Kerstmis…

Kerstmis…

Voor de christenen is Kerstmis het feest van het licht. Veroorzaakt door de geboorte van het Christuskind! Voor anderen een reden om te vieren dat de dagen weer lengen, dat we teruggaan naar licht, warmte, herstel.

In deze tijden wel een extra aanleiding om een plezierig feestje te vieren. Al doen we dit dan binnen de gestelde adviezen van de diverse regeringen. Blijf thuis, was je handen en gebruik beschermingsmiddelen als je dan toch perse bij elkaar moet zitten. Voor ongelovigen is het vooral de Kerstman die de sfeer moet brengen. Met zijn slee en altijd vrolijk, voor de sponsor lurkend aan een koele Coca Cola, strooiend met cadeautjes….

Tot er weer iemand roept dat ook dat niet kan en die presentjes niet alleen bronnen van besmetting zijn maar ook een decadente vorm van milieuvervuiling. Want mekkeren moet kennelijk anno 2020. Zelfs of juist rond die van oorsprong christelijke feestdagen. Ik ga omwille van de sfeer maar niet verder op het fenomeen in. Het zal wel. Volgend jaar zien we wel wat over is van al onze door COVID19 aangetaste oude tradities.

Wel weet ik dat ik Kerstmis altijd een leuk familiefeestje vond en vind. Versierde bomen, lichtjes, cadeautjes, een hapje en drankje…gewoon genieten. En dat gun ik eenieder in mijn leesomgeving ook uiteraard. Maak er een mooie Kerstmis van en blijf vooral veilig. Hoe je dan die heerlijkheden die bij het feest horen naar binnen moet krijgen is een raadsel. Maar we vinden vast een oplossing.

Heel fijne Kerst!!!

Zestig jaar

Zestig jaar

Stel u voor…een kleine menneke leeft in een wijk vol mobiele impulsen. In een gezin waarin dat mobiele ook een grote rol speelt.

Trucks, bussen, trams, auto’s, motoren, brommers, het kwam allemaal voorbij en voegde heel wat observaties toe aan het jonge leven van de hoofdpersoon. Daarbij telden we dan op dat veel vliegtuigen die van/naar Schiphol opereerden dwars over de stad heen vlogen omdat het banenstelsel van die luchthaven zo was dat aan/uitvliegroutes de bebouwing van de stad wel moesten ‘raken’.

Nu waren indertijd toestellen met zuigermotoren en propellers normaler dan de latere jets en wilde er nog wel eens een van die aandrijfbronnen ‘afpikken’. Kwam er een Super Constellation of DC-7C op drie ipv vier motoren voorbij. Het waren voor mij, hoofdpersoon in dit verhaal, jubeltijden. Ik kende al snel alle autotypen en bouwjaren uit mijn hoofd, wist welk type vliegtuig wanneer waar heen vloog en wilde dat in miniatuur kunnen nabootsen.

Op 20 december 1960 startte ik dat wat nu nog mijn collectie kan worden genoemd. Op schaal, kinderlijk, maar wel met een eigen naam en een soort businessmodel. Nadoen wat ik zag. Imiteren en ook innoveren. Het werd een jaar of twee later een hobby die een hele groep mede-gekken deed meedoen en zo ontwikkelde zich een gevoel voor zakendoen en indeling van bedrijven. Over en weer. En door het werk van toen, opgeteld met de studies uit die tijd, tot een soort professie verheven. Tuurlijk veranderde die liefhebberij.

Werd breder, omvatte documentatie, fotografie, later ook auto’s en natuurlijk mijn liefde voor dat ene merk met die vliegende pijl. Veel van wat ik als jong mens had bedacht en voortgebracht nam ik mee als bagage en dat werkte goed. Zelfs in het echte leven. Acties en reclame, ach, ik maakte al advertenties op mijn jeugdige leeftijd, is het dan gek dat je dit later nog goed kunt? Of dat jouw eigen reclamebureautje wordt genoemd naar dat ‘bedrijfje’ uit je jeugd? Nee toch zeker!

