Uitgebromd…

Uitgebromd…

En dit slaat zeker niet op mijn over het algemeen vrij vrolijke natuur of een neiging om op alles en iedereen te brommen of fitten. Nee hoor, heel letterlijk, ik ben uitgebromd. Was ooit wel een jonge maar heel enthousiaste brommerrijder. Immers, fietsen was op zich best aardig maar had ik in mijn jonge jaren voldoende gedaan. Daarbij was de sociale druk in onze vroegere woonstraat zodanig groot dat je wel mee moest met de rest van de leeftijdgenoten. En waar veel lieden van dezelfde leeftijd opgroeiden en de wens tot opvallen ook toen al sterk aanwezig bleek, was de doorgroei van een fiets naar een met een motor aangedreven ‘brommer’ logisch.

Opvallend, bromfiets rijden leerde je van je Pa of een vriendje die deze kunst al onder de knie had gekregen. Mijn eerste brommer, ik was net 16 jaar oud, kreeg ik nog cadeau van mijn leasepa. En die kende zijn Pappenheimers, hij had al twee total-loss fietsen bij mij meegemaakt en mijn vijf jaar oudere broer Rob had ook de nodige brommers aan gort gereden, dus een vijfdehands HMW werd mijn deel. Ik heb er al eens over geschreven in het verre verleden.

Ik leerde er mee op zo’n ding rijden, maar een succes was die vermoeide Duitse brommer niet. Een met hard werken te betalen tweedehands opvolger was een Locomotief met Sachsmotor. Een hele stap vooruit en ik kon met mijn toenmalige verkering(en) uit de voeten. Het was een werkpaard. Zijn opvolger toch meer een opvallend gestylede mini-motor van hetzelfde merk, drie versnellingen, klein stuur, grote tank. Ik heb er heel wat avonturen mee beleefd.

Veel ook in relatie tot de diverse andere hobby’s die het jongmens Meninggever er op na hield. Na nog veel langer sparen en hard werken (ja kom er maar eens om, maar zes dagen per week in het aanschijns van…) bestelde ik mij een splinternieuwe Puch. Met chroom, budyseat, verhoogd stuur en nog zo wat zaken. Toen hij werd afgeleverd regelde overbuurman en vriend Fred dat het uitlaatpotje werd doorgeslagen opdat het Oostenrijkse wonder op wielen de 65km/u aantikte. Dat reed uiterst plezierig.

En bleek ook voor mijn woon/werkverkeer van toen handig. De witte Puch deed wat hij moest doen. Tot mijn toenmalige chef de bureau op Schiphol vond dat ik wel toe was aan een ‘auto van de zaak’. Rijbewijs was intussen behaald (paste in de volgorde..) en dus mocht ik de VW Bus van het bedrijf voortaan meenemen, mits ik buiten kantooruren maar beschikbaar was voor spoedklussen… Dat kantoorwerk op Schiphol ging toen niet over lekker onderuit zitten. De klant had altijd gelijk en ging voor alles. Dus…. Intussen was de Puch alleen nog mijn vervoer in het weekend geworden. Busje bleef dan verplicht voor de deur, Puchje was voor de sociale contacten en sleet verder nog slechts door het poetsen. Op enig moment veranderde mijn sociale status. Een auto was onontbeerlijk en we gingen nu daarvoor aan de spaarslag. De Puch werd verkocht en het geld dat dit opleverde legden we bij die gedroomde nieuwe auto. Maar dat zou nog even duren. Intussen was ik uitgebromd. En zag je ook dat het fenomeen bij anderen steeds meer verdween. Intussen is de wereld veranderd. Men wil scooters, liefst elektrische. Maar die overgebleven brommers van toen, intussen een jaar of 60 oud, gaan voor (heel) veel geld van de hand. Bedenk maar eens dat je voor de prijs van een goede bromfiets van toen nu een aardige tweedehands auto kunt kopen. Het kan verkeren. Dit soort verhalen staan ook mooi beschreven in het boekje ‘Mijn broer die had er ook zo een’ door Jack Botermans en Wim van Grinsven uitgebracht door Terra Lannoo BV isbn nummer 978 90 5897 926 1. Gekocht bij een Kringloopwinkel voor een mooi prijsje. Echt een aanrader voor hen die deze periode hebben meegemaakt. Net als ik. Ik denk er nog wel eens aan terug. Maar verlangen is anders. Wie wel eens in de winters van toen op zo’n ding dwars door de wind een kilometer of 30 lang moest rijden weet dat fysiek afzien bepaald ook aanwezig was. En dat dan zelfs een VW Bus heel veel comfortabeler was, want kachel aan boord. Maar nostalgie moet je koesteren natuurlijk. En ik doe dat…bij deze…. (Beelden: archief)

De auto van pa….

