Contact…of niet…

Contact…of niet…

Hoe vreemd het (mij) ook lijkt, er zijn stellen die prima samen kunnen leven zonder echt contact met elkaar te maken. Ze leven ieder hun eigen leven en komen (denk ik) mekaar weer tegen aan tafel of in bed. Maar ze delen weinig van hun dagelijkse beslommeringen of gedachten. Naar mijn mening is dat een ongewenste situatie maar echt er zijn psychologen of mediators die in de theorie van de gedachtenscheiding geloven. Voor mij is dat ondenkbaar maar ik ben dan ook een communicator. Met velen, maar zeker de vaste partners. Daartoe ben je met elkaar samen gaan leven is mijn idee, en alles wat je daarna met elkaar kon of kunt delen is bonus.

Ik kijk en observeer als meninggever regelmatig om me heen en schreef al eens eerder over paren die ik dan tegen over elkaar zie zitten en die consequent langs elkaar heen kijken en er het zwijgen toe doen. Wellicht past dit bij enige leeftijd en het idee dat ‘alles al is besproken’, maar als mensen jonger zijn en elkaar nog zouden moeten ontdekken….nee, vreemd. Toen wij onlangs met onze vriendjes in Amsterdam bij dat leuke en besproken Argentijnse restaurantje zaten en rond keken zagen we een dergelijk paar achter ons. Met enige regelmaat viel ons (je moet leren kijken zonder dat het opvalt..) op dat de stoere jonge vent die daar zat met een aantrekkelijk blonde schone juist dit gedrag vertoonde. Meer dan een half uur was er diepe stilte en keken ze intens langs elkaar heen.

Niks te vertellen? Niks meegemaakt vandaag? Niets te melden over de (op het oog) lekkere drankjes, het menu, keuzes of over haar uiterlijk? Pas toen de bediening van het restaurant naar hen toe kwam om de bestelling op te nemen zagen we dat ze niet echt met stomheid geslagen waren. Daarna werd het weer stil. Je vraagt je dan als observator af waarom mensen bij elkaar zijn. Dat is toch ook bedoeld om te delen? Om elkaar de liefde te verklaren of duidelijk te maken dat je juist op vakantie of zo de zin hebt om samen dat verblijf nog intenser te maken? Thuis wacht dan vaak de sleur, zo hoorde ik onlangs een van tv bekende seksuoloog uitleggen. En omdat die sleur op de loer ligt, komen er veel scheidingen voor (1 op 3) na vakanties. Want als men dan al fysiek contact maakt tijdens de vakantie of stedentrip doet men van beide kanten zijn/haar/hun best het fraaiste van zichzelf te geven of te schenken. Maar ik denk dan toch dat er iets aan vooraf moet gaan.

Complimenten, sfeer verhogende daden, aanrakingen, cadeautjes desnoods, maar duidelijk meer dan een zwijgzaam verlopen diner.. Tuurlijk, het is en blijft mijn persoonlijke mening. Maar genoemde observaties die middag en avond maakten dat wij er als vriendenstel uitgebreid over spraken. En dat ook zij (communicatief even sterk) zich iets dergelijks niet konden voorstellen. Pas als de koek op is valt het praten stil was onze conclusie. En dan moet je niet meer samen op vakantie gaan maar juridische hulp zoeken om de boel uit elkaar te halen zonder al te veel fricties…Moet je over de verdeling van de spullen of huisdieren dan wel de kinderen toch weer met elkaar praten. Maar ja, ook dat zal dan wel via diverse adviseurs gaan. Want als je gewend bent te zwijgen en de eventuele liefde omslaat in haat moeten andere mensen de boel redden. Nou voordien heb ik wel verteld wat ik er van vind. Jullie ook?? (Beelden: Archief/Internet)

Last of lust?

Last of lust?

In de recente periode kwam ik in aanraking met lieve en gewaardeerde nabestaanden van hen die ik goed kende en uiteraard nog steeds in het hart draag. Overeenkomst bij die mensen was dat de overledenen verwoede verzamelaars waren en na hun verscheiden een meer dan stevige nalatenschap overlieten aan hun geliefden. Nu is dat geen probleem als die erfenis zou bestaan uit pakken geld of broodjes goud. Maar het ging om best omvangrijke gevolgen van een soms uit de hand gelopen handel of hobby. Al dan niet goed gedocumenteerd, maar indrukwekkend van omvang en inhoud. Vaak was de gene die nu het beheer kreeg over die collectie(s) niet op de hoogte van omvang of inhoud. Men weet werkelijk niet wat iets waard is of waar je dat spul nog dan kwijt kunt.

Soms is een veilinghuis een optie, dan weer een museum. In dat laatste geval is het wel goed om vooraf even een inventarisatie te maken van wat wel of niet museaal is. Daarbij wil je de erfenis ook niet zien eindigen in een of andere anonieme opslagloods waar men na enige tijd een keertje gaat kijken wat er zoal staat om dan te ontdekken dat men niet meer weet van wie het allemaal afkomstig was of is. De container is dan de volgende stap. Soms zijn er wel nabestaanden die snappen dat iets ‘handel’ is en gaat de verkoop in delen via Marktplaats of zo en valt de vaak in vele jaren bijeen gehaalde unieke collectie uit elkaar.