Trouw aan de uitgangspunten. En dit jaar dus het zestigjarig bestaan. Al is veel veranderd en soms verwaterd. De wereld om ons heen, de kijk op economie en luchtvaart of mobiliteit. Niet dat ik dat persoonlijk nu anders zie, maar de wereld verlinkst en noemt dat vergroening. Lawaai was vaak muziek voor mij, is nu een gruwel voor nieuwere generaties. Niet opgegroeid met het idee dat je voor elke euro (toen gulden) die je verdiende keihard moe(s)t werken. Men houdt liever de hand op of vraagt de baas om een Tesla. Ik vier in stilte dus en koester. Noem me maar een nostalgisch type, ik kan er mee leven, al dik zestig jaar vandaag. (beelden: Yellowbird)

Zussie

Zussie

Dagje eerder dan normaal in mijn blogsessies anno 2020, dit verhaaltje over mijn ‘polderzus’. Vandaag jarig en natuurlijk van harte gefeliciteerd en zo meer. We zullen haar binnen de coronaregels uiteraard nog even met een bezoekje en passend presentje vereren.

En dan weten we vast weer waarom we haar ooit opnamen in de familiaire gelederen en zien als aangenomen zus en zeer goede vriendin. Drempelloos is haar vriendschap en liefde voor anderen. Ze zit vol ondeugd en humor, en was ooit als Thamara een open boek voor veel andere bloggers. Een deel daarvan leest hier nog mee en herinnert zich haar, anderen komen via andere sociale media nog regelmatig met haar in contact. Immers ook zij maakten ooit de stap naar die toen nieuwe digitale media en verlieten het vertrouwde blognest. Thamara leerde ik ooit, lang geleden kennen in die digitale wereld. Haar verhaal was bijna adembenemend. Het grote gezin, geloof, druk van binnen EN buiten. Ze ontwortelde zich, stopte met onderwerping en vocht zich een weg naar buiten. Haar verhalen imponeerden.

Na een ontmoeting bij een blogmeeting (had je toen nog..) ergens in het land was de vonk er. Over en weer. Ik had naar mijn gevoel een jongere zus gevonden. En de partners waren ook leuk genoeg om tot een hechte vriendschap te komen met diepgang. En respect. We maakten veel mee intussen. Verdriet, vrolijkheid, vakanties, tripjes, vierden samen verjaardagen en feestjes maar waren er ook als het even tegen zat. Na al die jaren vaste waarde in ons leven. En wat voor een. Nu dus jarig. Gevierd op de haar kenmerkende wijze. Uitbundig ronder grenzen, delend wat te delen valt en weinig vragend. Nu nog even zien of ze al taartjes haalde bij de lokale banketbakker. Want ook die zijn goed in de polder. Een polder die we intussen mede door haar en ManGoud goed leerden kennen. En koesteren. Net als zussie….

Werken op Schiphol – 23 – Maastrichtse charters…

Op enig moment liep chef Ruud Breems aan tegen een Franse klant die een erg aardige handel wilde opzetten. En na enig onderhandelen namen wij die handschoen op. We zouden op Maastricht (Beek)Airport lading vergaren die van overal en nergens kwam en die dan omladen voor verzending aan boord van charterkisten richting het Nigeriaanse Lagos en Kano. In dat land waren allerlei instanties in staking gegaan en er lagen soms wel 150 schepen voor de kust vol lading die niet kon worden gelost. Om deze stakingen te omzeilen zette men een luchtbrug op, en wij kregen daarbij een centrale rol. In eerste instantie ging het erom om op dat Limburgse vliegveld een keer per week zowel lading van vrachtwagens als ingevlogen met Canadair CL-44ST transportkisten uit Hong Kong in de juiste richting te krijgen, om te laten laden op grote pallets die dan met een door de opdrachtgever gehuurde DC-8-62F van Satair naar Nigeria zou worden gevlogen. Die lading kwam soms net op tijd aan op Beek, had je soms daarbij pech dat de fysieke beladers op dat veld op zijn Limburgs zaten te eten, werd het voor ons billenknijpen.

