
Leyland Tiger bus Maarse en Kroon…
Het was in die tijd best lastig om vanuit mijn woonstek in hartje Amsterdam, naar het toenmalige Schiphol te komen waar ik in die jaren werkte. Met de fiets of de brommer was het een kilometer of tien enkele reis wat in de meer lenteachtige of zomerse maanden niet zo’n probleem was, maar in de winter? Nee, dan moest ik maar met het openbaar vervoer. En dat was indertijd best anders georganiseerd dan nu het geval is. In de stad reed het Amsterdamse GVB, maar er waren ook consessies voor busbedrijven van buiten de stad. Een daarvan was het uit Aalsmeer afkomstige bedrijf Maarse en Kroon. Die hadden de vergunning om naar/van Schiphol te rijden en deden dat vanuit diverse omliggende plekken, ook Amsterdam. En hun buslijnen startten dan bij het Centraal Station. Maar wel op een plek die ver weg lag van de opstapplekken voor tram en bus van het GVB. Vast bewust gedaan denk ik. Hoe dan ook, ik moest dan met de tram (lijn 4)van mijn/ons woonadres naar het CS en daar dan het hele stationsplein oversteken om bij die bus van Maarse en Kroon te komen. Lijn 9 was de dienst die me naar Schiphol zou brengen. Nu had je er een die onder dat nummer direct doorreed naar Schiphol. In Amsterdam zelf zonder haltes (want men mocht geen mensen vervoeren binnen de stad) zodra we over de grens met Amstelveen kwamen stopte hij regelmatig.
Van die lijn 9 was ook nog een afgeleide, de 9K. Die reed een iets andere route, via de Karsselaan. Scheelde iets van tien minuten. Was ik dik op tijd maakte het niet uit, was je al wat laat (in de winter hadden ook de trams van het GVB moeite met sneeuw en ijs) nam je liever niet die 9K lijn. Toch zorgde Maarse en Kroon met haar creme/blauw gespoten bussen in de meeste gevallen wel dat ik redelijk comfortabel en op tijd bij mijn werkstek aankwam. Dan moest ik nog wel van het busplein naast de ingang van het toenmalige Schiphol dwars over het platform heen lopen, wat met veel sneeuw ook weer ietsjes minder was, maar dan nog. Het waren avonturentochten in die jaren. Dat eindigde toen ik mijn rijbewijs haalde en de toenmalige werkgever een VW busje kocht voor vervoer van de spullen van onze klanten. Die mocht ik dan als ‘verst wonende’ mee naar huis nemen als de dienst er op zat. Was het busje pas laat ‘thuis’ stapte ik alsnog op de bus en liet me naar huis vervoeren. Maarse en Kroon bleef nog een paar jaar actief, fuseerde later met een hele reeks andere bedrijven en is nu volkomen verdwenen in R-Net van Connection. Nog steeds met geweldige verbindingen van/naar de luchthaven. Want die erfenis nemen ze die niet af. Alleen is bus 9 er niet meer. Die is bijgeschreven in de geschiedenisboeken. Waarvan ik er onlangs eentje kocht…..

Dit jaar – 19 september a.s. om precies te zijn – is het honderd jaar geleden dat het eerste vliegtuig landde op een drooggemalen, drassig stukje grond in de Haarlemmermeer. Een stukje grond dat later bekend zou worden als Schiphol. Die plek markeert een bijzondere geschiedenis waarvan je inmiddels al het nodige bij mij hebt kunnen lezen. Schiphol is in die 100 jaar uitgegroeid tot een mainport in de luchtvaartwereld die jaarlijks ruim 58,2 miljoen reizigers ontvangt, waar 1,6 miljoen ton vracht passeert en waar 65.000 mensen direct hun brood verdienen. Schiphol verbindt Nederland met de rest van de wereld. Reizigers, zakenmensen en goederen bereiken via Schiphol ons land of gaan vanaf hier op wereldreis. Dit verrijkt ons land niet alleen in economisch opzicht maar ook emotioneel. Door Schiphol komen we contact met andere wereldburgers, het is een start- of eindpunt van onvergetelijke ervaringen en mooie herinneringen. Herinneringen die ook mij niet vreemd zijn. Immers voor een beetje hoofdstedeling was Schiphol heel lang in feite het vliegveld in de ‘achtertuin’.
