KLM 100 jaar – Douglas’ ‘blikken kisten’…

Tegenwoordig kennen we we eigenlijk nog maar twee grote vliegtuigfabrikanten (Boeing en Airbus), maar voor de tweede Wereldoorlog was er echt een hele reeks van die ondernemingen. Elk land koesterde haar eigen producten op dit punt, al was het maar om strategische redenen. De Verenigde Staten van Amerika had er tientallen waarvan Douglas er een was. Dat bedrijf maakte enige naam met toestellen voor de defensie van het grote land aan de andere kant van de Atlantische Oceaan maar kreeg pas echt wereldfaam toen men al in 1931 een volledig metalen vliegtuig presenteerde aan de toenmalige grote airlines binnen de VS, de DC-1. Dat toestel had nog wel wat beperkingen, maar zijn productieversie, de DC-2 werd een groot succes. Ook Albert Plesman zag ineens het licht bij het aanschouwen van die DC-2 en kocht er een stel voor zijn KLM. Groot voordeel van deze machines, zij hadden twee motoren, een intrekbaar landingsgestel en een behoorlijke mate van comfort t.o.v. concurrerende machines. Je kon er veertien passagiers in meenemen.

Aardig was ook dat die DC-2 in staat was in geval van nood op een motor door te vliegen, zij het dat de kist dan wel langzaam maar gestaag daalde. Ook weer op indicaties vanuit de Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen kwam er een grotere uitvoering beschikbaar, die we later als DC-3 zouden verwelkomen. Dat toestel vloog nog een hele slag beter dan de DC-2, had ook veel meer capaciteit (tot 25 passagiers) en was als ‘sleeper’ uit te rusten, waarbij je dan in een soort bedden werd vervoerd van de ene kant van het continent naar het andere. Ook deze machines werden aan de KLM verkocht. En al voor de oorlog ingezet op het lijnennet van onze nationale trots. Een ontwerp dat tijdens de oorlog als C47 Skytrain (bij ons Dakota) grote faam zou behalen en lang als een van de best verkochte vliegtuigen ooit zou gelden. KLM kreeg er na de oorlog een hele reeks van in dienst en ze vlogen ook bij vrijwel elke andere maatschappij in Europa.

Na ruim 11.000 stuks staakte de productie. Maar bleef de machine wel decennia lang gewoon in gebruik. Al zijn vervangers (..) zijn intussen uitgefaseerd, de DC-3 vliegt nog steeds rond op sommige plekken. Of bij vliegende musea-collecties zoals de Dutch Dakota Association. Een enorme stap zette Douglas door een viermotorig vliegtuig te ontwikkelen dat met een bijpassende aanduiding DC-4 werd genoemd. Vloog voor het eerst in 1942 en werd vooral ingezet als transportvliegtuig. Maar wel in zulke aantallen dat na de oorlog heel wat van die machines beschikbaar kwamen voor het weer opstartende burgervliegverkeer over langere afstanden. Ook de KLM kreeg er via een diplomatieke truc (ze werden geleverd aan de Nederlandse overheid..) in haar vloot en kon daarmee o.a. een dienst naar New York opstarten. Die DC-4 had geen drukcabine, was een vrij rudimentair type maar bleek net als zijn kleinere zusje DC-3, aardig taai te zijn. Een echte outsider was de DC-5.

Een soort DC-3 met hoog geplaatste vleugels. Het toestel werd geen succes, maar KLM kocht er wel een aantal voor haar Indische vliegbedrijf. Slechts 12 exemplaren van die DC-5 werden er gebouwd, een daarvan werd geleverd aan William Boeing, de man achter een reeks concurrerende vliegttuigtypen en naamgever aan die nu nog bekende vliegtuigfabriek. Maar die meneer Boeing was zeer onder de indruk van de bouwkwaliteit bij Douglas. Uit de jaren veertig stamt ook de DC-6. In feite een doorontwikkeling van de kleinere en oudere DC-4. Met een langere romp, drukcabine, krachtiger motoren en naar gelang de uitvoering ook in staat om als combi-vliegtuig te worden ingericht. KLM kocht ook deze versie en liet de DC-6 op de routes van de DC-4, deze oude kisten aflossen. De DC-4’s werden verkocht.

