Geschiedenis herhaalt zich…of..?

Geschiedenis herhaalt zich…of..?

Ooit, lang geleden al weer, was het vervoer beperkt toegankelijk voor normale burgers en arbeiders. De meeste boeren bedienden zich van karren met een os, hond of paard er voor. De hoger geplaatsten reden in koetsen en werden alleen daardoor via logische ontwikkelingen de eerste gebruikers van een gemotoriseerd vervoermiddel. Maar voor de mensen daar tussenin was er het openbaar vervoer voor zover aanwezig. Een fiets was luxe, een motorfiets later iets voor hen die echt iets te verdienen hadden. We vergeten het wel eens wat snel, maar pas na de Tweede Wereldoorlog kwam de individuele verplaatsing van normale mensen echt op gang.

De brommer (rijwiel met hulpmotor) werd een must, de scooter (al dan niet met zijspan) en pas veel later de particuliere auto. Van piepklein en tweedehands tot groot en luxe maar wel nieuw voor de welgestelden. Linkse partijen van toen drongen aan op het recht op vrijheid van verplaatsing voor iedereen, niet alleen voor de welgestelden. En zo kwam in de jaren zestig pas echt die motorisering op gang. Arbeiders aller landen verenigt en verplaatst u!

Steden werden daartoe soms aangepast, doorgaande straten wat breder gemaakt, buitenwijken verbonden met grote wegen richting de plekken waar werd gewerkt. In Nederland groeide het forenzenverkeer. Al was het maar omdat de stadsbestuurders van toen geen oog hadden voor de bestaande woningnood en het niet zo erg vonden als hun inwoners elders hun woonheil zochten.

Dat falende beleid zorgde ook dat het broodnodige Openbaar Vervoer maar moeizaam op poten werd gezet naar al die buitensteden en wijken. Fouten die men nog decennia lang zou blijven maken. En intussen groeide het wagenpark. De arbeider- en middenklasse maakte dankbaar gebruik van de mogelijkheden. Men kon nu op vakantie met de auto, op en neer naar school en kantoor, en genoot met volle teugen van de vrijheid. Maar voor de overheid was al dat verkeer overigens naast een zorg ook een zegen. Immers, men kon overal belastingen voor heffen. De gemiddelde autoprijzen in ons land 25% hoger dan bij de buren, de literprijs voor brandstoffen zelfs 45%. Wegenbouw kwam daarentegen maar moeizaam op gang.

Toen dus het volk massaal koos voor individueel vervoer gingen met name linkse partijen zelf ineens voor spoorbanen en tramverbindingen, al dan niet ondergronds. Spanden symbolisch de paarden achter de wagens. De enorme kosten van dat denken verhaalde men gewoon op de burgers die er niet om vroegen. Bekende linkse reflex. En nu zwaait men met het klimaatargument. Mensen moeten niet in de file staan, maar thuis werken. Ze mogen geen benzine, gas of diesel meer tanken maar moeten over op accu en oplaadstations. Het individuele autobezit moet worden ontmoedigd, de arbeiders en burgers van morgen moeten maar auto’s gaan delen of met zijn allen in het openbaar vervoer. Leuk…..je zult maar in een dorp wonen waar men het OV nooit aansloot op de bewoonde wereld. Of waar de metro en spoor van niets naar niets rijden en peperduur zijn geworden bij gebrek aan concurrentie.

Het Mobiliteitsfonds, opgebracht door de autorijdende burger, misbruikt voor subsidies aan het Spoor en de vermaledijde windmolenparken. En maar claimen dat het vervoer onze planeet stuk maakt. Bewezen niet waar, maar links is nog zelden aangelopen tegen mensen die ze echt eens betrapt op dat constante gelieg. De auto is vrijheid, met een echt exemplaar kom je nog eens ergens en voor masochisten is er natuurlijk de elektrische variant. De NS wenst geen concurrentie, de linkse stromingen willen nationaliseren. Waar dat toe leidde hebben we gezien in het vroegere oosten van ons continent. Auto’s voor de kameraden zonder concurrentie, levertijden van 10 jaar of meer, een kwaliteit die soms best twijfelachtig was en geen ritjes naar landen die je wel eens zou willen bezoeken.

Toch blijft dit het ideaalbeeld voor de linkse gardisten. Wie daar niet aan wil meedoen stemt dus anders. Het gaat om ons aller vrijheid. En die kan zomaar worden afgenomen. O je dacht van niet?? Binnen twee jaar Covid19 hebben we gezien hoe snel dat kan gaan. Laat het een les zijn….Stem dus dezer dagen een partij die uw vrijheid niet af wil pakken. Uw stad of dorp wordt daar vast beter van…Net als u zelf…(Beelden: Archief)

Ultralang vliegen…

Voor ik met u, zoals in een vorig blog aangekondigd,  terugga in de tijd, naar een periode waarin vliegen nog was voorbehouden aan een zekere elite in ons land of daarbuiten, nu even een blik in de nabije toekomst. Die morgen beginnende toekomst welke ultrazuinige vliegtuigen zal gaan brengen die ons over enorme afstanden gaan vervoeren zonder enige tussenstop. En de technologie daartoe hebben we al. Eigenlijk al heel lang, maar nooit op een schaal zoals we die nu op ons af zien komen. De vraag is wel of je daar als passagiers in die fraai ontworpen dingen gelukkiger van wordt. Persoonlijk vond ik de vluchten naar/van de VS echt wel een hele ruk. 8u 3 kwartier op je plek blijven of een kort wandelingetje maken aan boord van zo’n kist vond ik persoonlijk best afzien. Maar tegenwoordig draaien sommige maatschappijen zich niet meer om voor ruim het dubbele aantal vlieguren. Men wil zo efficiënt mogelijk met een relatief grote betalende lading van punt A naar B kunnen vliegen en zo geld besparen en gelijk verdienen. Kampioenen op dit vlak zijn Qantas uit Australië en Singapore Airlines.