De auto van pa….

In mijn lange ervaring binnen de automotive-branche en alles daar omheen is me wel duidelijk geworden dat hele generaties autobezitters/rijders zich vaak bij hun merkkeuze orienteerden op wat zij vroeger in hun jeugd thuis aan auto’s meemaakten. De autokeuze van ‘vader’ werd dan vaak 1 op 1 overgenomen. Wat leidde tot een grote merkentrouw in bepaalde families.

Men luisterde nog naar de oudere generaties en daar zijn sommige merken heel groot mee geworden. Zo was Opel ooit jarenlang nummer 1 qua marktaandeel in ons land. Opa, vader en zoon allemaal Opel-rijders. Veel auto voor je geld en dan die leuke vakanties die men zich zo goed herinnerde. Daar waar ‘pa’ een avontuurlijker mens bleek of bij toeval stuitte op een auto die beviel dan wel betaalbaar was zag je merken als Fiat voorbij komen of Citroen.

Mensen met een voorkeur voor het bijzondere gingen nog wel eens voor een Brits automerk en namen de ‘makkes’ daarbij mee als ‘dat hoort er bij..’. Er waren ook mensen die kozen voor degelijk, no-nonsens. Maar niet wilden rijden in een ‘dweil op de weg’, ook het imago van Opel. Dat volk koos dan voor Ford of Volkswagen. En bleef ook net zo merktrouw. Voor de directieleden van bedrijven waren er de grote Amerikanen, Mercedes en dergelijke. Niet meteen een familiemerk vaak, maar wel goed opgeslagen in de herinnering.

Bij ons thuis kwamen heel wat merken voorbij. Chevrolet, Studebaker, Ford, Hansa, Citroen, maar ook IFA (Oost-Duitse DKW), DKW en vooral Skoda. Vooroordelen (niets menselijk was ons vreemd) zorgden voor een totale afkeer van Italiaans en Frans spul. Ik kan me niet herinneren dat we daar ooit in zijn weggeweest. En de klap met de malle molen raakte ook mij toen ik zelf voor de keuze stond een nieuwe auto aan te schaffen.

Ik beschreef dat al eens een paar jaar terug in de hoofdstukken over ‘leven met de vliegende pijl’. Een Skoda werd mijn vervoermiddel en waar ik ze zelf kocht was en is dat nog altijd mijn favoriete merk. Zeker toen ik ze later in mijn leven zag bouwen wist ik, ‘dit zit goed’. Zakelijk kwamen er ook Subaru’s voorbij, Hyundai’s, Daihatsu’s, Oldsmobiles, Dacia’s, FSO’s en af en toe een grote Audi, VW, Renault of Rover. De acceptatie veranderde intussen en nieuwere generaties kijken heel anders aan tegen die vele automerken.

Men kijkt niet meer weg van Chinese wagens met een krankzinnig bedachte naam. Maar ja, lage aanschaf, bijtelling en natuurlijk elektrisch want moet van de baas… De mening van Pa of de rest van de familie telt nu minder. Opel staat niet meer in de top 10, het merk werd Frans net als Fiat of Alfa-Romeo. De merkwaarden van toen zijn verdwenen. Net als sommige merken die we indertijd koesterden. Ten onder gegaan of in handen gevallen van Chinese bedrijven.

Denk aan Saab (failliet) of Volvo (nu Chinees). Rolls Royce werd BMW en Bentley ging naar Volkswagen. Niets is meer wat het ooit was, maar het was voorheen lang zo gek nog niet qua indeling van de markt en haar merken. Je moet er nu zowat een studie voor volgen. En bedenken dat die nieuwe auto (of dure tweedehands) je kan brengen waarheen je wilt. Actieradius een groter ding dan vroeger. Maar toen was technische betrouwbaarheid iets vaker een dingetje. Kortom….er is veel veranderd. En Pa? Die kijkt vanaf een wolk toe, schudt zijn hoofd en bedenkt zich dat wat zoonlief nu weer oreert complete onzin is. Immers, alles is relatief…. Voor jou ook? (Beelden: Archief)

Dure kringlopen…

Dure kringlopen…

Wie mij al wat langer volgt weet dat ik wel houd van een bezoekje aan kringloopwinkels. En dat ik dat intussen vrijwel overal in Nederland deed of doe waardoor een zeker inzicht is ontstaan over hoe die zaken functioneren. Een jaar of 15 geleden waren veel van die winkels nog echt adressen voor tweedehands spullen die vaak voor een prikkie de deur uitgingen. De meeste winkels van dit type met een beoogd goed doel als onderliggende strategie.