Die al uit 1946 stammende DC-6 hield het ook bij KLM nog best lang vol. Kreeg echter in 1953 een opvolger in de DC-7, die in eerste instantie nog sterk leek op alweer een verlengde uitvoering van de DC-4, maar in de uitvoering van de KLM, als DC-7C toch een totaal andere toestel zou worden. Met zijn enorme en krachtige Turbo-compoundmotoren was de machine in staat om met een enkele tussenstop naar de VS te vliegen. KLM vloog er ook mee naar Tokio.

Toen de kist op zijn hoogtepunt was tijdens zijn dienstverband bleek echter het tijdperk van de straalverkeersvliegtuigen aangebroken en nam ook KLM die machines (DC-8) in gebruik. Het tijdperk van de oude propliners was voorbij. De DC-7’s en andere Douglassen in de vloot werden deels omgebouwd tot vrachtkist, andere verkocht. En over dat tijdperk van die straalverkeersvliegtuigen van Douglas zal ik bij een andere gelegenheid nog het een en ander in blogvorm uitwerken. Wordt vervolgd dus… (Foto’s: Yellowbird photo/archief/KLM)

Verpakt verlangen…

divorceZe was zelf altijd aan de  stevige kant geweest, niet dik of vet, maar ook nooit echt slank. Haar lijf was daarentegen sterk gebleken en taai. Ze had nooit veel mannen om zich heen kunnen verzamelen en de ware was haar deur altijd voorbij gereden. Al was het haar wel eens gegund geweest om de ‘liefde’ te consumeren. Maar ze wist ook dat een figuur van een fotomodel niet in haar kerstpakket had gezeten toen Onze Lieve Heer die uit had gedeeld. Haar gezicht was wel strak en mooi en ze wist inmiddels wel dat ze met haar huiselijke instelling een goede vrouw was voor een daarvoor gevoelige man. Ze had met hard werken en het nodige studeren haar eigen kostje aardig kunnen verdienen. Ze reed in een nette auto, had een leuke flat, alle spullen die een mens zich maar kon wensen en maakte trips naar oorden waar andere mensen alleen maar van konden dromen. Toch vond ze wel dat die echte liefde nog eens in haar nu best snel vorderende leven een plek zou moeten vinden. Ze kon er soms wakker van liggen, werd dan onrustig, bang voor het vorderen van haar leven zonder dat ze zou meemaken hoe het was met iemand die echt van haar kon houden om wie ze was.

Tot die dag dat er een timmerklusje aan haar huis moest worden gedaan en ‘hij’ binnenstapte. Een Noorman op oudere leeftijd, lang gekruld blond haar, een baardje van een paar dagen en breed in de schouders. Hij had helder blauwe ogen en een leuke lach. Terwijl hij aan het werk ging keek ze naar zijn spieren die zich soms spanden onder zijn  T-shirt, ze zag zijn stevige handen, rook zijn geur. Ergens in haar binnenste knapte iets, liep een warme vloeistof door haar maag en buik, reageerde ze fysiek op zijn aanwezigheid. Tijdens het koffie drinken sprak ze met hem over koetjes en kalfjes. Hij had geen relatie, was gescheiden geraakt (‘Tja, het werk, ik sloofde te me te pletter voor wat extra dingen, maar zij vond dat ik thuis moest zijn bij de kinderen..’) en niet echt op zoek naar iets anders. Twee dagen later vroeg hij van alles en nog wat aan haar en bloosde ze bij de antwoorden die ze gaf. Hij keek haar aan en ze smolt. Vroeg zich af hoe ze hem zou moeten binden aan haar verlangens. En overwoog dat hij net zo zou zijn als alle andere mannen. In plaats van zich fysiek bloot te hoeven geven bedacht ze daarom dat hij vast wel eens lekker wilde eten. En ze bereidde een dinertje voor dat hen beiden aan tafel zou houden en hem wellicht de avond er na bij haar op de bank. Het plannetje lukte prima, maar hij maakte verder geen aanstalten om op haar warme blikken en uitnodigingen  voor een warme kus in te gaan. In plaats daarvan pakte hij zijn spullen en bromde haar toe dat hij het heerlijk had gevonden, en vertrok. Zij bleef achter met de afwas en een ontevreden gevoel. Toen ze in de spiegel keek zag ze dat ze wellicht volgende keer iets anders aan moest trekken dan dat Roy Donders huispak. Kennelijk stond het haar toch niet goed genoeg en kwamen haar pluspunten en er net niet voldoende uit de verf. Zuchtend begon ze aan de afwas……