Wolseley – Brits en iconisch..

Wolseley – Brits en iconisch..

Wanneer een automerk kan bogen op een geschiedenis die al start aan het einde van de 19e eeuw hebben we te maken met een historisch merk. Ik beschreef er in mijn alfabetische serie verhalen over automerken een aantal die dat genoegen konden doen smaken. Wolseley is er ook zo een. De eerste personenauto van het merk reed in 1895 al rond. Overigens ontworpen en gebouwd door meneer Herbert Austin die later onder eigen naam nog de nodige faam zou krijgen. (zie Austin blog 271019)Wolseley zat altijd wat aan de bovenkant van de markt, zonder meteen de echt dure en chique merken concurrentie aan te doen. Maar een Wolseley was niet voor iedereen bedoeld. Geld verdienen was overigens niet hun grootste pluspunt.

Al in 1927 ging de boel failliet en nam Morris de handel over en lijfde het merk volledig in. En door de overname van Wolseley werden die auto’s van Morris betere wagens. Wolseley bleef gewoon eigen auto’s bouwen maar deelde wel vaak de techniek daarvan met Morris. Na de oorlog kwam het merk terug van weggeweest met de nodige klassiek aandoende wagens die allemaal een zekere luxe uitstraalden. In 1952 verscheen de 4/44. Een vlot aandoende auto met naar keuze een 1250cc motor van 47 pk of met een 1.5 liter die 56pk’s meebracht. De auto was prachtig luxe en chique en lederen bekleding was uiteraard onderdeel van de uitrusting.

Doordat Morris nu ook samenwerkte met Austin en MG kwam er ook een sportieve versie van op de markt onder de naam Magnette. Een zustermodel van de Morris Six was de Wolseley 6/80. Een zespitter met bovenliggende nokkenas gaf de auto met zijn 80pk’s voldoende vermogen om anno 1950 de Britse politie te interesseren er een serie van aan te schaffen. De enorme neus en grille stonden garant voor voldoende uitstraling als je er mee onderweg was. De Wolseley’s uit de jaren die volgden werden weliswaar steeds meer gemoderniseerd, ze bleven aardig conservatief al hadden ze technisch wel al de nodige modernisering ondergaan.

Kopklepmotoren waren anno 1954 bij de meeste merken nog niet ingeburgerd, Wolseley had dat wel voor elkaar. In 1956 kwamen er automaten beschikbaar wat het chique karakter nog eens extra bevestigde. Een Morris Minor in andere verpakking was de Wolseley 1500 uit 1957. Juist dat chique karakter en wat andere carrosserie van de Wolseley zorgde er ook voor dat ze in Nederland ook bekend raakten. Dat gold ook voor de latere variaties op het door Pininfarina getekende ontwerp van de Austin Cambridge dat als Wolseley 15/60 en 16/60 zorgde voor dat kopers van deze modellen zich net even meer verheven konden voelen boven de massa dan in een Austin of Morris zustermodel.

Overigens maakte dat qua roestvorming niet veel uit, want die was in deze periode aardig actief. Met de modellen uit de jaren zestig kreeg dat Wolseley-badge steeds meer een chique karakter. Zo had je anno 1965 in je 6/99 of 6/110 een zescilinder motor, bekrachtigde schijfremmen e n een overdrive. Ook een Borg-Warner-automaat was leverbaar terwijl het je verder niet ontbrak aan fraai houten dashboards of lederen bekleding.

Grappig genoeg was ook deze reeks in trek bij de Britse politie. Maar dat was ook meteen de laatste Wolseley in politie-uniform. Latere Wolseley’s waren vooral auto’s van de zustermerken met een sausje van het chique merk qua uitmonstering. Denk maar eens aan de Mini of Austin 1100, die werden uitgerust met allerlei leuks uit de schappen van het comfortmerk. De grille maakte direct het onderscheid. Gold ook bij de Wolseley 18/85 en SIX, een wagen die baseerde op de Austin/Morris 1800. Helaas zou het opwaarderen van Austin’s en Morrisjes met Wolseley kenmerken eigenlijk ook zorgen dat het ooit zo mooie merk verdween. Tuurlijk deed men nog wel eens aan badge-engineering, maar het merk ging toch ten onder. Net als zoveel andere Britse merken van mooie oude tijden en dingen die hadden kunnen gaan zoals ze niet gingen….

