Plaag…

Plaag…

Terwijl we ons in deze door Covid19 verziekte tijden druk maakten of nog maken over ons gebrek aan vrijheid of mogelijkheid tot feesten of shoppen is een terugblik naar andere plagen op dit gebied wellicht goed.

In de Middeleeuwen, een periode in onze geschiedenis waarnaar sommige extremistische of ultralinkse stromingen naar verluid gaarne terugverlangen, hield een soortgelijke ziekte ons mensen dusdanig bezig dat er tussen de 75-200 miljoen mensen aan overleden. De Zwarte Dood, oftewel de Pest hield ons meer dan angstig. En die sterk besmettelijke ziekte kwam zelfs twee keer langs om ons op de relativiteit van het leven te wijzen. 25% van de totale Europese bevolking bezweek er aan. Vergelijk dat maar eens met Corona nu. Terugblikkend kwam ook deze ziekte uit het Verre Oosten per schip onze kant op. Zeer waarschijnlijk via besmette ratten aan boord van de toenmalige handelsschepen van de Venetiaanse Republiek.

Met rattenbloed besmette vlooien, toen een heel normaal beestje dat ook onze soort constant belaagde, besmetten veel mensen. En die weer andere mensen. Men nam die besmettingen nauwelijks serieus en bedenk ook maar dat de hygiene in die jaren matig tot slecht verzorgd was. Wassen en zo meer een vrijwel onbekend fenomeen. De Pest sloeg overal toe. Het maakte geen onderscheid tussen man of vrouw, oud of jong, arm of rijk, al zullen de armoedigen eerder zijn bezweken dan de vaak wat afgezonderd wonende en levende rijken. De pest kwam in verschillende verschijningsvormen. De meest bekende was de builenpest die patienten al snel deed onderscheiden van gezonden.

Opmerkelijk was ook dat men in die periode van de tijd meende met bepaalde uitmonsteringen zoals een masker met vogelvorm waarin je dan ‘geneeskundige kruiden’ stopte die je tegen de ziekte moesten beschermen, de besmetting buiten het eigen lijf te kunnen houden. Herstel van de kaalslag die deze ziekte in met name Europa onder mensen aanrichtte duurde bijna 150 jaar. En tussentijds bleven af en toe toch weer besmettingen optreden omdat men maar niet kon bedenken waarom deze ziekte optrad en waar de oorzaken lagen. Mensen die overleden werden door speciale doodgravers veelal buiten de steden begraven, vaak in massagraven, om zo de besmettingen buiten die steden te houden. Wie een besmet lijk aanraakte kon bijna zeker zelf in de volgende ronde worden bijgezet. Het waren dus speciale lieden die deze taken verrichtten.

Opvallend is ook dat de Pest zich wereldwijd verspreidde. Ook in die jaren zonder moderne reismiddelen. Overal waar mensen heen reisden kwam de ziekte terecht en zaaide dood en verderf onder al dan niet lokale volkeren. Ook in Azie en Noord-Afrika was dit het geval, omdat daar veelal handelssteden te vinden waren die werden aangedaan door koopvaarders uit besmette landen. In Egypte kwam de ziekte in 1347 aan land, door het aanmeren van een enkel schip dat werd geroeid door christelijke slaven en waar de ziekte onder deze arme donders werd meegenomen. De verspreiding van de Pest in het oude land van de Farao’s zorgde voor meer dan 600.000 doden die gewoon werden gedumpt in de Nijl, waardoor die niet meer kon stromen op sommige plekken en het water compleet vergiftigde. Vanuit Egypte kwam de besmetting terecht in het Midden-Oosten, meegebracht door islamitische pelgrims die o.a. Mekka bezochten en zo die stad voorzagen van een grote plaag. De Pest bleef een actieve rol spelen tot in de 19e eeuw. Toen pas ontdekte men echt wat de oorzaken waren en wat er tegen moest worden gedaan. Bestrijding van ratten en vlooien door o.a. sterk verbeterde persoonlijke hygiene en controles maakten dat de ziekte afnam qua belangrijke bron van dood en ellende, al moet hij nog steeds niet worden onderschat. Zelfs in de 20e eeuw werd India getroffen door de pest en overleed daar 3% van de bevolking er nog aan. Gelukkig hebben we nu geneesmiddelen om de boel binnen de grenzen van het redelijke te houden. Maar het geeft ook aan hoe kwetsbaar wij mensen zijn als er een besmetting van die orde en grootte plaatsvind. U bent gewaarschuwd. De Middeleeuwen zijn geen toekomstdroom waardig, bedenk dat je beter drie keer je lijf kunt wassen per dag dan niet, en neem dit soort besmettingen serieus. Ook al zien we niet meteen zwarte etterende bulten op iemand anders’ lijf waardoor we snappen dat die besmet kan zijn….. (Beelden: Internet)