Want die kist die naar Nigeria ging moest er ‘s-avonds voor 11uur uit uit zijn omdat dan het regionale vliegveld van Maastricht sloot. Geluidshinder en zo! De eerste charters deed ik samen met Ruud Breems qua afhandeling zelf. Zo leerden we deze tak van sport goed kennen en ook waar het fout kon gaan. En dat was niet voor niets. Want die kisten uit Hong Kong waren machines met grote turboprops, maar de piloten droegen kennelijk geen horloges. Op tijd vliegen deden ze zelden. En voor een paar honderd kilo extra lading vlogen ze onderweg nog wel eens een uurtje om. Toch lukte het veelal om alles geregeld te krijgen en de klant tevreden. Die was dat inderdaad zodanig dat we al snel twee keer per week deze oefening mochten doen. Baas Breems trok zich meer en meer terug en liet de chartering aan mij over. Ik nam er graag mijn collega en vriend Victor voor mee, dat was een mannetjesputter en omdat we met mijn toenmalige Skoda’s op en neer reden was het financieel nog verdienstelijk ook.

Victor kende al snel de bemanningsleden van de Britse charterkisten uit Hong Kong en soms namen we die lui even mee uit eten. Met de boys die in hun DC-8 op en neer vlogen naar Nigeria was het contact warmer geweest met Ruud Breems. Om hem moverende redenen ging die met die lui naar de lokale kroeg en dronk zich dan een stuk in de kraag. Nigeria stond ‘droog’ en dat was voor die mensen best reden om de kelen goed te smeren als ze hier waren. Was het wel eens spannend? Jazeker. Als die DC-8 tot zijn nek volgeladen was en richting Kano of Lagos vertrok was ik blij als ik hem op enig moment los zag komen van de baan (loopt op Maastricht een beetje af zodat je het einde niet kon zien). Dan pakten wij de spullen in en vertrokken weer richting Amsterdam. Volgende dag was weer gewoon hard werken op kantoor Schiphol. Op enig moment stonden alle vrachtpallets klaar voor de bekende DC-8, toen men om welke reden ook ineens en zonder aankondiging een Boeing 707 vrachtkist stuurde. Die zorgde voor veel stress. Want dan moest je de pallets ombouwen naar de rompvorm voor dat andere type vliegtuig. De beladers stonden met hun armen omhoog, want dat ging niet lukken in zo’n kort tijdsbestek…. Victor en ik stroopten de mouwen op, klommen op die pallets en begonnen ijverig dozen en kisten te verschuiven. Het bleek een goed voorbeeld, en dat werd gevolgd. Resultaat, de Boeing vertrok nipt op tijd en wij mochten naar huis. Het leven van een Exportmanager ging bepaald niet over rozen…Overigens hoorden we later dat veel lading op het vliegveld van die Nigeriaanse steden werd gelost in de open lucht en door de corruptie van de douane daar vaak niet eens ingeklaard. Ook werd veel van de inhoud geroofd.  O.a. horloges waren daarbij gewild. Het restant schoof men met bulldozers opzij voor nieuwe lading. Maar dat wisten wij toen we ons zo druk maakten om schema’s niet…   (Foto’s: Yellowbird archief)

Experimenteren…

Gek makende software…..

Plotseling, vanaf begin oktober jl., is WordPress overgeschakeld op een nieuwe editor-layout. En dat deed men zo maar, ineens. Komt dat door mijn nieuwe laptop? Zo was mijn eerste gedachte. De oude stond ingesteld op de oude lay-out waaraan ik al zoveel jaren veel plezier beleefde en waarmee ik kon lezen en schrijven. Ineens is het een zoektocht om mijn weg te vinden. Zoeken naar de afbeeldingen, een uitleg mankeert. Tuurlijk, ik had er een studie aan kunnen wagen, maar dat vind ik als echte man zonde van de tijd. ‘Lees de handleiding’ zegt zoonlief altijd tegen me, maar doet het zelf ook nooit, dus ik ook niet. Daarbij is die uitleg zo verwarrend dat ik er niet uit kom. We zien wel waar het schip strandt.

Soms heb je een tovenaar nodig om te snappen wat je aan het doen bent

Nou, anno een maand terug was dat al snel wanhoopgevend het geval. Wat ik ook deed, ik vond mijn weg lastig in dat nieuwe umfeld. Lastig. Ik betaal voor WP en krijg ineens iets geleverd wat ik niet wil. Ook bij FB heeft men die neiging. Zonder dat je dat wilt komt er ineens een nieuwe lay-out te voorschijn. Veel ingewikkelder en met allerlei submenu’s die wat normaal zo snel ging ineens lastig maken dezelfde efficientie te bereiken. Alleen biedt Facebook je gelukkig een optie terug te keren naar het oude menu. Dat zag ik bij WP nog niet gebeuren. Daarbij schijnt die oude versie na 1-1-21 niet meer te worden ondersteund. Verandering onder dwang dus. Ik heb er een hekel aan….Kortom, aanpassen en wennen? Het lukt me wellicht nog, zo niet, gaat de lol van het bloggen er wel vanaf. Ik moet er niet over na hoeven denken, ik wil gewoon mijn verhalen kwijt en met u allen delen. Wordt het stiller en stiller, u weet dan hoe het komt….

