
Voor wie deze kreet niets zegt maak ik graag even ruimte en wat tijd om uit te leggen dat we het dan hebben over een nonnenklooster naar de mooiste oud-Katholieke tradities. En die kloosters zijn langzaam aan richting geschiedenis aan het verdwijnen. Immers, de meeste jonge vrouwen kijken wel uit om hun leven in complete kuisheid door te brengen tussen andere vrouwen en zich volledig te wijden aan de Here Jezus. In vroeger tijden was deze keuze overigens een die met welbehagen van de gegoede burgerij werd begroet. Immers, kloosterzusters werden zodanig opgeleid en getraind dat ze uit naam van de Heer hospitaals stichtten en onderhielden, maar ook fraaie tuinen en ook op scholen actief waren. In een streng regime levend waren zij voor hun omgeving vaak net zo streng en kinderen die van hen scholing kregen kunnen daar vele jaren later nog wel eens de meest afgrijselijke verhalen over vertellen.

Veel van die nonnen natuurlijk tot op het bot gefrustreerd en dus bijna ziekelijk in hun pogingen elke vorm van verlangen op lichamelijk (lees seksueel) gebied ook bij anderen te verbieden. Handjes boven de lakens het advies en wie dat niet deed kon een fysieke afstraffing verwachten. Pijn was fijn, dus werd er koud gebadderd in die kloosters en op de knietjes hele gangen van de vaak fraaie en grote kloosters schoongemaakt met een klein borsteltje. Van vroeg in de ochtend tot de late avond uiteraard bidden en soms niet eens met elkaar mogen converseren. Uiteraard zijn er diverse ordes die ook qua discipline verschillen, maar ik denk niet dat het leven in die kloosters plezierig was voor iemand met een bredere kijk op het leven. Studeren was overigens zeker mogelijk en dat zorgde er ook voor dat de meeste kloosterlingen qua kennis op hoger niveau stonden dan de burgers in de vroegere gewone wereld.

Maar ervaring was ook iets en daar ging het voor veel nonnen mis. Die fysieke ervaring kwam vrijwel nooit. De genoemde kuisheid werd gewaarborgd door keiharde discipline, ook voor hen zelf. Gingen ze een keer over de grenzen van de eigen handrem(..) heen werd er daarna uitgebreid gebeden en om vergiffenis gevraagd aan de grote baas. Soms via de biechtvader die af en toe even langs kwam om te zien waar hij nu weer naar moest luisteren. Recentelijk zag ik wat programma’s waarbij zgn. ‘BN-ers’ op bezoek gingen in hedendaagse kloosters. De bijzondere sfeer van vroeger bestond daar nog steeds maar waar je verwachtte dat tientallen nonnen een prachtig onderhouden groot gebouw bewoonden…vaak was dat best tegenvallend. En confronterend te zien hoe klein de bezetting van veel van die kloosters anno 2026 was/is. En hoe oud die bewoonsters waren. Ik vrees echt dat als die dames gaan hemelen (sommigen twijfelden overigens oprecht over dat ultieme voor hen boven zich gestelde fenomeen..) de kloosters worden gesloten en omgebouwd tot hotel, AZC of conferentiecentrum. Doodzonde natuurlijk….net als dat aan een illusie bestede leven van die kloosterlingen. Nooit genoten, nooit het leven echt geconsumeerd en dan maar hopen op een plekje in de Hemel waar je zelf niet in gelooft. Dan had ik maar voor de zelf opgewekte sterren gekozen. Een beetje vrouw weet wel hoe ze die moet bereiken. En dat vindt O.L. Heer vast ook goed. Immers, ook die vrouwen en hun plezier zijn onderdeel van zijn schepping….Denk maar aan Eva… (Beelden: Internet)