Dat kan een extern doel zijn maar soms ook de eigen organisatie die werk geeft aan mensen met ‘een achterstand tot de arbeidsmarkt’. Alleen dat al maakt het fenomeen interessant maar zeker ook het feit dat door sommige mensen afgedankte spullen bij anderen goed van pas komen. Met name zij die een klein inkomen bezitten vinden vaak meubels, verlichting, kleding of wat ook bij deze winkels en dat lijkt mij een prima systeem. Wat ik ook constateer dat die kringlopers zorgen voor duidelijk veranderde rommelmarkten of bijvoorbeeld het aanbod van de handel die je kunt kopen op het Amsterdamse Waterlooplein.

Dat was ooit de bakermat voor dit soort spul. Maar die verkopers (en inkopers) daar kunnen veelal nauwelijks meer aan de handel komen en gaan over op typisch toeristenspul. De charme van die oude vlooienmarkt meteen verdwenen. Maar nu is er iets gaande wat mij als trouw bezoeker zorgen baart. In de afgelopen jaren zijn veel kringloopwinkels (of hun bovenliggende ketens) overgestapt op een andere formule. Ze gaan echte winkel spelen. Verbouwen de boel, zetten vitrines neer, gaan veilingen organiseren en pikken inspirerende prijzen op van het internet.

Ineens is de vraagprijs op Marktplaats voor wat dan ook de nieuwe norm in het kringloopgebeuren. Resultaat; de verkoopprijzen van veel spullen zijn te hoog. De charme van het zoeken bij dit soort winkels verdwijnt en de kans op een ‘schat’ voor weinig, toch ook een beetje de lol, verdwijnt. Men haalt vaak ‘experts’ in huis die de waarde taxeren met een natte vinger en basiskennis van de te bekijken zaken. Ik heb al heel wat van die winkels zien veranderen. Ik zoek natuurlijk heel specifiek en merk aan den lijve dat wat ik wil vinden nu te koop staat voor prijzen waar je elders, neem de Action of Ikea, nieuwe spullen voor naar je toe haalt. Geldt ook voor boeken. Als je de enorme voorraad boeken ziet die men gratis binnen krijgt, snap je niet dat men die handel in de winkels neerlegt voor prijzen waar De Slegte zich niet voor zou schamen. Is dat de bedoeling? Vast niet. Want onze vaste adresjes laten zien dat men vaak lang met de spullen blijft zitten en op enig moment met fikse kortingen moet proberen van de overtallige zaken af te komen. Dat kan de bedoeling niet zijn. Veel adressen slaan wij tegenwoordig zelfs over. Prachtig uitgedost, aardig personeel nog steeds, maar compleet de weg kwijt qua prijzen. En ik wil niet alles in vitrines kunnen of hoeven bekijken. Bakken met leuke zaken die ik bijna moet omkeren zijn veel leuker. Maar ik vrees dat die gouden tijden niet meer terug zullen keren. De nieuwe managers die ook in de kringloopwereld veilingmeester spelen zullen dat voorkomen. En dat doet mij als liefhebber (..) best verdriet….. (afbeeldingen: archief)(Bij toeval zond RTL onlangs ook een item uit over die duurdere KLWs. Maar toen was mijn verhaal al geschreven….)

Hel..

Hel..

Voor hen die diep geloven is er de zekerheid dat zij na de dood op hun daden bij leven worden beoordeeld en dan ingedeeld bij reizigers naar ‘boven’ of ‘beneden’. Beneden in dit geval de Hel waar een eeuwig vuur brandt en assistenten van de Duivel hen zullen kwellen en folteren voor hun daden in dat leven van voorheen. Dat je zo nette mensen kreeg die de kerk goedgezind waren en de Bijbelinhoud volg(d)en lijkt logisch. Immers niemand wil dat meemaken, nu of in de toekomst.