Jarige JOB

Jarige JOB

Ik was een jong en zeer onstuimig ventje toen ik vrouwlief leerde kennen. Zij een jaar jonger en in mijn ogen zeer interessant omdat ze al snel deed wat ik leuk vond in alle opzichten. Zo ging ze mee op de brommer naar het winterse Schiphol om vliegtuigen te kijken, een van mijn passies indertijd. We konden ook altijd over van alles een hele boom opzetten. Kwekkerdekwek. Wandelden door de stad, kilometers lang. Het gaf een band. Veel zaken uit de individuele jeugd waren soms met dezelfde meetlat te meten. In die jaren niet zo gek, ouders toch een beetje geschuffeld na de oorlog in onze ogen. We werkten allebei bij een bankinstelling, ik een jaar langer dan zij. In die afdeling waar wij zaten waren de ‘dames’ toch een beetje spannend maar ook door de indeling van dat gebouw afgezonderd. De oude tijden maakten die scheiding der seksen nog noodzakelijk. Er werd ook streng op toegezien. Gelukkig vonden we altijd een plekje om ons even terug te trekken. Dat gaf een band. En die band werd vastgelegd. We trouwden jong. Niet omdat het moest maar omdat het mocht. Samen tegen de wereld, een nieuwe start. En zo knokten we ons omhoog vanuit een soms wat beladen verleden. Zij de vrouw met het overzicht, liefdevol, een eigen carriere. Ik de man die zocht naar erkenning via het harde werken. En ook die altijd weer een rol spelende carriere. Het moest en zou er van komen. Inmiddels hebben we heel wat stormen samen genomen. Niet altijd zonder averij, kan ook niet, maar gelukkig nog wel steeds pratend met elkaar. Over van alles en nog wat, en die wandelingen zijn er ook nog. Vandaag is ze jarig. Vrouwlief, na al die jaren. We zitten in de leeftijd der risicovollen bij dat verrekte virus. Gezondheid dus belangrijker dan wat ook. Al is geluk dan best een aardige bonus. Op Dierendag vierden we dat samenzijn, helaas op veel bescheidener wijze dan we wel eens gewend waren. Moest van de premier, dus dat doen we dan. De verjaardag zal vermoedelijk ook wat rustiger verlopen. Neemt niet weg dat we nog wat jaartjes verder willen in gezondheid en geluk. Ik wens het haar natuurlijk zeer toe. Waarmee ik dat ook voor mezelf veilig stel. Want zo zit dat na al die jaren…PROFICIAT SCHAT!

Werken op Schiphol – 22 – Peyton Place en Ricoh…

Het Vrachtgebouw waarin wij indertijd zetelden was negen etages hoog en alle kantoren waren gesitueerd rond een centraal lift/trappenhuis. Op die manier kon men er per etage een twintigtal kantoren aanbieden. Sommige bedrijven (zoals het onze) nam een aantal aaneengesloten kantoren af waardoor men wat ruimer in de jas zat, andere bedrijven hadden slechts een relatief bescheiden kantoortje op een van die etages. Een wat grotere huurder was begin jaren zeventig ook het Japanse bedrijf Ricoh. Dat zocht en vond een markt in Nederland (en Europa) en startte bescheiden in dat Vrachtgebouw op dezelfde etage als waar wij zaten. Binnen de kortste keren zat chef Breems bij die lui binnen en regelde dat wij hun  in/uitvoer en entrepot-opslag mochten verzorgen. Een slimme set. Al was de communicatie met die Japanners best ingewikkeld. Soms hadden ze de documentatie voor hun zendingen gewoon niet voor mekaar, maar bleek dit door de lastige communicatie niet uit te leggen.