Hemelbreed lag het iets van 12 kilometer van mijn geboortehuis vandaan en door de toenmalige positie van platform en banenstelsel werden wij regelmatig geconfronteerd met die bijzondere buurman. Vliegtuigen kwamen over onze straat heen, ik zag ze uit de ramen van mijn school en later uit die van het kantoor waar ik in het centrum van de stad werkte. Het virus van de luchtvaartgekte heeft zich vast in die periode in mij genesteld. Leuk hoor, die baan op kantoor bij een bankinstelling, Schiphol trok me toch meer. Van mijn jongste jeugd af was ik gefascineerd door wat zich daar allemaal afspeelde en op mijn 12e dreinde ik al zo lang tot mijn ‘pa’ mee ging naar de KLM Technische Dienst waar ik graag wilde gaan werken. Voor de luchtvaart was het een zegen dat men daar adviseerde dat ik nog beter even kon doorleren. Mijn technisch inzicht bleek om en nabij het nulpunt te bewegen, zou voor de veiligheid van die vliegtuigen weinig hebben bijgedragen. Eind 1965 was het dan zo ver. Na een korte stage bij Martinair stapte ik binnen bij een luchtvrachtkantoor op het aloude Schiphol en werd aangenomen. De rest is ook hier al eens verhaald. Historie! Schiphol bleef sindsdien in het bloed.
Als spotter, als werknemer, als passagier, auteur van diverse uitgaven, altijd was er die luchtvaart. Ik weet nog dat wij verhuisden naar de polder. Ik ontdekte dat het veel te ver weg was van Amsterdam en Schiphol. Ik hoorde de vliegtuigen niet meer. Dat vond ik vreselijk, erger nog, mijn luchtvaartradio waarmee ik het ‘verkeer’ tussen de toren op Schiphol en de vliegtuigen altijd volgde, werkte niet meer. Wat een geluk toen ik door andere omstandigheden ineens weer dichtbij de luchthaven kwam te wonen. Alles werd weer normaal, ik genoot weer als voorheen. En dat doe ik nog. Vliegtuigen hoor ik, zie ik, en als ik er behoefte aan heb ga ik even langs om ze van dichtbij te bekijken. Het Schiphol van nu is onvergelijkbaar veranderd. Was het vroeger een open ruimte waar je nog lekker kon genieten van al die zaken die een vliegveld leuk maken, tegenwoordig is Schiphol nog strenger beveiligd dan vroeger Soesterberg. Maar dat komt door de veranderde tijden. Na kapingen door Palestijnen, 9/11 en de verder gaande expansie van het veld zelf, worden eisen gesteld aan de omgeving die het voor malloten zoals ik lastig maken om ouderwets te genieten. En toch blijf ik vervangend trots op het fenomeen Schiphol. Lawaai? Hoezo? We eten er ook allemaal van hoor. Die luchtvaartsector rond en op de luchthaven zorgt voor 200.000 banen. Denk die maar eens weg. Kortom, ik vind het een felicitatie waard. En zie ook meteen dat ik een dagje ouder ben geworden. Want ik praat nu net zo over vroeger als de generaties voor mij die Plesman en de modder van vroeger nog hadden gekend. Al bladerend door mijn oude fotoalbums komt er weer veel terug. Daar stop ik nu mee, net als met dit blogverhaal………U wilt vast ook nog wel iets kwijt over Schiphol….toch?
Het komt maar weinig voor dat je tijdens jouw eigen leven roerende objecten ziet of ervaart die ouder zijn dan jij zelf en die nog steeds intensief worden gekoesterd of gebruikt. Lezers die niets ophebben met techniek moeten nu maar afhaken, want juist hierover gaat het. Vorig jaar werd het 80-jarige bestaan gevierd van een van de meest beroemde vliegtuigtypen ooit, de Dakota. Officieel heette dat vliegtuig ooit de Douglas Commercial number three en werd het gebouwd om de toenmalige luchtvaartbedrijven in de Verenigde Staten te helpen aan een vliegtuig dat passagiers van de ene naar de andere kant van het land zou kunnen transporteren in stoelen die ook als bedden te gebruiken waren. Douglas gaf ze om die reden een naam mee die ons nu minder zegt; Douglas Sleeper Transport (DST). De slimme Amerikaanse fabrikant had met haar DC-2 bewezen dat metalen vliegtuigen veel beter bestand bleken tegen intensief gebruik dan alles wat er tot dan toe rondvloog en was gebouwd van allerlei andere materialen.