Maar wenst dat ook niet voor hen die de mens lief is. Voor hen die niet geloven is de Hel meestal iets wat ze in het dagelijks leven ontmoeten of meemaken. Een ernstige ziekte kan helse ellende en pijn veroorzaken, net als criminaliteit, oorlog of terreur. We zien dat laatste momenteel op diverse plekken in de wereld voorbij komen en snappen maar nauwelijks hoe het moet zijn om dat aan den lijve te ondervinden. De slachtoffers des te meer. De Hel op Aarde gaat voor hen zeker op. Hoe triest ook.

De gruwelijkheden van wat men soms meemaakt maken dat ook een verder leven bestaat uit kwelling en foltering. En terwijl wij druk zijn met ons eigen leven, ons inkomen, wat we gaan eten vanavond of waar de vakantie heen zal gaan, sommige mensen hebben helemaal niks, zelfs geen eten voor hun kinderen, en maken die Hel soms jarenlang dagelijks mee. En bepaald niet altijd door eigen schuld. Je hebt mensen die nul komma nada invloed hebben op de loop van hun leven. Je zult maar in een land wonen met corrupte bestuurders die jouw oogst zien als de hunne, jouw vee als hun avondmaal, jouw vrouw als hun bezit. Waar marteling hoort bij het dagelijks rantsoen, maar eten niet.

En echt, voldoende volksstammen leven onder een dergelijk juk. Niet benoemd door mensen die hier voor het minste of geringste op de Dam staan te gillen of bij Den Haag en Amsterdam snelwegen blokkeren. Namaaksocialisten die niet kunnen denken vanuit een kapitalistisch en democratisch scenario. Echte ellende, ze kennen het niet en maken zich niet druk om die vrouw die haar kinderen van honger ziet sterven. Of weet dat zij zelf aan Aids zal overlijden omdat niemand zich druk maakt om haar lot, zeker de man niet die haar die ziekte doorgaf. De Hel is er dus in vele verschijningsvormen. En komt eerder dan op dat moment van overlijden. Veel mensen maken die ruim daarvoor al door. Onbegrepen, ongehoord, ongezien. En dat vind ik dan weer onbegrijpelijk….en tegelijk schandelijk. (beelden: archief)

Overbekend; Bedford!

Overbekend; Bedford!

In 1931 besloot het grote General Motors om een Brits alternatief te bedenken voor de Chevrolet-bedrijfswagens die tot dan in het Verenigd Koninkrijk werden geassembleerd. In de buurt van Luton werd een nieuwe fabriek gebouwd, speciaal voor typisch Britse bedrijfswagens. De eerste reeksen daarvan leken veelal nog steeds op die Chevy’s maar later werden de Bedford’s steeds Britser en authentiek.

Bedford viel qua management onder Vauxhall, het personenwagenmerk uit het VK dat diende als alternatief voor Opel op het vasteland. Bedford werd een heel groot truckmerk toen men in de Tweede W.O. maar liefst 250.000 wagens kon leveren aan de Britse strijdkrachten. Waar ze voor allerlei doeleinden werden benut. Een deel van die wagens kreeg na de oorlog een civiele taak, waarbij men het meest succesvol was met de zogeheten ‘OB-reeks’ die ook in onze streken werden geleverd en mateloos populair waren.

Al was het maar omdat die wagens goed in elkaar staken. De OB werd ook geleverd als bus en die reden bij ons op korte routes of toeristentrips rond. In 1950 kwam het bedrijf met de SB, oftewel de Big Bedford. Een grote truck met een ronde cabine waarbij de vroeger uitstekende neus werd vervangen door een motor onder de vloer van die stuurhut. Ze werden geleverd in civiele en militaire uitvoering en met name die laatste deed decennia lang dienst.

Bedford opende in 1957 een nieuwe fabriek in Dunstable om de productie verder op te kunnen voeren. Nieuw waren ook de dieselmotoren van het merk die de bruikbaarheid van Bedford’s sterk vergrootte. In 1960 zette men de TK-serie in de markt en die wagen was voor zijn tijd zeer modern. Ook in ons land was dit een zeer populair trucktype. Daarnaast overspoelde Bedford de markt met bestelwagens in de klasse van 1-2 ton die je o.a. zag rijden mij de Nederlandse PTT. Opvallend daarbij, de schuifdeuren voor de bestuurder. Handig in smalle straatjes.