Vrijdag de 13e…

Vrijdag de 13e…

Het kan zijn dat je het vanochtend even hebt gemist, maar het is die bijzondere dag die eens in de zoveel tijd veel mensen parten speelt. Die blijven vandaag thuis, doen geen klussen, houden hun apparatuur of cv-ketel uit, gooien bij elke stap zout over hun linker schouder en zouden het liefst in bed blijven liggen. Vrijdag de 13e is een dramatische dag voor bijgelovigen. En zij worden veelal gevoed door verhalen van derden dat nu net op die dag grote rampen of kleinere plaatsvonden in de prive-sfeer. Waar dat vandaan komt?

Het kan zijn uit de Bijbel waarin sprake was van een dertiende gast aan tafel bij het Avondmaal van en met Christus. Die 13e gast was Judas en die zorgde er voor dat hij zijn predikende voorganger aan het kruis hielp nagelen. Ook in bijgelovige kring gaat men uit van 12 als een soort rustgevend getal, en 13 een verstoring van die orde. Dat Christus ook nog eens op (Goede)Vrijdag is ge-executeerd maakt dat bijgeloof extra beladen. In de verre oudheid waren er trouwens al wetten waarbij de 13e werd weggelaten. Of zoals we wel eens hebben leren kennen, bij de Chinezen moet je niet aankomen met een kamernummer 13 of de 13e etage van een gebouw.

Tegenbewegingen kwamen er ook. De Thirteen Club in de VS werd bijvoorbeeld zo beroemd (nooit meer dan 13 gasten aan tafel op de 13e dag van de maand in kamer 13 van een toen befaamd gebouw). Maar het ging ook wel eens gruwelijk mis. Zo liet Koning Filip IV van Frankrijk op vrijdag de 13e oktober van het jaar 1307 honderden ridders van de Orde der Tempeliers oppakken en vastzetten, martelen en executeren. Niet meteen een geluksdag voor die lui dus. Op vrijdag 13 september 1940 werd Buckingham Palace door de Luftwaffe gebombardeerd. Of een gigantische cycloon die op 13 november 1970 vele tienduizenden doden maakte in Bangladesh dan wel de ramp met de Costa Concordia op de Italiaanse kust in januari 2012. 30 doden het gevolg. Pure pech of noodlot? Hoe dan ook, er gebeurt altijd wel iets bijzonders op die vrijdagen de 13e. Ik zou dus maar een beetje voorzichtig doen, en als er niets vreemds plaatsvindt…prijs je gelukkig. En geniet van het feit dat het noodlot ons allen goed gezind was. En zo niet, ik neem aan dat je dan wat je overkwam wel met mij en de andere lezers wilt delen…toch? Happy 13th!! (Beelden: archief/internet)

Botte marketing-les…

Botte marketing-les…

Kijk, een van de lessen die ik leerde in mijn professionele carriere is dat je moet doen wat je zelf predikt. Dus als je meent dat jouw merk auto, drank, brood of pakweg je geloof het beste is wat de mensheid kon of kan voortbrengen dat je dit dan ook door eigen gedrag uitdraagt. Is bij die geloven of religies al erg lastig, maar in het geval van marketing en verkoop en zeker ook de politiek is het kennelijk buitengewoon ingewikkeld. Een volkspartij die zegt te staan voor de gewone man, de arbeidersklasse of zoiets, moet geen voorman/vrouw kiezen van het type Kaag, want dan ben je meteen ongeloofwaardig. Ben je voor het welzijn van de dieren moet je niet allerlei bbq’s organiseren, want dan val je direct door de mand. Een dikke kapitalistische voorman van de PvdA/Groenlinks is dus voor mij meteen ongeloofwaardig en ik snap dan ook niet dat er zoveel linksige types achteraan lopen. Net zo min als ik snap dat je achter de dame van de SP aanloopt met haar prachtige mantelpakjes en jurkjes. Die hoort vanuit haar achtergrond in Mao-pakken rond te lopen. Nou zo is het dus ook op andere terreinen van toepassing.