Nieuwe tijden dito kansen, maar het besmeurt die nagedachtenis toch wel iets. Ik mag me in een enkel geval met die afwikkeling bemoeien. Stel er ook verlangens voor op richting de ontvangende partij. Vind dat recht moet worden gedaan aan de donateurs ook al maken die dat zelf niet meer mee. Iemand is pas echt verdwenen als hij ook vergeten wordt en zo’n collectie is nu net de dam om dat te voorkomen. Nu is het wel zo dat ik bij mijn assistentie-werkzaamheden ook leer.

Ook bij mij is de verzameling qua inhoud en omvang vast museaal genoeg om later te bewaren en te bewaken op een goede plek. Ik deed wel iets aan adviezen rond wie, wat en waar mocht ik niet meer in staat zijn mijn mening zelfstandig te schrijven omdat ik mij wellicht naast poortwachter Petrus bevindt. Maar dat is nog niet voldoende om het juiste spoor goed uit te zetten. Dus pak ook ik al een tijdje onderdelen in. Maakt het voor veilingen handiger om niet in bulk maar delen de boel om te zetten in geld en musea om alles goed te ordenen. In dit kader las ik onlangs ook een noodoproep van een medeverzamelaar die enorm geniet van het maken van bijzondere creaties. Zijn medische conditie is slecht, hij ondergaat allerlei heftige ingrepen, begint het geloof te verliezen dat ‘het allemaal wel goed komt’ en vraagt dan aan medeverzamelaars om hem evt. te helpen na zijn verscheiden de boel respectvol ‘op te ruimen’…. Ik vond dat zelf ijzingwekkend en confronterend tegelijk. Zal je gebeuren… Een ding is zeker, bij veel echte verzamelaars rollen de verschillende erfgenamen vaak over de vloer van het leeg te maken huis als er vooraf niets is geregeld. Tegenwoordig is er dan ook nog de veranderde erfbelasting die er voor kan zorgen dat zij die uberhaupt iets ervan krijgen ook nog eens fiks met de belastingdienst mogen afrekenen. Kortom, er valt veel te regelen vooraf. Liefst vastgelegd, duidelijk en vrij van discussies. En anders helpt niet anders dan alles zelf vooraf de deur uit mikken. Maar of dat nu past bij de echte verzamelaars? In 99 van de 100 gevallen juist niet. Het genieten van…speelt vaak een belangrijker rol dan het denken aan later…. En? Zelf alles al weggedaan en woon je nu in een kaal huis achter de geraniums?? Of hou je de hobby’s in ere en de verzamelingen keurig gerangschikt op hun plekje? Net zoals ik??? Ben benieuwd…. (beelden: Prive/archief)

De jaren 70…

De jaren 70…

Ik ben zelf geen kind van de jaren 70 maar had er wel een kunnen zijn als ik wat meer had opgelet indertijd. Maar mijn jeugd, huwelijkse status en mentaliteit (noem het moraal) in die periode maakte dat ik weinig mee kreeg van wat zich in sommige kringen tijdens die jaren afspeelde. Want als ik de verhalen mag geloven speelde zich heel wat af achter soms keurig uitziende deuren of gordijnen. De vrije moraal die al in de jaren zestig was opgestart zette zich in de volle breedte van de maatschappij door. Mannen en vrouwen zochten de vrijheid, wilden geen enkele belemmering meer en kwamen samen in soms wel zeer opmerkelijke letterlijke of figuurlijke gemeenschappen terecht.

De communes, vrije scholen, eerste festivals en concerten maar zeker ook in het verlangen alles te delen. En dat beperkte zich niet tot wereldlijke goederen maar ook tot drugs, kennis, partners of zelfs kinderen. Het resultaat zou in onze huidige ogen wellicht de conclusie rechtvaardigen dat Sodom en Gomorra toen pas echt hadden toegeslagen. En…in veel gevallen was dat ook zo. Onlangs zag ik er een documentaire over. Vrije mensen van toen die openlijk vertelden over hun keuzes indertijd, hoe ze omgingen met partnerruil, over anti-authoritaire opvoeding en onderwijs.

Naaktheid in de nabijheid van kinderen maakten die niet terughoudend, zij vonden het volgens die moraal van toen min of meer normaal. Gold ook voor drugs. Wonen in een kraakpand was bijna norm, met meerdere partners een gezin vormen ook. Of je nu hetero, homo, lesbisch of wat ook was, het kon en mocht. De wereldse moraal veranderde dus sterk, de kerken verloren elke grip op de volgers en de wereld om ons heen was o.a. door oorlogen (Vietnam, Midden Oosten) zodanig in verwarring dat samen sterk maakte en genieten beter nu dan later kon plaatsvinden.