En zo ging het Britse merk maar door. Men had een goede naam en faam en kon in de meeste klasse bedrijfswagens aardig meekomen. In onze streken werd de populariteit minder door de heftige concurrentie vanuit producten en merken die in deze segmenten vaak moderner en goedkoper alternatieven boden. Maar in Engelstalige landen bleef Bedford een begrip. Opvallend is ook dat Bedford op enig moment ook de bedrijfswagens voor Opel moest leveren toen dat Duitse zustermerk in een vacuum kwam door het stopzetten van o.a. haar Blitz-serie bedrijfswagens.

De Britse Bedfords kregen het stuur op de juiste plek en zorgden zo voor omzet bij de Opeldealers. Intussen is het verhaal van Bedford gerationaliseerd. Men leverde o.a. Vauxhall-bestelwagens met de bekende merknaam maar was ook in staat om kleine Japanse mini-bestellers als Bedford in de markt te zetten. Hier is het merk nu verdwenen. Eigenlijk net als Vauxhall. General Motors haalde door de jaren heen de bezem door haar Europese organisaties en deed een deel over aan PSA waar het nu onder Frans management verder zal moeten. Maar wij koesteren nog even die prachtige trucks van toen. Wat hadden die Britten toch een hoop te leveren….. (Beelden: Archief)

Loyaliteit…

Loyaliteit…

Dat woord en begrip uit de kop boven dit blogverhaal slaat zeer zeker op hoe ik karaktertechnisch in elkaar steek. Ik ben redelijk trouw, dus loyaal en houd daardoor ook vast aan bepaalde principes. Mensen die goed (of lief) voor me zijn mogen rekenen op mijn steun in lastige tijden of de bekende knuffel. Maar ik val ze ook niet af of aan. Dat is een karaktereigenschap die me veelal het nodige bracht maar me soms ook aardig de bol deed stoten. Immers, veel bedrijven en mensen zijn niet zo van de loyaliteit. Die zoeken de randen op, lopen geld achterna of lieden die mooie(re) verhalen vertellen waardoor de volgers zonder principes het eigen gewin meteen zien. Loyaliteit is overigens niet dat je dom en onnadenkend door het leven gaat. Je kiest voor een positie en voelt je ook ergens senang bij.

Dat kan zijn in een menselijke relatie, vriendschap, maar ook werkkring. Wie mij kent weet wat ik bedoel. Zelfs mensen die me in het verleden hebben gekwetst kan ik soms nog wel eens naar waarde schatten. Mits ze niet over een bepaalde streep van wat nog acceptabel was of is, heen zijn getrokken. Dan word ik als Meninggever getergd en blijf die man/vrouw veroordelen tot op het bot. Veel meegemaakt en dus een grote afvalput vol van dat soort lieden. Messen in de rug kreeg ik genoeg om van die afvalput geen spijt te hebben. Maar zij die me beetpakten en meesleepten naar fraaie avonturen, nieuwe uitdagingen of mooie en warme genegenheid kunnen rekenen op die oude Steenbok die zijn bewondering dan niet onder stoelen of banken steekt. Onlangs zag ik weer wat mensen die loyaal waren aan hun eigen bankrekening en overstapten van het ene naar het ander bedrijf. Alle zaken die zij voorheen hadden uitgedragen waren ineens niets meer waard. Ik kan daar slecht tegen. Ben nog steeds trouw aan het automerk waaraan ik zoveel te danken heb of had maar waar ik bij de bedrijven die er mee te maken hadden de bol soms fiks stootte. Wellicht ben ik op dat punt wel een dromer, maar voor mij voelt dat goed. Zo ook bij mensen uit de vriendenkring. Of in de familie. Niet dat die laatste nu nog zo groot is, maar die enkeling die er nog is kan op mijn aandacht rekenen. Zij die dat omgekeerd nooit op kunnen brengen veeg ik naar dat eerder genoemde afvalputje. Het is niet anders… En jij, waarde lezer van mijn betoog, hoe zit jij in elkaar? Laat maar even weten. Ik ben benieuwd of ik de enige ben die vasthoudt aan principes en of ik daarin naief ben of toch nog aardig realistisch. (Beelden: Archief)

Vliegtuigjes…

Vliegtuigjes…

Zo omschrijven veel mensen van volwassen leeftijd zonder al te veel eigen liefhebberijen de gedachte dat je met een doosje plastic onderdelen en een tekening iets in elkaar gaat zetten dat moet gaan lijken op een vliegtuig, maar dan op schaal. En vul voor dat woord vliegtuigje maar in; autootje, treintje, bootje, huisje of wat ook. Want de plastic modelbouw wereld is veel groter dan sommigen zich realiseren.

