allemaal grappig, maar houdt het je aandacht voldoende vast? Bij mij was dat niet het geval. Ik vond vooral de architectuur prachtig, de shop erg aardig en de foto’s van een van mijn helden op dit gebied; Gregory Crewdson, overweldigend. Maar of dat iets van doen heeft met een filmmuseum?

WP_005191Nee, wie hier heen gaat met de hoop het nodige op te steken over oude films, filmsterren of dat soort zaken raakt teleurgesteld. Wie gewoon een paar uurtjes plezier wil hebben zal zich er prima vermaken. Het EYE heeft ook een horecagelegenheid. We keken eens naar de prijzen en het aanbod en dat viel ook niet mee. Ik vind een broodje kaas voor E.4,50 of daaromtrent best veel geld. Maar goed, je kunt aan de overkant van het water prima terecht in de stad Amsterdam zelf. Wil je dus iets bijzonders meemaken, zeker een keertje bezoeken. De veerpont achter het Centraal Station vaart je gratis naar de overkant en dan is het vijf minuten wandelen naar het EYE, naast de vroegere Shell-toren.