Ik snapte nooit dat wij indertijd dealers in de organisatie hadden die bij een meeting of training op kwamen dagen in een Mercedes of BMW. Je gaat naar het sportveld, de familie of de kerk met de auto die je verkoopt. Ik zelf was daarbij aardig zuiver in de leer, maar ja, dat kwam ook pas na een paar jaar natuurlijk. Al doende leert men. Dus vind ik ook dat winkels die staan voor goede kwaliteit of veel voor weinig, dan wel (voorbeeld) betaalbaar eten, in het eigen restaurant geen bestek moeten verstrekken dat absoluut niet is opgewassen tegen de te stellen taken voor dat spul. Ik heb het als voorbeeld maar even over de Hema. Een bedrijf waar men jarenlang goede kwaliteit voor betaalbare prijzen predikt te verkopen. Nou dat geldt niet voor dat bestek in hun restaurants. Al enige tijd erger ik me gek aan het feit dat je met de verstrekte messen de (verder heerlijke en dik belegde broodjes) niet kunt doorsnijden. Toch een kerntaak voor dat soort gereedschap. Dat moet toch beter kunnen zou je denken. Geldt ook voor hun stoelen. Die maken een krasgeluid van heb ik jou daar op de veelal stenen vloer van die winkel. Kwestie van een paar vilten glijertjes en hup opgelost. Maar nee hoor, in zowat elk filiaal is het een gekras en gekleppen van jewelste. Ik snap dat niet. Zal wel een oekaze vanuit het hoofdkantoor achter zitten, maar het klopt niet bij het best vriendelijke imago van deze zaken.

Ook enkele vorken van dat bestek krijg je soms zo krom in handen dat kennelijk iemand anders er voordien ook mee heeft getracht de etenswaar in bedwang te houden en daarbij Uri Geller-achtige krachten uitoefende op het dunne materiaal waaruit die vork is gemaakt. Dat moet beter kunnen Hema! Nu leidt het tot ergernis. Terwijl er met die broodjes helemaal niks mis is. Leg vijf cent op de prijs van elk aangeboden gerecht of versnapering en je kunt jezelf duurder en beter (vooral scherper) bestek veroorloven. Maakt mij in ieder geval gelukkig(er). (Beelden: prive)

Ontwerp door de jaren heen…

Ontwerp door de jaren heen…

Wie een beetje into auto’s is en ook al wat jaartjes meedraait zal meteen kunnen aangeven dat de auto door die jaren heen enorm van uiterlijk is veranderd. Tegenwoordig lijken auto’s allemaal op elkaar? Nou, dat deden ze vroeger ook hoor. Als ik tien vooroorlogse modellen naast elkaar zet zien ze er vrijwel allemaal hetzelfde uit. De detailverschillen veelal alleen terug te vinden in merk-emblemen (vaak een groot ornament boven op de radiator) en onderhuids.

Maar het gros van de auto’s van toen was hoekig van vorm, had een tweetal koplampen die uitstaken boven de voorste spatschermen en als je geluk had zat je er redelijk droog in. Tijdens en na de oorlog werden de ontwerpen voor auto’s uitbundiger. Lucht- en ruimtevaart deden hun aanwezigheid gelden. Raymond Loewy (Amerikaanse ontwerper van grote naam en faam) was een man die deze trend handen en voeten gaf bij een aantal merken.

Vleugels, ornamenten, brede grilles en lage (Step-Down) carrosserie waren in de jaren vijftig schering en inslag. Begin jaren zestig werden de vleugels vervangen en halverwege die periode werden auto’s compacter, zuiniger en ook meer betaalbaar. In Europa en elders deed de hatchback zijn intrede. Geen klassieke sedan meer met een uitstekende kofferbak maar een derde of vijfde deur die toegang gaf tot een kleine bagageruimte maar door het wegklappen van achterbank of stoelen maakte dat je alsnog bijna kon verhuizen.

In Nederland waren met name de driedeursvarianten daarvan mateloos populair, immers goedkoper dan een versie met vijf deuren…. Doordat met name de Europese merken, maar later ook de Japanners en Koreanen werkten met relatief kleine motoren, konden de ontwerpen voor hun stadsauto’s of compacte types ook anders worden vormgegeven.

Hoewel onderscheidend qua merk of landsaard, het verschil tussen hen was ook toen al lastig te maken. In de jaren tachtig zagen we de opkomst van de 4WD-terreinwagens. Van piepklein (Suzuki) tot enorm groot en log (LandRover). Maar vergis je niet, dat type bleek van groot belang voor de totale markt.