De documentaire was daarover ook expliciet. Maar een van de kinderen van toen, een nu nog leuk uitziende vrouw, vertelde dat juist die bijzondere en zeer vrije opvoeding in haar jeugd een leven vol seksuele frustraties had gebracht en ze nog steeds niet kon omgaan met vrije seksualiteit en naaktheid. Dat is dus heel bijzonder. Wat toen allemaal kon ging nog even verder in de jaren 80. Maar daar kwamen de vele seksuele uitspattingen zonder rem vrijwel tot stilstand doordat we als wereldbevolking aanliepen tegen de dodelijke besmettingen met AIDS. Gek genoeg zie je in de jaren daarna dat de vertrutting langzaam maar zeker haar stempel op de maatschappij zette. Partnerruil is nu voor de enkeling weggelegd, naaktheid is vrijwel uit den boze geworden en openheid over seksualiteit ingeruild voor grote stilte.

Je hoeft maar naar moderne films of series te kijken. Vrouwen kleden zich volgens de verhaallijnen nooit meer uit, doen niet aan seks, krijgen kinderen in het ziekenhuis en zwijmelen hooguit bij Harry Potter. En dat alles valt mij als observator dan op. Wat ik nu zie over die jaren 70 zag ik indertijd echt veel minder. Ik wist wel dat wat je kunt teruglezen bestond, maar deed er zelf niet aan mee. Veel te netjes, noem het maar bijna vertrut. Maar ik zat en zit er niet echt mee. Al blijf ik wel nieuwsgierig. Hoe zou het al die vrije types nu vergaan. Zijn ze nog steeds zo vrij? Zijn de oorspronkelijke partners er nog steeds? Hoe vergaat het de kinderen? Zij die het weten mogen het zeggen. En wie deze periode ook zo vrij was mag het helemaal hier uiten. Mijn montere geest stelt zich er helemaal open voor…… (Beelden: Internet)

Verkopen blijft een vak…

Verkopen blijft een vak…

En reken maar dat ik mij op dat gebied iemand met ervaring noem. Toch een paar decennia dat vak uitgeoefend dan wel aangestuurd en later zelfs anderen er in getraind. Verkopen valt vrijwel niet te leren aan hen die er geen talent of interesse voor bezitten. Je moet er ook plezier in hebben en zij die het talent bezitten kunnen alles verkopen. Ook dingen die niet echt makkelijk zijn te slijten. En in mijn carriere heb ik voldoende jonge lieden gezien die meenden dat ze door God gezonden waren om dit vak uit te oefenen maar al snel door gebrek aan inzicht of aanpak door de mand vielen. Nee, niet makkelijk en dus echt een vak.

Ook al heet dat tegenwoordig dan al snel ‘manager dit of dat’, het blijft gaan om het aan de man/vrouw brengen van artikelen, services of diensten. En onlangs waren wij weer eens aan de klantzijde van dat vakgebied actief. Meubels vroegen om vervanging vonden wij, dus ‘laten we eens rondkijken wat er zoal te koop is…’. Met een redelijk idee van wat we zochten, een lijstje dat voor ons van belang is, gingen we in de omgeving van de hoofdstad onderweg.

De eerste winkel die we bezochten was een grote in zijn soort. Bekend in en buiten de regio, met een aanbod wat je al snel duizelt. Los van de dame aan de balie die ons welkom heette bij de receptie van die firma werden we tijdens onze tocht door die enorme zaak heen verder compleet genegeerd. We kwamen heel wat ‘verkopers’ tegen. Jong, fris, kakelend met elkaar over het weekend of zo, leuk in een bedrijfs-outfitje gestoken, maar nul interesse in ons. Dan maar eens kijken aan de overkant. Zit een kleiner bedrijf waar we ooit jaren terug al eens eetkamerstoelen kochten. Meteen na betreden van die zaak welkom geheten door een verkoopster. Bezig met andere gasten, maar hield ook ons in het oog. Van het totale aanbod daar (al meer in ons straatje dan in die grote winkel van de buren..) vonden we twee meubels de moeite van het nader bekijken waard.