Als ik iets van mijn moeder heb overgenomen, dan toch vooral een zekere reservering ten aanzien van de medische zorg. Witjassen zijn vaak mensen van het slechte nieuws, de pijn, de vervelende behandelingen. In die corona-ellende neem ik overigens diep de pet af voor deze beroepsgroep hoor, maar wel genuanceerd. Laten we wel zijn, ze doen hun werk, daarvoor hebben ze gestudeerd en wij zijn geen patienten maar klanten. Zoals ik mijn leven lang klanten ook heb verwend en verzorgd. Maar mijn verhaal gaat dit keer over een andere soort witjassen. De huisartsen onder hen. Toch normaal gesproken de eerste lijn-verzorgers van ons aller fysieke welzijn. Vroeger waren dat mensen die omdat ze gestudeerd hadden en niet meer behoorden tot de kappers/chirurgijnen waartoe ze ooit werden gerekend, status hadden opgebouwd. Als wij vroeger al naar de huisarts moesten, kinderen hadden nog allerlei kwalen die je kon toeschrijven aan de jeugd of contact met straatvuil, want wij speelden daar nog, dan toch wel naar die ‘ene’ waar mijn moeder veel vertrouwen in had. Die zetelde in het chique Amsterdam-Zuid, waar hij in een duur pand de beneden-etage huurde en had omgebouwd tot praktijkruimte annex wachtkamer.
Hij had een Indisch verleden zo ging het verhaal en was naar mijn idee al een oudere heer toen ik heb wel eens bezocht. Dat was niet te frequent want deze arts deed de meeste kleine ingrepen zelf. Hij knipte zweren open en zo meer, of stak steenpuisten door, kwalen die je toen veel meer zag dan nu. Mijn moeder ging naar hem wel toe als ze iets mankeerde, doorverwijzen had geen enkele zin, daar deed ze toch niet aan mee. Als de huisarts het niet wist dan was het klaar. In geval van grote nood, kwam deze man ook naar ons adres en behandelde of bekeek ons ter plekke. Dat gold ook voor de (voor mij nieuwe)huisarts die ik leerde kennen na mijn trouwen. Die was al in de familie van vrouwlief en zetelde in een nog wat chiquer deel van Amsterdam-Zuid. Werkte op dezelfde wijze. Je kon met alles bij hem terecht, zelfs injecties tegen de meest gruwelijke tropische ziekten als je op reis ging. En als het er op aan kwam bezocht hij ons in zijn statige Volvo.
We hielden hem aan tot het niet meer ging en hij omwille van de leeftijd zijn praktijk opdoekte. Daarna, we waren intussen verhuisd naar het Nieuwe Land, kregen we wisselende huisartsen in een ‘Gezondheidscentrum’ dicht bij onze nieuwbouwwijk. Een goede band opbouwen was er niet bij. Men keek, vroeg vooral aan jou als patient wat jij dacht dat je mankeerde, en stuurde door. Naar specialisten in het lokale ziekenhuis of soms in Amsterdam. De nieuwe zorg, het nieuwe denken. Maar echt leuk was dat niet. Toch waren we tot dat centrum veroordeeld. Nadat we de polder verlieten en terugkeerden naar het 020-gebied kregen we na wat zoeken een nieuwe (vrouwelijke) huisarts. Van de ouderwetse soort. Praktijk aan huis, aardig, Tsjechisch van geboorte, luisterend oor, maar ook wel met een doorverwijzingsdrang. Later ging haar praktijk samen met die van een aantal andere huisartsen, een tandarts en nog wat therapeuten en vormde zich een nieuw medisch centrum. Handig wellicht, maar voor mij geen verbetering. Tuurlijk wordt je geholpen, maar men heeft de arm al bijna standaard richting ziekenhuizen wijzend in de omgeving. Helpt niet meer dan nodig is en neemt tien minuten voor een gesprek of onderzoekje. Blijft lastig. En geeft meteen een drempel om met bepaalde klachten ter plaatse te gaan. Nog even los van de huidige ellende dat je pas na lang aandringen over een paar dagen terecht kunt. Nee, die oude huisartsen waren zo gek nog niet. Vertrouwenspersonen en in staat om ook op huisbezoek te gaan. Kom daar nu nog maar eens om. Ik chargeer het wat natuurlijk. Past bij de tijd. Maar wie van jullie heeft nog een goede band (voor zover nodig..) met de huisarts van dienst? En altijd dezelfde?? En ook tevreden over advies en communicatie??? Ik ben benieuwd….