Je torende immers hoog boven de massa uit, kon eventueel de modder in en zo’n wagen was ook in staat aanhangers en trailers te trekken, desnoods tegen een helling op waar je met je gemiddelde Opeltje of Fiat geen schijn van kans had. Die trend zette door tot in de huidige tijd. Een SUV is niet veel meer of minder dan een 4WD in burgermansverpakking.

De nieuwe leaserijder droomt van de modder maar zal er nooit komen. Maar stoer oogt het wel. Zelfs in de uitvoering die tegenwoordig past bij de elektrische voertuigen die ons door een wereldvreemde overheid worden opgedrongen. Peperduur, loodzwaar, maar zodanig vormgegeven dat het net is of je er zo de modder me in kunt. Ik zou adviseren dat niet te doen.

Zet er tien naast elkaar van verschillende merken en echt, je herkent ze vrijwel niet. Net als voor de oorlog. Want de reden dat die dingen zo op elkaar lijken is vooral de gedachte dat de massa niet wil opvallen, maar vooral wil lijken op wat de buren doen. Dat is voor de huidige generatie rijders net zo als voor hen die 30, 40 of 50 jaar geleden voor een bepaalde auto kozen. Was ooit Opel de norm, later Volkswagen, nu willen die jongelui vooral een Kia of Lynk&Co. En die andere merken hebben nog wel eens het nakijken. Tot ze komen met een onderscheidende auto. Dan rent men weer naar de showroom van dat merk en bewondert het ontwerp, steevast tegenwoordig aangeduid als ‘design’…..Mijn overzicht is natuurlijk niet compleet. Er waren ook nog stationcars, MPV’s, Sportcoupe’s, Cabriolets etc. Maar het ging om het idee… (Beelden: Archief)

Tsjechisch hitwonder…

Tsjechisch hitwonder…

Bij toeval zag ik onlangs bij een tweedehands-spullenwinkel een tweetal lp’s in het schap staan van de Tsjechische zanger Karl Gott. Een man die hoewel in Pilzen geboren vooral in Duitsland grote successen behaalde. Een man ook die naar schatting 50-100 miljoen platen verkocht, waarvan zeker 23 miljoen in Duitsland. Op handen gedragen omdat hij na een wonderlijke carriere in zijn (toen nog communistische)thuisland Tsjecho-Slowakije een buitenlands succes zocht en vond in Duitstalige landen.

Hij was te zien en te horen tijdens festivals in Cannes indertijd, maar deed ook een show van zes maanden in Las Vegas. Toch vrij bijzonder voor een Tsjechische artiest. In 1968 vertegenwoordigde hij Oostenrijk tijdens het Eurovisie Songfestival maar behaalde daar slechts een bescheiden 13e plaats. Gott was in de landen om ons heen een gevierde artiest en kwam veel voorbij in allerlei shows of was soms zelf gastheer in programma’s waarin andere artiesten optraden. Volgens de overlevering was hij als zanger zo invloedrijk dat zijn muziek inspiratiebron werd voor vocalist Chet Baker in die jaren.

Intussen nam Gott 120 albums op, zoals al eerder te zien, met groot succes. Meeste albums zong hij vol met Duitse of Tsjechische liederen, maar ook de nodige andere talen waren aan hem wel besteed, wat zijn imago in veel landen goed deed. Daarnaast zong hij het titellied voor de Duitse TV-serie Maja de Bij. Dat hij 20 keer een Tsjechische muziekprijs won zegt veel over de waardering in eigen land voor deze bijzondere zanger. Helaas vond hij zijn einde in 2019 op 80-jarige leeftijd toen hij aan acute Leukemie overleed in zijn thuisstad Praag. Zijn oeuvre blijft als nagedachtenis bestaan. En omdat ik de man nog wel ken uit van die schlagerprogramma’s die de Oosterburen nog wel eens uitzonden vele jaren geleden, maakte ik er maar een blogverhaal over. In de hoop dat ik daarmee weer wat stof van die oude platen af heb geblazen. (beelden: Internet/Prive)

Onderscheidend geluid…

Onderscheidend geluid…

Wie zoals ik altijd bezig is geweest met de logistieke wereld van alles wat vliegt of rijdt krijgt vanzelf een soort extra sensor voor niet alleen beeld maar ook geluid. Ik schreef daar in het verleden al eens over. Met die sensor kan ik ook de geluiden van vliegtuigen of auto’s onderscheiden en ik weet nog goed hoe de oude NBM-bussen klonken die in de hoofdstedelijke Wibautstraat warm stonden te draaien voordat hun dienst aanving richting het Het Gooi.