‘Oranje’…

Nederland kent in haar maritieme geschiedenis een aantal iconische schepen. Zo is er de ‘Rotterdam’ die inmiddels aan de kade ligt in die stad aan de Maas en min of meer dient als hotelschip met deels museale functie. In de Amsterdamse haven van pakweg een jaar of zestig geleden zag je toen ook nog echte schepen voorbijvaren of afmeren. Passagiersschepen die veelal op lange afstanden werden ingezet. Zoals de route naar Australië, Nieuw-Zeeland of Indonesië. Deels in dienst bij de toenmalige Stoomvaart Maatschappij Nederland. Scheepsnamen als ‘Johan van Oldenbarnevelt’, ‘Willem Ruys’ of de fraaiste van deze schepen, ‘Oranje’. Dit laatste schip is onderdeel van een expositie in het Scheepvaartmuseum geweest en om allerlei redenen bezochten wij die expositie onlangs. Die Oranje was een prachtig slank en luxe uitgemonsterd schip. De kiel werd gelegd in 1937 bij de NDSM in Amsterdam, het was dus een echt Mokums passagiersschip, en hij kwam in de vaart op 15 juli 1939. Koningin Wilhelmina had hem een maand of negen eerder te water gelaten.

Het schip was 200 meter lang, ruim 25 meter breed, had een diepgang van bijna 9 meter en werd aangedreven door drie toen heel moderne Sulzer Diesels die samen 37.500pk leverden. Kruissnelheid van het fraaie schip was 41km/u. In zijn oorspronkelijke uitmonstering nam hij in totaal 740 passagiers mee, verdeeld over vier klassen en acht dekken. 383 bemanningsleden deden hun best om dit zeekasteel zo efficiënt en comfortabel mogelijk op reis te begeleiden. De Maidentrip van de Oranje ging via Kaap de Goede Hoop naar Batavia (Jakarta) in wat toen nog Nederlands-Indië heette. Ellendig genoeg brak tijdens die trip de Tweede Wereldoorlog uit en bleef de Oranje in Indië rondhangen. In 1941 moest het dienst gaan doen als troepentransportschip voor de Australische Marine.

Later werd het op kosten van de Australiërs omgebouwd tot hospitaalschip en  maakte als zodanig 41 trips met gewonde militairen en burgers aan boord. Na afloop van de oorlog werd het schip weer gebruikt voor vervoer van repatrianten vanuit Indië naar Nederland. In 1947 kreeg het weer een lijndienstfunctie en voer dan via het Midden-Oosten naar het Verre Oosten. Trips die voor de toenmalige passagiers vooral emigratie betekenden. In 1959 kwam door de concurrentie van de luchtvaart een einde aan deze trips en werd de Oranje omgebouwd tot cruiseschip. In twee klassen vervoerde men nu 1000 passagiers o.a. tijdens Rond-de-wereld-trips. Dat die passagiers het zich konden veroorloven zal duidelijk zijn. Maar vijf jaar later was ook die pret over. De opkomst van de luchtvaart met haar nieuwe jets gaf de nekslag aan deze vorm van varen.

De NDSM deed haar grote passagiersschepen in de verkoop en de Oranje werd verkocht aan een Italiaanse rederij. Daar werd het schip omgedoopt tot ‘Angelina Lauro’ en drastisch verbouwd. Het schip kreeg een moderner uiterlijk en er werden meer luxe elementen toegevoegd. Het schip werd er flink zwaarder door maar kon nu ook 1230 passagiers vervoeren. In 1979 vloog het helaas tijdens een cruisevaart in brand nabij de Virgin Islands. Deze brand begon in een kantine van de bemanning en breidde zich razend snel uit over het hele schip. Bluspogingen waren zinloos. De passagiers werden gelukkig tijdig van boord gehaald. De oude Oranje brandde nog vier dagen en wat restte was een slagzij makend wrak. Medio 1979 werd het ooit zo trotse schip door een Duits bergingsbedrijf opgehaald om te worden gesloopt in Taiwan. Maar daar kwam het nooit aan. De provisorisch aangebrachte schotten op doorgebrande huidplaten begaven het en het wrak maakte al snel veel water. Op 24 september 1979 zonk het schip in de Stille Zuidzee. Een icoon van de Nederlandse scheepvaart verdween voorgoed. Wat rest zijn stukken correspondentie en foto’s. Verhalen van mensen die met de Oranje reisden en wat modellen. En die bekeken we in dat Scheepvaart Museum. Waardoor de herinnering aan die schitterende schepen weer even werd gevoed. Vandaar dit verhaaltje…(Beelden: Scheepvaart Museum/Yellowbird Photo)