Zo werkte Fokker nog steeds met metalen frames, hout en linnen. De DC-2 maakte de luchtvaart veel volwassener dan ooit voorheen gedacht, maar de DC-3 deed daar meer dan een schepje bovenop.
Opmerkelijk is dat de machine door de Engelsen pas zijn enige echte en bij ons bekende naam kreeg; ‘Dakota’ en die draagt het toestel tot op de dag van vandaag nog steeds. In Rusland werd de machine al snel gekopieerd, uitgerust met Russische Shvetsov radiaalmotoren en aangepast aan de specifieke omstandigheden daar. Die kopie heette Lisunov Li-2 en ook daarvan zijn er nog een stuk of wat bewaard gebleven.
Die wordt door het hoge octaangehalte en de afnemende vraag steeds schaarser. De Nederlandse luchtvaart werd mede groot dankzij de Dakota en het is goed dat er nog een paar exemplaren bewaard zijn gebleven, waarmee soms nog wat wordt gevlogen ook. Wat het vliegen betreft; de Dakota is het enige vliegtuig dat mij persoonlijk ooit luchtvaartziek wist te krijgen, best een eer! Hoe twijfelachtig ook. Voor een deel zijn die Dakota’s ook verantwoordelijk geweest voor mijn liefde voor de luchtvaart. Als kind hoorde en zag ik die kisten overkomen op de plek waar ik woonde en dat beeld zette me aan tot mijn huidige verzamelwoede. En als je dan nagaat dat die machines toen al een jaar of 25 oud waren, wat toch best ‘stok’ is geeft het wel een beeld over hoe belangrijk dit vliegtuig is geweest en nog is voor de wereldluchtvaart. Eind vorig jaar een klein feestje dus, en ik persoonlijk vind dat die Dakota’s dat meer dan verdiend hebben. O wacht even, er komt er net een voorbij. Niet meer in de kleuren van KLM, want dat bedrijf gaf de sponsoring van de museumexemplaren van de DDA juist deze maand op! Eigenlijk een schande, maar goed. (foto’s: Yellowbird collectie)
Wat moet een mens in onze moderne tijd wel niet hebben uitgehaald wil hij of zij er de doodstraf mee verdienen? In ons eigen Nederland mag je zelfs als een soort massamoordenaar je brood verdienen, of hebben verdiend, met een paar jaar gevangenisstraf zit het na oppakken en berechten wel wel zo’n beetje op. En als je dan roept dat het komt door stemmen in je hoofd krijg je er een paar jaar TBS bij of voor in de plaats. Maar er zijn landen waar men anders denkt over de ultieme straf. Zo is een economisch delict al voldoende reden om in China mensen met een AK47 op de markt en plain publique te vermoorden. Hetzelfde lot wacht je in Noord-Korea. Een woord van kritiek op de ultieme leider en je gaat in een kooi met wilde honden en weet dat je einde in stukken zal verlopen. Drugshandel komt je in Singapore als je pech hebt ook te staan op de doodstraf, en voor sommige gevangenen die zich proberen in leven te houden in allerlei wonderlijke oorden van onze aardkloot, zou de doodstraf een oplossing kunnen zijn voor de hel waarin zij worden vastgehouden.