Daarbij hadden zij ook een soort reparatie-afdeling in eigen huis waarvoor je dan weer speciale afspraken met de douane moest maken. Hoe dan ook, het was een aardige klant en ze groeiden als kool. Ik hield er zelf nog wel eens een camera aan over die ze wilden testen op bruikbaarheid. Zo kreeg ik eens een compactcamera met een opwindsysteem van die lui, waardoor je tien foto’s achter elkaar kon maken. Ongewoon in die tijden. Maar het bleek ook niet zo’n geweldige constructie, want het ding gaf het na enige maanden gebruik op, de veer gebroken en Ricoh intussen verhuisd naar Amstelveen. Voor zover mij bekend werd het systeem nooit op de Nederlandse markt gebracht. Een ander gevolg van die indeling van dat gebouw was dat het er net Peyton Place was. Er werden verhalen verteld, geroddeld, er waren kroegvrienden (beneden in het gebouw zat een horecagelegenheid) die de nodige sprookjes de wereld in hielpen. En niemand had daarbij een onbevlekt blazoen.

Het leek een verslaving. Kwam ook omdat het gebouw werd bevolkt door mannen en vrouwen, veelal van niet al te gevorderde leeftijd en het leek dat sommige wel wat oudere lui een soort geestelijke tik hadden voor ze in die luchtvaartwereld waren toegetreden. Uitsloverij leidde nog wel eens tot schade. Zowel in de relationele als fysieke sfeer. Daarbij was men graag op de hoogte van wat de concurrentie nu weer voor klanten had binnengetrokken en werden op het oog ‘spontane vriendschappen’ soms benut om informatie los te krijgen ten bate van het eigen bedrijf. Vertegenwoordigers van airlines die nu wel regelmatig over de vloer kwamen waren soms geweldige bronnen voor dit nieuws, al wist je wel dat wat zij jou toevertrouwden soms wel met een korreltje zout te nemen was, terwijl je ook besefte dat ze nieuws over jouw handel graag weer met anderen zouden delen. Ik had daarom alleen al met sommigen echt een mindere band dan met anderen.

Maar dat had ook andere redenen. In mijn luchtvaartperiode dronk ik niet. Nooit gedaan, geen behoefte. Maar was daarmee een witte duif onder de zwarte eksters. Die kroeg beneden was een magneet voor sommigen en soms kwamen vaak heel wat lieden lichtelijk beschonken van beneden om hun werkdag min of meer af te maken. En dat was soms best frustrerend. En omdat ik als ‘saai’ door het leven ging was elke roddel die mijn persoon betrof natuurlijk interessant. Ik heb er best wel eens last van gehad. Overigens was ik zelf op dit punt zeker niet heilig, al had ik de neiging net de verkeerde dingen te geloven en dan met open ogen in een val te trappen die door anderen was opgezet. Misschien had ik dan toch meer moeten drinken. Was het me vast vergeven. Want achteraf is me gebleken dat onder de toenmalige drinkebroers dat gedrag nog steeds normaal is. (Beelden: Yellowbird archief/internet)

De geneugten van de rode Tsjech….

Ik maakte jullie als lezers in juli jl al eens bekend met het feit dat wij in een redelijke opwelling hadden besloten om onze trouwe blauwe compacte Tsjech in te ruilen voor een kek ogende rode van zeer recente datum. Wel aan, het rijden met de rode tornado bevalt tot nu toe meer dan goed. Al was het maar omdat de auto allerlei zaken heeft toegevoegd gekregen die we van de blauwe niet kenden. Die was ook al aardig van de luxe soort, maar deze rode lijkt alles mee te hebben gekregen wat men in de VW-Groep nog ergens op de plank had liggen. Zo springen ‘s-avonds de lichten even aan als ik de auto openmaak met de sleutel. Op afstand, dat spreekt. Hij maakt dus even duidelijk waar hij staat, maar geeft ook aan waar eventuele stoepranden of andere obstakels te vinden zijn. Dat licht gaat ook vanzelf aan in een tunnel of als het ineens donker wordt. Dat zelfde geldt voor de ruitenwissers. Druppels op het raam en hup, wissen…..Hoe harder het regent hoe sneller die bladen op en neer gaan.