In een ruk van Londen naar Sydney vraagt het uiterste van reizigers en bemanningsleden. Maar toch kiest men ervoor. De redenen zullen duidelijk zijn. De druk op de luchtvaart vanwege de vermeende uitstoot en ook die van aandeelhouders op zoek naar rendement zorgen voor dit streven. Tuurlijk is een vlucht met allerlei tussenstops ook niet alles. Datzelfde Qantas vloog vroeger vanuit Londen via Amsterdam en nog een hele reeks tussenstations naar haar eigen thuisland. Maar uitgerekend per stoel waren dat dure tickets. Is dat nu anders? Tuurlijk niet. Onlangs oefende men wat met de splinternieuwe en hypermoderne Boeing 787. Normaal goed voor 256 passagiers, nu zaten er slechts 40 in. Die werden aan alle kanten door doctoren onderzocht vanwege het fysieke welzijn. Ook de bemanning werd zo gemonitord.

Moet wel, want je wordt natuurlijk niet alleen moe van het zitten, ook van de droge en toch wat ijle lucht, het geluid (ook al zijn die nieuwe kisten stil) maar ook het passeren van datum/tijdgrenzen. Want bedenk maar eens dat het verschil tussen New York en Sydney 16 uur bedraagt, wat een extra aanslag op je lijf en leden is. Daarnaast is het allemaal nog wel te doen wellicht in de eerste klasse, maar economy?? Met een stoelruimte van 35cm?? Ik denk niet dat ik er snel aan boord zal stappen. Vliegen is geweldig leuk, het brengt je in een paar uur naar verre bestemmingen. Maar om nu een hele dag in zo’n kist rond te hangen…Ik moet er niet aan denken. Wie van mijn lezers wel??? Ben benieuwd. (Beelden: Yellowbird collectie)

Van paarden en kolenboeren…

Mensen van mijn leeftijdscategorie hebben heel soms de neiging om terug te kijken naar een tijd waarin de wereld nog simpel was en ongecompliceerd. Zo ook ik. Onlangs had ik met iemand een gesprek over paarden. Paarden? Jij? Ja…paarden! Niet omdat ik nu per definitie zo houd van die beesten, maar wel omdat in mijn jeugd paarden nog gewoon dienstdeden als voor karren met lading lopende dieren die daarna in een loods werden opgeborgen die gewoon in onze woonstraat te vinden was. Schillenboeren waren er gek op, net als de lokale voddenman. Vandaar ook dat we in onze straat een echte smid hadden zitten. Waar men nog ouderwets (toen al) hoefijzers op de benen van die hardwerkende dieren aanbracht. Het rook heel specifiek en ik weet nog dat die smid en zijn maatje ook in zijn loods rond lopende ratten op wrede wijze te lijf ging. Hij sloeg ze tot moes met zijn gereedschap. Paarden en ratten, het hoort sindsdien voor mij bij elkaar.

Onze woonstraat was een heel normale straat en dus had je in die jaren op verschillende plekken middenstanders zitten die hun nering nog aardig wisten uit te nutten. Van snoep tot melk, van sigaretten tot serviezen. Alles wat je nodig had als gezin was om je heen gevestigd. Een van die ondernemers zetelde in een kelder onder de woonhuizen en deed in kolen. In wat? (Jonge generatie heeft geen idee meer..). Ja in kolen. Steenkolen. Uit Limburg! En dat spul stookten we vrijwel zonder uitzondering in de huizen en winkels van die periode. Meestal bunkerden we van tevoren een paar mud van dat spul in voorraad. Steevast in een kolenhok dat op de etage waar we leefden naast de ingang naar de kamer was gelegen. En als je echt veel geld en ruimte had, kwam er een hele berg op zolder te liggen. Maar dan moest je wel steeds met je kolenkit naar boven om de voor de warmte van de dag benodigde voorraad te halen.

Die kolen gingen er bij (toen nog vaak voorkomende) strenge winters snel doorheen. En dan moest je soms voorraad bijhalen. En daar was dan die ‘kolenboer’ goed voor. In zijn kelder verkocht die niet alleen jute zakken vol van dat goed brandende spul, maar ook kleinere papieren zakken. Die waren meer voor het kleinverbruik, maar daarom niet minder zwaar. Mijn lease pa tilde drie van die zakken op zijn schouder en liep dan terug naar huis, ik kon er met twee uit de voeten en dat was voor een puberaal jong best trots makend. De kachel moest roken, en dat deed zo’n ding ook. Mits steeds bijgevuld en opgepookt.  Vooral als hij door onoplettendheid was uitgedoofd en je dus uit je altijd koude slaapkamer kwam in een huis waar de ijspegels zowat aan de ramen hingen. Een hele kunst om de boel dan weer brandend te krijgen. Maar eenmaal gewend lukte dat binnen een kwartier. En dan maar even bijkomen voor je naar school ging. De kolenboer hield het nog redelijk lang vol. Tot ook in die oudere woonbuurt olie en gas gingen zorgen voor een heel ander soort verwarming en kolen uit het dagelijks leven verdwenen. Net als al die andere spullen die je toen bij al die winkeliertjes kon kopen. Nu is diezelfde straat gewoon een woonstraat. Met een enkele uitzondering zijn alle bedrijven verdwenen. Net als de paarden. Als er al eens een door die straat rijdt is het er een van de politie. Maar verder?