Anders dan je wel eens tegenkomt bij de soms erg wonderlijk redenerende grachtengordelgeneraties die menen dat alles wat momenteel vliegt of rijdt geen enkel geluid mag maken (dit in tegenstelling tot hun eigen door en door verwende kroost..) ben ik van mening dat elk voer/vlieg/vaartuig een eigen soort geluid moet doorgeven aan de omliggende wereld.

Al was het maar omdat ik die geluiden fraai vind. Zo zijn daar de vliegende toestellen van dat land dat zichzelf zo in de nesten werkte door onder vrijwel dictatoriaal regiem een buurland binnen te vallen en daar dood en verderf te saaien; Rusland. Dat land kende ooit een geweldige en ook omvangrijke vliegtuigindustrie die naast een reeks militaire toestellen ook de nodige civiele machines de lucht in stuurde. Bedenk maar eens dat hun ooit door de Sovjet-staat bestierde maatschappij Aeroflot een dikke 11.000 toestellen in gebruik had. Gemaakt door grote namen als Antonov, Beriev, Mil, Ilyushin of Tupolev. En over dat laatste ontwerpbureau schreef ik onlangs (15-9) al een heel verhaal.

De toestellen van Tupolev waren allemaal bijzonder en maakten ook een geheel eigen geluid. Juist die toon van de straalmotoren maakte dat je meteen wist dat er een Rus onderweg was. Ik vloog er zelf wel eens een paar maal in en dat vond ik een waar genoegen. Al waren dat dan machines in Tsjechische dienst en wist ik dat die net een tikkie beter werden onderhouden. De typerende krijs van de Tu-134A was een waar genoegen voor een enthousiasteling als ik ben. De grotere Tu-154-reeks had ook haar eigen geluid.

De eerste reeks gaf een soort gil af als de startmotoren de turbofans aan de slag hielpen, latere versies kregen een meer conventioneel soort startcyclus. (https://www.youtube.com/watch?v=Uejeh7T2VM4). Bij de Britten had je de BAC111 met zijn typerende huilgeluid voor de Rolls Royce motoren wanneer die aan de slag gingen en bij de DC-8-63 van o.a. KLM was elke motor goed voor een heel specifiek bijgeluid voor de start van de krachtige straalmotoren. Toestellen als deze boden je ook in de start een geluidsniveau van 120dB wat tegenwoordig ondenkbaar is geworden. Voor de Russen maakt dit niks uit. Die kennen Timmermans niet en denken vooral aan het eigen belang en vervoer. En niemand die daar klaagt. Soms kent zo’n dictatuur zo haar eigen pluspunten….. Maar nu ben ik niet helemaal serieus uiteraard….(beelden: Archief)

DDR Middenklasser; Wartburg!

DDR Middenklasser; Wartburg!

Hoewel als het op auto’s aankomt uit de DDR met name de Trabant de meeste mensen nog wel iets zegt, was er in dat communistische deel van Duitsland nog een tweede fabrikant van belang te vinden. En die dankte haar bestaan in het oosten vooral aan de erfenis nagelaten door zowel BMW als DKW. Immers die fabrikanten bouwden tot in WO2 nog gewoon auto’s in dat ene verenigde Duitsland maar verkeerden na afloop van de oorlog ineens aan de ‘verkeerde kant’ van het IJzeren Gordijn.

De fabrieken werden deels door de Russen leeggeroofd en wat overbleef genationaliseerd en opnieuw op de benen gezet voor een langzame maar zekere nieuwe start in die totalitaire heilstaat. In het Oost-Duitse Eisenach startte men de productie van auto’s al snel weer op. Eerst als EMW, erfopvolger van BMW met wagens die voorheen ook daar vandaan waren gekomen. Later werd die fabrikant omgedoopt tot VEB Automobilwerk Eisenach. Daar zette men IFA’s in elkaar, in feite Oost-Duitse DKW’s met de bijbehorende tweetaktmotor.