De verkoopster kwam ons achterop en vroeg wat we zochten. Liep mee, legde uit, vertelde wat allemaal kon en dat ‘we als we zeker wisten wat we zochten nog eens terug moesten komen’. OK…dus vroeg ik om een visitekaartje. Dat kreeg ik. Ze vergat wel haar naam er op te zetten, maar keek en vond ons wel in haar klantenbestand van een aantal jaren terug. Via via werden we later door een lieve vriendin getipt over een ketenwinkel die in heel Nederland te vinden was en waar de tipgeefster vanuit haar familie goede ervaringen mee had. Opgezocht. In de Bollenstreek zat er een filiaal. Dan maar een dagje die kant op. Leuke en smaakvol ingerichte winkel waar je naast keukens ook je hele huis verder kon (doen) inrichten. Door diverse mensen welkom geheten. ‘Kijk maar lekker rond en wij zijn er als…’. Dat deden we. Al snel hadden we een meubel of 6-7 gevonden die ons wel bevielen. De dame die de verkoop deed kwam naar ons toe, vroeg wat wij voor persoonlijk wensenlijstje hadden, vulde daarna in wat qua kleur en stof bij ons zou passen, liet ons overal twee, drie keer op proefzitten en gaf duidelijke adviezen. ‘Doe dit en wij bieden dat…, wij kunnen ook dit en dat voor u organiseren’. Met koffie en thee plus een koekje. In alle rust, en dus uiteindelijk daar de order laten opschrijven. Wat wij impulsief ook deden was dat we ook meteen een lekkere qua kleur bijpassende stoel met een goede prijs kochten die we zelf hebben meegenomen. Was in de aanbieding maar moest je dan wel zelf transporteren. Nou, met een beetje Tsjechische stationcar geen probleem natuurlijk. Kortom, een verkoopster die het snapte. Haar vak, ons genoegen. Nu maar hopen dat de levering net zo gaat als dat verkooptraject. Maar gek genoeg heb ik daar wel vertrouwen in. En dat laatste geeft mij bepaald niet elke ‘adviseur’. Integendeel. Verkopen is dus een echt vak en als je goed oplet zie je vaker hoe het niet moet dan wel. Hoe zijn jullie ervaringen op dat punt? Tevredenheid of ook verhalen over hoe mensen hun vak echt niet verstonden?? Ben benieuwd…. (Beelden: Archief/internet)

Uitgebromd…

Uitgebromd…

En dit slaat zeker niet op mijn over het algemeen vrij vrolijke natuur of een neiging om op alles en iedereen te brommen of fitten. Nee hoor, heel letterlijk, ik ben uitgebromd. Was ooit wel een jonge maar heel enthousiaste brommerrijder. Immers, fietsen was op zich best aardig maar had ik in mijn jonge jaren voldoende gedaan. Daarbij was de sociale druk in onze vroegere woonstraat zodanig groot dat je wel mee moest met de rest van de leeftijdgenoten. En waar veel lieden van dezelfde leeftijd opgroeiden en de wens tot opvallen ook toen al sterk aanwezig bleek, was de doorgroei van een fiets naar een met een motor aangedreven ‘brommer’ logisch.

Opvallend, bromfiets rijden leerde je van je Pa of een vriendje die deze kunst al onder de knie had gekregen. Mijn eerste brommer, ik was net 16 jaar oud, kreeg ik nog cadeau van mijn leasepa. En die kende zijn Pappenheimers, hij had al twee total-loss fietsen bij mij meegemaakt en mijn vijf jaar oudere broer Rob had ook de nodige brommers aan gort gereden, dus een vijfdehands HMW werd mijn deel. Ik heb er al eens over geschreven in het verre verleden.

Ik leerde er mee op zo’n ding rijden, maar een succes was die vermoeide Duitse brommer niet. Een met hard werken te betalen tweedehands opvolger was een Locomotief met Sachsmotor. Een hele stap vooruit en ik kon met mijn toenmalige verkering(en) uit de voeten. Het was een werkpaard. Zijn opvolger toch meer een opvallend gestylede mini-motor van hetzelfde merk, drie versnellingen, klein stuur, grote tank. Ik heb er heel wat avonturen mee beleefd.

Veel ook in relatie tot de diverse andere hobby’s die het jongmens Meninggever er op na hield. Na nog veel langer sparen en hard werken (ja kom er maar eens om, maar zes dagen per week in het aanschijns van…) bestelde ik mij een splinternieuwe Puch. Met chroom, budyseat, verhoogd stuur en nog zo wat zaken. Toen hij werd afgeleverd regelde overbuurman en vriend Fred dat het uitlaatpotje werd doorgeslagen opdat het Oostenrijkse wonder op wielen de 65km/u aantikte. Dat reed uiterst plezierig.