En voor de goede orde, was dit ooit een meer dan betaalbare hobby, tegenwoordig moet je flink diep in de eigen zakken of budgetten tasten om je een aardig model te veroorloven. Kijk maar eens in het eldorado voor grote en kleine liefhebbers van het vliegende spul, de Aviation Megastore in de Zuidwesthoek van Schiphol, aan de rand van de Ringvaart en de oude N201. Wat je daar aantreft aan keuze en schalen is onvoorstelbaar, maar dat geldt ook voor het geld dat op de kassa achterblijft als je iets van de gading hebt gevonden.

Die modelbouwindustrie bestaat niet alleen meer in Engeland of Amerika. Tegenwoordig zijn Chinese, Japanse, Tsjechische of Poolse bedrijven wereldwijd dominant en wat zij aan detaillering en potentiele bouwkwaliteit bieden is ongekend. Je betaalt iets, maar dan krijg je ook wat. Een beetje modelbouwer bedient zich ook van het juiste referentiemateriaal, verf, lijm, gereedschap en zo meer. Alles bij elkaar best een kostbare geschiedenis.

Hoe anders was dit toen ik nog een klein ventje was en met zeer weinig zakgeld mijn eerste modellen aankocht. Dat waren in de meeste gevallen kits van Airfix. Een Brits bedrijf dat al sinds 1939 bestond en na een paar jaar andere speelgoederen te hebben geproduceerd in 1949 kwam met de plastic kits die het zo beroemd zouden maken. Met veel pijn en moeite en geleend geld kreeg men de productie van deze simpel te bouwen kits voor mekaar en deed men de slimme zet door die kits te verpakken in plastic zakjes die werden afgesloten via een omgevouwen papieren bouwtekening met aan de buitenkant een fraai getekend actiebeeld van het te bouwen vliegtuig.

Voor weinig geld te koop en elk jaar weer een paar nieuwe. Via de lokale speelgoedwinkels te vinden. Later voegde men auto’s, tanks, boten en zo meer toe aan het gamma. En door het toen recente verleden, de twee wereldoorlogen waren maar relatief kort geleden afgelopen, had men geen enkele moeite met voorbeelden vinden die jonge bouwvakkers van deze kits konden aanspreken.

Latere kits groeiden in omvang, kregen kartonnen verpakkingen, hogere prijzen maar ook een sterk verbeterde vormgeving en kwaliteit. Burgervliegtuigen werden toegevoegd en zo kon een jeugdige modelbouwer doorgroeien naar een aardige expert op dit gebied. Ik werd er daar een van. Heel wat Airfixkits sier(d)en mijn collectie. Helaas had mijn moeder vroeger de ellendige gewoonte om nu net in mijn uitgestalde collectie te gaan stoffen…Heel wat schade was het gevolg. Airfix bracht later ook dozen vol ‘soldaatjes’ die je kon inzetten bij zelf gebouwde kopie-veldslagen. Je kon er het ‘Wilde Westen’ mee invullen of een of andere Brits koningshuis met gevolg van eeuwen her in het zonnetje zetten.

Alle bijbehorende mannetjes schilderen was best een dingetje. Voor mij zelf waren de grote bommenwerpers uit WO2 meer van de gading. Grote kits, veel werkende onderdelen, de beschilderingen, en als ze dan klaar waren een parkeerplek vinden. Het was een ware uitdaging. En terwijl ik me netjes hield aan de bekende schaalgrootte 1:72 ging Airfix ook over naar 1:48 of zelfs 1:24 en dan kreeg je enorme kits voor je handen waarin men zelfs een elektromotor verwerkte waarmee je propellers kon laten draaien…. Intussen is die modelbouw toch iets meer voor de specialist geworden. Jongelui willen dat niet meer, die zitten op hun kamer met digitale games en hun smartphone. De ware liefhebber toch een slag ouder en professioneler. Maar wat heb ik er nog mooie herinneringen aan. Airfix bestaat nog steeds. Net als ik. Soms vergrijp ik me nog wel eens aan een opgeslagen kit van de bergzolder. En heb weer net zo veel plezier als vroeger….. Kinderhanden zijn snel gevuld…en als je jong van geest bent geldt dat ook nog steeds….. (beelden: Yellowbird archief)

Door de wastunnel….