Uit dat wagentype onwikkelde AWE de eerste Wartburg, aangeduid als model 311/2. Een op zichzelf sierlijke auto met een 3 cilinder tweetakt voorin en aandrijving op de voorwielen. Deze wagens waren anders dan de kleinere Trabants niet van kunststof gemaakt, maar van metaal. Naast een sedan kwam er ook een Coupe op de markt, een stationcar (Camping Limousine), een cabriolet en een afgeleid sportwagen die veel leek op een Italiaans ontwerp.

De speelse extra luxe of sportieve modellen waren de leiding in de DDR van toen veel te frivool en die werden al snel stopgezet zodat alleen de sedan en stationcar overbleven voor de volkskameraden. Deze reeks werd gebouwd tot men in de tweede helft van de jaren zestig overstapte op de Wartburg 353.

Dat was best een forse maar ook strak gelijnde auto die jaren lang toe moest met een driecilinder-tweetakt van net geen 1000cc. De wagens vooral bestemd voor de echte diehard partijkaders en overheidsambtenaren. Naast een sedan kwam er ook weer een stationcar van uit en daarnaast een pickup met diverse opbouwen boven de laadbak zodat een echte bestelauto ontstond. De Wartburg 353 bleef jaar na jaar in productie. En was altijd maar matig leverbaar voor normale kameraden.

Dat kwam ook door de relatief lage aantallen die men in de oude fabriek van Eisenach produceerde. Zelfs met inzet van andere productielijnen lukte het niet goed om die aantallen op te vijzelen. Nadat de wagens tot ver in de jaren tachtig waren gemaakt op de oude bekende wijze, nam men bij de communistische leiding van land en economie het besluit om de Wartburgs uit te rusten met nieuwe viertaktmotoren van VW. Daartoe moest de Wartburg worden aangepast en de productielijn tijdelijk stil gelegd. Uiteindelijk verscheen de auto met een wat andere neus en met een 1.3 liter VW Golf motor onder de motorkap.

Toen de eerste exemplaren net beschikbaar kwamen stortte de DDR als zelfstandige staat in (Wende) en was de auto ineens niet meer van interesse voor de ‘Ossies’ die liever een westerse tweedehands auto kochten. Wartburg overleefde die overgang niet. Maar de technologie en kennis van de arbeiders en ingenieurs ging niet verloren. Opel liet er op enig moment motoren en versnellingsbakken maken en zo bleven heel wat mensen in het nieuwe Duitsland aan de slag. De Wartburgs zijn overigens ooit ook geimporteerd in Nederland. De kwaliteit was prima, maar de uitstoot van de oude tweetaktmotoren deed ze de das om. Tegenwoordig worden heel wat opgevoerde exemplaren in het vroegere Oost-Duitsland gebruikt voor rallies of races en daarbij doen die wagens het gewoon goed. Niet zo gek als je bedenkt wie de voorouders waren van deze auto’s. Dat vertaalt zich toch. (Beelden: archief)

VvM en de media..

VvM en de media..

Wie mij al een tijdje volgt weet dat ik een broertje dood heb aan eenzijdigheid in de media. En zeker ook aan deze zelfde houding richting de Vrijheid van Meningsuiting. Die laatste staat al een tijdje sterk onder druk. Je hoeft maar een paar onderwerpen te noemen en je weet dat je op glad ijs zit wanneer je afwijkt qua mening over zaken als milieu, klimaat, immigratie of stikstof. Dan sluit er een cordon-sanitaire rond de mens met die afwijkende mening en wordt je in de ban gestopt of gewoked. Alles moet dienen om die ene ‘juiste mening’ te blijven verkondigen en die gefrustreerde minderheid die maar niet aan de macht komt te helpen dat doel alsnog te bereiken.