En bleek ook voor mijn woon/werkverkeer van toen handig. De witte Puch deed wat hij moest doen. Tot mijn toenmalige chef de bureau op Schiphol vond dat ik wel toe was aan een ‘auto van de zaak’. Rijbewijs was intussen behaald (paste in de volgorde..) en dus mocht ik de VW Bus van het bedrijf voortaan meenemen, mits ik buiten kantooruren maar beschikbaar was voor spoedklussen… Dat kantoorwerk op Schiphol ging toen niet over lekker onderuit zitten. De klant had altijd gelijk en ging voor alles. Dus…. Intussen was de Puch alleen nog mijn vervoer in het weekend geworden. Busje bleef dan verplicht voor de deur, Puchje was voor de sociale contacten en sleet verder nog slechts door het poetsen. Op enig moment veranderde mijn sociale status. Een auto was onontbeerlijk en we gingen nu daarvoor aan de spaarslag. De Puch werd verkocht en het geld dat dit opleverde legden we bij die gedroomde nieuwe auto. Maar dat zou nog even duren. Intussen was ik uitgebromd. En zag je ook dat het fenomeen bij anderen steeds meer verdween. Intussen is de wereld veranderd. Men wil scooters, liefst elektrische. Maar die overgebleven brommers van toen, intussen een jaar of 60 oud, gaan voor (heel) veel geld van de hand. Bedenk maar eens dat je voor de prijs van een goede bromfiets van toen nu een aardige tweedehands auto kunt kopen. Het kan verkeren. Dit soort verhalen staan ook mooi beschreven in het boekje ‘Mijn broer die had er ook zo een’ door Jack Botermans en Wim van Grinsven uitgebracht door Terra Lannoo BV isbn nummer 978 90 5897 926 1. Gekocht bij een Kringloopwinkel voor een mooi prijsje. Echt een aanrader voor hen die deze periode hebben meegemaakt. Net als ik. Ik denk er nog wel eens aan terug. Maar verlangen is anders. Wie wel eens in de winters van toen op zo’n ding dwars door de wind een kilometer of 30 lang moest rijden weet dat fysiek afzien bepaald ook aanwezig was. En dat dan zelfs een VW Bus heel veel comfortabeler was, want kachel aan boord. Maar nostalgie moet je koesteren natuurlijk. En ik doe dat…bij deze…. (Beelden: archief)

Naaktheid….

Naaktheid….

De mens is het meest kwetsbaar als hij volkomen naakt door het leven gaat. Dan is er optisch niets meer te verbergen, is elke pukkel of afwijkende bult dan wel uitbundige of beperkte haar- of buikgroei zichtbaar. Het zal om die reden zijn dat ooit, lang geleden, een slang een appel gaf aan een zekere Eva waardoor zij zich moest verantwoorden bij haar hoogste chef die haar daarop beval uit het naakte paradijs te vertrekken en voortaan de kleding der schaamte te dragen. Alleen al door dit en daaropvolgende geloven werd de naaktheid verbannen en dekten hele volksstammen zich af met kleding van wol, riet of wat voor materiaal ook.

Soms waren of zijn er oplevingen terug naar het blote lijf. Zoals wij met zijn allen meemaakten vanaf pakweg de jaren zestig tot en met de jaren 2000. Het strand de vrijplaats voor hen die gewoon streeploos wilden bruinen maar meteen ook genoten van dat bevrijdende gevoel van geen kleding meer hoeven dragen. Tuurlijk zat de ingebakken schaamte nog wel eens in de weg, maar op enig moment zag je op veel stranden dat topless bij vrouwen geen echt issue meer was maar meer in de breedte normaal.

Wie mooi gevormd was liet dat graag zien, wie minder gebakken was draaide de rug naar de zon en duwde de borsten (of andere onderdelen) in een al dan niet op maat gegraven kuil(tje) in het zand. De westerse maatschappij bevrijdde zich in ieder geval van een last. Het geloof daarbij verbannen. Maar dat is nu, anno 2023, heel anders geworden. Ik beschreef al eerder de klachten vanuit vooral kringen van linkse mensen (de eersten die overigens ooit de eigen beha uitlieten of symbolisch verbrandden) dat bloot zo confronterend kon zijn voor hen die hier niet aan gewend waren of dat zelfs afstotelijk vonden. Wie dat dan waren hoeven we hier niet te benoemen, maar die groepen grepen wel de gelegenheid aan om tegenwoordig te verlangen dat er voor hun volkomen van onder tot boven verpakte vrouwen eigen stukken strand komen met afscherming aan de flanken daarvan zodat ze al dat bloot van verdorven westerse mensen niet hoeven zien. Ik denk dan als ik dat lees of hoor dat we de wereld met dank aan linkse vertrutters wel erg op de kop zetten.

Gelukkig loopt er in de zomermaanden ieder jaar een ingetogen campagne via de STER waarin wordt aangegeven dat mensen die pure naaktheid wel plezierig vinden, en regelmatig in groot gezelschap verkeren. Meer dan 2.5 miljoen mensen recreeren nl.(volgens dat spotje) regelmatig of soms bloot. Zegt veel, want als die getallen kloppen zijn dat er meer dan al die lui die nu te hoop lopen tegen datzelfde (semi)naakt. We moeten ons niet laten remmen door derden. En helemaal niet als vrouw. Want voor je het weet mag je zelf ook niet meer in bikini of badpak het zwembad in of het strand op. Glijdende schalen neigen nogal snel tot negatieve escalatie. Ik wens iedereen dus een streeploze nazomer toe. En laat je niets verbieden door die schijnheilige vertrutters. En o ja, ik zelf ben voorstander zonder zelf deel te nemen aan hoor…. Maar dat is dan weer omdat ik als Steenbok met een lichte huid snel dreig te transformeren naar het sterrenbeeld Kreeft….rood, doorgebakken…maar toch.. (Beelden: Archief/Internet)