Door de wastunnel….

Je zult maar een fraai gevormde en ruime stationcar zijn van een gerenommeerd en oud merk, elke dag je ding moeten doen, in weer en wind, door storm en regen, sneeuw, pekel en alles op je huidje krijgen maar het gevoel hebben dat je helemaal wordt verwaarloosd door die ‘baas’ die je weliswaar bij anderen ophemelt maar verder vergeet. Je staat klaar, je doet je ding, maar jouw flanken slaan bruinwit uit van de pekel en modderresten waaraan je in december en januari werd blootgesteld. Bloot als je bent oog je blauw van de kou. Tot die ene dag dat het ineens 12 graden en zonnig werd. De ‘baas’ keek uit het raam en schaamde zich. Was nodig ook. Net als jouw voorgangers werd je bij beter weer altijd lekker vertroeteld, gemasseerd, opgepoetst, voorzien van die drankjes die nodig zijn voor een beetje auto om zich lekker te voelen.

Maar o wee als het winter wordt…dan vrees je voor je hagje. En dus was het een traktatie om meegenomen te worden naar het industriegebied van Amsterdam waar die enorme hal een poedel-, knuffel-, en poetsbehandeling garandeert. Waar wellness voor auto’s hoogtij viert en je jubelt uit je uitlaat als je hoort dat de ‘baas’ de duurste behandeling ‘showroom’ bestelt. Je wordt met warme stralen ingespoten, krijgt warm blauwgroen gekleurd sop over je heen, borstels, je buik wordt schoongemaakt, een waslaag over je blauwe huid, elke rand en hoek schoongespoten. Je krijgt een speciale laag over je ruiten heen, daarna door de baas zelf van binnen helemaal schoongemaakt, afgesponst, en als afsluiting wordt jouw chroom in de was gezet en mag je nog even uitdruppelen. Als de baas dan tevreden naast je staat te kijken en nog wat plekjes heeft bijgewerkt biedt je tevreden je diensten aan. En rijden jullie samen naar huis. Je motor knort als nooit eerder, je voelt je weer nieuw, net als toen je een paar jaar terug uit die fabriek daar in het verre Tsjechie rolde…. En voor de deur glim je als nooit tevoren. Je kunt er weer even tegen. Nu maar hopen dat die verrekte sneeuw en die pijnlijk jeukende zoutlaag weg blijven. Intussen ga je weer in galop. Tot de volgende vertroetelbeurt…. Die jij meer dan wie ook verdient…. (Beelden: Archief)

Onbekende vliegtuigbouwer; Beriev!

Onbekende vliegtuigbouwer; Beriev!

Tussen de grote namen van (Sovjet)Russische vliegtuigbouwers zit er een die we hier in ons land niet tot nauwelijks leerden kennen. Het waarom ligt vooral in het type vliegtuigen dat deze ontwerper door de vele jaren heen ontwikkelde. Hij werd namelijk in eigen land vooral groot en/of bekend door zijn vliegboten en amfibievliegtuigen. En dat is een type toestel dat je hier zelden of nooit ziet en al helemaal niet met een Russische herkomst. Wij kennen Antonov, Ilyushin, Tupolev, Mig of Suchoj, maar Beriev?

Toch is ook dit een traditioneel bedrijf dat met een lange aanloop voor WO2 tijdens dat conflict de nodige patrouillevliegtuigen ontwikkelde en bouwde voor de Sovjet-Marine. Niet alle toestellen even succesvol, maar Beriev had zodanig de smaak van het bouwen voor het grote Moederland te pakken dat het na WO2 doorging met behoorlijk moderne ontwerpen die allemaal bedoeld waren om de Rode Krijgsmacht te ondersteunen bij het verkennen van de zee rondom het communistische vaderland, vijandige onderzeeboten te helpen bestrijden en zo meer. De Be-6, en 12 en nog een hele reeks meer kwamen allemaal in gebruik en deden soms jarenlang hun werk. Men waagde zich soms ook aan een landvliegtuig, maar dit werd meestal geen echt groot succes.