Pure luxe en verwennerij. Mooi is ook de bekleding. En dan die opbergbak onder de voorstoelen. Handig. Ik word helemaal vrolijk van die fraaie velgen en bijbehorende Continental-banden. De grotere afmetingen maken dat ik veel eenvoudiger over verkeersdrempels heen kan rijden dan voorheen. Slakkengang maakte plaats voor die van een beetje hongerige rups. Maar ook het veercomfort is verbeterd. Ook opvallend, de meeste ritten gaan tegen een nog wat lager brandstofverbruik. Het aanwijzen als Euro6b voor de motor zorgt ook voor een betere verbranding en uitstoot, maar zeker ook voor zuiniger ritten. Op en neer naar Duitsland is de 1:22 al gehaald. Dat kon ik in die blauwe alleen bereiken als ik echt slechts 80km/u bleef rijden in de vijfde versnelling. Het audiosysteem is verbonden met het stuurwiel.

Wat is dat handig in de praktijk. Zenders wisselen of hard en zacht zetten van het volume is een genoegen. Ik word er vrolijk van. Iets minder vrolijk werd ik door de brief van het CJIB. Want de rode is ontmaagd. Eerste bekeuring binnen. In Leiden, toch net even te snel gereden en hup, op de flits. 49 euro meneer! Dat was even jammer, maar ja, kan de rode Tsjech niks aan doen. Die doet wat de baas wil. En die is derhalve meer dan tevreden. En voor hen die het interessant vinden, intussen zijn we 5.500 kilometer verder qua ervaring met deze zuinige vierwieler….(Beelden: Yellowbird archief)

Nieuwe lapper…

Kijk, ik ben nogal trouw aan de mij toevertrouwde spullen. Of het nu een auto betreft, het huis, apparatuur of wat ook. Als het nog functioneert tenminste. Eenmaal stuk is het afscheid snel gedaan. Bij de laptop die ik al vele jaren gebruikte en die toen ik hem kreeg behoorde tot de top van het apparatuursegment, zat ik een beetje op het randje. Hij was nog lang niet vol, wel trager dan traag geworden. Het opstarten duurde soms een half uur. Zoonlief, zelf altijd haantje de voorste met de nieuwste apparatuur en/of software, waarschuwde me dan wel eens dat ‘het tijd werd voor een nieuwe laptop Pa’. Maar Pa sloeg die woorden in de wind. Als het ding aan de gang was kon ik er aardig mee uit de voeten, dus… Tuurlijk beetje angst voor het nieuwe maar vooral het opnieuw moeten installeren en programmeren van alles wat ik relevant of belangrijk vind zorgde voor min of meer bewust uitstel. Tot zoonlief me eind augustus ineens verraste. Een nieuwe laptop die hij zelf niet zo lang geleden zelf had gekocht voor zijn eigen website-onderhoud en zo meer. Maar nu overbodig was geworden.

Hij gaf hem me mee met de mededeling dat dit mijn verjaardagscadeau was. Ik was er verlegen mee. Zeer zelfs. Wie mij kent en regelmatig leest weet dat ik mijn schrijfwijze nog nooit heb aangepast aan al die nieuwe apparatuur en nog een beetje werk zoals op een schrijfmachine. En zo’n ding moet dat in mijn optiek gewoon intuitief kunnen volgen. Nou die eerste dagen met de nieuweling was dat zeker niet zo. Hij startte niet eens op! Gaf constant foutmeldingen die ik dan weer trachtte te bestrijden wat zorgde voor nog meer ellende. Uiteindelijk kwam zoonlief naar me toe om de boel te redden. Binnen een paar uurtjes had ik een goed werkend en echt supersoon snelle laptop ter beschikking. Nu nog even wat zaken overzetten die van belang zijn. De sociale media staan er nu op en ik kon er zelfs sinds aan het begin september mee bloggen. Opbouwen de boodschap, en de oude ontmantelen. Relevant spul er af halen, de rest afvoeren naar de digitale prullenbak. In de hoop dat daar nu niet net die informatie tussen zit die ik nu een paar maanden later eigenlijk had willen bewaren. Maar ja, weggooien kan altijd nog. Gewoon allebei bewaren dus….en intussen genieten…van die nieuwe mogelijkheden…en snelheid. (Beelden: Yellowbird collectie)