Relativiteits-selfie…

Relativiteits-selfie…

Jullie, als regelmatige lezers hier, kennen mijn mening wel over de selfiecultuur die zich al enkele jaren om ons heen uitspreidt als een giftige wolk. Jezelf in het centrum zien van het universum en daaromheen dan een verhaal bouwen alsof zonder jou de wereld zal vergaan. Waar komt dat toch vandaan vraag ik me vaak af. In een alsmaar drukkere wereld is dat ene individu in Nederland of pakweg Belgie nauwelijks opvallend. Daarbij, na een leven van gemiddeld pakweg 85-90 jaren op Aarde is het voor de meesten einde oefening en ben je na een paar jaar totaal vergeten. Of je moet wel iets heel bijzonders hebben bijgedragen aan ons aller leven hier op deze planeet. En dat is maar weinigen gegeven.

Dictatoren wellicht, bijzondere kunstenaars, een enkele artiest of iemand wiens naam via de familiebanden heel lang is verbonden aan een of andere onderneming. Kom je dan buiten de eigen landsgrenzen moet je eens opzoeken hoe beroemd al die lui zijn daar. Confronterend. De geschiedenis van pakweg de gemiddelde Tsjechen of Zwitsers is hier totaal niet bekend, terwijl ze daar wellicht nog net hebben gehoord van Johan Cruyff maar verder ook van geen enkele hier zo bekende Nederlander. Is het daarom dat we in ons eigen territorium beroemd willen zijn? Wellicht. Maar het is ook een onderschatting van wat er om ons heen in de grote ruimte aan de gang is.

Ons Aardse leventje is een seconde in de totale tijd waarin dat Heelal al bestaat. Recente foto’s vanuit de ruimte gemaakt door de nieuwste ruimte-telescopen maken duidelijk dat we met die techniek van nu een blik kunnen werpen die 4-6 miljard lichtjaren terug gaan in de tijd. De Oerknal nog net niet zichtbaar, maar we komen steeds dichter bij. Triljoenen sterren, miljarden sterrenstelsels zoals onze Melkweg, puntjes in dat grote niets. En wij op ons aardse bolletje maar belangrijk doen. We stellen niks voor bij al dat natuurgeweld in dat grote heelal om ons heen. In de jaren zeventig stuurden we een satelliet de ruimte in die we zodanig programmeerden dat hij de grote ruimte in moest vliegen om te zien waar eventueel intelligent levende wezens te vinden zouden zijn. Voyager heette dat ding en die deed er tientallen jaren over om ons eigen Zonnestelsel te verlaten.

Intussen is hij zover weg dat we geen signalen meer binnenkrijgen en opereert dat ding dus op eigen kracht in de richting van het enorme niets. We stuurden allerlei toenmalige souvenirs mee. Want stel dat je andere wezens op je pad treft kunnen die wellicht snappen wat we met symbolen en een beeldplaat willen uitbeelden. Nou, het is te hopen dat die lui ver weg dat nu net niet snappen. Want als dat massaal hierheen komt hebben we een groter probleem dan we nu al kennen door de massa-immigratie. Zoals wij dieren behandelen op onze eigen planeet kon dat ook wel eens ons lot zijn als we bezoek krijgen van dat vreemde ruimtevolk. Een ding is zeker, dan maakt het niet meer uit of je beroemd bent in je eigen achtertuin of niet. Dan dien je als voedsel of slaaf. Best een confronterende gedachte….Zeker als jouw ster je eigen spiegelbeeld betreft…..(Beelden: archief)

Ongemak…

Ongemak…

Bij toeval viel ik onlangs bij SBS-6 in een staartje van een programma met de titel ‘Liefde op het eerste gezicht’…Daarin laat men totaal vreemde mannen en vrouwen (of er andere combinaties worden benut is mij ontgaan) met elkaar kennis maken in een prachtige villa vol geneugten als een buiten-whirlpool etc. Die mensen hebben kennelijk vooraf aangegeven dat ze open staan voor een date met iemand die ze als ideaal zien voor een toekomstige relatie. De redactie maakt dan (kennelijk) een theoretische match en zet twee kandidaten dan ‘in the blind’ bij elkaar om te zien wat er van komt. En dan staan de camera’s (verstopt in de achtergrond) vol aan en hoor en zie je hoe het allemaal ver- en afloopt.

Want het is de gedachte bij deze formule dat die mensen na een nacht bij elkaar (vaak de een op de bank en de ander in het comfortabeler bed) besluiten of ze samen verder gaan of niet. Nou wat ik er van zag (latere uitzendingen ook wat stukjes gezien) komt dat in 80% van de gevallen niet goed. En dat is ook niet zo gek want wat missen veel mensen toch het talent om aardig met iemand van de andere sekse om te gaan als het er op aankomt. In het beste geval klappen ze dicht en zwijgen minuten lang, wat voor de ander een ramp is. Maar nog erger zijn de kandidaten die op voorhand al aangeven wat ze van de ander vinden. Zoals de man die na het zien van de vrouw die binnenstapt en haar jas uittrekt aangeeft meer een ‘billenman’ te zijn en die bij haar mist. Of de vrouw die aangeeft dat ze niets ziet in iemand van haar eigen leeftijd en dan tegenover een man komt te staan de 10 jaar jonger is maar ouder lijkt.