De concurrentie in eigen land maar vooral vanuit toenmalig Tsjecho-Slowakije in dat opzicht te groot. Later, de oprichter was inmiddels zelf gaan hemelen, ontwierp men een indrukwekkende vliegboot met straalmotoren boven op de vleugels. Ideaal voor bestrijden van onderzeeboten maar in een doorontwikkelde geciviliseerde uitvoering ook voor blussen van bosbranden. Als er ergens een waterpartij te vinden was schepte je met deze machine duizenden liter water op en liet die bulk los boven de brandhaarden. Het Ministerie van Binnenlandse zaken in het huidige Rusland kocht er een paar en ook elders in de wereld komen die Beriev’s juist voor dit werk in gebruik. Kortom, een interessant bedrijf dat aandacht krijgt in het handzame boek over deze bouwer uit de ‘Typenkompas’ reeks waarvan ik er al eens eerder een onder de aandacht bracht. Het is een Duitse uitgave en de schrijver put in dit geval uit bakken vol informatie die hij deels verwerkt in de teksten . Wat de leesbaarheid niet groter maakt. In die zin wijkt dit deel af van andere in de reeks. Maar voor de liefhebbers zoals ik is dit een zeer informatieve uitgave. Voor jullie als lezers hooguit een verbazing opwekkend verhaal over de omvang van die Russische luchtvaartindustrie die meer voortbracht dan men ons in het westen soms wilde doen geloven. (Beelden: archief Yellowbird).

Geldezel…

Geldezel…

‘Ha Pa, een een berichtje van mij. Ik heb een nieuwe telefoon moeten kopen en nu dus een ander nummer. Verwijder mijn oude maar en zet even dit nummer in je overzicht. Kostte wel wat die nieuwe en omdat ik ook de huur moest betalen zit ik even ‘short on cash’. Kan je me helpen s.v.p. Laat even weten hoe snel je wat kunt lenen. Uiteraard krijg je het zsm terug’. Zo luidde de SMS die ik kreeg van een verloren zoon die het idee had dat ik oud, seniel, debiel of naief door het leven ga. Bij toeval kwam die SMS net binnen op het moment dat ik zoonlief aan de lijn had over een aantal andere zaken. Dus met een soort glimlach mikte ik dat bericht van die namaakzoon in de digitale versnipperaar.

Maar ze proberen het toch maar. Net als die namaakbanken die je pinpas willen ophalen inclusief pincode en zo meer. Het is een criminele beroepsgroep zonder scrupules waarbij normen en waarden bij opvoeding en opleiding niet zijn meegegeven. De slachtoffers vaak zij die hun leven lang hard werkten en spaarden om het later wat beter te krijgen. Maar dat spaargeld is voor die ratten en kakkerlakken van het laagste allooi juist een bron van inkomen. Gratis geld een doel op zich en werken natuurlijk uit den boze. Je zou eens moe worden. Bij het zien van de diverse opsporingsprogramma’s zie ik meestal dezelfde dadertypes die dit soort criminaliteit bedrijven. En er is een hele groep mensen die er in trapt. Helaas. Waar het niet goedschiks kan komt men het geld wel even voor of bij je opzoeken. Kwaadschiks. Want met vier man een bejaarde man of vrouw overvallen maakt je in eigen kring tot held(en). Gezien de slappe houding van politie en justitie is de kans op strenge straffen vrijwel nihil.

Dus wie of wat houdt ze dan tegen? Kortom ik kan me daar aardig druk om maken. En bescherm via adviezen daar waar het kan bij hen die gevoelig zouden kunnen zijn voor deze fraudeurs en niksnutten. Slapen doen we ‘s-nachts en zelfs dan zijn we nog waakzaam. Gelukkig zou in onze familie de situatie met die telefoons (smartphones) heel anders verlopen. Door ervaring leert men. Dus ‘zoonlief, mijn smartphone doet het weer niet, dus je kunt me even niet bellen of mailen….ik moet een andere hebben….wil je me helpen met de keuze?’ komt eerst. En dat leidt meestal tot goede resultaten. En dat houdt ongedierte weg uit mijn leven. En wie het toch probeert…..we gaan zien wat er dan met hen gaat gebeuren. Is iemand onder mijn lezers al eens geconfronteerd geweest met geldezels van deze aard of soort, dan wel met een bank die jouw pinpas wilde ophalen?? Ben benieuwd….. (beelden: archief)