Het komt maar weinig voor dat je tijdens jouw eigen leven roerende objecten ziet of ervaart die ouder zijn dan jij zelf en die nog steeds intensief worden gekoesterd of gebruikt. Lezers die niets ophebben met techniek moeten nu maar afhaken, want juist hierover gaat het. Vorig jaar werd het 80-jarige bestaan gevierd van een van de meest beroemde vliegtuigtypen ooit, de Dakota. Officieel heette dat vliegtuig ooit de Douglas Commercial number three en werd het gebouwd om de toenmalige luchtvaartbedrijven in de Verenigde Staten te helpen aan een vliegtuig dat passagiers van de ene naar de andere kant van het land zou kunnen transporteren in stoelen die ook als bedden te gebruiken waren. Douglas gaf ze om die reden een naam mee die ons nu minder zegt; Douglas Sleeper Transport (DST). De slimme Amerikaanse fabrikant had met haar DC-2 bewezen dat metalen vliegtuigen veel beter bestand bleken tegen intensief gebruik dan alles wat er tot dan toe rondvloog en was gebouwd van allerlei andere materialen.
Zo werkte Fokker nog steeds met metalen frames, hout en linnen. De DC-2 maakte de luchtvaart veel volwassener dan ooit voorheen gedacht, maar de DC-3 deed daar meer dan een schepje bovenop.
Al snel waren er flink wat orders binnen van de civiele bedrijven die wel iets zagen in de oersterke en indertijd uiterst moderne DC-3. Maar ook de Amerikaanse defensiestaf zag genoeg potentie in de DC-3 en bestelde een aangepaste versie die als C-47 werd ingelijfd. Daarbij werd de toegangsdeur van rechts achter naar linksachter verplaatst en kregen de machines een sterkere laadvloer en o.a. een grote vrachtdeur die handig was bij het laden en lossen. Na het uitbreken van de tweede wereldoorlog en het betrokken raken van de Amerikanen daarbij werd de C-47, intussen aangeduid door de strijdkrachten als ‘Gooney Bird’, in grote aantallen geleverd. Duizenden van deze vliegtuigen werden tijdens de oorlog ingezet en er gingen ook hele series naar Engeland en Rusland, toen medestrijders tegen de zgn. Asmogendheden.
Opmerkelijk is dat de machine door de Engelsen pas zijn enige echte en bij ons bekende naam kreeg; ‘Dakota’ en die draagt het toestel tot op de dag van vandaag nog steeds. In Rusland werd de machine al snel gekopieerd, uitgerust met Russische Shvetsov radiaalmotoren en aangepast aan de specifieke omstandigheden daar. Die kopie heette Lisunov Li-2 en ook daarvan zijn er nog een stuk of wat bewaard gebleven.
Ook Japan kopieerde de machine op basis van bij oorlogsbuit meegenomen C-47’s en ook de Duitsers hadden de beschikking over Dakota’s, al was het maar door de uit Nederland van de KLM geroofde exemplaren. In totaal werden er meer dan 11.000 Dakota’s gebouwd. Een deel daarvan kwam na de oorlog overal en nergens in gebruik als passagiers- of vrachtvliegtuig en tot op de dag van vandaag zijn er nog commerciële maatschappijen die deze unieke machines naar waarde weten te schatten. Opvolgers voor die DC-3 waren er genoeg, maar steeds bleek de Dakota zelfs die te overleven. Toch beginnen de aantallen vliegende Dakota’s wel snel af te nemen. De toestellen zijn antiek geworden, onderdelen raken op, net als de benzine waarmee de motoren worden gevoerd.
Die wordt door het hoge octaangehalte en de afnemende vraag steeds schaarser. De Nederlandse luchtvaart werd mede groot dankzij de Dakota en het is goed dat er nog een paar exemplaren bewaard zijn gebleven, waarmee soms nog wat wordt gevlogen ook. Wat het vliegen betreft; de Dakota is het enige vliegtuig dat mij persoonlijk ooit luchtvaartziek wist te krijgen, best een eer! Hoe twijfelachtig ook. Voor een deel zijn die Dakota’s ook verantwoordelijk geweest voor mijn liefde voor de luchtvaart. Als kind hoorde en zag ik die kisten overkomen op de plek waar ik woonde en dat beeld zette me aan tot mijn huidige verzamelwoede. En als je dan nagaat dat die machines toen al een jaar of 25 oud waren, wat toch best ‘stok’ is geeft het wel een beeld over hoe belangrijk dit vliegtuig is geweest en nog is voor de wereldluchtvaart. Eind vorig jaar een klein feestje dus, en ik persoonlijk vind dat die Dakota’s dat meer dan verdiend hebben. O wacht even, er komt er net een voorbij. Niet meer in de kleuren van KLM, want dat bedrijf gaf de sponsoring van de museumexemplaren van de DDA juist deze maand op! Eigenlijk een schande, maar goed. (foto’s: Yellowbird collectie)

Wat moet een mens in onze moderne tijd wel niet hebben uitgehaald wil hij of zij er de doodstraf mee verdienen? In ons eigen Nederland mag je zelfs als een soort massamoordenaar je brood verdienen, of hebben verdiend, met een paar jaar gevangenisstraf zit het na oppakken en berechten wel wel zo’n beetje op. En als je dan roept dat het komt door stemmen in je hoofd krijg je er een paar jaar TBS bij of voor in de plaats. Maar er zijn landen waar men anders denkt over de ultieme straf. Zo is een economisch delict al voldoende reden om in China mensen met een AK47 op de markt en plain publique te vermoorden. Hetzelfde lot wacht je in Noord-Korea. Een woord van kritiek op de ultieme leider en je gaat in een kooi met wilde honden en weet dat je einde in stukken zal verlopen. Drugshandel komt je in Singapore als je pech hebt ook te staan op de doodstraf, en voor sommige gevangenen die zich proberen in leven te houden in allerlei wonderlijke oorden van onze aardkloot, zou de doodstraf een oplossing kunnen zijn voor de hel waarin zij worden vastgehouden.