En die mensen maar ingestudeerde lijstjes afwerken over hobby’s en zo meer. Of met voorgekookte kaartjes antwoorden van de ander trachten te ontlokken. Was er een jongen bij die aan het meisje tegenover hem vroeg of zij ‘hield van sex’ waarop zij met bijna rode konen bekende dat ze dat ‘heel lekker vond’ maar dacht dat het bij hem niet zo te halen viel. De stiltes die daarna vallen zijn oorverdovend. De volgende dag is nog leuker. Dan is er altijd een die de andere kandidaat echt leuk vindt en dat aangeeft om dan te moeten aanhoren dat die ander de betrokkene ‘echt niet zijn/haar type te vinden’ en de koffer pakt om naar huis te gaan. De tranen vloeien dan vaak bij de afgewezen kandidate, want helaas het zijn vaak de vrouwen die afgewezen worden. Niet zo gek als je die mannen eenzijdig naar de bank hebt verwezen en die echt een gebroken nacht meemaakten. Hoe dan ook, bij alles wat ik er van zag constateerde ik dat een gebrek aan basiskennis van wat aantrekkelijk is een groot probleem kan opleveren. Hoe een man zich zou moeten gedragen in de aanwezigheid van een vrouw met wie hij denkt eventuele verdere plannen te maken. Of hoe omgekeerd, charmant gedrag van een vrouw richting man, vaak totaal mankeert. En dat daarom die ‘match’ in hun leven er niet is of zal komen. Openstellen voor wat er op je afkomt en accepteren dat je wellicht niet behoort tot de eredivisie van wat schoonheid, elegantie of intelligentie normaal in zich heeft, gecompenseerd kan worden door leuk en lief gedrag. De ander als een prins of prinses behandelen. ‘Rozen, rumbonen en rode wijn, dat moet voor elke vrouw toch voldoende zijn’, zong Van Kooten ooit in een persiflage van een serieuze Don Juan. Nou zelfs tot die drie basis-elementen kennen kandidaten in dit programma niet. Maar het was en is smullen voor iemand zoals ik…..(Beelden: Archief)

Herinnering aan moderne techniek..

Herinnering aan moderne techniek..

Het blijft leuk om je te beseffen dat je als jong mens dingen meemaakt of zaken ervaart die later, pakweg een halve eeuw verder in de tijd, ineens als ouderwets of niet doorgezet mogen worden gezien. Vroeger, ik was nog een jong ventje met een grote nieuwsgierigheid naar alles wat vroeger aan uitvindingen was gedaan, hoorde ik van een grootouder verhalen over diens reizen per stoomtrein naar Duitsland of hoe die man een zeppelin had gezien boven Amsterdam.

Vliegtuigen waren in die periode nog van hout en linnen, auto’s pruttelden over zandpaden en hadden wielen die onder een koets niet misstonden. Huizen hadden geen andere verwarming dan een haard die werd gestookt met houtblokken, de tram had na lange tijd ineens elektrische aandrijving en schepen voeren met stoommachines in het rond. Films waren nog zwartwit en konden alleen bekeken in speciale zalen. In de jaren die volgden gingen veel van die ooit moderne technieken verloren. Stoom werd stookolie, hout werd steenkool en weer later aardgas. Vliegtuigen werden gemaakt van aluminium of kunststoffen en de auto een modern zoevend vervoermiddel en door het gros des moderne mensen verheven tot persoonlijk bezit.

De stoomtreinen maakten plaats voor diesels en elektrische aandrijving, trams verdwenen op de langere afstanden en maakten plaats voor bussen en vrouwen bevrijdden zich van het juk van lange rokken en baleinen. Zeppelins bleken een grote mislukking en passagiersschepen kwamen en gingen weer omdat het moderne vliegtuig vele malen succesvoller en efficienter bleek. Deed je vroeger over een trip naar pakweg Australie 6-8 weken, een beetje vliegtuig doet er 16 uur over. In die vroegere tijden waren we nog niet woke, we deden niet moeilijk over de gekleurde knecht van Sinterklaas en het christelijk geloof was nog dominant. En die films? Die komen tegenwoordig in HD-kwaliteit digitaal bij ons de huiskamer binnen.

Waren we vroeger fel gekant tegen eventuele mannen en vrouwen die op hetzelfde geslacht vielen, tegenwoordig is er een generatie die wordt opgevoed met het idee dat precies dat de juiste weg is. Zelfs piepkleine kinderen krijgen al mee dat vallen op het eigen geslacht dan wel kiezen voor het zijn van jongen of meisje aan hen zelf is gegeven. Socialisten streden ooit voor betere arbeidsvoorwaarden of gelijke behandeling van man en vrouw. Nu keren juist zij zich af van die arbeidersklasse en vinden het prima dat er culturen en landen bestaan waar de positie van de vrouw niet veel beter is dan in de oude geschiedenis beschreven.