De wens om terug te keren naar de Middeleeuwen een doorn in mijn oog, maar door de meeste Main Stream Media omarmd als ware het de Leer van de Heer zo’n 2000 jaar geleden. Toch is de kern van die Vrijheid van Meningsuiting die een democratie onderscheidt van een dictatuur, denk bij dat laatste maar aan Turkije, Rusland, China, Noord-Korea etc, is dat je mensen met een andere mening ook ruimte gunt om hun zegje te doen. Eens of niet, dat recht heeft men in dit land. Nou ja, in theorie. Want o wee als je afwijkt van die norm. Ik was niet van de corona-ontkenning, maar als mensen dat wel zijn moeten ze vooral de ruimte krijgen om dit te uiten. Maar al snel waren zij als ‘wappies’ weggezet en volhardden alleen daardoor al in standpunten en meningen die al snel tot complotverhalen werden omgevormd. In mijn ogen abjecte en erg domme klimaatreligieuzen die stellen tegen ‘fossiel’ te zijn, liegen dat het gedrukt staat of kennen de feiten niet, maar dat zij hun zegje willen en kunnen doen is prima, mits ze daarbij niet de geldende wetten overtreden.

Op het moment dat ze dit wel doen staan ze eigenlijk direct buitenspel en moet je ze m.i. zien als ‘nulmensen’. Rechten verspeeld. Ellendig genoeg zullen we in de komende weken richting de nieuwe verkiezingen gaan meemaken dat met name de linkerkant van het politieke spectrum met vereniging van macht en kracht de indoctrinatie kaart zal spelen en die loodzware Timmerfrans op het schild te tillen zodat al die eigen thema’s voorrang krijgen op de zaken die er echt toe doen. 85% van de MSM zal daaraan meedoen.

Want reken maar dat men de partijen die het oneens zijn met de genoemde thema’s geen toegang zal verschaffen. Net zoals je in die eerder genoemde landen ook altijd ziet. Alleen is daar de dictator degene die bepaalt wie gelijk heeft en wie niet, en is dat hier een bijna enge minderheid vol frustraties. De geschiedenis van o.a. het communisme een beetje kennende vrees ik dat er veel fout zal gaan en potentiele kiezers verkeerde keuzes maken omdat ze geloven wat ze zien en horen op hun tv-scherm, laptop of lezen in hun eigen krant. Net zoals de Russen, Turken, Iraniers, Noord-Koreanen, Chinezen en Cubanen. Voor wie vrijheid ook die van de doctrine is. Dat voorspelt niet veel goeds. En dat doet mij als ware democraat huiveren… (beelden: archief)

Genieters…..

Genieters…..

Zet een stel kerels met een gedeelde passie bij elkaar in een ruimte en ze kwekken je zowat de kalk van het plafond. Kennis wordt gedeeld, soms bestreden, er wordt uitgewisseld, geruild, verkocht en soms helemaal niks. Zo vergaat het volwassen mannen die o.a. automodellen, boeken of pakweg ballpennen verzamelen. Die hebben soms veel plezier aan het met elkaar juist dat soort dingen doen die mensen zonder hobby’s of interesses niet herkennen als nuttig.

En juist dat laatste is natuurlijk voor die groep mannen waar ik het over heb een begrip dat je schrapt uit de Dikke van Dale. Hobby’s leiden af, ze geven je veel kennis en soms kunde (er zitten modelbouwers tussen die echt professioneel te werk gaan..) maar vooral plezier. En in dat kader kwam een stel diehard modelautoverzamelaars (en soms semi-handelaren) samen in een prachtige mancave van een van hen in het midden van het land. Voor de vijfde keer georganiseerd door de eigenaar van die ruimte, Peter de Groot uit Amersfoort. Als iemand passie heeft voor het grote op schaal is hij het wel. Zijn bedrijfsruimte omgetoverd tot een waar museum vol vitrines waar hij door de jaren heen allerlei zaken bij elkaar brengt die andere verzamelaars, veelal zelf ook niet behorend tot de minsten uit de groep, met open mond doen watertanden.