Oog om oog, tand om tand is een beetje het principe dat achter die ultieme strafmaat steekt. Als je ziet dat we hier in ons land soms jarenlang kunnen procederen voordat er überhaupt ooit een besluit wordt genomen rond een persoon of dader, die eindeloos in beroep blijft gaan tegen zijn vonnis, ben je elders snel veroordeeld tot de doodstraf en voert men vaak het vonnis al binnen twee maanden uit. Geen lange procedures meer, en het recht kreeg zijn loop. Barbaars natuurlijk, en vooral vreselijk. Vooral als je weet dat in sommige landen en culturen de rechtspraak buitengewoon partijdig verloopt en het simpele feit dat je vrouw bent of ‘politieke tegenstander’ al voldoende reden kan zijn om je van deze wereld te doen verdwijnen. Het ophangen van een genaturaliseerde Nederlands/Iraanse vrouw een aantal jaren geleden geeft wel aan met welk soort lui we in dat volstrekt achterlijke land waar deze executie plaatsvond te maken hebben. Maar ja, ergens twijfelde ik zelfs nog toen ik onze toenmalige minister van buitenlandse zaken hoorde praten over dat Barbaarse regime in Teheran. Zijn opvolger anno 2015 de arrogante Koenders, wil graag zaken doen met Teheran.
En dus trekken we de diplomatieke touwtjes weer aan. Verbreken zou beter zijn denk ik, maar dat is dan weer niet goed voor de belangen van Shell of Philips. Het wordt pas echt ingewikkeld als je die normen van wat nu Barbaars is of niet ook zou toepassen op de Verenigde Staten van Amerika. Want laten we wel zijn, een land dat zich zo voorstaat op democratie en vrijheden van mensen zou zich toch heel erg diep moeten schamen voor het simpele feit dat daar in veel staten ook nog steeds doodvonnissen worden uitgesproken en uitgevoerd. Ondanks protesten, men ziet het net als die malloten in Teheran als een interne aangelegenheid. Waarmee je alles kunt afdekken. Dat doen dictatoriale regimes, noem het een interne kwestie en je ruimt even de straten op qua tegenstanders, drugshandelaren en ander gespuis. En als je het niet via de rechter kunt spelen laat je het door je veiligheidsdiensten regelen. Daar doen zelfs zgn. geciviliseerde landen als Turkije van de enge dictator Erdogan vrolijk aan mee. En toch, wij maken onderscheid tussen al die barbarij. Omdat de ene Barbaar de andere niet is. Het is maar net hoe de wind staat. In 1940 was voor de tiende mei van dat jaar Adolf Hitler ook een ‘bevriend staatshoofd’ toch??? Het boter druipt de vele politici nog altijd langs de oren….
Het zal aan mij liggen, maar volgens mij is er iets mis met het weer tegenwoordig. We zitten midden in een periode die nog het meeste lijkt op een verlengde nazomer. De afgelopen paar weken maakten we 15-20 graden Celsius mee als overdag-temperatuur en dat is recordhoudend begreep ik. En het is niet de eerste keer dat we deze wonderlijke verschijnselen meemaken. Vrouwlief viert een dezer dagen haar verjaardag. In de tweede helft van de jaren zestig, ik had nog verkering met haar, vierde ze die jaardagen ook. Uiteraard! Grootser dan nu met mensen uit familie- en vriendenkring die indertijd nog een heel andere samenstelling had. Het was koud op die dagen dat die verjaardag gevierd werd. Vaak viel er al sneeuw en rond die datum, liep het verkeer vast door de enorme ijzeloverlast. Ik was op de Puch gekomen, normaal een ritje van een minuut of tien van/naar het eigen huis in mijn vroegere woonstraat. Maar bij sneeuw en ijzel natuurlijk niet. Spiegelglad, dus stapvoets rijdend.
En onderweg af en toe slippend, dat hoorde er bij. Het autoverkeer stond praktisch stil, op trottoirs gleden mensen spontaan uit. Voor de Gemeente-Reiniging voldoende had gestrooid waren we weer een uur verder en ik vast al thuis. Het lukte, maar de omstandigheden waren best heftig. Indertijd werkte ik op het (toen nog) oude Schiphol. Vliegtuigen stoppen zelden met vliegen, de handel moest altijd doorgaan, dus je ging gewoon naar je werk. Ook bij gladheid. Met die brommer was dan best een hele oefening. Er was een alternatief. Met de tram naar het Centraal Station in onze hoofdstad en dan over op bus 9K van Maarse en Kroon die aan de overkant van het plein stond te wachten op zijn passagiers. Als je mazzel had. Zo niet stond je te kou kleumen.





