Een ding bleef echter hetzelfde. We zijn per definitie nog steeds bezig met conflicten en oorlogen. We staan feller tegenover elkaar dan ooit en het door Lubbers en Kok zo groot gemaakte ‘polderen’ is totaal verdwenen. Net zoals de stoommachine, de fax, de houten schepen en zo meer. Het maakt veel, zo niet alles, relatief. En moeten we koesteren wat was, verbeteren wat is maar vooral niet neigen naar terugkeer naar dat wat bewezen niet werkte. Met andere woorden, de Middeleeuwen komen niet meer terug. Wie dat wel wil leeft in het verleden en heeft niets te zoeken in die nu zo vaak onzeker lijkende toekomst. (beelden: Archief)

Nadenken…

Nadenken…

Een groot verschil tussen mensen en dieren is dat de gemiddelde mens het vermogen heeft om na te denken over zijn handelen.

Ook over zijn omgeving, over de dingen die er toe doen. Zo zet die gemiddelde mens dus ook een strategie uit richting de toekomst, zijn (werk)omgeving of desnoods liefhebberij. De een gaat voor een groot gezin en doet dat weloverwogen, een ander kiest voor geen nakomelingen vanuit een andere optiek. Maar altijd doordat die mens zijn/haar denkvermogen aanspreekt en als het goed is benut. Dat maakt ons als schepselen best bijzonder. Immers, de dieren om ons heen redeneren veel primitiever. Eten en het vinden daarvan speelt bij hen een dagelijkse rol, slaapplekken, eventuele voortplanting. Meeste dieren doen dat vanuit hun instinct, denken er niet zo over na. Een krokodil eet wat hij ziet bewegen en hapt toe. Mens of ander dier, maakt dat beest niet uit. Wij mensen denken wel na, al zou je soms het idee kunnen krijgen dat sommigen uberhaupt geen hersenen bezitten.

Kijk naar gemiddeld groepsgedrag en je weet genoeg. Kuddegedrag is ons vaak niet vreemd en dat zie je meteen terug in bepaalde landen, steden of wijken. Heb jij een wapen nodig voor je ego? OK, dan ik ook een en liefst groter. Jouw auto een BMW? Kijk… ik koop mij dan een Mercedes of Audi die nog een slagje groter is. En al die meiden op straat met hun boezems vooruit en prachtige billen? Daar mag je naar fluiten, tieren, gillen, en zelfs aanzitten. Toch?? Nou niet als je hersens bezit om mee na te denken, dan mag dat niet nee! Ook mag je homo’s niet bashen of joden in elkaar slaan. Je mag niet stelen, vechten, moorden en zo meer. Je weet dat wel, en toch doe je het. Wat ben je dan voor een mensensoort?? Is er dan echt verschil tussen de ene diersoort en de andere?

Het moet bijna wel want wij zijn in het algemeen niet zo ingesteld. De ander zien als prooi past niet in onze ontwikkelde geest…toch? Nou niet helemaal. Want een beetje verkoper ziet potentiele klanten wel degelijk als zodanig. De kapitalistische maatschappij zit nu eenmaal zo in elkaar. Valt er iets aan te verdienen of niet. Ooit in de VS meegemaakt dat een verkoper ons (kijkers) vroeg ‘Are your really interested or just looking?’. Ons antwoord maakte dat de man verdween en een volgend slachtoffer (prooi) zocht. Deze moraal zie je ook bij predikers van welk geloof ook. Je bent prooi voor hen, ze willen je bekeren tot het ware geloof en eventueel een weg helpen vinden naar de Hemel. Indoctrinatie doet de rest.

Begin bij de kinderen en hun vrije denkvermogen wordt toch een stukje beperkt door alles wat in die godsdienstmoraal er in wordt gestampt. Geldt ook voor gektesektes als al die milieugroepen of zij die menen dat alleen bij massa-immigratie de toekomst voor ons land zou liggen. Volgers vaak van huis uit of via gekleurde scholen ingesteld op een leven in de (nieuwe) Middeleeuwen. Waar ook toen al de burgers dom werden gehouden, samen moesten leven met hun dieren. En vaak nauwelijks daarvan konden worden onderscheiden. Wie dat wil moet vooral gaan voor sektes als de eerder genoemde. Vrijdenkers moeten weerstand blijven bieden. Bij een beetje IQ tussen de 100-120 moet ons volk toch in staat zijn na te denken en zelf oplossingen te vinden voor persoonlijk of collectief genoegen tot genot. Anders zijn wij de prooi waarop de sekteleiders loeren als die krokodil doet als hij trek heeft. Wie kan denken kan maar beter zijn hersenen gebruiken. Voor het te laat is. (Beelden: Archief)