Elk jaar een keer, en dan gaat het precies zoals ik dat aan het begin van mijn verhaaltje al weergaf. We kakelden wat af, afgelopen zaterdag, en kwamen van heinde en verre om dit evenement weer mee te maken. Als altijd top georganiseerd, gastvrijheid staat bij Peter voorop en vol trots liet hij mij zijn nieuwe aanwinsten zien maar zeker ook zijn creaties. Als je zo’n ruimte beschikbaar hebt wordt je overigens vanzelf creatief, maar dit terzijde. Het moet ook in je zitten natuurlijk… Heel wat modellen ging van hand naar andere hand, de knip bleef veelal gesloten, want ruilen is het basis-idee bij deze bijeenkomsten, en je hebt mensen met specialismen die hier bijeenkomen, maar ook die vooral in de breedte verzamelen. Je gaat altijd naar huis met een fijn gevoel en wat zaken die je normaal nergens anders kunt vinden dan tijdens dit soort beurzen of bijeenkomsten. Helaas waren door ziekte en andere malaise een paar vaste bezoekers dit jaar niet aanwezig. Maar die zijn er vast volgend jaar weer. En elk jaar dromen al die bezoekers van van een soortgelijk museum als Peter bezit. Zonder jaloezie, maar wel in een soort wensdroom…’Had ik ook maar’…. Nou ja, volgend jaar weer….ik kijk er nu al naar uit…(beelden: Prive)

Waar zit de motor??

Waar zit de motor??

Voor veel mensen die rijden met een auto is de plek waar de motor zit nog net aan bekend. Maar als je doorvraagt welke wielen door die krachtbron worden aangedreven haken velen al snel af. Toch maakt dat stukje technische kennis wel heel wat uit. Ik ga proberen het deze deze zondag op simpele wijze uit te leggen.

De allereerste voertuigen met een verbranding/stoommotor (19e eeuw) waren niet veel meer dan koetsen waar men de paarden niet meer inspande maar een motor monteerde boven de achterwielen. Die dreven dan met een ketting de vaak houten wielen aan. Sturen deed je voorin zittend waarbij je dan vaak net als bij zo’n paardenkoets hoog helemaal voorop het voertuig verkeerde en met een volant, of gewoon een aangepaste stok die voorste koetswielen opzij wrong zodat je een bocht kon nemen met de formidabele snelheid van 5-10km/u.

Later slaagden enkele fabrikanten er in om die nieuwe vervoermiddelen de motor voorin te geven en de aandrijving naar de achterwielen middels kettingen of rubber banden te verzorgen. Ook de besturing raakte dat primitieve wat kwijt. Voordeel was dat je met wat grotere snelheden kon rijden (20-30km/u) en in een wat hoger niveau van comfort. Uitvinders waren op enig moment in de geschiedenis van het automobiel in staat om ook de aandrijving onder die motor te verzorgen op de voorwielen die dan ook nog meestuurden. Voordeel, de voorwielaandrijver had een betere wegligging, vooral in bochten.

Weer later kwamen er auto’s met zgn. middenmotor, waarbij je de aandrijving dan op de achterwielen kreeg vanuit een blok dat vlak achter de voorste zetels te vinden was. Een heel neutrale wegligging het gevolg. Uit de pionierstijden stamt ook de vierwielaandrijving (of meer..) die in ruw terrein grote voordelen bood t.o.v. andere vormen van aandrijven. Vaak zag je na WO2 dat bepaalde fabrikanten kozen voor het een of ander.

De meerderheid van die voertuigen had de motor voor en de aandrijving via een cardanas op de achterwielen. Daar waar kosten- en ruimte moesten worden gewonnen kwam soms de motor wederom achterin te staan of hangen en zat de bagageruimte voor. Merken als VW, Fiat, Renault, NSU, Simca, Hillmann, Skoda en ook Porsche waren voorbeelden van dat denken. Voordeel was inderdaad dat je relatief veel ruimte kon bieden aan de inzittenden, nadeel, zijwind speelde een stevige rol tijdens het rijden en in bochten waren veel van die wagens kwispelend van karakter.

Bij voorwielaandrijvers was de wegligging veelal een minder thema al wilde die wagens in scherpe bochten het liefste rechtdoor wat ook weer enige handigheid van de chauffeur vereiste om die bocht dan niet uit te vliegen. Tegenwoordig hebben we allerlei elektronica beschikbaar voor al deze constructies, opdat we als bestuurders dan niet de weg kwijtraken…. Bij elektrische auto’s is dezelfde keuze mogelijk. Motoren voor/achter/op alle wielen of wat ook. Alles om de veelal zware wagens vol accu’s wel veilig op de weg te houden. Met die verhaaltje waarin ik hopelijk niet al te technisch heb uitgelegd waar je toch eens op moet letten wanneer je met jouw eigen vervoermiddel op stap gaat, sluit ik deze bijdrage af. Het was me weer een waar genoegen…. (Beelden: archief)