Oog om oog, tand om tand is een beetje het principe dat achter die ultieme strafmaat steekt. Als je ziet dat we hier in ons land soms jarenlang kunnen procederen voordat er überhaupt ooit een besluit wordt genomen rond een persoon of dader, die eindeloos in beroep blijft gaan tegen zijn vonnis, ben je elders snel veroordeeld tot de doodstraf en voert men vaak het vonnis al binnen twee maanden uit. Geen lange procedures meer, en het recht kreeg zijn loop. Barbaars natuurlijk, en vooral vreselijk. Vooral als je weet dat in sommige landen en culturen de rechtspraak buitengewoon partijdig verloopt en het simpele feit dat je vrouw bent of ‘politieke tegenstander’ al voldoende reden kan zijn om je van deze wereld te doen verdwijnen. Het ophangen van een genaturaliseerde Nederlands/Iraanse vrouw een aantal jaren geleden geeft wel aan met welk soort lui we in dat volstrekt achterlijke land waar deze executie plaatsvond te maken hebben. Maar ja, ergens twijfelde ik zelfs nog toen ik onze toenmalige minister van buitenlandse zaken hoorde praten over dat Barbaarse regime in Teheran. Zijn opvolger anno 2015 de arrogante Koenders, wil graag zaken doen met Teheran.
En dus trekken we de diplomatieke touwtjes weer aan. Verbreken zou beter zijn denk ik, maar dat is dan weer niet goed voor de belangen van Shell of Philips. Het wordt pas echt ingewikkeld als je die normen van wat nu Barbaars is of niet ook zou toepassen op de Verenigde Staten van Amerika. Want laten we wel zijn, een land dat zich zo voorstaat op democratie en vrijheden van mensen zou zich toch heel erg diep moeten schamen voor het simpele feit dat daar in veel staten ook nog steeds doodvonnissen worden uitgesproken en uitgevoerd. Ondanks protesten, men ziet het net als die malloten in Teheran als een interne aangelegenheid. Waarmee je alles kunt afdekken. Dat doen dictatoriale regimes, noem het een interne kwestie en je ruimt even de straten op qua tegenstanders, drugshandelaren en ander gespuis. En als je het niet via de rechter kunt spelen laat je het door je veiligheidsdiensten regelen. Daar doen zelfs zgn. geciviliseerde landen als Turkije van de enge dictator Erdogan vrolijk aan mee. En toch, wij maken onderscheid tussen al die barbarij. Omdat de ene Barbaar de andere niet is. Het is maar net hoe de wind staat. In 1940 was voor de tiende mei van dat jaar Adolf Hitler ook een ‘bevriend staatshoofd’ toch??? Het boter druipt de vele politici nog altijd langs de oren….
Het zal aan mij liggen, maar volgens mij is er iets mis met het weer tegenwoordig. We zitten midden in een periode die nog het meeste lijkt op een verlengde nazomer. De afgelopen paar weken maakten we 15-20 graden Celsius mee als overdag-temperatuur en dat is recordhoudend begreep ik. En het is niet de eerste keer dat we deze wonderlijke verschijnselen meemaken. Vrouwlief viert een dezer dagen haar verjaardag. In de tweede helft van de jaren zestig, ik had nog verkering met haar, vierde ze die jaardagen ook. Uiteraard! Grootser dan nu met mensen uit familie- en vriendenkring die indertijd nog een heel andere samenstelling had. Het was koud op die dagen dat die verjaardag gevierd werd. Vaak viel er al sneeuw en rond die datum, liep het verkeer vast door de enorme ijzeloverlast. Ik was op de Puch gekomen, normaal een ritje van een minuut of tien van/naar het eigen huis in mijn vroegere woonstraat. Maar bij sneeuw en ijzel natuurlijk niet. Spiegelglad, dus stapvoets rijdend.
En onderweg af en toe slippend, dat hoorde er bij. Het autoverkeer stond praktisch stil, op trottoirs gleden mensen spontaan uit. Voor de Gemeente-Reiniging voldoende had gestrooid waren we weer een uur verder en ik vast al thuis. Het lukte, maar de omstandigheden waren best heftig. Indertijd werkte ik op het (toen nog) oude Schiphol. Vliegtuigen stoppen zelden met vliegen, de handel moest altijd doorgaan, dus je ging gewoon naar je werk. Ook bij gladheid. Met die brommer was dan best een hele oefening. Er was een alternatief. Met de tram naar het Centraal Station in onze hoofdstad en dan over op bus 9K van Maarse en Kroon die aan de overkant van het plein stond te wachten op zijn passagiers. Als je mazzel had. Zo niet stond je te kou kleumen.