Natuurlijk, ook ik ben jong geweest en kan me dus nog goed herinneren hoe ik toen omging met een simpel gegeven als gezondheid. We waren gezond al hadden we als kinderen in onze familie best last van de ziektes die de leeftijd zo typeerden. Ze kwamen allemaal voorbij. Al was het maar omdat ik met een oudere broer zowat alles van hem erfde als hij net klaar was met uitzieken. Maar echt ellendige zaken kwamen niet voorbij. En indertijd werd er bij ons thuis gerookt als een ketter, ging de drank nog weleens rond en was dit gedrag wat bij veel van mijn toenmalige vrienden thuis te bespeuren viel. Je leed ook kou soms. Immers een CV was niet voorbehouden voor veel kinderen in de jaren vijftig. Een kolenkachel was al best comfortabel, maar in onze slaapkamer stonden bij vorst de ‘bloemen’ op de ramen. Toch groeide je vrijwel zorgeloos op. Ik moest twee keer worden geopereerd aan een ingegroeide teennagel. Niet fijn, maar na een paar dagen kon het verband er af en liep ik weer als een kievit. In mijn pubertijd viel ik nog wel eens op mijn snavel door onbesuisd brommer rijden.
Schaaf- en brandwonden waren mijn deel, maar altijd knapte ik er aardig snel van op. Reden om nog harder te rijden, nog minder te letten op de rest van het verkeer. In mijn werk dacht ik ook niet echt na over risico’s, er werd gesjouwd en getild en op enig moment werden zelfs auto’s beetgepakt en opzij geduwd als dat zo uitkwam. Ergens zat daar wel een keerpunt in dat onbeschadigde fysieke imago. Want op een dag bleef ik tijdens dat tillen krom gebogen staan. Er was iets verrekt in de rug. En de pijn was wel zo heftig dat ik best een paar dagen was uitgeteld. Later velde deze kwaal me nog meerdere malen. ´Je wordt ouder pappa´…..jaja. Naarmate ik langer mijn levensjaren kon tellen kwamen er best wel wat kwaaltjes bij. Links, rechts, boven en onder. Het ene wat vervelender dan het andere. Maar toch. En om mij heen zag ik de voorheen jongelieden en meiden die ik al zo lang kende hetzelfde lot ondergaan.
Of soms zelfs wegvallen. Dan waren ze geveld door een ziekte waar niet tegen te vechten viel. Dat blijft best heftig en onbegrijpelijk. De onkwetsbaarheid maakte plaats voor realiteitszin en relativeringsvermogen. Gezondheid is niet vanzelfsprekend. Onlangs maakten we het weer mee bij de liefste vrienden denkbaar. Euforie over de geboorte van een kind die omsloeg in diep verdriet toen bleek dat gezondheid niet zomaar komt of mag worden gezien als iets dat erbij hoort. Soms moet je er heel erg hard voor knokken. Zeer verdrietig makend. En ook weer even goed om over na te denken als je weer eens denkt dat jou nooit iets zal overkomen. Want dat denken vrijwel alle mensen op deze aarde, zeker als ze net als ik op jonge leeftijd maar weinig hebben meegemaakt. Zij die vanaf de jeugd moesten knokken weten precies wat de prijs is die je betaalt als je niet zo gezond bent vanaf de start of kansarm als het leven cadeautjes uitdeelt. Ik wilde het toch maar eens gezegd hebben……Hoe kijk jij aan tegen dit onderwerp? Gezegend geweest of altijd moeten knokken??