Stilte…

Geboren en in de grote stad Amsterdam maakt dat ik het begrip stilte niet met de paplepel kreeg ingegeven. In de wijk waar ik woonde in die jeugdjaren was het een en al economische bedrijvigheid. Er zaten winkeliers die werden bevoorraad, maar ook zelf leveringen uitvoerden met hun toenmalige vervoermiddelen. Er zat een groot garagebedrijf in die straat met transportdivisie er achter en die lui verhuurden ook nog auto’s. Een stuk verderop zat een verhuisbedrijf met grote trucks. Daarbij was een doorlopende straat die verbonden was met de snelweg A2 (toen net nieuw) de hoofdader van de wijk, en reden daar ook nog eens een paar tramlijnen doorheen. Over ons hoofd kwamen de vliegtuigen die van/naar het toenmalige Schiphol vlogen en je snapt dat stilte iets was wat we slechts ontdekten tijdens tripjes naar de Veluwe of zo.

In de grote basiliek die centraal in onze wijk gelegen was kon je tijdens het gebed nog wel eens genieten van de cocon waarin een gelovig mens zich daar bevond. Het geluid van buiten drong niet door tot binnen de gewelven van deze mastodont. Alleen daardoor al geloofde je als kind dan in de bescherming God’s. Hoe dan ook, zoals ik al beschreef in de diverse verhalen over mijn werkende leven, drukte was normaal, stilte schaars. Ik heb er nooit last van gehad. Integendeel, ik kan nog steeds niet echt goed tegen stilte. Isolement is niks voor mij. Alleen daarom al niet geschikt voor een kloosterbestaan, laat ik de liefde voor het vrouwelijk schoon maar even daar waar het hoort…. Trouwens, stille vrouwen ben ik zelden tegengekomen. Maar dat is vast een persoonlijke observatie. Nederland is een klein land en stilte een groot goed.

Zijn er gebieden waar je die stilte kunt vinden. Zeker en vast. Op sommige eilanden van Zuid-Holland tot Zeeland, in de Betuwe of de hoogveengebieden van Drenthe of Groningen. Zo stil dat je er echt tegen kunt leunen. Waar een slaande kerkklok op 35km afstand te horen valt. Waar de rollende container van de buren op 200 meter afstand klinkt als een harmonieorkest. Maar dan zonder ritme of dirigent. Overal waar mensen wonen is lawaai te bespeuren. Toch zijn ook in mijn grote stad, Amsterdam, hele wijken waar je gewoon in stilte kunt leven. Die zijn er echt.

Maar wij zijn een lawaaiige soort met zijn allen en of je nu van kerncentrales of windmolens houdt, lawaai maken we allemaal. Wel eens naast of onder zo’n wanstaltig windmolengedrocht van de moderne energieopwekking gestaan? Het is een ellende. Maar ja, ook selectief natuurlijk. Mijn geluidsbelasting uit de jeugd maakte ook dat ik er goed tegen kan en niet meteen in de shock schiet als er een vliegtuig voorbij komt of een auto met een race-uitlaat.

Ik kan je dan wellicht zonder op of om te kijken nog vertellen wat er vliegt of rijdt ook. Stilte is een groot goed voor de een, een frustratie voor de ander. De enige echte plek waar ik stilte zocht of zoek is mijn bed. Daar wil ik geen overlast van anderen horen. Zeker niet van buren die menen dat half 1 in de nacht een aardige tijd is om de schuur op te gaan ruimen of om 11 uur ‘s-avonds nog even een gat gaan boren om een schroef in te draaien die moet dienen om de kettingen mee vast te zetten voor het liefdesspel (ik overdrijf..). Ik maakte dat in onze vorige woning nog wel eens mee. Lawaaiige buren! Dat vond ik persoonlijk erger dan het geluid van verkeer of vliegtuigen. Selectief natuurlijk. Net zo selectief als sommigen geluid benaderen dat zij niet willen maar domweg behoort tot een ‘fact-of-life’. Lawaai is een kwestie van perspectief. Kom je uit een stil dorp hier wonen is deze omgeving lawaaiig. Omgekeerd is het voor anderen weer oorverdovend stil in zo’n dorp. Bij elkaar komen zal zelden lukken. En dus doen we soms het zwijgen er maar weer toe….. (Beelden: Internet/Yellowbird archief)